Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2022:5823

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
20-07-2022
Datum publicatie
29-07-2022
Zaaknummer
9906246 AZ VERZ 22-45
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Manager zorginstelling terecht op staande voet ontslagen vanwege seksueel grensoverschrijdend gedrag. #MeToo-situatie

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2022-0861
Jurisprudentie HSE 2022/80
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 9906246 AZ VERZ 22-45

Beschikking van 20 juli 2022

in de zaak van

[verzoekende partij] ,

wonend te [woonplaats] ,

verzoekende partij,

gemachtigde mr. L.A.M. Plantaz-Degen,

tegen

de stichting STICHTING RADAR,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

verwerende partij,

gemachtigde mr. drs. C.A.H. Lemmens.

Partijen zullen hierna [verzoekende partij] en Radar genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het verzoekschrift met bijlagen

  • -

    het verweerschrift met bijlagen

  • -

    de door [verzoekende partij] nagezonden stukken

  • -

    de mondelinge behandeling op 6 juli 2022, waarbij beide partijen een pleitnota overgelegd hebben.

1.2.

Ten slotte is beschikking bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

[verzoekende partij] is op 1 april 2019 op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd (tot en met 31 maart 2020) in dienst getreden van Radar in de functie van manager zorg , voor 36 uur per week, tegen een brutoloon van € 4.211,00 (excl. 8% vakantietoeslag en 8,33% eindejaarsuitkering). Met ingang van 1 april 2020 is het dienstverband van [verzoekende partij] omgezet in een dienstverband voor onbepaalde tijd.

2.2.

Als manager was [verzoekende partij] eindverantwoordelijke voor zijn locatie, [naam locatie] in [plaats 1] . Op die locatie was [naam 1] sinds 5 juli 2021 werkzaam als [functienaam 1] .

[naam 2] was sinds 1 juni 2018 bij Radar in dienst als [functienaam 2] en werd vanaf september 2021 twee diensten per week uitgeleend naar [naam locatie] .

[verzoekende partij] is geboren in [geboortejaar 1] . [naam 1] is geboren in [geboortejaar 2] en [naam 2] in [geboortejaar 3] .

2.3.

Op 5 januari 2022 om 23:32 uur heeft [naam 1] de volgende whatsappberichten verstuurd naar een vriendin ( [naam vriendin] ):

Ik zit nu op het werk

Maar ik moet effe mijn frustratie kwijt

Het gaat over…de manager

Vorige week toen ik wegliep en wij nog met z’n tweeën op locatie waren sloeg hij op mijn kont

En nu loopt hij te pas en te onpas mijn kantoor binnen

Ik weet niet goed wat ik ermee moet

Als hij gewoon wilt praten prima, maar hij maakt er altijd weer een seksueel ding van

Ik merk dat ik daardoor een negatieve associatie begin te krijgen met het werken bij Radar en dat vind ik wel vervelend

Ook net; ik zit midden in een onderzoek en dan komt hij weer binnen gewandeld…En dat hij met mij wilt overleggen is prima en ook nodig. Of gewoon even gezellig wilt kletsen. Maar die seksistische opmerkingen hoeven voor mij niet. Dan wordt het heel ongemakkelijk en nu kan ik me vervolgens weer slecht concentreren. Het is met name heel irritant gewoon.

Een tijdje was het echt minder, maar nu doet hij het weer steeds vaker. Ik app je dit nu in de hoop dat ik het dan ‘even kwijt’ ben en me vervolgens weer kan concentreren.

Ik denk ook steeds; misschien is een andere werkgever zo gek nog niet. (…) Met hopelijk ‘normale’ managers ….

2.4.

Op 25 januari 2022 heeft [naam 3] ( [functienaam 3] van Radar ) met [verzoekende partij] gesproken. Het gesprek ging onder andere over het vermoeden van enkele werknemers van Radar dat [verzoekende partij] in november in de vroege avonduren met een medewerker van [naam locatie] op locatie zou hebben “geflikflooid”. [verzoekende partij] heeft in reactie daarop ontkend te hebben geflikflooid. Hij heeft uitgelegd dat hij in november op een donderdag met [naam 2] een werkoverleg had en dat hij zichzelf en [naam 2] had ingesloten omdat hij stemverheffing hoorde in het trappenhuis.

2.5.

Eind maart 2022 heeft [naam 1] met een collega gesproken over haar ervaringen met [verzoekende partij] . Vervolgens heeft [naam 1] op 31 maart 2022 daarover gesproken met [naam 3] en [naam 4] ( leidinggevende ).

2.6.

Radar heeft daarna [verzoekende partij] opgeroepen voor een gesprek. Dit gesprek heeft plaatsgevonden op 1 april 2022. Aanwezig waren daarbij [verzoekende partij] , [naam 3] , [naam 5] ( [functienaam 4] ) en [naam 7] ( [functienaam 5] ). Aan het einde van dit gesprek is [verzoekende partij] medegedeeld dat hij op staande voet is ontslagen.

2.7.

Bij brief van 1 april 2022 aan [verzoekende partij] heeft Radar het tijdens het gesprek gegeven ontslag op staande voet bevestigd. De brief vermeldt als dringende reden: “je hebt seksueel grensoverschrijdend gedrag vertoond.”

2.8.

Bij e-mail van 5 april 2022 heeft de gemachtigde van [verzoekende partij] aan Radar medegedeeld dat [verzoekende partij] het niet eens is met het ontslag op staande voet.

2.9.

Op 7 april 2022 heeft [naam 3] aan [verzoekende partij] een verslag van het gesprek van
1 april 2022 gestuurd. Zij heeft [verzoekende partij] daarbij in de gelegenheid gesteld op de inhoud daarvan te reageren.

2.10.

Bij e-mail van 11 april 2022 heeft de gemachtigde van [verzoekende partij] gereageerd op het verslag van het gesprek van 1 april 2022.

2.11.

Bij e-mail van 12 april 2022 heeft de gemachtigde van Radar aan de gemachtigde van [verzoekende partij] medegedeeld dat Radar het ontslag op staande voet handhaaft.

2.12.

