Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2022:4236

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
01-06-2022
Datum publicatie
01-06-2022
Zaaknummer
03/220644-20
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling tot een taakstraf van 120 uur, subsidiair 60 dagen hechtenis wegens verduistering in dienstbetrekking, witwassen en valsheid in geschrift

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Strafrecht

Parketnummer : 03/220644-20

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 01 juni 2022

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983,

wonende te [adresgegevens verdachte]

De verdachte wordt bijgestaan door mr. S. Weening, advocaat kantoorhoudende te Maastricht.

1 Onderzoek van de zaak.

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 18 mei 2022. De verdachte en haar raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

feit 1: samen met een ander een geldbedrag van 26.696,36euro in dienstbetrekking heeft verduisterd;

feit 2: zich samen met een ander schuldig heeft gemaakt aan (gewoonte)witwassen van een geldbedrag van 22.823 euro;

feit 3: de boekhouding valselijk heeft opgemaakt/vervalst om deze als echt te (doen) gebruiken.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van alle ten laste gelegde feiten.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte samen met medeverdachte [medeverdachte] als medewerkers van [naam bedrijf] overboekingen en privébetalingen van de zakelijke rekeningen heeft gedaan, zonder dat zij daartoe toestemming hadden. Dit betreft een totaalbedrag van 26.696,37 euro, bestaande uit de volgende afschrijvingen:

  • -

    Holland Casino 11 juni 2018: 9,50 euro;

  • -

    Holland Casino 11 juni 2018: 250 euro;

  • -

    Holland Casino 11 juni 2018: 10 euro;

  • -

    Holland Casino 11 juni 2018: 9,50 euro;

  • -

    Holland Casino 26 juni 2018: 20 euro;

  • -

    Holland Casino 26 juni 2018: 200 euro;

  • -

    Holland Casino 26 juni 2018: 42,50 euro;

  • -

    Holland Casino 26 juni 2018: 9,50 euro;

  • -

    Holland Casino 26 juni 2018: 6,40 euro;

  • -

    Holland Casino 30 augustus 2018: 47,60 euro;

  • -

    Holland Casino 30 augustus 2018: 300 euro;

  • -

    Roompot 19 juli 2017: 340 euro;

  • -

    Roompot 2 mei 2018: 202,25 euro;

  • -

    Roompot 29 mei 2018: 446,15 euro;

  • -

    Roompot 5 december 2018: 417,60 euro;

  • -

    Overboeking privérekening 5 september 2017: 1.500 euro;

  • -

    Overboeking privérekening 1 juni 2018: 500 euro;

  • -

    Prijsvrij 28 mei 2018: 2.216,80 euro;

  • -

    Overboeking privérekening 14 december 2017: 14.994,76 euro;

  • -

    Overboeking privérekening 31 mei 2018: 500 euro;

  • -

    Travix Nederland 24 mei 2018: 671,25 euro;

  • -

    Expedia 24 mei 2018: 347,01 euro;

  • -

    Ikea 15 juli 2018: 276,36 euro;

  • -

    Corendon 14 juni 2018: 800 euro;

  • -

    [naam 1] Juweliers 15 september 2018: 267 euro;

  • -

    Media Markt Zaandam 330 oktober 2018: 1.554,83 euro;

  • -

    Ticketswap 11 januari 2019: 202,77 euro;

  • -

    Ryan Air 30 januari 2018: 136,90

  • -

    Booking.com 29 december 2018: 355,59 euro;

  • -

    KWEB 30 mei 2018: 62 euro.

Daartoe heeft de officier van justitie verwezen naar de aangifte van [aangever] , de aanvullende verklaring van aangever en de getuigenverklaringen van [getuige 1] en [getuige 2] in combinatie met de erkenning van de verdachte en medeverdachte (gehoord als getuige) dat zij een deel van de overboekingen en privé-uitgaven hebben gedaan en wisten dat dit verkeerd was. Dat beide verdachten voor een aantal van de niet-zakelijke uitgaven, zoals de vakanties, toestemming hadden van aangever, acht de officier van justitie niet aannemelijk, aangezien deze stelling verder niet is onderbouwd.

Nu beiden een deel van het verduisterde bedrag hebben gebruikt voor uitgaven, heeft de verdachte zich samen met de medeverdachte ook schuldig gemaakt aan witwassen. Voor de verdachte komt dit neer op een totaalbedrag van 22.822,66, bestaande uit de volgende uitgaven:

  • -

    Roompot 19 juli 2017: 340 euro;

  • -

    Overboeking privérekening 5 september 2017: 1.500 euro;

  • -

    Prijsvrij 28 mei 2018: 2.216,80 euro;

  • -

    Overboeking privérekening 14 december 2017: 14.994,76 euro;

  • -

    Saldo op de privérekening ten tijde van ontvangst 14.994,79: - 634 euro;

  • -

    Travix Nederland 24 mei 2018: 671,25 euro;

  • -

    Expedia 24 mei 2018: 347,01 euro;

  • -

    Corendon 14 juni 2018: 800 euro;

  • -

    [naam 1] Juweliers 15 september 2018: 267 euro;

  • -

    Media Markt Zaandam 330 oktober 2018: 1.554,83 euro;

  • -

    Ticketswap 11 januari 2019: 202,77 euro;

  • -

    Booking.com 29 december 2018: 355,59 euro;

  • -

    Oostappen vakantieparken 29 augustus 2018: 206,70 euro.

