Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2002:AF1832

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
05-12-2002
Datum publicatie
12-12-2002
Zaaknummer
66675
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis : 5 december 2002

Zaaknummer : 66675/ HA ZA 01-585

De rechtbank te Maastricht, meervoudige kamer, belast met de behandeling van burgerlijke zaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van:

[J.] [V.],

wonende te [S.],

appellante,

procureur: mr. R.W.E.J. Luijten;

tegen

de vennootschap met beperkte aansprakelijkheid VINAMUL BV,

gevestigd en kantoorhoudende te Beek,

geïntimeerde,

procureur: mr. C.A.H. Lemmens.

1. Het verloop van de procedure in eerste aanleg

Voor het verloop van de procedure in eerste aanleg verwijst de rechtbank naar het vonnis van de kantonrechter te Sittard van 14 maart 2001, gewezen onder zaak/rolnummer 76688 CV EXPL 00-1194, tussen appellante, verder te noemen '[V.]', als eiseres en geïntimeerde, verder te noemen 'Vinamul BV', als gedaagde. Genoemd vonnis is in kopie aan deze uitspraak gehecht.

2. Het verloop van de procedure in hoger beroep

[V.] is bij dagvaarding van 23 mei 2001, derhalve tijdig, in hoger beroep gekomen van voornoemd vonnis bij deze rechtbank. [V.] heeft vervolgens een memorie van grieven genomen, waarbij producties zijn overgelegd.

Vinamul BV heeft een memorie van antwoord genomen.

[V.] heeft vervolgens pleidooi verzocht. Partijen hebben gepleit overeenkomstig de inhoud van de overgelegde pleitnota respectievelijk pleitaantekeningen. Het van dit pleidooi opgemaakte audiëntieblad bevindt zich eveneens bij de stukken.

Partijen hebben tenslotte vonnis op het rechtbankdossier gevraagd. De uitspraak van het vonnis is nader bepaald op heden.

Door [V.] zijn de stukken van de procedure in eerste aanleg overgelegd.

3. Het geschil, de grieven en de vorderingen in appèl

[V.] heeft haar eerste grief gericht tegen de vaststelling van de feiten, zoals door de kantonrechter in zijn beroepen vonnis op pagina 17 gedaan. Het grootste deel van de in deze grief aangevoerde bezwaren zijn - gezien ook het verweer terzake van Vinamul BV - naar het oordeel van de rechtbank echter inhoudelijk van aard, zodat behandeling hiervan onder 4 van dit vonnis zal plaatsvinden.

Als enerzijds gesteld en anderzijds niet betwist of onvoldoende weersproken, alsmede op grond van de niet betwiste inhoud van de overgelegde bescheiden, staat naar het oordeel van de rechtbank, tussen partijen het volgende vast:

- In 1999 heeft Vinamul BV een tweede kantoorgebouw laten bouwen, dat begin 2000 in gebruik is genomen. Beide kantoren liggen enkele honderden meters uit elkaar;

- De receptie van Vinamul BV is volledig naar het nieuwe gebouw verplaatst;

- De administratieve werkzaamheden - onder meer, die behorende bij de functie van assistent traffic supervisor - vinden nog steeds in het oude pand plaats;

- [V.] is destijds begonnen in de functie van 'expediënt';

- Door vereenvoudiging van de douaneformaliteiten en een daaropvolgende reorganisatie bij Vinamul BV is de functie van expediënt in de organisatie van Vinamul BV komen te vervallen;

- [V.] is per 1 september 1997 na een periode van arbeidsongeschiktheid en van werkzaamheden op therapeutische basis begonnen in de gecombineerde functie van assistent traffic supervisor/ receptioniste voor 16 uur per week;

- De hierbij behorende functie-omschrijving luidt (zakelijk weergeven) : het beantwoorden en doorverbinden van alle inkomende gesprekken via centrale; het ontvangen/ registreren en doorverwijzen van bezoekers; het verzorgen van alle vrachtdocumenten; het verzorgen van verzendings- en transportadministratie/registratie; voor korte periode (maximaal halve dag) vervangen van de traffic supervisor;

- Een collega van [V.], mevrouw [J.], is in dezelfde functie voor 24 uren aangesteld bij Vinamul BV en daarnaast voor 16 uren bij Hoyer, een van de vervoerders voor Vinamul BV;

- Aan [V.] is rond februari 2000 de functie van telefoniste/ receptioniste aangeboden in het nieuwe gebouw.

