Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2001:AB0228

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
22-02-2001
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
63533
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE MAASTRICHT

Zaaknummer: 63533 / KG ZA 01-48

Datum uitspraak: 22 februari 2001

VONNIS IN HET KORT GEDING VAN:

De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [naam eiseres], gevestigd en kantoor houdende te [vestigingsplaats eiseres],

eiseres bij exploot van dagvaarding in kort geding d.d. 7 februari 2001,

procureur: mr. J.L. ten Hove,

tegen:

[naam gedaagde], tevens h.o.d.n. [handelsnaam], wonende en zaak doende te [vestigingsplaats gedaagde],

gedaagde,

procureur: mr. R.M.W.H. Bedaux.

1. HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE

1.1 Eiseres, hierna te noemen: [naam eiseres], heeft gedaagde, die verder als [naam gedaagde] zal worden aangeduid, doen dagvaarden in kort geding.

Op de dienende dag, 14 februari 2001, heeft [naam eiseres] geconcludeerd voor eis overeenkomstig de inhoud van de dagvaarding, waarna zij, onder verwijzing naar op voorhand overgelegde producties, haar vorderingen nader heeft doen toelichten.

[naam gedaagde] heeft daarop, onder verwijzing naar -alleen aan de president- eerst ter terechtzitting overgelegde producties, verweer gevoerd.

Partijen hebben vervolgens over en weer op elkaars stellingen gereageerd, waarna de president hun heeft voorgesteld het geschil in der minne te regelen. Daartoe heeft zij de behandeling van het kort geding voor enige tijd geschorst.

Na hervatting van het geding heeft de procureur van [naam eiseres] de president meegedeeld dat partijen een regeling hebben bereikt, welke regeling zij vanmiddag nog op schrift zal stellen en ter accordering zal doen toekomen aan de procureur van [naam gedaagde]. Voorts heeft de procureur van [naam eiseres] meegedeeld dat zij de president uiterlijk op 19 februari 2001 zal berichten of partijen vonnis wensen of dat het kort geding wordt ingetrokken.

1.2 Bij brief d.d. 16 februari 2001 heeft de procureur van [naam eiseres] de president nader bericht en haar verzocht vonnis te wijzen.

De procureur van [naam gedaagde] heeft daarop, bij brief d.d. 19 februari 2001, gereageerd.

De president heeft de uitspraak van dit vonnis vervolgens bepaald op heden.

2. DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1 [naam eiseres] is één der bekendste Limburgse platenmaatschappijen, die een aanzienlijk aantal (veelal Limburgstalige) muziekopnamen heeft geproduceerd. Een groot aantal bekende Limburgse artiesten staat bij [naam eiseres] onder contract. Genoemd worden -onder andere- Frans Theunisz, Gaston Jacobs, Theo en Marij, Big Benny, Biejein Geraap, Ezzebleef, de Nachroave, Ziesjoem en Fietse Freem. Deze opsomming is geenszins uitputtend. Eén der bekendste artiesten is mevr. B. Knubben-Kraft (Beppie Kraft), die als zangeres menig muzikale hit heeft gescoord. Zij is tevens één der directieleden van [naam eiseres].

2.2 [naam eiseres] is aangesloten bij het Bureau voor Muziekauteursrecht (BUMA) en de Stichting tot exploitatie van mechanische reproductierechten der auteurs (STEMRA).

2.3 Voornoemde organisaties bemiddelen in Nederland inzake het muziekauteursrecht.

BUMA int daarnaast betalingen voor alle auteursrechtelijk beschermde openbaarmakingen van de werken van de muziekauteurs.

STEMRA int betalingen voor alle auteursrechtelijke verveelvoudigingen en verspreidingen van de werken van de muziekauteurs.

2.4 In België bemiddelt SABAM inzake het muziekauteursrecht. SABAM is de Belgische zusterorganisatie van BUMA en STEMRA

BIEM is een overkoepelende organisatie van alle auteursrechtenorganisaties, waarbij (voor Nederland) alleen STEMRA is aangesloten.

