Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2003:AF7472

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
15-04-2003
Datum publicatie
01-12-2003
Zaaknummer
AWB 03/296 WOB E V
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Nu ingevolge het bepaalde in artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb, voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep met een besluit wordt gelijkgesteld het niet tijdig nemen van een besluit, dient het hiertegen gerichte beroep derhalve (kennelijk) gegrond te worden geacht en komt het besluit als bedoeld in voornoemde bepaling voor vernietiging in aanmerking.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Reg.nr: AWB 03/296 WOB E V

UITSPRAAK van de enkelvoudige kamer voor bestuursrechtelijke zaken in het geding tussen

[eiser], wonende te [woonplaats], eiser,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Sittard-Geleen, verweerder.

Datum bestreden besluit: ---.

Kenmerk: besluit als bedoeld in artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Algemene wet bestuursrecht.

I. Overwegingen.

Bij schrijven van 16 juli 2002 heeft eiser verweerder op grond van de Wet openbaarheid van bestuur verzocht hem afschriften te doen toekomen uit het bijstandsdossier van zijn voormalige echtgenote, mevrouw [ex-echtgenote], wonende te [plaats].

Op 23 september 2002 is namens eiser bezwaar gemaakt tegen het niet tijdig nemen van een besluit.

Bij schrijven van 5 februari 2003 is namens eiser bij deze rechtbank beroep ingesteld tegen het uitblijven van een beslissing op bezwaar.

Ter zake van dit beroep heeft verweerder op 31 maart 2003 een verweerschrift ingezonden. Hierbij is medegedeeld dat zich in het dossier van eiser geen stukken bevinden die betrekking hebben op het niet tijdig nemen van het besluit.

Het verweerschrift is in afschrift aan de gemachtigde van eiser gezonden.

Met betrekking tot dit beroep overweegt de rechtbank als volgt.

In artikel 7:10, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat een bestuursorgaan binnen zes weken of -indien een adviescommissie als bedoeld in artikel 7:13 van de Awb is ingesteld- binnen tien weken na ontvangst van een bezwaarschrift dient te beslissen. In gevolge het derde lid van dit artikel kan het bestuursorgaan de beslissing voor ten hoogste vier weken verdagen, van welke verdaging schriftelijk mededeling wordt gedaan. Verder uitstel van de beslistermijn is op grond van het vierde lid van dit artikel mogelijk voorzover de indiener van het bezwaarschrift daarmee instemt.

Blijkens de stukken is het bezwaarschrift van eiser op 26 september 2002 bij verweerders gemeente ingekomen. In aanmerking genomen dat ter zake van de behandeling van dit bezwaarschrift (kennelijk) een adviescommissie als bedoeld in artikel 7:13 van de Awb is ingesteld en verweerder geen verdagingsbeslissing als bedoeld in artikel 7:10, derde lid, van de Awb heeft genomen, had verweerder uiterlijk op 5 december 2002 een beslissing op bezwaar dienen te nemen. Nu verweerder dit heeft nagelaten volgt uit het bovenstaande dat verweerder niet tijdig op dit bezwaarschrift heeft beslist, hetgeen overigens van de zijde van verweerder ook niet is bestreden. Nu ingevolge het bepaalde in artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb, voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep met een besluit wordt gelijkgesteld het niet tijdig nemen van een besluit, dient het hiertegen gerichte beroep derhalve (kennelijk) gegrond te worden geacht en komt het besluit als bedoeld in voornoemde bepaling voor vernietiging in aanmerking.

De rechtbank acht voorts termen aanwezig om verweerder overeenkomstig het bepaalde in artikel 8:75 van de Awb te veroordelen in de door eiser in verband met deze zaak redelijkerwijs gemaakte proceskosten. Deze kosten zijn op de voet van de normen van het Besluit proceskosten bestuursrecht vastgesteld op het in rubriek II vermelde bedrag, waarbij voor de in aanmerking te brengen proceshandelingen van de gemachtigde van eiser één punt is toegekend (voor het indienen van het beroepschrift) en het gewicht van de zaak is bepaald op zeer licht (wegingsfactor 0,25).

De rechtbank wijst het verzoek van eiser om vergoeding van de kosten van rechtsbijstand in de bestuurlijke voorprocedure af. Hiertoe is overwogen dat ingevolge artikel 7:15, derde lid, van de Awb op een dergelijk verzoek wordt beslist door het bestuursorgaan bij de beslissing op het bezwaar. Nu verweerder alsnog gehouden is tot het nemen van een inhoudelijke beslissing, dient het verzoek hierbij te worden meegenomen en kan dit in de onderhavige procedure niet aan de orde komen.

Mitsdien wordt onder toepassing van artikel 8:54 van de Awb en mede gelet op de artikelen 8:70, 8:72 en 8:74 van de Awb beslist als aangegeven in rubriek II.

II. Beslissing.

De rechtbank te Maastricht:

I. verklaart het beroep gegrond en vernietigt het besluit als bedoeld in artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb;

II. draagt verweerder op om binnen vier weken na de datum van verzending van deze uitspraak te beslissen op het namens eiser ingediende bezwaarschrift;

III. veroordeelt verweerder tot vergoeding van de kosten van de onderhavige procedure bij de rechtbank, aan de zijde van eiser begroot op € 80,55 (zijnde de kosten van rechtsbijstand), te vergoeden door de gemeente Sittard-Geleen aan eiser;

IV. bepaalt dat voormelde rechtspersoon aan eiser het door deze voor de onderhavige procedure gestorte griffierecht (ad € 116,00) volledig vergoedt.

Aldus gedaan door mr. J.N.F. Sleddens in tegenwoordigheid van mr. I.H.J. van Neer als griffier en in het openbaar uitgesproken op 15 april 2003 door mr. Sleddens voornoemd in tegenwoordigheid van voornoemde griffier.

w.g. I. van Neer w.g. J. Sleddens

Voor eensluidend afschrift:

de wnd. griffier:

verzonden op: 15 april 2003

Voor belanghebbenden en het bestuursorgaan staat tegen deze uitspraak het rechtsmiddel van verzet open bij de rechtbank te Maastricht.

De termijn voor het doen van verzet bedraagt zes weken na de datum van verzending van deze uitspraak.

Bij de indiening van het verzetschrift kan de indiener vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.