Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2021:7647

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
13-10-2021
Datum publicatie
20-10-2021
Zaaknummer
C/03/274412 / HA ZA 20-97
Rechtsgebieden
Ondernemingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Aandeelhoudersgeschil, waarin onder meer verklaringen voor recht worden gevorderd en over en weer aanspraak wordt gemaakt op contractuele boetes.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
OR-Updates.nl 2021-0368
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer / rolnummer: C/03/274412 / HA ZA 20-97

Vonnis van 13 oktober 2021

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GEPÉ B.V.,

gevestigd te Venlo,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaten: mrs. A.W. Dolphijn en C. Damen,

procesadvocaat: mr. M.C. Franken-Schoemaker,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

COPHICO B.V.,

gevestigd te Geleen,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DAILY FRESH FOOD B.V.,

gevestigd te Geleen,

3. [gedaagde 3],

wonende te [woonplaats] ,

gedaagden in conventie,

eisers in reconventie,

advocaat: mr. N.P.F.E. van der Peet.

Partijen worden hierna Gepé en Cophico c.s. genoemd.

Cophico c.s. worden afzonderlijk Cophico, DFF en [gedaagde 3] genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding;

  • -

    de vonnissen in incident van 8 april 2020 en 8 juli 2020 en de daarin genoemde processtukken;

  • -

    de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie;

  • -

    de akte vermindering van eis in conventie tevens conclusie van antwoord in reconventie;

  • -

    de akte overlegging van productie voor de mondelinge behandeling van Cophico c.s.;

  • -

    de mondelinge behandeling van 18 juni 2021 en de door de advocaten van partijen overgelegde en voorgedragen pleitaantekeningen.

1.2.

Tot slot is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Gepé en DFF hebben overeenkomsten gesloten tot de gezamenlijke exploitatie van de besloten vennootschap Benders Vershuys B.V. (hierna: Vershuys). Vershuys handelt in dagelijkse levensmiddelen. Bestuurders van Vershuys zijn Gepé en Cophico.

2.2.

[gedaagde 3] is bestuurder van Cophico. Cophico is bestuurder van DFF.

2.3.

Gepé houdt 50,57% van het geplaatste kapitaal in Vershuys en DFF 49,43%.

2.4.

De statuten van Vershuys (hierna: de statuten) bevatten onder meer de volgende bepalingen:

“(…) Artikel 15 – De algemene vergadering van aandeelhouders

(…) 4. Onverminderd het in het vorige lid bepaalde vindt de oproeping door het bestuur plaats door middel van oproepingsbrieven gericht aan de adressen van de aandeelhouders (…). Indien een aandeelhouder hiermee instemt kan de oproeping geschieden door een langs elektronische weg toegezonden leesbaar en reproduceerbaar bericht aan het adres dat door de aandeelhouder voor dit doel aan de vennootschap bekend is gemaakt. De oproeping moet worden verzonden op een termijn van ten minste veertien dagen, de dag van oproeping en die van de vergadering niet meegerekend.

De oproeping vermeldt de te behandelen onderwerpen.

(…) 5. Als het gehele geplaatste kapitaal op de vergadering vertegenwoordigd is en ook alle overigen die op grond van de wet of deze statuten voor de vergadering moeten worden opgeroepen, kunnen, mits met algemene stemmen, door de algemene vergadering van aandeelhouders rechtsgeldige besluiten worden genomen over alle aan de orde gestelde onderwerpen, ook al werd gehandeld in strijd met door de wet of deze statuten gegeven voorschriften over de oproeping van de algemene vergadering van aandeelhouders. Wordt de vergadering gehouden in een andere dan de voorgeschreven plaats, dan kunnen door de algemene vergadering rechtsgeldige besluiten worden genomen als het gehele geplaatste kapitaal vertegenwoordigd is.

(…)

Artikel 19 – Besluitvorming buiten vergadering

1. (…) Dergelijke besluiten buiten vergadering kunnen slechts worden genomen met algemene stemmen van alle stemgerechtigde aandeelhouders. De stemmen worden schriftelijk uitgebracht. De stemmen kunnen ook langs elektronische weg worden uitgebracht.

2. Het bestuur houdt van de genomen besluiten aantekening.

(…)”

2.5.