2.5 Daarnaast is [naam eiseres] aangesloten bij de Stichting ter exploitatie van Naburige rechten (SENA). Zij int de vergoedingen voor producenten en uitvoerenden terzake van de openbaarmaking van geluidsopnamen.

SIMIM is de Belgische producentenorganisatie van naburige rechten en dus te vergelijken met SENA.

2.6 [naam eiseres] is niet aangesloten bij de Vereniging van Producenten en Importeurs van beeld- en geluidsdragers (NVPI), noch bij enige zusterorganisatie hiervan. De NVPI is de Nederlandse branche-organisatie voor de entertainmentindustrie en regelt de verveelvoudiging van geluidsopnamen van producenten en uitvoerenden, doch uitsluitend indien en voorzover de betreffende producent bij haar is aangesloten.

NVPI is aangesloten bij de overkoepelende organisatie op dit gebied, genaamd IFPI (International Federation of Phonogram and Videogram Producers).

2.7 [naam gedaagde] vervaardigt compilatie-cd’s en -md’s. Zij verhuurt deze geluidsdragers aan horecagelegenheden, winkels e.d. om aldaar te gebruiken als achtergrondmuziek.

2.8 [naam eiseres] heeft onlangs moeten constateren dat [naam gedaagde] geluidsopnamen, waarop zij -[naam eiseres]- de exclusieve rechten bezit, verveelvoudigt en op de door haar -[naam gedaagde]- te vervaardigen compilatie-cd’s en md’s plaatst. Het gaat hierbij om de geluidsdragers die [naam gedaagde] onder de titels Limburgs Mix 345, Vaan-Eijsde-tot-de-Mook 1 t/m 3, 6 t/m 20 en Happy Hour 330 op de markt brengt. Hiervan zijn 129 liedjes door [naam eiseres] geproduceerd.

2.9 Naar aanleiding van die constatering heeft [naam eiseres] het onderhavige kort geding geëntameerd.

2.10 Ter terechtzitting d.d. 14 februari 2001 heeft de president partijen voorgesteld het tussen hen gerezen geschil in der minne te regelen, waartoe zij de behandeling van het kort geding voor enige tijd heeft geschorst.

Na hervatting van de behandeling heeft de procureur van [naam eiseres] de president meegedeeld dat partijen een regeling hebben bereikt, welke regeling zij -die procureur- diezelfde dag nog op schrift zal stellen en zal doen toekomen aan de procureur van [naam gedaagde]. Voorts heeft vorenbedoelde procureur meegedeeld dat zij de president uiterlijk 19 februari 2001 zal berichten of partijen vonnis wensen of dat het kort geding wordt ingetrokken.

2.11 Bij brief d.d. 16 februari 2001 heeft de procureur van [naam eiseres] de president bericht dat [naam eiseres] is teleurgesteld in haar mening dat een minnelijke regeling tot stand was gekomen en heeft zij -die procureur- de president verzocht vonnis te wijzen.

De procureur van [naam gedaagde] heeft daarop, bij brief d.d. 19 februari 2001, gereageerd.

3. DE VORDERINGEN

[naam eiseres] vordert in dit kort geding dat [naam gedaagde], bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld:

1. om met onmiddellijke ingang na het ten deze te wijzen vonnis het verveelvoudigen, het verspreiden en het in voorraad houden van door [naam eiseres] geproduceerde geluidsopnamen die door [naam gedaagde] worden aangeboden op verzamel-cd’s onder de titels Limburgs Mix 345, Vaan-Eijsde-tot-de-Mook 1 t/m3, 6 t/m 20 en Happy Hour 330, welke inbreuk maken op de naburige rechten en andere intellectuele eigendomsrechten van [naam eiseres] te staken en gestaakt te houden;

2. om binnen drie dagen na betekening van het ten deze te wijzen vonnis zowel de bij [naam gedaagde] aanwezige als zich binnen haar bereik bevindende en/of komende van de in het lichaam van de dagvaarding aangeduide inbreukmakende geluidsopnamen, alsmede alle apparatuur waarmee deze geluidsopnamen zijn vervaardigd aan [naam eiseres] af te geven;

