Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2003:AN8406

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
12-11-2003
Datum publicatie
19-11-2003
Zaaknummer
65634 / HA ZA 01-446
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Aansprakelijkheid op grond van artikel 6:181 BW in uitoefening van bedrijf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Civiel

Vonnis : 12 november 2003

Zaaknummer : 65634 / HA ZA 01-446

De enkelvoudige kamer, belast met de behandeling van burgerlijke zaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van:

[Eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

procureur Mr. E.H.J. van der Heijden;

tegen:

de naamloze vennootschap naar Belgisch recht M.A.S.H.,

gevestigd en kantoor houdende te Hammont-Achel, België,

gedaagde,

procureur mr. J.O.I. Leliveld.

1. Het verdere verloop van de procedure

Ter voldoening aan de hem in het tussenvonnis van 22 januari 2003 verstrekte bewijsopdracht heeft [Eiser] twee getuigen doen horen. Ter voldoening aan de haar in voormeld tussenvonnis verstrekte bewijsopdracht heeft M.A.S.H. eveneens twee getuigen doen horen. Van deze getuigenverhoren zijn processen-verbaal opgemaakt die zich bij de stukken bevinden.

Zowel [Eiser] als M.A.S.H. hebben vervolgens een conclusie na enquête genomen, waarbij door M.A.S.H. nog een productie in het geding werd gebracht.

Tenslotte hebben partijen wederom vonnis gevraagd op het rechtbankdossier. De uitspraak van het vonnis is nader bepaald op heden.

2. De verdere beoordeling

2.1 Bij voormeld tussenvonnis, waarbij de rechtbank volhardt, werd M.A.S.H. toegelaten te bewijzen dat [B.] het paard [P.] ten tijde van het ongeval bereed in de uitoefening van haar bedrijf.

2.2 [B.] heeft tijdens haar verhoor onder meer verklaard:

"In 1995 was ik zelfstandige in de aan- en verkoop van paarden. Ik handelde ook bedrijfsmatig in het zadelmak maken en inrijden van paarden. Ik stond ook ingeschreven in het handelsregister. U laat mij de in de procedure overgelegde facturen zien, dat zijn inderdaad de facturen zoals ik ze verstuurde. Mensen brachten de paarden naar mij in [een locatie] in België. Daar had ik stallen gehuurd en daar was ook de manege waar ik de paarden trainde. De paarden blijven dan bij mij tot ze zadelmak en ingereden zijn. Zo ook [P.] (…) [K.] had mij opdracht gegeven om met haar in Susteren te oefenen (…) Ik had ook een verzekering met mijn bedrijf in [woonplaats] bij de heer [J.]".

De getuige P.J. [K.] heeft tijdens zijn verhoor voor zover thans van belang verklaard:

"[B.] maakte voor haar werkzaamheden voor ons facturen die binnen de NV werden afgetrokken (…) Van de trainers kreeg ik rekeningen (…) Ik had geen toezicht op de paarden en de trainers. Ik betaalde ervoor".

2.3 Uit voormelde verklaringen blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat [B.] het paard [P.] ten tijde van het ongeval bereed in de uitoefening van haar bedrijf. Anders dan [Eiser], is de rechtbank van oordeel dat van een vrij beroep geen sprake is, gelet op de navolgende redenen, in samenhang bezien:

- [B.] stond ingeschreven in het handelsregister;

- [B.] zond facturen naar aanleiding van haar werkzaamheden;

- Uit de facturen blijkt dat [B.] over een eigen BTW-nummer beschikte;

- [B.] had een eigen locatie voor de training van de paarden (bedrijfsterrein);

- [B.] had, zoals zij tijdens haar verhoor heeft verklaard, "een verzekering met mijn bedrijf in [woonplaats] bij de heer [J.]";

- Het zadelmak rijden van paarden is in intellectueel en kunstzinnig opzicht -dit zijn twee kenmerken van het vrije beroep- niet vergelijkbaar met vrije beroepen als bijvoorbeeld arts, advocaat, architect of vroedvrouw.

Ten overvloede merkt de rechtbank nog op dat beroepsactiviteiten die bedrijfsmatige trekken vertonen ook onder het toepassingsbereik van artikel 6:181 BW vallen.

2.4 Het vorenstaande brengt met zich dat de aansprakelijkheid terzake het ongeval op basis van artikel 6:181 BW enkel en alleen op [B.] rust, nu, indien de in artikel 6:179 BW bedoelde dieren worden gebruikt in de uitoefening van een bedrijf, uitsluitend artikel 6:181 BW van toepassing is. Het betreft een concentratie van aansprakelijkheid, waarbij op de bezitter geen kwalitatieve aansprakelijkheid meer rust.

Op grond van het vorenstaande kan M.A.S.H. niet aansprakelijk worden gehouden voor het vermeende ongeval.

2.5 Gelet op het feit dat M.A.S.H. in haar conclusie na enquête -kort gezegd- heeft gesteld dat [K.], voor het geval dit een rol mocht spelen, geen aansprakelijkheid heeft erkend door aan te geven dat hij de schade bij zijn verzekeraar zou melden, merkt de rechtbank nog het volgende op: indien en voor zover [Eiser] heeft willen betogen dat M.A.S.H. aansprakelijk is omdat [K.] na het vermeende ongeval jegens hem aansprakelijkheid zou hebben erkend, is de rechtbank van oordeel dat [Eiser] in dit verband niets dan wel onvoldoende heeft gesteld. Dat [Eiser] bij conclusie na enquête heeft gesteld dat het in strijd met de redelijkheid en billijkheid is om een beroep te doen op artikel 6:181 BW, is in ieder geval onvoldoende om tot het oordeel te komen dat M.A.S.H. aansprakelijk is.

2.6 Reeds op grond van het vorenstaande dient de vordering van [Eiser] te worden afgewezen.

De vraag of [Eiser] is geslaagd in het hem opgedragen bewijs terzake de feitelijke toedracht behoeft derhalve geen bespreking meer. [Eiser] dient als de in het ongelijk gestelde partij te worden veroordeeld in de kosten van de procedure aan de zijde van M.A.S.H. gevallen. De door M.A.S.H. gevorderde kosten terzake het dagvaarden van de getuige [B.] komen niet voor toewijzing in aanmerking, nu de rechtbank onvoldoende is gebleken dat het niet mogelijk zou zijn geweest [B.] zonder dagvaarding op te roepen, dan wel dat zij in dat geval niet zou zijn verschenen.

3. De uitspraak

De rechtbank:

wijst het gevorderde af;

veroordeelt [Eiser] in de kosten van het geding aan de zijde van M.A.S.H. gerezen, tot aan deze uitspraak begroot op € 22,40 aan getuigentaxen, € 181,51 aan vast recht en € 1.560,- voor salaris procureur;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. Van den Acker, rechter, en ter openbare terechtzitting uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.

F.B.