Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2021:9307

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
12-11-2021
Datum publicatie
14-12-2021
Zaaknummer
9452973 AZ VERZ 21-101
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ondanks waarschuwingen van de werkgever blijft werknemer op onjuiste tijdstippen inklokken. Daarnaast heeft de werknemer gratis maaltijden genuttigd in het personeelsrestaurant terwijl hij daar geen recht op had. Onder meer op deze gronden heeft de werkgever de arbeidsovereenkomst onverwijld opgezegd. Het verzoek van de werknemer om de werkgever te veroordelen tot betaling van diverse vergoedingen wordt afgewezen. De arbeidsovereenkomst is terecht onverwijld opgezegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2021-1591
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 9452973 AZ VERZ 21-101

Beschikking van 12 november 2021

in de zaak van

[verzoekende partij, verwerende partij in het tegenverzoek] ,

wonend te [woonplaats] ,

verzoekende partij, verwerende partij in het tegenverzoek,

gemachtigde mr. D.M. Gijzen

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

IKEA B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

verwerende partij, verzoekende partij in het tegenverzoek,

gemachtigde mr. E.C. Brussee.

Partijen zullen hierna [verzoekende partij, verwerende partij in het tegenverzoek] en Ikea genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het verzoekschrift met bijlagen

  • -

    het verweerschrift met bijlagen

  • -

    het tegenverzoek met bijlagen

  • -

    de mondelinge behandeling op 3 november 2021, waarbij namens Ikea een pleitnota overgelegd is.

1.2.

Ten slotte is beschikking bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

[verzoekende partij, verwerende partij in het tegenverzoek] , geboren op [geboortedatum] , is op 1 september 2016 op grond van een arbeidsovereenkomst voor 12 uur per week in dienst van Ikea getreden in de functie van [functie] .

2.2.

Op deze arbeidsovereenkomst is de IKEA-cao (hierna: de cao) van toepassing, alsmede de IKEA Group Code of Conduct van toepassing. Verder zijn de werknemers van Ikea gebonden aan de IKEA Huisregels.

2.3.

Artikel 21 onder E van de cao bepaalt dat een werknemer recht heeft op een gratis maaltijd indien deze werknemer later dan 18:00 uur is ingeroosterd en die dag minimaal zeven uur werkzaam is geweest.

2.4.

In artikel 2.1 van de Huisregels is bepaald dat iedere werknemer verplicht is bij begin en einde van de werktijd te klokken met de personeelspas.

2.5.

De Kronos klokapparaten bij Ikea zijn in 2018 zodanig verplaatst, dat deze zich zo dicht mogelijk bij de werkvloer bevinden.

2.6.

Op 5 december 2020 stond [verzoekende partij, verwerende partij in het tegenverzoek] ingeroosterd om vanaf 17:00 uur te werken. Hij klokte die dag om 16:57 uur in en is vervolgens in het personeelsrestaurant gaan eten. [verzoekende partij, verwerende partij in het tegenverzoek] verscheen daarna op 17:20 uur op de werkvloer. [verzoekende partij, verwerende partij in het tegenverzoek] heeft dit bij e-mail op diezelfde dag aan zijn leidinggevende [naam leidinggevende] gemeld.

2.7.

Op 10 december 2020 heeft [verzoekende partij, verwerende partij in het tegenverzoek] met [naam leidinggevende] gesproken. Tijdens dit gesprek heeft [naam leidinggevende] aan [verzoekende partij, verwerende partij in het tegenverzoek] een officiële waarschuwing gegeven omdat [verzoekende partij, verwerende partij in het tegenverzoek] op 5 december 2020 in strijd heeft gehandeld met zijn verplichtingen die voortvloeien uit de arbeidsovereenkomst en de huisregels. Bij brief van 10 december 2020 heeft Ikea deze waarschuwing schriftelijk bevestigd en daarbij [verzoekende partij, verwerende partij in het tegenverzoek] medegedeeld dat het verstrekkende gevolgen kan hebben voor zijn dienstbetrekking als hij de binnen Ikea geldende regels niet in acht neemt.