3. om binnen drie dagen na betekening van het ten deze te wijzen vonnis een schriftelijke door een registeraccoutant gecertificeerde en door alle relevante bescheiden gestaafde opgave te doen van:

a. het totale aantal door [naam gedaagde] verveelvoudigde en verhandelde inbreukmakende geluidsopnamen;

b. de door [naam gedaagde] gehanteerde verhuurprijs van de inbreukmakende geluidsopnamen;

c. het totale aantal bij [naam gedaagde] in voorraad zijnde inbreukmakende geluidsopnamen;

d. de door [naam gedaagde] genoten winst ten gevolge van de verhandeling (verveelvoudiging/verhuur/verkoop) van de inbreukmakende geluidsopnamen;

e. de namen en adressen van alle bij de verhandeling van de inbreukmakende geluidsopnamen betrokken (rechts)personen;

4. om binnen drie dagen na betekening van het ten deze te wijzen vonnis aan [naam eiseres] een voorschot op de schadevergoeding te betalen, mede in verband met buitengerechtelijke kosten, en winstafdracht, in redelijkheid en billijkheid te begroten op een bedrag ad fl. 15.000,-- (zegge: vijftienduizend gulden), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van het exploot van dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening, althans op een bedrag dat de president juist zal oordelen;

5. om aan [naam eiseres] ten titel van dwangsom te betalen een bedrag van fl. 25.000,-- per overtreding van één van de hiervoor sub 1 tot en met 3 genoemde bevelen, danwel naar keuze van [naam eiseres], voor iedere dag -een gedeelte van de dag daaronder begrepen- dat [naam gedaagde] in strijd met enig bovengenoemd bevel handelt;

6. in de kosten van deze procedure.

4. DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

4.1 [naam eiseres] legt aan deze vorderingen ten grondslag dat zij als fonogrammenproducent (platenmaatschappij), op grond van artikel 6 lid 1 Wet op de Naburige rechten (WNR), het exclusieve recht heeft om toestemming te verlenen voor het reproduceren (verveelvoudigen), verspreiden en uitzenden van de door haar vervaardigde geluidsopnamen. In dat kader dient [naam gedaagde], aldus [naam eiseres], terzake van de verveelvoudiging en verhuur van de door haar

-[naam eiseres]- geproduceerde geluidsopnamen, welke door [naam gedaagde] zijn vastgelegd op de hierboven onder 2.8 genoemde geluidsdragers, aan haar toestemming te vragen, omdat [naam eiseres] niet is aangesloten bij NVPI, SIMIM of SABAM. [naam gedaagde] heeft, aldus [naam eiseres], die toestemming echter gevraagd noch verkregen, waardoor [naam gedaagde] een inbreuk pleegt op de naburige rechten van [naam eiseres].

4.2 [naam eiseres] stelt dat zij, op grond van artikel 17 jo artikel 6 lid 1 WNR, het recht heeft om de inbreukmakende reproducties (geluidsopnamen) als haar eigendom op te eisen respectievelijk de vernietiging/onbruikbaarmaking daarvan te eisen en tevens om de roerende zaken waarmee die reproducties zijn gemaakt als haar eigendom op te eisen respectievelijk de venietiging/onbruikbaarmaking daarvan te eisen.

Aangezien [naam gedaagde], aldus [naam eiseres], meermalen inbreuk heeft gemaakt op haar rechten, stelt [naam eiseres] recht en belang te hebben bij de afgifte van de apparatuur waarmee de cd’s en md’s worden gebrand respectievelijk afgifte van de apparatuur waarmee de cd’s en md’s worden vervaardigd.

4.3 Tevens stelt [naam eiseres], op grond van artikel 16 WNR, recht te hebben op afgifte van de winst, die [naam gedaagde] door de inbreuk genoten heeft. Ter vaststelling van die winst dient [naam gedaagde], aldus [naam eiseres], krachtens lid 1 van genoemd artikel rekening en verantwoording af te leggen.

4.4 Als gevolg van de door [naam gedaagde] gepleegde inbreuk stelt [naam eiseres] aanzienlijke schade te hebben geleden en nog te lijden.

