Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2022:1724

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
28-02-2022
Datum publicatie
18-03-2022
Zaaknummer
9629341 CV EXPL 22-203
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Verzet gegrond. Afwijzing vordering tot ontruiming in kort geding. Niet geoordeeld kan worden dat de vorderingen van eiser in een bodemprocedure met grote mate van zekerheid zullen worden toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 9629341 \ CV EXPL 22-203

Vonnis in kort geding van de kantonrechter van 28 februari 2022

in de zaak van

[eiser, gedaagde in verzet] ,

wonend te [woonplaats] ,

eisende partij, gedaagde partij in verzet,

gemachtigde mr. R. Ramakers.

tegen

1 [gedaagde, eiseres in verzet sub 1] ,

wonend te [woonplaats] ,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ACHILES B.V.,

gevestigd te Maastricht,

gedaagde partij, eisende partij in verzet,

gemachtigde mr. W.E. Widdershoven,

Partijen worden hierna respectievelijk [eiser, gedaagde in verzet] , [gedaagde, eiseres in verzet sub 1] en Achiles genoemd.

1 De procedure

1.1.

[gedaagde, eiseres in verzet sub 1] en Achiles hebben bij exploot van dagvaarding van 13 januari 2022 verzet in kort geding ingesteld tegen een op vordering van [eiser, gedaagde in verzet] door de Rechtbank Limburg, locatie Maastricht, gewezen verstekvonnis van 30 november 2021 met zaaknummer 9528196 CV EXPL 21-5200 en zij hebben alsnog verweer gevoerd.

1.2.

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de brief van [gedaagde, eiseres in verzet sub 1] en Achiles houdende productie 18,

  • -

    de e-mail van [gedaagde, eiseres in verzet sub 1] en Achiles houdende productie 30 tot en met 35,

  • -

    de brief van [eiser, gedaagde in verzet] houdende producties 1 tot en met 7,

  • -

    de op 14 februari 2022 gehouden mondelinge behandeling, waarbij [eiser, gedaagde in verzet] , [gedaagde, eiseres in verzet sub 1] en beide gemachtigden aanwezig waren en aan beide zijden spreekaantekeningen zijn overgelegd.

1.3.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiser, gedaagde in verzet] is eigenaar van het pand gelegen aan het [adres] te [plaats] (hierna: het pand). Een gedeelte van het souterrain en een gedeelte van de begane grond van het pand zijn ingericht als bedrijfsruimte (hierna: de bedrijfsruimte).

2.2.

Op 23 februari 2021 is [eiser, gedaagde in verzet] een huurovereenkomst aangegaan met “Archiles BV in oprichting [de kantonrechter leest: Achiles BV in oprichting], vertegenwoordigd door [gedaagde, eiseres in verzet sub 1] , (…)” met betrekking tot de bedrijfsruimte (hierna: het gehuurde) (productie 1 bij verzetdagvaarding). Op de huurovereenkomst zijn de Algemene Bepalingen huurovereenkomst winkelruimte 2012 van toepassing.

2.3.

Op 22 februari 2021 is een waarborgsom betaald van € 5.717,25 (productie 2 bij verzetdagvaarding) aan [eiser, gedaagde in verzet] van rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van Achiles BV met als omschrijving “ACHILES BV WAARBORG +HUUR”.

2.4.

Op 11 maart 2021 is Achiles bij notariële akte opgericht en ingeschreven in het handelsregister (productie 3 en 4 bij verzetdagvaarding).

2.5.

Achiles exploiteert in het gehuurde een Grieks afhaalrestaurant. [gedaagde, eiseres in verzet sub 1] is enig bestuurder en aandeelhouder van Achiles.

2.6.

[eiser, gedaagde in verzet] heeft het gehuurde casco verhuurd. Achiles is na het sluiten van de huurovereenkomst gestart met renovatiewerkzaamheden.

2.7.

Bij exploot van 15 oktober 2021 heeft [eiser, gedaagde in verzet] [gedaagde, eiseres in verzet sub 1] gesommeerd om uiterlijk 18 oktober 2021 de openstaande huurpenningen te hebben betaald en de exploitatie van de bedrijfsruimte ter hand te hebben genomen (productie 1 van [eiser, gedaagde in verzet] ).

2.8.

Bij exploot van dagvaarding van 9 november 2021 heeft [eiser, gedaagde in verzet] Achiles en [gedaagde, eiseres in verzet sub 1] in kort geding gedagvaard tegen 22 november 2021 (productie 6 bij verzetdagvaarding).

2.9.