[naam 1] heeft haar ervaringen met [verzoekende partij] op schrift gesteld in een verklaring die is gedateerd op 19 april 2022. De kantonrechter geeft dit relaas hier maar voor een klein deel weer (het beslaat in werkelijkheid dertien pagina’s):

Rond 20 juli 2021 (Hotelkamer)

Ik reed met [naam collega] mee. Zij kwam mij thuis ophalen. Onderweg moesten we van [verzoekende partij] Macdonalds halen. Ik vroeg de collega waar we dit dan op gingen eten, want dit konden we toch niet opeten aan een openbare bar? We kwamen aan bij de bar in [plaats 3] en [verzoekende partij] zat inderdaad niet aan de bar. Hij bleek toch een hotelkamer geboekt te hebben. Toen ik hem hierop aansprak zei hij; ‘Ja, maar [naam 1] , ik kan in mijn positie niet zomaar met twee jonge meiden aan de bar gaan zitten, dat gaat niet vanwege mijn functie’. Hij zei het op een zielige ondertoon. Ik vond het vervelend dat hij hier niet van tevoren eerlijk over was geweest. Als ik van tevoren had geweten dat hij een hotelkamer had geboekt was ik nooit gegaan en ik heb ook al meerdere keren van tevoren duidelijk aangegeven dit niet te willen. Ik werd hier boos van. Maar we kunnen toch ook alleen de Macdonalds opeten en iets drinken op de hotelkamer, opperde hij vervolgens. Op dat moment dacht ik; ‘ja, dat kan ook’, maar de sfeer is meteen zo raar en anders; met z’n drieën zittend op het bed in de hotelkamer. Ik wilde op dat moment de sfeer ook niet verpesten en wel nog vieren dat ik was afgestudeerd; ik had immers wel behoefte om dit te vieren en was in een vrolijke bui. Daarnaast wilde ik mijn collega, van wie ik afhankelijk was van vervoer, ook niet teleurstellen. Vervolgens een hele tijd alleen maar gegeten en gepraat (zo’n anderhalf uur). In dit gesprek gaf [verzoekende partij] toe er wel gevoelig voor te zijn als een collega hem seksueel pleziert. Hij zou dan sneller geneigd zijn om bepaalde aanvragen die ik zou doen voor kinderen of cliënten financieel goed te keuren. Ik vond dit ongemakkelijk om te horen en wist niet wat ik met deze informatie moest. Moest ik dan toch maar iets seksueels doen met [verzoekende partij] , ook al wilde ik dit eigenlijk niet, om iets te kunnen bereiken voor de cliënten op locatie? Daarna zijn we beneden aan de bar nog een keer drankjes gaan halen. [verzoekende partij] had ook een fles drank mee (geen idee wat voor een spul dit was), maar dit was niet lekker. Het voelde bij de bar ook heel raar en ongemakkelijk, om met twee jonge meiden drankjes te bestellen voor drie personen. De ober heeft zeker 5 x gevraagd of we wel écht drie drankjes wilden. Ik schaamde me dood. Daarnaast was van dat trakteren van hem dus vrijwel geen sprake. Vervolgens met een rode wijn en twee aperol spritz weer naar boven vertrokken. Na wat gedronken te hebben, begon hij met zijn voet het been van mijn collega te strelen. Hij vroeg aan mij of ik het niet geil vond hoe zij erbij lag. Ik wist niet hoe ik moest reageren en zei; ‘niet per se’. Hij benoemde mij wat meer te negeren, omdat ik eerlijk was geweest tegen mijn vriend over waar ik was. Hij en [naam collega] hadden hier allebei over gelogen, Ik zag niet in waarom ik zou moeten liegen; we zouden immers alleen gaan borrelen. Ik verzon nog snel een excuus dat ik volgende week geharst zou worden. Ik dacht; dat stoot hem misschien ook af om me aan te raken, aangezien hij eerder had toegegeven wel van een glad lichaam te houden. Ik wilde namelijk absoluut niet uit de kleren. Tussendoor belde zijn stiefzoontje van 9 nog een keer op waar hij was. Hij maakte zich zorgen om papa. Zo zielig en fout allemaal. Het voelde alsof ik in een slechte pornofilm was beland. Vervolgens boog hij zich naar voren op het bed en zoende hij met mijn collega, tegenover hem. Zij zat naast mij. Ik voelde me zo ongemakkelijk dat ik me bijna in mijn aperol spritz wilde verdrinken. Ik keek weg. Hij vroeg vervolgens of ik me buitengesloten voelde. Ik wist niet hoe ik moest reageren. Ik wilde op dat moment eigenlijk niets met hem, maar dacht ook; ‘misschien moet ik wel iets met hem, wil ik nog iets bereiken op locatie’. Als ik de manager aan het begin van mijn carrière al tegen me in het harnas zou jagen zou dit geen goede start zijn op het [naam locatie] . Hij was ook ineens zo dichtbij. Hij nam het initiatief in alle handelingen die avond. Vervolgens toch met hem gezoend. Dit voelde niet fijn. Hij was heel ruw in het contact en hij had de neiging de hele tijd op mijn onderlip te bijten. Mijn lip tintelde en brandde ervan. Vervolgens deed collega standje 69 met hem. Ik zat er ongemakkelijk naast. Toen hij op de rand van het bed ging zitten en mijn collega iets met haar mond bij hem deed, heb ik besloten mee te doen. Ik had het gevoel dat ik toch iets moest doen, vooral het carrière oogpunt in gedachte houdend. Het voelde niet goed om dit te doen. Terwijl ik hier mee bezig was, bedacht ik me dat dit helemaal niet was wat ik wilde. Mijn vriend thuis, die wilde ik plezieren en een goed gevoel geven, niet deze vieze man (ik kon hem op dat moment ook echt nog alleen maar zien als een vieze man) die een gezin heeft, maar ondanks dat ervoor kiest om zijn avond door te brengen met twee jonge meiden op een hotelkamer. Het moment duurde gelukkig maar kort, want hij gaf al snel toe niet klaar te kunnen komen van pijpen. Vervolgens draaide hij mijn collega in doggy positie op het bed, klaar om seks te hebben met haar. Ik zag haar twijfelen. Ik benoemde dat ze geen seks met hem moest hebben, alleen omdat hij ‘anders niet zou komen’, dat was zijn probleem. Uiteindelijk heeft hij toch seks met haar gehad op dat moment, zonder condoom. Ik walgde van zijn blikken en kreunende uitspraken als ‘fuck yeah’. Ik vond het moeilijk om toe te kijken en was blij toen alles voorbij was. Zijn vriendin belde hem op na afloop; vroeg waar hij was. Hij loog aan de telefoon tegen haar dat hij op een of ander congres was. Hij rekende beneden de kamer af en [naam collega] bracht mij naar mijn vriend in [plaats 2] . [verzoekende partij] droeg ons nog strikt op om alles geheim te houden en dit met niemand te delen; ook niet met onze partners. Ik zag mijn vriend op de bank zitten. Het was veel later dan verwacht, het was al 23:00. Hij had een fles Processo in de koelkast staan en wilde samen toasten, op mijn afstuderen. Ik geloof dat ik me nog nooit zo schuldig heb gevoeld. Ik MOEST hem alles vertellen. Hij werd (begrijpelijk) heel boos. Boos op mij, maar vooral ook boos op [verzoekende partij] . Hij dreigde de telefoon te pakken en Radar anoniem alles te vertellen. Ik vroeg hem dit niet te doen. Ik schaamde me voor wat er was gebeurd en ik dacht dat ik het zelf wel zou kunnen oplossen. Dat ik hem de volgende keer kon vertellen dat het geen fijne ervaring voor mij was en dat het daar zou ophouden. Twee weken zomervakantie gehad na het hotelincident. Geen contact gehad met [verzoekende partij] in de vakantie.