De door haar geleden en nog te lijden materiële schade bestaat volgens [naam eiseres] -onder meer- uit gederfde winst en de noodzakelijkerwijs en in redelijkheid gemaakte buitengerechtelijke kosten ter voorkoming van deze procedure. [naam eiseres] stelt verder materiële schade te lijden door het feit dat [naam gedaagde] van meerdere duur geproduceerde cd’s alleen de "hits" plukt, zodat een door haar -[naam gedaagde]- samengestelde cd voor [naam eiseres] de verkoop van 10 à 15 verschillende cd’s bederft.

Daarnaast stelt [naam eiseres] immateriële schade te hebben geleden, welke schade onder meer bestaat uit waardevermindering van haar naburige rechten als gevolg van exclusiviteitverlies. [naam eiseres] stelt dat ook het prijsbederf als schade-aspect meegenomen moet worden, omdat afnemers van [naam gedaagde], op basis van haar leveringsvoorwaarden, bij verlies van de inbreukmakende geluidsopnamen slechts fl. 5,-- verschuldigd worden, waardoor het veel aantrekkelijker en goedkoper is om de van [naam gedaagde] gehuurde geluidsopnamen te "verliezen". Door het handelen van [naam gedaagde] wordt volgens [naam eiseres] afbreuk gedaan aan haar uitstekende reputatie.

4.5 Op basis van de hierboven onder 4.3 en 4.4 opgenomen stellingen stelt [naam eiseres] recht en spoedeisend belang te hebben bij toewijzing van een voorschot op de door [naam gedaagde] te vergoeden materiële en immateriële schade en de door [naam gedaagde] ex artikel 16 lid 1 WNR jo artikel 6 lid 1 WNR af te dragen winst en schadevergoeding. Volgens [naam eiseres] dient dit voorschot ex aequo et bono vastgesteld te worden op een bedrag van fl. 15.000,--.

4.6 [naam eiseres] stelt spoedeisend belang te hebben bij de door haar gevraagde voorzieningen, omdat de haar [naam eiseres] geproduceerde geluidsopnamen, die [naam gedaagde] op de hierboven onder 2.8 genoemde geluidsdragers heeft geplaatst, veelal carnavalsmuziek betreffen en het carnavalsseizoen is aangebroken.

4.7 [naam gedaagde] stelt daar allereerst tegenover dat zij rauwelijks is gedagvaard, omdat zij niet is gesommeerd de door [naam eiseres] gestelde inbreuk te staken. [naam gedaagde] stelt dat zij door deze zaak is overvallen.

4.8 Volgens [naam gedaagde] leent zich deze zaak niet voor behandeling in kort geding, omdat de onderhavige materie niet eenvoudig is en bovendien internationaal uitvoerig geregeld is.

4.9 Zij stelt voorts op 12 september 1996 met SABAM een overeenkomst te hebben gesloten, op basis waarvan zij stelt gerechtigd te zijn de door [naam eiseres] geproduceerde muziek te verveelvoudigen.

4.10 [naam gedaagde] stelt dat zij voor het internationaal auteursrecht en de fonografische rechten betaalt, omdat zij voor het verhuren van alle cd’s 16% voor auteursrecht en 16% voor het naburig recht van haar netto omzet afdraagt aan SABAM. SABAM draagt, aldus [naam gedaagde], op haar beurt weer zorg voor de afdracht aan de betreffende auteur en/of platenmaatschappij.

4.11 Nu op alle door [naam eiseres] uitgegeven cd’s staat vermeld dat de auteur haar rechten heeft overgedragen aan STEMRA, stelt [naam gedaagde] dat zij er op mag vertrouwen dat [naam eiseres] ook is aangesloten bij NVPI en het recht op inning van haar fonografische rechten aan deze organisatie heeft overgedragen.

[naam gedaagde] stelt dat het feit, dat [naam eiseres] voor het reproduceren van de door haar geproduceerde geluidsopnamen geen vergoeding heeft ontvangen, voor rekening en risico van [naam eiseres] komt, omdat zij zich niet heeft aangesloten bij NVPI, hetgeen zeer ongebruikelijk is.

