Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2002:AE4129

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
16-05-2002
Datum publicatie
14-06-2002
Zaaknummer
64689
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
IER 2002, 53
BIE 2002, 79
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis : 16 mei 2002

Zaaknummer : 64689 / HA ZA 01-304

De rechtbank te Maastricht, meervoudige kamer, belast met de behandeling van burgerlijke zaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van:

De rechtspersoon naar vreemd (Belgisch) recht SYNERGYS,

gevestigd en kantoor houdende te Puurs (België),

eiseres,

procureur mr. P.Th. van Alkemade;

tegen:

De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid GEHA B.V.,

gevestigd en kantoor houdende te Maastricht,

gedaagde,

procureur mr. E.J.J.M. Kneepkens.

1. Het verloop van de procedure

De dagvaarding is met vergunning van de president van deze rechtbank op verkorte termijn uitgebracht. De rechtbank heeft op verzoek van eiseres bepaald dat geen gelegenheid wordt gegeven tot het nemen van conclusies van repliek en dupliek.

Eiseres, hierna te noemen "Synergys", heeft vervolgens bij naar de dagvaarding verwijzende conclusie van eis gesteld en geconcludeerd voor eis overeenkomstig de inhoud van die dagvaarding. Bij conclusie van eis zijn producties overgelegd. Gedaagde, hierna te noemen "Geha", heeft daarna onder het overleggen van producties geantwoord.

Synergys heeft vervolgens pleidooi verzocht en partijen hebben daarop de zaak doen bepleiten. Tijdens deze zitting heeft Synergys haar eis veranderd/vermeerderd. Bij pleidooi hebben beide partijen producties overgelegd. Van deze zitting is een proces-verbaal opgemaakt.

Tenslotte hebben partijen vonnis gevraagd op het rechtbankdossier. De uitspraak van het vonnis is nader bepaald op heden.

2. Het geschil

2.1 Synerys is sinds 1 juni 1996 rechthebbende op het internationale modeldepot DM/017594 voor onder meer de Benelux. Volgens Synergys heeft dit depot betrekking op mappen met daarbij behorende afsluitelementen. Synergys heeft geconstateerd dat Geha een inbreukmakend afsluitelement inclusief map op de markt brengt. Op grond van artikel 14 van de eenvormige Beneluxwet inzake tekeningen of modellen stelt Synergys zich te kunnen beschermen tegen deze modelrechtinbreuk ten gevolge waarvan Synergys ook schade lijdt.

2.2 Synergys heeft op grond van het vorenstaande - na verandering/vermeerdering van eis - gevorderd dat de rechtbank bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

1. Geha met onmiddelijke ingang te verbieden inbreuk te maken op het modelrecht van Synergys en met name Geha te verbieden afsluitelementen inclusief mappen op de markt te (doen) brengen en te (doen) vervaardigen, aan te (doen) bieden of anderszins te (doen) verhandelen, die hetzelfde uiterlijk vertonen als de onder nummer DM/017594 ten name van Synergys gedeponeerde modellen, danwel daarmee slechts ondergeschikte verschillen vertonen;

2. Geha te veroordelen om aan Synergys ten titel van dwangsom de somma van

f 10.000,-- (zegge: tienduizend gulden) te voldoen voor ieder overtreding van dit verbod, danwel f 10.000,-- (zegge: tienduizend gulden) voor ieder product waarmee dit verbod wordt overtreden, zulks ter keuze van Synergys;

3. Geha te bevelen om binnen zeven dagen na betekening van het ten deze te wijzen vonnis aan de advocaat van Synergys schriftelijk door een registeraccountant gewaarmerkte opgave te doen van de navolgende informatie:

- de afnemers, alsmede de verkochte aantallen, prijzen, leverdata van de inbreukmakende producten, zulks gerangschikt per afnemer, alsmede onder overlegging van kopieën van de daarop betrekking hebbende facturen;

- de bij Geha nog aanwezige voorraad van inbreukmakende produkten;

- de met de inbreukmakende producten behaalde omzet en winst, alsmede

verschillende ter berekening van de winst op de omzet in mindering

gebrachte kostenposten, voorzien van duidelijke en gedetailleerde

schriftelijke bewijsstukken;

4. Geha te bevelen om binnen zeven dagen na betekening van het ten deze te wijzen vonnis alle nog in het bezit van Geha zijnde inbreukmakende producten en alle voorradig reclamemateriaal, waarin inbreukmakende producten zijn afgebeeld te vernietigen, alsmede om binnen evengenoemde termijn aan iedere afnemer aan wie de inbreukmakende producten zijn en/of dergelijk materiaal is toegezonden, schriftelijk te verzoeken die producten respectievelijk dat materiaal tegen vergoeding van de daarvoor ontstane kosten te retourneren;

5. Geha te bevelen binnen veertien dagen na betekening van het ten deze te wijzen vonnis aan de advocaat van Synergys een gewaarmerkte verklaring van een registeraccountant te doen toekomen, dat de brieven bedoeld in onderdeel 5 van het petitum daadwerkelijk zijn verzonden en dat de producten en het reclamemateriaal daadwerkelijk zijn vernietigd;

