Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2003:AF4134

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
23-01-2003
Datum publicatie
07-02-2003
Zaaknummer
03-008296-02
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 03/008296-02

Datum uitspraak: 23 januari 2003

RECHTBANK MAASTRICHT

VONNIS

op tegenspraak gewezen door de meervoudige kamer voor strafzaken in de zaak tegen

[naam verdachte],

geboren te [geboortedatum/plaats],

wonende te [woonplaats/adres],

thans gedetineerd in het Huis van Bewaring "Roermond" te Roermond.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 9 januari 2003.

De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 4 april 2002 te Sittard, gemeente Sittard-Geleen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht in en/of aan een personenauto (Mazda 323, [kenteken])), immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) toen aldaar opzettelijk een ruit van die personenauto ingeslagen en/of een brandbare vloeistof in die auto gegoten althans gesprenkeld, in elk geval een (potje met een) hoeveelheid brandbare vloeistof in die auto gebracht/gezet en/of (vervolgens) een brandend stuk papier en/of vuur van (een) brandende lucifer(s), in elk geval open vuur in aanraking gebracht met die brandbare vloeistof en/of (vervolgens) het interieur van die personenauto in brand gestoken, in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met het interieur van die personenauto, althans met (een) brandbare stof(fen), ten gevolge waarvan die personenauto geheel of gedeeltelijk is/zijn uitgebrand of verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor andere aldaar geparkeerde auto's en/of de woningen in de directe omgeving van die personenauto, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de zich in de directe omgeving gelegen woningen bevindende personen, in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen te duchten was;

Subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

[medeverdachte] op of omstreeks 4 april 2002 te Sittard, gemeente Sittard-Geleen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht in en/of aan een personenauto (Mazda 323, [kenteken])), immers heeft/hebben die [medeverdachte] en/of (een of meer van) zijn mededader(s) toen aldaar opzettelijk een ruit van die personenauto ingeslagen en/of een brandbare vloeistof in die auto gegoten althans gesprenkeld, in elk geval een (potje met een) hoeveelheid brandbare vloeistof in die auto gebracht/gezet en/of (vervolgens) een brandend stuk papier en/of vuur van (een) brandende lucifer(s), in elk geval open vuur in aanraking gebracht met die brandbare vloeistof en/of (vervolgens) het interieur van die personenauto in brand gestoken, in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met het interieur van die personenauto, althans met (een) brandbare stof(fen), ten gevolge waarvan die personenauto geheel of gedeeltelijk is/zijn uitgebrand of verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor andere aldaar geparkeerde auto's en/of de woningen in de directe omgeving van die personenauto, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de zich in de directe omgeving gelegen woningen bevindende personen, in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen te duchten was,- welk strafbaar feit hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 1 januari 2002 tot en met 4 april 2002 in de gemeente Sittard-Geleen, althans in het arrondissement Maastricht, opzettelijk heeft uitgelokt door misbruik van gezag en/of door het verschaffen van gelegenheid, middelen en/of inlichtingen,althans,- tot en/of bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 1 januari 2002 tot en met 4 april 2002 in de gemeente Sittard-Geleen, althans in het arrondissement Maastricht opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest,- hebbende hij, verdachte, die [medeverdachte], terwijl die bij hem, verdachte, in de woning verbleef en/of tijdelijk mocht verblijven, gezegd en/of opgedragen dat hij auto's in de woonbuurt van hem, verdachte, (Aan Hiemstenrade) in brand moest steken en/of gezegd en/of uitgelegd en/of verteld hoe hij, [medeverdachte], brand in en/of aan een auto kon stichten en/of die [medeverdachte] een potje met wasbenzine, althans met brandbare stof, gegeven/verschaft en/of die [medeverdachte], tijdens en na het plegen van dat feit/misdrijf opgewacht in zijn, verdachtes, woning en hem via de achterzijde weer de woning laten binnengaan;

2.