[gedaagde, eiseres in verzet sub 1] en Achilles zijn niet in die procedure verschenen en hebben verstek laten gaan.

2.10.

Bij verstekvonnis van 30 november 2021 (hierna: het verstekvonnis) is het volgende beslist (productie 7 bij verzetdagvaarding):

“De kantonrechter in kort geding

4.1.

verklaart [eiser, gedaagde in verzet] niet-ontvankelijk in zijn vorderingen jegens Achiles,

4.2

veroordeelt [gedaagde, eiseres in verzet sub 1] om het gehuurde, staande en gelegen te [plaats] , aan het [adres] binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis te ontruimen en te verlaten met alle daarin aanwezige personen en zaken, voor zover die aan [gedaagde, eiseres in verzet sub 1] toebehoren en niet aan [eiser, gedaagde in verzet] , en om het gehuurde met afgifte van de sleutels geheel ter vrije beschikking van [eiser, gedaagde in verzet] te stellen,

4.3.

veroordeelt [gedaagde, eiseres in verzet sub 1] om aan [eiser, gedaagde in verzet] te betalen € 6.433,59, te vermeerderen met de contractuele rente van 1% per maand over € 5.717,25 vanaf 9 november 2021 tot aan de dag der algehele voldoening,

4.4.

veroordeelt [gedaagde, eiseres in verzet sub 1] om aan [eiser, gedaagde in verzet] te betalen € 1.905,75 per maand, een gedeelte van een maand voor een gehele gerekend, zulks ingaande na 9 november 2021 tot aan de ontruiming, te vermeerderen met de contractuele rente van 1% per maand vanaf de vervaldata van de verschillende huurtermijnen tot aan de dag der algehele voldoening,

4.5.

veroordeelt [gedaagde, eiseres in verzet sub 1] aan [eiser, gedaagde in verzet] te betalen € 5.500,00, te vermeerderen met een bedrag van € 250,00 per dag vanaf 9 november 2021 tot aan het wijzen van dit vonnis en van € 250,00 per dag vanaf de dag na het wijzen van dit vonnis tot de dag van de ontruiming maar dit laatste met een maximum van € 3.500,00,

4.6.

veroordeelt [gedaagde, eiseres in verzet sub 1] om aan [eiser, gedaagde in verzet] te betalen € 833,37, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 november 2021 tot aan de dag der algehele voldoening,

4.7.

veroordeelt [gedaagde, eiseres in verzet sub 1] in de kosten van deze procedure aan de zijde van [eiser, gedaagde in verzet] tot op heden begroot op € 1.380,25, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het te wijzen vonnis, en voor het geval voldoening niet binnen die termijn plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van de vijftiende dag na die betekening tot de dag van volledige voldoening,

4.8.

veroordeelt [gedaagde, eiseres in verzet sub 1] , onder de voorwaarde dat zij niet binnen twee weken na aanschrijving door [eiser, gedaagde in verzet] volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 124,00 aan salaris gemachtigde, te vermeerderen, indien vervolgens betekening van dit vonnis heeft plaatsgevonden, met de kosten van die betekening,

4.9.

verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

4.10.

wijst het meer of anders gevorderde af.”

2.11.

Op 9 december 2021 heeft [eiser, gedaagde in verzet] het verstekvonnis (niet in persoon) aan Achiles en [gedaagde, eiseres in verzet sub 1] betekend (productie 8 bij verzetdagvaarding).

2.12.

Op 15 december 2021 heeft [eiser, gedaagde in verzet] executoriaal beslag gelegd op de privéwoning van [gedaagde, eiseres in verzet sub 1] en de bankrekening van [gedaagde, eiseres in verzet sub 1] voor een bedrag van € 27.640,22 (producties 9 en 10 bij verzetdagvaarding), welke beslagen op 20 december 2021 (niet in persoon) aan [gedaagde, eiseres in verzet sub 1] zijn overbetekend (producties 11 en 12 bij verzetdagvaarding).

2.13.

Op 20 december 2021 heeft [eiser, gedaagde in verzet] het gehuurde (opnieuw) verhuurd aan JesseFresh B.V. (productie 22 bij verzetdagvaarding).

2.14.

Op 22 december 2021 heeft [eiser, gedaagde in verzet] aan [gedaagde, eiseres in verzet sub 1] de ontruiming van het gehuurde tegen 6 januari 2022 om 09:00 uur aangezegd (productie 13 bij verzetdagvaarding).

2.15.

Op 23 december 2021 is [gedaagde, eiseres in verzet sub 1] teruggekeerd uit het buitenland (productie 14 bij verzetdagvaarding).