Ten slotte heeft de verdachte een aantal van deze transacties op onjuiste wijze in de administratie van het bedrijf verwerkt door deze met een foutieve verwijzing of omschrijving in te boeken, zodat er niet achterhaald kon worden dat deze bedragen voor andere doeleinden waren gebruikt.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De verdachte heeft ter terechtzitting met betrekking tot een deel van het tenlastegelegde een bekennende verklaring afgelegd. Bij pleidooi heeft de raadsman op grond van de verklaringen van de verdachte zich op het standpunt gesteld dat:

  • -

    de overboekingen naar de privérekening van 14.994,76 1.500 en 500 euro door de verdachte alleen zijn gedaan (feit 1);

  • -

    voor de door verdachte geboekte vakanties alsmede twee overboekingen in verband met reparatie van haar auto toestemming was verleend door aangever, zodat geen sprake is van wederrechtelijk toe-eigenen;

  • -

    de uitgaven bij de Mediamarkt zakelijke aankopen betroffen;

  • -

    slechts met betrekking tot de uitgaven bij Holland Casino sprake is van medeplegen met de medeverdachte;

  • -

    voor de overige uitgaven geldt dat deze niet door de verdachte zijn gedaan dan wel dat deze door de medeverdachte zijn gedaan, waarvan de verdachte geen wetenschap had;

  • -

    de verdachte alleen de overboekingen van 14.994,76 en 1.500 euro heeft witgewassen, waarbij geen sprake is van medeplegen (feit 2);

  • -

    slechts kan worden bewezen dat de verdachte het bedrag van 14.994,76 euro alsmede de bioskoopkaartjes verkeerd heeft ingeboekt. Voor de overige foutieve inboekingen bevat het dossier geen bewijs dat deze door de verdachte zijn gedaan (feit 3).

3.3

Het oordeel van de rechtbank1

Bewijsmiddelen:

[aangever] heeft als directeur en enig aandeelhouder van [naam bedrijf] , gevestigd in Sint Odiliënberg (gemeente Roerdalen), aangifte2 gedaan waarin hij – zakelijk weergegeven – heeft verklaard dat het bedrijf bestaat uit zeven medewerkers, waaronder de verdachte [verdachte] en medeverdachte [medeverdachte] . Aangever is vanaf oktober 2017 met een burn out thuis komen te zitten en heeft toen besloten om [verdachte] en [medeverdachte] de complete financiële administratie van [naam bedrijf] te laten doen. Daarbij zouden zij aangever en zijn vrienden [getuige 1] en [getuige 2] vooraf om toestemming vragen als zij financiële uitgaven zouden doen vanuit onder andere de bankrekeningnummers [rekeningnummer 1] , [rekeningnummer 2] , en [rekeningnummer 3] alle op naam van [naam bedrijf] Vanaf 8 januari 2019 was aangever weer fulltime aanwezig op kantoor en in de periode daarna ontdekte hij dubieuze transacties op de bankafschriften van de rekeningen van zijn bedrijf.

[verdachte] is binnen [naam bedrijf] werkzaam als relatiemanager binnendienst en vanaf in oktober 2015 was zij tevens belast met de financiële administratie binnen het bedrijf. [medeverdachte] was bij [naam bedrijf] werkzaam als financieel adviseur buitendienst.3

De getuigen [getuige 1]4 en [getuige 2]5 hebben verklaard dat er sprake was van een afspraak met de verdachte dat zij uitgaven mocht doen voor een bedrag tot 2.500 euro, zodat zij niet telkens toestemming aan hen hoefde te vragen voor uitgaven onder dat bedrag. Dit mandaat had uitsluitend betrekking op zakelijke uitgaven.

