Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2022:6428

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
15-08-2022
Datum publicatie
24-08-2022
Zaaknummer
ROE 22/148
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Wet WIA – Beroep gegrond

Bij het bestreden besluit heeft het UWV geoordeeld dat eiseres per 23 september 2021 voor 64,51% arbeidsongeschikt is. Naar aanleiding van een melding toegenomen arbeidsongeschiktheid heeft het UWV bij primair besluit van 6 mei 2022 geoordeeld dat eiseres per 1 oktober 2021 volledig arbeidsongeschikt is en dat zij per 1 december 2021 een WIA-uitkering gebaseerd op volledige arbeidsongeschiktheid krijgt. De rechtbank is, net als het UWV in zijn schrijven van 4 augustus 2022, van oordeel dat niet valt in te zien waarom de mate van arbeidsongeschiktheid van eiseres in de zeer korte periode tussen 23 september 2021 en 1 oktober 2021 zodanig zou zijn verslechterd dat de situatie op 1 oktober 2021 zoveel ernstiger zou zijn dan de situatie op 23 september 2021.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Inloopteam Bestuursrecht

zaaknummer: 22/148

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. E.G.W. Hendriks),

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (het UWV), verweerder

(gemachtigde: E.H.J.A. Olthof).

Procesverloop

Met het besluit van 6 augustus 2021 (het primaire besluit) heeft het UWV aan eiseres een uitkering toegekend op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA), waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid is bepaald op 51,23%.

Met het besluit van 7 december 2021 (het bestreden besluit) heeft het UWV het bezwaar van eiseres gegrond verklaard, het primaire besluit herroepen en een nieuw besluit genomen. De mate van arbeidsongeschiktheid is bepaald op 64,51%.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het UWV heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is bij de rechtbank behandeld op de Skypezitting van 15 augustus 2022. Eiseres was aanwezig samen met haar gemachtigde. Het UWV heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

De beslissing

De rechtbank verklaart het beroep gegrond.

De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt het UWV op een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen, en die procedure samen te laten lopen met de bezwaarprocedure tegen het primaire besluit van 6 mei 2022.

Verder draagt de rechtbank het UWV op aan eiseres het betaalde griffierecht van € 49,- te vergoeden en veroordeelt het UWV in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van

€ 1.518,- (een punt voor het indienen van het beroepschrift en een punt voor het verschijnen ter zitting).

De overwegingen

Bij het bestreden besluit heeft het UWV geoordeeld dat eiseres per 23 september 2021 voor 64,51% arbeidsongeschikt is. Naar aanleiding van een melding toegenomen arbeidsongeschiktheid heeft het UWV bij primair besluit van 6 mei 2022 geoordeeld dat eiseres per 1 oktober 2021 volledig arbeidsongeschikt is en dat zij per 1 december 2021 een WIA-uitkering gebaseerd op volledige arbeidsongeschiktheid krijgt. De rechtbank is, net als het UWV in zijn schrijven van 4 augustus 2022, van oordeel dat niet valt in te zien waarom de mate van arbeidsongeschiktheid van eiseres in de zeer korte periode tussen 23 september 2021 en 1 oktober 2021 zodanig zou zijn verslechterd dat de situatie op 1 oktober 2021 zoveel ernstiger zou zijn dan de situatie op 23 september 2021.

De rechtbank gaat er daarom van uit dat eiseres ook op 23 september 2021 volledig arbeidsongeschikt is. Het bestreden besluit kan daarom geen stand houden.

De rechtbank kan niet zelf in de zaak voorzien, omdat eiseres meer grieven heeft tegen het bestreden besluit dan alleen het arbeidsongeschiktheidspercentage. Eiseres is het bijvoorbeeld ook niet eens met het gehanteerde maatmanloon. Deze grief heeft eiseres ook aangevoerd in bezwaar tegen het primaire besluit van 6 mei 2022. Om correctie op correctie te voorkomen, zoals het UWV ook heeft gezegd, zal de rechtbank het UWV opdragen de procedure gelijk te laten lopen met de bezwaarprocedure tegen het primaire besluit van 6 mei 2022.


Deze uitspraak is gedaan op 15 augustus 2022 door mr. M.A. Broekhuis, rechter, in aanwezigheid van mr. L. Zwager, griffier.

griffier

rechter

De uitspraak is verzonden op 18 augustus 2022.

en zal binnen een week na deze datum openbaar gemaakt worden door publicatie op rechtspraak.nl.

Als u het niet eens bent met deze uitspraak

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.