Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2022:1360

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
23-02-2022
Datum publicatie
23-02-2022
Zaaknummer
03/165549-21
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 36 maanden waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren voor het verkrachten van een jonge studente in haar kamer in Maastricht

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2022-0176
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer : 03/165549-21

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 23 februari 2022

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2000,

wonende te [adres 1] ,

gedetineerd in P.I. te Sittard.

De verdachte wordt bijgestaan door mr. B.M.R. te Baerts, advocaat, kantoorhoudende te Maastricht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 9 februari 2022. De verdachte is ter terechtzitting verschenen, bijgestaan door de raadsvrouw. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

Tevens is ter terechtzitting verschenen mr. R. Odink, advocaat, kantoorhoudende te Maastricht, door de benadeelde en slachtoffer [slachtoffer] gemachtigd om haar ter terechtzitting te vertegenwoordigen.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

1. [slachtoffer] heeft verkracht;

2.heeft geprobeerd in een woning een diefstal te plegen ten nadele van [slachtoffer] .

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het onder 1. aan de verdachte tenlastegelegde bewezen, gelet op de verklaring van aangeefster, de verklaring van de verdachte ter terechtzitting, het resultaat van het DNA-onderzoek en de letselbeschrijving. Gezien de verdachte vrijwillig is teruggetreden, vordert de officier van justitie om de verdachte ten aanzien van het onder 2. aan hem tenlastegelegde te ontslaan van alle rechtsvervolging.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich, voor wat betreft de bewezenverklaring, grotendeels gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De raadsvrouw heeft erop gewezen dat de verdachte heeft ontkend dat hij het slachtoffer vaginaal en anaal heeft gepenetreerd. Dat dit zou zijn gebeurd is ook niet gebleken uit de resultaten van het forensisch onderzoek. De verdediging sluit zich ten aanzien van het onder 2. aan de verdachte tenlastegelegde aan bij het standpunt van de officier van justitie.

3.3

Het oordeel van de rechtbank 1

Het onder 1. tenlastegelegde

Bewijsmiddelen

Op 26 februari 2020 tussen 5:30 en 6:00 uur werd het slachtoffer [slachtoffer] wakker. Zij bevond zich op dat moment in de door haar bewoonde kamer, die is gelegen op de begane grond in de woning, gelegen aan de [adres 2] . Ze zag een man op de vensterbank van haar raam staan. Hij zei dat hij geld kwam stelen. Vervolgens heeft hij het raam vanuit de binnenzijde dicht gedaan. Zij wilde haar telefoon pakken, maar hij was sneller en legde deze weg, buiten haar bereik. Hij kwam vervolgens langzaam naar haar toe gelopen en ging bij haar op het bed zitten. Hij begon haar te kussen, maar dat wilde zij niet. Hij heeft haar toen stevig vastgepakt, hetgeen haar pijn deed. Tijdens het kussen, ging hij op haar liggen. Ze draaide haar hoofd weg, maar hij zei dat ze hem moest kussen en dat hij daarna weg zou gaan. Vervolgens heeft hij haar aan haar haren getrokken en bij haar nek vastgehouden.

Hij heeft de door haar gedragen nachtkleding uitgedaan en vervolgens is hij met zijn tong ongeveer één minuut in haar vagina geweest. Hij heeft haar bij haar nek vastgepakt toen zij zich niet gewillig opstelde.

Als zij te luid werd, pakte hij haar bij haar hals vast en zei hij tegen haar dat ze moest kiezen of ze hem zou pijpen of dat hij haar vagina met zijn penis zou penetreren. Hij heeft haar gedwongen hem te pijpen, wat zij vervolgens deed. Daarna heeft hij een condoom om zijn penis gedaan, waarna hij zijn penis in haar vagina duwde. Hij duwde haar benen uit elkaar. Steeds als zij zich verweerde, drukte hij zijn hand tegen haar mond en op haar hals. Toen het hem niet goed lukte om een erectie te krijgen en met zijn penis in haar vagina binnen te dringen, moest zij hem nogmaals pijpen, nadat het condoom was verwijderd. Vervolgens heeft hij het condoom weer om gedaan en heeft hij nogmaals geprobeerd om haar vagina met zijn penis te penetreren. Toen hij met zijn penis niet in haar vagina kwam heeft hij haar, zo meent het slachtoffer, ook anaal proberen te penetreren. Daarna heeft hij nogmaals het condoom afgedaan, waarna zij hem weer moest pijpen. Ze had overal pijn.

