Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2022:3048

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
19-04-2022
Datum publicatie
19-04-2022
Zaaknummer
03.336856.21
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Voorbereiden mensensmokkel. 2 jaren gevangenisstraf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer: 03.336856.21

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 19 april 2022

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1958 te [geboorteplaats] ,

gedetineerd in P.I. Ter Apel, H.v.B. Ter Apelervenen 10, 9561 MC Ter Apel.

De verdachte wordt bijgestaan door mr. J.W. Vedder, advocaat kantoorhoudende te Rotterdam.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 5 april 2022. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is ter terechtzitting gewijzigd en als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt erop neer dat de verdachte:

Feit 1: gebruik heeft gemaakt van een vals/vervalst rijbewijs en een vals/vervalst paspoort

Feit 2: samen met een ander of anderen (een levensgevaarlijke vorm van) mensensmokkel heeft voorbereid.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht bewezen dat de verdachte op 15 december 2021 bij een controle van de douane opzettelijk gebruik gemaakt heeft van een vals rijbewijs en een vals paspoort. Dat levert een misdrijf op (feit 1 primair).

De verdachte was op voornoemde datum onderweg van Duitsland naar Frankrijk in een camper, waarin voorwerpen werden aangetroffen die bestemd waren voor het smokkelen van mensen over het Kanaal naar Groot-Brittannië. Aangetroffen werden onder andere een opblaasbare rubberboot, buitenboordmotoren, benzine en zwemvesten. Als de verdachte niet tegen de lamp gelopen was en de boot gebruikt zou zijn, zou de overtocht levensgevaarlijk zijn geweest. De verdachte werkte samen met een ander of anderen. De verdachte heeft zich volgens de officier van justitie daarom schuldig gemaakt aan het medeplegen van een voorbereidingsdelict als bedoeld in artikel 46 van het Wetboek van Strafrecht.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich gerefereerd aan het bewijsoordeel van de rechtbank ten aanzien van feit 1, het gebruik van valse documenten. De raadsman heeft vrijspraak bepleit van feit 2, het verwijt van het voorbereiden van mensensmokkel.

3.3

Het oordeel van de rechtbank 1

Feit 1

Feit 1 (primaire variant) heeft de verdachte ter terechtzitting bekend en namens hem is geen vrijspraak van dit feit bepleit. De rechtbank kan daarom volstaan met een korte weergave van het bewijs, als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, als volgt:

- het proces-verbaal van bevinding van 16 december 2021 van Belastingdienst/Douane Eindhoven;2

- het proces-verbaal van de Koninklijke Marechaussee van 15 december 2021;3

- het proces-verbaal van bevindingen van de Koninklijke Marechaussee van 15 december 2021;4

- de kennisgeving van inbeslagneming;5

- de bekennende verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting op 5 april 2022.

Feit 2

De rechtbank is van oordeel dat er voor feit 2 voldoende wettig en overtuigend bewijs is. De rechtbank zal hierna het bewijs dat zij van belang acht weergeven, motiveren waarom zij voorbijgaat aan de ontkenning van de verdachte en, waar nodig, nog kort ingaan op het vrijspraakverweer.

Wat er werd aangetroffen in de camper van de verdachte

Medewerkers van de douane hebben op 15 december 2021 de verdachte staande gehouden bij de grensovergang tussen Duitsland en Nederland op de A76 ter hoogte van Heerlen/Bocholtz. De verdachte reed in een camper met een Frans kenteken. Met toestemming van de verdachte hebben de douanemedewerkers in de camper gekeken. Daarin zagen zij achter de bestuurdersstoel een in transparant plastic verpakt pakket met daarin een zwemvest. Onder een deken zagen zij twee pakketten liggen. Eén pakket was gedeeltelijk open en daarin zag men zwarte platen. In het andere pakket zag men een opblaasboot.6

Bij een daarop gevolgde doorzoeking werden de volgende voorwerpen/stoffen in beslag genomen:

  • -

    een opblaasboot;

  • -

    bodemplaten voor een boot;

  • -

    luchtpompen;

  • -

    twee buitenboordmotoren en handgrepen/trekkoorden;

