Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2002:AE0507

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
18-03-2002
Datum publicatie
22-03-2002
Zaaknummer
03-005549-01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 03/005549-01

Datum uitspraak: 18 maart 2002

RECHTBANK MAASTRICHT

VONNIS

op tegenspraak gewezen door de meervoudige kamer voor strafzaken in de zaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats/datum],

wonende te [adres],

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Limburg Zuid - HvB Overmaze te

Maastricht.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 04 maart 2002.

De tenlastelegging

Aan verdachte is na wijziging van de tenlastelegging ten laste gelegd dat

1.

hij in of omstreeks het tijdvak van 1 januari 1992 tot en met 9 oktober 1995 in de gemeente Kerkrade, meermalen althans eenmaal (telkens) met [slachtof[slachtoffer 1] (geboren op 9 oktober 1979), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1], hebbende verdachte (telkens) zijn verdachtes penis in de mond van die [slachtoffer 1] geduwd/gebracht;

2.

hij in of omstreeks het tijdvak van 1 januari 1992 tot en met 9 oktober 1995 in de gemeente Kerkrade, meermalen, althans eenmaal (telkens) met [slachtoffer 1] (geboren op 9 oktober 1979), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit het (telkens) ontuchtig door hem, verdachte, in de mond nemen van de penis van voornoemde [slachtoffer 1] en/of het betasten van en/of likken aan, de anus van die [slachtoffer 1] en/of uit het door hem, verdachte, masturberen van voornoemde [slachtoffer 1] en/of uit het door die [slachtoffer 1] masturberen van hem, verdachte;

3.

hij in of omstreeks het tijdvak van 2 september 1992 tot 2 september 1995 in de gemeente Kerkrade, meermalen, althans eenmaal (telkens) met [slacht[slachtoffer 2] (geboren op 2 september 1979), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2], hebbende verdachte (telkens) een of meer van zijn, verdachtes vinger(s) en/of zijn verdachtes penis en/of een vibrator in de anus van die [slachtoffer 2] geduwd/gebracht;

4.

hij in of omstreeks het tijdvak van 2 september 1992 tot 2 september 1995 in de gemeente Kerkrade en/of in de gemeente Brunssum, meermalen, althans eenmaal (telkens) met [slachtoffer 2] (geboren op 2 september 1979), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit het (telkens) ontuchtig masturberen van die [slachtoffer 2] en/of door hem, verdachte, in de mond nemen van de penis van voornoemde [slachtoffer 2];

5.

hij in of omstreeks het tijdvak van 3 januari 1999 tot en met 1 juli 2001 in de gemeente Kerkrade, meermalen, althans eenmaal (telkens) met [slachtoffer 3/benadeelde p[slachtoffer 4] (geboren op 3 januari 1988), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit het (telkens) ontuchtig door hem, verdachte, in de mond nemen van en/of zuigen aan de penis van voornoemde [slachtoffer 3/benadeelde partij];

6.

hij in of omstreeks het tijdvak van 11 september 1992 tot 11 september 1996 in de gemeente Kerkrade, meermalen, althans eenmaal (telkens) met [slachtoffer 4] (geboren op 11 september 1980), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 4], hebbende verdachte (telkens) zijn verdachtes, penis in de mond en/of anus van die [slachtoffer 4] geduwd/gebracht en/of een vibrator in de anus van die [slachtoffer 4] geduwd/gebracht;

7.

hij in of omstreeks het tijdvak van 11 september 1992 tot 11 september 1996 in de gemeente Kerkrade, meermalen, althans eenmaal (telkens) met [slachtoffer 4] (geboren op 11 september 1980), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit het (telkens) ontuchtig masturberen van die [slachtoffer 4] en/of door hem, verdachte, in de mond nemen van de penis van voornoemde [slachtoffer 4] en/of likken aan de anus van die [slachtoffer 4];

8.

hij in of omstreeks het tijdvak van 1 januari 1992 tot 4 februari 1995 in de gemeente Kerkrade, meermalen, althans eenmaal (telkens) met [slachtoffer 5] (geboren op 4 februari 1979), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit het (telkens) ontuchtig masturberen van voornoemde [slachtoffer 5] en/of uit het door hem, verdachte, in de mond nemen van de penis van die [slachtoffer 5] en/of uit het door die [slachtoffer 5] masturberen van hem, verdachte;

9.