Voorts stelt [naam gedaagde] dat de hierboven onder 2.8 genoemde cd’s en md’s reeds verhuurd zijn voor 6 weken en deze dus niet meer bij haar voorradig zijn.

5. DE BEOORDELING

5.1 Hoewel zulks expliciet staat vermeld in de richtlijnen van de Unit Kort Geding van deze rechtbank, uitgave januari 2001, heeft [naam gedaagde] de producties waarop zij zich tijdens dit kort geding wil beroepen niet op voorhand doen toekomen aan de president.

Nu [naam eiseres] het merendeel van die producties wel op voorhand heeft ontvangen en zij geen bezwaar heeft tegen het overleggen van die producties, zal de president de door [naam gedaagde] in het geding gebrachte producties bij haar beoordeling betrekken.

5.2 Allereerst dient te worden beoordeeld of [naam eiseres] [naam gedaagde] rauwelijks heeft gedagvaard.

[naam eiseres] heeft -onweersproken- gesteld dat haar procureur, naar aanleiding van de van de procureur van [naam gedaagde] ontvangen brief d.d. 31 januari 2001, op diezelfde dag nog per fax een sommatie, welke [naam eiseres] als productie 3 heeft overgelegd, aan de procureur van [naam gedaagde] heeft doen toekomen. Verder heeft [naam eiseres] gesteld dat zij die sommatie ook heeft doen toekomen aan [naam gedaagde].

Hierop gelet, is de president van oordeel dat er in dit kort geding geen sprake is van rauwelijks dagvaarden. [naam eiseres] zal dan ook ontvankelijk verklaard worden in haar vorderingen.

5.3 Wanneer die vorderingen zich, vanwege de door [naam gedaagde] gestelde complexiteit van de onderhavige materie, niet lenen voor behandeling in kort geding, zullen zij worden afgewezen.

5.4 De vorderingen van [naam eiseres] kunnen als voldoende spoedeisend worden aangemerkt. Zulks volgt immers reeds uit de aard ervan en overigens heeft [naam gedaagde] die spoedeisendheid onvoldoende gemotiveerd weersproken.

5.5 In dit geding staat de vraag centraal of [naam gedaagde] door het verveelvoudigen en het op de door haar te vervaardigen compilatie-cd’s en -md’s plaatsen van geluidsopnamen, die [naam eiseres] -zo staat onweersproken vast- heeft geproduceerd en waarop zij de exclusieve rechten bezit, inbreuk maakt op de naburige rechten van [naam eiseres].

5.6 [naam gedaagde] stelt dat zij, op basis van de op 12 september 1996 met SABAM gesloten overeenkomst, bevoegd is tot het reproduceren (verveelvoudigen) van de door [naam eiseres] geproduceerde geluidsopnames.

5.7 Zoals reeds vermeld, bemiddelt SABAM inzake het muziekauteursrecht.

Blijkens de aanhef van voornoemde overeenkomst is SABAM bevoegd om toestemming te verlenen voor het reproduceren van voorafbestaande opnamen die voorkomen op geluidsdragers in omloop gebracht door leden van IFPI-Belgium en BOP (de Beroepsvereniging der Onafhankelijke Producenten van fonogrammen en videogrammen).

Tussen partijen is in confesso dat [naam eiseres] geen lid is van IFPI-Belgium of van BOP. Evenmin is [naam eiseres] aangesloten bij NVPI.

5.8 Blijkens de door [naam eiseres] als productie 9 in het geding gebrachte brief d.d. 8 februari 2001 van SABAM, is [naam gedaagde] op basis van meergenoemde overeenkomst slechts bevoegd om werken van het SABAM-repertoire te reproduceren alsook opnamen afkomstig van SIMIM-leden.

De vraag of de litigieuze door [naam eiseres] geproduceerde geluidsopnamen tot het SABAM-repertoire behoren kan in het kader van dit kort geding buiten beschouwing blijven, omdat SABAM bemiddelt inzake muziekauteursrecht en het in dit kort geding gaat om aan het auteursrecht naburige rechten.

