Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2005:AS4823

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
31-01-2005
Datum publicatie
03-02-2005
Zaaknummer
98656 / OT RK 05-69
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verlenging machtiging tot uithuisplaatsing.

Er bestaat een wachtlijst voor doorstroom naar een besloten groep. De kinderrechter is van oordeel dat dit geen reden is voor een gesloten plaatsing van dit kind.Het uitblijven van een advies voor een vervolgtraject maakt ten onrechte dat dit kind wordt beroofd van zijn vrijheid, terwijl het kind geweldig zijn best doet en niets liever wil dan een behandeling te krijgen die haar voorbereidt op de toekomst.

Het op deze grond afwijzen van het verzoek, ontneemt het kind het recht op haar behandeling dan wel wordt het opnieuw op een wachtlijst geplaatst, waardoor de behandeling mogelijk weer zeer lang op zich laat wachten. De kinderrechter verlengt daarom de machtiging een laatste keer voor de duur van één maand, met de uitdrukkelijke aanzegging dat ieder verder verzoek tot verlenging zal worden afgewezen, teneinde aandacht te vragen voor de wantoestanden waarin uithuis geplaatste minderjarigen met regelmaat terechtkomen, terwijl zij een beter lot verdienen en daarop ook recht hebben.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 1
Burgerlijk Wetboek Boek 1 261
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JIN 2005/147

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Civiel

Datum uitspraak: 31 januari 2005

Zaaknummer: 98656/ OT RK 05-69

VERLENGING MACHTIGING TOT UITHUISPLAATSING

De kinderrechter heeft de navolgende beschikking gegeven in de zaak met betrekking tot de ondertoezichtstaande minderjarige:

[naam, geb.plaats en geb. datum kind]

bijgestaan door haar procureur mr. A.H. Odekerken-Holtkamp,

kind van:

[naam vader],

wonende te [G.]

en

[naam moeder],

wonende te [G.].

De rechtbank merkt voorts onder andere als belanghebbende aan de stichting zoals bedoeld in artikel 1 sub f van de Wet op de jeugdzorg, hierna te noemen Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg.

1. Verloop van de procedure:

De Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg heeft verzocht de machtiging tot plaatsing van [naam kind] in een gesloten inrichting te verlengen voor de duur van drie maanden en aansluitend daarop machtiging te verlenen tot plaatsing in een voorziening voor verzorging en opvoeding voor de duur van de ondertoezichtstelling.

Op 25 januari 2005 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.

Op 25 januari 2005 is, na afloop van voornoemde behandeling, door tussenkomst van Bureau Jeugdzorg een introductieverslag van de Heldringstichting d.d. 19 januari 2005 binnengekomen.

2. Beoordeling:

De kinderrechter heeft bij beschikking van 14 december 2004 de machtiging tot plaatsing van [naam kind] in een gesloten inrichting verlengd tot en met 31 januari 2005.

De kinderrechter heeft daarbij overwogen dat, gelet op de gesloten plaatsing in de Hunnerberg vanaf 16 april 2004 tot en met 21 november 2004, gelet op de tijd, namelijk vanaf 22 november 2004, dat [naam kind] inmiddels gesloten en zonder vrijheden en privileges in de Heldringstichting verblijft en gelet op het feit dat niet is gesteld dat nog steeds sprake is van ernstige gedragsproblemen, termen aanwezig zijn om de machtiging gesloten plaatsing te verlengen tot uiterlijk 31 januari 2005, op welke datum volgens de gezinsvoogd de

5-wekelijkse evaluatie in de Heldringstichting zal plaatsvinden.

Ondanks voornoemde uiterste termijn verzoekt Bureau Jeugdzorg thans wederom verlenging van de termijn van machtiging tot plaatsing in een gesloten instelling en wel met drie maanden.

Bureau Jeugdzorg stelt dat wederom verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk is omdat eerst op 10 februari 2005 het advies voor het vervolgtraject van [naam kind] gegeven wordt. Volgens de gezinsvoogd dient [naam kind] vanuit de gesloten setting zo spoedig mogelijk door te stromen naar een besloten groep op het terrein van de Heldringstichting om daar haar behandeling te vervolgen. Deze doorstroming zal nog twee tot drie maanden in beslag nemen, gezien de wachttijd die voor de besloten groep geldt.

