Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2003:AF7751

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
23-04-2003
Datum publicatie
24-04-2003
Zaaknummer
78473 - HA ZA 02-925
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis : 23 april 2003

Zaaknummer : 78473 / HA ZA 02-925

De rechtbank Maastricht, meervoudige kamer, belast met de behandeling van burgerlijke zaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[W. ] B.V.,

gevestigd te Sittard, gemeente Sittard-Geleen,

eiseres,

procureur mr. R.W.E.J. Luijten,

advocaat mr. R.H.M. Wagemans;

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BEETHOVEN PARTICIPATIEMAATSCHAPPIJ B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

procureur mr. H.H.B. Lamers.

1. Het verloop van de procedure

Eiseres, ["W."], heeft gedaagde, hierna te noemen "Beethoven", bij exploot van 27 september 2002 gedagvaard voor deze rechtbank en gesteld en geconcludeerd als in die dagvaarding vermeld. Op de eerstdienende dag heeft [Eiseres] producties in het geding gebracht. Nadat de rolrechter bij beschikking van 17 oktober 2002 had vastgesteld dat de dagvaarding niet voldeed aan de daaraan in artikel 111 lid 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) gestelde eisen en [Eiseres] in de gelegenheid had gesteld de ontbrekende informatie te verschaffen, heeft [Eiseres] een akte genomen. Vervolgens heeft Beethoven geconcludeerd voor antwoord, zulks onder overlegging van producties.

Op de voet van artikel 131 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is een comparitie na antwoord gelast. Bij brief van 3 oktober 2002 zijn door [Eiseres] stukken overgelegd ten behoeve van de comparitie. Van het verhandelde ter comparitie is proces-verbaal opgemaakt, dat zich bij de stukken bevindt.

Ter comparitie heeft [Eiseres] vonnis gevraagd.

Vervolgens heeft [Eiseres] op 28 januari 2003 ter griffie een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. Sijmonsma, waarop de behandeling van de zaak is geschorst. De wrakingskamer van de rechtbank heeft het wrakingsverzoek bij beschikking van 20 februari 2003 afgewezen.

Ten slotte is de uitspraak van het vonnis nader bepaald op heden.

Een van de rechters ten overstaan van wie is gecompareerd wijst dit vonnis niet mee daar hij niet langer verbonden is aan deze rechtbank.

2. Het geschil

2.1 Tussen Beethoven (destijds geheten Wagner & Partners Beheer B.V.) als koper en [Eiseres] als verkoper is bij notariële akte van 28 december 1999 een koopovereenkomst gesloten met betrekking tot een kantoor met magazijn, een industrieterrein en een strook grond, gelegen aan de Bergerweg te Sittard. De overeengekomen koopprijs bedroeg

f 5.500.000,- en is door Beethoven bij het aangaan van de koopovereenkomst betaald. Ten gunste van Beethoven is een recht van hypotheek op het verkochte gevestigd.

2.2 De koopakte bevat onder meer de volgende bepalingen en bedingen:

ARTIKEL 1. NOTARIELE AKTE VAN LEVERING

De voor de overdracht vereiste akte van levering zal worden verleden ten overstaan van (...…) de notaris, op uiterlijk een januari twee duizend twee of zoveel eerder als de door het College van Burgemeester en Wethouders van de Gemeente Sittard af te geven bouwvergunning formele rechtskracht zal bezitten, danwel zoveel eerder of later als partijen nader zullen overeenkomen.

ARTIKEL 5. FEITELIJKE LEVERING, STAAT VAN HET VERKOCHTE

(...…)

5. Koper is voornemens het verkochte te gebruiken voor het (doen) oprichten van een aantal (kantoor)gebouwen binnen het bestemmingsplan casu quo op basis van artikel 19 WRO gewijzigd bestemmingsplan, conform de inzichten van de afdeling Stadsontwikkeling van de Gemeente Sittard en in overleg met deze, met als uitgangspunt de thans toegelaten bouwhoogten van achtentwintig respectievelijk vijfendertig, desgewenst in fasen te realiseren.

(...…)

ARTIKEL 14. INGEBREKESTELLING, VERZUIM, ONTBINDING EN BOETE

(…...)

