Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2001:AB1813

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
16-05-2001
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
03-005775-00
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 03/005775-00

Datum uitspraak: 16 mei 2001

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE MAASTRICHT

VONNIS

op tegenspraak gewezen door de meervoudige kamer voor strafzaken in de zaak tegen

[naam verdachte],

geboren te [geboorteplaats verdachte],

wonende te [woonplaats verdachte],

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Overmaze" te Maastricht.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 2 mei 2001.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 19 november 2000 in de gemeente Sittard met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning ([adres]) heeft weggenomen een tas (met inhoud, zoals papieren en geld), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte; (feit 1 in p-v)

2.

hij op of omstreeks 26 november 2000 in de gemeente Sittard met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een beurs met inhoud (geld), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte; (feit 2 in p-v)

3.

hij op of omstreeks 29 november 2000 in de gemeente Sittard met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 3]en/resp. [slachtoffer 4]heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag van f. 500,00 ([slachtoffer 3]) en/resp. een geldbedrag van f. 35,00, althans enig geldbedrag ([slachtoffer 4]), hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 4] verteld dat hij, verdachte, in de gelegenheid zou zijn om een TV-toestel aan die [slachtoffer 3] te leveren en/of een hoeveelheid (sterke) drank aan die [slachtoffer 4] te leveren en/of die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 4] gezegd dat hij, verdachte, als ze hem ieder dat geld zouden geven, dat TV-toestel en/of die drank zou (kunnen) bezorgen, waardoor die [slachtoffer 3] en/resp. die [slachtoffer 4] werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte; (feiten 3 en 4 in p-v)

4.

hij op of omstreeks 12 november 2000 in de gemeente Sittard met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 5] (pastoor) heeft gedwongen tot de afgifte van f. 250,00, in elk geval van enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, bij het thuiskomen van die [slachtoffer 5] met die [slachtoffer 5] mede is binnengedrongen/binnengegaan in de woning van die [slachtoffer 5] en/of die [slachtoffer 5] in die woning heeft lastiggevallen (in woord en/of in daad), (onder meer) door die [slachtoffer 5] te zeggen dat hij geen geld meer mocht afgeven aan zijn, verdachtes, zus en/of (onder meer) door die [slachtoffer 5] toe te voegen: "Blijf hier", of woorden van gelijke strekking en/of aard, en/of die [slachtoffer 5] onder die, in diens eigen woning bedreigende, omstandigheden, heeft gevraagd geld af te geven; (feit 6 in p-v)

5.

hij op of omstreeks 26 november 2000 in de gemeente Sittard met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 5] (pastoor) heeft gedwongen tot de afgifte van een boterham en/of f. 100,00, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, die [slachtoffer 5] dreigend heeft toegevoegd: "Als je me geen boterham geeft breek ik je hele huis af", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of een ruitje van de voordeur van de woning van die [slachtoffer 5] heeft ingeslagen en/of (vervolgens) die [slachtoffer 5] dreigend heeft toegevoegd: "Wat moet ik met een boterham. Ik wil geld" en/of "Als je me die honderd gulden niet geeft dan breek ik de hele tent af", althans woorden van gelijke aard en/of strekking; (feit 7 in p-v)

6.

hij op of omstreeks 1 december 2000 in de gemeente Sittard met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 5] (pastoor) heeft gedwongen tot de afgifte van f. 575,00, althans geld en/of een auto (Volvo S40 ([kenteken]), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, die [slachtoffer 5] een schroevendraaier op de borst heeft gezet en/of met een schroevendraaier heeft gedreigd en/of met die [slachtoffer 5] de woning van die [slachtoffer 5] is binnengegaan en/of die [slachtoffer 5] heeft toegevoegd de woorden: "Als je niet je bek houdt dan" en/of "Ik moet geld van je hebben", dan wel woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking; (feit 8 in p-v)

7.

hij op of omstreeks 1 december 2000 in de gemeente(n) Sittard en/of Geleen opzettelijk [slachtoffer 5] (pastoor) wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, door met dat opzet die [slachtoffer 5] te dwingen, onder dreiging met een schroevendraaier (en na een eerder begane afpersing), om naast hem, verdachte, als bijrijder in de auto van die [slachtoffer 5] te stappen en/of met hem mee te rijden en/of door die [slachtoffer 5] tijdelijk niet de gelegenheid te bieden om uit die auto te stappen; (feit 8 in p-v).