(…)

Oktober 2021 (after summer borrel Radar )

Er werd een borrel vanuit Radar georganiseerd in [vestigingsplaats] . Ik was hier ook bij en heb gezellig met collega’s gedanst en wat wijntjes gedronken. De borrel had vanwege Corona een strikte eindtijd. [naam collega] en ik zaten nog even samen gezellig na te kletsen en ik wilde net mijn vriend bellen om mij op te komen halen, toen [verzoekende partij] belde. Hij benoemde mij wel thuis te kunnen brengen. Ik twijfelde, maar zijn woorden en de wijntjes overtuigde me toch; ‘ [naam 1] , laat me je toch thuis brengen’, ‘hoef je je vriend niet speciaal uit bed te bellen’. Ik stapte samen met [naam collega] bij hem in de auto en meteen in de auto benoemde hij dat hij al de hele avond had gewacht om met haar te kunnen zoenen. ‘Verdorie, ze zien elkaar dus wel nog’, dacht ik. Heel irritant, want weer had ik het gevoel niet alle informatie tot mijn beschikking te hebben, waardoor ik een foute keuze maakte, net zoals met de hotelkamer. Ik had meteen spijt dat ik in de auto was gestapt en benoemde uit te stappen en mijn vriend te bellen. [verzoekende partij] benadrukte dat dit niet hoefde en begon te rijden. Onder het rijden op de autoweg net langs het vliegveld van Maastricht -Aken , gaf hij [naam collega] opdracht om hem te pijpen. Zij gehoorzaamde. Hij kreunde. Ik voelde me weer enorm ongemakkelijk, kneep mijn ogen dicht en wilde dat ik ergens anders was. Ik verdween bijna in de achterbank (zij zat naast hem voorin, ik achter). Terwijl ze hem pijpte, hield hij mijn been vast, bij mijn enkel, vanachter het stuur. Ik denk dat hij dit geil vond. Ik vond het ongemakkelijk, maar ook onveilig; ik hoopte maar dat hij zijn handen en aandacht op de weg zou houden en mij naar huis zou brengen. In [plaats 2] mij niet direct naar huis gebracht, maar eerst nog op een parkeerplaats gestopt, zodat zij; ‘haar werk even kon afmaken’. Dit voelde onveilig; ik benoemde dat ik uit ging stappen en wel naar huis zou lopen. [naam collega] nam het voor me op en droeg hem ook op me naar huis te brengen. Met tegenzin zei hij; ‘Oké, dan breng ik [naam 1] wel naar huis’. In de auto benoemde hij nog zaken als; ‘ [naam 1] , het komt niet echt niet vaak voor dat twee mensen een trio met je willen’, alsof het een once-of-a-Iifetime opportunity was die ik maar moest aangrijpen. Hij probeerde me weer met mooie praatjes over te halen. Ik voelde me extreem ongemakkelijk en was blij toen ik thuis was. Mijn vriend merkte meteen dat er iets was en vroeg wat er was. Ik benoemde wat er was gebeurd en huilde terwijl ik dit vertelde, Ik had net zo’n leuke avond gehad met collega’s, waarom moest het nu weer zo eindigen?

2.13.

Op 17 mei 2022 heeft Radar een gesprek gevoerd met [naam 2] en daar het volgende verslag van opgemaakt:

[naam 2] start haar verhaal in juli 2021. Dit was de periode dat [verzoekende partij] de eerste keren meermaals contact zocht met [naam 2] . (…) In de loop van de maand juli vond de eerste keer een intiem gesprek plaats. (…) Hij gaf vervolgens aan dat hij even ging rusten in de [naam kamer 3] . [naam 2] voelde tegelijkertijd spanning en angst en besloot na 5 minuten toch te gaan kijken in de [naam kamer 3] . Ze is toen op de rand van het bed gaan zitten waarna hij vervolgens korter bij [naam 2] kwam en haar ruw heeft gezoend. [naam 2] heeft dit als onprettig ervaren. Ze durfde daar echter niet tegenin te gaan.

Vervolgens ontving [naam 2] vriendschapsverzoeken op facebook en instagram met accountnamen die geen link hadden met [verzoekende partij] . Ze accepteerde deze verzoeken. Achteraf bleek dat [verzoekende partij] achter deze accounts zat en op deze manier contact zocht met [naam 2] . Hij stuurde haar dagelijks berichtjes met de terugkerende vraag; ‘wat is het kleurtje van de dag’ (hij doelde dan op de lingerie die ze droeg).

