Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2002:AF2395

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
20-12-2002
Datum publicatie
23-12-2002
Zaaknummer
79737
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK TE MAASTRICHT

Zaaknummer: 79737 / KG ZA 02-450

Datum uitspraak: 20 december 2002 (bij vervroeging)

VONNIS IN HET KORT GEDING VAN:

[J.] [E.],

wonende te [H.],

eiser bij exploot van dagvaarding in kort geding d.d. 4 december 2002,

procureur: mr. D.M. Gijzen,

[G.]

[J.] [G.],

wonende te [N.], [D.],

gedaagde,

procureur: mr. P. Winkens.

1. Het verloop van de procedure

1.1 Eiser (hierna: [E.]) heeft gedaagde (hierna: [G.]) gedagvaard in kort geding en op de dienende dag, 9 december 2002, gesteld en gevorderd overeenkomstig de inhoud van die dagvaarding. [E.] heeft vervolgens ter zitting zijn vordering nader doen toelichten, daarbij verwijzend naar op voorhand toegezonden producties.

1.2 [G.] heeft aan de hand van een pleitnota verweer gevoerd.

1.3 Partijen hebben vervolgens op elkaars stellingen gereageerd.

1.4 Vervolgens is de zitting voor enige tijd geschorst.

1.5 Na hervatting van de zitting hebben partijen om vonnis verzocht, waarna de uitspraak van het vonnis bij vervroeging is bepaald op heden.

2. Het geschil

2.1 [E.] huurt sedert geruime tijd van [G.] het pand met bijbehorend erf aan [adres]. De huurprijs bedraagt €euro 907,56 per maand.

2.2 Bij verstekvonnis van 12 september 2002 heeft de kantonrechter te Heerlen [E.] veroordeeld tot ontruiming van het in 2.1 vermelde pand, alsmede tot betaling van een bedrag ad €euro 3.630,24 wegens huurachterstand tot en met 31 augustus 2002, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 augustus 2002 tot de dag der voldoening, alsmede tot betaling van het bedrag ad euro€ 907,56 per maand voor elke maand of gedeelte daarvan dat [E.] het gehuurde na 1 september 2002 niet heeft ontruimd, alsmede tot betaling van de proceskosten ad euro 409,56.

2.3 Bij schrijven van 8 oktober 2002 deelt de gemachtigde van [G.] aan de deurwaarder mede akkoord te gaan met een betalingsregeling van euro€ 2.000,-- per maand. Tevens deelt zij in dit schrijven mede dat als [E.] binnen de periode van 4 weken na betekening van het vonnis van de kantonrechter geen verzet heeft aangetekend, de ontruiming alsnog aangezegd zal worden.

2.4 [E.] heeft in de maanden oktober en november 2002 in totaal €euro 4.000,-- betaald.

2.5 Bij exploot d.d. 26 november 2002 heeft de deurwaarder aan [E.] de ontruiming aangezegd tegen 10 december 2002.

2.6 [E.] stelt dat de uitvoering van de ontruiming, waartoe hij bij vonnis d.d. 12 september 2002 is veroordeeld, misbruik van bevoegdheid oplevert en vordert daarom in dit kort geding bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

I. [G.] te veroordelen tot staking van de executie van het vonnis van de kantonrechter d.d. 12 september 2002 waar het de ontruiming van het pand aan [adres], gemeente [H.], betreft totdat de (kanton)rechter bij onherroepelijke beschikking heeft beslist op het verzoekschrift d.d. 30 juli 2002 tot verlenging van de ontruimingstermijn;

II. [G.] te veroordelen in de kosten van dit kort geding.

2.7 [G.] heeft gemotiveerd verweer gevoerd.

3. De beoordeling

3.1 Het spoedeisend belang bij de gevraagde voorziening is niet betwist en volgt ook uit de aard van de zaak.

3.2 Uitgangspunt is dat [G.], die met het uitvoerbaar bij voorraad verklaarde vonnis van 12 september 2002 -waartegen [E.] geen verzet heeft ingediend- over een executoriale titel beschikt, bevoegd is van die titel gebruik te maken en [E.] mitsdien tot ontruiming kan dwingen. Daarop kan slechts een uitzondering worden aanvaard indien moet worden aangenomen dat [G.] misbruik van haar bevoegdheid maakt.

3.3 Sedert het arrest van de Hoge Raad [R./H.] (NJ 1984, 145) is het vaste jurisprudentie dat van misbruik van bevoegdheid bij het ten uitvoer leggen van een executoriale titel sprake is, wanneer het te executeren vonnis klaarblijkelijk op een feitelijke of juridische misslag berust of indien de ontruiming op grond van ná dit vonnis voorgevallen of aan het licht gekomen feiten klaarblijkelijk aan de zijde van de geëxecuteerde een noodtoestand zal doen ontstaan, welke aan een onverwijlde tenuitvoerlegging in de weg staat.

