Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2021:5413

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
30-06-2021
Datum publicatie
28-07-2021
Zaaknummer
9056630/AZ/21-29 30062021
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Werkgever verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens primair verwijtbaar handelen, subsidiair op grond van een verstoorde arbeidsrelatie en legt aan dit verzoek ten grondslag dat werknemer zich op een ontoelaatbare wijze heeft uitgelaten tegen vrouwelijke werknemers. De kantonrechter oordeelt over dat gedrag, dat dit als uiterst lomp, onfatsoenlijk en ongepast kan worden aangemerkt. In de context waarin het wordt vertoond, kan het ook als seksueel intimiderend worden aangemerkt (zonder dat er lichamelijk contact is geweest). In zoverre handelt kan werknemer een (ernstig) verwijt kan worden gemaakt voor zijn gedrag.

De kantonrechter weegt ten nadele van werkgever mee dat zij niet actief is nagegaan of werknemers zich onveilig voelden door dit gedrag. Bovendien is de oplossing niet (alleen) om medewerkers die ongewenst gedrag vertonen, uit de organisatie te snijden, maar (ook) om medewerkers die dergelijk gedrag (zouden willen) laten zien, duidelijk te maken dat dit niet geaccepteerd wordt door ze daarop aan te spreken, hun gedrag als het ware te beïnvloeden, en een omgeving te creëren waarin dit gedrag snel zichtbaar wordt als het vertoond wordt alsmede er snel en adequaat op gereageerd wordt. In dit geval mocht van werkgever worden verwacht dat hij werknemer de wacht aanzegt en actief erop toeziet dat hij dergelijk gedrag niet meer vrijelijk kan vertonen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2021-0949
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: 9056630 \ AZ VERZ 21-29

Beschikking van de kantonrechter van 30 juni 2021

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SCHNEIDER ELECTRIC LOGISTIC CENTRE B.V.,

gevestigd te Venray,

werkgever,

gemachtigde mr. H.C.L. Brenninkmeijer-Verbaan,

verzoekende partij in het verzoek,

tegen:

[verweerder] ,

wonend [adres] ,

5802 GL Venray,

werknemer,

gemachtigde mr. J. Meijer,

verwerende partij in het verzoek,

Partijen zullen hierna Schneider en [verweerder] worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het op 25 februari 2021 ter griffie ontvangen ontbindingsverzoek

  • -

    het verweerschrift

  • -

    de op 10 mei 2021 gehouden mondelinge behandeling

  • -

    de spreekaantekeningen van de gemachtigden van partijen.

1.2.

Ten slotte is beschikking bepaald.

2
2. Het geschil

2.1.

[verweerder] is geboren op [geboortedatum] 1966 (nu dus 55 jaar) en is op 2 juni 2002 (nu 19 jaar geleden) bij Schneider in dienst getreden. Hij vervulde laatstelijk de functie van Warehouse Operator tegen een loon van € 2.219,00 per maand exclusief overige emolumenten. Tot 14 januari 2021 zijn bij Schneider nooit meldingen gedaan van enig vreemd of ongewenst gedrag van [verweerder] .

2.2.

Op 14 januari 2021 ontvangt Schneider via de mail een klacht van een schoonmaakster (mevrouw [medewerker 1] ) over [verweerder] (bijlage 1,7). De mail bevat onder andere de volgende tekst: .


“(..) Ik heb nog een ander punt dat ik graag wil bespreken met jullie een van de schoonmaaksters word lastig gevallen door een medewerker van Schneider gisteren gooide hij boven de hele wc onder water wat de schoonmaaksters op moest ruimen en vandaag blijft hij haar in de gaten houden verschillende keren de trap Op om te kijken wat ze aan het doen is. Als we het goed hebben heeft hij [verweerder] (opm. kantonrechter: [verweerder] ).

Zou iemand meneer hierover kunnen aanspreken dame is op dit moment bang ik heb met haar afgesproken Dat als hij haar weer lastig valt ze iemand anders van Schneider erbij moet roepen. (..)

2.3.

