Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2021:6946

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
25-08-2021
Datum publicatie
05-10-2021
Zaaknummer
9179483 CV EXPL 21-2165
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Inhoudsindicatie

Verklaringsprocedure. Art. 475 en 476a Rv. Bewijslast en verzwaarde stelplicht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: 9179483 \ CV EXPL 21-2165

Vonnis van de kantonrechter van 25 augustus 2021

in de zaak van:

de besloten vennootschap B.V. [bedrijfsnaam eiser] , h.o.d.n. [bedrijfsnaam eiser] ADVOCATEN- BELASTINGKUNDIGEN,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

eisende partij,

gemachtigde mr. R.B.H. Beune,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TAURUS MILIEUTECHNIEK BV,

gevestigd te Ysselsteyn,

gedaagde partij,

gemachtigde mr. M.M.M. Rooijen.

1 De procedure

1.1.

De volgende processtukken zijn in het geding gebracht:

1. Dagvaarding

2. Conclusie van antwoord

3. Conclusie van repliek

4. Conclusie van dupliek

1.2.

De zaak is daarna voor vonnis gesteld.

1.3.

Verwijzing naar bijlagen vindt plaats door vermelding van het nummer van het processtuk gevolgd door het nummer van de bijlage.

1.4.

Partijen worden aangeduid als [bedrijfsnaam eiser] en Taurus.

2 Het geschil

2.1.

[bedrijfsnaam eiser] is een advocaten- en belastingadvieskantoor. [bedrijfsnaam eiser] stelt dat er op 12 oktober 2019 een opdracht aan haar is verstrekt door de heer [naam 1] (verder [naam 1] ) namens Lange Linden Beheer BV (bijlage 3,1). Bij verstekvonnis van 3 juni 2020 zijn zowel [naam 1] als Lange Linden Beheer BV hoofdelijk veroordeeld om (met name) 2.113,60 euro in hoofdsom (met rentes) en 864,05 euro aan proceskosten aan [bedrijfsnaam eiser] te betalen (bijlage 1,4).

2.2.

[bedrijfsnaam eiser] heeft bij exploot van 3 december 2020 (derden)beslag gelegd onder Taurus op alles wat Taurus aan [naam 1] verschuldigd was ter voldoening van haar vordering op [naam 1] ad 3.565,20 euro (bijlage 1,1). Op 7 januari, 9 februari en 16 maart 2021 (bijlagen 1,2 en 1,3) is aan Taurus verzocht c.q. gesommeerd om door middel van invulling van het verklaringsformulier aan te geven of en wat zij aan [naam 1] verschuldigd is. Taurus heeft aan deze verzoeken en sommatie niet voldaan.

2.3.

Daarop heeft [bedrijfsnaam eiser] op 15 april 2021 Taurus in rechte betrokken in onderhavige procedure. Zij vordert dat Taurus bij gebreke van het afleggen van een verklaring wordt veroordeeld aan haar te betalen 2.113,60 euro (met rentes).

2.4.

Bij antwoord blijkt dat Taurus op 21 mei 2021 aan [bedrijfsnaam eiser] heeft verklaard dat er geen rechtsverhouding tussen Taurus en [naam 1] bestaat en heeft bestaan, uit hoofde waarvan [naam 1] op het tijdstip van beslag iets van Taurus had te vorderen (bijlage 2,1). Die verklaring herhaalt Taurus in de conclusie van antwoord.

2.5.

[bedrijfsnaam eiser] betwist in de conclusie van repliek de juistheid van die verklaring en volhardt bij haar vordering. In conclusie van dupliek ontkent Taurus dat zij een onjuiste verklaring zou hebben afgelegd. In de beoordeling zal op de argumenten van partijen worden ingegaan.

3 Beoordeling

3.1.

