Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2021:6736

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
18-08-2021
Datum publicatie
22-09-2021
Zaaknummer
ROE 20/2734
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Tijdelijke omgevingsvergunning voor afwijken van bestemmingsplan ten behoeve van pinkiosk. Eisers wonen nabij de pinkiosk. Zij wijzen op het risico op en de gevolgen van een plofkraak, gelet ook op het in de buurt gelegen gasdrukmeet- en regelstation, en op de mogelijke verkeershinder en parkeerhinder (dubbelparkeren en parkeren op de stoep), nu de bestaande parkeerdruk al groot is. Volgens eisers is er geen behoefte aan een pinvoorziening en zijn er alternatieve, betere locaties in de omgeving. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich, gelet op de motivering in het bestreden besluit en de in beroep gegeven nadere toelichting, in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de omgevingsvergunning niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. De ruimtelijke belangen op het punt van de veiligheid, het verkeer en het woon- en leefklimaat van de omwonenden en andere aspecten, zoals de behoefte aan een pinkiosk en locatiekeuze, zijn voldoende meegewogen. Het motiveringsgebrek ten aanzien van de mogelijke parkeer- en verkeershinder wordt gepasseerd. Beroep ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JM 2021/136
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK limburg

Zittingsplaats Roermond

Bestuursrecht

zaaknummer: ROE 20 / 2734

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 augustus 2021

in de zaak tussen

[eiser] te [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: mr. M.J. Smaling),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Maastricht, verweerder

(gemachtigden: mr. N. Emre en T. Schwartz).

Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: De Volksbank N.V., te Utrecht, vergunninghoudster

(gemachtigden: R.C.G. Beenen en P.H.H. van Neer).

Procesverloop

Bij besluit van 5 november 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder aan vergunninghoudster een tijdelijke omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een pinkiosk aan de Pater Lemmensstraat te Maastricht.

Bij besluit van 14 september 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning gehandhaafd.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 juni 2021. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden. Vergunninghoudster is vertegenwoordigd door haar gemachtigden.

Overwegingen

1. Verweerder heeft bij het primaire besluit ten behoeve van de realisatie van de pinkiosk omgevingsvergunning verleend voor de activiteit bouwen als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Het bouwplan voor de pinkiosk is in strijd is met het bestemmingsplan "Maastricht Zuid-West". Op de gronden waar de kiosk is geprojecteerd rust de bestemming "Maatschappelijk". Een geldautomaat is geen maatschappelijke voorziening en is daarom in strijd met voormelde bestemming. Verweerder heeft daarom ook omgevingsvergunning verleend voor de activiteit gebruiken van gronden in strijd met een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo, en wel voor de periode tot 6 november 2024. Daarbij heeft verweerder artikel 2.12, aanhef, onderdeel a, sub 2°, van de Wabo toegepast in samenhang met artikel 4, elfde lid, van Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht.

2. Eiser is eigenaar en bewoner van de woning aan de [adres] . Hij heeft, indien het bouwplan wordt gerealiseerd, direct zicht op de pinkiosk. Hij vindt dat de omgevingsvergunning in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en dat de vergunning daarom niet had mogen worden verleend.

3. Verweerder stelt zich op het standpunt dat de pinkiosk geen afbreuk doet aan het stedenbouwkundig beeld en er geen onevenredig nadelige gevolgen zijn voor het woonmilieu, zodat de vergunning voldoet aan een goede ruimtelijke ordening.

4. De rechtbank heeft in het licht van de beroepsgronden te beoordelen of verweerder de omgevingsvergunning voor de pinkiosk terecht heeft verleend. Zij overweegt daartoe als volgt.

5. Artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, sub 2°, van de Wabo bepaalt dat de omgevingsvergunning slechts kan worden verleend indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Ten aanzien van de beoordeling of sprake is van een goede ruimtelijke ordening heeft verweerder beleidsruimte. Dit betekent dat dient te worden gerespecteerd dat verweerder in beginsel over een zekere mate van vrijheid beschikt om naar eigen inzicht en goeddunken uitvoering te geven aan de invulling daarvan. De door de rechter uit te voeren toetsing zal zich om die reden in dit geval dienen te beperken tot de vraag of verweerder in redelijkheid het bestreden besluit heeft kunnen nemen en toereikend heeft gemotiveerd dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening.