Vrijspraak

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte onder 5. is ten laste gelegd.

De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1., 2., 3., 4., 6. en 7. ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat

1.

hij op 19 november 2000 in de gemeente Sittard met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in een woning ([adres]) heeft weggenomen een tas (met inhoud, zoals papieren en geld), toebehorende aan [slachtoffer 1];

2.

hij op 26 november 2000 in de gemeente Sittard met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een beurs met inhoud (geld), toebehorende aan [slachtoffer 2];

3. A

hij op 29 november 2000 in de gemeente Sittard met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 3] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag van f. 500,00, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - in strijd met de waarheid die [slachtoffer 3] verteld dat hij, verdachte, in de gelegenheid zou zijn om een TV-toestel aan die [slachtoffer 3] te leveren en die [slachtoffer 3] gezegd heeft dat hij, verdachte, als hij hem dat geld zou geven, dat TV-toestel zou (kunnen) bezorgen, waardoor die [slachtoffer 3] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

3. B

hij op 29 november 2000 in de gemeente Sittard met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 4] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag van f. 35,00, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - in strijd met de waarheid die [slachtoffer 4] verteld dat hij, verdachte, in de gelegenheid zou zijn om een hoeveelheid (sterke) drank aan die [slachtoffer 4] te leveren en die [slachtoffer 4] gezegd heeft dat hij, verdachte, als hij hem dat geld zou geven, die drank zou (kunnen) bezorgen, waardoor die [slachtoffer 4] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

4.

hij op 12 november 2000 in de gemeente Sittard met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 5] (pastoor) heeft gedwongen tot de afgifte van f. 250,00, toebehorende aan die [slachtoffer 5], welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte, bij het thuiskomen van die [slachtoffer 5] is binnengedrongen in de woning van die [slachtoffer 5] en door die [slachtoffer 5] toe te voegen: "Blijf hier" en die [slachtoffer 5] onder die, in diens eigen woning bedreigende, omstandigheden, heeft gevraagd geld af te geven;

6.

hij op 1 december 2000 in de gemeente Sittard met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 5] (pastoor) heeft gedwongen tot de afgifte van f. 575,00, toebehorende aan die [slachtoffer 5], welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte, die [slachtoffer 5] een schroevendraaier op de borst heeft gezet en met een schroevendraaier heeft gedreigd en met die [slachtoffer 5] de woning van die [slachtoffer 5] is binnengegaan en die [slachtoffer 5] heeft toegevoegd de woorden: "Als je niet je bek houdt dan" en "Ik moet geld van je hebben", dan wel woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

7.

hij op 1 december 2000 in de gemeenten Sittard en Geleen opzettelijk [slachtoffer 5] (pastoor) wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, door met dat opzet die [slachtoffer 5] te dwingen, na een eerder begane afpersing, om naast hem, verdachte, als bijrijder in de auto van die [slachtoffer 5] te stappen en met hem mee te rijden en door die [slachtoffer 5] tijdelijk niet de gelegenheid te bieden om uit die auto te stappen.

Partiële vrijspraak

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen aan verdachte onder 3., 4., 6. en 7. meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

De rechtbank merkt ten aanzien van het onder 6. tenlastegelegde op dat in de tenlastelegging bedreiging met geweld ten aanzien van de afgifte van de auto (Volvo S40) niet is verfeitelijkt en derhalve niet bewezen kan worden verklaard.

Bewijsmiddelen

De rechtbank grondt haar overtuiging dat verdachte de hierboven omschreven feiten heeft begaan, op feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

De kwalificatie

Het bewezenverklaarde levert op strafbare feiten welke moeten worden gekwalificeerd als volgt:

T.a.v. feit 1.:

Diefstal,

voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht.

