Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2021:5613

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
29-06-2021
Datum publicatie
16-08-2021
Zaaknummer
AWB 21/1568 en 21/1647
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Verzoeken om voorlopige voorziening in verband met handhavingsbesluiten en de weigering van een omgevingsvergunning voor een biologische stadstuin. Mondelinge uitspraak.

Beslissing in de zaak 21/1568

Verzoekster wenst met de gevraagde voorziening te voorkomen dat zij de dwangsom verbeurt. Omdat de begunstigingstermijn die aan de last onder dwangsom is verbonden inmiddels is verstreken zonder dat de bouwwerken zijn verwijderd is de dwangsom verbeurd. Daarom is er geen spoedeisend belang meer bij het treffen van de gevraagde voorziening. Bovendien heeft de gevraagde voorziening geen betrekking op het (in beroep) bestreden besluit tot weigering van de omgevingsvergunning, zodat de vereiste materiële connexiteit tussen de voorziening en het bestreden besluit ontbreekt. Afwijzing verzoek.

Beslissing in de zaak 21/1647

De voorzieningenrechter wijst het verzoek ten aanzien van de opgelegde last onder bestuursdwang toe na een belangenafweging (gebouwen staan er al enige tijd, het zwaarwegende belang van personen die bij verzoekster dagbesteding en begeleiding vinden en er is geen overlast meer voor derden als gevolg van reeds verwijderde dieren).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Bestuursrecht

zaaknummers: ROE 21/1568 en ROE 21/1647

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van

29 juni 2021 op de verzoeken om voorlopige voorziening in de zaken tussen

de Stichting biologische stadstuin "Down to Earth" Gennep te Ottersum, verzoekster

(gemachtigden: C.A.J. Roelofs en R.P.I. Noy)

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gennep, verweerder

(gemachtigden: mr. drs. J. Hasper en mr. P.M. Tummers).

Procesverloop

Bij besluit van 12 mei 2020 heeft verweerder aan verzoekster een last onder dwangsom opgelegd vanwege een aantal overtredingen op het perceel aan de Goorseweg 42 te Ottersum. Het daartegen door verzoekster ingediende bezwaarschrift heeft verweerder bij besluit van 28 augustus 2020 ongegrond verklaard.

Bij besluit van 11 november 2020 heeft verweerder de begunstigingstermijn voor het voldoen aan voormelde last onder dwangsom verlengd. Daartegen heeft verzoekster bezwaar gemaakt en zij heeft tevens de voorzieningenrechter van deze rechtbank verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Daarop is beslist bij uitspraak van

2 december 2020 (AWB 20/2846).

Bij besluit van 11 november 2020 heeft verweerder geweigerd verzoekster een omgevingsvergunning te verlenen voor het realiseren van een samengesteld bouwwerk ten behoeve van een kantine, kantoor en opslagruimte, en het realiseren van twee boogkassen en een kippenverblijf op het perceel aan de Goorseweg 42 te Ottersum. Verzoekster heeft daartegen bezwaar gemaakt.

Bij besluit van 3 mei 2021 heeft verweerder dit bezwaar ongegrond verklaard.

Verzoekster heeft tegen het besluit van 3 mei 2021 beroep ingesteld. Verzoekster heeft naar aanleiding van dit besluit tevens bij brief van 10 juni 2021 de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De procedure over deze voorlopige voorziening heeft registratienummer ROE 21/1568.

Bij besluit van 16 juni 2021 heeft verweerder verzoekster een last onder bestuursdwang opgelegd, inhoudende dat alle bouwwerken op het perceel aan de Goorseweg 42 uiterlijk 30 juni 2021 moeten worden verwijderd en verwijderd moeten worden gehouden met uitzondering van de op 12 maart 2029 vergunde keet van 10 m².

Verzoekster heeft tegen het besluit van 16 juni 2021 bezwaar gemaakt en naar aanleiding van dit besluit de voorzieningenrechter tevens verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De procedure over deze voorlopige voorziening heeft registratienummer ROE 21/1647.

Verweerder heeft in beide voorzieningenprocedures een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting in beide zaken heeft plaatsgevonden op 29 juni 2021. Verzoekster en verweerder hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.

Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan.

Beslissing in de zaak 21/1568

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Overwegingen

1 De voorzieningenrechter geeft hiervoor de volgende motivering.

2. Het bestreden besluit van 3 mei 2021 behelst de weigering van een omgevingsvergunning voor het realiseren van een aantal andere bouwwerken dan de reeds vergunde keet van 10 m². Niet in geschil is dat voor de andere bouwwerken een omgevingsvergunning nodig is en dat deze bouwwerken in strijd zijn met het bestemmingsplan "Buitengebied Gennep". Legalisatie is niet mogelijk omdat verweerder (met name) aantasting van de ter plaatse karakteristieke landschappelijke openheid door de bouwwerken wil tegengaan.

3. Verzoekster heeft de voorzieningenrechter gevraagd de voorziening te treffen dat zij als vergunninghoudster wordt aangemerkt. Aan verzoekster is namelijk een (onherroepelijke) last onder dwangsom opgelegd om de illegale bouwwerken vóór 14 juni 2021 te verwijderen, op straffe van een dwangsom van € 10.000,-. Verzoekster wenst met de gevraagde voorziening te voorkomen dat zij de dwangsom verbeurt.