In de zomer van 2021 was er een moment dat [naam 1] en [naam 2] samen aan het werk waren in de [naam kamer 2] . [verzoekende partij] sloot zich aan bij dit gesprek. Hij vertelde aan hen dat hij geen open relatie heeft met zijn partner maar zij wel weet dat hij het regelmatig buiten de deur gaat zoeken. [verzoekende partij] sluit steeds vaker aan bij gesprekken met [naam 1] en [naam 2] en dan komen dit soort onderwerpen ter sprake.

Hotelsituatie heeft [naam 2] uit de tijdlijn gelaten, omdat ze zich hiervoor schaamt. Ze bevestigt wel dat de hotelsituatie waarmee Radar bekend is, weldegelijk heeft plaatsgevonden.

In oktober heeft vervolgens de Summer meet up plaatsgevonden. Na afloop van de Summer meet up heeft [naam 2] met [naam 1] in de lobby gewacht tot de vriend van [naam 1] haar komt ophalen. [verzoekende partij] stelde voor om [naam 1] naar huis te brengen. Hier hebben ze samen mee ingestemd. In de auto heeft hij zijn geslachtsdeel tevoorschijn gehaald en terwijl er zaken afspeelden tussen [naam 2] en [verzoekende partij] , hield [verzoekende partij] het been van [naam 1] vast. (…)

(…) [naam 2] geeft aan dat ze nu (de periode nadat alles heeft plaatsgevonden en ze een stapje achteruit heeft gedaan) inziet dat veel haar eigen schuld is en ze zich ‘dom’ voelt. Nu ze het van een afstandje kan bekijken, vallen de puzzelstukjes in elkaar. Ze ziet nu in dat [verzoekende partij] precies wist wat hij deed en dat ze er nu achter is gekomen dat hij dit in het verleden ook bij andere werkgevers heeft gedaan.

(…) [naam 9] vraagt: durfde je geen grens aan te geven door de druk die [verzoekende partij] uitoefende of op basis van hiërarchie? Vond je het moeilijk omdat het een leidinggevende is? Dit vindt ze een moeilijke vraag. Ze is er natuurlijk zelf op ingegaan maar ze voelt nu ook dat [verzoekende partij] niet opgaf. Hij ging door tot hij kreeg wat hij wilde. Hij was dwingend en sturend en hij maakte wel gebruik van zijn positie.

2.14.

Dit gespreksverslag is door de notulist van Radar op 19 mei 2022 om 09:50 uur naar de directeur van Radar en naar [naam 2] verzonden per e-mail die voor zover van belang luidt als volgt:

Hallo [naam 2] en [naam 3] ,

In de bijlage het gespreksverslag van 17 mei 2022. Als jullie op- of aanmerkingen hebben hoor ik graag. [naam 2] , kun jij dit verslag doorzetten aan jou advocaat? (…)

2.15.

Bij e-mail van 20 mei 2022 om 10:12 uur antwoordt [naam 2] hierop als volgt:

Hoi [naam 8] en [naam 3] ,

Bedankt voor het uitwerken en toesturen van het gespreksverslag. Nogmaals heel erg bedankt voor het fijne gesprek afgelopen dinsdag. Ik zal het verslag ook doorzetten naar mijn advocaat. (…)

2.16.

Op 30 mei 2022 heeft [verzoekende partij] tegen [naam 1] aangifte gedaan wegens smaad.

2.17.

[verzoekende partij] heeft sinds 1 juni 2022 een nieuwe baan bij een gemeente.

3 Het geschil

3.1.

[verzoekende partij] verzoekt:

  1. voor recht te verklaren dat het ontslag op staande voet op 1 april 2022 door Radar onterecht is gegeven en dus niet rechtsgeldig is;

  2. Radar te veroordelen om binnen vijf dagen na het wijzen van de beschikking aan [verzoekende partij] een billijke vergoeding te betalen van € 70.000,00 bruto;

  3. Radar te veroordelen om binnen vijf dagen na het wijzen van de beschikking aan [verzoekende partij] een gefixeerde schadevergoeding te betalen van € 10.159,92 bruto;

  4. Radar te veroordelen om binnen vijf dagen na het wijzen van de beschikking aan [verzoekende partij] een transitievergoeding te betalen van € 5.336,84 bruto

  5. Radar te veroordelen om binnen vijf dagen na het wijzen van de beschikking een correcte eindafrekening op te maken en te betalen aan [verzoekende partij] , op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 250,00 voor iedere dag dat Radar dit nalaat, tot een maximumbedrag van € 25.000,00;

  6. Radar te veroordelen om binnen vijf dagen na het wijzen van de beschikking aan [verzoekende partij] een correcte salarisspecificatie van de eindafrekening te verstrekken, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 250,00 voor iedere dag dat Radar dit nalaat, tot een maximumbedrag van € 25.000,00;

  7. Radar te veroordelen om binnen vijf dagen na het wijzen van de beschikking aan [verzoekende partij] een positief getuigschrift te verstrekken, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 250,00 voor iedere dag dat Radar dit nalaat, tot een maximumbedrag van € 25.000,00;

  8. Radar te veroordelen om binnen vijf dagen na het wijzen van de beschikking aan [verzoekende partij] de buitengerechtelijke kosten van € 1.670,11 te betalen;

  9. Radar te veroordelen tot betaling van de wettelijke rente over de onderdelen b. tot en met e., vanaf de dag van opeisbaarheid, dan wel vanaf de dag van indiening van het verzoekschrift, dan wel vanaf een door de kantonrechter te bepalen dag, tot de dag van betaling;

  10. Radar te veroordelen tot betaling van de proceskosten en de nakosten.

3.2.

Voorop staat volgens [verzoekende partij] dat Radar procedureel steken heeft laten vallen. Een ontslag op staande voet luistert (procedureel) immers nauw en Radar heeft dat niet goed aangepakt. [verzoekende partij] heeft verder – in het bijzonder – aangevoerd dat er onvoldoende bewijs voorhanden is om het betoog van Radar , waarin hem seksueel grensoverschrijdend gedrag wordt verweten, te staven. Van een hiërarchische verhouding tussen [verzoekende partij] en zijn twee collega’s en machtsmisbruik is geen sprake geweest en door de collega’s zijn nooit grenzen aangegeven. Integendeel, wat zij met zijn drieën hebben beleefd is – zo stelt [verzoekende partij] – een puur seksueel avontuur dat zij allen zochten.