2. Indien één van de partijen, na bij deurwaardersexploit in gebreke te zijn gesteld, gedurende acht dagen tekortschiet in de nakoming van één of meer van haar verplichtingen - daaronder begrepen het niet tijdig betalen van de waarborgsom of het niet tijdig doen stellen van een correcte bankgarantie - is deze partij in verzuim en heeft de wederpartij de al dan niet subsidiaire keus tussen:

a. uitvoering van de overeenkomst te verlangen, in welk geval de partij die in verzuim is na afloop van voormelde termijn van acht dagen voor elke sedertdien ingegane dag tot aan de dag van nakoming een onmiddellijk opeisbare boete verschuldigd is van drie promille van de koopprijs; of

b. de overeenkomst door een schriftelijke verklaring voor ontbonden te verklaren en betaling van een onmiddellijk opeisbare boete te vorderen van tien procent van de koopprijs.

(…...)

6. Het is voor de toepassing van dit artikel ter uitsluitende beoordeling van de notaris of de overeenkomst is nagekomen, of één van de partijen dan wel of beide partijen tekortschiet(en) dan wel tenslotte of hij, notaris zelve, niet kan beoordelen wie van beide partijen tekortschiet, een en ander met dien verstande dat partijen gedurende een maand nadat de notaris het vorenstaande schriftelijk heeft verklaard, het recht hebben zich voor beslechting van het geschil te wenden tot de bevoegde rechter.

(...…)

ARTIKEL 15. ONTBINDENDE VOORWAARDEN

1. Deze overeenkomst zal, mits met inachtneming van het navolgende, ontbonden (kunnen) worden: als koper niet uiterlijk voor een januari twee duizend een (rechtbank: jaartal door partijen bij latere akte gerectificeerd tot 2002) een bouwvergunning met formele rechtskracht heeft verkregen voor de in artikel 5 genoemde werken. Koper zal ter verkrijging van de vergunning al het hem mogelijke verrichten;

2. (...…)

3. Op vervulling van een in lid 1 gemelde voorwaarde kan slechts koper zich beroepen. Dit beroep moet geschieden door middel van een schriftelijke mededeling aan de notaris. Deze mededeling dient schriftelijk en gedocumenteerd uiterlijk op de eerste werkdag na de voor de desbetreffende voorwaarde in lid 1 genoemde datum in het bezit van de notaris te zijn.

4. Ingeval van ontbinding van deze overeenkomst op grond van het in lid 1 bepaalde zal over de terug te betalen koopsom een rente vergoed worden door verkoper aan koper van zes procent per jaar, te rekenen over de periode van betaling tot datum terugbetaling.

2.3 Beethoven heeft een door Stienstra Commercieel Vastgoed B.V. (hierna: Stienstra) opgesteld overzicht overgelegd van de namens Beethoven ondernomen acties om tot bouwvergunningverlening te komen. Daaruit volgt onder meer:

- dat Beethoven een architect opdracht heeft gegeven tot het maken van een ontwerp, waarbij werd uitgegaan van een bebouwingsmassa van ca. 20.000 m2;

- dat Beethoven en/of de architect op 25 mei 2000 en op 27 juni 2000 de planstudie met medewerkers van de gemeente Sittard-Geleen hebben besproken, waarbij de gemeente (aanvankelijk) te kennen gaf de planmassa's te groot te vinden en aangaf inpassing in een groter verband te wensen;

- dat tussen Beethoven en [Eiseres] op 12 januari 2001 en 13 maart 2001 overleg is gevoerd over de stand van zaken en het vervolgtraject;

- dat de gemeente op 28 maart 2001 opdracht heeft gegeven aan architectenbureau [Xx, Yy en Zz. ] tot het maken van een stedenbouwkundig plan, waarna op 5 april 2001, 28 mei 2001 en 23 augustus 2001 overleg heeft plaatsgevonden tussen vertegenwoordigers van Beethoven, genoemd architectenbureau en een medewerker van de gemeente.

2.4 Bij brief aan de gemeente van 4 oktober 2001 heeft Stienstra namens Beethoven onder meer het volgende geschreven:

"Reeds enige tijd zijn wij met Uw gemeente in overleg om te komen tot een optimale invulling van betreffende lokatie welke er o.a. toe heeft geleid dat in opdracht van Uw College door architectenbureau [Xx, Yy en Zz] een stedenbouwkundig plan is ontwikkeld. Dit plan zal als uitgangspunt gelden voor de invulling van de betreffende lokatie alsmede de directe omgeving. Op hoofdlijnen kunnen wij ons vinden in betreffende schetsen en hebben op 23 augustus 2001 een en ander met de heer [S. ] van Uw gemeente besproken. Het verslag van deze bespreking treft U hierbij aan. Enkele kleine stedenbouwkundige aanpassingen zullen nog aangebracht moeten worden waarna spoedig tot vaststelling overgegaan kan worden.