  • -

    twee gevulde brandstoftanks;

  • -

    zakken met in totaal 50 reddingsvesten.7

De brandstoftanks waren volledig gevuld met een vloeistof die sterk rook naar benzine. Bij de tanks zaten losse verbindingsslangen om de tanks op de buitenboordmotoren aan te kunnen sluiten.8

Het dossier beschrijft verder hoe de hiervoor genoemde voorwerpen in de camper waren aangebracht. In een opbouw die op een bed moest lijken en die vervolgens bedekt was met dekens en kussens, trof men een stapel zwemvesten aan, de rubberboot, de bodemplaten en de brandstoftanks. Achter de gesloten deuren van het douche/toilet-gedeelte en een garderobekast bevonden zich ook zwemvesten en de buitenboordmotoren. Dat alles wijst erop dat het de bedoeling was dat deze voorwerpen van buitenaf niet zouden opvallen.9

Waarvoor waren die spullen bestemd? Feiten en omstandigheden van algemene bekendheid en het relevante juridische kader.

Algemeen bekend is dat vanaf 2018 tot op heden op grote schaal illegale migratie plaatsvindt naar Groot-Brittannië door met bootjes het Kanaal over te steken. Bekend zijn ook de beelden van tientallen mensen die met zwemvesten aan proberen de drukst bevaren zeeroute ter wereld over te steken in een (overvolle) rubberboot met buitenboordmotor. Eveneens is algemeen bekend dat daarbij mensen omkomen, omdat het zeer gevaarlijk is op die manier het Kanaal over te steken.

De migranten wagen de overtocht, omdat zij niet op een legale manier Groot-Brittannië in kunnen reizen. Groot-Brittannië is een staat die is toegetreden tot het Protocol tegen de smokkel van migranten van 15 november 2000. Iemand die behulpzaam is bij de oversteek die moet leiden tot de illegale toegang tot Groot-Brittannië en weet dat die reis wederrechtelijk is, maakt zich schuldig aan mensensmokkel, strafbaar gesteld in artikel 197a van het Wetboek van Strafrecht. Wanneer vervolgens de reis aantoonbaar levensgevaarlijk is en/of de mensensmokkel in vereniging gepleegd wordt, is er sprake van een delict waarop meer dan 8 jaar gevangenisstraf staat (10 jaar maximaal als het in vereniging wordt gepleegd en 15 jaar maximaal als er sprake is van levensgevaar).

Dat betekent vervolgens dat wanneer iemand opzettelijk vervoermiddelen voorhanden heeft die bestemd zijn voor deze in samenwerking te plegen en/of gevaarlijke vorm van mensensmokkel, hij voorbereidingshandelingen pleegt, strafbaar gesteld in artikel 46 van het Wetboek van Strafrecht.

De raadsman heeft in dit verband aangevoerd dat de tenlastelegging niet duidelijk genoeg zou zijn, omdat alleen melding wordt gemaakt van het misdrijf mensensmokkel en een verdere omschrijving van dat feit ontbreekt. De rechtbank gaat daar niet in mee. Het woord mensensmokkel beschouwt zij als voldoende feitelijk en concreet. Het toevoegen van de (uitgebreide) definitie in de wetstekst van mensensmokkel zou niets toevoegen aan de tenlastelegging.

De rechtbank is van oordeel dat uit de uiterlijke verschijningsvorm van de aangetroffen voorwerpen, de verhullende manier van vervoeren en de richting waarin de voorwerpen werden vervoerd (de kust), een duidelijke bestemming van de voorwerpen kan worden afgeleid: mensensmokkel over het Kanaal. Een andere bestemming laat zich lastig denken. De gezamenlijkheid van voorwerpen is kenmerkend voor de hiervoor beschreven vorm van levensgevaarlijke mensensmokkel.

Daaraan doet naar het oordeel van de rechtbank niet af dat het dossier geen gegevens bevat van een deskundige over de kwaliteit van de aangetroffen boot en zwemvesten. De raadsman heeft daar nog op gewezen, maar de rechtbank gaat ervan uit dat de overtocht hoe dan ook levensgevaarlijk is, zelfs als de spullen van goede kwaliteit zouden zijn geweest, zeker als de rechtbank daarbij betrekt dat het overbrengen van de boot door de verdachte plaatsvond in de winter van 2021/2022 en bij een gevolgde oversteek de migranten ook nog eens blootgesteld zouden kunnen worden aan forse kou.