veiligheid

6. Eiser vindt dat de omgevingsvergunning, gelet op de risico's op en gevolgen van een op de pinkiosk uit te voeren plofkraak, niet verleend had mogen worden. Statistisch is een plofkraak zeer waarschijnlijk. Het op 49 meter van de geplande kiosk gelegen gasdrukmeet- en regelstation is een kwetsbaar object als bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en dit station en de aanwezige hoge drukgasleidingen kunnen bij een plofkraak ernstig beschadigd raken met mogelijk fatale gevolgen voor omwonenden en omstanders. De afstand van de kiosk tot het dichtstbijzijnde woonperceel is 17 meter. Op 2,5 tot 3 meter van de kiosk zullen auto's geparkeerd staan met het gevaar dat brandstoftanks in brand vliegen of exploderen. Gebruik van zwaardere explosieven dan 2 kg TNT is niet ondenkbaar. Het bestreden besluit is slechts onderbouwd met een advies van de brandweer Zuid-Limburg, maar er had ook bij andere instanties, zoals de netbeheerder, advies moeten worden opgevraagd.

6.1.

Verweerder stelt, naar aanleiding van verkregen informatie van Enexis en de Regionale Uitvoeringsdienst Zuid-Limburg (RUD), dat het gasdrukmeet – en regelstation, gelet op de diameter van de gastoevoerleiding, geen Bevi-object is. Er ligt geen hoge-drukgasleiding in de buurt, de binnenkomende gasleiding heeft een druk van 4,5 bar. De regels van het Activiteitenbesluit en Nen 1059 zijn van toepassing en ingevolge deze regels geldt een veiligheidsafstand van 10 meter tot kwetsbare objecten. Hieraan is voldaan. Bij het naast het gasdrukmeet- en regelstation gelegen transformatorhuis liggen geen hoogspanningskabels, maar middenspanningskabels (10.000 volt) en, volgens informatie van Enexis, is aan de daarvoor geldende afstandseisen voldaan. Blijkens de presentatie van de SNS bank "de nieuwe geldautomaat" is de kiosk uitgebreid getest op veiligheid en is de constructie zodanig dat behalve gesprongen ramen in de buurt, nagenoeg geen externe schade ontstaat. Verweerder heeft naar aanleiding van de beroepsgronden nader advies gevraagd aan de specialist risico's en veiligheid van de Brandweer Zuid-Limburg over de kans op en omvang van eventuele schade bij een plofkraak. Volgens dit advies is er bij gebruik van een explosief van 2 kg TNT bij het gasdrukmeet- en regelstation hooguit ruitbreuk, incidentele ruitschade tot 82 meter van de kiosk, tot 19 meter beperkte schade aan gebouwen, muren ontzet, scheuren in gevels, beschadiging daken, en tot 9 meter instorten van muren en draagconstructies. Volgens de brandweer is er geen gevaar voor brandschade bij het gasdrukmeet- en regelstation en geen gevaar voor het vrijkomen van gas. De brandweer acht het onlogisch om 4 kg TNT te gebruiken voor een plofkraak, omdat voor een plofkraak met veel minder dan 4 TNT kan worden volstaan. De brandweer acht het brand- en explosiegevaar van brandstoftanks van auto's klein en een kettingreactie niet mogelijk. Verweerder concludeert op grond van voormelde informatie en adviezen dat, nu de afstand tussen de pinkiosk en de woningen minstens 20 meter is, bij de woningen hooguit incidentele ruitbreuk zal ontstaan.

6.2.

De rechtbank is van oordeel dat verweerder voldoende heeft onderbouwd dat op grond van de gegevens van Enexis, de RUD Zuid-Limburg en de brandweer, te concluderen is dat bij een plofkraak de kans op schade en de aard en omvang van die schade, met name bij het gasdrukmeet- en regelstation en het transformatorhuis, maar ook bij de (dichtsbijgelegen) woningen, niet dusdanig zijn dat verweerder de vergunning vanwege de veilgheidsrisico's niet had mogen verlenen. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat aan de omgevingsvergunning redelijkerwijs niet de eis mag worden gesteld dat het risico op enige schade nihil is.

mogelijke parkeer- en verkeershinder

7. Eiser voert aan dat verweerder niet met een verkeerskundig advies heeft onderbouwd dat er voldoende parkeerplaatsen zijn en geen verkeersonveilige situaties zullen ontstaan. In de avonden en het weekend zijn veel parkeerplaatsen in de Pater Lemmensstraat bezet. De parkeerdruk is hoog en niet onderzocht. Automobilisten die willen pinnen willen daar zo weinig mogelijk tijd aan kwijt zijn en zullen waarschijnlijk de stoep oprijden of dubbelparkeren en bovendien, ook als er wel een parkeerplek is, niet gaan betalen voor het parkeren. Ook zullen ze hun voertuig stationair laten draaien wat leidt tot geluidhinder en luchtverontreiniging. Verweerder heeft daar onvoldoende rekening mee gehouden. De door verweerder gemaakte vergelijking met de verkeersaantrekkende werking van banken gaat volgens eiser niet op omdat de meeste bankgebouwen geen pinautomaten meer hebben en betalingsverkeer steeds meer digitaal plaatsvindt.