hij in of omstreeks het tijdvak van 1 januari 1992 tot 27 mei 1995 in de gemeente Kerkrade, meermalen, althans eenmaal (telkens) met [slachtoffer 6] (geboren op 27 mei 1979), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit het (telkens) ontuchtig in de mond nemen van de penis van voornoemde [slachtoffer 6] en/of uit het door hem, verdachte, masturberen van voornoemde [slachtoffer 6] en/of uit het door die [slachtoffer 6] masturberen van hem, verdachte;

10.

hij in of omstreeks het tijdvak van 1 januari 1992 tot en met 11 september 1996 in de gemeente Kerkrade, in elk geval in Nederland, een gegevensdrager te weten een video 8 film (1.1.1), bevattende één of meer beelden van seksuele gedragingen, te weten een drietal jongens die zich masturberen en/of een jongen die de mond van een opblaaspop op zijn geslachtsdeel drukt en het hoofd van die pop op en neer beweegt, bij welke vorenbedoelde beelden (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van zestien jaar nog niet had bereikt, was betrokken, heeft vervaardigd en/of in voorraad heeft gehad;

11.

hij op of omstreeks 12 juli 2001 in de gemeente Kerkrade opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 160 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II.

De vrijspraak

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte onder 3. is ten laste gelegd. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

De rechtbank is van oordeel dat niet uit de bewijsmiddelen valt af te leiden dat de betrokken persoon, ten tijde van de onderhavige verweten handelingen, de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1., 2., 4., 5., 6., 7., 8., 9., 10. en 11. ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat

1.

hij in het tijdvak van 1 april 1993 tot 9 oktober 1995 in de gemeente Kerkrade, met [slachtoffer 1] (geboren op 9 oktober 1979), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een ontuchtige handeling heeft gepleegd, die bestond uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1], hebbende verdachte zijn penis in de mond van die [slachtoffer 1] gebracht;

2.

hij in het tijdvak van 1 april 1993 tot 9 oktober 1995 in de gemeente Kerkrade, meermalen met [slachtoffer 1] (geboren op 9 oktober 1979), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande uit het ontuchtig door hem, verdachte, in de mond nemen van de penis van voornoemde [slachtoffer 1] en/of het betasten van en/of likken aan, de anus van die [slachtoffer 1] en/of uit het door hem, verdachte, masturberen van voornoemde [slachtoffer 1] en/of uit het door die [slachtoffer 1] masturberen van hem, verdachte;

4.

hij in het tijdvak van 1 april 1993 tot 2 september 1995 in de gemeente Kerkrade, met [slachtoffer 2] (geboren op 2 september 1979), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een ontuchtige handeling heeft gepleegd, bestaande uit het ontuchtig masturberen van die [slachtoffer 2];

5.

hij in het tijdvak van 3 januari 1999 tot en met 1 juli 2001 in de gemeente Kerkrade, meermalen met [slachtoffer 3/benadeelde partij] (geboren op 3 januari 1988), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande uit het ontuchtig door hem, verdachte, in de mond nemen van en/of zuigen aan de penis van voornoemde [slachtoffer 3/benadeelde partij];

6.

hij in het tijdvak van 1 april 1993 tot 11 september 1996 in de gemeente Kerkrade, meermalen met [slachtoffer 4] (geboren op 11 september 1980), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 4], hebbende verdachte zijn verdachtes, penis in de mond en/of anus van die [slachtoffer 4] geduwd/gebracht en/of een vibrator in de anus van die [slachtoffer 4] geduwd/gebracht;

7.

hij in het tijdvak van 1 april 1993 tot 11 september 1996 in de gemeente Kerkrade, meermalen met [slachtoffer 4] (geboren op 11 september 1980), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande uit het ontuchtig masturberen van die [slachtoffer 4] en/of door hem, verdachte, in de mond nemen van de penis van voornoemde [slachtoffer 4] en/of likken aan de anus van die [slachtoffer 4];

8.

hij in het tijdvak van 1 april 1993 tot 4 februari 1995 in de gemeente Kerkrade, meermalen met [slachtoffer 5] (geboren op 4 februari 1979), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande uit het ontuchtig masturberen van voornoemde [slachtoffer 5] en/of uit het door hem, verdachte, in de mond nemen van de penis van die [slachtoffer 5] en/of uit het door die [slachtoffer 5] masturberen van hem, verdachte;

9.