Het zogenaamde derdenbeslag is in art.475 en 476a en volgende van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering geregeld. Het voorziet in de mogelijkheid voor een crediteur om een vordering op een debiteur te incasseren bij de (rechts)persoon die geld of goed verschuldigd is áán die debiteur. De derde onder wie beslag gelegd wordt, is krachtens de wet verplicht om een verklaring af te leggen of en wat hij verschuldigd is. Als geen verklaring wordt afgelegd, kan de derde worden veroordeeld tot betaling van de hele vordering (van de crediteur op de debiteur). Als wel een verklaring wordt afgelegd, kan deze door de crediteur betwist worden. Bij een dergelijke betwisting rust de bewijslast dat er wel (in plaats van niks) verschuldigd is, of dat er meer verschuldigd is dan is verklaard, bij de crediteur. Omdat hij geen inzicht heeft in de administratie van de derde, rust op die derde een verzwaarde stelplicht.

3.2.

Taurus bepleit de niet-ontvankelijkverklaring van [bedrijfsnaam eiser] omdat zij pas bij conclusie van repliek uiteen zet waarom zij meent dat er een rechtsverhouding tussen Taurus en [naam 1] is waaruit vorderingen van [naam 1] op Taurus voortvloeien. De kantonrechter oordeelt als volgt. Een derde is pas tot betwisting van een verklaring gehouden nadat die verklaring is afgelegd. Vastgesteld kan worden dat Taurus niet erg willig was om die verklaring af te leggen. Pas nadat er gedagvaard is, komt Taurus met een verklaring. Dit betekent dat [bedrijfsnaam eiser] bij dagvaarding nog niks kon betwisten en daar pas bij conclusie van repliek toe kon overgaan. [bedrijfsnaam eiser] is dus wel degelijk ontvankelijk.

3.3.

Hoe werkt de in paragraaf 3.1 besproken bewijslastverdeling nu tussen partijen uit? Taurus stelt dat er geen rechtsverhouding tussen haar en [naam 1] bestaat of heeft bestaan waaruit enige verschuldigdheid voortvloeit. [bedrijfsnaam eiser] stelt dat dit onjuist is. Zij voert daarvoor de volgende argumenten aan

  1. De heer [naam 1] is de oprichter en drijvende kracht achter Taurus. Daarvoor verwijst zij naar de (op 21 mei 2021 bekeken) website van Taurus (bijlage 3,7). Daarin is vermeld: “Taurus MilieuTechniek B.V. is de voortzetting van een familiebedrijf dat zich kenmerkt door een bijna tomeloze inzet van de directie en grootaandeelhouders de familie [familienaam] om praktische problemen met slim bedachte mechanische en thermische toepassingen op te lossen. Dhr. [naam 1] heeft inmiddels meer dan 25 jaar ervaring in pelleteren, pers-, droog- en zuiveringstechniek”.

  2. In de contactgegevens (ook bijlage 3,7) kan zowel een bericht verstuurd worden aan [naam 1] , [functie] , als aan [naam 2] , [functie] .

  3. [bedrijfsnaam eiser] wijst erop dat de heer [naam 1] in zijn opdracht aan haar (bijlage 1,2) het telefoonnummer opgeeft van Taurus (bijlage 3,6).

  4. [bedrijfsnaam eiser] wijst op een publicatie op www.boerderij.nl van 24 december 2020 (bijlage 3,8) over het terughalen van een mestverwerkingsinstallatie bij Vreba Melkvee. In dat artikel staat: “Waarom dat is gebeurd wil directeur [naam 1] van Taurus niet naar buiten brengen”. Over ditzelfde onderwerp schrijft ww.foodagribusiness.nl op 24 december 2020 op haar website: “Taurus wil hier niet op ingaan, maar directeur [naam 1] laat wel weten dat de mestverwerkingsinstallatie van zijn bedrijf ook korrels maakt waarbij het mineralengehalte reguleerbaar is”.

  5. In een artikel op www.metaalnieuws.nl (bijlage 3,8) wordt geschreven: “Taurus is de enige fabrikant in Europa die dit gepatenteerde systeem heeft. Het is nu zover doorontwikkeld dat het echt begint te lopen. “We moeten nu in 2,5 jaar tijd 35 van deze machine leveren”, vertelt [naam 1] . En dat is een mooi vooruitzicht voor het familiebedrijf, dat acht medewerkers telt, onder wie de drie zonen van Peter: oudste zoon [naam 2] is [functie] , [naam 3] neemt [naam afdeling] voor zijn rekening en [naam 4] [naam afdeling] ”. Ook in de rest van het artikel is [naam 1] de zegsman van Taurus.