7.1.

Volgens verweerder zijn er 28 parkeerplaatsen, welke beschikbaar zijn voor een ieder door ter plekke voor het parkeren te betalen en voor vergunninghouders. Dubbel parkeren en parkeren op de stoep zijn niet toegestaan en verweerder zal zo nodig daartegen handhavend optreden. Als in de Pater Lemmensstraat geen parkeerplek is, zijn er nog wel andere parkeerplekken in de omgeving te vinden. Het risico op dubbel parkeren is volgens verweerder daarom zeer gering. Ter zitting heeft verweerder uitgelegd dat er een website is waar per straat is na te gaan wat de verkeersintensiteit is. Volgens deze website is de verkeersintensiteit in de Pater Lemmensstraat 300 motorvoertuigen per etmaal. Dat is volgens verweerder in dit geval als nulmeting te beschouwen. Verder is ter zitting opgemerkt dat niet iedereen met de auto naar de pinkiosk zal komen, het is immers een buurtvoorziening en veel gebruikers zullen daarom te voet of per fiets komen. Ter onderbouwing van de stelling dat de verkeersaantrekkende werking bij de pinkiosk beperkt zal zijn heeft verweerder ter zitting bovendien verwezen naar de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering. Volgens die brochure vallen banken met twee pinautomaten in de in de brochure bedoelde categorie 1. Bij die categorie is volgens de brochure de verkeersaantrekkende werking beperkt. Verweerder is om voornoemde redenen van mening dat er als gevolg van de pinkiosk geen onevenredige verkeershinder zal plaatsvinden.

7.2.

De rechtbank is het in zoverre met eiser eens dat het bestreden besluit ten aanzien mogelijke parkeer- en verkeershinder onvoldoende is gemotiveerd. Het besluit vertoond op dit punt dan ook een gebrek. Hetgeen verweerder naderhand en ter zitting hierover naar voren heeft gebracht is naar het oordeel van de rechtbank echter wel voldoende motivering. De rechtbank zal het gebrek daarom passeren met toepassing van artikel 6:22 van de Awb. In het geconstateerde gebrek ziet zij wel reden voor toekenning van een proceskostenvergoeding aan eiser.

uitzicht vanuit de woning en het rustige en authentieke karakter van de straat

8. Eiser voert aan dat door de pinkiosk het uitzicht vanuit zijn woning zal worden aangetast en het rustige en authentieke karakter van de straat zal verslechteren.

8.1.

Volgens verweerder zijn voormelde belangen voldoende meegewogen bij het bestreden besluit en doen ze er niet aan af dat ook bij realisatie van de pinkiosk sprake is van een goede ruimtelijke ordening.

8.2.

De rechtbank is van oordeel dat het uitzicht van eiser op de tegenover zijn woning gelegen groenstrook, blijkens hetgeen hij ter zitting op dit punt heeft toegelicht, wel enigermate verslechtert, maar dat, gelet op de afstand tussen de kiosk en de woning van eiser, ongeveer 35 meter, en de omvang van de kiosk, deze verslechtering minimaal is. Gelet op de situering van de kiosk, op enige afstand van de weg te midden van groenvoorzieningen, waaronder een aantal bomen, en de omvang van de kiosk valt ook niet in te zien hoe deze zal leiden tot een beduidende wijziging van het karakter van de straat. De invloed van realisatie van de kiosk op de kwaliteit van de woonomgeving acht de rechtbank dan ook dermate gering dat dit verweerder geen aanleiding hoefde te geven de omgevingsvergunning te weigeren.

nut en noodzaak van een pinkiosk

9. Eiser heeft aangevoerd dat er in de buurt geen behoefte is aan een pinkiosk. Verweerder stelt dat hieraan behoefte is bij ouderen en mensen in de schuldsanering, maar heeft dit niet onderbouwd. Er bevindt zich geen winkelcentrum op loopafstand van de Pater Lemmensstraat. Er liggen bovendien al meerdere pinautomaten binnen een afstand van 1 km.

9.1.