Hij heeft haar gezegd dat hij een wapen had, dat hij [verdachte] heet en dat hij haar af zou maken als zij de politie zou bellen. Hij had haar ook enkele keren bij haar hals vast gepakt en haar keel dicht geknepen. Hij rook naar alcohol.

Verder vertelde zij dat zij nog maagd was en dat zij, toen hij weg was, om 7:00 uur direct haar zus had gebeld en haar verteld had wat was gebeurd.2

Een forensisch arts heeft het slachtoffer onderzocht en heeft geconstateerd dat er huidafwijkingen zichtbaar waren aan de rechter schaamlip en op het gebied tussen de anus en de vagina. Verder was er een bloeduitstorting te zien op het maagdenvlies. Deze letsels kunnen passen bij stomp, botsend en/of penetrerende krachtsinwerkingen.3

Bij de bemonstering van de anus, de binnenste schaamlippen en diep in de vagina van het slachtoffer zijn biologische sporen aangetroffen. Uit deze sporen zijn monsters genomen en daarvan zijn DNA-profielen verkregen. Van het DNA in deze bemonsteringen, dat van een man afkomstig bleek te zijn, is een profiel verkregen dat overeenkomt met het DNA-profiel van de verdachte. Dit betekent dat zich in deze bemonsteringen DNA bevindt dat afkomstig kan zijn van de verdachte of van een in de mannelijke lijn aan hem verwante man.

Het NFI komt tot de volgende conclusie:

Het is zeer veel waarschijnlijker dat het mannelijk DNA in bemonsteringen afkomstig is van de verdachte, of een in de mannelijke lijn aan hem verwante man (hypothese 1), dan dat het mannelijk DNA in bemonsteringen niet afkomstig is van de verdachte, maar van een willekeurig gekozen, niet in de mannelijke lijn aan hem verwante, man (hypothese 2).4

Het condoom dat de verdachte heeft gebruikt is eveneens onderzocht. Uit vergelijkend onderzoek is gebleken dat op de binnenzijde en op de buitenzijde van het condoom sporen bevattende DNA zijn aangetroffen, die van het slachtoffer en van de verdachte kunnen zijn.5

Bewijsoverweging

De rechtbank is van oordeel dat het relaas door het slachtoffer consistent is en dat de mate van gedetailleerdheid overtuigt. Het slachtoffer heeft, na het incident, direct hevig geëmotioneerd haar zus gebeld en verteld wat haar was overkomen. Vervolgens heeft zij hetzelfde relaas tegen haar andere zus en haar moeder gedaan. De politie die ter plaatse komt treft een hevig geëmotioneerd slachtoffer aan. Hetgeen zij vervolgens in een informatief gesprek en vervolgens in haar aangifte heeft verklaard, stemt overeen met hetgeen zij in eerste instantie aan de leden van haar familie heeft verteld.

Bovendien vindt hetgeen het slachtoffer verklaart over het door de verdachte op verschillende manieren en op verschillende plaatsen binnendringen van haar lichaam steun in de uitslagen van het DNA-onderzoek. Daarom is de rechtbank van oordeel dat de verklaring van het slachtoffer als betrouwbaar kan worden aangemerkt en gaat de rechtbank uit van de lezing van het slachtoffer en niet van de lezing van de verdachte, die op enkele, maar strafrechtelijk zeer essentiële punten afwijkt en een ontkenning inhoudt.

