Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2022:6750

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
31-08-2022
Datum publicatie
09-09-2022
Zaaknummer
C/03/280675 / HA ZA 20-387
Formele relaties
Tussenuitspraak: ECLI:NL:RBLIM:2020:8222
Tussenuitspraak: ECLI:NL:RBLIM:2022:1094
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Tussenvonnis. Vervolg op ECLI:NL:RBLIM:2022:1094. De rechtbank beveelt een onderzoek door een deskundige, ter beantwoording van de vraag wat ten tijde van de uitvoering van de werkzaamheden een marktconforme eenheidsprijs voor een van de besteksposten was.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer / rolnummer: C/03/280675 / HA ZA 20-387

Vonnis in hoofdzaak en in de vrijwaring van 31 augustus 2022

in de hoofdzaak met zaaknummer / rolnummer: C/03/280675 / HA ZA 20-387 van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BLM WEGENBOUW B.V.,

gevestigd te Wessem, gemeente Maasgouw,

eiseres,

advocaat mr. C.M. van der Corput te 's-Hertogenbosch,

tegen

1. de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE VOERENDAAL,

zetelend te Voerendaal,

2. de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE SIMPELVELD,

zetelend te Simpelveld,

gedaagden,

advocaat mr. M. van Sintmaartensdijk te Maastricht,

en in de vrijwaringszaak met zaaknummer / rolnummer C/03/285571 / HAZA 20-599 van

1. de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE VOERENDAAL,

zetelend te Voerendaal,

2. de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE SIMPELVELD,

zetelend te Simpelveld,

eiseressen,

advocaat mr. M. van Sintmaartensdijk te Maastricht,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HASKONING DHV NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Amersfoort,

gedaagde,

advocaat mr. L.C. van den Berg te 's-Gravenhage.

Partijen in de hoofdzaak worden hierna BLM Wegenbouw, de Gemeente Voerendaal, de Gemeente Simpelveld (en beide gemeenten samen: de Gemeenten) genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verdere verloop van de procedure in de hoofdzaak blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 9 februari 2022

  • -

    de akte uitlating benoeming deskundige van BLM Wegenbouw

  • -

    de akte benoeming deskundige van de Gemeenten.

1.2.

Tot slot is vonnis bepaald.

2 De verdere beoordeling

in de zaak C/03/280675 / HA ZA 20-387

Het tussenvonnis

2.1.

De rechtbank heeft bij tussenvonnis van 9 februari 2022 overwogen dat zij voornemens is om een deskundige in te schakelen en de vraag voor te leggen wat ten tijde van de uitvoering van de werkzaamheden (september 2019) een marktconforme eenheidsprijs was voor de werkzaamheden genoemd in bestekspost 143330, uitgaande van de uiteindelijk verwerkte hoeveelheid (115,02 ton). Partijen zijn na het tussenvonnis in de gelegenheid gesteld om onderling tot overeenstemming te komen over het door de Gemeenten nog aan BLM Wegenbouw te betalen bedrag en om, bij gebreke van overeenstemming, zich uit te laten over de wenselijkheid van een deskundigenbericht, over het aantal en het specialisme van de te benoemen deskundige(n), over het voornemen om de door de rechtbank geformuleerde vraag aan de deskundige(n) te stellen, over de persoon van de te benoemen deskundige(n) en over de maximaal acceptabele hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige(n).

Standpunten van partijen na het tussenvonnis

2.2.

Partijen hebben de rechtbank laten weten dat zij niet tot overeenstemming hebben kunnen komen en zij hebben zich uitgelaten over de hiervoor weergegeven onderwerpen.

2.3.

BLM Wegenbouw heeft bezwaar tegen de in het tussenvonnis opgenomen vraagstelling. Die vraagstelling is volgens BLM Wegenbouw onjuist, omdat de besteksbepaling slechts gelezen en begrepen kan worden in relatie tot de totale inschrijving en inschrijvingsprijzen. Daarom kan niet worden volstaan met het bepalen van een marktconforme prijs enkel voor bestekspost 143330. Volgens BLM Wegenbouw dient een prijs te worden bepaald die passend is bij het betreffende bestek en alle besteksposten, rekening houdend met het grote gebied waar de werkzaamheden moesten plaatsvinden. Verder heeft BLM Wegenbouw bezwaar tegen het voornemen om te bepalen dat BLM Wegenbouw de kosten van de deskundige dient voor te schieten. Volgens BLM Wegenbouw is die beslissing onbegrijpelijk, omdat zij is gebaseerd op het verwijt richting BLM Wegenbouw dat voor haar al in een vroeg stadium duidelijk was of had moeten zijn dat de in het bestek genoemde hoeveelheden te laag waren om de opgedragen werkzaamheden uit te voeren. De Gemeenten wisten al bij aanvang dat de hoeveelheid te laag was. Volgens de RAW systematiek komen onduidelijkheden in het bestek voor rekening en risico van de opsteller ervan. De opstellers zijn in dit geval de Gemeenten, zodat de vordering van BLM Wegenbouw had moeten worden toegewezen, aldus nog steeds BLM Wegenbouw. Tot slot kan volgens BLM Wegenbouw worden volstaan met benoeming van één deskundige, waarbij de kosten een bedrag van circa € 2.500,00 exclusief btw dienen te bedragen. De deskundige dient ruime ervaring te hebben op het gebied van de RAW-systematiek en de van belang zijnde paragrafen van de UAV 2012.