In vervolg op deze vaststelling wil onze opdrachtgever spoedig komen tot het aanvragen van bouwvergunning voor een tweetal kantoorgebouwen passend binnen de vormgegeven stedenbouwkundige structuur. Graag vernemen wij, ter voorbereiding hierop, welke (met name publiekrechtelijke en planologische) uitgangspunten voor Uw gemeente zullen gelden om tot een spoedige vergunning verlening te kunnen komen."

Bij schrijven van 14 december 2001 antwoordt de directeur Stadsontwikkeling van de gemeente Stienstra als volgt:

"In antwoord op Uw schrijven van 4 oktober j.l., bericht ik U het navolgende. Door architectenbureau [Xx, Yy en Zz. ] is een stedenbouwkundig ontwerp gemaakt voor het gebied aansluitend aan Kantoren Park Sittard. Over die invulling heeft overleg plaats gevonden met de stedenbouwkundige medewerkers van de gemeente. In grote lijnen heeft dit plan ook de ambtelijke instemming.

Het ontwerp zal thans worden voorgelegd aan de welstandscommissie teneinde ook van die zijde de instemming te verkrijgen. Aansluitend zal het ontwerp voorgelegd worden aan het gemeentebestuur. Indien ook het college van Burgemeester en wethouders kan instemmen met het ontwerp zullen de voorbereidingen worden getroffen om de officiële procedure te starten. Als belangrijkste gegeven in de voortgang van die procedure is de problematiek externe veiligheid in verband met de aanwezigheid van de spooremplacement. Een succesvolle afronding van de planologische procedure is mede afhankelijk van de oplossing van die problematiek. Ambtelijk zijn voorstellen gedaan die wellicht zicht geven op een oplossing op termijn. Naar verwachting zal de verplaatsing en dus de oplossing na circa 4 jaar zijn beslag krijgen. Garanties zijn hier echter niet voor te geven, inmiddels is evenwel gestart met de procedures (waaronder de start van de inspraak).

Met de invulling van de locatie [Eiseres], in opdracht van Wagner en Partners B.V., zou gestart kunnen worden als de uitgangspunten voor de stedenbouwkundige visie in acht worden genomen en ook overigens rekening wordt gehouden met de vorengenoemde belemmeringen."

2.5 Bij brief aan de notaris van 21 december 2001 heeft de raadsman van Beethoven namens Beethoven een beroep gedaan op de in artikel 15 lid 1 van de koopakte opgenomen ontbindende voorwaarde. Bij brief van diezelfde datum heeft Beethoven [Eiseres] in kennis gesteld van haar beroep op de ontbindende voorwaarde en heeft zij [Eiseres] verzocht om, onder meer, terugbetaling van de koopsom. [Eiseres] heeft aan dit verzoek geen gevolg gegeven.

2.6 Bij exploot van 12 juni 2002 heeft Beethoven [Eiseres] gedagvaard voor deze rechtbank teneinde een verklaring voor recht te verkrijgen dat de tussen partijen gesloten koopovereenkomst door haar beroep op de ontbindende voorwaarde ontbonden is, alsmede een veroordeling van [Eiseres] tot terugbetaling van de koopsom, vermeerderd met rente en een boete ter hoogte van 10% van de koopsom. In die zaak (zaaknummer 75897 / HA ZA 02-577) is eveneens heden uitspraak gedaan.

2.7 Nadat [Eiseres] in voornoemde zaak had geconcludeerd voor antwoord, heeft zij Beethoven bij deurwaardersexploot van 9 augustus 2002 gesommeerd om binnen acht dagen de notaris opdracht te geven op zo kort mogelijke termijn de akte van levering als bedoeld in de koopovereenkomst van 28 december 1999 te laten passeren. Beethoven heeft aan deze sommatie geen gevolg gegeven. Bij brief van 3 september 2002 heeft de notaris [Eiseres] bericht niet te kunnen beoordelen of Beethoven boete heeft verbeurd.