Op grond van de hiervoor gerelateerde inhoud van de bewijsmiddelen, acht de rechtbank bewezen dat de inbraak door de verdachte in de woning van [slachtoffer] aanvankelijk tevens was gericht op het plegen van een diefstal van geld in die woning.

3.4

De bewezenverklaring

Gelet op de inhoud van de hiervoor opgenomen bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat is bewezen dat de verdachte het aan hem onder 1. en onder 2. ten laste gelegde heeft begaan:

1.

op 26 februari 2020 in de gemeente Maastricht, meermalen, door geweld en bedreiging met geweld, te weten:

- in de vroege ochtend ontgrendelen (van een kettinkje) van een slot van een raam van de woning van een persoon genaamd [slachtoffer] en vervolgens via dat geopende raam binnendringen en/of binnenklimmen van de woning van die [slachtoffer] (terwijl zijn, verdachte, gezicht gedeeltelijk bedekt was met een sjaal/doek),

- toen die [slachtoffer] aan hem, verdachte, vroeg of hij weg wilde gaan omdat zij angst had, tegen die [slachtoffer] zeggen dat zij rustig moest blijven, dat hij wel weg zou gaan, dat zij niet de politie moest bellen, dat hij een wapen had en dat hij haar af zou maken als zij de politie zou bellen,

- toen die [slachtoffer] haar telefoon wilde pakken, wegpakken van de telefoon van die [slachtoffer] en vervolgens brengen van die telefoon buiten het bereik van die [slachtoffer] ,

- sluiten van een raam van de woning van die [slachtoffer] ,

- bij die [slachtoffer] op het bed gaan en blijven zitten,

- ( stevig) vastpakken en vasthouden van die [slachtoffer] ,

- tegen die [slachtoffer] zeggen dat zij hem, verdachte, moest kussen en dat hij daarna weg zou gaan,

- op die [slachtoffer] gaan en blijven liggen,

- ( telkens als die [slachtoffer] niet meedeed of niet meewerkte of zich verweerde) trekken aan de haren van die [slachtoffer] en (met kracht en/of stevig) vastpakken van de nek/hals van die [slachtoffer] ,

- tegen die [slachtoffer] zeggen dat zij hem een blowjob moest geven en dat hij, verdachte, dan zou gaan en haar met rust zou laten,

- telkens als die [slachtoffer] het niet goed deed met zijn, verdachtes, hand vastpakken en vasthouden van en duwen op de hals/keel van die [slachtoffer] ,

- uittrekken van de broek en de onderbroek van die [slachtoffer] ,

- telkens als [slachtoffer] zich verweerde, met zijn, verdachtes, hand duwen op de hals/keel van die [slachtoffer] ,

- uit elkaar trekken van de benen van die [slachtoffer] en naar de bedrand trekken van die [slachtoffer] ,

- op die [slachtoffer] gaan en blijven liggen en

- toen die [slachtoffer] luider werd, geluid maakte en begon te huilen, duwen van zijn, verdachtes, hand op de hals/keel en over de mond van die [slachtoffer] ,

die [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] ;

2.

op 26 februari 2020 in de gemeente Maastricht, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om uit een woning gelegen aan de [adres 2] geld dat toebehoorde aan [slachtoffer] weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen door middel van inklimming,

- ( een kettinkje van) een slot van een raam van de woning van die [slachtoffer] heeft ontgrendeld en geopend, (vervolgens)

- dat raam (verder) heeft geopend,

- ( via het geopende raam) de woning van die [slachtoffer] binnen is geklommen en

- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd dat hij geld wilde stelen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen onder 1. of onder 2. meer of anders aan de verdachte is ten laste gelegd. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Feit 1

Het onder 1. bewezenverklaarde levert op het volgende strafbare feit:

verkrachting.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Feit 2: vrijwillige terugtred

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte een poging tot inbraak heeft gepleegd door de woning van het slachtoffer [slachtoffer] binnen te dringen en tegen [slachtoffer] te zeggen dat hij geld kwam stelen.