hij op of omstreeks 12 april 2002 te Sittard, gemeente Sittard-Geleen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht in een woning, ([adres]), immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) toen aldaar opzettelijk een brandende (zogenaamde) molotovcocktail, in elk geval een met motorbenzine, althans met een brandbare stof gevulde fles met daarin een brandende lap/doek, door een ruit van de voordeur van die woning naar binnengegooid, in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met het interieur en/of de stoffering van de hal van die woning, althans met (een) brandbare stof(fen), ten gevolge waarvan het interieur van de hal en/of de hal van die woning geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die woning en/of voor de inventaris van die woning en/of voor de belendende percelen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de in die woning en/of in de belendende percelen aanwezige personen, in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen te duchten was;

Subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

[medeverdachte] op of omstreeks 12 april 2002 te Sittard, gemeente Sittard-Geleen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht in een woning, ([adres]), immers heeft/hebben die [medeverdachte] en/of (een of meer van) zijn mededader(s) toen aldaar opzettelijk een brandende (zogenaamde) molotovcocktail, in elk geval een met motorbenzine, althans met een brandbare stof gevulde fles met daarin een brandende lap/doek, door een ruit van de voordeur van die woning naar binnengegooid, in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met het interieur en/of de stoffering van de hal van die woning, althans met (een) brandbare stof(fen), ten gevolge waarvan het interieur van de hal en/of de hal van die woning geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die woning en/of voor de inventaris van die woning en/of voor de belendende percelen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de in die woning en/of in de belendende percelen aanwezige personen, in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen te duchten was,- welk strafbaar feit hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 1 januari 2002 tot en met 12 april 2002 in de gemeente Sittard-Geleen, althans in het arrondissement Maastricht, opzettelijk heeft uitgelokt door misbruik van gezag en/of door het verschaffen van gelegenheid, middelen en/of inlichtingen,althans,- tot en/of bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 1 januari 2002 tot en met 12 april 2002 in de gemeente Sittard-Geleen, althans in het arrondissement Maastricht opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest,- hebbende hij, verdachte, die [medeverdachte], terwijl die bij hem, verdachte, in de woning verbleef en/of tijdelijk mocht verblijven, gezegd en/of opgedragen dat hij auto's in de woonbuurt van hem, verdachte, (Aan Hiemstenrade) in brand moest steken en/of dat hij iets naar binnen moest gooien bij de woning [adres] en/of gezegd en/of uitgelegd en/of verteld hoe hij, [medeverdachte], brand kon stichten en/of samen met die [medeverdachte], althans in bijzijn van die [medeverdachte], een brandbom gemaakt, door een fles te vullen met motorbenzine, althans met een brandbare vloeistof en/of die [medeverdachte], tijdens en na het plegen van dat feit/misdrijf opgewacht in zijn, verdachtes, woning en hem via de achterzijde weer de woning laten binnengaan;

3.

hij in of omstreeks de periode van 23 tot en met 24 april 2002 te Sittard, gemeente Sittard-Geleen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk een tuinhuisje behorende bij perceel [adres], in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt door dat tuinhuisje in brand te steken, in elk geval door aan dat tuinhuisje brand te stichten;

4.

hij op of omstreeks 5 juni 2002 te Geleen, in elk geval in de gemeente Sittard-Geleen, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht in en/of aan een personenauto (Citroen ZX, [kenteken]), immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader toen aldaar opzettelijk een ruit van die personenauto ingeslagen en/of (vervolgens) een (potje met) brandbare vloeistof in die auto gebracht/gezet en/of in die auto gesprenkeld/omgegooid en/of (vervolgens) een krant aangestoken en/of deze (inmiddels brandende) krant op voornoemd(e) (potje met) brandbare vloeistof gelegd, in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met die brandbare vloeistof en/of met (het besprenkelde interieur van) die personenauto, althans met (een) brandbare stof(fen), ten gevolge waarvan die personenauto geheel of gedeeltelijk is verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die personenauto en/of voor in de directe omgeving van die personenauto geparkeerde personenauto's, in elk geval gemeen gevaar voor goederen, te duchten was;

5.