Het gaat in de onderhavige zaak om het volgende (zakelijk weergegeven).

[V.] heeft in februari 2000 onder protest de functie van telefoniste/ receptioniste aanvaard. Zij stelt zich echter op het standpunt dat het hier een eenzijdige wijziging door Vinamul BV van haar arbeidsovereenkomst betreft, welke wijziging niet gerechtvaardigd wordt door organisatorische dan wel bedrijfseconomische omstandigheden. [V.] ervaart de wijziging als een degradatie. Haar werkzaamheden dient zij uit te oefenen op een werkplek die totaal ongeschikt is gezien haar lichamelijke beperkingen.

[V.] heeft op grond van het vorenstaande Vinamul BV voor de kantonrechter te Sittard gedagvaard en gevorderd dat Vinamul BV bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, zal worden veroordeeld om:

A. Binnen tweemaal 24 uur na betekening van het in deze te wijzen vonnis [V.] in de gelegenheid te stellen haar functie van assistent traffic supervisor binnen het bedrijf van Vinamul BV te verrichten, op een voor haar geschikte werkplek;

B. Aan [V.] te betalen een boete van f 200,00 per dag voor iedere dag dat Vinamul BV nalaat aan het aan sub A te wijzen vonnis te voldoen;

Een en ander met veroordeling van Vinamul BV in de kosten van het geding, het salaris van de gemachtigde van [V.] daaronder begrepen.

De kantonrechter heeft de vordering van [V.] afgewezen en de proceskosten gecompenseerd.

[V.] kan zich met deze beslissing niet verenigen en is daartegen bij deze rechtbank in appèl gekomen. In appèl vordert [V.], na wijziging van haar eis, vernietiging van het vonnis van de kantonrechter van 14 maart 2001 en - naar de rechtbank begrijpt - opnieuw rechtdoende bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, in afwijking van/ aanvulling op hetgeen bij de kantonrechter gevorderd werd :

- voor recht te verklaren dat het Vinamul BV niet is toegestaan om zonder instemming van [V.] de arbeidsovereenkomst te wijzigen zonder dat zwaarwegende omstandigheden hiertoe zullen noodzaken;

- voor recht te verklaren dat er in de onderhavige situatie geen sprake is van zwaarwegende omstandigheden die een dergelijke ingrijpende wijziging in de functie rechtvaardigen;

A. binnen tweemaal 24 uur na betekening van het in deze te wijzen vonnis [V.] in de gelegenheid te stellen haar functie van assistent traffic supervisor binnen het bedrijf van Vinamul BV te verrichten;

B. aan eiseres te betalen een boet van f 200,00 per dag voor iedere dag dat gedaagde nalaat aan het aan sub A te wijzen vonnis te voldoen.

In appèl heeft [V.] de navolgende grieven aangevoerd:

Grief 1

Ten onrechte stelt de kantonrechter in het vonnis van 14 maart 2001 de feiten vast zoals hij dit heeft gedaan.

Grief 2

Ten onrechte overweegt de kantonrechter in het vonnis dat Vinamul aannemelijk heeft gemaakt dat het 'uit bedrijfsorganisatorisch en bedrijfseconomisch oogpunt noodzakelijk was' dat mevrouw [J.] haar werkzaamheden voor [V.] (de rechtbank leest 'Vinamul' ) en Hoyer ging verrichten vanuit het oude gebouw van waaruit de administratieve werkzaamheden plaats bleven vinden.

Grief 3

Ten onrechte overweegt de kantonrechter in het vonnis 'dat er geen sprake is van een aanzienlijk niveau verschil in functie c.q. 'degradatie' tussen de eerdere functie en de nieuwe functie van 'telefoniste/ receptioniste', temeer daar deze functie ook andere werkzaamheden omvat, namelijk werkzaamheden die ook door een assistent traffic supervisor worden verricht.'

Grief 4

Ten onrechte overweegt de kantonrechter in het vonnis dat niet aannemelijk is geworden dat de functie van telefoniste/receptioniste, gelet op het arbeidsverleden van [V.] bij Vinamul niet beschouwd kan worden als passende werkzaamheden en dat aanvaarding van die werkzaamheden niet in redelijkheid van haar kon worden gevraagd.