2.16.

Op 24 december 2021 heeft [gedaagde, eiseres in verzet sub 1] het verstekvonnis per email ontvangen (productie 19 bij verzetdagvaarding).

2.17.

Bij brief en per e-mail van 31 december 2021 hebben [gedaagde, eiseres in verzet sub 1] en Achiles [eiser, gedaagde in verzet] medegedeeld in verzet te zullen komen van het verstekvonnis en hem verzocht de executie van het verstekvonnis te staken totdat in de verzetprocedure is beslist (productie 15 bij verzetdagvaarding). [eiser, gedaagde in verzet] heeft per e-mail van 3 januari 2022 medegedeeld daartoe niet bereid te zijn en de ontruiming van het gehuurde op 6 januari 2022 door te zullen zetten (productie 16 bij verzetdagvaarding).

2.18.

Achiles en [gedaagde, eiseres in verzet sub 1] hebben op 4 januari 2022 een executie kort geding aanhangig gemaakt om de tenuitvoerlegging van het verstekvonnis te laten schorsen totdat in de verzetprocedure is beslist (productie 17 bij verzetdagvaarding).

2.19.

Bij vonnis van 5 januari 2022 heeft de kantonrechter onder meer de tenuitvoerlegging van het verstekvonnis geschorst en [eiser, gedaagde in verzet] bevolen de tenuitvoerlegging te schorsen en geschorst te houden totdat in de verzetprocedure is beslist op straffe van verbeurte van een dwangsom (productie 18 bij verzetdagvaarding).

3 Het geschil

3.1.

[gedaagde, eiseres in verzet sub 1] en Achiles vorderen in verzet om van de veroordeling in het verstekvonnis te worden ontheven, dat verstekvonnis te vernietigen en [eiser, gedaagde in verzet] alsnog niet-ontvankelijk te verklaren in zijn vorderingen, althans die vorderingen af te wijzen als zijnde kennelijk ongegrond en/of onbewezen, een en ander onder verwijzing van [eiser, gedaagde in verzet] in de proceskosten.

3.2.

Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover van belang, worden ingegaan.

4 De beoordeling

Tijdigheid verzet

4.1.

Vaststaat dat de betekening van het verstekvonnis van 30 november 2021 niet in persoon is geschied. Wel is gebleken van het plegen van een daad van bekendheid door [gedaagde, eiseres in verzet sub 1] en Achiles. Zij hebben immers op 24 december 2021 het verstekvonnis per e-mail ontvangen (zie 2.16.). De verzettermijn is daarmee op die datum aangevangen. Dit betekent dat [gedaagde, eiseres in verzet sub 1] en Achiles met het exploot van 13 januari 2022 tijdig verzet ex artikel 143 Rv hebben gedaan.

Ontvankelijkheid [eiser, gedaagde in verzet] in kort geding

4.2.

Het spoedeisend belang vloeit voort uit de aard van de zaak (een ten tijde van dagvaarding in de verstekprocedure oplopende huurachterstand en niet-gestarte exploitatie, en een ten tijde van de mondelinge behandeling in deze verzetprocedure wederom stilliggende exploitatie).

Wie is contractspartij?

4.3.

Tussen partijen is in geschil of [gedaagde, eiseres in verzet sub 1] hoofdelijk aan de huurovereenkomst is gebonden (standpunt [eiser, gedaagde in verzet] ) dan wel Achiles overeenkomstig het bepaalde in artikel 2:203 lid 1 BW de huurovereenkomst heeft bekrachtigd (standpunt Achiles). Naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter is sprake van dit laatste zodat Achiles met terugwerkende kracht vanaf aanvang van de huurovereenkomst als huurder dient te worden beschouwd en aansprakelijk is voor de daaruit voortvloeiende verplichtingen. Daartoe oordeelt de kantonrechter als volgt.

4.4.

De bekrachtiging kan uitdrukkelijk en/of stilzwijgend geschieden. Van een stilzwijgende bekrachtiging kan worden gesproken indien daarvan uit enig voor de wederpartij kenbare handeling of gedraging van de opgerichte vennootschap is gebleken. Zodanige handelingen ziet de kantonrechter in de door Achiles na haar oprichting en inschrijving in het handelsregister gegeven uitvoering aan de huurovereenkomst door bij de huurbetalingen, die werden gedaan vanuit de Belgische Achiles BV, te vermelden dat het de huur van Achiles Maastricht betrof en door het gehuurde te renoveren tot afhaalrestaurant en daarbij de naam “Achiles” op de gevel van het gehuurde te plaatsen. In ieder geval is naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter de huurovereenkomst uitdrukkelijk door Achiles B.V. bekrachtigd in de door haar uitgebrachte dagvaarding in kort geding van 5 januari 2022. Deze bekrachtiging heeft terugwerkende kracht zodat Achiles van aanvang van de huurovereenkomst als huurder dient te worden beschouwd en aansprakelijk is voor de daaruit voortvloeiende verplichtingen.

