Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2022:810

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
02-02-2022
Datum publicatie
03-02-2022
Zaaknummer
03/153029-20
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor ontucht met minderjarige dochter. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 36 maanden. Vordering benadeelde partij toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Strafrecht

Parketnummer : 03/153029-20

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 02 februari 2022

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1975,

wonende te [adres] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. M.F.M. Geeratz, advocaat kantoorhoudende te Venlo.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 19 januari 2022. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

Feit 1: in de periode van 1 januari 2016 tot en met 16 oktober 2018 meerdere malen een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd met zijn kind [slachtoffer] , die de leeftijd van 16 jaren nog niet had bereikt, die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] .

Feit 2: in de periode van 1 januari 2016 tot en met 16 oktober 2018 meerdere malen een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd met zijn kind [slachtoffer] , die de leeftijd van 16 jaren nog niet had bereikt.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van beide feiten. Hij heeft daartoe verwezen naar de bewijsmiddelen in het dossier, waaronder de verklaring van het slachtoffer. De officier van justitie acht de verklaring van het slachtoffer betrouwbaar en bruikbaar voor het bewijs, gelet op de accuratesse, de consistentie en de details in de verklaring. Het dossier bevat daarnaast voldoende steunbewijs, zodat aan het wettige bewijsminimum is voldaan. Als steunbewijs dienen de chatberichten, de getuigenverklaringen van getuigen Van [getuige 1] , [getuige 2] en [getuige 3] en ten slotte de getuigenverklaringen van [getuige 4] en [getuige 5] van Veilig Thuis, afgelegd bij de politie en de rechter-commissaris.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van de ten laste gelegde feiten. Daartoe is aangevoerd dat onvoldoende kan worden vastgesteld of de verklaring van [slachtoffer] betrouwbaar is. Bovendien vindt de verklaring van [slachtoffer] onvoldoende steun in overige bewijsmiddelen. De getuigenverklaringen en chatberichten zijn onvoldoende specifiek over hetgeen is gebeurd en staan in een te ver verwijderd verband met de verklaring van het slachtoffer. De verklaringen van de getuige [getuige 4] kunnen daarnaast niet als betrouwbaar worden aangemerkt. Enerzijds omdat er sprake was van een taalbarrière en de verdachte en [getuige 4] derhalve een andere interpretatie hadden van hetgeen er werd besproken. Anderzijds omdat getuige [getuige 4] tevens als gemachtigde de belangen behartigt van het slachtoffer in deze zaak, en haar verklaring derhalve niet als onafhankelijk en objectief kan worden bestempeld. De verdachte heeft de feiten bovendien ontkend.

3.3

Het oordeel van de rechtbank

3.3.1

Het juridisch kader

Veel zedenzaken kenmerken zich door de situatie dat er slechts twee personen aanwezig zijn geweest bij de beweerdelijke ontuchtige handelingen: de persoon die hiervan stelt slachtoffer te zijn geweest en de persoon die het feit zou hebben gepleegd. Dit is ook het geval in deze zaak. Er zijn in de meeste gevallen geen andere personen die uit eigen waarneming kunnen verklaren omtrent de aan de verdachte verweten ontuchtige handelingen.

Volgens het tweede lid van artikel 342 van het Wetboek van Strafvordering en de jurisprudentie van de Hoge Raad daarover, kan het bewijs dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, niet uitsluitend worden aangenomen op grond van de verklaring van één getuige. Deze bepaling heeft betrekking op de tenlastelegging als geheel en niet op een onderdeel daarvan. Zij beoogt de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing te waarborgen, in die zin dat artikel 342, tweede lid, Sv de rechter verbiedt tot een bewezenverklaring te komen als de door één getuige naar voren gebrachte feiten en omstandigheden op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal. De vraag of aan het bewijsminimum van artikel 342, tweede lid, Sv is voldaan, laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vergt een beoordeling van het concrete geval.

Niet vereist is evenwel dat het bedoelde steunbewijs betrekking heeft op de ten laste gelegde gedragingen. De door aangeefster gestelde feiten en omstandigheden kunnen ook voldoende steun vinden in het overige bewijsmateriaal als dat geen betrekking heeft op de ten laste gelegde gedragingen. Er mag echter geen sprake zijn van een te ver verwijderd verband tussen de verklaring van aangeefster en dat overige bewijsmateriaal. Het vereiste van voldoende steun wordt wel omschreven als een eis van inhoudelijk verband die er vooral toe strekt dat de rechter in het concrete geval feiten en omstandigheden benoemt die op relevante wijze in verband staan met de inhoud van de verklaring van de getuige.