3.4.

Taurus zegt in dupliek dat [naam 1] alleen nog maar als uithangbord voor Taurus wordt gebruikt, maar dat hij daar geen functie meer heeft. Er is geen arbeidsovereenkomst en in de Kamer van Koophandel is hij geen [functie] .

3.5.

De kantonrechter stelt vast dat [bedrijfsnaam eiser] behoorlijk wat argumenten aanvoert die aannemelijk maken dat de heer [naam 1] ten tijde van het derdenbeslag op 3 december 2020 nauw bij Taurus betrokken was. Hij treedt als woordvoerder op en er is op de website van Taurus met hem afzonderlijk (van [naam 2] ) contact op te nemen. In de aangehaalde artikelen blijkt van nauwe betrokkenheid van hem bij de bedrijfsvoering. Het verweer van Taurus dat dit alleen maar windowdressing is, is ongeloofwaardig. Ook het gestelde feit dat [naam 1] geen werknemer en [functie] is, sluit niet uit dat hij op andere wijze beloond wordt. Van Taurus had in de gegeven omstandigheden verwacht mogen worden dat zij haar ontkenning van enige rechtsrelatie met [naam 1] beter zou onderbouwen. Te denken valt daarbij aan gedetailleerde informatie over wanneer [naam 1] dan afscheid van het bedrijf zou hebben genomen en/of een verklaring van de huisaccountant dat er geen formele of rekening-courantverhouding met [naam 1] zou zijn. Door dit alles na te laten en ook niet aan te bieden, ziet de kantonrechter geen aanleiding om Taurus toe te laten in het leveren van tegenbewijs voor het vooralsnog geleverde bewijs dat [naam 1] werkzaamheden voor Taurus verricht waarvoor hij zeer waarschijnlijk betaald zal worden. Dit betekent dat de gegeven verklaring als onjuist wordt aangemerkt en bij gebreke van een geldig afgelegde verklaring Taurus veroordeeld zal worden in hetgeen [naam 1] aan [bedrijfsnaam eiser] verschuldigd is. Dat leidt tot toewijzing van het gevorderde.

3.6.

Taurus zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van [bedrijfsnaam eiser] worden veroordeeld. Voor wat betreft de kosten van rechtsbijstand zal daarbij worden aangesloten bij het standaardtarief dat geldt voor vorderingen tussen 1.250 en 2.500 euro, zijnde 124 euro per proceshandeling, waarbij wordt uitgegaan van twee proceshandelingen (dagvaarding en conclusie van repliek). Ook de gevorderde nakosten zijn toewijsbaar

4 Beslissing

De Kantonrechter

4.1.

veroordeelt Taurus om aan [bedrijfsnaam eiser] binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis te betalen 2.113,60 euro, vermeerderd met wettelijke handelsrente over 1.838,60 euro vanaf de vervaldata van de afzonderlijke facturen en de wettelijke rente over 275,00 euro vanaf 24 april 2020 tot aan de dag van voldoening,

4.2.

veroordeelt Taurus tot betaling binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis van de proceskosten van [bedrijfsnaam eiser] , tot op heden begroot op 90,62 euro aan explootkosten, 507,00 euro aan griffierecht en 248,00 euro aan salariskosten, bij niet betaling te vermeerderen met wettelijke rente vanaf de 15e dag na betekening tot aan de dag van voldoening,

4.3.

veroordeelt Taurus onder de voorwaarde dat deze niet binnen twee weken na aanschrijving door eisende partij volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:

- 62,00 euro aan salaris gemachtigde, vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van de vijftiende dag na betekening tot de dag der voldoening,

- te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis, vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van de vijftiende dag na betekening tot de dag der voldoening,

4.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.H. Dethmers en in het openbaar uitgesproken.