Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2005:AS9632

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
22-02-2005
Datum publicatie
10-03-2005
Zaaknummer
99165 - KG ZA 05-49
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Onrechtmatige daad?; relativiteit; art. 6:163 BW; correctie Langemeijer; duurzame ontwrichting; artikel 40 Woningwet; bestemmingsplan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2005, 163
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Civiel

Datum uitspraak : 22 februari 2005

Zaaknummer : 99165 / KG ZA 05-49

De voorzieningenrechter, belast met de behandeling van burgerlijke zaken, heeft het navolgende kort gedingvonnis gewezen

inzake

de naamloze vennootschap DECATHLON BENELUX N.V.,

gevestigd te Kerkrade,

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

WYCKERVESTE ADVISEURS B.V.,

gevestigd te Kerkrade,

[Naam eiser sub 3 in kort geding],

wonende te Duitsland, woonplaats kiezende in Kerkrade en Maastricht,

eisers in kort geding,

procureur mr. T.A.M. van Oosterhout, ter terechtzitting vervangen door kantoorgenoot

mr. H.H.B. Lamers;

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[Naam gedaagde sub 1 in kort geding] GOLF RETAIL B.V.,

statutair gevestigd te Veghel,

[Naam gedaagde sub 2 in kort geding], h.o.d.n. JUMBO GOLFWERELD,

gevestigd te Bunnik,

gedaagden in kort geding,

advocaat mr. K.W.H. Albert, kantoor houdende te Boxtel.

1. Het verloop van de procedure

Eisers hebben gedaagden gedagvaard in kort geding. Op de dienende dag, 18 februari 2005, hebben eisers gesteld en gevorderd overeenkomstig de inhoud van de dagvaarding, waarna zij hun vorderingen met verwijzing naar op voorhand toegezonden producties aan de hand van een pleitnota nader hebben doen toelichten.

Gedaagden hebben aan de hand van een pleitnota verweer gevoerd, daarbij eveneens verwijzend naar op voorhand toegezonden producties.

Partijen hebben daarna op elkaars stellingen gereageerd.

Ten slotte hebben partijen om vonnis verzocht. De uitspraak van het vonnis is bepaald op heden.

2. Het geschil

2.1 Eiseres sub 1 (hierna: Decathlon) is een internationale sportdetailhandelsketen met sedert november 2003 een vestiging in Kerkrade in de directe nabijheid van het Parkstad Limburg Stadion. Eiseres sub 2 (hierna: Wyckerveste) is projectontwikkelaar van de gebieden, direct gelegen rondom het hiervoor genoemde stadion. Deze gebieden hebben de bestemming detailhandel/sport/leisure/health. Eiser sub 3 is naast eigenaar (van onroerend goed bij het Parkstad Limburg Stadion), directeur van Wyckerveste.

2.2 Gedaagde sub 1 ([naam gedaagde sub]) exploiteert onder de naam “Jumbo Golfwereld” golfwinkels. Thans is zij bezig met het opzetten van een keten van golfwinkels. Zij is voornemens haar derde mega-golfstore te openen aan de woonboulevard te Heerlen. Aldaar geldt blijkens het bestemmingsplan Crama-Husken-De Vrank echter de bestemming “detailhandel passend binnen het Themacentrum Wonen”. Het vestigen van een mega-golfstore aan de woonboulevard te Heerlen is dan ook in strijd met het geldende bestemmingsplan. Om desalniettemin de golfwinkel te mogen openen, is vrijstelling van het bestemmingsplan op grond van artikel 19 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) vereist.

2.3 In september 2004 heeft [Naam gedaagde sub 1] bij het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Heerlen een verzoek om vrijstelling ingediend terzake het vestigen van de mega-golfstore in winkelunit 13 aan het nieuwbouwdeel van de Woonboulevard te Heerlen in het pand aan het adres In de Cramer 106.