Het bewijsminimum mag niet worden verward met een oordeel over de betrouwbaarheid van de verklaring van het slachtoffer, hetgeen hiervan volledig los staat. De betrouwbaarheid zegt enkel iets over het waarheidsgehalte van die verklaring, terwijl om tot een bewezenverklaring te kunnen komen ook ander bewijs voorhanden dient te zijn.

3.3.2

De bewijsmiddelen 1

[slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] , wonende te Venlo, heeft – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:2

Ik kom praten over wat mijn vader met mij gedaan heeft. Het seksueel misbruik. Mijn vader heeft mij meerdere keren aangerand en verkracht. Ik kan mij herinneren dat mijn vader mij drie keer heeft verkracht, waarvan twee keer in mijn slaapkamer en één keer in de woonkamer. Ik weet niet meer precies wanneer het begon, maar ik dacht dat het rond mijn 13e of 14e begon en de laatste keer was 16 oktober 2018. Mijn moeder heeft het die dag meegekregen en ik had een vriendin geappt. Zij heet [getuige 1] . Het was in de woonkamer wat ik me herinner en ineens kwam mijn moeder binnenlopen en mijn moeder zag dat mijn vader met zijn handen aan mijn vagina zat. Daarvoor had mijn vader met zijn lul in mijn vagina gezeten, maar dat heeft mijn moeder niet gezien. Ik was half uitgekleed, tot op de knie. Ik droeg een kort broekje en een onderbroek en die waren tot net boven de knie geschoven. Toen mijn moeder binnenkwam zag ze dus dat.

Die avond, op 16 oktober 2018, kon ik niet zo goed slapen. Ik ging naar de woonkamer naar de bank en ging op mijn telefoon wat zitten te doen. Ik begon wat moe te worden en ondertussen wat het ongeveer 2 uur ’s nachts. Mijn vader was klaar met werken, denk ik en kwam naar boven en zag mij daar liggen. In het begin ging hij met zijn handen over mijn lichaam en ging met zijn hand in mijn broek en onder mijn shirt. Hij deed mijn broek uit tot boven mijn knieën en toen deed hij zijn broek omlaag en zijn onderbroek ook. Ik lag toen op mijn zij op de bank en hij stond recht achter mij. Ik durfde niks te doen en bleef gewoon liggen en hij deed mijn broekje en onderbroek uit, tot net boven mijn knie en deed toen zijn lul in mijn vagina. Ik lag op mijn zij en mijn benen, mijn knieën zijn wat opgetrokken, zeg maar 90 graden. Mijn vader zat op mijn knieën vóór de bank. De bank is best wel laag. Vervolgens ging hij steeds erin en eruit bij mijn vagina. Dat ging even door en hij tilde mij ook op om mij anders op de bank neer te zetten om door te gaan. Ik zat toen met mijn knieën op de bank en toen stak hij zijn lul weer in mijn vagina. Mijn vader was nog steeds op dezelfde plek, maar nu stond hij. Terwijl ik op mijn knieën op de bank zat, zag ik in het raam de reflectie van mijzelf en mijn vader achter me, terwijl hij zijn lul in mijn vagina had. De bank staat vóór het raam. Het ging zo even door dat hij met zijn lul in mijn vagina zat en toen stopte hij en legde hij mij weer neer om te slapen. In de woonkamer staat ook een tafel een eetkamer tafel en daarop stond een doos met tissues. Hij pakte een tissue en veegde daarmee mijn vagina af. Mijn vader legde mij neer op mijn zij en bedekte met de deken mijn bovenlichaam en mijn benen maar mijn kont en vagina waren niet bedekt en ik had mijn onderbroek en broek ook nog niet aan, die zaten nog steeds boven mijn knie. Hij ging toen met zijn handen over mijn lichaam. Hij ging met zijn hand onder mijn shirt, naar mijn borsten en hij streelde met zijn handen over mijn vagina, in mijn broek en onderbroek. Over mijn borsten ging hij een beetje voelen en een beetje knijpen. En toen kwam mijn moeder binnen. Mijn vader bevroor en ik weet niet of mijn moeder wat zei, maar ze was wel boos. Daarna liep ze weg.