Er is onderzoek gedaan naar de bankgegevens van zowel [naam bedrijf] als de privérekeningen van de verdachte [rekeningnummer 4] (hierna: privébankrekening) en [rekeningnummer 5] (hierna spaarrekening). Daarbij is het volgende gebleken:

Overboeking 1.500 euro

Op 5 september 2017 werd een bedrag van 1.500 euro vanaf de zakelijke bankrekening [rekeningnummer 3] van [naam bedrijf] overgeschreven naar de privébankrekening van de verdachte.6 Het saldo van de privébankrekening was op dat moment 143,23 negatief. Op 7 september 2017 werd vervolgens vanaf de privébankrekening de verdachte een bedrag van 860 euro overgeschreven naar een bankrekening van [naam 2] , met de omschrijving: ‘Waarborgsom [adres] ’. Op 8 september 2017 werd nogmaals een bedrag van 355 euro overgeschreven naar [naam 2] , met de omschrijving: ‘Huur [adres] ’.7

Overboeking 14.994,76 euro
Op 14 december 2017 werd een bedrag van 14.994,76 euro vanaf de zakelijke bankrekening [rekeningnummer 2] van [naam bedrijf] overgeschreven naar de privébankrekening van de verdachte.8 Het geldbedrag kwam op 14 december 2017 om 15.35 uur binnen op de bankrekening van [verdachte] .9 Diezelfde dag werd een bedrag van 15.000 door geboekt naar de spaarrekening, welk bedrag op 15 december 2017 weer werd terug geboekt naar de privé- bankrekening. 10 Diezelfde dag werd een bedrag van 15.234,31 euro vanaf de privébankrekening overgeschreven naar de bankrekening [rekeningnummer 6] op naam van [naam 3] .11

Overboeking 500 euro
Op 31 mei 2018 werd een bedrag van 500 euro van de zakelijke bankrekening [rekeningnummer 1] van [naam bedrijf] overgeschreven naar de privébankrekening van de verdachte.12 Dit bedrag werd op 1 juni 2018 ontvangen op de privébankrekening van de verdachte.13

Boekingen Roompot

Op 19 juli 2017 werd een bedrag van 340 euro vanaf de zakelijke bankrekening [rekeningnummer 3] van [naam bedrijf] overgeschreven naar een rekening op naam van Roompot.14 Blijkens de factuur heeft deze boeking betrekking op een verblijf van vijf personen in de periode van 21 juli 2017 tot en met 24 juli 2017 bij Ferien- und Golfresort Cochem. De boeking is gedaan op naam van de verdachte.15

Op 2 mei 2018 werd een bedrag van 202,35 euro vanaf de zakelijke bankrekening [rekeningnummer 1] van [naam bedrijf] overgeschreven naar een rekening op naam van Roompot Recreatie Beheer B.V.16 Blijkens de reserveringsgegevens heeft deze boeking betrekking op een verblijf van 3 personen in de periode van 4 mei 2018 tot en met 7 mei 2018 bij Vakantiepark Aquadelta in Bruinisse. De boeking is gedaan op naam van de verdachte.17

Op 15 december 2018 werd een bedrag van 417,60 euro vanaf de zakelijke bankrekening [rekeningnummer 1] van [naam bedrijf] overgeschreven naar een rekening op naam van Roompot Recreatie Beheer B.V.18 Blijkens de reserveringsgegevens heeft deze boeking betrekking op een verblijf van 9 personen in de periode van 4 januari 2019 tot en met 7 januari 2019 bij Ferienresort Bad Bentheim. De boeking is gedaan op naam van de verdachte.19

Boeking Corendon
Op 14 juni 2018 werd er vanaf de zakelijk bankrekening [rekeningnummer 3] van [naam bedrijf] een geldbedrag van 800 euro overgeboekt naar een bankrekening van Ingenico met de omschrijving ‘4107308349 0020001982383198 7505085P4 Corendon Int Travel [rekeningnummer 3] pasnr.9402/034’.20 Blijkens de factuur van Corendon heeft deze boeking betrekking op een all-inclusive verblijf van 1 volwassene en een kind van 6 juli 2018 tot en met 13 juli 2018 in Marbella. De boeking is gedaan op naam van de verdachte en de totale reissom bedrag bedroeg 1.107,50 euro21. Op 29 mei 2018 was reeds een bedrag van 307,50 van de privébankrekening van de verdachte overgeboekt naar Corendon Int Travel.22

Holland Casino

Tevens blijkt uit de bankafschriften dat er van de [rekeningnummer 3] van [naam bedrijf] een aantal betalingen en contante opnames met pasnummer 54 heeft plaatsgevonden bij Holland Casino in Valkenburg (NSC Valkenburg)23, te weten:

Op 11 juni 2018:24

  • -

    20.45 uur een bedrag van 9,50 euro;

  • -

    21.52 uur een bedrag van 10 euro;

  • -

    22.21 uur een bedrag van 250 euro;

  • -

    22.24 uur een bedrag van 9,50 euro.

Op 26 juni 2018:25

  • -

    20.13 uur een bedrag van 20 euro;

  • -

    20.16 uur een bedrag van 200 euro;

  • -

    21.32 uur een bedrag van 42,50 euro;

  • -

    21.44 uur een bedrag van 9,50 euro;

  • -

    23.42 uur een bedrag van 6,40 euro.

Op 30 augustus 2018:26

  • -

    19.09 uur een bedrag van 47,60 euro;

  • -

    19.09 uur een bedrag van 300 euro.