Tussen DFF, Gepé en Vershuys is op 19 november 2014 een Heads of agreement (hierna: Heads of agreement) gesloten in het kader van de samenwerking tussen DFF en Gepé inzake Vershuys. De Heads of agreement bevat onder meer de volgende bepaling:

“(…) 4. Bedrijfsvoering

(…) - De Vennootschap heeft een overeenkomst met de Plus-organisatie. Dit inkoopkanaal is voor alle partijen van groot belang. Om deze reden zullen partijen bij hun besluitvorming ernstig rekening houden met de door deze organisatie te stellen eisen en leveringscondities, zodat dit inkoopkanaal behouden blijft. (…)”

2.6.

De aandeelhoudersovereenkomst, waarbij partij zijn DFF, Gepé en Vershuys, (hierna: de aandeelhoudersovereenkomst) bevat onder meer de volgende bepalingen:

“(…) HOOFDSTUK II: DE AANDEELHOUDERSVERGADERING

1. Partijen zullen hun rechten en verplichtingen op grond van wet en de statuten van de Vennootschap op zodanige wijze uitoefenen dat daarmee zoveel als mogelijk recht wordt gedaan aan de bepalingen van deze Overeenkomst. Ieder van de Aandeelhouders zal haar stemrecht in de AVA uitoefenen overeenkomstig het in deze Overeenkomst bepaalde.

2. Tenzij in deze Overeenkomst of in de statuten van de Vennootschap anders is bepaald, worden alle besluiten van de AvA genomen op basis van volstrekte meerderheid.

3. Voor de volgende aandeelhoudersbesluiten zal een Gekwalificeerde Meerderheid vereist zijn:

- De uitvoering, duiding en eventuele aanpassing van de op 18 november 2014 tussen partijen gesloten samenwerkingsovereenkomst;

(…) - wijzigen van de formule van Benders Vershuys BV.

(…) HOOFDSTUK III: BESTUUR

(…) GOEDKEURING BESTUURSBESLUITEN

1. De navolgende besluiten van het Bestuur zijn aan de voorafgaande goedkeuring van de AvA onderworpen, welke goedkeuring slechts kan worden verleend op grond van een Gekwalificeerde Meerderheid:

- De uitvoering, duiding en eventuele aanpassing van de op 18 november 2014 tussen partijen gesloten samenwerkingsovereenkomst;

(…) - wijzigen van de formule van Benders Vershuys BV.

(…) HOOFDSTUK VII: OVERIGE BEPALINGEN

(…) BOETEBEDING

Bij niet-nakoming van deze verplichtingen uit deze Overeenkomst verbeurt de nalatige partij jegens rechthebbende wederpartij een boete van tien duizend euro (€ 10.000,-). Deze boete dient in goed Nederlands geld te worden voldaan en is opeisbaar door het enkele feit van niet-nakoming of verzuim, zonder dat enige voorafgaande aanmaning of ingebrekestelling nodig is. (…)”

3 Het geschil

in conventie

3.1.

Gepé vordert om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,

I. te verklaren voor recht dat een of meer gedaagden, zoveel mogelijk hoofdelijk, toerekenbaar tekortgeschoten is of zijn, in verzuim geraakt is of zijn, althans onrechtmatig gehandeld heeft of hebben, ter zake (in ieder geval):

a. a) de nakoming van de (exclusiviteitsafspraken in de) Heads of agreement, en/of;

b) de nakoming van de aandeelhoudersovereenkomst en/of;

c) de nakoming van de afspraak ter (bestuurs)vergadering van 11 juli 2019;

d) het (i) niet verlenen van medewerking aan de belevering van Vershuys door Jumbo, het (ii) daarentegen bewerkstelligen van de rechtstreekse belevering aan DFF door PLUS Retail B.V. terwijl die activiteiten exclusief bij Vershuys zouden blijven, en het (iii) vervolgens verkopen van de zeggenschap in DFF aan een concurrent van Vershuys, en;

e) het niet nakomen van de onderling ingerichte financiële afspraken, waaronder de inkoopvoordeelvergoeding aan Gepé, zoals overeengekomen op 19 en 29 maart 2019;

II. een of meer gedaagden, zoveel mogelijk hoofdelijk, te veroordelen om alsnog de verplichtingen uit de Heads of agreement en/of aandeelhoudersovereenkomsten en overige afspraken tussen na te komen, althans zich daartoe behoorlijk in te spannen, waaronder in ieder geval begrepen:

- het verlenen van medewerking aan belevering van Vershuys door Jumbo;