Toen mijn vader met zijn lul in mijn vagina zat, begon het bij mij pijn te doen in mijn vagina. Ik voelde een pijnscheut en ik denk dat ik een geluidje maakte. Mijn vader zei toen iets van: “Wat is er,” of “vind je het lekker”? Ik weet niet meer precies wat hij zei.

De eerste en tweede keer voelde ik niet zo’n pijnscheut. De eerste en tweede keer was op mijn kamer en lag ik op mijn bed. Hij deed toen mijn broek en onderbroek helemaal uit en zijn broek en onderbroek deed hij uit tot net boven zijn knieën. Hij deed toen ook zijn lul in mijn vagina en ik lag op mijn rug.

[slachtoffer] is in het informatief gesprek zeden is aan [slachtoffer] gevraagd wat zij verstaat onder ‘aanranding’ en daarover heeft zij verklaard dat:3

bij aanranding haar vader met zijn handen over haar lichaam wreef, over haar borsten en over haar vagina.

Getuige [getuige 6] heeft – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:4

Er was aangifte gedaan door Veilig Thuis van seksueel misbruik van een minderjarige. Het ging om [slachtoffer] . Ik heb tegen de mensen van Veilig Thuis verteld dat ik een keer al een paar dagen ruzie had met mijn man. Tijdens die ruzie was ik de kamer ingelopen. [slachtoffer] lag op de bank met een dekbed over haar heen en mijn man was naast de bank. Zijn hand lag op [slachtoffer] ’s benen. Ik zei tegen mijn man: “Het is zo laat, ga maar naar bed en laat [slachtoffer] slapen.” Daarna hadden wij nog ruzie.

Toen ik de woonkamer binnenkwam zag ik dat mijn man over [slachtoffer] haar been aaide. [slachtoffer] lag een beetje op de zijkant en hij deed zo.

Verbalisanten hebben gerelateerd dat zij zien dat mevrouw [getuige 6] daarbij met haar hand over de zijkant van haar bovenbeen wrijft.

Getuige [getuige 1] heeft – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:5

Ik weet niet precies welke nacht het was, volgens mij was het een doordeweekse nacht. Ze was toen heel erg bang om naar beneden te gaan, er was thuis iets gebeurd. Ze appte mij dat ze bang was voor de volgende dag als ze met het gezin samen zouden zijn, r was iets gebeurd, ze huilde en ze wist niet wat ze moest doen.

Verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] hebben – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:6

[slachtoffer] verklaarde onder andere dat het seksueel misbruik gestopt was op 16 oktober

2018; dit omdat haar moeder binnenkwam op het moment dat haar vader haar seksueel misbruikte. Diezelfde avond heeft [slachtoffer] geappt met een vriendin, genaamd [getuige 1] .

De app berichten van 16 oktober 2018 zijn hierbij7 gevoegd als bijlage 1.

03:53 Hey

03:53 K heb geen idee aan wie k t moet vertellen

03:53 Maar

03:53 I know t is tering laat

03:54 K zit op de bank te huilen nu

03:54 Maar er was dus iets wat ik nooit en never nooit aan iemand zou vertellen

03:54 Het zou een te grote impact hebben

03:54 Op alles

03:56 Mn moeder is er dus achter gekomen

K kan morge ook eg niet fatsoenlijk aan de tafel zitten

03:56 K kan t eg niet [getuige 1]

03:56 K heb zo veel spijt

03:56 Omggggg

03:57 K kan niet slapen

03:57 K heb knallende koppijn

03:58 K heb zo niet normaal bang

03:58 T spijt me voor de hele spam

04:25 K weet t niet

04:26 Mn moeder heeft niks tegen me gezegd

04:26 K heb geen idee hoe ze nu over me denkt

Op 29 april 2020 werd de telefoon van [slachtoffer] in beslag genomen om de

authenticiteit van de door [getuige 1] aangeleverde print screens te onderzoeken.

De telefoon is digitaal onderzocht. Vastgesteld werd dat [slachtoffer] op 16 oktober 2018 meerdere app berichten gestuurd had naar [getuige 1] . De door [getuige 1] aangeleverde print screens, waren identiek aan de appberichten van [slachtoffer] van 16 oktober 2018.