In een aanvullend verhoor27 heeft aangever verklaard dat hij op geen enkel moment enige toezegging heeft gedaan aan de verdachte met betrekking tot vakanties. Geen enkel personeelslid heeft van aangever een vakantie gekregen, een toezegging daarvoor gehad of een budget daarvoor gekregen. Aangever heeft ook geen wetenschap van personeelsuitjes naar Holland Casino en zou daar nooit toestemming voor geven.

Onderzoek administratie

Er is ook onderzoek gedaan naar de verwerking van verschillende transacties in de administratie van [naam bedrijf] . Daarbij is het volgende naar voren gekomen:

Het bedrag van 14.994,76 euro dat op 14 december 2017 van de zakelijke bankrekening [rekeningnummer 2] van [naam bedrijf] is overgemaakt naar de privé- bankrekening van de verdachte, is, met als boekdatum 31 december 2017, via het bankboek debet op grootboekrekening 2900 kruisposten geboekt. Op boekdatum 1 juni 2017 is dit bedrag via memo overgeboekt van grootboekrekening 2900 kruisposten (omschrijving "correctie") naar de grootboekrekening 1430 RC THC Beheer (omschrijving "privé".).28 Het is bij een boekhouding gebruikelijk om bij overboekingen, die betrekking hebben op dezelfde transactie ook dezelfde omschrijving te gebruiken teneinde later traceerbaarheid van de transactie te waarborgen. Mede gelet hierop en het feit dat de correctieboeking eerder plaats heeft gevonden dan de originele boeking lijkt het erop dat ook deze boeking twijfelachtig is.29

In oktober 2018 hebben 3 afschrijvingen plaatsgevonden vanaf de zakelijke bankrekening [rekeningnummer 1] van [naam bedrijf] , te weten:

- Op 17 oktober 2018 een bedrag van 16,30 euro met als omschrijving ‘tickets De Dolle/Tweeling meer Vue Cinemas B.V.’:30

- Op 19 oktober 2018 een bedrag van 19,50 euro met als omschrijving ‘Forox Roermond B V.”;31

- Op 22 oktober 2018 een bedrag van 17 euro met als omschrijving ‘253913 Euroscoop’.32

De verdachte heeft in het civiele proces een verklaring afgelegd deze betalingen, inhoudende dat zij ten tijde van deze transacties niet de beschikking had over een telebankieren-reader en dat zij toen bioscoopkaartjes met de pinpas van [naam bedrijf] had gekocht. Vervolgens verklaart zij dat zij deze bedragen via de kas van [aangever] terug heeft betaald.

Gelet op het feit dat [verdachte] in die tijd de administratieve verwerking van de banken van [aangever] verzorgde, had zij er voor kunnen kiezen om deze betalingen te boeken op een Kruispost. Op deze manier had ze ervoor kunnen zorgen dat de financiële administratie niet werd vervuild. Uit door [naam bedrijf] aangeleverde informatie is echter gebleken dat ervoor is gekozen om de volgende boekingen plaats te laten vinden: 33

Datum Bedrag Grootboekrekening Omschrijving

17 oktober 2018 € 16,30 relatiegeschenken Bioscoopbon relatie 4152

19 oktober 2018 € 19,50 schoonmaakkosten Schoonmaakmiddelen

22 oktober 2018 € 17,00 kantoorbenodigdheden Viking kantoorartikelen

Verklaring verdachte

De verdachte heeft ter terechtzitting van 18 mei 2022 erkend dat zij overboekingen naar haar privébankrekening heeft uitgevoerd en zij daartoe geen toestemming had van aangever. Het geldbedrag van 14.994,76 euro heeft zij overgeboekt, omdat zij dit bedrag aan haar ex-partner moest betalen en dat lukte niet uit haar eigen middelen. Ook de 1.500 euro heeft zij overgeboekt omdat zij onvoldoende saldo had om dit bedrag voor de huur van haar nieuwe woning in een keer te kunnen voldoen.

Voorts heeft zij verklaard dat zij de Roompotboekingen naar Cochem en Bruinisse en de vakantie naar Marbella heeft gedaan en betaald van de zakelijke rekeningen van [naam bedrijf] . Ook heeft zij de boeking bij Roompot (Bentheim) gedaan. Zij is daar samen met medeverdachte [medeverdachte] naartoe geweest, die heeft betaald. Zij dacht wel dat dit op kosten van het bedrijf was.

De uitgaven bij Holland Casino waren bij bezoeken aan het casino die zij samen met de medeverdachte heeft gedaan en waarbij zij beiden hebben gepind met de bankpas van het bedrijf.

Met betrekking tot de boekingen in de administratie heeft de verdachte verklaard dat zij een aantal foutieve boekingen heeft gedaan, te weten:

  • -

    de overboeking naar haar privébankrekening van 14.994,76 euro. De omschrijving daarbij klopt niet, want dit had als lening moeten zijn geboekt;

  • -

    de bioscoopkaartjes heeft zij betaald vanaf de zakelijke rekening van het bedrijf en daarna contant terug betaald via de kas. De omschrijvingen van de boekingen op de grootboekrekening zijn dan ook onjuist.