Was er nu sprake van opzettelijk voorhanden hebben van een vervoermiddel bestemd voor mensensmokkel en was de verdachte op de hoogte van die bestemming?

Vervolgens is het antwoord van belang op de vraag of de verdacht wist wat hij vervoerde. Uit zijn verklaring ter terechtzitting volgt dat dit zo was. De verdachte vervoerde de spullen op verzoek van een persoon met de naam [betrokkene 1] en zou daar 500 euro voor krijgen. Ook heeft de verdachte verklaard dat hij onderweg was naar Lille in Frankrijk en dat hij een link had gelegd tussen de spullen en mensensmokkel tijdens de rit. Hij heeft de gezamenlijkheid van voorwerpen dus opzettelijk voorhanden gehad en was die opzettelijk aan het doorvoeren naar Frankrijk. Ook was hij zich dus bewust van de bestemming die de voorwerpen konden hebben.

Voor het overige heeft de verdachte iedere betrokkenheid bij mensensmokkel betwist. Door de raadsman is bepleit dat niet vastgesteld kan worden dat de verdachte echt wist van de illegale bestemming. Evenmin kan die bestemming volgens de raadsman gepaard worden aan een intentie bij de verdachte om die voorwerpen ook voor mensensmokkel te laten gebruiken. De betwisting van de verdachte vindt de rechtbank echter niet geloofwaardig. Zij constateert dat er harde aanwijzingen zijn dat hij betrokken is bij mensensmokkel over het Kanaal en dat de bestemming mensensmokkel van de boot met toebehoren niet pas voor het eerst en slechts als een min of meer vage mogelijkheid in hem is opgekomen tijdens de reis naar Nederland. Het kan ook niet anders zijn dan dat de verdachte beoogde de boot met toebehoren te laten gebruiken voor mensensmokkel. Met andere woorden: zijn criminele intentie is ook af te leiden uit het hierna weergegeven bewijsmateriaal.

In 2020 is hij onherroepelijk veroordeeld in Frankrijk door de rechtbank van Duinkerken wegens hulp bij illegale binnenkomst en illegaal verblijf, gepleegd op 12 augustus 2020. Mensensmokkel dus. Aan de verdachte werd toen een gevangenisstraf van 4 maanden opgelegd. In het dossier wordt vermeld dat de verdachte toen betrapt werd op het over de A16 vervoeren van 11 Irakezen in een Peugeot Boxer (een bestelbus). De verdachte, die in Frankrijk ook bekend staat ter zake van het vervoeren van nautisch materiaal naar het noorden, verklaarde toen dat hij voor iemand genaamd [betrokkene 2] mensen bij het station van Douai moest afzetten en dat hij in juli twee keer boten gekocht had voor deze [betrokkene 2] . In zijn telefoon werden ook veel foto’s van opblaasbare boten aangetroffen.10

Dat maakt dat de verdachte zich duidelijk eerder heeft ingelaten met de hiervoor beschreven illegale oversteek over het Kanaal en dus niet louter naïef kan zijn geweest op 15 december 2021 zoals hij zelf wil doen geloven.

Daar komt nog het volgende bij. Nadat hij staande was gehouden op 15 december 2021, gingen zijn telefoons voortdurend af. Iemand met de profielnaam [betrokkene 3] en een Iraaks telefoonnummer probeerde de verdachte in elk geval 15 keer te bellen. Ook vanaf 13 december 2021 zijn er contacten of pogingen tot contact met dit nummer.11 Daaruit trekt de rechtbank de conclusie dat die contacten verband hielden met het vervoer van de spullen in de camper. De verdachte handelde dus, net als in 2020, niet alleen. Dat ligt ook niet voor de hand bij dit type misdrijf en blijkt uit de betrokkenheid van de niet nader geïdentificeerde [betrokkene 2] 2020 en [betrokkene 1] en [betrokkene 3] in 2021. Verdachte is dus een schakel in een of mogelijk meer samenwerkingsverbanden gericht op mensensmokkel, wat ook nog volgt uit de volgende aanwijzingen:

- op 17 oktober 2021 heeft de verdachte contact met ene [betrokkene 4] , die hem afbeeldingen stuurde van 13 verschillende internationale paspoorten met de mededeling dat hij alles kan maken;

- op 19 oktober 2021 stuurde de verdachte berichten naar een contact genaamd [betrokkene 5] . De verdachte bericht dat hij “iets” heeft uit Hongarije naar Duitsland. [betrokkene 5] stuurde vervolgens gegevens van een contact genaamd [betrokkene 6] , waarop de verdachte reageerde met: “Je moet me alleen laten weten welke dag je komt, zodat ze je kunnen opwachten en waar.” [betrokkene 5] verwees daarna naar een contact met de naam [betrokkene 7] . Op de telefoon van de verdachte bevond zich een audiobericht naar een nummer opgeslagen onder [betrokkene 7] . Gezegd wordt: [betrokkene 7] , ik heb nu uit Hongarije, net achter de grens. Ik heb veel mensen. Als je dat wilt, laat me weten wanneer je komt;

- op 23 oktober 2021 deelt iemand met de verdachte een advertentie van Ebay van een kajuitboot. 12

De verdachte hield zich dus voorafgaand aan zijn rit van 15 december 2021 bezig met het regelen van valse documenten en was betrokken bij het regelen van de verplaatsing van veel mensen van de Hongaarse grens naar Duitsland. Ook moet hij geïnteresseerd zijn geweest in een kajuitboot, wat een alternatief kan zijn voor varen met een rubberboot.

Al deze elementen, een eerdere veroordeling en de omstandigheden van die zaak, de communicatie in oktober 2021 en rondom 15 december 2021 en de uiteindelijke inbeslagname van vervoermiddelen bestemd voor mensensmokkel over het Kanaal, staan niet los van elkaar. Wanneer de rechtbank die elementen samenneemt, kan zij vaststellen dat de verdachte, in samenwerking met de onbekend gebleven [betrokkene 1] en [betrokkene 3] , op 15 december 2021 opzettelijk vervoermiddelen voorhanden had met het oog op mensensmokkel, die weer in samenwerking met anderen zou gaan plaatsvinden en waarvan levensgevaar te duchten valt.

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

Feit 1 primair

op 15 december 2021 in de gemeente Heerlen, althans in Nederland opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een vals identiteitsbewijs als bedoeld in het eerste lid van artikel 231 van het Wetboek van Strafrecht, te weten een kopie van een rijbewijs uit het land Kroatië (documentnummer onleesbaar), op naam van [slachtoffer] en een kopie van een identiteitskaart uit het land Kroatië (documentnummer [nummer] ), op naam van [slachtoffer] , door voornoemde kopie van een rijbewijs en voornoemde kopie van een identiteitskaart af te geven ter identificatie bij een controle door de Douane;

Feit 2

op 15 december 2021 in de gemeente Heerlen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, ter voorbereiding van het te plegen misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten mensensmokkel, waarbij levensgevaar was te duchten, als omschreven in artikel 197a (sub 5) Wetboek van Strafrecht, opzettelijk een grote hoeveelheid (50) reddings-/zwemvesten, een (rubber)boot, buitenboordmotoren, brandstoftanks (met brandstof voor een buitenboordmotor) en een bodemplaat, in combinatie met elkaar bestemd tot het in vereniging begaan van dat misdrijf voorhanden heeft gehad.

De rechtbank acht niet bewezen wat meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

Feit 1 primair

opzettelijk gebruik maken van een vals identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht, meermalen gepleegd

Feit 2

medeplegen van het voorbereiden van: mensensmokkel, terwijl het feit in vereniging wordt begaan door meerdere personen en terwijl van dit feit levensgevaar voor een ander te duchten is.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De straf en/of de maatregel

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 2 jaren, met aftrek van het voorarrest.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft de rechtbank verzocht rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, wanneer zij het vrijspraakverweer niet volgt.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van wat bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Vanaf 2018 wordt er in de media beschreven hoe immigranten met kleine rubberboten het Kanaal oversteken om Engeland te kunnen bereiken. Vanaf die tijd nam deze vorm van migratie een grote vlucht.