Volgens verweerder zijn er in de wijken Sint Pieter/Villapark, Jekerdal en Jekerkwartier geen pinvoorzieningen en willen (met name) ouderen en mensen in de schuldsanering elk moment van de dag contant geld kunnen opnemen. Verweerder wijst op de voorzieningen (winkels, horeca, gezondheidscentrum en dienstverlening) aan de Glacisweg op circa 250 meter afstand van de Pater Lemmensstraat en de voorzieningen aan de Luikerweg (horeca en dienstverlening), waar het gepinde geld gebruikt kan worden. De de ondernemersvereniging is er voorstander van dat klanten in deze wijken bij een pinkiosk geld kunnen opnemen en heeft hierom verzocht. Er zijn wel pinvoorzieningen binnen 1,5 km, maar bewoners van Jekerdal en Sint Pieter moeten hiervoor de Hertogsingel oversteken, wat een barrière vormt. Een pinautomaat, gelegen bij supermarkt Jan Linders nabij de Tongerseweg, ligt wel in de buurt, maar is alleen tijdens winkeltijden open. Ook volgens vergunninghoudster is er voldoende behoefte aan een pinkiosk in deze buurt, zeker nu elders pinautomaten worden weggehaald.

9.2.

De rechtbank is van oordeel dat niet aannemelijk is dat er in de omgeving van de Pater Lemmensstraat een dusdanig geringe behoefte is aan een 24-uurspinlocatie dat de vergunning daarom en mede gelet op de overige belangen, geweigerd had moeten worden.

alternatieve locatie(s)

10. Eiser voert aan dat, voor zover er in de buurt een behoefte is, er nog andere, betere, locaties zijn waar de pinkiosk kan worden gebouwd, zoals bij de driehoek Aylvalaan – Sint Hubertuslaan, aan de voorkant van het politiebureau aan de Prins Bisschopssingel en het pleintje aan de Aylvalaan-Sint Monulphusweg. Verweerder heeft deze alternatieven niet onderzocht. De stelling van verweerder dat de ligging aan de Pater Lemmensstraat, nabij het politiebureau, bijdraagt aan de sociale veiligheid overtuigt niet, want vanuit het politiebureau is er bijna geen zicht op de Pater Lemmensstraat. De voorzieningen aan de Glacisweg liggen niet op loopafstand van de Pater Lemmensstraat, alternatieve locaties liggen dichter bij dit winkelgebied.

10.1.

Verweerder heeft op basis van een inventarisatie op basis van stedenbouwkundige structuur, functionele structuur, planologische situatie en cultuurhistorische waarden een vijftal mogelijke locaties gekozen en deze getoetst aan de eisen die aan een locatie voor een pinkiosk worden gesteld. Van deze vijf locaties voldoet de locatie aan de Pater Lemmensstraat aan alle eisen en is geconcludeerd dat deze locatie het meest geschikt is. Verweerder vindt dat de door eiser aangedragen alternatieven, behalve de driehoek Aylvalaan – Sint Hubertuslaan, niet aan alle gestelde eisen, zoals een centrale ligging, bereikbaarheid en verkeersveiligheid, voldoen. De locatie driehoek Aylvalaan – Sint Hubertuslaan is wel gelijkwaardig, maar vergunninghoudster heeft gekozen voor de locatie Pater Lemmensstraat.

10.2.

De rechtbank verwijst in dit verband naar de vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, zoals bijvoorbeeld de uitspraak van 17 augustus 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1955. Hieruit volgt dat, indien een project op zichzelf aanvaardbaar is, het bestaan van alternatieven (alternatieve locaties) slechts dan noopt tot het onthouden van medewerking, indien op voorhand duidelijk is dat door verwezenlijking van één of meerdere alternatieven een gelijkwaardig resultaat kan worden bereikt met aannemelijk minder bezwaren. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder, in het licht van hetgeen eiser heeft aangedragen, voldoende gemotiveerd dat in dit geval geen sprake is van een gelijkwaardig alternatief waar aanmerkelijk minder bezwaren aan verbonden zijn dan aan realisatie van een pinkiosk aan de Pater Lemmensstraat. Verweerder heeft daarom terecht in de aangedragen alternatieven geen aanleiding gevonden de omgevingsvergunning te weigeren.

conclusie

11. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verweerder zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de omgevingsvergunning niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. De ruimtelijke belangen op het punt van de veiligheid, het verkeer en het woon- en leefklimaat van de omwonenden en andere aspecten, zoals de behoefte aan een pinkiosk en locatiekeuze, zijn voldoende meegewogen. Het beroep is daarom ongegrond.

12. De rechtbank veroordeelt verweerder wel in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.496,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 748,- en een wegingsfactor 1). Van overige voor vergoeding in aanmerking komende kosten is de rechtbank niet gebleken.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.496,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M.E. Kessels, rechter, in aanwezigheid van

mr. A.G.P.M. Zweipfenning, griffier.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 augustus 2021.

De griffier is verhinderd deze uitspraak te ondertekenen.

rechter

Afschrift verzonden aan partijen op: 25 augustus 2021

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.