Overwegingen van de rechtbank

Verduistering (feit 1)

Op basis van bovenstaande bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte in haar functie als medewerkster financiële administratie een bedrag van in totaal 18.754,71 euro heeft verduisterd, betreffende de overboekingen naar haar privébankrekening alsmede de vakanties die op haar naam zijn geboekt.

De verdachte heeft erkend dat zij de overboekingen naar haar privébankrekening zonder toestemming van de aangever heeft uitgevoerd. Voor de betalingen betreffende de boekingen bij Roompot en Corendon verklaart zij wel toestemming te hebben gekregen van aangever als tegemoetkoming voor haar extra werkzaamheden. De rechtbank acht deze verklaring echter niet aannemelijk, nu het dossier daarvoor op geen enkel wijze ondersteuning biedt. Integendeel, aangever heeft uitdrukkelijk verklaard dat hij nooit enige toestemming heeft gegeven voor vakanties op kosten van het bedrijf en ook de getuigen [getuige 1] en [getuige 2] hebben verklaard dat dergelijke uitgaven niet onder het aan de verdachte gegeven mandaat vielen.

Anders dat de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat met betrekking tot het bedrag van 18.754,71 euro niet is komen vast te staan dat de verdachte deze overboekingen in nauwe en bewuste samenwerking met de medeverdachte heeft gedaan. Er is, gelet op de verklaring van de verdachte, geen sprake van een gezamenlijke uitvoering dan wel van een bijdragen van de medeverdachte welke van voldoende gewicht is om te komen tot medeplegen. De rechtbank acht voor het verduisteren van voornoemd bedrag het medeplegen dan ook niet bewezen.

Dat is anders voor de uitgaven die de verdachte en de medeverdachte bij Holland Casino hebben gedaan voor een totaalbedrag van 905 euro. De verdachte heeft immers verklaard dat zij de betreffende avonden samen met de medeverdachte bij Holland Casino heeft doorgebracht waarbij beiden gepind hebben met de bankpas van de zakelijke rekening van [naam bedrijf] . Met betrekking tot dit bedrag is er dan ook sprake van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachte die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering. Daarmee acht de rechtbank het medeplegen van het medeplegen van de verduistering van een geldbedrag van 905 euro bewezen.

Voor de overige door de officier van justitie aan het tenlastegelegde bedrag ten grondslag gelegde overboekingen is naar oordeel van de rechtbank niet komen vast te staan dat deze door de verdachte al dan niet in nauwe en bewuste samenwerking met de medeverdachte zijn uitgevoerd. Niet blijkt dat de verdachte wetenschap had van de door de medeverdachte uitgevoerde overboekingen vanaf de zakelijke rekening van [naam bedrijf] . Voorts betreft de aankoop bij de Mediamarkt naar oordeel van de rechtbank een zakelijke uitgave (aankoop van twee mobiele telefoons), die onder het gegeven mandaat vallen en tot de reguliere bedrijfsvoering worden gerekend. Bij uitdiensttreding heeft verdachte deze telefoon ingeleverd.

Witwassen (feit 2)

De verdachte wordt tevens verweten dat zij een deel van de door haar verduisterde geldbedragen van in totaal 22.823 euro samen met de medeverdachte heeft witgewassen. De officier van justitie heeft aan dit bedrag een aantal specifieke overboekingen ten grondslag gelegd, zoals weergegeven onder 3.1. De rechtbank heeft slechts een deel van deze posten bewezenverklaard als verduisterd geld. Door de verdachte is erkend dat zij een aantal van deze overboekingen heeft gedaan, te weten:

  • -

    de overboeking naar haar privébankrekening van 1.500 euro. Blijkens de bankgegevens en de verklaring van de verdachte heeft zij dit bedrag na de overboeking gebruikt om de huur en borgsom van haar nieuwe woning te betalen;

  • -

    de overboeking naar de privébankrekening van 14.994,76 euro. Blijkens de bank-gegevens en de verklaring van de verdachte heeft zij dit bedrag dezelfde dag op haar spaarrekening gezet. De volgende dag heeft zij een bedrag van 15.000 euro aan haar ex-partner Meens betaald;

  • -

    overboekingen voor de vakanties naar Cochem (Roompot) van 340 euro en Marbella (Corendon) van 800 euro, die zij rechtstreeks vanaf de zakelijke rekening van [naam bedrijf] heeft betaald.

Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank bewezen dat de verdachte een totaalbedrag van 17.634,76 euro heeft verworven, overgedragen en/of omgezet, terwijl zij wist dat dit geldbedrag onmiddellijk afkomstig van een misdrijf. Daarbij is de rechtbank van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de verdachte deze bedragen in nauwe en bewuste samenwerking met de medeverdachte heeft witgewassen. De rechtbank acht het medeplegen dan ook niet bewezen.