2.8.

Op 12 juni 2021 stond [verzoekende partij, verwerende partij in het tegenverzoek] ingeroosterd om vanaf 10:00 uur te werken. [verzoekende partij, verwerende partij in het tegenverzoek] is die dag te laat begonnen met werken en klokte toen om 10:35 uur in.

Diezelfde dag heeft [verzoekende partij, verwerende partij in het tegenverzoek] een gesprek gehad met de salesmanager [naam salesmanager] . [naam salesmanager] heeft [verzoekende partij, verwerende partij in het tegenverzoek] toen een tweede waarschuwing gegeven en hem medegedeeld dat bij een volgende overtreding van de huisregels Ikea zal overgaan tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst.

2.9.

Op zaterdag 24 juli 2021 stond [verzoekende partij, verwerende partij in het tegenverzoek] ingeroosterd van 13:15 uur tot 20:00 uur. [verzoekende partij, verwerende partij in het tegenverzoek] klokte die dag in om 12:27 uur en heeft vervolgens zonder daarvoor te betalen een maaltijd genuttigd in het personeelsrestaurant.

2.10.

Op 28 woensdag 28 juli 2021 hebben [naam commercial activity leader] (commercial activity leader) en [naam P&C manager] (P&C manager) met [verzoekende partij, verwerende partij in het tegenverzoek] gesproken over het te vroeg inklokken en eten zonder te betalen op 24 juli 2021. [verzoekende partij, verwerende partij in het tegenverzoek] heeft bij dit gesprek ook medegedeeld dat hij deze dag (28 juli 2021) om 16:30 uur heeft ingeklokt (terwijl hij stond ingeroosterd vanaf 17:00 uur) en voor het werk eerst nog wat heeft gegeten. [verzoekende partij, verwerende partij in het tegenverzoek] heeft bij dit gesprek ook gezegd dat de dames achter het buffet tegen hem gezegd hebben dat hij niet hoeft te betalen. [verzoekende partij, verwerende partij in het tegenverzoek] is aan het einde van dit gesprek geschorst.

2.11.

Bij brief van 2 augustus 2021 heeft Ikea de arbeidsovereenkomst met [verzoekende partij, verwerende partij in het tegenverzoek] met onmiddellijke ingang opgezegd op grond van een dringende reden.

2.12.

Bij brief van 23 augustus 2021 heeft de gemachtigde van [verzoekende partij, verwerende partij in het tegenverzoek] aan Ikea medegedeeld dat het ontslag op staande voet ten onrechte is gegeven. Namens [verzoekende partij, verwerende partij in het tegenverzoek] is daarbij aanspraak gemaakt op de transitievergoeding, de gefixeerde vergoeding en de billijke vergoeding.

2.13.

Bij brief van 31 augustus 2021 heeft Ikea aan [verzoekende partij, verwerende partij in het tegenverzoek] medegedeeld dat zij hem geen vergoeding zal betalen.

2.14.

Partijen hebben daarna nog verder gecorrespondeerd, maar dat heeft niet geleid tot overeenstemming.

3 Het geschil

3.1.

[verzoekende partij, verwerende partij in het tegenverzoek] verzoekt Ikea te veroordelen:

  1. tot betaling van € 1.463,73 transitievergoeding,

  2. tot betaling van € 1.698,69 gefixeerde vergoeding,

  3. tot betaling van € 70.000,00 billijke vergoeding,

  4. tot betaling van de wettelijke rente over de onderdelen 1. t/m 3.,

  5. Ikea te veroordelen deugdelijke loonspecificaties te verstrekken over het nog verschuldigde loon, op straffe van verbeurte van een dwangsom,

  6. tot betaling van de proceskosten, inclusief de nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente.

3.2.