De verdachte heeft, volgens het slachtoffer, tegen haar gezegd dat hij geld wilde stelen. De verdachte is wellicht met dit voornemen de woning van het slachtoffer binnengegaan. Echter, eenmaal in de woning, heeft hij op geen enkele wijze geprobeerd goederen weg te nemen. Vervolgens heeft hij haar verkracht en is hij weer vertrokken, zonder goederen of geld mee te nemen.

De verdachte is weliswaar de woning van het slachtoffer binnengetreden door het kettinkje van het slot te halen, maar eenmaal in de woning heeft er zich niets voorgedaan dat duidt op het wegnemen van goederen. Hij heeft daarmee afgezien van zijn, vermoedelijke, eerste intentie.

Op grond van deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat de oorzaak van het niet voltooien van deze inbraak is gelegen in van de wil van de verdachte afhankelijke factoren. Ten tijde van het verblijf in de kamer van het slachtoffer heeft hij geen enkele poging ondernomen om iets weg te nemen. Daarmee acht de rechtbank voldoende aannemelijk geworden dat het misdrijf niet is voltooid als gevolg van het vrijwillig terugtreden van de verdachte.

Het beroep op vrijwillige terugtred slaagt daarmee. Dit betekent dat het bewezen verklaarde feit niet kan worden gekwalificeerd en dat de verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De straf

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht om bij de bepaling van de straf rekening te houden met de spijtbetuiging door de verdachte, zijn blanco strafblad, het strafadvies van de reclassering en de LOVS-oriëntatiepunten.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Ernst van het feit

De verdachte heeft midden in de nacht het raam van de studentenkamer van een jonge studente op de begane grond in het centrum van Maastricht geforceerd. Hij is haar kamer binnengedrongen terwijl zij lag te slapen en heeft haar daar lange tijd meermalen en op verschillende manieren, met geweld en onder bedreiging, verkracht. Als zij zich verzette heeft hij haar hard vastgepakt aan haar nek, haren en keel waardoor zij moeilijk kon ademen. Als zij geluid maakte en begon te huilen heeft hij zijn hand op haar mond gelegd. Hij heeft gezegd dat zij rustig moest blijven en dat hij haar zou “afmaken” als zij de politie zou bellen. Het slachtoffer heeft zich vernederende, respectloze en zeer pijnlijke handelingen moeten laten welgevallen. Verdachte heeft daarmee op zeer grove wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke en psychische integriteit van het slachtoffer. Dit wordt nog versterkt, doordat de verkrachting in de eigen studentenkamer van het slachtoffer heeft plaatsgevonden waar zij zich juist veilig achtte. Verdachte heeft hierbij kennelijk enkel rekening gehouden met zijn eigen behoeftebevrediging en geen acht geslagen op de angst en pijn van het slachtoffer, dat haar eerste seksuele ervaring had, noch met de verstrekkende gevolgen voor haar.

Te verwachten valt dat het slachtoffer nog geruime tijd met de nadelige gevolgen van deze ernstige traumatiserende gebeurtenis zal worden geconfronteerd, zoals ook blijkt uit haar schriftelijke slachtofferverklaring. Zij kampt nog steeds met angsten, slaap- en concentratieproblemen en herbelevingen. Ook voor haar studie heeft dit grote gevolgen gehad. Zij heeft haar opleiding in Maastricht niet kunnen voltooien en is noodgedwongen weer bij haar ouders gaan wonen, omdat zij niet meer alleen durfde te zijn. Zij heeft daardoor een studievertraging opgelopen. Bovendien heeft deze verkrachtingszaak grote onrust en een groot gevoel van onveiligheid veroorzaakt in de omgeving en onder de in Maastricht studerende jongeren.

Persoonlijke omstandigheden

De verdachte was ten tijde van het plegen van het delict 19 jaar oud en had een blanco strafblad. Ter terechtzitting heeft hij berouw getoond en zijn excuses aangeboden aan het slachtoffer, hetgeen op de rechtbank oprecht overkwam. Hij heeft in een eerder stadium zijn excuses willen aanbieden aan het slachtoffer, maar het slachtoffer heeft dit aanbod afgeslagen.