SIMIM kan -zo staat tussen partijen vast- slechts toestemming verlenen voor het gebruik van opnamen die door haar leden worden uitgebracht. Tussen partijen is in confesso dat [naam eiseres] geen lid is van SIMIM. Dit heeft, blijkens de brief d.d. 8 februari 2001, tot gevolg dat de reproductie van opnamen van [naam eiseres] niet door de tussen [naam gedaagde] en SABAM gesloten overeenkomst wordt gedekt.

SABAM heeft [naam gedaagde] reeds bij brief d.d. 19 december 1998 op de hoogte gebracht van het feit dat de producentenrechten, die [naam gedaagde] op basis van de hierboven onder 5.6 genoemde overeenkomst afdraagt, slechts betrekking hebben op de werken van producenten aangesloten bij SIMIM België.

5.9 Gelet op het vorenoverwogene, is de president voorshands van oordeel dat meergenoemde overeenkomst [naam gedaagde] niet de bevoegdheid geeft om de door [naam eiseres] geproduceerde geluidsopnamen te reproduceren en op de door haar -[naam gedaagde]- te vervaardigen compilatie-cd’s en -md’s te plaatsen. [naam gedaagde] had hiervoor aan [naam eiseres] toestemming dienen te vragen, hetgeen zij echter niet heeft gedaan.

5.10 [naam gedaagde] heeft gesteld dat zij er op mocht rekenen dat [naam eiseres] zich heeft aangesloten bij NVPI, omdat op alle door haar -[naam eiseres]- uitgegeven cd’s staat vermeld dat de auteur haar rechten heeft overgedragen aan STEMRA.

5.11 Het enkele feit dat een producent is aangesloten bij STEMRA impliceert -naar het voorlopig oordeel van de president- niet dat hij ook is aangesloten bij NVPI, omdat STEMRA betalingen int voor alle auteursrechtelijke verveelvoudigingen en verspreidingen van de werken van de muziekauteurs, terwijl NVPI de verveelvoudiging van geluidsopnamen van bij haar aangesloten producenten en uitvoerenden regelt.

Daar komt nog bij dat een producent van geluidsdragers niet verplicht is om zich aan te sluiten bij NVPI. Desgevraagd heeft [naam eiseres] ter terechtzitting verklaard dat zij er bewust voor gekozen heeft om zich niet bij NVPI aan te sluiten, omdat zij zelf in de hand wil houden wanneer en onder welke voorwaarden de door haar geproduceerde geluidsopnamen gereproduceerd worden. Zulks is -naar het voorlopig oordeel van de president- haar goed recht.

De hierboven onder 5.10 weergegeven stelling van [naam gedaagde] kan dus niet slagen.

5.12 [naam gedaagde] heeft ook nog gesteld dat van haar niet verwacht kan worden dat zij nagaat of en zo ja bij welke organisatie(s) de producent van de voor de compilatie-cd’s te gebruiken geluidsopnamen zich heeft aangesloten voor de inning en verdeling van de aan hem, op grond van de WNR, toekomende billijke vergoeding voor het verveelvoudigen van die geluidsopnamen.

5.13 Het feit dat producenten van geluidsopnamen niet verplicht zijn om zich bij NVPI aan te sluiten, brengt -naar het voorlopig oordeel van de president- met zich mee dat de zorgvuldigheid vereist dat degene die vorenbedoelde geluidsopnamen wil reproduceren nagaat of en zo ja onder welke voorwaarde(n) die reproductie mag plaatsvinden. Deze verplichting rust -naar het voorlopig oordeel van de president- ook op de kleine professionele vervaardiger van compilatie-cd’s en -md’s, waartoe [naam gedaagde] stelt te horen.

5.14 Gelet op al het vorenoverwogene, is de president voorshands van oordeel dat voldoende aannemelijk is geworden dat [naam gedaagde] een inbreuk pleegt op de naburige rechten van [naam eiseres]. Laatstgenoemde is dan ook gerechtigd te vorderen dat die inbreuk wordt gestaakt.