Op 25 januari 2005 heeft [Naam gedaagde sub 1] een bouwvergunning aangevraagd voor het geheel oprichten van een verkoopruimte van golfsportartikelen in het hiervoor genoemde pand. Daarnaast is namens [Naam gedaagde sub 1] bij brief van 20 januari 2005 bij de Brandweer Parkstad Limburg een gebruiksvergunning aangevraagd.

2.4 Ondanks het feit dat zowel de bouw- en gebruiksvergunning alsook de benodigde vrijstelling nog niet zijn verleend, is [Naam gedaagde sub 1] voornemens de mega-golfstore op korte termijn te openen en in gebruik te nemen. Daartoe heeft zij in het pand reeds bouwwerkzaamheden verricht. Op de voorgevel van dit pand is inmiddels de aanduiding “Mega-Golfstore” aangebracht.

Eisers hebben gedaagden gesommeerd hun bouwwerkzaamheden te staken. Daarnaast hebben eisers de gemeente Heerlen verzocht handhavend op te treden, hetgeen tot op heden niet tot het door eisers gewenste resultaat heeft geleid.

2.5 Eisers stellen –kort samengevat en voor zover thans van belang- het volgende.

2.5.1 Gedaagden handelen onrechtmatig jegens eisers door te bouwen in strijd met het verbod van artikel 40 Woningwet. Zij beschikken immers niet over de noodzakelijke bouwvergunning. Daarnaast handelen gedaagden onrechtmatig jegens eisers door te handelen in strijd met het bestemmingsplan zonder dat zij beschikken over een vrijstelling. Ook de gebruiksvergunning is (nog) niet verleend.

2.5.2 Ondanks sommatie zijdens eisers, stellen gedaagden alles in het werk om de mega-golfstore te openen en te gaan gebruiken. Met het voorzetten van de bouw wordt de werking van het “fait accompli” versterkt.

2.5.3 Decathlon wenste zich enige tijd geleden op de woonboulevard Heerlen te vestigen, doch haar is destijds door de gemeente Heerlen te kennen gegeven dat dit niet mogelijk was, omdat het geldende bestemmingsplan dit niet toeliet. Als aan Decathlon destijds “nee” verkocht is, dient dit ook voor [Naam gedaagde sub 1] te gelden.

2.5.4 Eisers voorzien grote schade als de mega-golfstore op de woonboulevard Heerlen haar deuren opent en niet op de locatie bij het Parkstad Limburg Stadion alwaar nog ruimte over is. Er komen in de huidige tijd namelijk meer klanten als er sprake is van een concentratie van (gelijksoortige) winkels. Als [Naam gedaagde sub 1] zich bij het Parkstad Limburg Stadion zou vestigen, alwaar de bestemming “sport en leisure” geldt, zouden eisers hiervan profiteren door een grotere consumentenstroom. Indien [Naam gedaagde sub 1] haar zaak opent op de woonboulevard Heerlen, zal dit voor eisers, zo begrijpt de voorzieningenrechter, nadelig zijn, omdat minder klanten (in ieder geval minder klanten dan wanneer [Naam gedaagde sub 1] zich wel zou vestigen bij het Parkstad Limburg Stadion) naar Decathlon, en naar dat gebied in het algemeen, zullen komen. Door een verminderde toestroom van klanten zullen de opbrengsten dalen.

2.5.5 Eisers hebben een spoedeisend belang bij na te melden vordering.

2.6 Op grond van het vorenstaande hebben eisers gevorderd dat de voorzieningenrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

1. gedaagden veroordeelt tot het onmiddellijk staken en gestaakt houden van het (doen) bouwen en/of het te (doen) verrichten van bouwwerkzaamheden die in strijd zijn met artikel 40 van de Woningwet, één en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 10.000,-, althans een door de voorzieningenrechter in redelijkheid vast te stellen bedrag, per dag of dagdeel dat gedaagden na betekening van dit vonnis verzuimen hieraan te voldoen tot aan het moment waarop aan gedaagden een bouwvergunning is verleend door het bevoegd gezag en die vergunning rechtskracht heeft;

2. gedaagden verbiedt om het pand in de Cramer 106 te Heerlen in gebruik te (gaan) nemen of in gebruik te geven als Mega-Golfstore voordat door het bevoegd gezag een hiervoor op basis van de Wet Ruimtelijke Ordening benodigde vrijstelling is verleend en deze vrijstelling rechtskracht heeft op straffe van een dwangsom van € 10.000,-, althans een door de voorzieningenrechter in redelijkheid vast te stellen bedrag, per dag of dagdeel in geval gedaagden na betekening van dit vonnis, in strijd met dit verbod handelen;

3. gedaagden veroordeelt in de kosten van deze procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze kosten vanaf twee dagen na betekening van het ten deze te wijzen vonnis.