T.a.v. feit 2.:

Diefstal,

voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht.

T.a.v. feit 3. A en B telkens:

Oplichting,

voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht.

T.a.v. feit 4.:

Afpersing,

voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 317, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht.

T.a.v. feit 6.:

Afpersing,

voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 317, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht.

T.a.v. feit 7.:

Opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven of beroofd houden,

voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 282, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht.

De strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid uitsluit. De verdachte is derhalve strafbaar.

De redengeving van de op te leggen straf

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Naar het oordeel van de rechtbank kan niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf welke een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te vermelden duur met zich brengt. Daarbij is rekening gehouden met:

de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, alsmede het belang van een juiste normhandhaving;

de omstandigheid dat verdachte reeds eerder ter zake soortgelijke strafbare feiten is veroordeeld;

ten aanzien van het onder 4., 6. en 7. bewezenverklaarde het gewelddadig karakter van het bewezen verklaarde en de maatschappelijke onrust die mede daarvan het gevolg is.

Bij de straftoemeting heeft de rechtbank ten bezware van verdachte er rekening mee gehouden dat verdachte heeft erkend zich schuldig te hebben gemaakt aan strafbare feiten, ter zake waarvan de officier van justitie heeft medegedeeld dat verdachte daarvoor niet afzonderlijk is of zal worden vervolgd, te weten:

005775-00 1 juli 1999, op/nabij de Oranjelaan, op weg, Geleen, Gem. Sittard-Geleen,

Diefstal auto (Ford Sierra) door na het uitstappen eigenaar weg te rijden.

De op te leggen straf is - behalve op voormelde artikelen - gegrond op de artikelen 10, 27 en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

De vordering van de benadeelde partij

Ter terechtzitting is tevens het formulier, als bedoeld in artikel 51b, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, behandeld, waarbij [slachtoffer 1] zich ter zake van haar vordering tot schadevergoeding als benadeelde partij in het strafproces heeft gevoegd.

De vordering van de benadeelde partij is, voor zover die hierna zal worden toegewezen, van zodanig eenvoudige aard gebleken dat deze zich voor behandeling in dit strafgeding leent.

Nu uit het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door het hiervoor onder 1. bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks schade is toegebracht tot een bedrag van FL. 450,00 en nu aan verdachte ter zake van dat feit een straf zal worden opgelegd, zal deze vordering tot dat bedrag worden toegewezen.

Naar het oordeel van de rechtbank is de vordering van de benadeelde partij voor het overige niet van zodanig eenvoudige aard dat deze zich voor behandeling in dit strafgeding leent, reden waarom zij zal bepalen dat deze benadeelde partij in haar vordering in zoverre niet-ontvankelijk is en die vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Ter terechtzitting heeft de raadsman van verdachte een beroep gedaan op verrekening. De rechtbank verwerpt dit beroep nu de vordering van verdachte op de benadeelde partij niet eenvoudig is vast te stellen.

DE BESLISSINGEN:

De rechtbank

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het onder 5. ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het onder 1., 2., 3., 4., 6. en 7. ten laste gelegde, zoals hiervoor is omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte onder 3., 4., 6. en 7. meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart dat het bewezenverklaarde de hiervoor vermelde strafbare feiten oplevert en dat verdachte strafbaar is;

veroordeelt verdachte voor het hiervoor bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de tijd van 2 jaar en 6 maanden;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de aan veroordeelde opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

veroordeelt verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [slachtoffer 1], te betalen een bedrag van FL. 450,00;

verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] voornoemd voor het overige in haar vordering niet-ontvankelijk en verklaart dat zij dat deel van haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij [slachtoffer 1] voornoemd in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Dit vonnis is aldus gewezen door mr. A.J. Hazen, voorzitter, mr. P.H.J. Frénay en mr. W.M.A.E. Cornuit, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.W.J.H. Coumans, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 16 mei 2001.