hij in het tijdvak van 1 april 1993 tot 27 mei 1995 in de gemeente Kerkrade, meermalen met [slachtoffer 6] (geboren op 27 mei 1979), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande uit het ontuchtig in de mond nemen van de penis van voornoemde [slachtoffer 6] en/of uit het door hem, verdachte, masturberen van voornoemde [slachtoffer 6] en/of uit het door die [slachtoffer 6] masturberen van hem, verdachte;

10.

hij in het tijdvak van 1 april 1993 tot en met 3 februari 1995 in de gemeente Kerkrade, een gegevensdrager te weten een video 8 film, bevattende beelden van seksuele gedragingen, te weten een drietal jongens die masturberen en een jongen die de mond van een opblaaspop op zijn geslachtsdeel drukt en het hoofd van die pop op en neer beweegt, bij welke vorenbedoelde beelden telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van zestien jaar nog niet had bereikt, was betrokken, heeft vervaardigd;

11.

hij op 12 juli 2001 in de gemeente Kerkrade opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 160 gram hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II.

De partiële vrijspraak

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen aan verdachte onder 1., 4. en 10. meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

De bewijsmiddelen

De rechtbank grondt haar overtuiging dat verdachte de hierboven omschreven feiten heeft begaan, op feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

De kwalificatie

Het bewezenverklaarde levert op strafbare feiten welke moeten worden gekwalificeerd als volgt:

Feit 1:

met iemand die de leeftijd van twaalf jaren, maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam,

voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 245, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht (oud).

Feit 2:

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd,

voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 247, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht (oud).

Feit 4:

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen,

voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 247, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht (oud).

Feit 5:

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd,

voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 247, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.

Feit 6:

met iemand die de leeftijd van twaalf jaren, maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd,

voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 245, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht (oud).

Feit 7:

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd,

voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 247, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht (oud).

Feit 8:

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd,

voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 247, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht (oud).

Feit 9:

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd,

voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 247, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht (oud).

Feit 10:

een gegevensdrager, bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van zestien jaar nog niet heeft, is betrokken, vervaardigt,

voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 240b, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht (oud).

Feit 11:

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3, eerste lid, aanhef en onder C van de Opiumwet gegeven verbod,

strafbaar gesteld bij artikel 11, tweede lid, van de Opiumwet.

De strafbaarheid van de verdachte

Ten aanzien van verdachte is door F. van Nunen, klinisch psycholoog en psychotherapeut, een onderzoek naar de geestvermogens van verdachte ingesteld en van dat onderzoek heeft genoemde klinisch psycholoog een rapport, gedateerd 11 februari 2002, opgemaakt, welk rapport vermeldt -zakelijk weergegeven- als conclusie:

- dat betrokkene lijdende is aan een ziekelijke stoornis van de geestvermogens in de zin van een parafile stoornis, waarbij betrokkene zich op geestelijk en lichamelijk/seksueel vlak aangetrokken voelt tot jongens in de puberteit;

- dat van genoemde ziekelijke stoornis ook sprake was ten tijde van het aan betrokkene tenlastegelegde;

- dat deze ziekelijke stoornis betrokkenes gedragskeuzes c.q. gedragingen te dien aanzien beïnvloedde;

- dat betrokkene op basis van genoemde parafile stoornis als licht verminderd toerekeningsvatbaar kan worden beschouwd;

De rechtbank verenigt zich, gelet op de daarvoor gegeven gronden, geheel met de in het rapport gegeven conclusie en maakt deze mitsdien tot de hare.

Er is ook overigens geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid uitsluit.

De verdachte is derhalve strafbaar.

De redengeving van de op te leggen straf en maatregel

Bij de bepaling van de op te leggen straf en maatregel is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Naar het oordeel van de rechtbank kan niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf welke een deels onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te vermelden duur met zich brengt. Daarbij is rekening gehouden met:

- de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, alsmede het belang van een juiste normhandhaving;

- de omstandigheid dat verdachte een gebrek aan normbesef heeft en weinig inzicht heeft in de strafwaardigheid van zijn handelen;

- de omstandigheid dat verdachte het vertrouwen van jongens heeft gewonnen door de inrichting van zijn woning af te stemmen op hetgeen deze jongens aantrekkelijk vinden en vervolgens misbruik heeft gemaakt van dit vertrouwen;

- de omstandigheid dat verdachte misbruik heeft gemaakt van kinderen in een kwetsbare leeftijdsfase, in welke fase zij een seksueel emotionele ontwikkeling doormaken;

- de omstandigheid dat verdachte zijn slachtoffers zodanig heeft gemanipuleerd en in een zodanige situatie gemanoevreerd heeft dat zij seksuele handelingen gingen verrichten;

- de veronachtzaming van de belangen van de slachtoffers, hetgeen blijkt uit de verklaringen die door de slachtoffers zijn afgelegd;

- de mate waarin het bewezen verklaarde psychische schade teweeg heeft gebracht.