Op 4 februari 2021 heeft mevrouw [medewerkster personeelszaken] (medewerkster personeelszaken bij Schneider) telefonisch met mevrouw [medewerker 1] gesproken. Zij verklaarde (bijlage 1,12):

“ (..) Na nieuwjaar kreeg ik opeens veel last van de heer [verweerder] . Hij liep achter me aan, bleef achter me staan, staarde me aan, bekeek me van top tot teen. Eén keer wachtte hij tot ik klaar was met het schoonmaken van de toiletten, en ging vervolgens naar binnen om de boel weer vies te maken. (..)

Met mijn leidinggevende heb ik toen afgesproken dat ik een ander deel van het gebouw zou schoonmaken, maar ik bleef last houden van de heer [verweerder] . Hij wachtte mij bij de uitgang op. Ik heb dit als zeer intimiderend ervaren en kon me niet meer concentreren. Ik ben zo bang geworden dat ik niet meer bij jullie wilde werken. De heer [verweerder] heeft mij nooit aangeraakt, maar ik voelde mij wel geïntimideerd.(..)”

2.4.

De heer [medewerker 2] verklaart op 17 februari 2021 in een zelf geschreven verklaring (bijlage 1,15):

“Ich (…) erinnere mich nu daran, dass ich eines Tages in Januar aud die Toilette gegangen bin und viel Wasser auf dem Boden gesehen habe. Die Putzfrau sagte mir, dass es viel Wasser auf dem Bodem gibt und dass es niet normal ist”.

2.5.

Genoemde melding heeft kennelijk tot nader onderzoek geleid. Mevrouw [medewerkster personeelszaken]

van personeelszaken heeft op 4 februari 2021 een aantal vrouwelijke collega’s van

[verweerder] gebeld waarvan zij gespreksverslagen heeft gemaakt. Een aantal van deze

vrouwen heeft op 17 februari 2021 zelf verklaringen op schrift gesteld.

2.6.

Mevrouw [medewerker 3] heeft telefonisch tegenover mevrouw [medewerkster personeelszaken] verklaard

(bijlage 1,9):

“Hierover heb ik niet veel te verklaren. Ik ben zelf niet bang van [verweerder] . Wel zei hij laatst nog het volgende tegen mij: ‘Schatje wat ben je aangekomen, wat heb je een dikke kont’. (..)”

2.7.

Mevrouw [medewerker 4] heeft op 17 februari 2021 een schriftelijke verklaring

opgesteld (bijlage 1,19) en op 4 februari telefonisch tegenover mevrouw [medewerkster personeelszaken]

verklaard (bijlage 1,11). Mevrouw [medewerkster personeelszaken] relateert:


“(..) Ik zat buiten te huilen, omdat ik me geïntimideerd voelde door [verweerder] . (..) Het contact met [verweerder] begon met grapjes, maar het werd steeds vervelender. Uiteindelijk informeerde hij naar onze bedgewoontes. Hij vroeg mij: ‘Why you don’t put nothing in your pussy, only kissing’. Ik vertelde hem meermalen dat ik het hier niet met hem over wilde hebben, maar dit hielp niet. Ook heeft hij tegen [medewerker 5] gezegd dat ze van seksuele oriëntatie moet wisselen. [medewerker 5] heeft meerdere keren gesprekken gevoerd met [verweerder] om hem op afstand te houden, maar dat hielp niet. (..)”

2.8.

Mevrouw [medewerker 5] heeft op 17 februari 2021 een schriftelijke verklaring

opgesteld (bijlage 1,18) en op 4 februari telefonisch tegenover mevrouw [medewerkster personeelszaken]

verklaard (bijlage 1,12). Mevrouw [medewerkster personeelszaken] relateert:

“(..) [verweerder] blokkeert mijn heftruck in de gang om mij zo te dwingen met hem te praten. Hij vertelde mij dat hij me té leuk vindt. De situatie werd steeds vervelender, toen [verweerder] continu mijn aandacht bleef zoeken. Hij werd opdringeriger sinds hij wist dat er problemen waren tussen [medewerker 4] en mij.
(..) Hij zei daarover: ‘you need a man, if you change your sexual orientation, I will buy you a house and a car’. Ik heb hem echt meermalen verzocht te stoppen met zijn opmerkingen, maar dat hielp niet. (..)”

2.9.

