Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2022:5922

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
02-08-2022
Datum publicatie
02-08-2022
Zaaknummer
03.083611.21
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Onderzoek TOL75. Vrijspraak voorbereidingshandelingen drugslab Bemelen en aanwezig hebben wijnsteenzuur.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer : 03.083611.21

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 2 augustus 2022

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens] 1988 ,

wonende te [adres] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. F.A.G.M. Landerloo, advocaat kantoorhoudende te Maastricht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 18 en 19 juli 2022. De verdachte en zijn raadsvrouw zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte, al dan niet samen met (een) ander(en):

  1. diverse voorwerpen en chemicaliën/stoffen voorhanden heeft gehad ter voorbereiding of bevordering van de productie van (grondstoffen voor) amfetamine;

  2. 100 kilogram wijnsteenzuur voorhanden heeft gehad ter voorbereiding of bevordering van de productie van synthetische drugs.

3 De beoordeling van het bewijs

Net als de officier van justitie en de verdediging acht de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan voorbereidingshandelingen strafbaar gesteld in artikel 10a van de Opiumwet. De rechtbank zal de verdachte daarom van beide ten laste gelegde feiten vrijspreken.

Daartoe overweegt zij in het bijzonder als volgt.

Feit 1: betrokkenheid bij lab in Bemelen

Op 30 april 2020 werd bij een inkijk in een zeecontainer op een terrein achter een vakantiepark in Bemelen een deels ontmanteld laboratorium aangetroffen dat geschikt zou zijn geweest voor de productie van BMK, een grondstof voor amfetamine. De verdachte was destijds als parkbeheerder werkzaam op het betreffende vakantiepark. Vanuit die hoedanigheid is echter niet gebleken van betrokkenheid van de verdachte bij het lab. Dat de verdachte bij het lab betrokken zou zijn, zou moeten blijken uit vertrouwelijke communicatie, opgenomen in het kantoor van het bedrijf [naam] in Tilburg op 2 april 2020 waaraan de verdachte heeft deelgenomen en waarin werd gesproken over de productie van amfetamine en de aanwezigheid van de auto van de verdachte bij datzelfde bedrijf op 8 april 2020. Op laatstgenoemde datum is echter niet de verdachte zelf gezien, zodat de waarneming van de auto niet direct belastend is voor de verdachte. Voor wat betreft de uitwerking in een proces-verbaal van de opname vertrouwelijke communicatie van 2 april 2020 is gebleken dat aanvankelijk sprake was van een persoonsverwisseling, waardoor te veel uitspraken aan de verdachte werden toegeschreven. De in een nader proces-verbaal neergelegde correctie van die persoonsverwisseling leidt bij de rechtbank, net als bij de officier van justitie en verdediging, nog steeds tot twijfel over wat exact door de verdachte is gezegd op 2 april 2022. Op grond van hetgeen uit het dossier blijkt en wat ter terechtzitting nog naar voor is gekomen, kan de rechtbank in elk geval niet vaststellen dat de verdachte zelf de voorwerpen en chemicaliën/grondstoffen voorhanden heeft gehad zoals hem ten laste is gelegd. Ook kan niet worden vastgesteld dat hij anderszins een materiële of intellectuele bijdrage heeft geleverd van voldoende gewicht om hem als medepleger aan te merken.

Feit 2: 100 kilogram wijnsteenzuur

In de woning waar de verdachte verbleef is op 8 december 2020 een hoeveelheid van in totaal 100 kilogram wijnsteenzuur aangetroffen. Wijnsteenzuur kan, onder meer, gebruikt worden voor de productie van (meth)amfetamine. In die hoedanigheid kan het voorhanden hebben vallen onder de strafbaarstelling van artikel 10a van de Opiumwet.

De rechtbank kan echter niet vaststellen dat de verdachte het wijnsteenzuur voorhanden heeft gehad. Hiervoor moet worden vastgesteld dat de verdachte wetenschap had van het wijnsteenzuur, en dat zich dit in zijn machtssfeer bevond. In dit geval is de enkele aanwezigheid hiervan in de woning waar de verdachte verkleef, niet voldoende. Uit het dossier blijkt immers dat de verdachte op het moment van aantreffen niet de enige was die in die woning verbleef. Integendeel, er werden op dat moment maar liefst drie andere personen aangetroffen. Een van hen sliep op de sofa waarachter onder een laken in een drietal bigshoppers het wijnsteenzuur is aangetroffen. Nader onderzoek naar de reden van aanwezigheid van deze personen in de woning en hun eventuele betrokkenheid bij het wijnsteenzuur heeft niet plaatsgevonden. Onbekend is gebleven in welke ruimte in de woning de verdachte verbleef voordat hij via het dak ontvluchtte. Nader forensisch onderzoek waarmee een directe relatie gelegd zou kunnen worden tussen het wijnsteenzuur en de verdachte, heeft evenmin plaatsgevonden. Onder deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de verdachte, al dan niet samen met (een) ander(en), het wijnsteenzuur voorhanden heeft gehad.

De rechtbank:

- verklaart niet bewezen dat de verdachte de hem onder 1. en 2. ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door mr. K.G. Witteman, voorzitter, mr. H.E.G. Peters en mr. S.A.M.C. van de Winkel, rechters, in tegenwoordigheid van mr. O.A.G. Corten, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 2 augustus 2022.

Buiten staat

De voorzitter is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

Feit 1:

hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 30 maart 2020 tot en met 30 april 2020 te Bemelen, in de gemeente Eijsden-Margraten, in elk geval in het arrondissement Limburg, en/of de gemeente Tilburg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het (telkens) opzettelijk bereiden en/of bewerken en/of vervaardigen van amfetamine(-olie), in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine(-olie), zijnde (een) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst 1, voor te bereiden en/of te bevorderen

- ( (telkens) voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen en/of gelden of andere betaalmiddelen voorhanden heeft/hebben gehad, waarvan hij wist of ernstige reden had om te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en),

hebbende hij, verdachte, en/of een of meer van zijn mededader(s)

  • -

    (onderde(e)l(en) van) (een in werking geweest zijnde) productieopstelling, bedoeld voor de productie van MAPAA naar BMK en/of (een) (grote) hoeveelhe(i)d(en) (laboratorium)benodigdheden en/of hardware voorhanden gehad, waaronder een of meerdere (grote) ketel(s) en/of gasfles(sen) en/of (gas)brander(s) en/of (gas)slang(en) en/of kol(f) (ven) en/of ( jerrycans en/of (IBC-)vaten en/of maatbekers en/of (gebruikte) werkhandschoenen en/of (een) gelaatsmasker(s) en/of

  • -

    (een) (grote) hoeveelhe(i)d(en) chemicaliën/grondstoffen voorhanden gehad, waaronder APAAN en/of zoutzuur;

Feit 2:

hij op of omstreeks 8 december 2020 te Holtum, in de gemeente Sittard-Geleen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of vervaardingen van (met)amfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende (met)amfetamine, zijnde een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen,

- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen en/of gelden of andere betaalmiddelen voorhanden heeft/hebben gehad, waarvan hij wist of ernstige reden had om te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en),

hebbende hij, verdachte, en/of een of meer van zijn mededader(s)

100 kg wijnsteenzuur, in elk geval een hoeveelheid chemicaliën/grondstoffen voorhanden gehad.