Ikea voert verweer tegen het verzoek van [verzoekende partij, verwerende partij in het tegenverzoek] en verzoekt op haar beurt om:

  1. voor recht te verklaren dat [verzoekende partij, verwerende partij in het tegenverzoek] aan Ikea € 1.258,70 gefixeerde vergoeding verschuldigd is,

  2. [verzoekende partij, verwerende partij in het tegenverzoek] te veroordelen tot betaling van “het resterende bedrag ter hoogte van
    € 970,70, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag dat de arbeidsovereenkomst is geëindigd,

  3. [verzoekende partij, verwerende partij in het tegenverzoek] te veroordelen tot betaling van de proces- en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.3.

[verzoekende partij, verwerende partij in het tegenverzoek] voert verweer tegen het verzoek van Ikea.

4 De beoordeling

het verzoek van [verzoekende partij, verwerende partij in het tegenverzoek]

4.1.

In de brief waarin van 2 augustus 2021 deelt Ikea aan [verzoekende partij, verwerende partij in het tegenverzoek] mede dat en waarom hij op staande voet ontslagen is. De brief vermeldt diverse redenen voor het ontslag. Onder meer wordt als redenen vermeldt dat:

- [verzoekende partij, verwerende partij in het tegenverzoek] in strijd met de geldende regels en ondanks eerdere waarschuwingen te vroeg in klokt,

- [verzoekende partij, verwerende partij in het tegenverzoek] in strijd met de geldende regels maaltijden in het personeelsrestaurant heeft genuttigd zonder daarvoor te betalen.

Ikea vermeldt in de brief dat alle genoemde redenen afzonderlijk, maar in ieder geval ook gezamenlijk voldoende grond voor het ontslag vormen.

4.2.

In haar verweer tegen het verzoek van [verzoekende partij, verwerende partij in het tegenverzoek] heeft Ikea zich (hoofdzakelijk) beperkt tot de twee hiervoor in 4.1. vermelde redenen. Met Ikea is de kantonrechter van oordeel dat de onverwijlde opzegging van de arbeidsovereenkomst op deze twee gronden stand houdt. Daartoe wordt als volgt overwogen.

4.3.

[verzoekende partij, verwerende partij in het tegenverzoek] is gewaarschuwd door Ikea voor het te vroeg/onjuist inklokken. Die waarschuwing is gegeven op 10 december 2020 en zag op het feit dat [verzoekende partij, verwerende partij in het tegenverzoek] op
5 december 2020 om 16:57 uur inklokte terwijl hij pas om 17:20 daadwerkelijk begon met werken. [verzoekende partij, verwerende partij in het tegenverzoek] heeft toen zodoende in strijd met de huisregels gehandeld en is door Ikea erop gewezen dat het niet in acht nemen van deze regels verstrekkende consequenties kan hebben voor zijn dienstbetrekking. Desondanks heeft [verzoekende partij, verwerende partij in het tegenverzoek] ook daarna te vroeg ingeklokt. Dat gebeurde in ieder geval op 24 juli en 28 juli 2021.

4.4.