Bij de straftoemeting heeft de rechtbank ten bezware van verdachte er rekening mee gehouden dat verdachte heeft erkend zich schuldig te hebben gemaakt aan een strafbaar feit, terzake waarvan de officier van justitie heeft medegedeeld dat verdachte daarvoor niet afzonderlijk is of zal worden vervolgd, te weten:

- op 12 juli 2001, gemeente Kerkrade, het voorhanden hebben van kinderpornografie op videofilms en magazines

Nu verdachte onder meer ter zake van het hiervoor onder 5. bewezen verklaarde strafbare feit zal worden veroordeeld en hij naar burgerlijk recht jegens het slachtoffer zijnde de hierna te noemen benadeelde partij [slachtoffer 3/benadeelde partij] aansprakelijk is voor de schade die door dat strafbare feit is toegebracht, heeft de rechtbank tot het opleggen van nader te noemen maatregel besloten.

De op te leggen straf en maatregel zijn -behalve op voormelde artikelen- gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 24c, 27, 36f, 57 en 91 van het Wetboek van Strafrecht

De vordering van de benadeelde partij

Ter terechtzitting is tevens het formulier, als bedoeld in artikel 51b, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, behandeld, waarbij [slachtoffer 3/benadeelde partij] zich ter zake van zijn vordering tot schadevergoeding als benadeelde partij in het strafproces heeft gevoegd.

Nu uit het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij [slachtoffer 3/benadeelde partij] door het hiervoor onder 5. bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks schade is toegebracht tot het door haar gevorderde bedrag van € 2268,90 en nu aan verdachte ter zake van dat feit een straf en een maatregel zal worden opgelegd, zal deze vordering geheel worden toegewezen.

DE BESLISSINGEN:

De rechtbank

- verklaart niet wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het onder 3. ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

- verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het onder 1., 2., 4., 5., 6., 7., 8., 9., 10. en 11. ten laste gelegde, zoals hiervoor is omschreven, heeft begaan;

- verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte onder 1., 4. en 10. meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

- verklaart dat het bewezenverklaarde de hiervoor vermelde strafbare feiten oplevert en dat verdachte strafbaar is;

- veroordeelt verdachte voor het hiervoor bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de tijd van 32 MAANDEN;

- beveelt, dat van de opgelegde gevangenisstraf een deel, groot 10 MAANDEN, niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de veroordeelde niet heeft nageleefd de voorwaarde zich voor het einde van een proeftijd van drie jaren niet schuldig te maken aan een strafbaar feit;

- beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de aan veroordeelde opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van he[slachtoffer 3/benadeelde partij] [slachtoffer 3/benadeelde partij] te betalen een bedrag ad. € 2268,90, (tweeduizendtweehonderdachtenzestig euro en negentig eurocenten), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 50 dagen;

- verstaat dat toepassing van laatstbedoelde vervangende hechtenis de opgelegde verplichting tot betaling niet opheft;

- veroordeelt verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [slachtoffer 3/benadeelde partij] te betalen een bedrag van € 2268,90, (tweeduizendtweehonderdachtenzestig euro en negentig eurocenten);

- veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij [slachtoffer 3/benadeelde partij] voornoemd in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil;

- bepaalt dat, indien verdachte aan meergenoemde benadeelde partij [slachtoffer 3/benadeelde partij] voormeld bedrag ad. € 2268,90, heeft voldaan, de verplichting tot betaling aan de staat komt te vervallen;

- bepaalt dat, indien verdachte aan de verplichting tot betaling aan de staat van het bedrag

ad. € 2268,90, heeft voldaan, de verplichting tot betaling van dat bedrag aan meergenoemde benadeelde partij [slachtoffer 3/benadeelde partij] komt te vervallen.

Dit vonnis is aldus gewezen door mr. B.G.L. van der Aa, voorzitter, mr. A.M. Schutte en mr. E.H.A.F.M. Krol, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.J.M. Penders, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 18 maart 2002.