2.8 [Eiseres] stelt zich op het standpunt dat Beethoven gehouden is mee te werken aan de levering van de door Beethoven gekochte onroerende zaken. Volgens [Eiseres] is het beroep van Beethoven op de ontbindende voorwaarde onterecht en blijft dat beroep zonder gevolg. [Eiseres] stelt in dit verband onder meer dat Beethoven niet voldaan heeft aan de in artikel 15 lid 1 van de koopakte gestelde eis dat de koper ter verkrijging van de vergunning al het hem mogelijke zal verrichten.

2.9 [Eiseres] vordert op grond van het voorgaande dat de rechtbank, bij vonnis voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Beethoven zal veroordelen om:

a) binnen acht dagen na betekening van het deze veroordeling bevattend vonnis aan notaris mr. B.L.W.P. Versteeg ter standplaats Maastricht de onherroepelijke opdracht te geven op zo kort mogelijke termijn de hiervoor genoemde akte van levering als bedoeld in de koopovereenkomst van 28 december 1999, betrekking hebbend op de onder 1 van de dagvaarding genoemde onroerende zaken, te laten passeren, op straffe van een dwangsom van € 10.000,- voor iedere dag dat Beethoven in gebreke blijft aan deze veroordeling te voldoen;

b) aan [Eiseres] vanaf 17 augustus 2002 tot de dag dat de akte van levering zal zijn gepasseerd een boete te voldoen van € 7.487,37 (f 16.500,-) per dag, telkens vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag volgend op de dag waarop boete is verbeurd tot aan de dag der algehele voldoening;

met veroordeling van Beethoven in de kosten van het geding.

2.10 De vordering wordt door Beethoven weersproken. Samengevat en voorzover thans van belang stelt Beethoven dat zij op goede gronden een beroep op de ontbindende voorwaarde heeft gedaan. Subsidiair stelt zij dat de boete sterk dient te worden gematigd.

3. De beoordeling

3.1 De rechtbank stelt voorop dat onderdeel a. van de vordering van [Eiseres] naar de letter genomen slechts betrekking heeft op een deel van de bij de koopovereenkomst van 28 december 1999 verkochte onroerende zaken. Uit het debat van partijen leidt de rechtbank echter af dat de vordering van [Eiseres] aldus dient te worden verstaan, hetgeen de rechtbank bij de verdere beoordeling zal doen, dat deze op alle op pagina 2 van de koopakte onder a., b. en c. genoemde onroerende zaken betrekking heeft.

3.2 Kern van het geschil is, evenals in het tussen partijen onder zaaknummer 75897 / HA ZA 02-577 gevoerde geding, de vraag of Beethoven een beroep toekomt op de ontbindende voorwaarde neergelegd in artikel 15 lid 1 van de koopakte. Evenals in bedoeld geding, beantwoordt de rechtbank deze vraag ontkennend. Zij overweegt daartoe als volgt.

3.3 Tussen partijen staat vast dat Beethoven geen vergunning als in artikel 15 lid 1 van de koopakte bedoeld heeft verkregen. Partijen verschillen echter van mening over de vraag of gezegd kan worden dat Beethoven als koper "al het hem mogelijke" heeft verricht ter verkrijging van de vergunning, zoals datzelfde artikel haar voorschrijft.

3.4 Blijkens artikel 5 lid 5 van de koopakte zou het dienen te gaan om een vergunning voor "het (doen) oprichten van een aantal (kantoor)gebouwen binnen het bestemmingsplan casu quo op basis van artikel 19 WRO gewijzigd bestemmingsplan, conform de inzichten van de afdeling Stadsontwikkeling van de Gemeente Sittard en in overleg met deze, met als uitgangspunt de thans toegelaten bouwhoogten van achtentwintig respectievelijk vijfendertig, desgewenst in fasen te realiseren".