- het verlenen van medewerking aan het bewerkstelligen dat de zeggenschap in DFF ongewijzigd blijft ten aanzien van het moment waarop de Heads of agreement en/of aandeelhoudersovereenkomst is gesloten;

III. een of meer gedaagden, zoveel mogelijk hoofdelijk, te veroordelen om het onder II gevorderde na te komen, op straffe van een dwangsom van € 10.000,00 per dag of dagdeel dat zulks niet, niet geheel of niet behoorlijk wordt nagekomen;

IV. een of meer gedaagden, zoveel mogelijk hoofdelijk, te veroordelen om aan Gepé de (gevolg)schade te betalen, gezien het onder I en II, op te maken bij staat gevorderde, waartoe hierbij tevens gevorderd wordt zoveel mogelijk gedaagden hoofdelijk te veroordelen een voorschot te betalen van een en ander, vooralsnog begroot op € 200.000,00 als voorschot op de nader bij staat op te maken vergoeding, waarop voor nu de onder V gevorderde boete in mindering gebracht kan worden bij toewijzing;

V. Cophico en DFF ieder te veroordelen om aan Gepé de boete te betalen van € 10.000,00 (en derhalve € 20.000,00 aan boeten in totaal) op grond van het boetebeding op pagina 8 van de aandeelhoudersovereenkomst;

VI. Indien en voor zover het onder IV gevorderde niet voor toewijzing gereed zou liggen, vordert Gepé haar te machtigen om namens Vershuys rechtsmaatregelen te treffen jegens Cophico tot vergoeding van schade, één en ander zoals in casu aan de orde gesteld;

VId. Cophico c.s. zoveel mogelijk te veroordelen inzage te verschaffen afschriften te verschaffen over de binnengekomen facturen in de laatste zes maanden voorafgaand aan

24 december 2019;

VII. Cophico c.s., zoveel mogelijk hoofdelijk, te veroordelen tot vergoeding van:

a. de buitengerechtelijke kosten van deze procedure, begroot conform het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (Staatsblad 2012 nr. 141), althans het Rapport Voor-Werk II, althans het Rapport BGK-Integraal 2013, alsmede;

b. de kosten ter begroting en vaststelling van de schade, ad. € 2.435,13;

c. de proceskosten ex artikel 237 Rv, alsmede;

d. indien Cophico c.s. niet binnen veertien dagen na sommatie tot naleving van het te wijzen veroordelende vonnis, het vonnis integraal naleeft op voorhand te veroordelen in de nakosten van deze procedure, te begroten conform het liquidatietarief, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de opeisbaarheid van de vordering(en), tot de dag der algehele voldoening, althans een in goede justitie te bepalen bedrag;

een en ander te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de opeisbaarheid van de vordering(en), tot de dag der algehele voldoening, althans een in goede justitie te bepalen bedrag en bovendien één en ander met dien verstande dat inlossingen op het aan Gepé verschuldigde eerst toe te rekenen is aan de kosten, voorts aan de opgelopen rente en tot slot aan de hoofdsom.

3.2.

Cophico c.s. voeren verweer.

in reconventie

3.3.

Cophico c.s. vorderen om bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,

- Gepé te veroordelen om aan DFF de contractuele boete van € 10.000,00 te voldoen te vermeerderen met de wettelijke handelsrente te rekenen vanaf 3 juli 2019, dan wel vanaf de dag van het instellen van deze vordering tot de dag der algehele voldoening;

- Gepé te veroordelen in de kosten van deze procedure te vermeerderen met de wettelijke rente te rekenen vanaf acht dagen na dagtekening van het vonnis tot de dag der algehele voldoening;

- Gepé op voorhand te veroordelen in de nakosten van € 246,00 dan wel indien betekening van het vonnis plaatsvindt van € 328,00 te vermeerderen met de wettelijke rente te rekenen vanaf acht dagen na dagtekening van het vonnis tot de dag der algehele voldoening.

3.4.

Gepé voert verweer.

in conventie en reconventie

3.5.

Op hetgeen partijen hebben aangevoerd wordt, voor zover van belang, onder de beoordeling teruggekomen

4 De beoordeling

in conventie

de overeenkomst met Jumbo

4.1.

