Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2005:AS3923

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
12-01-2005
Datum publicatie
26-01-2005
Zaaknummer
94586 - HA ZA 04-782
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bevoegdheid kantonrechter. Geen verwijzing naar sector kanton. Aansprakelijkheid en exoneratiebeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Civiel

Datum uitspraak: 12 januari 2005

Zaaknummer: 94586 / HA ZA 04-782

De enkelvoudige kamer, belast met de behandeling van burgerlijke zaken, heeft het navolgende vonnis gewezen

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [naam],

gevestigd te Kelpen-Oler, gemeente Heythuysen,

eiseres,

procureur mr. F.H. Kuiper;

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [naam],

gevestigd te Sittard, gemeente Sittard-Geleen,

gedaagde,

procureur mr. I.I.J. Slangen.

1. Het verloop van de procedure

Eiseres, hierna te noemen "[naam]", heeft gedaagde, hierna te noemen “[naam]”, gedagvaard voor deze rechtbank en gesteld en geconcludeerd als in die dagvaarding vermeld. Bij die dagvaarding zijn producties overgelegd. [gedaagde] heeft daarna onder het overleggen van producties geantwoord. Op de voet van artikel 131 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is een compari-tie na antwoord gelast. Van het verhandelde ter comparitie is proces-verbaal opgemaakt, dat zich bij de stukken bevindt. Partijen hebben vonnis gevraagd op het rechtbankdossier. De uitspraak van het vonnis is bepaald op heden.

2. Het geschil

[eiseres] vordert veroordeling van [gedaagde], bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, tot betaling aan haar van een bedrag ad € 10.570,02, te vermeerderen met de wettelij-ke rente over dat bedrag vanaf 7 november 2003, althans met ingang van de dag van de dagvaarding, een en ander met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van de procedure. [eiseres] heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat zij tot voornoemd bedrag schade heeft geleden omdat [gedaagde] haar een ondeugdelijk apparaat –een troffel of vlindermachine– heeft verhuurd. De gehuurde machine bleek niet goed te functioneren, waardoor zij genoodzaakt was op zoek te gaan naar een vervangende machine. [gedaagde] had een dergelijke machine niet beschikbaar, waardoor zij zich tot een ander bedrijf heeft moeten wenden. Vanwege de daarmee gemoeide tijd was het gestorte beton reeds te zeer uitgehard. De vloer is gesloopt en opnieuw gestort moeten worden. [eiseres] acht [gedaagde] voor de kosten daarvan aansprakelijk.

[gedaagde] voert verweer hetwelk - samengevat en voorzover thans van belang - het volgende inhoudt. Allereerst heeft [gedaagde] betwist dat het door haar aan [eiseres] geleverde apparaat ondeugdelijk was. [gedaagde] heeft voorts aangegeven dat [eiseres] telefonisch contact met haar heeft opgenomen en daarbij gemeld heeft dat het apparaat niet goed werkte. Geadviseerd is het apparaat anders in te stellen, waarna zij niets meer van [eiseres] heeft vernomen totdat zij aansprakelijk werd gesteld voor ontstane schade. Bij retournering is niets gezegd over het niet goed functioneren van het apparaat. [gedaagde] wijt (mogelijk) ontstane schade aan verkeerd gebruik. [gedaagde] heeft er in dat verband op gewezen dat hetzelfde apparaat ná de verhuur aan [eiseres] nog tweemaal verhuurd is en dat toen niet van ondeugdelijkheid is gebleken.

Bovenal heeft [gedaagde] betoogd dat zij niet voor mogelijke schade aansprakelijk is, omdat in haar algemene voorwaarden is opgenomen dat zij niet aansprakelijk is voor schade die ontstaan is door of in verband met het gehuurde goed.

[eiseres] heeft daarover nog aangevoerd deze exoneratieclausule een bepaling is die voorkomt op de zogenoemde grijze lijst van artikel 6:237 BW. Op grond daarvan is het in strijd met de redelijkheid en de billijkheid indien [gedaagde] haar aan die bepaling zou houden. [gedaagde] heeft een en ander bestreden.

3. De beoordeling

Voordat inhoudelijk op de stellingen van partijen wordt ingegaan, wordt allereerst geconstateerd dat de onderhavige zaak niet bij de juiste sector van de rechtbank is aangebracht: ingevolge het bepaalde in artikel 93, sub c, van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering is de kantonrechter immers bevoegd te oordelen over geschillen in huurzaken. De zaak zou dus verwezen moeten worden naar de sector kanton van de rechtbank. Verwijzing zal echter achterwege worden gelaten. De auteur van dit vonnis, tevens degene die de comparitie van partijen heeft gehouden, is werkzaam in de sector kanton; partijen schieten met een verwijzing niets op, de griffies van de sectoren civiel en kanton nog minder. Wel zal bij de toepassing van het liquidatietarief het tarief van de sector kanton gehanteerd worden.

Inhoudelijk heeft het volgende te gelden.

Op grond van het bepaalde in artikel 6:233 BW komt aan de wederpartij de bevoegdheid toe de vernietiging te vorderen van een beding in de algemene voorwaarden indien dat beding onredelijk bezwarend is. Deze –dwingend rechtelijke– bepaling is, nu van de uitzonderingen ex artikel 6:235 BW niet is gebleken, een lex specialis van artikel 6:248 BW. [eiseres] heeft geen vernietiging van het exoneratiebeding gevorderd, maar betoogd dat toepassing van dat beding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Hiertoe heeft [eiseres] aangevoerd dat zij al vaker machines als de onderhavige bij [gedaagde] heeft gehuurd en dat tot tevredenheid van partijen. Voorts heeft zij een ruime ervaring opgedaan met het gebruik van dergelijke machines. [gedaagde] heeft een ondeugdelijke of gebrekkige machine aan haar verhuurd.

Nog afgezien van de omstandigheid dat dit laatste niet is gebleken en [eiseres] dit ook niet specifiek te bewijzen heeft aangeboden, valt het naar dezerzijds oordeel aan [eiseres] toe te rekenen zij een pas gestorte betonvloer heeft willen gaan afwerken, kennelijk zonder de door haar gehuurde machine op een proefvlak of anderszins te testen. Van [eiseres] mag verwacht worden dat zij zich in enige mate wapent tegen mogelijke gebreken aan door haar te gebruiken apparaten, bijvoorbeeld door die apparaten tijdig te testen dan wel door ervoor te zorgen dat zij zekerheid heeft over het op korte termijn kunnen beschikken over reserve-apparatuur. [eiseres] behoort immers als geen ander te weten dat de verwerkingstijd van beton beperkt is. Nu niet is gebleken van dergelijke voorzorgsmaatregelen faalt het door haar gedane beroep op artikel 6:248 BW en zal haar haar vordering worden ontzegd en zal zij in de kosten van het geding worden veroordeeld.

4. De beslissing

De rechtbank:

Wijst de vordering af.

Veroordeelt eiseres in de aan de zijde van gedaagde gerezen proceskosten, deze tot aan dit vonnis in totaal begroot op € 540,= wegens salaris van de gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.J.M. Bruijnzeels, (kanton)rechter, en op 12 januari 2005 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.