Mevrouw [medewerker 6] heeft op 17 februari 2021 een schriftelijke verklaring

opgesteld (bijlage 1,20) en op 4 februari telefonisch tegenover mevrouw [medewerkster personeelszaken]

verklaard (bijlage 1,10). Mevrouw [medewerkster personeelszaken] relateert:


“ (..) Ik was getuige van de woorden die [verweerder] tegen [medewerker 4] ( [medewerker 4] , opm. kantonrechter) zei. [verweerder] is al geruime tijd geïnteresseerd in het privéleven van [medewerker 4] en [medewerker 5] ( [medewerker 5] , opm. kantonrechter). Dit vooral sinds hij weet dat zij een relatie met elkaar hebben. (..) [verweerder] heeft ruzie veroorzaakt tussen beide dames. Vervolgens heeft hij aan [medewerker 5] een huis en een auto aangeboden als ze van seksuele oriëntatie zou wijzigen. (..) [verweerder] dringt zich aan alle vrouwen in het warehouse op. Hij noemt velen ‘baby’ en volgt hen ook. Ik zag hoe hij [medewerker 5] forceerde te stoppen toen ze op de heftruck aan het werk was. Ook weet ik dat [verweerder] alleen wil overwerken als [medewerker 5] moet overwerken.(..)”

2.10.

mw. [medewerker 7] verklaart op 17 februari 2021 in een handgeschreven verklaring

(bijlage (1,17):


“(..) First of all it was looks likes jokes but later it starts getting on my nervs then the next thins was touching ang hugging, specially hy toch my hair a lot of times. I told him to stop it but he didn’t listen. When I said that the jokes are not funny for me anymore, he start laughing. The second situation was when he start to speak about my period and things how Im supposed to have seks with my boyfriend. For example that he have to “fuck me like a rabbit”. There was a lot of situation like this. (..)”

2.11.

mw. [medewerker 8] verklaart op 17 februari 2021 in een handgeschreven verklaring (bijlage (1,16):


“I had the problem with him just on the kantine. Almost every day he was asking te same question, can I sit with hm. I was just pretending not to hear it, but after a few more times when I said that I wll not site there, I just change place. (..)”

2.12.

Genoemde meldingen en verklaringen hebben Schneider doen besluiten om [verweerder] vrij te stellen van werk en de ontbinding van de arbeidsovereenkomst te verzoeken. Het enige uit het dossier kenbare gesprek tussen Schneider en [verweerder] is het telefoongesprek van mevrouw [medewerkster personeelszaken] met [verweerder] op 4 februari 2021 (bijlage 1,14). Mevrouw [medewerkster personeelszaken] relateert:

“(..) De lesbiennes hebben zelf gezegd: ‘wij hebben seks, maar ik hoef niks in mijn poes’. Over het verhaal van de schoonmaakster kan ik mij niets meer herinneren. Het is een fantasie is van deze mensen. Sommigen maken overal een probleem. (..)

2.13.

Schneider stelt primair dat [verweerder] ernstig verwijtbaar heeft gehandeld en van haar niet gevergd kan worden om de arbeidsovereenkomst met [verweerder] te laten voortduren. Als er al niet sprake is van ernstig verwijtbaar handelen, is in elk geval de arbeidsrelatie zodanig verstoord dat dit een ontbinding rechtvaardigt. Zij verzoekt bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad, de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst te ontbinden tegen de kortst mogelijke termijn, zonder toekenning van een transitievergoeding en onder veroordeling van [verweerder] in de proceskosten.

2.14.

[verweerder] voert verweer. Hij betwist het verklaarde gedrag te hebben vertoond. Het valt hem op dat de verklaringen afkomstig zijn van medewerksters die nog niet zo lang in dienst zijn. Hij vermoedt dat die medewerksters van hem af willen en daarom zo belastend verklaren. Hij wijst erop dat hij altijd prima gefunctioneerd heeft zonder dat er klachten over hem waren. Als toch uitgegaan wordt van de juistheid van de klachten, wenst hij dat betreffende medewerksters als getuigen worden gehoord en wil hij ook zelf enkele getuigen laten horen.

2.15.