Een groot deel van de vorderingen van Gepé is gebaseerd op de stelling dat tussen partijen overeenstemming is bereikt over belevering van Vershuys door Jumbo. Cophico c.s. betwisten dat daarover tussen partijen overeenstemming is bereikt. De rechtbank zal hetgeen partijen daaromtrent over en weer hebben aangevoerd hierna bespreken. Mede aan de hand daarvan zal vervolgens beslist worden op de door Gepé ingestelde vorderingen.

4.2.

Bij de beoordeling van dit geschil stelt de rechtbank voorop dat zij, bij de beantwoording van de vraag of overeenstemming is bereikt, hetgeen partijen over de interne besluitvorming binnen Vershuys hebben afgesproken voorop dient te stellen. Daarbij zijn met name van belang de artikelen 15 en 19 van de statuten en hoofdstuk II van de aandeelhoudersovereenkomst.

4.3.

Gesteld noch gebleken is dat ten aanzien van de belevering van Vershuys sprake is geweest van besluitvorming binnen een aandeelhoudersvergadering, als voorgeschreven door artikel 15 van de statuten. Verder is ook onvoldoende gesteld of gebleken dat sprake is geweest van rechtsgeldige besluitvorming buiten vergadering, als voorgeschreven in artikel 19 van de statuten. Artikel 19 van de statuten schrijft immers voor dat besluiten buiten vergadering slechts kunnen worden genomen met algemene stemmen van alle stemgerechtigde aandeelhouders. De stemmen worden schriftelijk – of langs elektronische weg – uitgebracht. Het bestuur houdt van de genomen besluiten aantekening, aldus
artikel 19. Van een dergelijke stemming en registratie daarvan is hier geen sprake. Een schriftelijk besluit buiten vergadering – al dan niet langs elektronisch weg – waarin zowel Gepé als DFF hebben besloten om Vershuys door Jumbo te laten beleveren ontbreekt. Een gehouden aantekening van een dergelijk besluit door het bestuur ontbreekt eveneens. Gepé heeft daarover in ieder geval niets gesteld.

4.3.1.

Voor zover Gepé er op heeft gewezen dat op 8 januari 2019 de samenwerking met Jumbo door partijen met champagne is beklonken, geldt dat Cophico c.s. daar een andere lezing op na houden. Wat daar verder van zij, ook aan dit vermeende beklinken van de samenwerking met Jumbo dient een rechtsgeldig besluit binnen Vershuys ten grondslag te liggen. Dat is er – zo volgt uit het voorgaande – niet.

4.3.2.

Voor zover Gepé heeft gewezen op de door haar overgelegde correspondentie volgt daaruit hooguit dat Cophico c.s. in beginsel bereid waren te praten over belevering van Vershuys door Jumbo, maar niet dat daar op enig moment een rechtsgeldig besluit op de hiervoor beschreven wijze(n) over is genomen.

4.4.

Slotsom van het voorgaande is dat geen rechtsgeldig besluit is genomen binnen Verhuys met betrekking tot de belevering van Vershuys door Jumbo. Gelet daarop geldt ten aanzien van de door Gepé ingestelde vorderingen het volgende.

de vorderingen sub I, II, III, IV, V en VI

4.5.

Ten aanzien van de vorderingen sub I, II, III, IV, V en VI geldt dat deze allen (mede) gebaseerd zijn op het uitgangspunt dat sprake is van een rechtsgeldig genomen besluit met betrekking tot de belevering van Vershuys door Jumbo.

4.6.

Ten aanzien van de sub I gevorderde verklaringen voor recht geldt dat het sub a, b, c en d onder (i) gevorderde is gebaseerd op de stelling van Gepé dat een rechtsgeldig besluit is genomen binnen Verhuys met betrekking tot de belevering van Vershuys door Jumbo. Gelet op het voorgaande zijn die vorderingen reeds daarom niet toewijsbaar.

4.7.

Ten aanzien van de sub I gevorderde verklaring voor recht onder sub d (ii) geldt dat Cophico c.s. onweersproken hebben aangevoerd dat DFF de inkooprelatie met Vershuys heeft opgezegd. Dat valt niet te zien als schending van de exclusiviteitsafspraken, aangezien de door Vershuys uitgevoerde activiteiten door Cophico c.s. niet zelf (of in een andere onderneming) zijn voortgezet. Een verplichting van DFF om te blijven inkopen bij Vershuys kan de rechtbank niet lezen in de door Gepé aangehaalde passages uit de Heads of agreement dan wel de aandeelhoudersovereenkomst, zodat het ervoor gehouden dient te worden dat DFF gerechtigd was om de inkooprelatie op te zeggen.