4. De voorzieningenrechter stelt vast dat de begunstigingstermijn die aan de last onder dwangsom is verbonden inmiddels, op 14 juni jongstleden, is verstreken zonder dat de bouwwerken zijn verwijderd. De dwangsom is daardoor verbeurd. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is er daarom geen spoedeisend belang meer bij het treffen van de gevraagde voorziening. Bovendien heeft de gevraagde voorziening geen betrekking op het bestreden besluit tot weigering van de omgevingsvergunning, zodat de vereiste materiële connexiteit tussen de voorziening en het bestreden besluit ontbreekt. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter dient in zaak 21/1568 vanwege het ontbreken van het spoedeisend belang en het ontbreken van de materiële connexiteit het verzoek om voorlopige voorziening te worden afgewezen. In deze zaak is geen aanleiding voor een vergoeding van griffierecht en proceskosten aan verzoekster.

Beslissing in de zaak 21/1647

De voorzieningenrechter:

- wijst het verzoek toe met dien verstande dat de aan de last onder bestuursdwang van 16 juni 2021 verbonden begunstigingstermijn wordt verlengd tot 4 november 2021 onder de voorwaarde dat vóór die datum op het perceel geen andere bouwwerken aanwezig mogen zijn dan die er nu staan, te weten de twee mobiele keten met overkapping en doek en de boogkas;

- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 360,- aan verzoekster te vergoeden;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 1.068,-.

Overwegingen

1 De voorzieningenrechter geeft hiervoor de volgende motivering.

2. Op grond van de aan verzoekster opgelegde last onder bestuursdwang diende verzoekster de in de last vermelde illegale bouwwerken uiterlijk 30 juni 2021 te verwijderen.

3. Verzoekster heeft aangevoerd dat de termijn tot 30 juni 2021 een te korte termijn is voor het verwijderen van de bouwwerken omdat dit met behulp van vrijwilligers moet gebeuren die maar beperkt inzetbaar zijn. Verzoekster heeft naar eigen zeggen het vooruitzicht dat zij over enige tijd, mogelijk komende augustus, de beschikking kan krijgen over een ander perceel en dat zij dan haar activiteiten op het perceel aan de Goorseweg 42 zal beëindigen. Tot die tijd heeft verzoekster dit perceel nodig om haar spullen te kunnen opslaan en om de personen die via het werkvoorzieningsschap bij verzoekster hun dagbesteding hebben te kunnen blijven ontvangen.

4. De gemeente Gennep heeft naar aanleiding van de opgelegde handhavings-maatregelen de bruikleenovereenkomst die de gemeente en verzoekster met betrekking tot het perceel Goorseweg 42 hebben gesloten per 4 november 2021 opgezegd. Verweerder heeft zich ter zitting bereid getoond de begunstigingstermijn met één maand te verlengen mits verzoekster haar best zal doen om de illegale situatie te beëindigen. Verlenging tot 4 november 2021 acht verweerder te lang.

5. De voorzieningenrechter is van oordeel dat, alle belangen afwegende, de begunstigingstermijn die aan de last onder bestuursdwang is verbonden moet worden verlengd tot het einde van de bruikleenovereenkomst, dus tot 4 november 2021. Dit geldt voor de twee mobiele keten, behalve het vergunde gedeelte van 10 m², de tussen de mobiele keten aangebrachte overkapping met doek, en de boogkas. Verzoekster mag in de tussentijd de bebouwing op het perceel niet uitbreiden. Bij dit oordeel heeft de voorzieningenrechter rekening gehouden met het gegeven dat de illegale bouwwerken grotendeels al gedurende een jaar op het perceel aanwezig zijn, met het belang van verzoekster om haar spullen op een behoorlijke wijze te kunnen opbergen en met het, door verweerder niet betwiste, belang van de personen die bij verzoekster dagbesteding en begeleiding vinden om ononderbroken gebruik te kunnen blijven maken van de diensten van verzoekster. Van verzoekster mag naar het oordeel van voorzieningenrechter, gelet op deze belangen en het vooruitzicht op een andere locatie, in redelijkheid niet worden verlangd dat zij de bouwwerken nu al verwijdert. Van de zijde van verweerder zijn daar geen zwaarwegende belangen tegenovergesteld. Daarbij betrekt de voorzieningenrechter dat (nagenoeg) alle dieren zijn verwijderd en er in ieder geval op dat punt geen sprake meer is van (eventuele) overlast voor derden.

6. Omdat de voorzieningenrechter het verzoek in deze zaak toewijst, bepaalt de voorzieningenrechter dat verweerder aan verzoekster het door haar betaalde griffierecht vergoedt.

7. De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.068,-.(1 punt voor het indienen van het verzoekschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 534,- en een wegingsfactor 1).

Rechtsmiddel

De voorzieningenrechter wijst erop dat tegen deze uitspraken geen rechtsmiddel openstaat.

Waarvan door de griffier, mr. A.G.P.M. Zweipfenning, is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzieningenrechter is ondertekend. De griffier is verhinderd dit proces-verbaal te ondertekenen.

mr. R.J.G.H. Seerden

(voorzieningenrechter)

Afschrift verzonden aan partijen op: 13 juli 2021