[verweerder] vindt ook dat de werkgever te weinig heeft gedaan om zijn mening te horen. Er is onvoldoende hoor en wederhoor toegepast. Ook na non-actiefstelling is nog aangeboden om een gesprek te voeren, waarop niet is ingegaan (bijlage 2,2). Schneider heeft onvoldoende onderzocht of [verweerder] op een andere plek in de onderneming kon worden herplaatst.

2.16.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

3 De beoordeling

3.1.

De kantonrechter stelt allereerst vast dat niet is gebleken dat het onderhavige verzoek verband houdt met een opzegverbod als bedoeld in artikel 7:670, leden 1 tot en met 4 en 10 van het BW, of enig ander verbod tot opzegging van de arbeidsovereenkomst. Derhalve komt de kantonrechter toe aan een inhoudelijke beoordeling van het verzoek.

3.2.

In deze ontslagprocedure is de eerste vraag of de feiten die door Schneider worden aangevoerd om te onderbouwen dat sprake is van ernstig verwijtbaar gedrag, als voldoende vaststaand mogen worden aangenomen. Omdat [verweerder] die feiten uitdrukkelijk betwist, mag daarvan niet lichtvaardig worden uitgegaan. In wezen gaat het in deze zaak om de volgende voorvallen:

  1. het incident met schoonmaakster [medewerker 1]

  2. de omgang met dames [medewerker 4] en [medewerker 5]

  3. de omgang van [verweerder] in de kantine met mevrouw [medewerker 8]

  4. het gedrag van [verweerder] jegens mevrouw [medewerker 7]

3.3.

Voor wat betreft het voorval in de toiletten stelt [verweerder] dat die toiletten vaak verstopt zijn en overlopen en dus niet mag worden aangenomen dat hij moedwillig water in het toilet heeft gegooid om de aandacht van mevrouw [medewerker 1] te trekken. De verklaring van mevrouw [medewerker 1] dat hij haar de volgende dag bij een andere ingang opwachtte, wordt niet door een ander bewijsmiddel ondersteund. Hoewel dus enerzijds steunbewijs ontbreekt, is anderzijds opmerkelijk dat mevrouw [medewerker 1] niet bij Schneider werkt en zij klaagt over iemand die zij amper kent. In dat kader is het moeilijk om te geloven dat haar angst voor Schneider alleen maar inbeelding berust.

3.4.

Voor wat betreft het voorval met de beide vrouwen, ondersteunen hun verklaringen elkaar en worden hun verklaringen op gedeeltes ondersteund door die van mevrouw [medewerker 6] .

3.5.

De verklaringen van mevrouw [medewerker 8] en mevrouw [medewerker 7] worden niet door andere bewijsmiddelen ondersteund.

3.6.

Wat de verklaringen van de betreffende vrouwen sterker maakt, is dat het steeds beschreven patroon van handelen erg op elkaar past. Zo lijkt het opwachten van mevrouw [medewerker 1] op het steeds aan dezelfde tafel willen gaan zitten bij mevrouw [medewerker 8] en het de weg versperren van mevrouw [medewerker 5] . Het adviseren van mevrouw [medewerker 7] ‘to fuck as a rabbit’ toont gelijkenis met de vraag aan mevrouw [medewerker 4] : ‘Why you don’t put nothing in your pussy, only kissing’ of die aan mevrouw [medewerker 5] : ‘you need a man, if you change your sexual orientation, I will buy you a house and a car’ en die aan mevrouw [medewerker 3] : ‘Schatje wat ben je aangekomen, wat heb je een dikke kont’. (..)’.

3.7.

De onderlinge consistentie van de verklaringen én het op enkele onderdelen aanwezige steunbewijs, zijn voor de kantonrechter voldoende dragend om ze als bewezen aan te merken. Dit mede in het licht van het volgende.

3.8.

Het hierboven beschreven gedrag kan als uiterst lomp, onfatsoenlijk en ongepast worden aangemerkt. In de context waarin het wordt vertoond, kan het ook als seksueel intimiderend worden aangemerkt (zonder dat er lichamelijk contact is geweest). In zoverre kan gezegd worden dat [verweerder] een (ernstig) verwijt kan worden gemaakt voor zijn gedrag.

3.9.

