Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2003:AF3837

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
29-01-2003
Datum publicatie
04-02-2003
Zaaknummer
71780 - HA ZA 02-19
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis : 29 januari 2003

Zaaknummer : 71780 / HA ZA 02-19

De rechtbank te Maastricht, enkelvoudige kamer, belast met de behandeling van burgerlijke zaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van:

[Mevrouw X.],

wonende te Gulpen, gemeente Gulpen-Wittem,

eiseres,

procureur mr. A.F.G. Pennino (voorwaardelijke toevoeging);

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid PEPPERMILL B.V.,

gevestigd en kantoor houdende te Heerlen,

gedaagde,

procureur thans mr. J.A.M.G. Vogels.

1. Het verloop van de procedure

Eiseres, hierna te noemen "[Mevrouw X.]", heeft bij de naar de dagvaarding verwijzende conclusie van eis gesteld en geconcludeerd voor eis overeenkomstig de inhoud van die dagvaarding. Bij conclusie van eis zijn producties overgelegd. Gedaagde, hierna te noemen "Peppermill B.V.", heeft daarna geantwoord.

[Eiseres] heeft daarop gerepliceerd, waarna Peppermill B.V. heeft geconcludeerd voor dupliek.

Tenslotte hebben partijen vonnis gevraagd op het rechtbankdossier. De uitspraak van het vonnis is nader bepaald op heden.

2. Het geschil

[Eiseres] stelt het volgende:

2.1 Op 12 maart 2000, omstreeks 04.00 uur, bevond zij zich in de disco "de Peppermill", gelegen aan de Beitel 90 te Heerlen. Zij ging naar een werknemer van Peppermill B.V., [Y.] genaamd, om een pen te lenen, omdat zij met een kennis, genaamd [De vriendin van eiseres], telefoonnummers wilde uitwisselen. Nadat zij de telefoonnummers hadden uitgewisseld, heeft zij de pen aan [Y.] teruggegeven. Op dat moment bevond zij zich deels achter de bar en zij wilde weer voor de bar gaan staan, alwaar zij het gesprek met [De vriendin van eiseres] wilde hervatten. Op dat moment kwam [mevrouw Z.] (hierna: [mevrouw Z. ]), die op dat moment als barbediende voor Peppermill B.V. werkzaam was, achter haar langs en begon met kracht in haar rug te duwen. Zij voelde een hevige pijnscheut in haar onderrug. [De vriendin van eiseres] zag wat er gebeurde en hield [mevrouw Z. ] tegen terwijl [Eiseres] weg liep. [mevrouw Z. ] ging echter achter [Eiseres] aan en schopte haar ditmaal hard van achteren in de rug, waarna [mevrouw Z. ] naar haar werkplek achter de bar terugliep. [Eiseres] heeft een en ander gemeld bij de portiers van de Peppermill en heeft aangifte gedaan bij de politie. De dag na het ongeval heeft [Eiseres], die kampte met forse klachten, zich gewend tot haar huisarts. Laatstgenoemde heeft geconstateerd dat de onderrug van [Eiseres] ernstig gekneusd was en heeft haar naar een fysiotherapeut verwezen.

2.2 [mevrouw Z. ] heeft, aldus [Eiseres], een fout jegens [Eiseres] begaan, terwijl zij op of omstreeks 12 maart 2000 in loondienst werkzaam was voor Peppermill B.V., zodat laatstgenoemde -gelet op bovenstaande feiten- jegens [Eiseres] op grond van artikel 6:170 van het Burgerlijk Wetboek (BW) althans artikel 6:171 BW juncto 6:162 BW aansprakelijk is voor de door [Eiseres] geleden en nog te lijden schade.

2.3 [Eiseres] heeft op grond van het vorenstaande gevorderd dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

- verklaart voor recht dat Peppermill B.V. jegens [Eiseres] aansprakelijk is voor de door [Eiseres] ten gevolge van de mishandeling door [mevrouw Z. ] geleden c.q. nog te lijden materiële en immateriële schade;

- Peppermill B.V. veroordeelt om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [Eiseres] te betalen terzake kosten en schade: een (schade)vergoeding nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 maart 2000, althans de dag van betekening van de dagvaarding, tot aan de dag der algehele voldoening,

een en ander met veroordeling van Peppermill B.V. in de kosten van deze procedure.

2.4 De vordering wordt door Peppermill B.V. weersproken, waartoe wordt verwezen naar de conclusies van antwoord en dupliek.

3. De beoordeling

3.1 Peppermill B.V. heeft erkend dat [mevrouw Z. ] op 12 maart 2000 bij haar in dienst was op grond van een arbeidsovereenkomst. Voor zover de vordering dan ook gebaseerd is op artikel 6:171 BW dient zij te worden afgewezen.

3.2.1 [Eiseres] heeft haar vordering verder gebaseerd op artikel 6:170 BW. Dit betekent dat de vordering onder meer pas kan worden toegewezen "indien de kans op de fout door de opdracht tot het verrichten van deze taak is vergroot en degene in wiens dienst hij stond, uit hoofde van hun desbetreffende rechtsbetrekking zeggenschap had over de gedragingen waarin de fout was gelegen", het zogenaamde functionele verband.