Reclasseringsadvies

De reclassering heeft een onderzoek ingesteld naar de verdachte en daarvan op 1 februari 2022 gerapporteerd.

De verdachte heeft verklaard dat hij het strafbare feit heeft gepleegd terwijl hij verkeerde onder invloed van alcohol en softdrugs. Hij was hierdoor dermate ontremd, dat hij niet meer wist wat hij deed. Van een verslaving aan alcohol of drugs lijkt geen sprake te zijn. Tevens kampt hij met psychische problemen als gevolg van het door hem gepleegde strafbare feit. De reclassering adviseert daarom aan de verdachte een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met daaraan verbonden een meldplicht, een verplichting tot het ondergaan van een ambulante behandeling, een verbod op het gebruik van drugs- en alcohol en een verbod op elk contact met het slachtoffer.

De verdachte heeft ter terechtzitting aangegeven zich te kunnen vinden in dit advies en heeft verklaard bereid te zijn zich aan deze voorwaarden te houden. Ook heeft hij aangegeven dat hij geen alcohol meer nuttigt, geen softdrugs meer gebruikt en dat hij graag hulp wil om te kunnen begrijpen hoe het zo ver met hem is kunnen komen.

Straf

Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat het een zeer ernstig misdrijf betreft, dat een gevangenisstraf van aanzienlijke duur rechtvaardigt. De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf aansluiting gezocht bij de LOVS-oriëntatiepunten ten aanzien van verkrachting. Deze oriëntatiepunten geven, in geval van een verkrachting zonder strafverzwarende omstandigheden, een gevangenisstraf aan voor de duur van 24 maanden. De rechtbank is van oordeel dat in deze zaak van vele, reeds genoemde, strafverzwarende omstandigheden is gebleken.

Daarnaast heeft de rechtbank acht geslagen op recent opgelegde straffen in - tot op zekere hoogte - soortgelijke zaken.

De rechtbank acht een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden passend.

Gelet op het advies van de reclassering en de persoon van de verdachte, is de rechtbank van oordeel dat ten aanzien van deze straf moet worden bepaald dat een gedeelte voor de duur van 12 maanden voorwaardelijk niet ten uitvoer gelegd zal worden. De rechtbank beoogt daarmee te voorkomen dat de verdachte zich opnieuw schuldig zal maken aan een strafbaar feit. Tevens bieden de bijzondere voorwaarden de verdachte een houvast om met behulp van begeleiding en behandeling het rechte pad, dat hij nu bewandelt en tot dat hij het strafbare feit kennelijk ook bewandelde, te blijven volgen.

Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet of tot het moment dat de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling aan de orde is, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering.

7 De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

7.1

De vordering van de benadeelde partij

De benadeelde [slachtoffer] heeft zich door het stellen van een vordering tot een vergoeding van haar schade tot een bedrag van € 60.296,50 vermeerderd met de wettelijke rente, waaronder € 15.000 immateriële schade, civiele partij gesteld in het strafgeding.

7.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van [slachtoffer] met oplegging van de zogenoemde schadevergoedingsmaatregel voor het volledige bedrag van de aan [slachtoffer] toe te wijzen vergoeding van haar schade.

7.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw refereert zich aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van de gevorderde vergoedingen voor de reiskosten en voor de kosten voor de vervanging van het matras. Ten aanzien van de gevorderde vergoedingen voor immateriële schade en voor de studievertraging heeft de raadsvrouw geconcludeerd dat de begroting daarvan te hoog is en verzocht deze bedragen te matigen.

7.4

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht de verdachte schuldig aan de verkrachting van het slachtoffer [slachtoffer] . Hieruit volgt dat hij onrechtmatig heeft gehandeld ten opzichte van het slachtoffer en dat hij verplicht is de schade die het rechtstreeks gevolg is van zijn handelen te vergoeden.