hij op of omstreeks 15 juni 2002 te Sittard, gemeente Sittard-Geleen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht in een woning ([adres]), immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) toen aldaar opzettelijk een brandende (zogenaamde) molotovcocktail, in elk geval een met motorbenzine, althans met een brandbare stof gevulde fles met daarin een brandende lap/doek, door een ruit van de voordeur van die woning naar binnen gegooid, in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met het interieur en/of de stoffering van de hal van die woning en/of van een openstaande deur in die woning, althans met (een) brandbare stof(fen), ten gevolge waarvan het interieur van die hal en/of de hal van die woning geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan en/of vuur is terechtgekomen in de hal van die woning, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die woning en/of voor de inventaris van die woning en/of voor de belendende percelen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de in die woning en/of de belendende percelen aanwezige personen, in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen te duchten was;

Subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

[medeverdachte] op of omstreeks 15 juni 2002 te Sittard, gemeente Sittard-Geleen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht in een woning ([adres]), immers heeft/hebben die [medeverdachte] en/of (een of meer van) zijn mededader(s) toen aldaar opzettelijk een brandende (zogenaamde) molotovcocktail, in elk geval een met motorbenzine, althans met een brandbare stof gevulde fles met daarin een brandende lap/doek, door een ruit van de voordeur van die woning naar binnen gegooid, in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met het interieur en/of de stoffering van de hal van die woning en/of van een openstaande deur in die woning, althans met (een) brandbare stof(fen), ten gevolge waarvan het interieur van die hal en/of de hal van die woning geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan en/of vuur is terechtgekomen in de hal van die woning, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die woning en/of voor de inventaris van die woning en/of voor de belendende percelen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de in die woning en/of de belendende percelen aanwezige personen, in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen te duchten was,- welk strafbaar feit hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 1 januari 2002 tot en met 15 juni 2002 in de gemeente Sittard-Geleen, althans in het arrondissement Maastricht, opzettelijk heeft uitgelokt door misbruik van gezag en/of door het verschaffen van gelegenheid, middelen en/of inlichtingen,althans,- tot en/of bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 1 januari 2002 tot en met 15 juni 2002 in de gemeente Sittard-Geleen, althans in het arrondissement Maastricht opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest,- hebbende hij, verdachte, die [medeverdachte], terwijl die bij hem, verdachte, in de woning verbleef en/of tijdelijk mocht verblijven, gezegd en/of opgedragen dat hij auto's in de woonbuurt van hem, verdachte, (Aan Hiemstenrade) in brand moest steken en/of die [medeverdachte] gezegd/medegedeeld dat hij, verdachte, van de politie had vernomen dat zijn, verdachtes, buren, een tip hadden gegeven over een hennepplantage die hij, verdachte, in zijn woning zou hebben staan en/of die [medeverdachte] gevraagd en/of opgedragen om (daarom) bij die buren van huisnummer 7 een brandbom naar binnen te gooien en/of gezegd en/of uitgelegd en/of verteld hoe hij, [medeverdachte], brand kon stichten en/of samen met die [medeverdachte], althans in bijzijn van die [medeverdachte], een brandbom gemaakt, door een fles te vullen met spiritus/motorbenzine, althans met een brandbare vloeistof;

6.

hij op of omstreeks 25 juni 2002 te Sittard, gemeente Sittard-Geleen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht aan 25, in elk geval een of meer coniferen en/of een aantal tuinplanten, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) toen aldaar opzettelijk die coniferen en/of die tuinplanten in brand gestoken, in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met die coniferen en/of die tuinplanten, althans met (een) brandbare stof(fen), ten gevolge waarvan die coniferen en/of die tuinplanten geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die coniferen en/of die tuinplanten en/of andere vegetatie en/of goederen in de directe omgeving en/of een of meer woningen, gelegen aan de Kribslaan, in elk geval gemeen gevaar voor goederen, te duchten was;

7.

hij op of omstreeks 2 juli 2002 te Sittard, gemeente Sittard-Geleen, opzettelijk en wederrechtelijk een auto (Volvo, [kenteken]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt (door brandstichting);

8.

hij op of omstreeks 11 juli 2002 te Sittard, gemeente Sittard-Geleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer 3], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [slachtoffer 3] meermalen althans eenmaal met kracht heeft geslagen en/of geschopt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij op of omstreeks 11 juli 2002 te Sittard, gemeente Sittard-Geleen, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer 3]), meermalen, althans eenmaal, heeft geslagen en/of gestompt en/of geschopt en/of getrapt, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

9.

hij op of omstreeks 8 september 2001 in de gemeente Heerlen opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer 4]), een kopstoot heeft gegeven, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

Verbeterde schrijffout

Tengevolge van een kennelijke schrijffout staat in de dagvaarding in regel 12 van het ten laste gelegde onder 6 vermeld "Kribsweg" in plaats van "Kribslaan".