4.5.

Voor zover de vorderingen zijn gericht tegen [gedaagde, eiseres in verzet sub 1] liggen deze dan ook voor afwijzing gereed.

De vordering tot ontruiming

4.6.

De kantonrechter stelt voorop dat in een kort geding een voorlopige maatregel wordt gevraagd. De kantonrechter moet dus vooruitlopen op de beslissing die in de bodemprocedure naar verwachting genomen gaat worden. Verder is voor toewijzing van de vordering in dit kort geding vereist dat de feiten en omstandigheden die aan de vordering ten grondslag zijn gelegd, voldoende aannemelijk zijn. Voor nader onderzoek naar bepaalde feiten of omstandigheden of voor bewijslevering door bijvoorbeeld getuigen is in dit kort geding geen plaats. Dat moet gebeuren in een eventuele bodemprocedure.

4.7.

Verder betekent een beoordeling in een verzet dat de kantonrechter niet moet beoordelen of het verstekvonnis destijds op juiste gronden is gewezen, maar dat zij moet onderzoeken of die gronden ook thans nog de vordering kunnen dragen.

4.8.

Uit de over en weer ingenomen stellingen blijkt dat partijen van mening verschillen over de vraag of de huurachterstand van Achiles, die zij later volledig heeft ingelopen, voldoende is voor toewijzing van een vordering tot ontruiming. En verder, of Achiles heeft nagelaten de exploitatie van het gehuurde tijdig te starten en de overige verplichtingen uit de huurovereenkomst (met name het aansluiten van de nutsvoorzieningen en het afsluiten van verzekeringen) na te komen.

4.9.

Vaststaat dat op het moment van dagvaarden in kort geding de huurachterstand drie maanden bedroeg en dat een dergelijke huurachterstand naar vaste rechtspraak in beginsel voldoende is voor toewijzing van een vordering tot ontruiming. Ook is de kantonrechter voorshands van oordeel dat Achiles heeft nagelaten de exploitatie tijdig te starten. De stelling dat de verbouwing onverhoopt vertraging heeft opgelopen vanwege corona heeft zij immers niet, althans onvoldoende, onderbouwd. Te meer nu [gedaagde, eiseres in verzet sub 1] in die periode in het buitenland is verbleven en zij pas op 23 december 2021 is teruggekeerd (productie 14 bij verzetdagvaarding). Zij stelt wel dat dit kwam doordat de werkzaamheden stil lagen en dat het dus niet zo was dat de werkzaamheden stil lagen doordat zij in het buitenland zat, maar bewijs hiervoor ontbreekt.

4.10.

Anderzijds staat ook vast dat Achiles de huurachterstand inmiddels volledig heeft ingelopen. Het de vraag of de belangenafweging in het kader van de beoordeling of (nog altijd) sprake is van een zodanig ernstige tekortkoming dat daarmee de gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst (en daarmee ook de ontruiming) gerechtvaardigd is door de rechter in de bodemprocedure zal worden beslist in het voordeel van [eiser, gedaagde in verzet] of Achiles. Voor het antwoord op die vraag is onder meer van belang dat de huurachterstand niet weer opnieuw zal oplopen. Achiles stelt dat zij haar restaurant sinds medio december 2021 heeft geopend en zij op eigen kracht meer dan voldoende inkomsten genereert om de huurpenningen tijdig te kunnen voldoen. [eiser, gedaagde in verzet] trekt die stelling in twijfel. Bewijs welke standpunt juist is ontbreekt. Hierbij komt dat op dit moment nog onzeker of aan Achiles de vereiste exploitatievergunning verleend zal worden. Volgens Achiles is verlening van de exploitatieovereenkomst op korte termijn een gegeven, maar [eiser, gedaagde in verzet] betwist dit en bewijs voor beide standpunten ontbreekt. Uit productie 34 van Achiles volgt weliswaar dat Achiles in januari 2022 een exploitatievergunning bij de gemeente heeft aangevraagd, maar niet duidelijk is om welke reden de (pas!) in december 2021 door Achiles gevraagde vergunning – voor zover zij die aanvraag ook daadwerkelijk heeft gedaan (de standpunten daarover lopen immers uiteen en bewijs van die aanvraag is niet ingebracht) – niet is verleend en dat Achiles daar geen verwijt van gemaakt kan worden. Vast staat dat Achiles de exploitatie thans heeft moeten staken – al dan niet op uitdrukkelijke last van de gemeente Maastricht – wat ook weer financiële gevolgen zal hebben. Dat de bestellingen en de betaling van de huur nu tijdelijk via het Belgische filiaal verlopen, maakt dat niet anders. De continuïteit van de onderneming is op dit moment onzeker. De verwijzing door Achiles naar artikel 15.2.2 van de huurovereenkomst op grond waarvan het niet beschikken over een exploitatievergunning geen grond oplevert voor ontbinding van de huurovereenkomst, kan Achiles niet baten. Niet alleen is die bepaling geschreven ten behoeve van de verhuurder (een huurder kan niet zomaar van een huurovereenkomst af wegens het niet verkrijgen van een exploitatievergunning; dit behoort tot de risicosfeer van de huurder), maar los daarvan kan Achiles haar afhaalrestaurant gewoonweg niet exploiteren zonder vergunning waardoor nakoming in de toekomst van de op grond van de huurovereenkomst geldende verplichtingen voor Achiles in gevaar komt.