De rubberboten met buitenboordmotor met daarin tientallen mensen met zwemvesten hebben nauwelijks diepgang, zijn in feite nauwelijks zeewaardig en begeven zich desalniettemin op volle zee. Het Kanaal is de drukst bevaren vaarroute ter wereld en de bootjes kunnen nauwelijks worden opgemerkt. Duidelijk is dus dat deze overtocht levensgevaarlijk is. Deze overtocht loopt in veel gevallen fataal af.

De oversteek wordt ondernomen door mensen die niet op een legale manier in Europa of Engeland binnen kunnen komen en verblijven en dus bereid zijn risico te nemen en fors te betalen. Het levert bepaalde mensen geld op, die er kennelijk niet mee zitten om anderen bloot te stellen aan zoveel gevaar, waar ze juist zouden moeten proberen mensen te weerhouden. De verdachte behoort tot die groep.

Door mensensmokkel wordt niet alleen het overheidsbeleid inzake bestrijding van illegaal verblijf in en toegang tot Nederland en andere landen, waaronder Groot-Brittannië doorkruist, maar wordt ook bijgedragen aan een illegaal circuit. De handelwijze van de verdachte ondermijnt dit beleid en veroorzaakt onrust en gevoelens van onveiligheid en stelt de overheden voor veel hoofdbrekens hoe dit fenomeen tegen te gaan. Ook leiden dit soort feiten gemakkelijk tot vormen van uitbuiting en misbruik van kwetsbare personen en in het onderhavige geval stonden ook de levens van anderen op het spel.

Dat er alleen sprake is van een strafbare voorbereiding van mensensmokkel, wil niet zonder meer zeggen dat het om een minder ernstig strafbaar feit gaat dan wanneer er feitelijk mensensmokkel zou hebben plaatsgevonden, ook al is het op te leggen maximum gehalveerd. In dit geval is door een min of meer toevallige douanecontrole in verband met de coronamaatregelen voorkomen dat die smokkel plaats zou vinden. De verdachte zou anders gewoon door zijn gegaan met zijn criminele activiteiten. De ernst van het bewezenverklaarde onder feit 2 brengt daarom mee dat alleen het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gepast en geboden is. Met een andere, lichtere sanctie kan niet worden volstaan.

Een specifiek uitgangspunt voor de straftoemeting is niet voorhanden. Wel is het zo dat bij een voltooide mensensmokkel regelmatig door de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden per gesmokkelde persoon wordt opgelegd. Die straf kan vervolgens worden opgehoogd, wanneer een verdachte geen first offender is en er verzwarende omstandigheden aan te wijzen zijn, zoals (levens)gevaar voor anderen.

Nu de verdachte in 2020 voor een vergelijkbaar feit is veroordeeld en er dus als een gewaarschuwd man eraan heeft willen bijdragen dat tientallen personen tegelijk zouden worden vervoerd en zouden worden blootgesteld aan groot gevaar, beschouwt de rechtbank een fors aantal maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf als een gepaste en geboden sanctie.

Daarbij komt dan nog straf voor het gebruiken van valse documenten. Door de strafrechter wordt daarvoor doorgaans ook onvoorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd. De oriëntatiepunten van de strafrechtspraak gaan daarbij uit van 2 maanden gevangenisstraf per vals document.

Alles afwegend beschouwt de rechtbank de door de officier van justitie gevorderde straf een passende straf. Zij zal dus de eis volgen en aan de verdachte een gevangenisstraf van 2 jaren opleggen, met aftrek van de tijd die hij inmiddels in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. De rechtbank ziet ook geen reden de op te leggen straf te matigen vanwege de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.

Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting tot het moment dat de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling aan de orde is, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 46, 47, 57, 231 en 197a van het Wetboek van Strafrecht.

8 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;

  • -

    spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

  • -

    verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

  • -

    veroordeelt de verdachte voor de bewezen verklaarde feiten tot een gevangenisstraf van 2 jaren;

  • -

    beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Beije, voorzitter, mr. R.J.M.G. Rulkens en mr. L.E.M. Hendriks, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.P. Jansen, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 19 april 2022.

