Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2022:6408

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
18-08-2022
Datum publicatie
19-08-2022
Zaaknummer
C/03/306681 / KG ZA 22-252
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

De huidige exploitant van de midgetgolfbaan in het Steinerbos heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij jegens de gemeente Stein als eigenaar/verhuurder het exclusieve recht op de exploitatie van midgetgolf-activiteiten in het Steinerbos heeft verkregen. Evenmin heeft hij aannemelijk gemaakt dat de door het Belevenispark Steinerbos voorgenomen (en inmiddels ook al in gang gezette) midgetgolf-activiteiten concurrentie van betekenis zullen opleveren. Aan de vraag of sprake is van oneerlijke concurrentie, die de Gemeente dwingt tot ingrijpen, wordt daarom niet toegekomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer / rolnummer: C/03/306681 / KG ZA 22-252

Vonnis in kort geding van 18 augustus 2022 in de zaak van:

[eiser] ,

wonend te [woonplaats] ,

eiser,

advocaat mr. D.N. Lavain,

tegen:

1 de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE STEIN,

zetelend te Stein,

gedaagde,

advocaat mr. W.E. Widdershoven,

2 de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
STEINERBOS B.V.,

gevestigd te Stein,

gedaagde,

advocaat mr. P.W. Switalska.

Partijen zullen hierna [eiser] , de gemeente en Steinerbos BV genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met producties 1-12;

  • -

    de akte houdende overleggen producties van Steinerbos BV met producties 1-12;

  • -

    de brief van de gemeente van 2 augustus 2022 met producties 1 tot en met 20;

  • -

    de door [eiser] bij e-mail van 3 augustus 2022 overgelegde productie 13;

  • -

    de mondelinge behandeling op 4 augustus 2022, met de spreekaantekeningen van de gemeente en van Steinerbos BV.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiser] , handelend onder de naam [naam] , exploiteert ruim 40 jaar een midgetgolfbaan in het Steinerbos te Stein. Bij deze midgetgolfbaan hoort sedert enige tijd een door [eiser] geëxploiteerde horecagelegenheid in de vorm van een pannenkoekenhuis.

2.2.

De gemeente is sinds 1977 eigenaar van het Steinerbos. In 2012 is door de raad van de gemeente besloten tot verzelfstandiging van het recreatiepark in het Steinerbos, waarna op 3 januari 2013 Steinerbos BV is opgericht. Steinerbos BV exploiteert sindsdien het recreatiepark, thans belevenispark genoemd, in het Steinerbos.

2.3.

De gemeente is enig aandeelhouder van Steinerbos BV. De gemeente treedt daarnaast op als verhuurder van de desbetreffende percelen in het Steinerbos aan zowel [eiser] als Steinerbos BV.

2.4.

In de meest recente)huurovereenkomst tussen de gemeente en [eiser] ,van

29 maart 2005, is onder meer het volgende opgenomen:

6. Het gehuurde mag door de huurder slechts worden gebruikt en ingericht als terrein ten behoeve van de beoefening van de midgetgolfsport en voor de exploitatie van een horeca-inrichting. De huurder is derhalve niet bevoegd om het gehuurde een andere bestemming te geven of ingevolge een andere bestemming te gebruiken of te laten gebruiken.

[…]

9. De huurder is verplicht tot openstelling van het gehuurde voor het doel waarvoor het is ingericht, op de daarvoor door de verhuurster aan te wijzen tijden en tegen tarieven, welke door de verhuurster zijn goedgekeurd. Een verzoek tot aanpassing van de tarieven voor het volgende jaar moet voor 1 oktober van het lopende jaar bij de verhuurster zijn ingediend.

2.5.

Per e-mail van 17 mei 2022 heeft de directeur van Steinerbos BV [eiser] bericht dat Steinerbos BV op korte termijn midgetgolfactiviteiten in het belevenispark gaat aanbieden in de vorm van negen midgetgolfbanen. [eiser] heeft hiertegen bij e-mail van 23 mei 2022 zijn protest geuit. Zowel Steinerbos BV als de gemeente zijn vervolgens door [eiser] aangeschreven om – kort gezegd – zich te onthouden van het aanbieden van midgetgolfactiviteiten in het belevenispark, althans deze activiteiten te verbieden. Op deze aanmaning is afwijzend gereageerd door de gemeente en door Steinerbos BV.

2.6.

Op 2 augustus 2022 heeft Steinerbos BV de negen midgetgolfbanen in gebruik genomen.