Voor de overige door de officier van justitie aan het tenlastegelegde bedrag ten grondslag gelegde bedragen is naar oordeel van de rechtbank niet komen vast te staan dat deze door de verdachte, al dan niet in nauwe en bewuste samenwerking met de medeverdachte, zijn witgewassen.

Uit eigen misdrijf

Met betrekking tot het als feit 2 tenlastegelegde witwassen overweegt de rechtbank met betrekking tot de bewezenverklaarde geboekte vakanties het volgende.

Verdachte heeft de desbetreffende bedragen verduisterd door deze rechtstreeks over te maken van de rekening van [naam bedrijf] naar de vakantieaanbieder.

Wil er sprake zijn van witwassen moet blijken dat er naast het bewezenverklaarde verwerven of voorhanden hebben ook sprake is geweest van een gedraging van de verdachte die gericht is geweest op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van het voorwerp. (HR 21 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:1090). Dit geldt in beginsel niet indien bewezen is verklaard dat het voorwerp is overgedragen, omgezet of van het voorwerp gebruik is gemaakt. (vgl. HR 7 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:2913 en HR 2 maart 2021, ECLI:NL:HR:2021:321). Dit is anders indien dat overdragen, omzetten of gebruikmaken van door eigen misdrijf verkregen voorwerpen plaatsvindt onder omstandigheden die niet wezenlijk verschillen van gevallen waarin een verdachte die een bepaald misdrijf heeft begaan en die daarmee de door dat misdrijf verkregen voorwerpen verwerft of voorhanden heeft, zich automatisch ook schuldig zou maken aan het witwassen van die voorwerpen (bijvoorbeeld indien het omzetten van door eigen misdrijf verkregen voorwerpen bestaat uit het storten van contante geldbedragen op een eigen bankrekening).

Naar het oordeel van de rechtbank doet deze situatie zich ook voor met betrekking tot de bedragen betaald aan Roompot en Corendon (met een totaalbedrag van 1.759,95 euro). Van verhullingshandelingen is geen sprake. Voorts zou verdachte zich door de wijze van verduistering ook automatisch schuldig maken aan witwassen, hetgeen volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad niet de bedoeling is. Gelet hierop kan dit deel van de overboekingen niet bewezen worden verklaard. De verdachte dient van dit deel van de tenlastelegging onder 2. te worden vrij gesproken.

Voortgezette handeling

Anders dan de officier van justitie oordeelt de rechtbank dat het handelen van verdachte ten aanzien van feit 1 en 2, daar waar het betreft het geld overmaken naar haar eigen rekening, niet moet worden beschouwd als een voortgezette handeling. Het gaat volgens de rechtbank bij genoemde feiten weliswaar om gedragingen waarbij sprake is van opeenvolging in de tijd, maar bij beide bewezen verklaarde gedragingen is geen sprake van (in wezen) één verwijt noch van elkaar in de tijd direct opvolgende gedragingen (ook met betrekking tot het 'wilsbesluit') die zo nauw met elkaar samenhangen dat de verdachte daarvan (in wezen) één verwijt wordt gemaakt. Verdachte heeft er niet alleen voor gekozen om op verschillende momenten de geldbedragen uit de beschikkingsmacht van de rechthebbende te onttrekken door er over te gaan beschikken. Zij heeft er vervolgens voor gekozen om deze geldbedragen om te zetten dan wel over te dragen aan anderen. Daarbij komt dat de beide strafbepalingen verduistering en witwassen niet dezelfde strekking hebben en een ander rechtsbelang beschermen. De rechtbank is van oordeel dat deze gedragingen dienen te worden aangemerkt als twee verschillende verwijten en dat in casu dus sprake is van meerdaadse samenloop.

Valse boekingen in de administratie (feit 3)

Gelet op de verklaring van de verdachte acht de rechtbank eveneens bewezen dat zij de transacties betreffende de overboeking naar privébankrekening van 14.994,76 euro alsmede de aankoop van de bioscoopkaartjes op foutieve wijze in de boekhouding van [naam bedrijf] heeft verwerkt. De verdachte heeft immers met betrekking tot de privé-overboeking twee verschillende omschrijvingen vermeld (correctie en privé) voor dezelfde transactie, die beide onjuist waren en die de verduistering moesten verhullen. Voorts heeft zij verklaard de aangeschafte bioscoopkaartjes contant via de kas te hebben terug betaald, terwijl uit de administratie blijkt dat deze boeking op de grootboekrekening zijn opgenomen als relatiegeschenken schoonmaakkosten of kantoorbenodigdheden. De verdachte heeft zich daarmee schuldig gemaakt aan valsheid in geschrift.

Voor de overige door de officier van justitie aan het tenlastegelegde ten grondslag gelegde transacties is naar oordeel van de rechtbank niet komen vast te staan dat deze door de verdachte al dan niet in nauwe en bewuste samenwerking met de medeverdachte zijn verwerkt in de boekhouding van [naam bedrijf] .