2.7 Gedaagden hebben gemotiveerd verweer gevoerd, waartoe wordt verwezen naar de ter terechtzitting voorgedragen, en vervolgens aan de stukken toegevoegde, pleitnotitie.

3. De beoordeling

3.1 De voorzieningenrechter zal allereerst het verweer van gedaagde sub 2 ([Naam gedaagde sub 2]) inhoudende dat hij ten onrechte is gedagvaard, bespreken. Hij voert in dat kader ten verwere aan dat niet hij maar [Naam gedaagde sub 1] de gemeente Heerlen heeft verzocht medewerking te verlenen aan de vestiging van de mega-golfstore. Bovendien is het niet [Gedaagde sub 2] die handelt onder de naam Jumbo Golfwereld, maar is Jumbo Golfwereld de handelsnaam van [Naam gedaagde sub 1], aldus [Gedaagde sub 2]. Kort gezegd stelt [Gedaagde sub 2] zich op het standpunt dat hij ten onrechte is gedagvaard, aangezien hij geheel buiten het onderhavige geschil staat.

Dit door [Gedaagde sub 2] gevoerde verweer is door eisers niet weersproken. Gelet hierop zal de voorzieningenrechter de vorderingen van eisers jegens [Gedaagde sub 2] afwijzen, en zal het navolgende nog slechts betrekking hebben op gedaagde sub 1, zijnde [Naam gedaagde sub 1]

3.2 De voorzieningenrechter stelt voorop dat het door eisers gestelde “fait accompli” - inhoudende dat bij voortzetting van de (ver)bouw en vervolgens het in gebruik nemen daarvan, een punt bereikt kan worden waarop men terugschrikt voor tenietdoen daarvan en geneigd zal zijn in de ontstane situatie te berusten- een voldoende te rechtvaardigen en tevens spoedeisend belang bij de onderhavige vordering met zich brengt. Daar komt bij dat de verbouwingen reeds (nagenoeg) zijn voltooid.

Ook het verweer van [Naam gedaagde sub 1] dat zeer veel kosten gemoeid zijn met de ingebruikname van de mega-golfstore en zij derhalve belang heeft bij een spoedige opening van de winkel, duidt naar het oordeel van de voorzieningenrechter op een spoedeisend belang aan de zijde van zowel eisers als [Naam gedaagde sub 1]

3.3 Eisers stellen dat [Naam gedaagde sub 1] een onrechtmatig daad jegens hen pleegt door:

1) te handelen in strijd met artikel 40 van de Woningwet: bouwen zonder bouwvergunning;

2) te handelen in strijd met het vigerende bestemmingsplan: een benodigde vrijstelling overeenkomstig artikel 19 WRO is (nog) niet verleend;

3) de winkel in gebruik te (gaan) nemen zonder de vereiste gebruiksvergunning.

[Naam gedaagde sub 1] verweert zich onder meer door aan te geven dat van onrechtmatig handelen zijdens haar jegens eisers geen sprake kan zijn, nu de voorschriften uit de Woningwet en het op de WRO gebaseerde bestemmingsplan niet strekken ter bescherming tegen de schade zoals de (vermeende) benadeelden, eisers in casu, die stellen te hebben geleden dan wel zullen lijden. Met andere woorden, volgens [Naam gedaagde sub 1] is niet voldaan aan het relativiteitsvereiste van artikel 6:163 van het Burgerlijk Wetboek.