Partijen hebben gediscussieerd over de vraag of het te vroeg inklokken heeft geleid tot een onjuiste/te hoge loonbetaling. Niet is komen vast te staan dat dit gebeurd is. Wat Ikea [verzoekende partij, verwerende partij in het tegenverzoek] in dit verband echter ook verwijt is dat het onjuist inklokken extra administratief werk voor Ikea met zich brengt en de kans op een foute loonbetaling vergroot omdat de onjuiste kloktijden steeds gecorrigeerd moeten worden. Dit betoog is door [verzoekende partij, verwerende partij in het tegenverzoek] niet betwist, zodat dit voor juist gehouden moet worden. Ikea heeft er dus belang bij dat haar werknemers steeds klokken voor de daadwerkelijk gewerkte tijd. Zij heeft binnen haar onderneming de werknemers door middel van de huisregels kenbaar gemaakt dat zij in- en uit moeten klokken conform de daadwerkelijk gewerkte tijden. [verzoekende partij, verwerende partij in het tegenverzoek] kent die huisregels ook. [verzoekende partij, verwerende partij in het tegenverzoek] heeft zich desondanks, zelfs na een waarschuwing waarbij hij gewezen is op verstrekkende consequenties voor zijn dienstverband en de tweede waarschuwing waarbij hem mondeling is medegedeeld dat bij een volgende overtreding van de huisregels de arbeidsovereenkomst beëindigd zal worden, daar niet aan gehouden. [verzoekende partij, verwerende partij in het tegenverzoek] verweer dat hij de tweede waarschuwing van 12 juni 2021 eerst op 28 juli 2021 op schrift heeft ontvangen, kan in dit verband verder onbesproken blijven. Vast staat immers dat Ikea hem op 12 juni 2021 mondeling er op heeft gewezen dat bij een volgende overtreding de arbeidsovereenkomst beëindigd zal worden. Bovendien was [verzoekende partij, verwerende partij in het tegenverzoek] ook zonder die tweede waarschuwing een voldoende gewaarschuwd man. De kantonrechter komt op grond van deze overwegingen tot de conclusie dat het meermaals te vroeg inklokken een dringende reden voor onverwijlde opzegging van de arbeidsovereenkomst oplevert.

4.5.

Het te vroege inklokken van [verzoekende partij, verwerende partij in het tegenverzoek] lijkt verband te houden met het feit dat hij dan eerst, na het inklokken en voordat hij daadwerkelijk zijn werkzaamheden begint, gaat eten in het personeelsrestaurant. Het vóór werktijd eten in het personeelsrestaurant wordt hem op zichzelf genomen niet verweten door Ikea. Wel verwijt zij het hem dat hij telkens (in ieder geval op 24 en 28 juli 2021) gratis maaltijden nuttigt terwijl [verzoekende partij, verwerende partij in het tegenverzoek] daar krachtens de cao geen recht op heeft. Dit verwijt is terecht. [verzoekende partij, verwerende partij in het tegenverzoek] verweer dat het hem door de werknemers van het personeelsrestaurant werd toegestaan om gratis te eten, kan hem niet baten. Ikea wijst er namelijk terecht op dat deze medewerkers niet kunnen weten of [verzoekende partij, verwerende partij in het tegenverzoek] recht heeft op een gratis maaltijd. [verzoekende partij, verwerende partij in het tegenverzoek] stelt verder dat binnen Ikea zich niemand houdt aan de regel dat alleen gratis gegeten mag worden als wordt voldaan aan de voorwaarden die staan vermeld in de huisregels en de cao. Volgens [verzoekende partij, verwerende partij in het tegenverzoek] is dit binnen Ikea algemeen bekend. Dit kan hem evenmin baten. Ikea heeft dat namelijk gemotiveerd betwist en [verzoekende partij, verwerende partij in het tegenverzoek] heeft de juistheid van zijn stelling niet in voldoende mate aannemelijk weten te maken. De kantonrechter is op grond van deze overwegingen van oordeel dat het meermaals in strijd met de huisregels nuttigen van een gratis maaltijd eveneens een dringende reden oplevert.

4.6.

Uit voorgaande overwegingen volgt dat het ontslag op staande voet terecht gegeven is. Hieruit volgt dat [verzoekende partij, verwerende partij in het tegenverzoek] geen recht heeft op de door hem verzochte gefixeerde vergoeding en billijke vergoeding. Het verzoek van [verzoekende partij, verwerende partij in het tegenverzoek] om Ikea tot betaling van die vergoedingen te veroordelen zal dus worden afgewezen. Zijn verzoek om Ikea te veroordelen tot betaling van de transitievergoeding zal eveneens worden afgewezen en wel op grond van art. 7:673 lid 7 aanhef en onder c BW. De arbeidsovereenkomst is immers geëindigd als gevolg van ernstig verwijtbaar handelen van [verzoekende partij, verwerende partij in het tegenverzoek] .

4.7.