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

feit 1:

in de periode van 19 juli 2017 tot en met 11 januari 2019 in Nederland opzettelijk een hoeveelheid geld, te weten 18.754,71 euro toebehorende aan [naam bedrijf] , welk goed verdachte uit hoofde van haar persoonlijke dienstbetrekking, te weten als relatie manager binnendienst/medewerkster financiële administratie, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

en

in de periode van 19 juli 2017 tot en met 11 januari 2019 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk een hoeveelheid geld, te weten 905 euro toebehorende aan [naam bedrijf] , welk goed verdachte uit hoofde van haar persoonlijke dienstbetrekking, te weten als relatie manager binnendienst/medewerkster financiële administratie onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

feit 2:

in de periode van 19 juli 2017 tot en met 11 januari 2019 in Nederland heeft witgewassen immers heeft verdachte voorwerpen, te weten geldbedragen (van in totaal 15.874,81 euro) verworven, overgedragen en/of omgezet, terwijl zij wist dat bovenomschreven voorwerpen -onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf;

feit 3:

in de periode van 19 juli 2017 tot en met 11 januari 2019 in de gemeente Roerdalen, de boekhoudkundige registratie die bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, (telkens) valselijk heeft opgemaakt, immers heeft verdachte transacties op foutieve wijze verwerkt in de boekhouding van [naam bedrijf] , bestaande die valsheden hierin dat verdachte diverse transacties onder een foutieve verwijzing en/of omschrijving heeft ingeboekt op een of meer grootboekrekeningen van die [naam bedrijf] met het oogmerk om deze als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

feit 1: verduistering gepleegd door hem die het goed uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking onder zich heeft, meermalen gepleegd;

en

medeplegen van verduistering gepleegd door hem die het goed uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking onder zich heeft, meermalen gepleegd;

feit 2: witwassen;

feit 3: valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die haar strafbaarheid uitsluiten.

6 De straf en/of de maatregel

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht, gevorderd aan de verdachte op te leggen een taakstraf voor de duur van 220 uur, subsidiair 110 dagen hechtenis, met aftrek ex artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht. Daarbij heeft de officier van justitie rekening gehouden met de grove wijze waarop misbruik is gemaakt van het vertrouwen van aangever, de inhoud van de reclasseringsrapportage en de overschrijding van de redelijke termijn alsmede het feit dat de verdachte in de civiele procedure een schikking met aangever heeft getroffen tot terugbetaling van een bedrag van 54.000 euro.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht, gelet op de gevoerde verweren in verband met de in de ogen van de verdediging lagere bedragen die verduisterd en witgewassen zijn en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, de door de officier van justitie gevorderde taakstraf te matigen dan wel een deel daarvan voorwaardelijk op te leggen.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

De verdachte heeft in haar functie van relatie manager binnendienst/medewerkster financiële administratie een bedrag van 18.754,71 euro van haar toenmalige werkgever, [naam bedrijf] , verduisterd. Tevens heeft zij zich schuldig gemaakt aan het witwassen van een aanzienlijk deel van dit bedrag. De verdachte heeft de verduisterde bedragen gebruikt om privébetalingen te doen enom vakanties en uitstapjes op kosten van het bedrijf te bekostigen. Daarnaast heeft de verdachte valsheid in geschrifte gepleegd door een privéoverboeking alsmede de aanschaf van bioscoopkaarten door valse omschrijvingen van deze transacties op te nemen in de boekhouding van het bedrijf, waardoor niet kon worden achterhaald dat dit in feite verduisterde bedragen betrof. Dit betreft ernstige vermogensfeiten.

De rechtbank rekent het de verdachte aan dat zij misbruik heeft gemaakt van de mogelijkheden die zij uit hoofde van haar functie binnen het bedrijf had en dat zij het daarbij behorende vertrouwen dat haar werkgever in haar had, ernstig heeft geschaad. Dit alles terwijl haar werkgever met een burn out thuis zat en zelf zijn bedrijf niet kon leiden.

Uit de reclasseringsrapportage van 22 april 2022 blijkt dat de verdachte niet meer in dienst is van [naam bedrijf] en dat zij sinds 2020 een eigen webshop heeft, waaruit zij voldoende inkomen genereert. Er is geen sprake van financiële problemen of problemen op andere leefgebieden. Het recidiverisico wordt dan ook als laag ingeschat en verdere interventies of toezicht zijn niet meer geïndiceerd.

In strafmatigende zin heeft de rechtbank rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en de omstandigheid dat de verdachte in de civiele procedure met aangever een schikking heeft getroffen tot terugbetaling van een bedrag van 54.000 euro.