3.4 De voorzieningenrechter zal thans beoordelen of dit verweer slaagt.

3.4.1 Volgens vaste rechtspraak van de bestuursrechter die ondersteuning vindt in de literatuur, hebben voorschriften die hun basis vinden in artikel 10 WRO, zoals bestemmingsplan-voorschriften, tot doel het gebruik van ruimte goed te ordenen en niet om concurrentieverhoudingen van belanghebbenden te reguleren (zie: Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 13 april 2004, LJN AO9783). Ten aanzien van bebouwings- en gebruiksvoorschriften geldt dat deze slechts tot doel hebben de kwaliteit van bebouwingen en gebruik te waarborgen en niet om bescherming te bieden in gestelde aantastingen van concurrentieverhoudingen.

De in casu door eisers gestelde – en zoals de voorzieningenrechter heeft kunnen vaststellen ook daadwerkelijk- geschonden normen, kunnen, hoewel in het algemeen gesproken verwerpelijk te achten, niet leiden tot het door eisers gewenste resultaat, nu zij niet strekken ter bescherming tegen de schade zoals zij die stellen te hebben geleden en/of te zullen lijden.

3.4.2 Het vorenstaande sluit echter niet uit dat, in de lijn van de zogenaamde correctie Langemeijer, indien de overschrijding van de voorschriften bij de vestiging van een handelszaak zo duurzaam ontwrichtend is dat de levensvatbaarheid van de betrokken exploitaties ernstig in gevaar komt en daarmede het in het bestemmingsplan beoogde voorzieningenniveau wordt aangetast, er sprake kan zijn van onrechtmatig handelen van degene die een dergelijke handelszaak exploiteert, in casu [Naam gedaagde sub 1].

Eisers hebben in casu niet gesteld dat er sprake is van de hiervoor bedoelde duurzame ontwrichting. Naar het voorshandse oordeel van de voorzieningenrechter ligt dit ook niet in de rede, gelet op het volgende.

De afstand tussen het Parkstad Limburg Stadion en de woonboulevard Heerlen bedraagt minimaal 5 kilometer. De locaties bevinden zich in twee verschillende gemeentes en zijn ook opgenomen in twee verschillende bestemmingsplannen. Gesteld noch gebleken is hoe de opening van een mega-golfstore aan de woonboulevard Heerlen, de distributieplanologische-en of concurrentieverhoudingen bij het Parkstad Limburg Stadion zodanig zou (kunnen) verstoren dat van duurzame ontwrichting sprake zou zijn. Daarnaast betreft het in casu niet bedrijven die, hoewel enige overlappingen aanwezig zullen zijn, dezelfde producten verkopen. Decathlon is immers, zo begrijpt de voorzieningenrechter, ruimer georiënteerd, namelijk op sport in het algemeen, terwijl [Naam gedaagde sub 1] zich enkel en alleen op golfsport richt.

3.4.3 Dat in de door eisers gememoreerde kort geding-procedure met zaaknummer 80921 / KG ZA 03-23 tot onrechtmatig gedrag werd geoordeeld, kan niet tot een ander oordeel leiden, alleen al vanwege het feit dat de in die procedure door de eisende partij geponeerde stelling dat bestemmingsplannen en de Woningwet wel mede zijn gegeven ter bescherming van degenen die in of nabij het door een bestemmingsplan bestreken gebied een bedrijf (doen) uitoefenen, in bedoelde procedure niet door de wederpartij was weersproken en toen op grond daarvan door de voorzieningenrechter als vaststaand is aangenomen.

3.5 Op grond van het vorenstaande dient het door eisers gevorderde te worden afgewezen. Eisers zullen als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten.

4. De beslissing

De voorzieningenrechter van de rechtbank te Maastricht:

RECHT DOENDE in kort geding:

wijst het gevorderde af;

veroordeelt eisers in de kosten van het geding aan de zijde van gedaagden gerezen, tot aan deze uitspraak begroot op

€ 244,- aan vast recht en € 816,- voor salaris procureur.

Dit vonnis is gewezen door mr. Laumen, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.

F.B.