De rechtbank acht het opportuun om allereerst hierover te oordelen, er stellenderwijs van uitgaande dat [mevrouw Z. ] een fout heeft begaan.

[Eiseres] stelt hiertoe onder meer dat Peppermill B.V., ondanks een verzoek van [mevrouw Z. ] om [Eiseres] te verwijderen, niet tot verwijdering van [Eiseres] is overgegaan en derhalve een situatie heeft laten ontstaan die heeft geleid tot de fout van [mevrouw Z. ].

Indien [Eiseres] met deze stelling wenst te betogen dat Peppermill B.V. door verwijdering van [Eiseres] de fout van [mevrouw Z. ] had kunnen voorkomen en op die wijze zeggenschap had over de gedraging van [mevrouw Z. ] waarin de fout was gelegen, is de rechtbank van oordeel dat, nu niet vaststaat dat het verzoek van [mevrouw Z. ] om [Eiseres] te verwijderen berustte op de wens de belangen van [Eiseres] te beschermen, die stelling niet kan leiden tot aansprakelijkheid van Peppermill B.V. De rechtbank merkt verder op dat Peppermill B.V. in punt 25 iii van de conclusie van dupliek terzake terecht heeft aangevoerd: "de bedrijfsleider van de Peppermill kon [Eiseres] niet verwijderen nu daar vanuit de positie van de Peppermill tegenover [Eiseres] geen reden bestond. De Peppermill was namelijk van oordeel dat het een privékwestie betrof tussen [mevrouw Z. ] en [Eiseres]. Daarop kan de Peppermill natuurlijk niet tot verwijdering van bezoekers overgaan". Ook [Eiseres] zelf vermoedt blijkens de dagvaarding dat de beweerdelijke mishandeling enkel haar grondslag vond in een privé-probleem.

3.2.2 De werkzaamheden waartoe Peppermill B.V. [mevrouw Z. ] gebruikte, ook ten tijde van de vermeende mishandeling, waren enkel en alleen die van barbediende. De vermeende mishandeling van [Eiseres] vond derhalve niet plaats ter uitvoering van de aan [mevrouw Z. ] opgedragen taak. Dat volgens [Eiseres] in een discotheek "perikelen met klanten" kunnen optreden, doet, zo deze stelling al van belang kan worden geacht, aan het vorenstaande niet af, nu de vermeende mishandeling in het geheel geen verband hield met de functie van [mevrouw Z. ]. Dit laatste zou anders kunnen zijn indien [mevrouw Z. ] niet de functie van barbediende, doch bijvoorbeeld die van uitsmijter of portier had.

3.2.3 Verder is op geen enkele wijze gebleken dat de mishandeling een werkgerelateerde oorzaak had, dan wel niet geheel los stond van de taakvervulling van [mevrouw Z. ]. [Eiseres] stelt in dit verband immers (slechts) dat [mevrouw Z. ] vermoedelijk jaloers was omdat zij met de vriend van [mevrouw Z. ] zou hebben geflirt, en [mevrouw Z. ] heeft, blijkens de bij conclusie van eis overgelegde processen-verbaal, onder andere verklaard dat zij sterk de indruk had dat [Eiseres] "achter haar vriend aan zat". Enige (vermoedelijke) werkgerelateerde oorzaak van de vermeende onrechtmatige daad, is gesteld noch gebleken. Op grond van het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat de vermeende mishandeling in de privé-sfeer heeft plaatsgevonden en het louter toeval is dat de vermeende onrechtmatige daad in de discotheek heeft plaatsgevonden. Tenslotte merkt de rechtbank nog op dat, anders dan [Eiseres] meent, voor ruzie in de "privé-sfeer" (niet-werkgerelateerde ruzie) niet is vereist dat partijen elkaar reeds (lange tijd) kennen, of bij elkaar in de buurt wonen of werken.

3.3 Voor zover de vordering berust op artikel 6:162 BW dient zij eveneens te worden afgewezen. Voor de motivering van deze afwijzing verwijst de rechtbank naar hetgeen hiervoor onder 3.2.1 is opgemerkt.

3.4 Op grond van het vorenstaande dient de vordering van [Eiseres] te worden afgewezen, met veroordeling van [Eiseres] in de proceskosten waarbij de rechtbank geen termen aanwezig acht om terzake te beslissen als Peppermill B.V. heeft gevraagd.

4. De uitspraak

De rechtbank:

wijst het gevorderde af;

veroordeelt [Eiseres] in de kosten van het geding aan de zijde van Peppermill B.V. gerezen, tot aan deze uitspraak begroot € Euro 193,- aan vast recht en €Euro 780,- voor salaris procureur.

Dit vonnis is gewezen door mr. Sijmonsma, rechter, en ter openbare terechtzitting uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.

F.B.