2.4.

De Gemeenten hebben aan de rechtbank meegedeeld dat kan worden volstaan met benoeming van één deskundige. De deskundige dient volgens de Gemeenten de in het tussenvonnis opgenomen vraagstelling te beantwoorden. Terzake de kosten achten de Gemeenten een voorschot van € 5.000,00 exclusief btw passend.

Beoordeling

2.5.

De rechtbank passeert het bezwaar van BLM Wegenbouw ten aanzien van de vraagstelling. Uit paragraaf 39 lid 3 van de UAV 2012 volgt dat enkel de afwijking van de oorspronkelijke in het bestek opgenomen hoeveelheid wordt verrekend. Uit diezelfde bepaling volgt ook dat de aanneemsom niet wordt gewijzigd. Het is niet de bedoeling dat achteraf de aanneemsom wordt gereconstrueerd; uitsluitend de afwijkingen worden verrekend op basis van gewijzigde prijzen.1 Dit betekent dat de in het bestek opgenomen hoeveelheid voor bestekspost 143330 (4,90 ton) dient te worden afgerekend conform de daarvoor overeengekomen prijs, dat de wijziging van de verrekenprijzen slechts geldt voor de afwijking en dat die verrekening losstaat van andere posten in de aanneemsom. Voor zover BLM Wegenbouw heeft bedoeld het standpunt in te nemen dat zij bij inschrijving al rekening heeft gehouden met een forse overschrijding en dat dit invloed heeft gehad op de prijzen van andere besteksposten, geldt dat zij in dat geval al voor of bij de inschrijving had moeten waarschuwen voor fouten in het bestek (om dezelfde redenen en met dezelfde gevolgen als opgenomen in rechtsoverwegingen 4.8 tot en met 4.13 van het tussenvonnis van 9 februari 2022).

2.6.

Terzake het standpunt van BLM Wegenbouw dat onjuistheden in het bestek voor rekening en risico van de opsteller van het bestek komen, wijst de rechtbank erop dat in het tussenvonnis is geoordeeld dat in dit geval geen recht bestaat op onverkorte toepassing van de overeengekomen verrekenprijs. Daarin ligt eveneens het oordeel besloten dat (wederom in dit geval) de onjuistheid in het bestek niet voor rekening en risico van de opsteller komt. Deze beslissingen in het tussenvonnis zijn bindende eindbeslissingen. Voor dergelijke beslissingen geldt de regel dat daarvan in dezelfde instantie in beginsel niet kan worden teruggekomen. Dit kan anders zijn als de beslissing berust op een onjuiste juridische of feitelijke grondslag, dan wel indien de eisen van een goede procesorde om een andere reden meebrengen dat het onaanvaardbaar is indien de rechter aan zijn eerdere beslissing is gebonden. Voor zover BLM Wegenbouw in haar akte (impliciet) heeft verzocht van de beslissing in het tussenvonnis terug te komen, wordt dat verzoek afgewezen. Immers, niet is gebleken van een juridische of feitelijke misslag of andere gronden voor heroverweging.

2.7.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de vraagstelling als weergegeven in het tussenvonnis geen wijziging behoeft en dat de in te schakelen deskundige geen bijzondere deskundigheid terzake de RAW-systematiek of de relevante bepalingen in de UAV 2012 hoeft te hebben. De deskundige moet uiteraard wel kennis hebben op het gebied van prijsbepaling in de wegenbouw.

2.8.

Navraag bij diverse deskundigen heeft geleerd dat de door BLM Wegenbouw voorgestelde hoogte van het voorschot niet realistisch is. De rechtbank zal de onder de beslissing vermelde deskundige benoemen en de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vaststellen op het in de beslissing vermelde bedrag.

2.9.

