Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2003:AF9126

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
11-03-2003
Datum publicatie
26-05-2003
Zaaknummer
03/008197-02+03/005692-02 (ttzgev.)+03/050071-02 (ttzgev.)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 03/008197-02+03/005692-02 (ttzgev.)+03/050071-02 (ttzgev.)

Datum uitspraak: 11 maart 2003

RECHTBANK MAASTRICHT

VONNIS

op tegenspraak gewezen door de meervoudige kamer voor strafzaken in de zaak tegen

Naam verdachte,

geboren te H. op geboortedatum verdachte,

wonende te woonplaats verdachte.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 25 februari 2003.

De tenlastelegging

Aan de verdachte is na wijziging van de tenlastelegging ten laste gelegd dat

1. (03/008197-02)

hij op of omstreeks 2 mei 2002 in de gemeente Heerlen, ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf om opzettelijk Naam slachtoffer van het leven te beroven, met dat opzet met drie messen, in elk geval twee of meer messen, althans drie, in elk geval twee of meer scherpe en/of puntige voorwerpen, van welke messen, althans van welke scherpe en/of puntige voorwerpen hij, verdachte, één mes, althans één scherp en/of puntig voorwerp (met de scherpe en/of puntige kant naar voren wijzend) boven zijn, verdachtes, hoofd opgeheven hield, in de richting van die Naam slachtoffer is gelopen en/of voornoemde Naam slachtoffer tot op korte afstand is genaderd, terwijl de uitvoering van dat door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij op of omstreeks 2 mei 2002 in de gemeente Heerlen, Naam slachtoffer heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft hij, verdachte, opzettelijk voornoemde Naam slachtoffer dreigend de woorden toegevoegd :"ik steek je nu kapot" en/of "ik pak nu een mes, ik steek je kapot", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of (vervolgens) met in zijn, verdachtes, handen drie, in elk geval twee of meer messen, van welke messen hij, verdachte, één mes boven zijn, verdachtes, hoofd geheven hield, op voornoemde Naam slachtoffer is toegelopen ;

1. (03/005692-02)

hij op of omstreeks 14 december 2000 in de gemeente Heerlen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) Naam slachtoffer2 heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die Naam slachtoffer2, hebbende verdachte en/of zijn mededader zijn/hun tong(en) in de mond van voornoemde Naam slachtoffer2 gestopt en/of zijn/hun penis(sen) in de vagina van voornoemde Naam slachtoffer2 geduwd/gebracht en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte en/of zijn mededader zeer dicht naast voornoemde Naam slachtoffer2 is/zijn gaan zitten en/of met zijn/hun hand de nek van voornoemde Naam slachtoffer2 heeft/hebben vastgepakt en voornoemde Naam slachtoffer2 naar zich toe heeft/hebben getrokken en/of is/zijn gaan zitten op de bovenbenen van voornoemde Naam slachtoffer2 en/of een kussentje over het gezicht van voornoemde Naam slachtoffer2 heeft/hebben gelegd en aldus voor die Naam slachtoffer2 een bedreigende situatie heeft/hebben doen ontstaan;

Subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij op of omstreeks 14 december 2000 in de gemeente Heerlen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) Naam slachtoffer2 heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), bestaande uit

- het strelen van de bovenbenen van voornoemde Naam slachtoffer2 en/of

- het strelen van de nek van voornoemde Naam slachtoffer2 en/of

- het ontbloten van haar borsten door het omhoog schuiven van het truitje en

het omlaag/opzij schuiven van de b.h. van voornoemde Naam slachtoffer2 en/of

- het tonen van een ontblote penis en/of

- het zuigen aan de borst van voornoemde Naam slachtoffer2 en/of

- het losmaken en naar beneden schuiven van de broek van voornoemde Naam slachtoffer2

