Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2021:5288

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
25-06-2021
Datum publicatie
12-07-2021
Zaaknummer
C/03/293484 / BZ RK 21/1464
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Machtiging tot voortzetting crisismaatregel ex art. 7:7 Wvggz

De tijdelijk verplichte zorg ex artikel 7:3 Wvggz is niet toereikend gebleken na indiening verzoek VCM. De officier van justitie heeft op grond van artikel 283 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering een aanvullend verzoekschrift ingediend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Familie en jeugd

Zaaknummer: C/03/293484 / BZ RK 21/1464

Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel

Beschikking van 25 juni 2021 van de rechtbank Limburg naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz),

ten aanzien van:

[betrokkene] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

wonend te [woonplaats] ,
verblijvende in de Vincent van Gogh kliniek voor ggz te Venlo,

hierna te noemen: betrokkene,

advocaat: mr. F.A. Dronkers.

1 Procesverloop

1.1.

Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 22 juni 2021, heeft de officier van justitie verzocht om voortzetting van de op 21 juni 2021 opgelegde crisismaatregel.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

  • -

    een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel van 21 juni 2021;

  • -

    de medische verklaring van 21 juni 2021;

  • -

    het episode journaal;

  • -

    een uittreksel uit het curatele- en bewindregister.

Op 24 juni 2021 heeft de rechtbank een aanvullend verzoekschrift ontvangen met als bijlage:

- de beslissing tijdelijk verplichte zorg van 23 juni 2021.

1.2.

De curator van betrokkene heeft op 24 juni 2021 schriftelijk laten weten in te stemmen met het (aangevulde) verzoek.

1.3.

Vanwege het Coronavirus (COVID-19) en de maatregelen zoals deze door de overheid worden geadviseerd, behandelt de rechtbank urgente zaken zoals deze zaak door middel van telehoren. Dat wil zeggen dat betrokkene, de advocaat en de andere procesdeelnemers via een video/telefoonverbinding worden gehoord, om besmettingsrisico tegen te gaan. Door of namens betrokkene is hiertegen geen bezwaar gemaakt.

1.4.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 25 juni 2021 door middel van telehoren.

De rechtbank heeft de volgende personen gehoord:

  • -

    betrokkene;

  • -

    de advocaat van betrokkene, mr. F.A. Dronkers;

  • -

    de arts assistent, [naam arts assistent] .

1.5.

De officier van justitie is niet gehoord.

2 Beoordeling

2.1.

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor betrokkene te verlenen.

2.2.

Op grond van artikel 7:7 Wvggz verleent de rechter een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel indien naar zijn oordeel ten aanzien van betrokkene de grondslag voor het nemen van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:1 lid 1 Wvggz aanwezig is.
Tevens dient naar het oordeel van de rechter voldaan te zijn aan de criteria voor verplichte zorg, bedoeld in artikel 3:3 Wvggz en het doel van verplichte zorg, bedoeld in artikel 3:4 Wvggz, onderdelen a tot en met e. De rechter neemt hierbij de algemene uitgangspunten van artikel 2:1 Wvggz in acht.

2.3.

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstige immateriële schade, de bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat hij onder invloed van een ander raakt en de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept. Betrokkene vertoont gedesorganiseerd en dwaalgedrag. Daarnaast slaapt ze te kort en dreigt uitputting.

2.4.

Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van een bipolaire I stoornis. Actueel is er sprake van een manisch-psychotische ontregeling. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.

2.5.

De rechtbank is van oordeel dat de in de crisismaatregel genoemde zorg, te weten:

  • -

    het toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

  • -

    het insluiten;

  • -

    het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

  • -

    het opnemen in een accommodatie;

noodzakelijk is om het nadeel af te wenden. Betrokkene verzet zich tegen deze zorg.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

2.6.

De tijdelijk verplichte zorg ex artikel 7:3 Wvggz, die op grond van de crisismaatregel is ingezet, is niet toereikend gebleken. Door de manisch psychotische decompensatie is betrokkene niet te sturen en is er sprake van decorumverlies, waarbij betrokkene naakt over de afdeling loopt en instructies niet opvolgt. Om die reden heeft de zorgverantwoordelijke de geneesheer-directeur op 23 juni 2021 bericht dat per dezelfde datum het ‘beperken van de bewegingsvrijheid’ als aanvullende verplichte tijdelijke zorg is verleend. De officier van justitie heeft vervolgens op grond van artikel 283 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering een aanvullend verzoekschrift ingediend, waarbij gesteld wordt dat verzoeker bevoegd is het verzoek schriftelijk te veranderen zolang de rechtbank nog geen eindbeschikking heeft gegeven. Op grond van artikel 7:8, lid 2 Wvggz kan de rechtbank bovendien, in afwijking van het verzoekschrift, bedoeld in artikel 7:7, lid 1, of de bescheiden, bedoeld in artikel 7:2, lid 2, Wvggz, besluiten tot het opnemen van andere vormen van verplichte zorg, bedoeld in artikel 3:2 lid 2 Wvggz. Nu ter zitting en in de stukken voldoende is onderbouwd dat de vorm van zorg het ‘beperken van de bewegingsvrijheid’ noodzakelijk is ter afwending van ernstig nadeel, zal de rechtbank deze vorm van zorg eveneens opnemen in de machtiging.

2.7.

De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.8.

Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, waarbij het beperken van de bewegingsvrijheid wordt toegevoegd, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.

3 Beslissing

De rechtbank:

3.1.

verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van

[betrokkene] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden toegepast:

  • -

    het toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

  • -

    het beperken van de bewegingsvrijheid;

  • -

    het insluiten;

  • -

    het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

  • -

    het opnemen in een accommodatie;

3.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 16 juli 2021.

Deze beschikking is op 25 juni 2021 mondeling gegeven door mr. L. Bastiaans, rechter en in het openbaar uitgesproken bijgestaan door S.F.C. Egbers-Hoebe als griffier, en op 1 juli 2021 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.