Getuige [getuige 2] heeft – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:8

Ik ken [slachtoffer] ongeveer anderhalf jaar. Ze heeft altijd al veel moeite gehad met haar thuissituatie. Het gaat meer om dat met haar vader. Ze heeft mij verteld dat ze door haar vader is verkracht en aangerand. Ze heeft daar twee keer details over verteld. [slachtoffer] heeft verteld hoe het begonnen is. Het is al een hele tijd geleden dat ze dit verteld heeft. Als ze gedoucht had dan moest ze van haar vader de handdoek weghalen zodat hij haar naakt kon aanstaren. Als ze dat niet deed dan werd ze geslagen. En een andere keer waren wij aan het bellen. Het was nacht en toen had [slachtoffer] dorst en ik zei: "ga dan drinken halen". [slachtoffer] ging drinken halen in de woonkamer; toen kreeg ze een flashback dat er ook een keer iets was gebeurd in de woonkamer. Ze wilde daar meer over vertellen maar ik heb toen gezegd dat ze mij op dat moment niet meer moest vertellen, dat kon ik niet aan. Ik heb gezegd dat ze eerst moest kalmeren. Het was mij wel duidelijk dat het toen over een verkrachting ging. Daar hadden we het van te voren over gehad. […] Die nacht dat ik zei dat ze drinken moest gaan halen zei [slachtoffer] dat ze niet s ‘nachts naar de woonkamer wilde omdat ze daar een keer verkracht was door haar vader.

Nadat [slachtoffer] bij de politie is geweest heeft ze niets meer tegen mij gezegd over wat haar is overkomen. Ze zegt soms wel: “Ik moet er weer aan denken.” Dan probeer ik haar af te leiden of te kalmeren. [slachtoffer] huilt dan ‘non stop’. Ze huilt dan een half uur. Ik zie dan een gebroken persoon voor mij, die de weg kwijt is en die echt niet meer wat ze moet doen. Een week na de aangifte huilde ze elke avond. Ze zei dan: “dan moet ik er weer aan terug denken als ik daar naartoe ga”.

Getuige [getuige 3] heeft – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:9

In een gesprek op 3 februari 2020 heeft [slachtoffer] aangegeven dat ze seksueel misbruikt is door haar vader. Ze zei dat ze aangerand en verkracht was. Ze zei dat het een aantal jaren geleden was. Ze zei ook dat het was gestopt omdat haar moeder haar vader met [slachtoffer] had betrapt. Toen ze vertelde over het seksueel misbruik moest ze huilen.

Getuige [getuige 4] heeft – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:10

Op woensdag 6 mei 2020 zijn mijn collega [getuige 5] en ik naar de woning van de familie [familienaam] gegaan. We hadden een gesprek met z’n vieren: [getuige 5] , ikzelf, moeder [familienaam] en vader [familienaam] . Vader zat er heel stilletjes bij en keek veel naar de grond. Hij wilde zelf geen tolk. Dat hadden we wel gevraagd. We vroegen of moeder het goed vond dat zij zou tolken en dat vond ze goed en soms hebben we ook gebruik gemaakt van Google Translate van ons naar hem.

Moeder heeft nagenoeg het hele gesprek gezegd: "had ik dit allemaal maar geweten, dan had ik zoveel dingen anders gedaan." Dit was een beetje de kern van moeder.

Vader zei dat hij het heel zwaar heeft gehad en dat hij de tweede dag eraan had gedacht dat hij dood wilde. Ik heb naar hem toe benoemd dat hij zijn verantwoordelijkheid niet neemt. Ik heb gezegd dat het voor kinderen, daarmee bedoel ik [slachtoffer] , het meest heilzaam en genezend is, dat degene die iets fout heeft gedaan, zijn verantwoordelijkheid neemt. Hij zei dat hij het begreep en dat hij heel veel spijt heeft. Vervolgens vroeg ik waar hij spijt van had. Hij zei toen: "dat wat ik gedaan heb met [slachtoffer] ." Tot twee keer toe, misschien wel drie keer, heb ik letterlijk gevraagd of het klopte wat [slachtoffer] bij de politie had verteld. Steeds zei hij: “ja dat klopt, dat is waar.”