Materiële schade

Nu de verdediging de posten ‘reiskosten’ en ‘matras’ niet heeft betwist, zal de rechtbank deze posten geheel toewijzen.

Studievertraging

Namens het slachtoffer heeft mr. Odink betoogd dat zij als gevolg van het strafbare feit een studievertraging van 2 jaren heeft opgelopen. Mr. Odink heeft verwezen naar de Richtlijn Studievertraging van de Letselschaderaad. Naar het oordeel van mr. Odink moet de schade door de studievertraging worden begroot op tweemaal het normbedrag ad € 22.475.

De rechtbank is van oordeel dat de studievertraging gedurende het eerste jaar voldoende is onderbouwd en dat de gevorderde vergoeding van de daardoor door [slachtoffer] opgelopen schade redelijk is begroot en dat het billijk is deze vordering in zoverre aan haar toe te wijzen. Het slachtoffer was studente, is na het feit bij haar ouders gaan wonen, en was niet in staat om een studie te volgen of te gaan werken. Zij heeft dientengevolge geen inkomsten genoten in dat jaar. De rechtbank zal dan ook de schade als gevolg van de studievertraging toewijzen tot een bedrag van € 22.475.

Ten aanzien van het tweede jaar van de studievertraging is de rechtbank van oordeel dat vooralsnog niet voldoende is onderbouwd dat de schade door dat tweede jaar vertraging van de studie het rechtstreeks gevolg is van het strafbare feit. Om de benadeelde partij alsnog in de gelegenheid te stellen deze studievertraging van 2 jaar nader te onderbouwen, zou het onderzoek ter terechtzitting moeten worden geschorst, hetgeen een onevenredige belasting van het strafproces zal opleveren. De rechtbank zal de benadeelde partij ten aanzien van het méér gevorderde daarom niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering.

Immateriële schade

De rechtbank stelt voorop dat als schade, die het gevolg is van een onrechtmatige daad, een nadeel omvat dat niet uit vermogensschade bestaat, de benadeelde op grond van artikel 6:106, lid 1, aanhef en onder b van het Burgerlijk Wetboek recht heeft op een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding. Dat kan als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, in zijn eer of goede naam is geschaad of op een andere wijze in zijn persoon is aangetast. Het slachtoffer in deze zaak heeft naast lichamelijk letsel, ook psychisch letsel opgelopen als gevolg van de verkrachting. Dit blijkt genoegzaam uit het schrijven van de psycholoog, met wie zij in de periode van 11 maart 2020 tot en met 10 augustus 2021 regelmatig gesprekken heeft gehad en uit de schriftelijke slachtofferverklaring.

Gelet op de bedragen die in soortgelijke zaken worden toegewezen, zal de rechtbank het gevorderde bedrag van € 15.000,- geheel toewijzen.

Het totaal toe te wijzen bedrag, € 37.821,50, zal worden vermeerderd met de wettelijke rente en de rechtbank zal eveneens de vordering van de officier van justitie tot het opleggen aan de verdachte van de schadevergoedingsmaatregel toewijzen, opdat aan [slachtoffer] de belasting van het innen van het als vergoeding van haar schade aan haar toe te wijzen bedrag zal worden bespaard en zij bovendien eventueel in aanmerking komt om een voorschot te ontvangen ten laste van de staat.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f en 242 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

Ontslag van alle rechtsvervolging

- ontslaat de verdachte van alle rechtsvervolging ten aanzien van het aan hem onder 2. tenlastegelegde;

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het onder 1. aan de verdachte tenlastegelegde bewezen, zoals dat hierboven onder 3.4 is omschreven;

  • -

    spreekt de verdachte vrij van wat aan hem onder 1. meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert, zoals dat hierboven onder 4 is omschreven;

  • -

    verklaart de verdachte daardoor strafbaar;

Straf

  • -

    veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden;

  • -

    beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

  • -

    bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte voor de duur van 12 maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de veroordeelde voor het einde van een proeftijd van 3 jaren zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