3.5 Waar Beethoven zich heeft verplicht al het haar mogelijke te verrichten om een vergunning te verkrijgen, kon naar het oordeel van de rechtbank minimaal van haar verlangd worden dat zij een vergunning aanvroeg. Zulks heeft zij naar tussen partijen vaststaat niet gedaan. Gelet daarop kan niet volgehouden worden dat Beethoven aan haar voor een beroep op de ontbindende voorwaarde vereiste inspanningsverplichting heeft voldaan. Dit zou anders kunnen zijn indien - ook voor [Eiseres] - evident was dat een vergunningaanvraag voor de in artikel 5 lid 5 bedoelde werken geen redelijke kans van slagen zou hebben. Mede gelet op de (volgens Beethoven: aanzienlijke) kosten die met een formeel ontvankelijke vergunningaanvraag gemoeid zouden zijn, zou in dat geval in redelijkheid niet van Beethoven gevergd kunnen worden dat zij tot het indienen van een vergunningaanvraag overging. Van een dergelijk geval is hier naar het oordeel van de rechtbank echter geen sprake. Uit hetgeen Beethoven heeft aangevoerd volgt niet dat zonneklaar was dat een tijdig ingediende aanvraag voor het haar voor ogen staande bouwplan niet tot vergunningverlening zou hebben kunnen leiden. Bovendien was blijkens artikel 5 lid 5 van de koopakte uitgangspunt dat Beethoven zich wat betreft haar bouwplan zou conformeren aan de inzichten van de afdeling Stadsontwikkeling van de gemeente. Gelet daarop kan al helemaal niet uitgesloten worden dat een tijdige aanvraag voor een binnen het geldende bestemmingsplan passend bouwplan, of in ieder geval een met de inzichten van de gemeente strokend bouwplan, tot vergunningverlening voor 1 januari 2002 zou hebben geleid. Dit geldt ook indien, zoals Beethoven stelt en [Eiseres] betwist, beide partijen ten tijde van het aangaan van de koopovereenkomst er van uit gingen dat Beethoven voor verwezenlijking van haar plannen een vrijstelling als bedoeld in artikel 19 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening behoefde. Anders dan Beethoven kennelijk doet, leest de rechtbank ook in de brief van de directeur Stadsontwikkeling van de gemeente van 14 december 2001 niet dat een vergunningaanvraag met zekerheid zou worden geweigerd. Uit die brief blijkt hoogstens van het bestaan van voetangels en klemmen.

3.6 Beethoven heeft onvoldoende gesteld om te kunnen aannemen dat sprake was van omstandigheden - of om Beethoven toe te laten tot het bewijs van dergelijke omstandigheden - op grond waarvan een andere betekenis aan de betreffende contractsbepalingen zou dienen te worden gehecht dan uit de bewoordingen daarvan voortvloeit.

3.7 Gelet op het voorgaande komt Beethoven naar het oordeel van de rechtbank geen beroep toe op de ontbindende voorwaarde. Dit brengt met zich dat Beethoven gebonden is aan de koopovereenkomst en dat de gevorderde veroordeling (verstaan als hiervoor sub 3.1 bedoeld) van Beethoven tot medewerking aan het transport, op straffe van een dwangsom van € 10.000,- per dag, tegen welke vordering [Eiseres] voor het overige geen verweer heeft gevoerd, toewijsbaar is. De dwangsom zal worden gemaximeerd tot € 500.000,-.

3.8 Mede bij gebreke van enig nader verweer staat met het voorgaande tussen partijen tevens vast dat Beethoven in gebreke is gebleven met haar verplichting tot medewerking aan de levering van de door haar gekochte zaken, dat ter zake sprake is van verzuim en dat Beethoven ingevolge artikel 14, lid 2 sub b van de koopakte na 17 augustus 2002 een onmiddellijk opeisbare boete aan [Eiseres] verschuldigd is van drie promille van de koopprijs, zijnde f 16.500,- (€ 7.487,37), per dag. Daar echter waar de procedure door aan [Eiseres] toe te rekenen omstandigheden met 14 dagen is vertraagd (zie de rolberschikking van 17 oktober 2002) en gedurende 24 dagen is geschorst (in verband met het wrakingsverzoek), is Beethoven over deze dagen geen boete verschuldigd. In dit verband merkt de rechtbank op dat de in artikel 14 lid 6 van de koopakte genoemde termijn van een maand er kennelijk toe strekt in geval van geschil over verbeurte van boete op korte termijn een rechterlijk oordeel te verkrijgen. Met die strekking strookt dat vertraging van de procedure waaraan een partij part noch deel heeft niet aan die partij kan worden tegengeworpen.