[naam gedaagde] heeft zich hiertoe, blijkens de brief d.d. 19 februari 2001 van haar procureur, reeds bereid verklaard totdat nadere duidelijkheid wordt verkregen omtrent de inhoud van de met SABAM gesloten overeenkomst. Naar het voorlopig oordeel van de president is die duidelijkheid reeds bij dit vonnis gegeven en dient [naam gedaagde] de litigieuze inbreuk met onmiddellijke ingang te staken en gestaakt te houden. De door [naam eiseres] onder 1. gevraagde voorziening is dan ook voor toewijzing vatbaar.

5.15 Nu [naam gedaagde], in strijd met de rechten van [naam eiseres], een aantal van de door laatstgenoemde geproduceerde geluidsopnamen heeft geplaatst op diverse door haar

-[naam gedaagde]- uitgebrachte compilatie-cd’s en -md’s, is [naam eiseres] op grond van artikel 17 lid 1 WNR gerechtigd die cd’s en md’s als haar eigendom op te eisen.

5.16 [naam gedaagde] heeft nog gesteld dat zij de litigieuze cd’s en md’s, in verband met het komende carnaval, reeds voor 6 weken heeft verhuurd aan diverse horecabedrijven en dus niet meer voorradig heeft.

5.17 De president gaat er vooralsnog van uit dat [naam gedaagde] voor het vervaardigen van de litigieuze compilatie-cd’s en -md’s beschikt over "master-geluidsdragers". Hieronder verstaat de president voorshands de geluidsdragers waarop reeds geproduceerde geluidsopnamen zijn geplaatst en waarmee nieuwe compilatie-cd’s en -md’s vervaardigd kunnen worden. Met die "master-geluidsdragers" kan [naam gedaagde] -naar het voorlopig oordeel van de president- binnen afzienbare tijd op eenvoudige wijze nieuwe, op de rechten van [naam eiseres] inbreukmakende, compilatie-cd’s en -md’s vervaardigen. Hierop gelet, is de president van oordeel dat [naam eiseres] voldoende spoedeisend belang heeft bij de door haar onder 2. gevraagde afgifte van de aldaar nader genoemde cd’s en md’s.

5.18 Voor een veroordeling van [naam gedaagde] tot het afgeven van de apparatuur waarmee zij de hierboven onder 2.8 genoemde geluidsdragers heeft vervaardigd, ziet de president geen aanleiding, omdat de president voorshands niet overtuigd is van de kwade trouw van [naam gedaagde]. Bovendien leidt toewijzing van die vordering er toe dat [naam gedaagde] met de diverse geluidsopnamen terzake waarvan zij wél toestemming heeft om ze te verveelvoudigen geen compilatie-cd’s en -md’s kan maken, waardoor haar bedrijfsvoering deels wordt stilgelegd. De onder 2. gevorderde afgifte van de hierboven genoemde apparatuur wordt dan ook geweigerd.

5.19 Naar de president voorshands begrijpt strekt de onder 4. gevraagde voorziening ertoe dat [naam gedaagde] niet alleen wordt veroordeeld tot het betalen van een voorschot op de door [naam eiseres] geleden schade, maar ook op de afdracht van de door [naam gedaagde] tengevolge van meerbedoelde inbreuk genoten winst. [naam eiseres] heeft zich hierbij gebaseerd op artikel 16 lid 1 WNR.

5.20 Een redelijke uitleg van dat artikel brengt -naar het voorlopig oordeel van de president- mee dat schadevergoeding en winstafdracht niet cumulatief gevorderd kunnen worden. Zie: HR 14 april 2000, NJ 2000/489.

Partijen verschillen van mening over de vraag of en zo ja, hoeveel schade [naam eiseres] heeft geleden tengevolge van de door [naam gedaagde] gepleegde inbreuk. Hierop gelet, is de president van oordeel dat alleen een nader onderzoek naar feiten en omstandigheden hieromtrent uitsluitsel kan geven. Voor een dergelijk onderzoek is in een procedure als de onderhavige echter geen plaats. Nu voorshands niet aannemelijk is geworden hoeveel schade [naam eiseres] heeft geleden en die schade ook niet eenvoudig is vast te stellen, is de president van oordeel dat er in dit kort geding geen plaats is voor een voorschot daarop. De daartoe strekkende vordering zal dan ook worden afgewezen.