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de gemeente te veroordelen/bevelen om Steinerbos BV te verbieden om midgetgolfactiviteiten in het belevenispark Steinerbos aan te bieden en/of Steinerbos BV te verbieden om midgetgolfactiviteiten in het belevenispark Steinerbos aan te bieden, zulks op verbeurte van een dwangsom van € 500,- per dag of dagdeel per gedaagde(n) dat zij daarmee in gebreke is/zijn, met een maximum van € 45.000,- per gedaagde, althans een zodanige ordemaatregel te treffen zoals het de voorzieningenrechter in goede justitie vermeent te behoren, en de gemeente en/of Steinerbos BV te veroordelen in de kosten van deze procedure.

3.2.

[eiser] stelt hiertoe, samengevat en voor zover van belang, dat de gemeente in haar hoedanigheid als verhuurder gehouden is om de midgetgolfactiviteiten van Steinerbos BV te verbieden, omdat [eiser] de exclusiviteit heeft verkregen om dergelijke activiteiten in het Steinerbos aan te bieden en [eiser] die exclusiviteit wil behouden. Volgens [eiser] is het toestaan van het aanbieden van midgetgolfactiviteiten door Steinerbos BV in het belevenispark een gebrek in de zin van artikel 7:204 lid 2 BW. Daarnaast stelt [eiser] dat Steinerbos BV jegens hem oneerlijk en onrechtmatig handelt door midgetgolfactiviteiten aan te bieden in het belevenispark. In [eiser] ’ optiek wordt hem hiermee oneerlijke, en daarmee onrechtmatige, concurrentie aangedaan. Het is alleszins aannemelijk dat dit de exploitatie van [eiser] nadelig zal beïnvloeden, omdat het hem klandizie en derhalve omzet zal kosten, aldus [eiser] .

3.3.

De gemeente en Steinerbos BV voeren verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Gelet op het gevoerde debat zal de voorzieningenrechter in de eerste plaats beoordelen of [eiser] het exclusieve recht op het aanbieden van midgetgolfactiviteiten in het Steinerbos heeft verkregen, zoals [eiser] heeft gesteld, maar de gemeente en Steinerbos BV hebben betwist.
Steinerbos BV heeft in dit kader naar voren gebracht dat de bestemmingsbepaling in de huurovereenkomst van [eiser] (artikel 6, zoals hiervoor opgenomen) - waarvan het gebruikelijk is dat deze in een huurovereenkomst wordt opgenomen - niet hetzelfde is als een exclusiviteitsclausule of een non-concurrentieclausule. De twee laatstgenoemde clausules zijn niet in de huurovereenkomst tussen [eiser] en de gemeente opgenomen, aldus Steinerbos BV.
De gemeente heeft zich hierbij aangesloten en heeft verder gesteld dat weliswaar klopt dat [eiser] contractueel verplicht is om de midgetgolfbaan open te stellen op tijden die door de gemeente worden bepaald en dat [eiser] door de gemeente goedgekeurde tarieven dient te hanteren (artikel 9 in de huurovereenkomst, zoals hiervoor opgenomen), maar dat hier in de praktijk geen gevolg aan wordt gegeven en dat [eiser] zijn eigen openingstijden en entreeprijzen bepaalt, zodat [eiser] ’ stellingen op dit punt niet relevant zijn.
Aangezien [eiser] deze concrete, als verweer aangevoerde, stellingen van Steinerbos BV en de gemeente niet heeft weersproken, gaat de voorzieningenrechter uit van de juistheid ervan. Daarvan uitgaande oordeelt de voorzieningenrechter dat [eiser] niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij het exclusieve recht heeft verkregen op het aanbieden van midgetgolfactiviteiten in het Steinerbos.

4.2.

Dit oordeel laat onverlet dat sprake kan zijn van oneerlijke concurrentie door Steinerbos BV, waartegen de gemeente eventueel ook dient op te treden als verhuurder van [eiser] en Steinerbos BV.
In verband met dit laatste heeft [eiser] zich beroepen op jurisprudentie van de Hoge Raad, die betrekking heeft op de situatie waarin de verhuurder zelf zijn huurder concurrentie aandoet, en waarin van belang wordt geacht de wijze waarop en de mate waarin de verhuurder zijn huurder concurrentie aandoet en de belangen die voor beide partijen betrokken zijn bij deze vorm van concurrentie, mede in verband met de eventueel contractueel voorgeschreven bestemming van het gehuurde (Hoge Raad 17-12-2004, ECLI:NL:HR:2004:AR2768). Volgens [eiser] is deze jurisprudentie van overeenkomstige toepassing in de onderhavige zaak, ook omdat hij op grond van zijn huurovereenkomst met de gemeente op het gehuurde (afgezien van het pannenkoekenhuis) uitsluitend een midgetgolfbaan mag exploiteren.

4.3.