Getuige [getuige 4] is later bij de rechter-commissaris nog eens gehoord. In dat verhoor heeft ze onder meer verklaard:11

U vraagt mij in welke taal vader antwoord gaf. Dat was in het Nederlands. Sommige vragen moesten door moeder vertaald worden. Hij gaf dan antwoord in het Chinees aan haar en zij vertaalde het weer naar ons. Maar soms gaf hij ook in het Nederlands antwoord aan ons.

3.3.3

De overwegingen van de rechtbank

Betrouwbaarheid verklaring slachtoffer

De rechtbank is van oordeel dat de verklaring van het slachtoffer [slachtoffer] (hierna: het slachtoffer) als betrouwbaar is aan te merken. Haar verklaring ten overstaan van de politie is gedetailleerd en consistent. Zij komt ook authentiek over: duidelijk komt naar voren hoe zij worstelt met haar loyaliteit jegens de familie, hetgeen naar het oordeel van de rechtbank de betrouwbaarheid versterkt. Zij verklaart in detail over de seksuele handelingen en maakt deze niet moedwillig erger: alhoewel zij verklaart dat de ontucht jaren heeft geduurd, verklaart zij over het binnendringen van het lichaam specifiek dat dit slechts drie keer heeft plaatsgevonden. Voorts heeft ze aan derden (haar vriend, een vriendin, de mentor) hierover consistent verteld nadat ze eenmaal had besloten het niet langer voor zich te houden.

Steunbewijs

De verklaring van het slachtoffer vindt bovendien steun in ander bewijs, met name in de verklaring van getuige [getuige 6] , de moeder van het slachtoffer, in de verklaring van haar vriendin [getuige 1] in combinatie met de WhatsApp-berichten, en de verklaringen van [getuige 4] van Veilig Thuis. De verklaring van [getuige 6] over hoe zij haar man op 16 oktober 2018 ’betrapte’, ondersteunt in belangrijke mate de verklaring van het slachtoffer over die avond. De WhatsApp-berichten met haar vriendin [getuige 1] vormen hiervoor een extra ondersteuning.

De rechtbank neemt ten slotte ook de verklaring van getuige [getuige 4] van Veilig Thuis in aanmerking. Deze heeft zowel bij de politie als tegenover de rechter-commissaris verklaard dat de verdachte tijdens hun gesprek op 6 mei 2020 heeft erkend dat het klopte wat zijn dochter bij de politie had verteld en dat hij er spijt van had. De verklaring van verdachte dat hij het Nederlands onvoldoende beheerste om de vragen te begrijpen, en dat hij slechts heeft bedoeld te zeggen dat hij spijt had dat hij ruzie had gemaakt met [slachtoffer] omdat ze zou roken en een vriendje zou hebben, acht de rechtbank ongeloofwaardig.

Het verweer van de raadsman dat de verklaring van [getuige 4] niet voor het bewijs kan worden gebruikt omdat de getuige niet als onafhankelijk kan worden aangemerkt en mogelijk sprake zou zijn van belangenverstrengeling, verwerpt de rechtbank. Ofschoon uit het dossier naar voren komt dat de getuige [getuige 4] op het moment dat zij haar verklaring bij de politie aflegde het slachtoffer reeds bijstond, brengt dit op zichzelf nog niet mee dat zij belang zou hebben bij het afleggen van een onjuiste verklaring over het gesprek dat zij met de verdachte en zijn vrouw had. De rechtbank heeft geen aanwijzingen voor de suggestie dat [getuige 4] , een professionele hulpverlener, niet in staat zou zijn geweest haar objectiviteit te bewaren.

De rechtbank acht gelet op het voorgaande wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de feiten heeft begaan zoals onder 1 en 2 ten laste gelegd.

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

Feit 1

in de periode van 1 januari 2016 tot en met 16 oktober 2018 in de gemeente Venlo, meermalen, met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] , zijnde zijn, verdachtes, kind, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt,

buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , te weten het brengen/duwen van zijn, verdachtes, penis in de vagina van die [slachtoffer] ;

Feit 2

in de periode van 1 januari 2016 tot en met 16 oktober 2018 in de gemeente Venlo meermalen, (telkens) ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarig kind genaamd [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] , en bestaande die ontucht uit het betasten van de borsten en/of de vagina van die [slachtoffer] .