3.3.

Radar heeft hiertegen aangevoerd dat [verzoekende partij] terecht op staande voet ontslagen is.

4 De beoordeling

4.1.

Het gaat in deze zaak om de vraag – kort gezegd – of het ontslag op staande voet terecht is gegeven.

Het juridisch kader

4.2.

Volgens de systematiek van de wet is een ontslag op staande voet alleen geldig als daarvoor een dringende reden is (artikel 7:677 lid 1 BW). Ook moet er onverwijld worden opgezegd en moet de dringende reden onverwijld worden meegedeeld aan de werknemer.

4.3.

De kantonrechter moet bij de beoordeling van de dringende reden alle omstandigheden van het geval in aanmerking nemen. Belangrijk zijn de aard en ernst van de dringende reden. Ook kunnen meespelen de duur van de dienstbetrekking en de persoonlijke omstandigheden van de werknemer. Verder kan meewegen wat de gevolgen zijn voor de werknemer van een ontslag op staande voet. Maar ook als zo’n ontslag grote gevolgen heeft voor de werknemer, kan dat ontslag gerechtvaardigd zijn.

Inleiding

4.4.

De aanleiding voor deze procedure vormt een weinig verheffende geschiedenis. Uitgaande van het betoog van Radar , gaat het hier om een loot aan de stam van zaken waaraan in de volksmond wel gerefereerd wordt als #MeToo, een in de Verenigde Staten in 2017 opgekomen beweging tegen seksuele intimidatie, lastigvallen, aanranding e.d., specifiek binnen de machtsverhouding van een werkgerelateerde omgeving. Dergelijke zaken hebben doorgaans een delicaat karakter terwijl het (emotionele) debat wordt gevoerd op het scherp van de snede. Zo ook deze zaak. Onbegrijpelijk is dat geenszins. Er staat immers veel op het spel. Met het oog daarop dient bij de beoordeling ervan een voorzichtige koers te worden gevaren.

Eigen verklaring [verzoekende partij]

4.5.

Als men voorbijgaat aan de verklaring van [naam 1] – in essentie is dat wat [verzoekende partij] bepleit – en louter zijn eigen verklaring, zoals die zich bij de stukken bevindt, tot uitgangspunt neemt, (ook) dan rijst een beeld op van iemand die in het bijzonder op zoek is naar bevrediging van zijn seksuele behoeften en die er niet voor terugdeinst om voor de hand liggende grenzen daarbij te negeren. Daar zijn in deze zaak meer voorbeelden van te geven. Gewag maken van een “trio” als (nog) onvervulde wens tegenover een stagiaire – want dat was [naam 1] op dat moment nog: zij moest nog in dienst treden – valt alvast (ver) buiten deze grenzen.

4.6.

[verzoekende partij] erkent het relaas van [naam 1] ten aanzien van de vraag wat er zich strikt genomen aan seksuele activiteiten tussen de betrokkenen heeft afgespeeld goeddeels als juist, maar ontkent dat hij daarbij grenzen heeft overschreden en de drijvende kracht ervan is geweest.

4.7.

Toch is het niet zo dat [verzoekende partij] op dat punt alles wat hem wordt verweten ontkent. Wat hij bijvoorbeeld toegeeft – het element is (achteraf) ook eenvoudig verifieerbaar – is dat híj de bewuste hotelkamer heeft geboekt. Dat [naam 1] dit overviel en zij daarmee voor het blok werd gezet, staat evenzeer vast. Ook daarvoor is de verklaring van [naam 1] zelf niet nodig. Dit is intussen niet zonder gewicht. Kennelijk was er sprake van een vooropgezet plan van [verzoekende partij] om in die hotelkamer vervolgens seks te bedrijven, meer in het bijzonder in de vorm van een trio; een scenario waarop hij gebrand was, reeds langere tijd op zinspeelde en ook op aandrong, en dat zich, zoals bekend, uiteindelijk ook daadwerkelijk heeft gemanifesteerd.

4.8.

Maar ook voor het beoordelen van de gebeurtenissen op de snelweg heeft de kantonrechter de verklaring van [naam 1] niet nodig. Vaststaat dat [verzoekende partij] na afloop van de zogeheten ‘after summer borrel’ van Radar [naam 1] heeft aangeboden met de auto naar huis te brengen, en [naam 1] daar – naar zij stelt zelf: aarzelend – op is ingegaan. [naam 2] heeft op de passagiersstoel plaatsgenomen en [naam 1] achterin. Zoals bekend heeft [verzoekende partij] op de snelweg zijn geslachtsdeel tevoorschijn gehaald en heeft [naam 2] hem vervolgens oraal bediend. [verzoekende partij] wijst erop dat hij [naam 1] , die dus op de achterbank zat, heeft gevraagd of ze daar geen probleem mee had. Waar hij echter aan voorbij ziet, is dat men zich binnen de beslotenheid van een auto die over de snelweg raast, niet zomaar van dergelijke activiteiten kán distantiëren. [naam 1] werd hier met andere woorden door [verzoekende partij] opnieuw voor het blok gezet – men zou ook kunnen zeggen: welbewust in de val gelokt – en bij zijn seksuele escapades betrokken.

Verklaring [naam 1]

4.9.

De kantonrechter zal nu de verklaring van [naam 1] bij de beoordeling betrekken.

4.10.

Verkort weergegeven beschrijft [naam 1] in haar relaas dat zij in de periode van juni 2021 tot maart 2022 diverse keren door [verzoekende partij] seksueel – in woord en daad – is lastiggevallen en contre coeur seksuele handelingen bij hem heeft uitgevoerd.

4.11.

Vooropgesteld wordt dat de verklaring van [naam 1] uitermate gedetailleerd is en authentiek oogt.

4.12.