De vraag is echter of genoemd gedrag de gevraagde ontbinding rechtvaardigt en of Schneider er voldoende aan gedaan heeft om het gedrag te voorkomen of te bestrijden en/of van haar niet verwacht mag worden dat zij [verweerder] via een overplaatsing de kans geeft om zijn gedrag aan te passen. Met andere woorden: schiet Schneider niet ook zelf tekort in het creëren van een veilige omgeving voor haar medewerkers en komt zij er niet te gemakkelijk mee weg door een medewerker van wie toevallig blijkt dat hij aan die veilige omgeving niet bijdraagt, zonder enig pardon weg te sturen? In dat verband het volgende.

3.10.

Het door [verweerder] vertoonde gedrag kan moeilijk als incident worden beschouwd. Veeleer duidt het op een bepaald gedragspatroon waarvan hij waarschijnlijk zelf de onjuistheid niet eens inziet. Dat betekent dat [verweerder] in alle jaren dat hij bij Schneider werkt, zeer waarschijnlijk al vele malen dit soort gedrag heeft vertoond. Dat spreekt niet ten voordele van [verweerder] , maar ook niet van Schneider. Schneider belijdt namelijk, net als veel bedrijven en maatschappelijke organisaties (defensie en politie waren onlangs in het nieuws) dat zij een veilige werkomgeving wil creëren voor haar werknemers, terwijl die er ondertussen blijkbaar niet is. Wat er bij Schneider kennelijk aan heeft ontbroken, is dat zij actief bij haar medewerkers nagaat of zij zich wel veilig voelen en zo nee, waarom niet. In dit geval moet er een externe melding aan te pas komen voordat een personeelsmedewerker van Schneider een paar telefoontjes met medewerkers pleegt om op de hoogte te raken wat er op haar werkvloer gebeurt.

3.11.

De oplossing is niet (alleen) om medewerkers die ongewenst gedrag vertonen, uit de organisatie te snijden, maar (ook) om medewerkers die dergelijk gedrag (zouden willen) laten zien, duidelijk te maken dat dit niet geaccepteerd wordt door ze daarop aan te spreken, hun gedrag als het ware te beïnvloeden, en een omgeving te creëren waarin dit gedrag snel zichtbaar wordt als het vertoond wordt alsmede er snel en adequaat op gereageerd wordt.

3.12.

De kantonrechter is van oordeel dat in dit concrete geval van Schneider verwacht mag worden dat zij [verweerder] de wacht aanzegt en actief erop toeziet dat hij dergelijk gedrag niet meer vrijelijk kan vertonen. Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat er bij Schneider meerdere teams werkzaam zijn en er (op dit moment) zelfs een team is dat voornamelijk uit mannen bestaat. Hoewel het gedrag van [verweerder] verwijtbaar en ontoelaatbaar is, is het niet onomkeerbaar in de zin dat van Schneider niet verlangd kan worden dat zij probeert dit gedrag te beïnvloeden en te veranderen. Zulks met name vanwege een verder ‘vlekkeloos’ dienstverband van 18 jaren.

3.13.

Daarbij is de kans aanmerkelijk dat [verweerder] daadwerkelijk zijn gedrag zal aanpassen als hij een kans krijgt om zich van een betere kant te laten zien en actief toegezien wordt dat hij zich binnen de gewenste cultuur zal bewegen. [verweerder] heeft namelijk veel te verliezen. Gelet op zijn opleidingsniveau heeft hij namelijk een heel goeie baan met een hoog salaris. En zou [verweerder] deze herkansing verspelen door niet bereid te zijn om zijn gedrag aan te passen, dan staat de weg naar ontbinding open.

3.14.

Het voorgaande leidt tot afwijzing van het verzoek tot ontbinding. Schneider zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van [verweerder] worden veroordeeld. Deze bestaan uit het salaris van de gemachtigde. Voor de hoogte daarvan wordt aangesloten bij het standaardtarief van € 360,= per proceshandeling, waarbij met twee proceshandelingen (verweerschrift en mondelinge behandeling) uitgekomen wordt op € 720,=.

4 Beslissing

De kantonrechter

4.1.

wijst het verzoek af;

4.2.

veroordeelt Schneider in de proceskosten van [verweerder] , tot op heden begroot op € 720,00;

4.3.

verklaart deze beslissing voor wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gewezen door mr. H.H. Dethmers en in het openbaar uitgesproken.