6. te bepalen dat Geha bij niet nakoming van een of meer van de onder 3, 4 en 5 genoemde bevelen een dwangsom verbeurt van f 4.000,-- (zegge: vierduizend gulden) voor elke dag dat Geha met gehele of gedeeltelijke nakoming van enig bevel in gebreke blijft;

7. Geha te veroordelen aan Synergys de schade te vergoeden, nader op te maken bij staat en te vereffenen als volgens de wet, door haar inbreukmakende handelingen aan Synergys toegebracht, het bedrag van die schade vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;

8. Geha te bevelen binnen zeven dagen na betekening van het ten deze te wijzen vonnis aan Synergys te vergoeden de buitengerechtelijke kosten die zijn gemaakt om de inbreuk buiten rechte te beëindigen, ten bedrage van f 4.000,-- (zegge: vierduizend gulden);

9. Geha te veroordelen in de kosten van dit geding.

2.3 De vordering wordt door Geha gemotiveerd weersproken, waartoe wordt verwezen naar de conclusie van antwoord en de pleitnota.

3. De beoordeling

3.1 Ter zitting van 22 januari 2002 heeft Synergys haar eis veranderd/vermeerderd in die zin dat zij thans tevens stelt dat de mappen behorende bij de door haar gefabriceerde twee afsluitelementen onderdeel uitmaken van het modelrechtdepot DM/017594. Geha heeft op zich geen bezwaar gemaakt tegen de eisverandering/ vermeerdering doch zij betwist de achterliggende zienswijze. Volgens Geha blijkt uit het overgelegde modelrechtdepot dat het modelrecht slechts betrekking heeft op één afsluitelement, althans is haar onduidelijk dat het betrekking zou hebben op twee afsluitelementen, en niet de daarbij behorende map. Dat laatste blijkt volgens haar uit het feit dat de map - als te doen gebruikelijk bij niet bij het model behorende onderdelen van het depot - is getekend middels onderbroken lijnen.

De rechtbank is van oordeel dat uit de beschrijving van (Objets: Eléments déxtrémités pour classeur") en de tekening bij het modelrechtdepot blijkt dat in casu slechts het modelrecht is verleend aan de afsluitelementen en niet aan de daarbij behorende map. Daarnaast is uit de het depot af te leiden dat het een meervoudig depot betreft namelijk van twee afsluitelementen hetgeen is af te leiden uit de duidelijk leesbare beschrijving: "Nombre de dessins et modèles: 2".

3.2 Dan komt vervolgens de vraag aan de orde of middels depot DM/017594 niet een model wordt beschermd waarvan de kenmerken uitsluitend door een technische functie worden bepaald en Geha derhalve terecht op deze grond de nietigheid van dit modelrechtdepot inroept.

De rechtbank overweegt dat voor wat betreft het technisch effect van een model als weergegeven in artikel 2 lid 1 van de Eenvormige Beneluxwet inzake tekeningen en modellen, dit artikel achterhaald is door artikel 7 lid 1 van de Richtlijn 98/71/EG dat luidt:

"Een modelrecht geldt niet voor de uiterlijke kernmerken van een voortbrengsel die uitsluitend door de technische functie worden bepaald".

De betreffende richtlijn is door Nederland nog niet geïmplementeerd terwijl dat op 28 oktober 2001 het geval had moeten zijn. Uit vaste jurisprudentie blijkt dat dan een richtlijn-conforme interpretatie van de betreffende artikelen in de nationale wetgeving moet volgen.

Dit houdt in dat de kenmerken in het model die door een technische functie worden bepaald niet voor bescherming in aanmerking komen, als ook weergegeven in overweging 14 voorafgaand aan de betreffende Richtlijn. Dat er, zoals door Synergys aangevoerd, alternatieven in de technische functie (in casu: de bevestiging) mogelijk zijn, doet hieraan niet af.

Naar het oordeel van de rechtbank zijn de afsluitelementen van Synergys volledig bepaald door het daarmee beoogde technische effect, te weten het afsluiten van een map en is de wijze van bevestiging van de afsluitelementen in het door Synergys gedeponeerde model een technische functie die, op grond van richlijn-conforme interpretatie, niet voor bescherming op grond van de Eenvormige wet inzake tekeningen en modellen in aanmerking komt.

Dit zo zijnde is nog slechts aan de orde de vorm, het bovenaanzicht, van het afsluitelement, te weten een langwerpig vlak ter afsluiting van een map met aan één zijde afgeplatte schuine hoeken. Dit nu heeft volgens de rechtbank onvoldoende onderscheidend vermogen, onvoldoende nieuw uiterlijk om als model bescherming te genieten.

Dit betekent dat Geha zich terecht beroept op de nietigheid van het depot DM/017594.

3.3 De vordering van Synergys zal derhalve worden afgewezen en Synergys zal, als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure.

3.4 In het dictum zullen de bedragen worden weergegeven in euro's.

4. Uitspraak

De rechtbank:

wijst de vorderingen van Synergys af;

veroordeelt Synergys in de kosten van deze procedure aan de zijde van Geha gevallen en tot op heden begroot op € 181,51 aan griffierechten en € 1.170,75 voor salaris procureur;

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mrs. Adelmeijer, vice-president, Otto en Van den Acker, rechters, en ter openbare terechtzitting uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.