[naam 1] verklaart dat [verzoekende partij] in juni 2021 tegenover haar en haar collega [naam 2] – de kantonrechter begrijpt: kort na hun eerste kennismaking – vrijwel meteen ter zake komt. Zo heeft hij weinig aanloop nodig om het gespreksonderwerp te brengen op zijn eigen seksuele ervaringen. In dat verband merkt hij op dat de locatie van [naam locatie] – een afgelegen plek zonder camera’s – een ideale plek is om seks te bedrijven, dat hij externen in het verleden daartoe ook had uitgenodigd, hij een hoog libido heeft en er weinig is waar hij ‘neen’ tegen zegt. Op een neutrale opmerking van [naam 1] (“als ik nog iets nodig heb voor Groepje Paars, dan weet ik je te vinden”) antwoordde hij: “ja, dat ligt wel aan wat je daarvoor wilt doen.” En vervolgens: “ja, ik zie het al helemaal voor me, dat je dan terugkomt van groep Paars en dat je dan nog iets om je mond hebt hangen.” [verzoekende partij] verklaarde ronduit dat hij seks wilde met [naam 1] en [naam 2] en opperde een hotelkamer te boeken. [naam 1] sloot daarop het gesprek af en gaf te kennen daarin geen interesse te hebben.

4.13.

Op 7 juli 2021 is [naam 1] door [verzoekende partij] en [naam 2] uitgenodigd voor een trio in een hotel, waarop [naam 1] aangaf dat ze dat niet wilde. Een dag later belde hij [naam 1]
’s avonds thuis en vroeg haar wat voor kleur lingerie ze droeg, alsmede: “heb je je wel geschoren daar beneden?”. [naam 1] geeft te kennen zich hier niet goed raad mee te weten en probeerde er afwijzend op te reageren, maar hij overrompelde haar met dit soort vragen en kwam daarin soms vrij dwingend over, waardoor ze toch antwoord gaf. [verzoekende partij] vroeg wat voor fantasieën zij had over hen drieën en bracht het onderwerp ‘seks op locatie’ ook weer ter sprake. [naam 1] gaf te kennen dat absoluut niet te willen, waarop hij reageerde: “ja, jawel [naam 1] , kom, even op je knietjes in de [naam kamer 2] .”

4.14.

Van haar collega [naam 2] kreeg [naam 1] op 10 juli 2021 een bericht dat [verzoekende partij] haar onder een andere naam berichten stuurde via Instagram. Hij had daarbij aangegeven dat hij een snapchatgroep met zijn drieën wilde aanmaken. Donderdagavond had hij al geopperd een foto van zijn geslachtsdeel te sturen.

4.15.

Vervolgens dient zich 20 juli 2021 aan. Wat er zich die dag heeft afgespeeld is hierboven integraal in de verklaring van [naam 1] weergegeven (“Rond 20 juli 2021 (Hotelkamer)”). Daar kan kortheidshalve naar worden verwezen.

4.16.

Op 5 augustus 2021 – [naam 1] is dan terug van vakantie – wilde [verzoekende partij] de gebeurtenissen in de hotelkamer evalueren. [naam 1] gaf te kennen het een vervelende ervaring te vinden, waarop [verzoekende partij] zei: “Ja, [naam 1] , ik denk toch dat jij je nog eens gaat bedenken” en “het zit me wel dwars dat we niet all-the-way zijn gegaan en dat jij niet uit de kleren bent gegaan.”

4.17.

In oktober 2021 heeft de zgn. ‘after summer borrel’ plaatsgevonden. Na afloop heeft [verzoekende partij] [naam 1] naar huis gebracht. Het relaas van [naam 1] omtrent de gebeurtenissen op de snelweg is woordelijk hierboven opgenomen en daarnaar kan worden verwezen.

4.18.

In oktober/november 2021 merkte [verzoekende partij] op: “Ja, [naam 1] , er is een leuk bos in [plaats 1] ” en “ [naam 1] , die keukenrol die je hebt neergezet op de [naam kamer 1] komt goed van pas.” Begin november 2021 vroeg [verzoekende partij] of zij zich wilde omdraaien, zei “zo [naam 1] , dat ziet er goed uit” en gaf aan haar collega te kennen dat hij bijna op haar kont had geslagen.

4.19.

In december 2021 belde [verzoekende partij] haar iedere week op donderdag – dat was haar laatste werkdag van de week – om te vragen of ze naar de [naam straat] wilde komen, een andere – afgelegen – locatie van Radar . [naam 1] gaf aan dat ze dat niet wilde, maar hij bleef aandringen.

4.20.

Op 29 december 2021 maakte [verzoekende partij] op kantoor weer veel seksistische opmerkingen in haar richting. Hij was geil – zei hij – en vroeg of [naam 1] niet even op haar knietjes wilde gaan in de [naam kamer 2] . “Jij kunt dat zo goed, doe dat gewoon even”, drong hij aan. Die avond, terwijl de poetsvrouw in de hal aan het schoonmaken was, riep hij “Hey [naam 1] , draai je eens om” en sloeg vervolgens op haar kont. Zij liep vervolgens snel door naar de voordeur. Thuis aangekomen bleek dat [verzoekende partij] op haar privénummer had gebeld.

4.21.

Op 5 januari 2022 heeft [naam 1] aan [verzoekende partij] aangegeven dat ze het niet fijn vond dat hij op haar kont had geslagen, waarop hij reageerde: “Ach, vond je het niet fijn? Misschien moet ik de volgende keer dan maar wat harder slaan.”

4.22.

Medio januari 2022 nam hij, zodra zij zijn kantoor binnenkwam om iets te vragen, snel een foto van haar. Hij zei dat hij een foto maakte van haar outfit om die door te sturen naar een collega, en voegde vervolgens toe: “ [naam 1] , je moet wel dat vestje iets meer dichtknopen als je met mij praat, want anders raak ik echt te zeer afgeleid.”

4.23.

Medio februari 2022 maakte [verzoekende partij] nog opmerkingen als “ [naam 1] , wanneer ga je nu helemaal voor [bedrijf] werken en niet meer voor Radar ? Misschien kunnen we dan wel iets samen beginnen en nog een keer een fatsoenlijk trio proberen.”

4.24.

Eind maart 2022 – [verzoekende partij] heeft dan vakantie – licht ze uiteindelijk Radar in.

4.25.