Buiten staat

Mr. R.J.M.G. Rulkens en mr. L.E.M. Hendriks zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is -na wijziging- ten laste gelegd dat

1.

primair

hij op of omstreeks 15 december 2021 in de gemeente Heerlen, althans in Nederland opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een vals en/of vervalst reisdocument en/of identiteitsbewijs als bedoeld in het eerste lid van artikel 231 van het Wetboek van Strafrecht, te weten (een kopie van) een rijbewijs (uit het land Kroatië) (documentnummer onleesbaar), (op naam van [slachtoffer] ), en/of (een kopie van) een identiteitskaart (uit het land Kroatië) (documentnummer [nummer] ), (op naam van [slachtoffer] ), door voornoemde (kopie van een) rijbewijs en/of voornoemde (kopie van een) identiteitskaart af te geven ter identificatie bij een controle door de Douane en/of de Koninklijke Marechaussee.

(art 231 lid 2 Wetboek van Strafrecht)

subsidiair

hij op of omstreeks 15 december 2021 in de gemeente Heerlen, althans in Nederland, opzettelijk gebruik heeft gemaakt van (een) vals(e) en/of vervalst(e) geschriften dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten een kopie van een rijbewijs (uit het land Kroatië) en/of een kopie van een identiteitskaart (uit het land Kroatië) als ware het (daarop afgebeelde rijbewijs en/of de identiteitskaart) echt en onvervalst, door deze bij een controle door de Douane en/of de Koninklijke Marechaussee te tonen als ware het een (kopie van een) echt rijbewijs en/of identiteitskaart.

( art 225 lid 2 Wetboek van Strafrecht )

2.

hij, op of omstreeks 15 december 2021 in de gemeente Heerlen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen ter voorbereiding van het te plegen misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten mensensmokkel, waarbij levensgevaar was te duchten, als omschreven in artikel 197a (sub 5) Wetboek van Strafrecht opzettelijk een grote hoeveelheid (50), in elk geval meerdere reddings-/zwemvesten en/of een (rubber)boot en/of (een)(of)(meerdere) buitenboordmotor(en) en/of een of meerdere brandstoftank(s)/jerrycan(s) (met brandstof voor(een) buitenboordmotor(en)) en/of een bodemplaat, in elk geval diverse voorwerpen, stoffen, informatiedragers, ruimten of vervoermiddelen (al dan niet in combinatie met elkaar) bestemd tot het in vereniging begaan van dat misdrijf heeft verworven, vervaardigd, ingevoerd, doorgevoerd, uitgevoerd of voorhanden heeft gehad;

(art 197a lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 197a lid 4 Wetboek van Strafrecht, art 197a lid 5 Wetboek van Strafrecht, art 46 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)

1 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van de Koninklijke Marechaussee, proces-verbaalnummer 202201131200.27122686, gesloten d.d. 15 februari 2022, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 247.

2 Het proces-verbaal van bevinding van Belastingdienst/Douane, p. 15 en 16.

3 Het proces-verbaal van de Koninklijke Marechaussee, p. 24 en 25.

4 Het proces-verbaal van bevindingen van de Koninklijke Marechaussee, p. 130 en 131.

5 De kennisgeving van inbeslagneming, p. 186 en 187.

6 Het proces-verbaal van bevinding van Belastingdienst/Douane, p. 17.

7 Het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagname uit Camper, merk Ford, opbouw Pilote, Franse kenteken [kenteken] , p. 162, met bijlage p. 165 tot en met p. 168 en de Kennisgeving van inbeslagneming, p. 207 tot en met p. 215.

8 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 174.

9 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 169.

10 Het uittreksel ecris Frankrijk d.d. 4 februari 2022, niet opgenomen in de doornummering en het proces-verbaal van bevindingen politiële verzoeken Frankrijk, p. 50.

11 Het proces-verbaal van bevindingen uitlezen Samsung- contact [betrokkene 3] , p. 160.

12 Het proces-verbaal van bevindingen uitlezen telefoon [slachtoffer] , p. 150 en 151.