4.11.

Verder kan op dit moment niet met voldoende zekerheid vastgesteld worden in hoeverre Achiles heeft nagelaten aan de overige verplichtingen uit de huurovereenkomst te voldoen – de standpunten van partijen komen niet overeen en bewijs om te kunnen vaststellen welk standpunt correct is ontbreekt – en dat dit in het kader van de belangenafweging in haar nadeel behoort uit te vallen. Achiles stelt een contract voor nutsvoorzieningen te hebben afgesloten, maar legt alleen een factuur van september 2021 en een print screen van de online portal van haar leverancier over 7 januari 2022 tot en met 19 april 2022 over. De vereiste verzekeringen zijn (pas) in februari 2022 door Achiles aangevraagd zodat zij daarvan geen polissen heeft over kunnen leggen en verder is niet gebleken dat zij beschikt over het op grond van artikel 13 sub e van de huurovereenkomst vereiste NTA8220 elektra certificaat in de opstalverzekering. Wel staat met de vervanging van het afzuigsysteem vast dat deze (voorlopig) voldoende gereinigd is.

4.12.

Het voorgaande houdt in dat nader onderzoek geïndiceerd is. Zoals hiervoor al is weergegeven kan een dergelijk onderzoek niet in kort geding plaatsvinden. Hiervoor is de bodemprocedure aangewezen. In deze kort geding procedure kan daarom niet geoordeeld worden dat de vorderingen van [eiser, gedaagde in verzet] in een bodemprocedure met grote mate van zekerheid zullen worden toegewezen. Het verstekvonnis kan daarom niet in stand blijven zodat dit wordt vernietigd.

De geldvorderingen als nevenvorderingen

4.13.

Het voorgaande brengt ook met zich dat de kantonrechter aan een beoordeling van de door [eiser, gedaagde in verzet] ingestelde geldvorderingen niet meer toekomt wegens het ontbreken van een spoedeisend belang. Ook in het kader van de proceseconomie is het thans niet nodig daarover nu al een oordeel te geven.

4.14.

[eiser, gedaagde in verzet] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van de verzetprocedure worden veroordeeld, aan de zijde van [gedaagde, eiseres in verzet sub 1] en Achiles gevallen en tot vandaag begroot op € 747,00 aan salaris gemachtigde. De kosten voor het uitbrengen van de verzetdagvaarding zullen op grond van het bepaalde in artikel 141 Rv voor rekening van [gedaagde, eiseres in verzet sub 1] en Achiles komen, omdat deze kosten een gevolg zijn van het feit dat zij in eerste instantie niet zijn verschenen terwijl de dagvaarding niet nietig was.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

vernietigt het door de Rechtbank Limburg, locatie Maastricht, gewezen verstekvonnis van 30 november 2021 onder zaaknummer 9528196 CV EXPL 21-5200 en opnieuw beslissend,

5.2.

wijst het gevorderde af,

5.3.

veroordeelt [eiser, gedaagde in verzet] in de kosten van de verzetprocedure aan de zijde van [gedaagde, eiseres in verzet sub 1] en Achiles tot op heden begroot op € 747,00,

5.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.M. Drenth en in het openbaar uitgesproken.

RJ