Welnu, de verklaring van [naam 1] spreekt voor zichzelf. Uit haar verklaring volgt bovendien dat zij op verschillende momenten de seksuele initiatieven van [verzoekende partij] heeft ontmoedigd en heeft geprobeerd er onderuit te komen, maar [verzoekende partij] beet zich vast, bleef doorgaan en wist van geen wijken. [naam 1] voelde zich kwetsbaar, labiel en emotioneel – zo volgt uit haar relaas – en durfde niet meer ’s avonds alleen op de locatie te zijn. In diverse spraakberichten naar een vriendin heeft zij volgens haar verklaring aangegeven dat ze zich onveilig voelt.

4.26.

Steunbewijs voor de juistheid van deze verklaring is er in de vorm van de whatsappberichten die [naam 1] op 5 januari 2022 aan haar vriendin [naam vriendin] heeft gestuurd, die zich bij de stukken bevinden en die hierboven woordelijk zijn opgenomen. [naam 1] was op dat moment kennelijk overstuur en moest haar verhaal kwijt. Deze whatsappberichten – waarvan de authenticiteit door [verzoekende partij] niet in twijfel is getrokken – dragen bij aan de geloofwaardigheid van de verklaring.

4.27.

Waarom de verklaring van [naam 1] niet geloofwaardig zou zijn, zoals [verzoekende partij] meent, valt dan ook niet in te zien. De enkele stelling dat [naam 1] zich schuldig zou voelen jegens haar partner en [verzoekende partij] daarom de schuld in de schoenen zou willen schuiven, zoals [verzoekende partij] heeft geopperd, is mede in het licht van het voorhanden steunbewijs voor die juistheid van die verklaring, onvoldoende. Met name valt dan niet te begrijpen waarom [naam 1] juist ruchtbaarheid aan de gebeurtenissen heeft gegeven, waar zij er ook voor had kunnen kiezen om erover te zwijgen.

Verklaring [naam 2]

4.28.

Maar er is meer bewijsmateriaal voorhanden. Uit de verklaring van collega [naam 2] van 17 mei 2022 – haar gespreksverslag met Radar is hierboven integraal opgenomen – kan worden opgemaakt dat [verzoekende partij] in de zomer van 2021 steeds vaker contact zocht en de gesprekken seksueel van aard werden, dat hij haar in juli 2021 op het bed in de [naam kamer 3] ruw heeft gekust, wat ze als onprettig heeft ervaren maar er niet tegenin durfde te gaan. Ook verklaart zij dat [verzoekende partij] vriendschapsverzoeken stuurde op Facebook en Instagram met accountnamen die geen link hadden met [verzoekende partij] , maar achteraf bleek hij er toch achter te zitten. Hij stuurde dagelijks berichten met de terugkerende vraag: “wat is het kleurtje van de dag?”, daarmee doelend op de lingerie die ze droeg. [naam 2] refereert ook aan gesprekken die zij voerde met [naam 1] , waar [verzoekende partij] bij aansloot en dan steeds over seks begon. Zij bevestigt de gebeurtenissen in de hotelkamer, waar zij met [naam 1] en [verzoekende partij] seks heeft bedreven, alsmede die in de auto, waar [verzoekende partij] zijn geslachtsdeel uit zijn broek heeft gehaald en er zich “zaken” hebben afgespeeld tussen haar en [verzoekende partij] – de kantonrechter begrijpt: orale seks – en waarbij [verzoekende partij] volgens [naam 2] het been van [naam 1] vasthield. Terugkijkend ziet ze in dat [verzoekende partij] precies wist wat hij deed en hij in het verleden ook bij andere werkgevers zo te werk is gegaan.

4.29.

[naam 2] bevestigt hiermee op diverse onderdelen de juistheid van het relaas van [naam 1] . Ten slotte onderstreept zij het betoog van [naam 1] dat [verzoekende partij] “dwingend” te werk ging en gebruik maakte van zijn positie.

4.30.

[verzoekende partij] heeft hiertegen ingebracht dat het door Radar opgemaakte gespreksverslag door [naam 2] niet is goedgekeurd en daarmee geen juiste weergave vormt van de opvatting van [naam 2] . Dat berust echter op een misvatting, gelet op de eerder geciteerde e-mail van [naam 2] van 20 mei 2022 om 10:12 uur. [naam 2] moet daarmee geacht worden volledig achter het verslag te staan zoals Radar dat van haar gesprek heeft opgemaakt.

Dringende reden

4.31.

[verzoekende partij] heeft betoogd dat de door Radar aan de opzegging ten grondslag gelegde dringende reden te vaag is. [verzoekende partij] kan worden toegegeven dat de in de brief van 1 april 2022 medegedeelde dringende reden – “je hebt seksueel grensoverschrijdend gedrag vertoond” – weinig concreet is. Die mededeling moet echter worden bezien in het licht van het gesprek dat [verzoekende partij] diezelfde dag heeft gevoerd met [naam 3] , [naam 5] en [naam 7] . In dat gesprek zijn (onder meer) de gebeurtenissen in de hotelkamer alsmede die in de auto na de ‘after summer borrel’ ter sprake gekomen. Dat staat namelijk in het verslag dat Radar van dit gesprek heeft opgesteld en dat zij op 7 april 2022 aan [verzoekende partij] gezonden heeft. [verzoekende partij] heeft destijds in reactie daarop de inhoud van het gesprek op die punten niet betwist. Hieruit volgt dat het voor [verzoekende partij] aanstonds duidelijk moet zijn geweest welke gedragingen hem werden verweten met de in de brief van 1 april 2022 genoemde dringende reden.

4.32.

De bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang bezien, kunnen de opvatting van Radar – als uitvloeisel van de melding die [naam 1] aan haar heeft gedaan – gemakkelijk schragen. De aangifte die [verzoekende partij] tegen [naam 1] heeft gedaan wegens smaad op 30 mei 2022, maakt dit allemaal niet anders. Met die aangifte heeft [verzoekende partij] , naar de overtuiging van de kantonrechter, de vlucht naar voren willen nemen.

4.33.