3.4.1 [E.] voert het verweer dat de uitvoering van de ontruiming misbruik van bevoegdheid oplevert. Hij stelt daartoe dat hij aan zijn betalingsverplichtingen als door partijen overeengekomen in de betalingsregeling heeft voldaan en dat deze betalingsregeling is getroffen met de bedoeling om de ontruiming te voorkomen.

3.4.2 Verder stelt [E.] dat uitvoering van de ontruiming misbruik van bevoegdheid oplevert omdat hij in staat is de huurachterstand ad €euro 3.260,48 nog voor de ontruimingsdatum te voldoen. Dit bedrag wordt als volgt betaald:

- een bedrag €euro 2.500,--;

- verrekening van het restant ad €euro 760,48 met het bedrag ad €euro 2.039,64 welk bedrag hij van [G.] te vorderen heeft terzake van reparatie van de riolering van het gehuurde pand. Deze reparatie betreft een gebrek aan de riolering dat voor rekening van [G.] komt.

3.5.1 [G.] stelt daartegenover uitdrukkelijk in het schrijven d.d. 8 oktober 2002, waarin zij akkoord gaat met een betalingsregeling van €euro 2.000,-- per maand, te hebben medegedeeld tot ontruiming over te gaan als [E.] niet binnen een termijn van 4 weken in verzet zou gaan tegen het vonnis van de kantonrechter van 12 september 2002. De betalingsregeling ziet derhalve slechts op de achterstand tot betaling waarvoor [E.] is veroordeeld en betekent niet dat [G.] afziet van de ontruiming. De uitvoering van de ontruiming levert geen misbruik van bevoegdheid op, omdat reeds bij het sluiten van de betalingsregeling te kennen is gegeven dat de ontruiming zal worden aangezegd indien [E.] niet binnen de termijn van 4 weken in verzet zou gaan tegen het vonnis van de kantonrechter d.d. 12 september 2002.

3.5.2 [G.] stelt verder dat tot en met december 2002 een achterstand bestaat van €euro 6.654,64 te vermeerderen met rente, proces- en executiekosten.

[G.] betwist een bedrag ad euro€ 2.039,64 aan reparatiekosten aan [E.] verschuldigd te zijn. Zij stelt dat uit de overgelegde stukken niet is gebleken dat deze door [E.] opgegeven kosten daadwerkelijk zijn gemaakt.

Vervolgens stelt [G.] dat al zou [E.] in staat zijn de achterstand in zijn geheel voor de ontruimingsdatum te voldoen, geen sprake is van misbruik van bevoegdheid bij de gevorderde ontruiming. Zij stelt hiertoe dat in het verleden meerdere malen betalingsachterstanden zijn ontstaan en dat [E.] deze pas voldeed nadat hij daartoe een aantal malen was gesommeerd. Daar komt bij dat de huurovereenkomst tussen partijen inmiddels rechtsgeldig is opgezegd.

3.6.1 De voorzieningenrechter begrijpt het door [E.] in overweging 3.4.1 gevoerde verweer aldus dat na het vonnis van de kantonrechter d.d. 12 september 2002 nieuwe feiten aan het licht zijn gekomen die een onverwijlde tenuitvoerlegging van dit vonnis onaanvaardbaar maken. Deze bestaan daarin dat [E.] er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat bij voldoening van de in de betalingsregeling overeengekomen betaling van €euro 2.000,-- per maand niet tot ontruiming zou worden overgegaan.

Dit verweer kan reeds daarom niet worden aanvaard omdat [E.] geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan dit vertrouwen bij hem kan zijn gewekt.

3.6.2 Ten aanzien van het door [E.] in overweging 3.4.2 gevoerde verweer overweegt de voorzieningenrechter dat niet valt in te zien dat het feit dat [E.] de huurachterstand kàn inlopen en daardoor zijn in het vonnis van de kantonrechter d.d. 12 september 2002 vastgestelde schuld aan [G.] kan voldoen, zoals hij heeft betoogd, zou meebrengen dat aan de door de Hoge Raad in zijn genoemde arrest ontwikkelde uitzonderingen is voldaan en [G.] daarom niet haar uitvoerbaar bij voorraad verklaard ontruimingsvonnis tenuitvoer mag leggen. Ook dit door [E.] gevoerde verweer treft gezien het vorenstaande naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen doel.

3.7 De voorzieningenrechter is gezien het vorenstaande van oordeel dat de gevraagde voorziening niet voor toewijzing vatbaar is. [E.] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure.

4. Uitspraak

De voorzieningenrechter van de rechtbank te Maastricht:

RECHT DOENDE in kort geding:

Weigert de gevraagde voorzieningen;

Veroordeelt [E.] in de kosten van het geding, aan de zijde van [G.] gerezen, tot aan deze uitspraak begroot op een bedrag van euro€ 896,--, waarvan euro€ 193,-- wegens verschuldigd vast recht en euro 703,-- voor salaris procureur;

Verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gewezen door mr. A.M. Adelmeijer, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting in het bijzijn van de griffier.

BC