Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2003:AF8387

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
07-05-2003
Datum publicatie
09-05-2003
Zaaknummer
70901 / HA ZA 01-1176
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Vonnis : 7 mei 2003

Zaaknummer : 70901 / HA ZA 01-1176

De rechtbank te Maastricht, enkelvoudige kamer, belast met de behandeling van burgerlijke zaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ESSENT NETWERK LIMBURG BV,

gevestigd te Landgraaf,

eiseres,

procureur mr. H.A.J. Stollenwerck;

tegen:

[De heer W.],

wonende te Hoensbroek,

gedaagde,

procureur mr. T. Boumans.

1. Het verdere verloop van de procedure

Ter uitvoering van het tussenvonnis van 8 januari 2003 heeft een comparitie van partijen plaatsgevonden. Van het verhandelde ter comparitie is proces-verbaal opgemaakt, dat zich bij de stukken bevindt.

Essent heeft daarna nog een akte genomen.

Partijen hebben wederom vonnis gevraagd op het rechtbankdossier.

De uitspraak van het vonnis is bepaald op heden.

2. Het geschil

2.1 De rechtbank heeft reeds vastgesteld dat Essent schade heeft geleden ten gevolge van stroomdiefstal vanuit een drietal panden die eigendom zijn van [Gedaagde], te weten [Adres].

2.2 Ter comparitie heeft Essent volhard in het standpunt dat [Gedaagde] aansprakelijk is voor deze schade op grond van onrechtmatige daad, omdat [Gedaagde] heeft gehandeld in strijd met hetgeen Essent in het maatschappelijk verkeer van hem mocht verwachten. [Gedaagde] heeft namelijk, volgens Essent, zijn zorgplicht als huiseigenaar geschonden door niet als een goed huisvader voor de meterkasten, die eigendom van Essent zijn en zich in de door [Gedaagde] verhuurde panden bevinden, te zorgen. In haar visie zijn de voorzieningen van Essent ook ten behoeve van [Gedaagde] als eigenaar aangelegd, aangezien [Gedaagde] zonder die voorzieningen geen delen van woningen kan verhuren. Daarom mag van [Gedaagde] worden verwacht dat hij er ten minste op toeziet dat er geen stroomdiefstal plaatsvindt vanuit zijn panden.

Omdat Essent grote financiele verliezen lijdt door op grote schaal voorkomende stroomdiefstal wenst zij een principiele uitspraak van de rechter omtrent de aansprakelijkheid van de huiseigenaar in wiens pand stroomdiefstal plaatsvindt.

3. De verdere beoordeling

3.1 Naar het oordeel van de rechtbank heeft -in zijn algemeenheid- een huurder een zelfstandige contractuele aansprakelijkheid ten opzichte van het energiebedrijf voor de afname van stroom en ligt de verantwoordelijkheid hiervoor niet bij de huiseigenaar. De contractanten hebben hierbij beiden een eigen zorg voor de meterkast, het energiebedrijf als eigenaar en de huurder als gebruiker.

In de relatie huiseigenaar- huurder is het uitgangspunt dat een huurder de vrije beschikking heeft over de gehuurde woning en behoudens uitzonderingen, geen plicht heeft om de eigenaar-verhuurder in de woning toe te laten.

Dat alles neemt niet weg dat er bijzondere omstandigheden kunnen zijn die voor de huiseigenaar een zorgplicht in het leven roepen, als er vanuit een door hem verhuurd pand stroomdiefstal plaatsvind. Dit kan het geval zijn als uit feitelijke omstandigheden blijkt dat aan de eigenaar-verhuurder op enigerlei wijze een verwijt is te maken. Bijvoorbeeld als deze het vermoeden heeft of zou moeten hebben dat zijn huurders niet zijn aangemeld bij een energiebedrijf, weet dat er illegaal stroom wordt afgetapt in door hem verhuurde panden of weet dat daar hennepplantages aanwezig zijn.

3.2 De rechtbank begrijpt dat Essent stelt dat [Gedaagde] wist of in ieder geval had moeten of kunnen weten dat er vanuit de panden [Adres] stroomdiefstal werd gepleegd aangezien hij als eigenaar van de panden de illegale stroomaftakkingen had moeten zien. Nu deze stelling door [Gedaagde] wordt betwist zal de rechtbank Essent -gelet op haar bewijsaanbod- toelaten tot het bewijs hiervan.

3.3 Ter comparitie is door [Gedaagde] meegedeeld dat de strafvervolging jegens hem op verdenking van overtreding van de Opiumwet door het Openbaar Ministerie is geseponeerd. [Gedaagde] heeft ook meegedeeld dat de betreffende panden ten tijde van de inval door de politie waren verhuurd c.q. in gebruik waren gegeven in ruil voor het uitvoeren van werkzaamheden.

De rechtbank is van oordeel dat de aldus ter comparitie gecompleteerde feiten de stelling van Essent, dat [Gedaagde] zelf de stroomdiefstal heeft gepleegd, niet kunnen dragen, wat reden vormt om deze stelling, die door [Gedaagde] wordt betwist, te verwerpen.

3.4 Aangezien Essent veel waarde hecht aan een principiƫle uitspraak van de rechter met betrekking tot de aansprakelijkheid van de huiseigenaar in wiens pand stroomdiefstal plaatsvindt, zal de rechtbank bepalen dat van dit vonnis hoger beroep zal kunnen worden ingesteld.

3.5 In afwachting van de bewijslevering houdt de rechtbank iedere verdere beslissing aan.

4. De uitspraak

De rechtbank:

laat Essent toe om door alle middelen rechtens, allereerst door middel van getuigen, te bewijzen dat [Gedaagde] als eigenaar wist of had moeten of kunnen weten dat er vanuit de panden [Adres] stroomdiefstal werd gepleegd;

bepaalt dat -voor zover Essent bewijs wenst te leveren door middel van het horen van getuigen- het getuigenverhoor zal worden gehouden in het gerechtsgebouw te Maastricht aan het St. Annadal 1 op een datum en tijdstip als door de rechtbank zal worden bepaald, nadat Essent bij akte heeft opgegeven of getuigen zullen worden voorgebracht, in dat geval onder opgave van het aantal en - zo mogelijk - de personalia van de getuigen;

verwijst de zaak naar de rol van 11 juni 2003 voor akte houdende opgave getuigen aan de zijde van Essent, alsmede voor akte houdende verhinderdata in de eerste vier maanden vanaf de datum van opgave aan de zijde van beide partijen;

bepaalt dat van dit vonnis hoger beroep kan worden ingesteld;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. Adelmeijer, vice-president, en ter openbare terechtzitting uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.

RvdV