Op tal van momenten heeft [verzoekende partij] [naam 1] over een periode van ruim negen maanden seksueel lastiggevallen, zich aan haar opgedrongen, en [naam 1] aanhoudend gepusht tot seks, waarvan hij haar twee keer daadwerkelijk bij seksuele handelingen heeft betrokken; beide keren door haar op een geraffineerde manier met een fait accompli te confronteren. Bij dat alles is [verzoekende partij] overrompelend te werk gegaan en heeft hij door [naam 1] aangegeven grenzen genegeerd. Van wederzijdse instemming is in dat licht geen enkele sprake. Het verweer op dat punt moet naar het rijk der fabelen worden verwezen.

4.34.

Ook ten aanzien van [naam 2] heeft [verzoekende partij] seksueel grensoverschrijdend gedrag vertoond.

4.35.

Radar heeft naar voren gebracht – en dat is door haar directeur ter zitting ook bevestigd – dat de gebeurtenissen grote impact hebben gehad en zij tot op de dag van vandaag nog steeds nazorg moet leveren. [verzoekende partij] heeft dat niet bestreden, waarmee ook dat vaststaat. Dat is schrijnend, want een medewerker moet te allen tijde zijn of haar werk kunnen doen in een veilig werkklimaat.

4.36.

Van een veilig werkklimaat was in dit geval beslist geen sprake en van een werkgever kan niet gevergd worden het dienstverband met de veroorzaker daarvan in stand te houden.

4.37.

Er is daarbij sprake van een dringende reden voor ontslag. De handelwijze van [verzoekende partij] was niet alleen seksueel (ver) grensoverschrijdend maar heeft zich bovendien gemanifesteerd binnen een machtsverhouding. [verzoekende partij] was als manager en leidinggevende werkzaam in de organisatie van Radar , en (in ieder geval) [naam 1] is een aanzienlijk jongere vrouwelijke collega, die net in dienst was getreden en zich ten opzichte van [verzoekende partij] in een afhankelijkheidspositie bevond. Daarmee heeft [verzoekende partij] ook misbruik gemaakt van zijn positie.

4.38.

Kortom, een gang van zaken die naadloos past in de MeToo-traditie zoals we die kennen.

4.39.

Op grond van voorgaande overwegingen wordt onderdeel a van het verzoek van [verzoekende partij] afgewezen. Het ontslag op staande voet is rechtsgeldig gegeven.

Billijke vergoeding

4.40.

[verzoekende partij] verzoek om Radar te veroordelen tot betaling van een billijke vergoeding is gebaseerd op zijn veronderstelling dat Radar de arbeidsovereenkomst in strijd met artikel 7:671 BW heeft opgezegd. Die veronderstelling is onjuist. Hieruit volgt dat dit onderdeel van het verzoek zal worden afgewezen.

Gefixeerde vergoeding

4.41.

Het verzoek om Radar (op grond van artikel 7:672 lid 11 BW) te veroordelen tot betaling van een gefixeerde vergoeding zal eveneens worden afgewezen. Het ontslag op staande voet is immers terecht gegeven. Anders dan [verzoekende partij] stelt hoefde Radar dus geen opzegtermijn in acht te nemen en is zij dus ook geen vergoeding gelijk aan het loon over die opzegtermijn verschuldigd.

Transitievergoeding

4.42.

De verzochte transitievergoeding zal ook worden afgewezen. De kantonrechter is van oordeel dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen is geëindigd door ernstig verwijtbaar handelen van [verzoekende partij] . [verzoekende partij] heeft daarom geen recht op een transitievergoeding. Zie daarvoor hetgeen is bepaald in artikel 7:673 lid 7 aanhef en onder c BW.

Eindafrekening

4.43.

Radar heeft als productie 12 bij haar verweerschrift de (salarisspecificatie van de) eindafrekening aan [verzoekende partij] verstrekt. In die eindafrekening is ook opgenomen dat [verzoekende partij] aan haar een gefixeerde vergoeding wegens het ontslag op staande voet verschuldigd is. In reactie hierop heeft [verzoekende partij] alleen aangevoerd dat Radar niet tot verrekening over mocht gaan omdat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig gegeven is. Dit standpunt van [verzoekende partij] is onjuist aangezien het ontslag op staande voet wel degelijk rechtsgeldig is gegeven. Radar mag dus [verzoekende partij] loonaanspraken verrekenen met de gefixeerde vergoeding die [verzoekende partij] aan haar op grond van artikel 7: 677 lid 2 en lid sub a BW verschuldigd is. De in dit geding aan [verzoekende partij] verstrekte eindafrekening is dus correct. Na verrekening resteert niets meer aan te betalen loon aan [verzoekende partij] . Uit dit alles volgt dat de onderdelen e. en f. ook afgewezen zullen worden.

Getuigschrift

4.44.

Ingevolge art. 7:656 BW is de werkgever verplicht aan de werknemer op diens verzoek een getuigschrift te verstrekken. [verzoekende partij] verzoekt echter om Radar te veroordelen hem een positief getuigschrift te verstrekken. Radar heeft gelijk met haar stelling dat de wet haar niet daartoe verplicht. Ook dit onderdeel van [verzoekende partij] verzoek wordt daarom afgewezen.

Buitengerechtelijke kosten

4.45.

De buitengerechtelijke kosten houden allemaal verband met onterechte aanspraken die [verzoekende partij] meent te hebben op Radar . Die kosten hoeft Radar dus niet aan [verzoekende partij] te vergoeden. Onderdeel h. wordt derhalve ook afgewezen.

Wettelijke rente

4.46.

Omdat de onderdelen b. tot en met e. worden afgewezen, is er geen grond om Radar te veroordelen tot betaling van de wettelijke rente over die onderdelen. Onderdeel i. van [verzoekende partij] verzoek wordt dus ook afgewezen.

Proceskosten

4.47.

[verzoekende partij] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld tot betaling van de kosten van dit geding, aan de zijde van Radar begroot op € 747,00 salaris gemachtigde.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

wijst het verzoek af,

5.2.

veroordeelt [verzoekende partij] tot betaling van de kosten van dit geding, aan de zijde van Radar tot op heden begroot op € 747,00,

5.3.

verklaart onderdeel 5.2. uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.J. Quaedackers en is in het openbaar uitgesproken.

Type: RW