Het door [naam gedaagde] gevraagde voorschot op de winstafdracht is, mede gelet op hetgeen hieronder nog wordt overwogen, wel voor toewijzing vatbaar. De president zal dat voorschot ex aequo et bono begroten op fl. 5.000,--.

5.21 Ingevolge artikel 16 lid 1 WNR dient [naam gedaagde] terzake van de door haar af te dragen winst rekening en verantwoording af te leggen. Hierop gelet, zijn de onder 3. gevraagde voorzieningen voor toewijzing vatbaar, met dien verstande dat de president [naam gedaagde] een langere termijn dan gevorderd zal gunnen om aan die veroordeling te voldoen.

5.22 De president zal aan de te geven veroordelingen apart een dwangsom verbinden, zoals in het dictum nader bepaald. De president zal die dwangsommen ambtshalve deels matigen en maximeren.

5.23 [naam gedaagde] wordt, als de overwegend in het ongelijk gestelde partij, veroordeeld in de kosten van deze procedure.

6. DE BESLISSING

De president van de arrondissementsrechtbank te Maastricht;

RECHT DOENDE in kort geding:

Veroordeelt [naam gedaagde]:

1. a. om met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis het verveelvoudigen, het verspreiden en het in voorraad houden van door [naam eiseres] geproduceerde geluidsopnamen die door [naam gedaagde] worden aangeboden op verzamelcd’s onder de titels Limburgs Mix 345, Vaan-Eijsde-tot-de-Mook 1 t/m3, 6 t/m 20 en Happy Hour 330, welke inbreuk maken op de naburige rechten van [naam eiseres], te staken en gestaakt te houden;

b. om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis zowel de bij

[naam gedaagde]

aanwezige, als zich binnen haar bereik bevindende en/of komende van de in het lichaam van de dagvaarding aangeduide, inbreukmakende geluidsopnamen aan [naam eiseres] af te geven;

c. om voor elke dag dat zij niet aan de hierboven onder 1.a. en b. opgenomen veroordelingen voldoet een dwangsom van fl. 2.500,-- aan [naam eiseres] te betalen, met een maximum van fl. 50.000,--;

2. om binnen vijftien werkbare werkdagen na betekening van het ten deze te wijzen vonnis een schriftelijke door een registeraccoutant gecertificeerde en door alle relevante bescheiden gestaafde opgave te doen van:

a. het totale aantal door [naam gedaagde] verveelvoudigde en verhandelde inbreukmakende geluidsopnamen;

b. de door [naam gedaagde] gehanteerde verhuurprijs van de inbreukmakende geluidsopnamen;

c. het totale aantal bij [naam gedaagde] in voorraad zijnde inbreukmakende geluidsopnamen;

d. de door [naam gedaagde] genoten winst ten gevolge van de verhandeling (verveelvoudiging/verhuur/verkoop) van de inbreukmakende geluidsopnamen;

e. de namen en adressen van alle bij de verhandeling van de inbreukmakende geluidsopnamen betrokken (rechts)personen,

zulks op verbeurte van een dwangsom van fl. 1.000,-- voor elke dag dat [naam gedaagde] niet aan deze veroordeling voldoet, met een maximum van fl. 20.000,--;

3. om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis aan [naam eiseres] een voorschot op de winstafdracht, in redelijkheid en billijkheid te begroten op een bedrag ad fl. 5.000,--, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van het exploot van dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;

4. in de kosten van deze procedure, aan de zijde van [naam eiseres] gerezen, tot aan deze uitspraak begroot op een bedrag van fl. 2.131,27, waarvan fl. 475,-- wegen verschuldigd vastrecht, fl. 1.550,-- voor salaris procureur en fl. 106,27 aan explootkosten;

Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

Wijst af het meer of anders gevorderde.

Aldus gewezen door mr. A.M. Adelmeijer, fungerend-president, en uitgesproken ter openbare terechtzitting in het bijzijn van de griffier.