De kinderrechter constateert dat [naam kind] al sedert 16 april 2004 gesloten verblijft, eerst in de gesloten groep van de Hunnerberg en vervolgens in de Heldringstichting.

De kinderrechter constateert ook dat in de rapportage van de Hunnerberg dd. 16 september 2004 wordt gesteld dat [naam kind] is aangemeld voor een besloten setting en dat een indicatie is uitgesproken voor het continueren van het verblijf in de Hunnerberg tot aan het moment dat behandeling van start kan gaan.

De kinderrechter constateert dat in het FORA-rapport dd. 19 augustus 2004 wordt gesteld dat er een contra-indicatie tegen gesloten plaatsing bestaat en dat besloten plaatsing het beste aansluit bij de mogelijkheden van [naam kind].

De kinderrechter constateert dat volgens de gezinsvoogd de behandeling van [naam kind] op 22 november 2004 is gestart in de gesloten voorziening de Heldringstichting.

Op grond van het vorenstaande overweegt de kinderrechter dat geen grond bestaat tot plaatsing in een gesloten inrichting, thans geheten justitiële jeugdinrichting:

- er is geen sprake meer van ernstige gedragsproblemen.

- de behandeling is vanuit de geslotenheid gestart, zoals geadviseerd, en dat is inmiddels twee maanden geleden.

Volgens de gezinsvoogd bestaat een wachtlijst voor doorstroom naar een besloten groep, maar naar het oordeel van de kinderrechter is dat geen reden voor een gesloten plaatsing.

Wat ook de reden is dat nog steeds geen advies voor een vervolgtraject is gegeven, feit is dat [naam kind] ten onrechte van haar vrijheid wordt beroofd.

[naam kind] doet geweldig haar best en wil niets liever dan een behandeling krijgen die haar voorbereidt op haar toekomst .

De kinderrechter ziet zich voor een groot dilemma geplaatst, immers, nu iedere grond voor plaatsing in een justitiële jeugdinrichting is komen te vervallen, zou het verzoek van Bureau Jeugdzorg moeten worden afgewezen. Hierdoor echter wordt [naam kind] haar recht op behandeling ontnomen, althans zal zij door het ministerie van justitie weer geplaatst worden op een wachtlijst, waardoor de behandeling over zeer lange tijd kan starten en of die behandeling dan plaats kan vinden in de Heldringstichting is ook zeer onzeker. Volgens de gezinsvoogd zal zij in ieder geval de Heldringstichting moeten verlaten.

De kinderrechter overweegt dat zij niet wenst mee te werken aan het bureaucratische systeem van wachtlijsten en aan het afschuiven van verantwoordelijkheden zonder een krachtig signaal af te geven.

In het belang van een verdere behandeling van [naam kind] zal de kinderrechter de machtiging tot plaatsing in een justitiële jeugdinrichting nog een keer voor de duur van één maand verlengen.

Ieder verder verzoek tot verlenging van deze machtiging zal de kinderrechter afwijzen.

De kinderrechter zal bovendien deze beschikking, geanonimiseerd, in de publiciteit brengen teneinde aandacht te vragen voor de wantoestanden, waarin uithuis geplaatste minderjarigen met regelmaat terechtkomen, terwijl zij een beter lot verdienen en daarop ook recht hebben.

De kinderrechter zal aansluitend machtiging verlenen tot plaatsing van [naam kind] in een voorziening voor verzorging en opvoeding voor de duur van de ondertoezichtstelling.

Aan deze plaatsing zijn kosten verbonden, in welke kosten de ouders dienen bij te dragen, konform het Besluit Justitiële Kinderbescherming en Vrijwillige Jeugdhulpverlening, tenzij op een andere wijze in de kosten wordt voorzien.

3. Beslissing:

Verlengt de termijn van de machtiging tot uithuisplaatsing van voornoemde minderjarige in een justitiële jeugdinrichting, met ingang van 1 februari 2005 voor de duur van een maand en verleent aansluitend aan deze termijn machtiging tot plaatsing van de minderjarige in een voorziening voor verzorging en opvoeding tot en met 19 november 2005.

Wijst af het meer of anders verzochte

Verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.E. Salemans-Wijnen, kinderrechter, en in het openbaar op 31 januari 2005 uitgesproken in tegenwoordigheid van L.M.H. Beckers, griffier.

Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een procureur (advocaat) - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:

a. door de verzoekende partij en degenen aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.