Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2003:AF6688

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
24-03-2003
Datum publicatie
01-04-2003
Zaaknummer
81795 - KG ZA 03-59
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Schuldsaneringsregeling staat niet in de weg aan ontruiming van de huurwoning.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
KG 2003, 109
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK TE MAASTRICHT

Zaaknummer: 81795 / KG ZA 03-59

Datum uitspraak: 24 maart 2003

VONNIS IN HET KORT GEDING VAN:

1. [Mevrouw L. ],

en,

2. [De heer T. ],

beide wonende te Maastricht,

eisers bij exploot van dagvaarding in kort geding d.d. 5 maart 2003,

procureur: mr. M.A.W. Graus,

tegen:

De stichting STICHTING WOONPUNT,

gevestigd en kantoorhoudende te Maastricht,

gedaagde,

gemachtigde: mr. M.M.J. Haenen.

1. Het verloop van de procedure

1.1 [Eisers] hebben gedaagde (hierna te noemen:

"Woonpunt") gedagvaard in kort geding en op de dienende dag, 10 maart 2003, gesteld en gevorderd overeenkomstig de inhoud van die dagvaarding. [Eisers] hebben vervolgens hun vordering nader doen toelichten, zulks onder verwijzing naar op voorhand toegezonden producties.

1.2 Woonpunt heeft hiertegen verweer gevoerd.

1.3 Partijen hebben vervolgens op elkaars stellingen gereageerd.

1.4 Ten slotte is op verzoek van partijen de uitspraak van het vonnis bepaald op heden.

2. Het geschil

2.1 Bij vonnis van deze rechtbank, sector kanton, van 3 april 2002 is de huurovereenkomst tussen partijen ontbonden en zijn [Eisers] veroordeeld om binnen 4 weken na betekening van dit vonnis de woning aan [het adres] te ontruimen en te verlaten. [Eisers] zijn tevens veroordeeld tot betaling van een bedrag ad €Euro 2.581,04.

Dit vonnis is op 15 april 2002 aan [Eisers] betekend.

Op 14 oktober 2002 is door Woonpunt vervolgens de ontruiming aangezegd per 11 november 2002, waaraan [Eisers] geen gehoor hebben gegeven.

2.2 [Eisers] hebben Woonpunt vervolgens op 6 november 2002 voor deze rechtbank gedagvaard in kort geding. Zij hebben in dit geding de voorzieningenrechter verzocht een executieverbod van het vonnis d.d. 3 april 2002 uit te spreken.

Ter terechtzitting d.d. 8 november 2002 hebben partijen een regeling getroffen, inhoudende dat:

- [Eisers] uiterlijk 22 november 2002 in mindering op hun huurschuld een bedrag ad Euro€ 1.500,-- aan Woonpunt

betalen;

- [Eisers] met ingang van heden de huur ad € 243,45 per maand stipt zullen voldoen;

- Uitsluitend indien [Eisers] uitvoering geven aan bovenvermelde afspraken, Woonpunt zal afzien van ontruiming.

De voorzieningenrechter heeft de zaak desverzocht aangehouden, zulks in afwachting van berichtgeving van de meest

gerede partij.

2.3 Bij schrijven d.d. 31 december 2002 aan de voorzieningenrechter van deze rechtbank deelt Woonpunt mede dat [Eisers] de afspraken als overeengekomen op 8 november 2002 niet nakomen en verzoekt zij om afwijzing van de vordering van [Eisers]

2.4 Bij schrijven d.d. 9 januari 2003 aan de voorzieningenrechter van deze rechtbank delen [Eisers] mede dat zij het bedrag ad €Euro 1.500,-- niet hebben betaald omdat zij dit geld van hun oma zouden krijgen, hetgeen niet is gebeurd. Zij delen tevens in dit schrijven mede de helft van de huur van de maand december 2002 te hebben voldaan. Verder delen zij in dit schrijven mede dat de definitieve toepassing van de WSNP op 28 november 2002 is uitgesproken door deze rechtbank en dat nadat door hun bewindvoerder een rekening op hun naam is geopenend, de huur maandelijks tijdig betaald zal worden.

2.5 Bij fax gericht aan de voorzieningenrechter d.d. 14 januari 2003 heeft Woonpunt haar verzoek van 31 december 2002 om vonnis te wijzen herhaald, waarna de voorzieningenrechter van deze rechtbank bij vonnis d.d. 15 januari 2003 de door [Eisers] gevorderde voorzieningen heeft geweigerd.

2.6 Woonpunt heeft bij schrijven d.d. 14 februari 2003 [Eisers] aangezegd de woning aan [het adres] uiterlijk 14 maart 2003 te ontruimen.

2.7 [Eisers] stellen kort gezegd dat er sprake is van gewijzigde omstandigheden omdat de rechtbank Maastricht op 28 november 2002 de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling heeft uitgesproken, en hebben daarom in dit geding gevorderd, voorzover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. Woonpunt te verbieden tot executie van het te haren gunste gewezen vonnis van de rechtbank Maastricht, sector kanton, d.d. 3 april 2002 over te gaan, althans zodanige executie te verbieden, totdat op het verzoek tot schuldsanering zal zijn beslist, zulks op verbeurte van een dwangsom ad €Euro 50.000,-- voor het geval Woonpunt na betekening van het in dezen te wijzen vonnis is strijd met dit vonnis handelt;

II. Woonpunt te veroordelen in de kosten van deze procedure.

2.8 Woonpunt heeft gemotiveerd verweer gevoerd.

3. De beoordeling

3.1 De aard van de onderhavige zaak brengt voldoende spoedeisend belang met zich mee.

3.2 De voorzieningenrechter stelt voorop dat als uitgangspunt dient dat Woonpunt, die met het uitvoerbaar bij voorraad verklaarde vonnis van deze rechtbank sector kanton van 3 april 2002 over een executoriale titel beschikt, in beginsel bevoegd is van die titel gebruik te maken en [Eisers] mitsdien tot ontruimen kan dwingen.

Op dit uitgangspunt kan slechts dán een uitzondering worden aanvaard, indien moet worden aangenomen dat [Eisers] misbruik van hun bevoegdheid maken. Sedert het arrest van de Hoge Raad van 22-4-1983 (NJ 1984, 145) is het vaste jurisprudentie dat van misbruik van bevoegdheid bij het ten uitvoer leggen van een executoriale titel sprake is, wanneer het te executeren vonnis klaarblijkelijk op een juridische of feitelijke misslag berust of indien de ontruiming op grond van na dit vonnis voorgevallen of aan het licht gekomen feiten klaarblijkelijk aan de zijde van de geëxecuteerde een noodtoestand zal doen ontstaan, welke aan een onverwijlde tenuitvoerlegging in de weg staat.

3.3.1 Dat het gewraakte verstekvonnis op een juridische of feitelijke misslag berust hebben [Eisers] niet betoogd. Daarvan is naar het oordeel van de voorzieningenrechter ook geen sprake.

3.3.2 [Eisers] stellen ter staving van hun vordering dat er sprake is van gewijzigde omstandigheden. Zij voeren hiertoe aan dat door deze rechtbank op 28 november 2002 de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling is uitgesproken.

Zij stellen dat het ná het uitspreken van deze schuldsaneringsregeling voor hen niet meer mogelijk is geweest het afgesproken bedrag ad €Euro 1.500,-- te betalen. Tenuitvoerlegging van het ontruimingsvonnis zou gezien deze na dit vonnis ontstane situatie onaanvaardbaar zijn althans in strijd met de redelijkheid en billijkheid.

3.3.3 De voorzieningenrechter stelt voorop dat de door [Eisers] gestelde onmogelijkheid van betaling van het bedrag ad € Euro 1.500,-- na het uitspreken van de schuldsaneringsregeling op 28 november 2002 geen gewijzigde omstandigheid -als vermeld in overweging 3.2- vormt die hen ontslaat van hun verplichtingen jegens Woonpunt. Hierbij acht de voorzieningenrechter mede van belang dat deze schuldsaneringsregeling door [Eisers] zelf is aangevraagd.

De voorzieningenrechter is gezien het vorenstaande van oordeel dat er geen sprake is van na het ontruimingsvonnis van

3 april 2002 ontstane omstandigheden die aan de executie van dit vonnis in de weg staan.

3.4.1 [Eisers] stellen tenslotte dat zij reeds in december 2002 een bedrag ad €Euro 366,--, in januari 2003 een bedrag ad € Euro 400,-- en in februari 2003 een bedrag ad €Euro 200,-- hebben betaald. Zij stellen dat het onaanvaardbaar zou zijn als Woonpunt de executie zou voortzetten, terwijl zij de lopende huurtermijnen hebben voldaan.

3.4.2 Woonpunt stelt hiertegenover dat zij sinds december 2002 geen huurbetalingen van [Eisers] heeft ontvangen. Zij stelt tevens dat [Eisers] vanaf december 2002 geen huursubsidie meer ontvangen en dat de huurachterstand thans is opgelopen tot een bedrag van Euro€ 5.000,--.

3.4.3 De voorzieningenrechter is van oordeel dat in het kader van dit kort geding niet aannemelijk is geworden dat [Eisers] de door Woonpunt betwiste huurbetalingen vanaf december 2002 hebben gedaan nu zij, tegenover de uitdrukkelijke betwisting van Woonpunt die betalingen te hebben ontvangen, geen betalingsbewijzen hebben overgelegd.

Hierbij acht de voorzieningenrechter tevens van belang dat partijen het erover eens zijn dat er een flinke huurschuld is die sinds het ontruimingsvonnis d.d. 3 april 2002 aanmerkelijk is toegenomen, mogelijk mede ten gevolge van het feit dat de huursubsidie van [Eisers] in december 2002 is ingetrokken waardoor de maandelijkse huurlasten voor [Eisers] nog hoger zijn geworden.

3.5 De onderhavige vordering is naar het oordeel van de voorzieningenrechter gezien het in 3.3.3. en 3.4.3 overwogene niet voor toewijzing vatbaar.

Partijen hebben ter zitting afgesproken dat Woonpunt, nu eisers nog niet over vervangende woonruimte beschikken, pas per 1 april 2003 de ontruiming jegens [Eisers] zal aanzeggen om hen in de gelegenheid te stellen in vervangende woonruimte te voorzien.

3.6 Als door partijen ter zitting overeengekomen worden de kosten van dit kort geding gecompenseerd, aldus dat ieder der partijen de eigen kosten draagt.

4. De beslissing

De voorzieningenrechter van de rechtbank te Maastricht:

RECHT DOENDE in kort geding:

Weigert de gevraagde voorzieningen;

Compenseert de kosten van het geding aldus, dat ieder der partijen de eigen kosten draagt.

Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gewezen door mr. A.M. Adelmeijer, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting in het bijzijn van de griffier.

BC