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

Feit 1

met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl de schuldige het feit begaat tegen zijn kind, meermalen gepleegd;

Feit 2

ontucht plegen met zijn minderjarig kind, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De straf en/of de maatregel

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte een gevangenisstraf op te leggen voor de duur van 36 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht om in geval van een bewezenverklaring te volstaan met een lagere vrijheidsstraf dan door de officier van justitie gevorderd, gelet op de verblijfsstatus van verdachte en het risico op ongewenstverklaring en daarop volgende uitzetting, die voor het hele gezin verstrekkende gevolgen zou hebben. De raadsman heeft voorts verzocht om het voorwaardelijk deel van de straf achterwege te laten. Deze heeft geen meerwaarde, nu ook met aan een voorwaardelijke invrijheidsstelling verbonden voorwaarden kan worden toegewerkt naar een terugkeer van de veroordeelde in de samenleving.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Ernst van de feiten

De verdachte heeft gedurende een periode van bijna drie jaar meermalen ontucht gepleegd met zijn dochter, die mede bestond uit het seksueel binnendringen van haar lichaam. Het misbruik heeft in hun woning plaatsgevonden, een plek waar zij zich bij uitstek veilig zou moeten kunnen voelen. Door dit handelen heeft de verdachte de lichamelijke en geestelijke integriteit van zijn dochter ernstig geschonden. Ook heeft hij hiermee misbruik gemaakt van de afhankelijk positie waarin zij ten opzichte van hem verkeerde. Het is een feit van algemene bekendheid dat dit soort strafbare feiten vaak langdurige en ernstige schade kunnen toebrengen aan de mentale ontwikkeling van de benadeelden. Met name de seksuele ontwikkeling van een kind kan hierdoor langdurig en mogelijk blijvend worden verstoord. Het gegeven dat het verdachtes eigen dochter betreft, maakt de feiten nog ernstiger. Dat deze nadelige gevolgen ook daadwerkelijk door het slachtoffer worden gevoeld, blijkt uit haar toelichting op de vordering tot schadevergoeding; zij heeft hulp moeten zoeken voor de verwerking van haar psychische klachten die onder meer hebben geleid tot automutilatie en suïcidale gedachten. De verdachte heeft kennelijk niet stilgestaan bij dit alles en telkens uitsluitend zijn eigen behoeftebevrediging vooropgesteld.

Naar het oordeel van de rechtbank kan gelet op de ernst van feiten niet met een andere straf worden volstaan dan een langdurige gevangenisstraf. De rechtbank heeft bij het bepalen van de hoogte van de op te leggen gevangenisstraf acht geslagen op hetgeen in vergelijkbare gevallen als straf wordt opgelegd, waarbij in dit geval ten nadele van de verdachte de duur waarover de feiten hebben plaatsgevonden en de omstandigheid dat het slachtoffer zijn eigen minderjarige dochter betreft, zijn meegewogen.

De persoon van verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op het strafblad van de verdachte van 17 december 2021, waaruit blijkt dat hij niet eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen.

De rechtbank is met de reclassering van oordeel dat de verdachte weinig inzicht verschaft in zijn gevoelsleven. Door zijn ontkennende proceshouding blijkt niet dat de verdachte het laakbare van zijn handelen onderkent. Ook dat acht de rechtbank strafverzwarend omdat hij daardoor zijn verantwoordelijkheid voor het leed van zijn dochter niet erkent en mogelijk de verwerking daarvan door haar bemoeilijkt.

Straf

De rechtbank stelt voorop dat slechts een gevangenisstraf van aanmerkelijke duur op zijn plaats is voor feiten zoals die waar de verdachte zich aan schuldig heeft gemaakt. De rechtbank ziet gelet op de ernst van de feiten en de proceshouding van de verdachte, geen aanleiding om een deel van de straf voorwaardelijk aan de verdachte op te leggen. Met de raadsman is de rechtbank van oordeel dat de voorwaardelijke invrijheidsstelling te zijner tijd kan worden benut om de verdachte met eventueel dan nodig geachte behandeling en begeleiding terug te geleiden in de samenleving.

De rechtbank acht, alles afwegende, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden met aftrek van voorarrest passend en geboden.

Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet of tot het moment dat de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling aan de orde is, als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.