Grief 5

Ten onrechte wijst de kantonrechter de vordering af en worden de proceskosten tussen partijen gecompenseerd.

De grieven zijn door en [V.] afzonderlijk toegelicht.

Vinamul BV heeft het in appèl door [V.] aangevoerde gemotiveerd bestreden.

4. De beoordeling

De voorgestelde grieven leggen het geschil tussen partijen in zijn volle omvang aan de rechtbank ter beoordeling voor en de rechtbank zal die grieven daarom gezamenlijk bespreken en alleen indien en voorzover nodig afzonderlijk ingaan op hetgeen bij enige grief is gesteld.

Ook in appèl stelt [V.] zich op het standpunt dat er in casu sprake is van een eenzijdige functiewijziging van assistent traffic supervisor (sec) naar receptioniste/ telefoniste. [V.] erkent weliswaar dat zij bij hervatting van haar werkzaamheden in september 1997 in de gecombineerde functie van assistent traffic supervisor/ receptioniste kwam te werken, doch voert aan dat in februari/ maart 1998 in overleg met de arbo-arts de functie werd aangepast in die zin - naar de rechtbank begrijpt - dat de receptioniste/telefoniste werkzaamheden geheel zouden zijn komen te vervallen (toelichting grief 1 en pleitnota in appèl onder 7 ). Een en ander volgt naar de mening van [V.] uit het bij memorie van grieven (productie 1) overgelegde beoordelingsformulier 1999, waar bij 'functie' (slechts) assistent traffic supervisor staat vermeld. Haar werkzaamheden zouden vanaf 1998 zijn aangevuld met werkzaamheden in de vorm van het aanvragen van vergunningen en dergelijke en met het opzetten van de tankerplanning ten behoeve van Hoyer (toelichting grief 1 memorie van grieven).

Vinamul BV voert hiertegen aan dat het vervallen van de taken van receptioniste/ telefoniste slechts tijdelijk was, nu - rekening houdende met de lichamelijke beperkingen van [V.] - de werkplek in het oude gebouw niet/ althans onvoldoende kon worden aangepast. Dit laatste volgt ook uit het als productie 3 bij conclusie van antwoord gevoegde rapport van 17 maart 1998 naar aanleiding van een werkplekbezoek door de Arbo-Unie.

Vast staat dat [V.] met ingang van 1 september 1997 werkzaam is in de functie van assistent traffic supervisor/ receptioniste (productie 2 bij conclusie van antwoord in eerste aanleg). In het midden kan blijven de vraag of de onder deze functieomschrijving vallende werkzaamheden al dan niet inhoudelijk verschilden van haar eerdere functie, nu [V.] met deze functie en de daarbij behorende werkzaamheden heeft ingestemd.

Niet is gebleken dat Vinamul BV vervolgens op enig moment deze functie definitief heeft gewijzigd, in die zin dat de werkzaamheden als receptioniste geheel zijn komen te vervallen. Dat [V.], gezien haar lichamelijke beperkingen, in het oude gebouw niet goed in staat was deze werkzaamheden uit te voeren en deze door haar collega werden waargenomen (memorie van grieven onder 5), alsook dat bij haar beoordeling in 1999 slechts assistent traffic supervisor staat vermeld, is onvoldoende om zulks aan te nemen.

Het voorgaande betekent naar het oordeel van de rechtbank dan ook niet dat aan [V.] in februari 2000 geheel andere werkzaamheden zijn opgedragen dan overeengekomen. Veeleer is het zwaartepunt binnen de functie (opnieuw) verschoven. Begrijpelijk is alleszins dat - nu [V.] dan reeds twee jaar geen werkzaamheden als receptioniste/ telefoniste heeft verricht - deze verschuiving door haar ervaren kan worden als een geheel nieuwe functie, doch nu het (tijdelijk) wegvallen van deze werkzaamheden - ook gezien de eigen stellingen van [V.] - samenhangen met de onmogelijkheid haar werkplek in het oude gebouw afdoende aan te passen, mocht zij er niet op vertrouwen dat in de toekomst - nadat aanpassingen wel mogelijk bleken in het nieuwe gebouw - haar die werkzaamheden niet meer konden worden opgedragen.

Aan de orde is vervolgens de vraag of een dergelijke verschuiving van werkzaamheden binnen de functie van [V.] redelijk is. Met andere woorden heeft Vinamul BV zich in deze als een goed werkgever in de zin van artikel 7:611 van het Burgerlijk Wetboek (BW) opgesteld.