  • -

    stelt de volgende bijzondere voorwaarden, waaraan de veroordeelde gedurende de proeftijd heeft te voldoen:

  1. de veroordeelde meldt zich binnen drie werkdagen na het ingaan van de proeftijd bij GGZ Reclassering Limburg Mondriaan op het adres Meezenbroekerweg 1,6412 VK Heerlen en blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;

  2. de veroordeelde laat zich behandelen door F.P.P. De Horst of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling start zo spoedig mogelijk. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling. Bij aanleiding die zich kan voordoen, bijvoorbeeld terugval in middelengebruik, overmatig middelengebruik of ernstige zorgen over het psychiatrische toestandsbeeld ontstaat een grote kans op risicovolle situaties. Dan kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een kortdurende klinische opname voor crisisbehandeling, detoxificatie, stabilisatie, observatie of diagnostiek. Als de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende klinische opname indiceert, laat de veroordeelde zich opnemen in een zorginstelling, te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing. De kortdurende klinische opname duurt maximaal zeven weken of zoveel korter als de reclassering nodig vindt.

  3. de veroordeelde gebruikt geen drugs en werkt mee aan controle op dit verbod. De controle gebeurt met urineonderzoek. De reclassering bepaalt hoe vaak de veroordeelde wordt gecontroleerd. De veroordeelde gebruikt geen alcohol, en werkt mee aan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) om dit alcoholverbod te controleren zo lang als de reclassering noodzakelijk vindt. De reclassering bepaalt met welke controlemiddelen en hoe vaak de veroordeelde wordt gecontroleerd;

  4. e veroordeelde heeft geen contact met het slachtoffer, [slachtoffer] , zo lang de reclassering dat noodzakelijk acht;

  • -

    geeft aan GGZ Reclassering Limburg Mondriaan de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

  • -

    voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:

  1. ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

  2. medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen;

Benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel

- wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer] van een bedrag van € 37.821,50, bestaande uit € 22.821,50 materiële schade en

€ 15.000,- immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente, te berekenen over de periode vanaf 26 februari 2020 tot aan de dag der algehele voldoening;

  • -

    bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

  • -

    veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten, die ten behoeve van de tenuitvoerlegging daaronder begrepen, aan de zijde van [slachtoffer] tot op heden begroot op nihil;

  • -

    legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer] , van een bedrag van € 37.821,50, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 26 februari 2020 tot aan de dag der algehele voldoening;

  • -

    bepaalt de duur, volgens welke met toepassing van artikel 6:4:20 van het Wetboek van Strafvordering gijzeling kan worden toegepast op 224 dagen; verstaat dat de toepassing van gijzeling de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet opheft;

  • -

    de verdachte is van deze betalingsverplichting bevrijd voor zover hij aan de betalingsverplichting jegens [slachtoffer] heeft voldaan.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.E.M.W. Nuijts, voorzitter, mr. F.M. van Maanen Winters en mr. M.G.J.M. van der Staak, rechters, in tegenwoordigheid van J.G.A.M. Spijkers, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 23 februari 2022.

Buiten staat

mr. M.G.J.M. van der Staak is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

feit 1:

hij op of omstreeks 26 februari 2020 in de gemeente Maastricht, in elk geval in Nederland,

meermalen, althans eenmaal, (telkens) door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, te weten het meermalen, althans eenmaal, (telkens)

- ( in de vroege ochtend) forceren en/of ontgrendelen en/of openen (van een kettinkje) van een slot van een raam van de woning van een persoon genaamd [slachtoffer] en/of (vervolgens) (via dat geopende raam) binnendringen en/of binnenklimmen, althans zich de toegang verschaffen tot de woning van die [slachtoffer] (terwijl zijn, verdachte, gezicht gedeeltelijk bedekt was met een sjaal/doek) en/of