Tot slot is de rechtbank van oordeel dat door het tijdverloop in deze zaak, van de aanhouding van de verdachte op 3 juli 2019 tot en met de uiteindelijke berechting van verdachte, de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM is overschreden. Er is niet gebleken van bijzondere omstandigheden die deze overschrijding van negen maanden rechtvaardigen. De rechtbank zal deze overschrijding dan ook ten voordele van verdachte verdisconteren in de op te leggen straf.

Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat de door de officier van justitie gevorderde strafmodaliteit, te weten een onvoorwaardelijke taakstraf, passend is. Nu de rechtbank lagere bedragen bewezen heeft geacht dan die aan de eis van de officier van justitie ten grondslag liggen, zal de strafoplegging lager zijn. In dat licht zal de rechtbank volstaan met een taakstraf voor de duur van 120 uur, subsidiair 60 dagen hechtenis.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 22c, 22d, 47, 57, 225, 321, 322, 420bis van het Wetboek van Strafrecht.

8 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;

  • -

    spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

  • -

    verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

  • -

    veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 120 uur;

  • -

    beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 60 dagen;

- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze taakstraf in mindering zal worden gebracht, naar rato van twee uren per dag.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.A.G. van Baal, voorzitter, mr. P.W.E.C. Pulles en

mr. drs. J.M.A. van Atteveld, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.M.E. de Beukelaer, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 01 juni 2022.

Mr. M.J.A.G. van Baal is buiten staat dit vonnis mede te onderteken.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

feit 1:

zij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks 19 juli 2017 tot en met 11 januari 2019 in de gemeente Roerdalen en/of Heerlen en/of Valkenburg, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk (telkens) een hoeveelheid geld, te weten (in totaal ongeveer) 26.696,36 euro, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele toebehoorde aan [naam bedrijf] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s), en welk goed verdachte en/of haar mededader(s),

uit hoofde van haar/hun persoonlijke dienstbetrekking, te weten als relatie manager binnendienst/medewerkster financiële administratie, in elk geval anders dan door misdrijf, onder zich hadden,

feit 2:

zij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks 19 juli 2017 tot en met 11 januari 2019 in de gemeente Roerdalen en/of Heerlen en/of Valkenburg, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, althans heeft witgewassen immers heeft/hebben verdachte en/of haar mededader(s) (een) voorwerp(en), te weten een of meer geldbedrag(en) (van in totaal ongeveer 22.823 euro) verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, althans van een voorwerp, te weten genoemd(e) geldbedrag(en) gebruik gemaakt, terwijl zij wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat bovenomschreven voorwerp(en) -onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf;

feit 3:

zij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks 19 juli 2017 tot en met 11 januari 2019 in de gemeente Roerdalen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, de boekhouding en/of boekhoudkundige registratie in elk geval (telkens) (een) (samenstel van) geschift(en) die/dat bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, (telkens) valselijk heeft opgemaakt en/of heeft vervalst, immers heeft verdachte een of meer transacties op foutieve wijze verwerkt in de boekhouding van [naam bedrijf] bestaande die valshe(i)d(en) en/of vervalsing(en) hierin dat verdachte

- diverse transacties onder een foutieve verwijzing en/of omschrijving heeft ingeboekt op een of meer grootboekrekeningen van die [naam bedrijf] en/of

- diverse transacties onder kruisposten heeft ingeboekt en erna nimmer naar de juiste grootboekrekeningen van deze [naam bedrijf] heeft ingeboekt,

met het oogmerk om deze als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

1 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Eenheid Limburg, Districtsrecherche Noord- en Midden-Limburg proces-verbaalnummer PL2300-2019035737 gesloten d.d. 12 september 2019 doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 2089.

2 Proces-verbaal van aangifte d.d. 7 maart 2019, pagina 22-25.

3 Relaasproces-verbaal van bevindingen, pagina 4.

4 Proces-verbaal van verhoor getuige, pagina 1053-1055.

5 Proces-verbaal van verhoor getuige, pagina 1058-1061.

6 Pagina 684.

7 Pagina 781 en 782.

8 Pagina 603

9 Pagina 773.

10 Pagina 739.

11 Pagina 773.

12 Pagina 236.

13 Pagina 791 en 792.

14 Pagina 685.

15 Factuur van reservering, pagina 958-960.

16 Pagina 254.

17 Kostenoverzicht van reservering, pagina 963-964.

18 Pagina 113.

19 Kostenoverzicht van reservering, pagina 965-966.

20 Pagina 671.

21 Bevestiging en factuur , pagina 937-938.

22 Pagina 791.

23 Relaas proces-verbaal, pagina 16.

24 Pagina 671.

25 Pagina 670-671.

26 Pagina 668.

27 Proces-verbaal van aanvullend verhoor aangever, pagina 1087-1091.

28 Pagina 880.

29 Proces-verbaal van bevindingen administratieve verwerking dubieuze transacties, pagina 871-872.

30 Pagina 151.

31 Pagina 148.

32 Pagina148.

33 Proces-verbaal van bevindingen administratieve verwerking dubieuze transacties, pagina 870.