4.8.

Ten aanzien van de sub I gevorderde verklaring voor recht onder sub d (iii) geldt dat gesteld noch gebleken is waarom Cophico c.s. toerekenbaar tekortgeschoten zijn, in verzuim geraakt zijn, althans onrechtmatig gehandeld hebben jegens Gepé door de zeggenschap in DFF te verkopen aan een derde partij. Het staat Cophico – en haar bestuurder [gedaagde 3] – in beginsel namelijk vrij om hun belang in DFF aan een derde te verkopen. Deze verklaring voor recht is niet toewijsbaar.

4.9.

Ten aanzien van de sub I gevorderde verklaring voor recht onder sub e hebben Cophico c.s. onweersproken aangevoerd dat enige inkoopvoordeelvergoeding betaald zou moeten worden aan Vershuys, zodat Gepé ter zake geen vordering toekomt.

4.10.

Ten aanzien het sub II gevorderde geldt dat Cophico c.s. niet gehouden zijn mee te werken aan belevering van Vershuys door Jumbo. Voor zover Gepé heeft gevorderd dat de zeggenschap in DFF ongewijzigd blijft ten aanzien van het moment waarop de Heads of agreement en/of aandeelhoudersovereenkomst is gesloten, geldt dat daarvoor geen enkele grondslag is aangevoerd, zodat deze vordering (reeds) daarom niet toewijsbaar is. Uit de afwijzing van het sub II gevorderde volgt dat het sub III gevorderde – nakoming van het sub II gevorderde op straffe van een dwangsom – moet worden afgewezen.

4.11.

Uit de afwijzing van het sub I en II gevorderde volgt dat Cophico c.s. niet gehouden zijn tot betaling van schadevergoeding, zodat het sub IV en sub VI gevorderde niet toewijsbaar is.

4.12.

Aangezien geen sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de verplichtingen uit de aandeelhoudersovereenkomst aan de zijde van Cophico en DFF zijn zij ook niet gehouden een contractuele boete te voldoen. Het sub V gevorderde is daarom niet toewijsbaar.

de vordering sub VId

4.13.

Gepé vordert Cophico c.s. te veroordelen inzage te verschaffen dan wel afschriften te verschaffen over de binnengekomen facturen in de laatste zes maanden voorafgaand aan 24 december 2019.

4.14.

Cophico c.s. voeren terecht aan dat een (deugdelijke) grondslag voor deze vordering ontbreekt. Voor zover Gepé heeft verwezen naar artikel 5 van de Heads of agreement, waarin staat dat de inkopen van DFF worden doorbelast zoals deze uit de administratie van DFF blijken, volgt daaruit niet dat Gepé recht heeft om inzage in of afschriften van de binnengekomen facturen. Deze bepaling ziet op de verhouding tussen DFF en Vershuys en niet op die tussen DFF en Gepé. Bij gebrek aan (deugdelijke) grondslag dient deze vordering te worden afgewezen.

de vordering sub VII

4.15.

Aangezien de vorderingen van Gepé worden afgewezen, is er reeds daarom geen grond voor toewijzing van de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten en de kosten ter begroting en vaststelling van schade.

ten aanzien van [gedaagde 3]

4.16.

De vorderingen jegens [gedaagde 3] zijn gebaseerd op bestuurdersaansprakelijkheid. Aangezien geen sprake is van aansprakelijkheid van DFF en/of Cophico kan reeds daarom geen sprake zijn van aansprakelijkheid van [gedaagde 3] .

proceskosten en nakosten

4.17.

Gepé wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld. De kosten aan de zijde van Cophico c.s. worden begroot op:

- griffierecht € 4.131,00

- salaris advocaat € 4.982,00 (2,0 punten × tarief € 2.491,00)

Totaal € 9.113,00

4.18.

De gevorderde veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot.

De nakosten worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.

in reconventie

4.19.

Aangezien Cophico c.s. allen als eisende partij(en) staan vermeld in de door hen ingediende processtukken, zal de rechtbank daarvan uitgaan bij de beoordeling.

4.20.

Cophico c.s. stellen dat, in strijd met de contractuele verplichtingen uit de aandeelhoudersovereenkomst, Gepé het inkoopkanaal van Vershuys bij PLUS Retail B.V. (hierna: de Plus) zonder de voorafgaande goedkeuring van de algemene vergadering van Vershuys, onrechtmatig en ongeoorloofd heeft beëindigd. Gepé heeft dit betwist.