De rechtbank herstelt deze fout, aangezien dit mogelijk is zonder dat de verdachte daardoor in zijn verdediging wordt geschaad.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2 primair, 3, 4, 5 primair, 6, 7, 8 primair, en 9 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat

1 primair.

hij op 4 april 2002 te Sittard, gemeente Sittard-Geleen, tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk brand heeft gesticht in een personenauto (Mazda 323, [kenteken]), immers hebben verdachte en zijn mededader toen aldaar opzettelijk een ruit van die personenauto ingeslagen en een potje met een hoeveelheid brandbare vloeistof in die auto gezet en vervolgens een brandend stuk papier in aanraking gebracht met die brandbare vloeistof, ten gevolge waarvan die personenauto geheel is uitgebrand, terwijl daarvan gemeen gevaar voor een andere aldaar geparkeerde auto te duchten was;

2 primair.

hij op 12 april 2002 te Sittard, gemeente Sittard-Geleen, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk brand heeft gesticht in een woning, [adres], immers hebben verdachte en zijn mededader toen aldaar opzettelijk een brandende zogenaamde molotovcocktail door een ruit van de voordeur van die woning naar binnengegooid, ten gevolge waarvan het interieur van de hal gedeeltelijk is verbrand, terwijl daarvan gemeen gevaar voor de belendende percelen en levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de in die woning en/of in de belendende percelen aanwezige personen te duchten was;

3.

hij in de periode van 23 tot en met 24 april 2002 te Sittard, gemeente Sittard-Geleen, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk en wederrechtelijk een tuinhuisje behorende bij perceel [adres], toebehorende aan [slachtoffer 1], heeft beschadigd door aan dat tuinhuisje brand te stichten;

4.

hij op 5 juni 2002 te Geleen, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk brand heeft gesticht in een personenauto (Citroën ZX, [kenteken]), immers hebben verdachte en zijn mededader toen aldaar opzettelijk een ruit van die personenauto ingeslagen en vervolgens een brandbare vloeistof in die auto gesprenkeld en vervolgens een krant aangestoken en deze inmiddels brandende krant opzettelijk in aanraking gebracht met die brandbare vloeistof, ten gevolge waarvan die personenauto geheel is verbrand, terwijl daarvan gemeen gevaar voor in de directe omgeving van die personenauto geparkeerde personenauto's te duchten was;

5 primair.

hij op 15 juni 2002 te Sittard, gemeente Sittard-Geleen, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk brand heeft gesticht in een woning, [adres], immers hebben verdachte en zijn mededader toen aldaar opzettelijk een brandende zogenaamde molotovcocktail door een ruit van de voordeur van die woning naar binnen gegooid, ten gevolge waarvan het interieur van die hal gedeeltelijk is verbrand, terwijl daarvan gemeen gevaar voor de belendende percelen en levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de in die woning en/of de belendende percelen aanwezige personen te duchten was;

6.

hij op 25 juni 2002 te Sittard, gemeente Sittard-Geleen, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk brand heeft gesticht aan een of meer coniferen, immers hebben verdachte en zijn mededader toen aldaar opzettelijk die conifeer/coniferen in brand gestoken, in elk geval opzettelijk open vuur in aanraking gebracht met die conifeer/coniferen ten gevolge waarvan die conifeer of coniferen geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, terwijl daarvan gemeen gevaar voor coniferen en tuinplanten te duchten was;

7.

hij op of omstreeks 2 juli 2002 te Sittard, gemeente Sittard-Geleen, opzettelijk en wederrechtelijk een auto (Volvo, [kenteken]), toebehorende aan [slachtoffer 2], heeft beschadigd door brandstichting;

8 primair.

hij op 11 juli 2002 te Sittard, gemeente Sittard-Geleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer 3], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [slachtoffer 3] meermalen met kracht heeft geslagen en geschopt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

9.

hij op 8 september 2001 in de gemeente Heerlen opzettelijk mishandelend een persoon, te weten [slachtoffer 4], een kopstoot heeft gegeven, waardoor deze letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden.

De partiële vrijspraak

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 primair, 2 primair, 3, 4, 5 primair, 6 en 7 meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

De bewijsmiddelen

De rechtbank grondt haar overtuiging dat de verdachte de hierboven omschreven feiten heeft begaan, op feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

Nadere bewijsoverweging met betrekking tot de feiten 1, 2 en 5

Ter terechtzitting heeft verdachte iedere betrokkenheid met betrekking tot de feiten 1, 2 en 5 ontkend.

De medeverdachte Vervaart, die eveneens terecht staat voor dezelfde feiten 1, 2 en 5, heeft echter verklaard dat hij deze feiten heeft gepleegd in overleg met verdachte, aan de hand van de aanwijzingen van verdachte en met feitelijke hulp van verdachte. De rechtbank gaat uit van de juistheid van de lezing van de medeverdachte Vervaart waarbij zij met name heeft gelet op het volgende:

· Verdachte heeft verklaard dat hij op enig moment een vermoeden kreeg dat de bij hem in de straat wonende gezinnen [slachtoffer 1] ([adres]) en [slachtoffer feit 5] ([adres]) bij de politie hadden aangegeven dat hij een hennepplantage in huis zou hebben. Dit maakte een diepe emotie bij hem los. Zelf zegt hij hierover: "Ik ging die twee families op nr. 7 en 18 haten en wilde ze een waarschuwing geven" (blz. 109 PV).

· De nachtelijke branden in de straat Aan Hiemstenrade troffen steeds deze twee gezinnen.

· Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij geen haatdragend persoon is, en problemen met mensen het liefst open uitpraat. Toch heeft hij toegegeven betrokken te zijn geweest bij het in brand steken van een auto van de familie [slachtoffer feit 5] in Geleen (Feit 4) en het aansteken van een tuinhuisje van de familie [slachtoffer 1] (Feit 3), wat haaks staat op zijn verklaring ter zitting. Verder was verdachte aanwezig toen er met het gooien van een molotovcocktail werd geoefend.

· [medeverdachte] heeft verklaard dat hij geen motief had om geweld tegen bovengenoemde gezinnen te plegen. De rechtbank is ook niet anderszins van zo'n eigen motief gebleken.

Omdat de verklaringen van [medeverdachte] ook op andere punten consistent zijn leidt dit tot het oordeel van de rechtbank dat zijn verklaringen geloofwaardig zijn.

De kwalificatie

Met betrekking tot de kwalificatie van het bewezenverklaarde onder 1 primair overweegt de rechtbank het volgende:

Bewezen is verklaard dat verdachte, samen met zijn mededader, een auto in brand heeft gestoken en dat tengevolge hiervan gevaar voor een andere aldaar geparkeerde auto te duchten was. Dit betrof de eigen auto van verdachte. Deze stond vlak naast de brandende auto geparkeerd. Vernielen van eigen goed is niet strafbaar. Een redelijke wetsuitleg brengt dan met zich mee dat ook het veroorzaken van gevaar voor eigen goed niet strafbaar is (Zie ook HR 20 oktober 1992, NJ 1993, 140) Het bewezenverklaarde is niet te kwalificeren als een strafbaar feit.

Het bewezenverklaarde van het overige levert op strafbare feiten welke moeten worden gekwalificeerd als volgt:

T.a.v. feit 2 primair:

medeplegen van opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is en medeplegen van opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is;

voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 157, aanhef en onder 1° en 2°, juncto artikel 47, eerste lid, aanhef en onder 1°, van het Wetboek van Strafrecht;

T.a.v. feit 3:

medeplegen van opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen;

voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 350, eerste lid, juncto artikel 47, eerste lid, aanhef en onder 1°, van het Wetboek van Strafrecht;

T.a.v. feit 4:

medeplegen van opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is;

voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 157, aanhef en onder 1°, juncto artikel 47, eerste lid, aanhef en onder 1°, van het Wetboek van Strafrecht;

T.a.v. feit 5 primair:

medeplegen van opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is en medeplegen van opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is;

voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 157, aanhef en onder 1° en 2°, juncto artikel 47, eerste lid, aanhef en onder 1°, van het Wetboek van Strafrecht;

T.a.v. feit 6:

medeplegen van opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is;

voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 157, aanhef en onder 1°, juncto artikel 47, eerste lid, aanhef en onder 1°, van het Wetboek van Strafrecht;

T.a.v. feit 7:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen;

voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 350, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht;

T.a.v. feit 8 primair:

poging tot zware mishandeling;

voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 302, eerste lid, juncto artikel 45, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht;

T.a.v. feit 9:

mishandeling;

voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 300, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht;

De strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die strafbaarheid uitsluit. De verdachte is derhalve strafbaar.

De redengeving van de op te leggen straf en maatregel

Bij de bepaling van de op te leggen straf en maatregel is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Naar het oordeel van de rechtbank kan niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf welke een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te vermelden duur met zich brengt.

Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte is al eerder terzake geweldsmisdrijven veroordeeld. Hij heeft, terwijl hij lid was van het wijkplatform, opgericht om samen met de politie problemen in de wijk aan te pakken, gedurende een periode van drie maanden enkele gezinnen bij hem in de straat geterroriseerd. De nachtelijke branden in auto's en woningen heeft verdachte gesticht met een jonge, gemakkelijk te beïnvloeden mededader, waarbij hij deze mededader overwegend het meest riskante deel liet uitvoeren. Door het plegen van de brandstichtingen in woningen heeft verdachte bewust het risico genomen dat er slachtoffers zouden vallen. De ontstane spanningen hebben er uiteindelijk toe geleid dat twee getroffen gezinnen uit de wijk zijn verhuisd. Naar het oordeel van de rechtbank kan op grond van deze omstandigheden niet anders worden gereageerd dan met een langdurige gevangenisstraf.

De rechtbank overweegt ten aanzien van de strafmaat dat van detentieongeschiktheid van verdachte in verband met zijn gezondheidstoestand niet is gebleken. In hoeverre met de medische omstandigheden van de verdachte bij de tenuitvoerlegging van na te melden straf rekening moet worden gehouden is een vraag, waarvan de beantwoording is voorbehouden aan de autoriteiten die met de executie zijn belast.

Nu verdachte ter zake van de hiervoor onder 2 primair, 3, 4, 5 primair, en 9 bewezen verklaarde strafbare feiten zal worden veroordeeld en hij naar burgerlijk recht jegens slachtoffers, zijnde de hierna te noemen benadeelde partijen, aansprakelijk is voor de schade die door die strafbare feiten is toegebracht, heeft de rechtbank ten behoeve van ieder van genoemde slachtoffers telkens tot het opleggen van nader te noemen maatregel besloten.

De in de beslissing als zodanig te noemen in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, volgens eigen opgave aan verdachte toebehorend, zijn vatbaar voor verbeurdverklaring.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat het voorwerpen betreft met betrekking tot welke het onder 3 bewezen verklaarde is begaan.

De rechtbank heeft bij deze beslissing rekening gehouden met de financiële draagkracht van verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De op te leggen straf en maatregel zijn -behalve op voormelde artikelen- gegrond op de artikelen 10, 24c, 27, 33, 33a, 36f en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

De vorderingen van de benadeelde partijen

Ter terechtzitting zijn tevens de formulieren, als bedoeld in artikel 51b, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, behandeld, waarbij [slachtoffer 1], [slachtoffer feit 5], [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] zich ter zake van hun vorderingen tot schadevergoeding als benadeelde partijen in het strafproces hebben gevoegd.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] door de hiervoor onder 2 en 3 bewezen verklaarde strafbare feiten rechtstreeks materiële schade is toegebracht. De hoogte van deze schade wordt door de rechtbank vastgesteld op een bedrag van € 1952,=, zijnde € 952,= voor de schade aan het tuinhuisje en € 1000,= reiskosten. Nu aan verdachte ter zake van deze feiten een straf zal worden opgelegd, zal deze vordering tot dat bedrag worden toegewezen.

Voorts is uit het onderzoek ter terechtzitting komen vast te staan dat aan voornoemde benadeelde partij [slachtoffer 1] door de bewezen verklaarde strafbare feiten rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. De hoogte van deze schade wordt door de rechtbank naar billijkheid vastgesteld op een bedrag van € 2500,=. Voor het meerdere wijst de rechtbank de vordering af.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij [slachtoffer feit 5] door de hiervoor onder 4 bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks materiële schade is toegebracht. De hoogte van deze schade wordt door de rechtbank vastgesteld op een bedrag van € 150,=, zijnde het eigen risico van de verzekering van de auto die op 5 juni 2002 in brand is gestoken. De rechtbank wijst de vordering af voor zover die betrekking heeft op feit 1, aangezien verdachte daarvoor niet wordt veroordeeld. Nu aan verdachte ter zake van dit feit een straf zal worden opgelegd, zal deze vordering tot dat bedrag worden toegewezen.

Voorts is uit het onderzoek ter terechtzitting komen vast te staan dat aan voornoemde benadeelde partij [slachtoffer feit 5] door de bewezen verklaarde strafbare feiten 4 en 5 rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. De hoogte van deze schade wordt door de rechtbank naar billijkheid vastgesteld op een bedrag van € 2500,=.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer feit 5] zal voor het overige worden afgewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] door het hiervoor onder 7 bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks schade is toegebracht. De hoogte van deze schade wordt door de rechtbank naar billijkheid vastgesteld op een bedrag van € 552,= in verband met CD's, de spijkerjas, een paar schoenen en de autoradio. Nu aan verdachte ter zake van bovengenoemd feit een straf zal worden opgelegd, zal deze vordering tot dat bedrag worden toegewezen. De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] zal voor het overige worden afgewezen.

Voorts is uit het onderzoek ter terechtzitting komen vast te staan dat aan benadeelde partij [slachtoffer 4] door het onder 9 verklaarde strafbare feit rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Het door de benadeelde partij terzake gevorderde bedrag van € 130,= acht de rechtbank redelijk en billijk. Zij zal de vordering dan ook toewijzen.

DE BESLISSINGEN:

De rechtbank

- verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het onder 1 primair, 2 primair, 3, 4, 5 primair, 6, 7, 8 primair en 9 ten laste gelegde, zoals hiervoor is omschreven, heeft begaan;

- verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

- verklaart dat het bewezenverklaarde onder 1 primair geen strafbaar feit oplevert en ontslaat verdachte met betrekking tot dit feit van alle rechtsvervolging;

- verklaart dat het overige bewezenverklaarde de hiervoor vermelde strafbare feiten oplevert en dat de verdachte strafbaar is;

- veroordeelt de verdachte voor het hiervoor bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de tijd van vier jaar en zes maanden;

- beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de aan veroordeelde opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

- legt op de verplichting tot betaling aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1], [adres] Sittard, van een bedrag van € 4452,= (zegge: VIERDUIZEND VIERHONDERD TWEËENVIJFTIG euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 89 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft;

- veroordeelt verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [slachtoffer 1], [adres] Sittard, te betalen een bedrag van € 4452,= (zegge: VIERDUIZEND VIERHONDERD TWEËENVIJFTIG euro), met dien verstande dat, indien zijn mededader [naam] dit bedrag aan de benadeelde partij heeft betaald, hij zal zijn gekweten;

- veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij [slachtoffer 1] voornoemd in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil, met dien verstande dat, indien zijn mededader [naam] deze kosten aan de benadeelde partij heeft vergoed, hij zal zijn gekweten;

- bepaalt dat, indien verdachte of zijn mededader [naam] aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] voormeld bedrag van € 4452,= heeft voldaan, de verplichting tot betaling aan de staat komt te vervallen;

- bepaalt dat, indien verdachte of zijn mededader [naam] aan de verplichting tot betaling aan de staat van het bedrag van € 4452,= heeft voldaan, de verplichting tot betaling van dat bedrag aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] komt te vervallen.

- wijst af de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] voornoemd voor het overige.

- legt op de verplichting tot betaling aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer feit 5], p/a (gemachtigde) dhr. J.P.M. Jacobs, Bureau Slachtofferhulp Zuid Limburg, Postbus 157, 6130 AD Sittard, van een bedrag van € 2650,= (zegge: TWEEDUIZEND ZESHONDERDVIJFTIG euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 53 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft;

- veroordeelt verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [slachtoffer feit 5], p/a Bureau Slachtofferhulp Zuid Limburg, Postbus 157, 6130 AD Sittard, te betalen een bedrag van € 2650,= (zegge: TWEEDUIZEND ZESHONDERDVIJFTIG euro), met dien verstande dat, indien zijn mededader [naam] dit bedrag aan de benadeelde partij heeft betaald, hij zal zijn gekweten;

- veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij [slachtoffer feit 5] voornoemd in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil, met dien verstande dat, indien zijn mededader [naam] dit bedrag aan de benadeelde partij heeft betaald, hij zal zijn gekweten;

- bepaalt dat, indien verdachte of zijn mededader [naam] aan de benadeelde partij [slachtoffer feit 5] voormeld bedrag van € 2650,= heeft voldaan, de verplichting tot betaling aan de staat komt te vervallen;

- bepaalt dat, indien verdachte of zijn mededader [naam] aan de verplichting tot betaling aan de staat van het bedrag van € 2650,= heeft voldaan, de verplichting tot betaling van dat bedrag aan de benadeelde partij [slachtoffer feit 5] komt te vervallen.

- wijst af de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer feit 5] voornoemd voor het overige.

- legt op de verplichting tot betaling aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2], p/a (gemachtigde) mw. mr. A. van der Meulen, ARAG Rechtsbijstand, Kastanjelaan 2, 3833 AN Leusden, van een bedrag van € 552,= (zegge: VIJFHONDERDTWEËENVIJFTIG euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 11 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft;

- veroordeelt verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [slachtoffer 2], p/a (gemachtigde) mw. mr. A. van der Meulen, ARAG Rechtsbijstand, Kastanjelaan 2, 3833 AN Leusden, te betalen een bedrag van € 552,= (zegge: VIJFHONDERDTWEËENVIJFTIG euro);

- veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij [slachtoffer 2] voornoemd in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil;

- bepaalt dat, indien verdachte aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] voormeld bedrag van € 552,= heeft voldaan, de verplichting tot betaling aan de staat komt te vervallen;

- bepaalt dat, indien verdachte aan de verplichting tot betaling aan de staat van het bedrag van € 552,= heeft voldaan, de verplichting tot betaling van dat bedrag aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] komt te vervallen.

- wijst af de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] voornoemd voor het overige.

- legt op de verplichting tot betaling aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 4], [adres] Voerendaal, van een bedrag van € 130,= (zegge: HONDERDDERTIG euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 2 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft;

- veroordeelt verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [slachtoffer 4], [adres] Voerendaal, te betalen een bedrag van € 130,= (zegge: HONDERDDERTIG euro);

- veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij [slachtoffer 4] voornoemd in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil;

- bepaalt dat, indien verdachte aan de benadeelde partij [slachtoffer 4] voormeld bedrag van € 130,= heeft voldaan, de verplichting tot betaling aan de staat komt te vervallen;

- bepaalt dat, indien verdachte aan de verplichting tot betaling aan de staat van het bedrag van € 130,= heeft voldaan, de verplichting tot betaling van dat bedrag aan de benadeelde partij [slachtoffer 4] komt te vervallen.

- verklaart verbeurd het inbeslaggenomene, te weten (2002057504-02/1) een bruin breekijzer;

- gelast de teruggave aan [verdachte], van het inbeslaggenomene, te weten (2002057504-02/2) een rode schroevendraaier.

Dit vonnis is aldus gewezen door mr. A.M. Schutte, voorzitter, mr. R.C.A.M. Philippart en mr. R.A.J. van Leeuwen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. G.L.M. van den Eshof, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 23 januari 2003.