Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2002:AE1957

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
21-03-2002
Datum publicatie
26-04-2002
Zaaknummer
66527 - HA ZA 01-568
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis : 21 maart 2002

Zaaknummer : 66527 / HA ZA 01-568

De rechtbank te Maastricht, enkelvoudige kamer, belast met de behandeling van burgerlijke zaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van:

De vennootschap naar Italiaans recht CAMPAGNOLO S.R.L.,

gevestigd en kantoor houdende te Vicenza (Italië),

eiseres in de hoofdzaak, eiseres in het incident,

procureur mr. E.J.J.M. Kneepkens;

tegen:

1. De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid OTTIMA B.V.,

gevestigd en kantoor houdende te Maastricht,

en

2. De vennootschap naar Italiaans recht CAMPAGNOLA S.R.L.,

gevestigd en kantoor houdende te Castelmassa (Italië),

gedaagden in de hoofdzaak, verweerders in het incident,

procureur mr. Ch.M.E.M. Paulussen.

1. Het verdere verloop van de procedure

Bij vonnis in het incident van 13 december 2001 heeft deze rechtbank zich onbevoegd verklaard om van de vorderingen 1 en 2 van Campagnolo kennis te nemen, heeft bevolen dat partijen voortprocedeerden met inachtneming van de stand waarin de procedure zich bevond, heeft de zaak verwezen naar de rol voor conclusie van repliek in conventie en conclusie van antwoord in reconventie aan de zijde van Campagnolo, en heeft iedere ver-dere beslissing aangehouden.

Op de dienende dag heeft Campagnolo vervolgens onder het overleggen van één pro-ductie in het incident een conclusie houdende verwijzing wegens verknochtheid genomen.

Vervolgens hebben Ottima en Campagnola in het incident een akte houdende referte ge-nomen.

Ten slotte hebben partijen in het incident vonnis gevraagd op het rechtbankdossier. De uitspraak van het vonnis is bij vervroeging bepaald op heden.

2. De vordering en het verweer

In de hoofdzaak

Voor de vordering in de hoofdzaak en de daarin genomen beslissingen verwijst de recht-bank naar voormeld vonnis in het incident van 13 december 2001.

In het incident

Campagnolo heeft bij incidentele conclusie, op de daarin vermelde gronden gevorderd

de zaak in de stand waarin die zich bevindt te verwijzen naar de rechtbank te 's-Graven-hage om te worden gevoegd met de daar inmiddels aanhangige procedure met als onder-werp de vorderingen, ten aanzien waarvan deze rechtbank zich niet bevoegd oordeelde, met veroordeling van Ottima en Campagnola in de kosten van het incident, daartoe - kort samengevat - aanvoerend:

- tengevolge van voormeld vonnis in het incident behelst de zaak voor deze rechtbank: I (a) de vorderingen van Campagnolo tegen Ottima en Campagnola onder 3 en 4 (een inbreukverbod met dwangsom), I (b) de vordering tegen Ottima onder 5 (beëindigen van de domeinnaamregistratie), en I (c) de vordering van Ottima en Campagnola in reconventie tot vervallenverklaring van de merkinschrijvingen van Campagnolo;

- voor de rechtbank te 's-Gravenhage zijn aanhangig de vorderingen van Campagnolo onder 1 en 2 tegen Campagnola tot (gedeeltelijke) vervallen- en nietigverklaring van het Benelux deel van de internationale inschrijving van het werk CAMPAGNOLA;

- De vorderingen onder I die thans nog bij deze rechtbank aanhangig zijn, zijn ver-knocht met die welke nu bij de Haagde rechtbank aanhangig zijn;

- de naar de Haagse rechtbank verwezen vorderingen treffen Ottima en Campagnola, hoewel formeel uitsluitend Campagnola als houder van de nietig en vervallen te ver-klaren merken;

- De bij deze rechtbank gebleven vorderingen kunnen niet los daarvan worden beoor-deeld en tegenstrijdigheid tussen beide uitspraken dient te worden vermeden.

Ottima en Campagnola hebben zich in het incident gerefereerd aan het oordeel van deze rechtbank.

3. Beoordeling

In het incident

De rechtbank is van oordeel dat uit de tekst van het in casu toepasselijke wetsartikel blijkt dat er sprake is van een chronologische prioriteit: de zaak welke het laatst aanhangig is geworden wordt verwezen naar de rechter bij wie de eerder aanhangig geworden zaak dient, de tijdsorde bepaalt aldus het forum.

Consequentie van het vorenstaande is dat de vordering van Campagnolo afgewezen zou dienen te worden, nu de bij deze rechtbank aanhangige zaak als eerste aanhangig is ge-worden.

Gevolg daarvan zou echter zijn dat vorderingen die - ook naar het oordeel van de recht-bank - verknocht zijn bij verschillende rechtbanken aanhangig zouden zijn en berecht zouden worden, met het daaraan inherente risico van tegenstrijdigheid tussen beide uit-spraken.

Bij voormeld vonnis in het incident had de rechtbank reeds overwogen:

"Ten overvloede merkt de rechtbank nog op dat, wanneer vorderingen in een zodanig verband staan dat het van belang is de vorderingen tezamen te berechten om tegen-strijdige uitspraken te vermijden, zoveel mogelijk aansluiting dient te worden gezocht bij de rechtsmacht die ingevolge de lex specialis bevoegd is."

Algemene beginselen van burgerlijk procesrecht, in het bijzonder het beginsel van proceseconomie, brengen/brengt naar het oordeel van de rechtbank met zich dat

- hoewel naar de letter van de wet verwijzing wegens verknochtheid van de zaak niet mogelijk is - in deze specifieke situatie die verwijzing om redenen van proceseconomie toch mogelijk is.

Het vorenstaande brengt met zich dat de vordering van Campagnolo kan worden toegewezen en dat de zaak in conventie en in reconventie zal worden verwezen naar de rechtbank te

's-Gravenhage.

Hoewel de vordering van Campagnolo wordt toegewezen kunnen Ottima en Campagnola naar het oordeel van de rechtbank in het incident niet worden beschouwd als de in het ongelijk ge-stelde partij, nu zij in het incident geen bezwaar hebben gemaakt tegen de gevorderde ver-

wijzing en zich daaromtrent hebben gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Gelet daarop acht de rechtbank termen aanwezig de kosten van dit incident te compenseren in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

4. Uitspraak

De rechtbank:

In het incident

Wijst het gevorderde toe;

compenseert de kosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;

In de hoofdzaak

verwijst de zaak in conventie en in reconventie in de stand waarin die zich thans bevindt naar de rechtbank te 's-Gravenhage.

Dit vonnis is gewezen door mr. Huinen, coördinerend vice-president, en ter openbare terechtzitting uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.

PZ