3.9 Thans zal de rechtbank Beethovens subsidiaire beroep op matiging van de bedongen boete bespreken.

3.10 Ingevolge artikel 6:94 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek kan de rechter een bedongen boete slechts matigen "indien de billijkheid dit klaarblijkelijk eist". Blijkens de wetsgeschiedenis en jurisprudentie zijn daarvoor de concrete omstandigheden van het geval van belang. De rechtbank is met Beethoven van oordeel dat de omstandigheden van het onderhavige geval nopen tot substantiële matiging van de bedongen boete. Daarbij neemt de rechtbank in het bijzonder de volgende omstandigheden in aanmerking:

a) Het boetebeding bevat in geval de wederpartij nakoming verlangt één bedrag (3 promille van de koopsom per dag) voor alle mogelijke tekortkomingen. Weliswaar is de verplichting van de koper tot medewerking aan de levering (afname) allerminst te beschouwen als een bijkomstigheid, maar daar staat tegenover dat Beethoven reeds bij de totstandkoming van de koopovereenkomst (28 december 1999) aan haar verplichting tot betaling van de koopsom heeft voldaan.

b) Beethoven heeft onweersproken gesteld dat [Eiseres] geen schade heeft geleden als gevolg van het niet-afnemen door Beethoven. Weliswaar heeft [Eiseres] ter comparitie gesteld dat schade dreigt omdat zij fiscaal dient af te rekenen als niet binnen zes jaar wordt geherinvesteerd, maar dat zij tot dusver geen schade is geleden heeft zij niet betwist. De bedongen boete is gelet daarop in verhouding tot de (afwezige) schade buitensporig.

c) De overeengekomen koopsom was voor [Eiseres] zeer gunstig, hetgeen de rechtbank afleidt uit de stelling van [Eiseres] dat Beethoven "in een flits - het tot stand komen van de koopovereenkomst nam maar een paar minuten in beslag - tegen Randstadprijzen een perceel [heeft] gekocht dat jammer genoeg voor haar toch echt in Sittard was gelegen" (al. 7 akte van 31 oktober 2002).

d) Eerst nadat Beethoven haar beroep op de ontbindende voorwaarde ter beoordeling aan de rechtbank had voorgelegd en ruim een half jaar na de overeengekomen transportdatum, heeft [Eiseres] Beethoven tot afname gesommeerd. De rechtbank ziet hierin een aanwijzing dat [Eiseres], in ieder geval aanvankelijk, geen groot belang hechtte aan spoedige afname door Beethoven.

3.11 Deze en alle overige omstandigheden van de zaak in aanmerking nemende oordeelt de rechtbank het geboden de bedongen boete te matigen en wel in die zin dat Beethoven aan [Eiseres] over de perioden vanaf 18 augustus 2002 tot 17 oktober 2002, vanaf 1 november 2002 tot 28 januari 2003 en vanaf 21 februari 2003 tot aan de dag van het passeren van de akte van levering een boete verschuldigd is van € 1.000, - per dag, en met dien verstande dat de boete maximaal € 500.000,- zal kunnen bedragen. De aldus gematigde boete zal worden toegewezen.

3.12 Beethoven zal als de overwegend in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het geding.

4. De uitspraak

De rechtbank:

veroordeelt Beethoven om binnen acht dagen na betekening van dit vonnis aan notaris mr. B.L.P. Versteeg ter standplaats Maastricht de onherroepelijke opdracht te geven op zo kort mogelijke termijn de akte van levering als bedoeld in de koopakte van 28 december 1999, betrekking hebbend op de in die akte omschreven onroerende zaken, te laten passeren, zulks op straffe van een dwangsom van € 10.000,- voor iedere dag dat Beethoven in gebreke blijft aan deze veroordeling te voldoen, met een maximum van € 500.000,-.;

veroordeelt Beethoven aan [Eiseres] een boete te voldoen van € 1.000,- per dag over de perioden vanaf 18 augustus 2002 tot 17 oktober 2002, vanaf 1 november 2002 tot 28 januari 2003 en vanaf 21 februari 2003 tot aan de dag van het passeren van de akte van levering, met dien verstande dat de boete maximaal € 500.000,- zal kunnen bedragen;

veroordeelt Beethoven in de kosten van dit geding, aan de zijde van [Eiseres] begroot op € 65,18 aan kosten dagvaarding, € 193,- aan griffierecht en € 3.448,- voor salaris procureur;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mrs. Sijmonsma, vice-president, De Kort, rechter, en Goessen, rechter-plaatsvervanger, en ter openbare terechtzitting van 23 april 2003 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.