7 De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

7.1

De vordering van de benadeelde partij

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft een vordering ingediend tot vergoeding van de door haar geleden schade als gevolg van de aan de verdachte ten laste gelegde feiten. Zij heeft haar schade begroot op € 43.125,00, bestaande uit € 18.125,00 aan materiële schade en € 25.000,00 aan immateriële schade. Omdat de benadeelde partij zich echter realiseert dat zij haar familie in financiële problemen brengt als zij de daadwerkelijk geleden schade zou vorderen, heeft zij haar vordering beperkt tot een bedrag € 6.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente. Zij heeft verzocht over het toe te wijzen bedrag de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

7.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot toewijzing van de vordering, vermeerderd met de wettelijke rente, en gevorderd hierover de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

7.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft primair verzocht de benadeelde niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering gelet op de bepleite vrijspraak. Subsidiair heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

7.4

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt vast dat aan de benadeelde partij als gevolg van de bewezenverklaarde strafbare feiten materiële en immateriële schade is toegebracht en dat deze schade het rechtstreeks gevolg is van de bewezen verklaarde feiten. De benadeelde partij is dan ook ontvankelijk in haar vordering. De vordering is onderbouwd en is bovendien niet betwist door de verdediging. Gelet daarop zal de verdachte worden veroordeeld tot betaling van het gevorderde bedrag van € 6.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag, te rekenen vanaf 16 oktober 2018 tot de dag der algehele voldoening. Daarnaast zal de rechtbank aan de verdachte de schadevergoedingsmaatregel Strafrecht opleggen, opdat de Staat de vordering ten behoeve van de slachtoffers kan innen.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 36f, 57, 245 en 249 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;

  • -

    spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

  • -

    verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

  • -

    veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 36 maanden;

  • -

    beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

Benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel

  • -

    wijst toe de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] en veroordeelt de verdachte om aan de benadeelde partij te betalen een bedrag van € 6.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 16 oktober 2018 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    veroordeelt de verdachte in de kosten van de procedure, die ten behoeve van de tenuitvoerlegging daar onder begrepen, en begroot deze kosten aan de zijde van [slachtoffer] tot heden op nihil;

  • -

    legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer], van € 6.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 16 oktober 2018 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    bepaalt de duur volgens welke met toepassing van artikel 6:4:20 van het Wetboek van Strafvordering gijzeling kan worden toegepast op 65 dagen; verstaat dat deze gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;

  • -

    bepaalt dat voor zover de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat, in zoverre daarmee de verplichting tot betaling aan [slachtoffer] komt te vervallen en andersom dat voor zover de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan [slachtoffer] , in zoverre daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. R. Verkijk, voorzitter, mr. K.G. Witteman en mr. F.J.W.M. Tas, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.H.C. van den Munckhof, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 02 februari 2022.

Buiten staat

Mr. Tas is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

T.a.v. feit 1:

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2016 tot en met 16 oktober 2018 in de gemeente Venlo, meermalen, althans eenmaal,

(telkens) met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] , zijnde zijn, verdachtes, kind,

die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt,

(telkens) buiten echt,

een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die (telkens) bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die

[slachtoffer] , te weten het brengen/duwen van zijn, verdachtes, penis in de vagina van die [slachtoffer] ;

T.a.v. feit 2:

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2016 tot en met 16 oktober 2018 in de gemeente Venlo meermalen, althans eenmaal,

(telkens) ontucht heeft gepleegd

met zijn minderjarig kind genaamd [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] ,

en bestaande die ontucht uit het betasten van de borsten en/of de vagina van die [slachtoffer] ;

1 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Eenheid Limburg, registratienummer 2020024100, gesloten d.d. 11 juni 2020, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 166.

2 Het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer] d.d. 10 maart 2020, p. 15-26.

3 Het proces-verbaal van bevindingen informatief gesprek zeden d.d. 18 februari 2020, p. 7

4 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 6] d.d. 30 april 2020, p. 75-85.

5 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] d.d. 28 april 2020, p. 49-60.

6 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 27 mei 2020, p. 97-123.

7 De berichten, als weergegeven in de tekst, waren gevoegd bij het proces-verbaal van de politie.

8 Het proces-verbaal van getuige [getuige 2] d.d. 7 april 2020, p. 33-37.

9 Het proces-verbaal van getuige [getuige 3] d.d. 7 april 2020, p. 39-43.

10 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4] d.d. 14 mei 2020, p. 68-74.

11 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4] bij de rechter-commissaris d.d. 21 juli 2021, p. 3.