Het verzoek om Ikea te veroordelen deugdelijke loonspecificaties over te leggen, zal eveneens afgewezen worden. Allereerst moet worden vastgesteld dat [verzoekende partij, verwerende partij in het tegenverzoek] niet specificeert op welke periode die loonspecificaties betrekking zouden moeten hebben. Voor zover hij hiermee heeft gedoeld op specificaties van de verzochte vergoedingen, dan is het verzoek niet toewijsbaar want Ikea hoeft op grond van hetgeen hiervoor is geoordeeld geen vergoedingen aan hem te betalen. Wellicht heeft [verzoekende partij, verwerende partij in het tegenverzoek] (ook) bedoeld dat Ikea hem een eindafrekening dient te verstrekken. Ook in dat geval is zijn verzoek niet toewijsbaar want Ikea heeft hem reeds een eindafrekening verstrekt (productie 3 bij het tegenverzoek van Ikea).

het verzoek van Ikea

4.8.

[verzoekende partij, verwerende partij in het tegenverzoek] heeft aan Ikea door opzet of schuld een dringende reden gegeven om de arbeidsovereenkomst onverwijld op te zeggen. Ikea heeft daarom recht op een gefixeerde vergoeding. Dit staat in art. 7:677 lid 2 BW. In lid 3 van dat artikel staat dat die vergoeding gelijk is aan het in geld vastgestelde loon over de termijn dat de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging had behoren voort te duren. Ikea heeft overeenkomstig die bepaling de gefixeerde vergoeding berekend op € 1.258,70. De verzochte verklaring voor recht zal dus worden toegewezen.

4.9.

Vast staat dat Ikea een deel van de gefixeerde vergoeding heeft verrekend, namelijk met de pro rata dertiende maand, de vakantiebijslag en de niet opgenomen verlofuren waar [verzoekende partij, verwerende partij in het tegenverzoek] nog recht op had. [verzoekende partij, verwerende partij in het tegenverzoek] zal worden veroordeeld tot betaling van het na deze verrekening nog verschuldigde resterende bedrag van € 970,70. De wettelijke rente over dit bedrag zal op grond van art. 7:686a lid 1 BW worden toegewezen vanaf 2 augustus 2021 tot de dag van betaling.

de proceskosten en de nakosten

4.10.

Als de in het ongelijk gestelde partij zal [verzoekende partij, verwerende partij in het tegenverzoek] worden veroordeeld tot betaling van de kosten van dit geding, aan de zijde van Ikea tot op heden begroot op € 747,00 salaris gemachtigde. De wettelijke rente over dit bedrag zal worden toegewezen met ingang van de vijftiende dag na vandaag tot de dag van betaling.

4.11.

De nakosten zullen worden toegewezen op de wijze als in de navolgende beslissing is bepaald.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

wijst het verzoek van [verzoekende partij, verwerende partij in het tegenverzoek] af,

5.2.

verklaart voor recht dat [verzoekende partij, verwerende partij in het tegenverzoek] aan Ikea een gefixeerde vergoeding van
€ 1.258,70 verschuldigd is,

5.3.

veroordeelt [verzoekende partij, verwerende partij in het tegenverzoek] tot betaling aan Ikea van € 970,70, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 augustus 2021 tot de dag van betaling,

5.4.

veroordeelt [verzoekende partij, verwerende partij in het tegenverzoek] tot betaling van de kosten van dit geding, aan de zijde van Ikea tot op heden begroot op € 747,00, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van de vijftiende dag na vandaag tot de dag van betaling,

5.5.

veroordeelt [verzoekende partij, verwerende partij in het tegenverzoek] , onder de voorwaarde dat hij niet binnen twee weken na aanschrijving door Ikea volledig aan deze beschikking voldoet, in de na deze beschikking ontstane kosten, begroot op:
- € 124,00 aan salaris gemachtigde, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na aanschrijving tot de dag der voldoening,
- te vermeerderen, indien betekening van deze beschikking heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na betekening tot de dag der voldoening.

Deze beschikking is gegeven door mr. R.H.J. Otto en is in het openbaar uitgesproken.

Type: RW