en/of

- het in het gezicht duwen van een penis,

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte en/of zijn mededader zeer dicht naast voornoemde Naam slachtoffer2 is/zijn gaan zitten en/of met zijn/hun hand de nek van voornoemde Naam slachtoffer2 heeft/hebben vastgepakt en voornoemde Naam slachtoffer2 naar zich toe heeft/hebben getrokken en/of is/zijn gaan zitten op de bovenbenen van voornoemde Naam slachtoffer2 en/of een kussentje over het gezicht van voornoemde Naam slachtoffer2 heeft/hebben gelegd;

meer subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij op of omstreeks 14 december 2000 in de gemeente Heerlen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met Naam slachtoffer2 (geboren op 27 maart 1985), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die Naam slachtoffer2, hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededader, zijn/hun tong(en) in de mond van voornoemde Naam slachtoffer2 gestopt en/of de borsten van voornoemde Naam slachtoffer2 ontbloot door het omhoog schuiven van het truitje en het omlaag/opzij schuiven van de b.h. van voornoemde Naam slachtoffer2 en/of op/aan de borst van voornoemde Naam slachtoffer2 gezogen en/of een ontblote penis getoond en/of zijn/hun penis(sen) in de vagina van voornoemde Naam slachtoffer2 geduwd/gebracht;

meest subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij op of omstreeks 14 december 2000 in de gemeente Heerlen, met Naam slachtoffer2, (geboren op 27 maart 1985) die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededader, zijn/hun tong(en) in de mond van voornoemde Naam slachtoffer2 gestopt en/of de borsten van voornoemde Naam slachtoffer2 ontbloot door het omhoog schuiven van het truitje en het omlaag/opzij schuiven van de b.h. van voornoemde Naam slachtoffer2 en/of op/aan de borst van voornoemde Naam slachtoffer2 gezogen en/of een ontblote penis getoond en/of zijn/hun penis(sen) in de vagina van voornoemde Naam slachtoffer2 geduwd/gebracht;

2. (oorspronkelijk parketnummer 050332-02, ter terechtzitting gevoegd op 8 augustus 2002)

hij op of omstreeks 3 mei 2002 in de gemeente Maastricht opzettelijk en wederrechtelijk een bewakingscamera, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Arrondissementsrechtbank Maastricht, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

1. (03/050071-02)

hij op of omstreeks 07 december 2001 in de gemeente Heerlen een of meer perso(o)n(en) genaamd Naam slachtoffer3 en/of Naam slachtoffer4 heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend een vuurwapen, althans een (van een afstand) op een vuurwapen gelijkend voorwerp, getoond en/of voorgehouden aan die Naam slachtoffer3 en/of Naam slachtoffer4 en/of een of meer zwaaiende beweging(en) gemaakt met dat vuurwapen, althans dat (van een afstand) op een vuurwapen gelijkend voorwerp en/of zich met dat vuurwapen, althans dat (van een afstand) op een vuurwapen gelijkend voorwerp, in een/de hand(en) enige tijd voor (een raam van) de woning van die Naam slachtoffer3 en/of Naam slachtoffer4 heeft opgehouden en/of (daarbij) deze(n) dreigend de woorden toegevoegd : "Zeg maar tegen jouw ouders dat ik ze kapot schiet." en/of "Als je ouders nog een keer iets over mij lullen, maak ik ze af", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

De vrijspraak

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte bij dagvaarding 03/008197-02 primair en bij dagvaarding 03/005692-02 onder 1 primair, 1 subsidiair, 1 meer subsidiair en 1 meest subsidiair is ten laste gelegd. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

In de dagvaarding met parketnummer 03/005692-02 wordt verdachte onder 1 kort gezegd ten laste gelegd dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan verkrachting van of ontucht met Naam slachtoffer2. De rechtbank heeft aangaande de ontucht het volgende overwogen. Uit de verklaringen van de verdachte en zijn mededader leidt de rechtbank af dat er met de dobbelstenen een spel is gespeeld waaraan ook Naam slachtoffer2 heeft deelgenomen. Hierbij is de rechtbank niet gebleken van onvrijwillige deelname door deze Naam slachtoffer2. Gezien de erkenning door verdachte is komen vast te staan dat verdachte -in het kader van dit spel- aan de borst van die Naam slachtoffer2 heeft gezogen. Uitgaande van de vrijwillige declaratie van Naam slachtoffer2, de jeugdige leeftijd der deelnemers aan het spel en het geringe leeftijdsverschil tussen verdachte en die Naam slachtoffer2, is de rechtbank van oordeel dat bij genoemde gedraging in deze omstandigheden het ontuchtig karakter ontbreekt.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder (03/008197-02) subsidiair, 2 (03/005692-02) en (03/050071-02) ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat

(03/008197-02) subsidiair.

hij op 2 mei 2002 in de gemeente Heerlen, Naam slachtoffer heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft hij, verdachte, opzettelijk voornoemde Naam slachtoffer dreigend de woorden toegevoegd :"ik steek je nu kapot" en "ik pak nu een mes, ik steek je kapot", en vervolgens met in zijn, verdachtes, handen drie messen, van welke messen hij, verdachte, één mes boven zijn, verdachtes, hoofd geheven hield, op voornoemde Naam slachtoffer is toegelopen;

2 (03/005692-02).

hij op 3 mei 2002 in de gemeente Maastricht opzettelijk en wederrechtelijk een camera, toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield of beschadigd;

(03/050071-02)

hij op 7 december 2001 in de gemeente Heerlen een persoon genaamd Naam slachtoffer3 heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend een van een afstand op een vuurwapen gelijkend voorwerp getoond en voorgehouden aan die Naam slachtoffer3 en zwaaiende bewegingen gemaakt met dat van een afstand op een vuurwapen gelijkend voorwerp en zich met dat van een afstand op een vuurwapen gelijkend voorwerp in een hand enige tijd voor een raam van de woning van die Naam slachtoffer3 heeft opgehouden en Naam slachtoffer4 daarbij dreigend de woorden toegevoegd : "Zeg maar tegen jouw ouders dat ik ze kapot schiet." en "Als je ouders nog een keer iets over mij lullen, maak ik ze af", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

De partiële vrijspraak

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder (03/005692-02) en (03/050071-02) meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

De bewijsmiddelen

De rechtbank grondt haar overtuiging dat de verdachte de hierboven omschreven feiten heeft begaan, op feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

De kwalificatie

Het bewezenverklaarde levert op strafbare feiten welke moeten worden gekwalificeerd als volgt:

(03/008197-02) subsidiair:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 285, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.

(03/005692-02) feit 2:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen of beschadigen;

voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 350, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht;

(03/050071-02)

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 285, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht;

De strafbaarheid van de verdachte

Ten aanzien van verdachte is door drs. A.F.J.M. Zwegers, psycholoog en neuropsycholoog, een onderzoek naar de geestvermogens van verdachte ingesteld en van dat onderzoek heeft genoemde psycholoog een rapport, gedateerd 27 juni 2002, opgemaakt, welk rapport vermeldt zakelijk weergegeven als conclusie:

- De betrokkene is lijdende aan een gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens. Er is sprake van een afhankelijke persoonlijkheidsstoornis (in ontwikkeling).

- De gebrekkige ontwikkeling bestond evenzo ten tijde van het tenlastegelegde.

- De gebrekkige ontwikkeling was van invloed op betrokkenes gedrag ten tijde van het tenlastegelegde, zodanig dat het tenlastegelegde, voor zover dat bewezen wordt, daaruit verklaard kan worden.