- toen die [slachtoffer] aan hem, verdachte, vroeg of hij weg wilde gaan omdat zij angst had, tegen die [slachtoffer] zeggen dat zij rustig moest blijven en/of dat hij wel weg zou gaan en/of dat zij niet de politie moest bellen en/of dat hij een wapen had en/of dat hij haar af zou maken als zij de politie zou bellen en/of

- toen die [slachtoffer] haar telefoon wilde pakken, (weg)pakken van de telefoon van die [slachtoffer] en/of (vervolgens) brengen en/of houden van die telefoon buiten het bereik van die [slachtoffer] en/of

- sluiten en/of dicht doen van een raam van de woning van die [slachtoffer] en/of

- bij die [slachtoffer] op het bed gaan en/of blijven zitten en/of

- ( stevig) vastpakken en/of vasthouden van die [slachtoffer] en/of

- tegen die [slachtoffer] zeggen dat zij hem, verdachte, moest kussen en dat hij daarna weg zou gaan en/of

- op die [slachtoffer] gaan en/of blijven liggen en/of

- ( telkens als die [slachtoffer] niet meedeed en/of niet meewerkte en/of zich verweerde) trekken aan de haren van die [slachtoffer] en/of (met kracht en/of stevig) vastpakken en/of vasthouden van/bij de nek/hals van die [slachtoffer] en/of

- tegen die [slachtoffer] zeggen dat zij hem een blowjob moest geven en dat hij, verdachte, dan zou gaan en haar met rust zou laten en/of

- ( telkens als die [slachtoffer] het niet goed deed) (met zijn, verdachtes, vingers en/of hand) vastpakken en/of vasthouden van/bij en/of duwen en/of drukken op de hals/keel van die [slachtoffer] en/of

- doen en/of brengen van een condoom om zijn, verdachtes, penis en/of

- tegen die [slachtoffer] zeggen dat zij zich daarover niet druk hoefde te maken, want hij had immers een condoom en/of

- naar beneden en/of uittrekken van de broek en/of de onderbroek van die [slachtoffer] en/of

- ( telkens) als die [slachtoffer] haar broek en/of onderbroek weer omhoog probeerde te trekken en/of zich verweerde, (met zijn, verdachtes, vingers en/of hand) duwen en/of drukken op de hals/keel van die [slachtoffer] en/of

- uit elkaar trekken van de benen van die [slachtoffer] en/of (schuin) op/naar de bedrand trekken van die [slachtoffer] en/of

- op/over die [slachtoffer] gaan en/of blijven liggen en/of

- ( toen die [slachtoffer] luider werd en/of geluid maakte en/of begon te huilen) brengen en/of duwen en/of drukken en/of houden van zijn, verdachtes, vingers en/of hand, op de hals/keel en/of op/over de mond van die [slachtoffer] ,

die [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] ;

feit 2:

hij op of omstreeks 26 februari 2020 in de gemeente Maastricht ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om in/uit een woning, gelegen aan de [adres 2] , (een) goed(eren) en/of geld, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n), weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen en/of geld onder zijn bereik te brengen door middel van braak, verbreking, of inklimming,

- ( een kettinkje van) een slot van een raam van de woning van die [slachtoffer] heeft geforceerd en/of ontgrendeld en/of geopend en/of (vervolgens)

- dat raam (verder) heeft geopend en/of

- ( via het geopende raam) de woning van die [slachtoffer] binnen is geklommen en/of binnen is gegaan en/of

- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd dat hij geld wilde stelen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

1 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie eenheid Limburg, proces-verbaalnummer PL2300-2020031100, gesloten d.d. 9 december 2021, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 411.

2 Het proces-verbaal informatief gesprek zeden d.d. 27 februari 2020, pagina 16 en 17 en het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] d.d. 4 maart 2020, pagina 20 tot en met 29.

3 De forensisch medische letselrapportage d.d. 13 september 2020, pagina 257 tot en met 259.

4 Het rapport biologische sporen en DNA-onderzoek d.d. 28 oktober 2021, pagina 113 tot en met 115.

5 De deskundigenrapportage d.d. 14 juli 2021, pagina 250 tot en met 252.