[V.] voert in dat kader op de eerste plaats aan dat haar werkzaamheden sedert februari 2000 niet passend zijn gezien haar eerdere ervaring en opleiding, nu zij meer verantwoordelijkheid droeg in haar werkzaamheden vóór februari 2000 (memorie van grieven onder 20 en 24). Zij ervaart haar huidige werkzaamheden als een degradatie.

Gezien de betwisting door Vinamul BV, gezien de door [V.] onbetwiste stelling van Vinamul BV dat binnen de organisatie van Vinamul BV niet de functie van assistent traffic supervisor (sec) als zodanig bestaat, nu [V.] met ingang van 1 september 1997 de hiervoor aangehaalde functie heeft aanvaard, waarvan onmiskenbaar werkzaamheden als receptioniste deel uitmaken, nu ook [V.] zelf aangeeft dat haar werkzaamheden in 1998 na het wegvallen van receptie-werkzaamheden tijdelijk met andere taken werden aangevuld en gezien het feit dat functieniveau, salaris en secundaire arbeidsvoorwaarden voor [V.] - onbetwist - gelijk zijn gebleven, had het op de weg van [V.] gelegen haar stellingen op dit punt nader te onderbouwen.

[V.] acht de haar sedert februari 2000 opgedragen werkzaamheden evenmin passend, omdat de nieuwe werkplek niet geschikt is vanwege haar lichamelijke beperkingen (memorie van grieven onder 26). Vinamul BV stelt zich echter op het standpunt dat zij al het mogelijke heeft gedaan en wil blijven doen om de werkplek van [V.] in het nieuwe gebouw aan haar lichamelijke beperkingen aan te passen, en overlegt ter adstructie onder meer een verslag van een gesprek op 11 april 2000 in het bijzijn van de heer Bal van de Arbodienst en [V.] (productie 4 bij conclusie van antwoord).

Weliswaar wordt in eerste aanleg door [V.] bij conclusie van repliek een brief van 10 juli 2000 overgelegd (productie 5), waarin door gemachtigde Schipper van het FNV klachten en wensen naar voren worden gebracht met betrekking tot de inrichting van deze werkplek, doch niet alleen wordt aangegeven dat deze opsomming 'niet uitputtend' is, bovendien volgt uit deze brief niet of en op welke wijze zulks is besproken met de Arbodienst en werkgever. Van onwil van Vinamul BV als werkgever op dit punt is bepaald niet gebleken. Ook hier geldt dat [V.], gezien deze gemotiveerde betwisting door Vinamul BV, haar stellingen terzake nader had dienen te onderbouwen.

Gezien het bovenstaande en de door Vinamul BV gemotiveerd aangegeven wijziging in de organisatie na het betrekken van het nieuwe gebouw in 2000, passeert de rechtbank de stellingen van [V.] en acht zij onder deze omstandigheden de verschuiving van werkzaamheden binnen de functie van [V.] niet in strijd met het goed werkgeverschap als bedoeld in artikel 7:611 BW.

Door [V.] zijn verder geen feiten of omstandigheden gesteld die, indien bewezen, tot een ander oordeel kunnen leiden, zodat haar in hoger beroep in algemene termen gestelde bewijsaanbod als niet relevant gepasseerd dient te worden.

Het bovenstaande brengt met zich mee dat de beslissing van de kantonrechter dient te worden bekrachtigd, voorzoveel nodig onder aanvulling en/of verbetering van gronden waarop deze berusten, als hierboven aangegeven, onder verwijzing van [V.] als in het ongelijk gestelde partij, in de kosten van het hoger beroep.

5. De uitspraak

De rechtbank:

bekrachtigt het de vonnis van de kanton-rechter te Sittard - van 14 maart 2001-, tussen partijen onder rolnummer -76688 CV EXPL 00-1194 gewezen;

voorzoveel nodig met wijziging en aanvulling van gronden;

veroordeelt [V.] in de kosten van het hoger beroep aan de zijde van Vinamul BV- gerezen tot deze uitspraak begroot op:

vast recht Euro€ 400,--

salaris procureur Euro€ 1.170,-- -;

Dit vonnis is gewezen door mrs. Huinen, coördinerend vice-president, Bergmans, vice-president, en Otto, rechter, en ter openbare terechtzitting uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.