- De betrokkene ervaart nauwelijks innerlijke stabiliteit. Bij het ontbreken van structuur van buitenaf wordt hij gemakkelijk stuurloos, maar tegelijk eist hij zelfbepaling op. Dit leidde in toenemende mate tot conflicten met autoriteiten. Het tenlastegelegde, indien bewezen, is vooraleerst een autoriteitsconflict, maar liep sterk uit de hand onder invloed van de omstandigheden waarin de betrokkene zich bevond. De betrokkene was door zijn moeder verlaten. Van haar was hij altijd buitengewoon afhankelijk. Aan haar ontleende hij sturing en stabiliteit, terwijl zij geen eisen aan hem stelde en geen kritiek op hem had. Door de verlating voelt de betrokkene zich radeloos en angstig. Hij gaat zich in toenemende mate misdragen, onder meer onder invloed van cocaïne. Zijn gedrag vraagt om pedagogische correctie, maar hiertegen verzet hij zich. Hij doet dat ondoordacht, stuurloos en vanuit gevoelens die bijna met paniek te vergelijken zijn. Op grond van het oorzakelijke verband tussen betrokkenes gebrekkige ontwikkeling en het tenlastegelegde, voor zover dat bewezen wordt, is het te adviseren hem te beschouwen als verminderd toerekeningsvatbaar.

Gezien bovenstaande rapportage van de psycholoog is de rechtbank van oordeel dat de verminderde toerekeningsvatbaarheid bij verdachte bestond het moment van het plegen van alle bewezenverklaarde feiten.

Er is overigens geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid uitsluit. De verdachte is derhalve strafbaar.

De redengeving van de op te leggen straffen

Bij de bepaling van de op te leggen straffen is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Naar het oordeel van de rechtbank kan niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf welke een deels onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te vermelden duur met zich brengt. Daarbij is rekening gehouden met de ernst van het bewezenverklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, alsmede het belang van een juiste normhandhaving, en het advies van drs. Zwegers voornoemd.

De op te leggen straffen zijn -behalve op voormelde artikelen- gegrond op de artikelen 27, 57, 77a, 77g, 77h, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa en 77gg van het Wetboek van Strafrecht.

DE BESLISSINGEN:

De rechtbank

- verklaart niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte bij dagvaarding 03/008197-02 primair en bij dagvaarding 03/005692-02 onder 1 primair, 1 subsidiair, 1 meer subsidiair en 1 meest subsidiair is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

- verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het bij dagvaarding 03/008197-02 subsidiair, 2 bij dagvaarding 03/005692-02 en 03/050071-02 ten laste gelegde, zoals hiervoor is omschreven, heeft begaan;

- verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte bij dagvaarding 005692-02 en 03/050071-02 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

- verklaart dat het bewezenverklaarde de hiervoor vermelde strafbare feiten oplevert en dat de verdachte strafbaar is;

- veroordeelt de verdachte voor het hiervoor bewezenverklaarde tot een jeugddetentie voor de tijd van drie maanden;

- beveelt, dat van de opgelegde jeugddetentie een deel, groot een maand, niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de veroordeelde niet heeft nageleefd de voorwaarde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren niet schuldig te maken aan een strafbaar feit, dan wel de volgende bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

- stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen overeenkomstig de door de Jeugdreclassering, Bureau Jeugdzorg Limburg, gevestigd te 6461 EA Kerkrade aan de Kosterbeemden 45, te stellen richtlijnen zolang deze reclasseringsinstelling zulks gedurende de proeftijd nodig oordeelt, en dat de veroordeelde de aangevangen behandeling bij de psycholoog Van der Meulen voortzet zolang de jeugdreclassering dat nodig acht;

- geeft aan genoemde instelling de opdracht veroordeelde bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen;

- beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de aan veroordeelde opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

- legt op een taakstraf die zal bestaan uit een leerstraf, te weten het volgen van de cursus Sociale Vaardigheden, voor de duur van 20 uren;

- verstaat dat deze taakstraf moet zijn voltooid binnen een jaar nadat dit vonnis onherroepelijk is geworden;

- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, vervangende jeugddetentie voor de duur van 10 dagen zal worden toegepast;

- heft op de voorlopige hechtenis met ingang van heden.

Dit vonnis is aldus gewezen door mr. A.C.A. Schreinemakers, voorzitter, mr. A.M. Schutte en mr. R.H.J. Otto, rechters, in tegenwoordigheid van mr. G.L.M. van den Eshof, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 11 maart 2003.