De deskundige heeft aan de rechtbank meegedeeld dat op een eventuele werkzaamheid van hem als deskundige de “De Nieuwe Regeling (DNR) 2011” (hierna: de algemene voorwaarden) van toepassing zijn. Deze algemene voorwaarden zouden van toepassing zijn in de verhouding tussen de deskundige en partijen. Daarom heeft de rechtbank partijen op voorhand verzocht met de algemene voorwaarden in te stemmen. Zij hebben bij te kennen gegeven de algemene voorwaarden te aanvaarden.

2.10.

De rechtbank ziet geen aanleiding om af te wijken van het uitgangspunt van de wet, dat het voorschot op de kosten van de deskundige in beginsel door de eisende partij moet worden gedeponeerd (artikel 194 Rv). Dit voorschot zal daarom door BLM Wegenbouw moeten worden betaald. De rechtbank wijst erop dat deze beslissing omtrent het voorschot niets zegt over de vraag welke partij uiteindelijk in de proceskosten wordt veroordeeld en dientengevolge de kosten van de deskundige moet dragen.

2.11.

De rechtbank wijst er verder op dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals nader onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaruit de gevolgtrekking maken die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.

2.12.

Als een partij desgevraagd of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige doet toekomen, dient zij daarvan terstond afschrift aan de wederpartij te verstrekken.

in de zaak C/03/285571 / HAZA 20-599

2.13.

De rechtbank houdt in afwachting van de uitkomst van de hoofdzaak iedere verdere beslissing in de vrijwaringszaak aan.

3 De beslissing

De rechtbank

in de zaak C/03/280675 / HA ZA 20-387:

3.1.

beveelt een onderzoek door de deskundige ter beantwoording van de volgende vragen:

- wat was ten tijde van de uitvoering van de werkzaamheden (september 2019) een marktconforme eenheidsprijs voor de werkzaamheden genoemd in bestekspost 143330, uitgaande van de uiteindelijk verwerkte hoeveelheid (115,02 ton)?

- zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan de rechter volgens u kennis dient te nemen bij de verdere beoordeling?

3.2.

benoemt tot deskundige:

de heer ing. H.J. Asbroek,

correspondentieadres: postbus 19290

3501 DG Utrecht

telefoon: 030 23 43 222

e-mailadres: info@raadvanarbitrage.nl

het voorschot

3.3.

stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vast op het door de deskundige begrote bedrag van € 5.445,00 inclusief btw,

3.4.

bepaalt dat BLM Wegenbouw het voorschot dient over te maken binnen twee weken na de datum van de nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak,

3.5.

draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot,

het onderzoek

3.6.

bepaalt dat BLM Wegenbouw haar procesdossier in afschrift aan de deskundige dient te doen toekomen,

3.7.

bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats,

3.8.

wijst de deskundige er op dat:

  • -

    de deskundige voor aanvang van het onderzoek dient kennis te nemen van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (te raadplegen op www.rechtspraak.nl of desgevraagd te verkrijgen bij de griffie),

  • -

    de deskundige het onderzoek pas na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot dient aan te vangen,

  • -

    de deskundige het onderzoek onmiddellijk dient te staken en contact dient op te nemen met de griffier, indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,

3.9.

bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige dienen te verstrekken indien deze daarom verzoekt, de deskundige toegang dienen te verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid dienen te geven tot het verrichten van het onderzoek,

het schriftelijk rapport

3.10.

draagt de deskundige op om uiterlijk vier maanden na het schriftelijk bericht van de griffier omtrent de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend bericht in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, onder bijvoeging van een gespecificeerde declaratie,

3.11.

wijst de deskundige er op dat:

  • -

    uit het schriftelijk bericht moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd,

  • -

    de deskundige een concept van het rapport aan partijen moet toezenden, opdat partijen de gelegenheid krijgen binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden,

3.12.

bepaalt dat partijen binnen vier weken dienen te reageren op het concept-rapport van de deskundige nadat dit aan partijen is toegezonden en dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren,

overige bepalingen

3.13.

draagt de griffier op de zaak op de rol te plaatsen:

  • -

    als het voorschot niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel verlengde) termijn is ontvangen: voor akte uitlating voortprocederen aan beide zijden op een termijn van twee weken, of

  • -

    na ontvangst ter griffie van het deskundigenbericht: voor conclusie na deskundigenbericht aan de zijde van BLM Wegenbouw op een termijn van vier weken,

3.14.

houdt iedere verdere beslissing aan.

in de zaak C/03/285571 / HAZA 20-599:

3.15.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. T. Dohmen en in het openbaar uitgesproken door
mr. I.M. Etman op 31 augustus 2022.2

1 Ontstaansgeschiedenis UAV 2012, Den Haag: Instituut voor Bouwrecht 2012, p. 195.

2 type: TD