De voorzieningenrechter overweegt dat niet ter discussie staat dat de contractueel voorgeschreven bestemming van het door [eiser] gehuurde inderdaad uitsluitend het exploiteren van midgetgolfactiviteiten is.
Uitgaande, [eiser] daarin volgend, van de toepasselijkheid van de hiervoor genoemde jurisprudentie van de Hoge Raad, is dan vervolgens, allereerst, de vraag aan de orde of en, zo ja, in welke mate [eiser] concurrentie wordt aangedaan door de door Steinerbos BV voorgenomen - en inmiddels in gang gezette - midgetgolfactiviteiten binnen het belevenispark.

4.3.1.

Steinerbos BV heeft gemotiveerd het verweer gevoerd dat geen sprake is van serieus te nemen concurrentie. Zij heeft daartoe het volgende aangevoerd.
Ongeacht of Steinerbos BV wel of geen midgetgolf aanbiedt, zal het gros van de bezoekers van het belevenispark na een bezoek daaraan niet ook nog eens een bezoek brengen aan [eiser] , of andersom. Het gaat dus om twee op zichzelf staande activiteiten, die niet gauw zullen worden gecombineerd. Het belevenispark is daarbij een uitje waarmee een hele dag kan worden gevuld, en bezoekers zullen ook om die reden niet de kosten voor beide activiteiten op eenzelfde dag willen maken. Dit zal met de aanleg en het gebruik van enkele midgetgolfbanen in het belevenispark niet veranderen.
Daar komt bij dat [eiser] zich met zijn 19 midgetgolfbanen richt zich op bezoekers die doelgericht willen midgetgolfen, terwijl Steinerbos BV midgetgolf alleen aanbiedt als een aanvullende activiteit naast de vele andere activiteiten. Steinerbos BV doet dit om de verblijfsduur van de bezoekers te verlengen en om daarmee een hogere horecaomzet te genereren. Het belevenispark is bovendien hoofdzakelijk gericht op bezoekers met kinderen in de leeftijdscategorie van 2 jaar tot en met 12 jaar. Kinderen van die leeftijd hebben niet de kracht, de motoriek en het geduld om 19 holes (met een duur van gemiddeld 75 minuten) te midgetgolfen. De doelgroep van Steinerbos BV is dan ook niet dezelfde als die van [eiser] . Ook kan men bij Steinerbos BV geen midgetgolf reserveren, hoeft daar niet apart voor te worden betaald en hoeven de midgetgolfbanen niet te worden doorlopen in een bepaalde volgorde.

4.3.2.

[eiser] heeft hiertegenover gesteld dat bezoekers van het belevenispark geregeld nog op dezelfde dag dat zij het belevenispark hebben bezocht bij hem komen midgetgolfen (of een pannenkoek komen eten), maar heeft die stelling niet nader onderbouwd. Ook verder heeft [eiser] , in het licht van het door Steinerbos BV gevoerde verweer (waarbij de gemeente zich heeft aangesloten), zijn stellingen over de hem aangedane concurrentie onvoldoende geconcretiseerd en onderbouwd. Gelet hierop heeft [eiser] naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet aannemelijk gemaakt dat in verband met de midgetgolfbanen in het belevenispark sprake is van serieus te nemen concurrentie.

4.3.3.

In het verlengde hiervan heeft [eiser] ook onvoldoende onderbouwd welke financiële gevolgen hij verwacht te ondervinden van de midgetgolfactiviteiten in het belevenispark. Ook nadat hij daar uitdrukkelijk naar is gevraagd tijdens de mondelinge behandeling, is [eiser] niet in staat geweest om inzicht te geven in de omzetdaling die hij hiervan verwacht.

4.4.

Op grond van al het voorgaande oordeelt de voorzieningenrechter dat [eiser] niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van serieuze concurrentie, laat staan oneerlijke concurrentie, door Steinerbos BV en, in verband daarmee, van een tekortkoming van de gemeente en/of van een onrechtmatige daad van Steinerbos BV. Gelet hierop kan geen sprake zijn van toewijzing van het gevorderde. Hetgeen overigens door partijen is aangevoerd, hoeft niet te worden beoordeeld.

4.5.

[eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.

De kosten aan de zijde van de gemeente worden begroot op:

- griffierecht € 676,00

- salaris advocaten € 1.016,00

Totaal € 1.692,00.


De kosten aan de zijde van Steinerbos BV worden eveneens begroot op:

- griffierecht € 676,00

- salaris advocaten € 1.016,00

Totaal € 1.692,00.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

wijst af het gevorderde;

5.2.

veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van de gemeente tot op heden begroot op € 1.692,00 en aan de zijde van Steinerbos BV tot op heden eveneens begroot op € 1.692,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.J.J. Beurskens en in het openbaar uitgesproken op 18 augustus 2022.1

1 type: JPW