4.21.

De rechtbank oordeelt als volgt.

4.21.1.

Cophico en [gedaagde 3] zijn geen partij bij de aandeelhoudersovereenkomst. Gesteld noch gebleken is ook dat zij aan de aandeelhoudersovereenkomst enig vorderingsrecht kunnen ontlenen. Voor zover zij deze vordering hebben ingesteld, dient deze reeds daarom te worden afgewezen.

4.21.2.

Ten aanzien van DFF is de rechtbank van oordeel dat onvoldoende is gesteld dat Gepé in strijd met de aandeelhoudersovereenkomst heeft gehandeld. Uit de Heads of agreement volgt weliswaar dat partijen het inkoopkanaal bij de Plus van groot belang achtten, maar uit de stellingen van partijen volgt ook dat de overeenkomst met de Plus een overeenkomst voor bepaalde tijd was. De rechtbank kan DFF daarom niet volgen in de stelling dat het inkoopkanaal van Vershuys bij de Plus onrechtmatig en ongeoorloofd is beëindigd. De overeenkomst met de Plus is van rechtswege geëindigd en de Plus heeft – zo begrijpt de rechtbank – zelfs nog iets langer geleverd dan op grond van de overeenkomst met haar was overeengekomen. De enkele omstandigheid dat de overeenkomst met de Plus niet is verlengd brengt als zodanig geen schending van de aandeelhoudersovereenkomst met zich mee. DFF heeft verder onvoldoende gesteld dat sprake is van een wijziging van de formule van Vershuys. Die vennootschap ontplooit namelijk nog steeds dezelfde activiteiten. Dat een enkele wijziging van het inkoopkanaal van de Plus naar Jumbo het ‘wijzigen van de formule’ behelst als omschreven in de aandeelhoudersovereenkomst, is door DFF in het geheel niet toegelicht.

4.21.3.

Slotsom van het voorgaande is dat naar het oordeel van de rechtbank geen sprake is van schending van de verplichtingen uit de aandeelhoudersovereenkomst als gesteld door DFF. Er is daarom ook geen contractuele boete verschuldigd. De vordering wordt afgewezen.4.22. Cophico c.s. worden als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld. De kosten aan de zijde van Gepé worden begroot op € 563,00 (= 2,0 punten × factor 0,5 × tarief € 563,00).

4.23.

De gevorderde veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot.

De nakosten worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.

4.24.

Bij antwoord in reconventie heeft Gepé nog verzocht dat Cophico c.s. zal worden veroordeeld tot vergoeding van (onder meer) de buitengerechtelijke kosten van deze procedure volgens het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke kosten en de kosten ter begroting en vaststelling van de schade ter hoogte van € 2.435,13. De gelijkluidende vorderingen van Gepé in conventie zijn hiervoor reeds afgewezen. Voor zover Gepé in reconventie nogmaals aanspraak maakt op buitengerechtelijke kosten en kosten ter begroting en vaststelling van schade en aansprakelijkheid, heeft te gelden dat een gedaagde in reconventie bij antwoord in reconventie niet nogmaals een zelfstandige (tegen)vordering kan instellen (anders dan een vordering tot veroordeling in de proceskosten en nakosten). Nu Gepé deze vorderingen ook in het geheel niet heeft toegelicht, kan de rechtbank dit niet anders begrijpen dan een kennelijke verschrijving, zodat de rechtbank daaraan voorbij gaat.

5 De beslissing

De rechtbank:

in conventie

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt Gepé in de proceskosten, aan de zijde van Cophico c.s. tot op heden begroot op € 9.113,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag met ingang van de veertiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.3.

veroordeelt Gepé in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 163,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat Gepé niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 85,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente over de nakosten met ingang van de veertiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.4.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad,

in reconventie

5.5.

wijst de vorderingen af,

5.6.

veroordeelt Cophico c.s. in de proceskosten, aan de zijde van Gepé tot op heden begroot op € 563,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag met ingang van de veertiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.7.

veroordeelt Cophico c.s. in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 163,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat Cophico c.s. niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 85,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente over de nakosten met ingang van de veertiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.8.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.C. Alink-Steinberg en in het openbaar uitgesproken op 13 oktober 2021.1

1 type: PB coll: