Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2021:4963

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
16-06-2021
Datum publicatie
02-07-2021
Zaaknummer
C/03/278972 / HA ZA 20-314
Formele relaties
Tussenuitspraak: ECLI:NL:RBLIM:2021:2967
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Tussenvonnis: benoeming reeds eerder aangekondigde deskundigen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer / rolnummer: C/03/278972 / HA ZA 20-314

Vonnis van 16 juni 2021

in de zaak van

1 [eiser sub 1] ,

wonende te [woonplaats] ,

2. [eiseres sub 2],

wonende te [woonplaats] ,

eisers,

advocaat mr. W.J.F. Geertsen,

tegen

1 [gedaagde sub 1] ,

wonende te [woonplaats] ,

2. [gedaagde sub 2],

wonende te [woonplaats] ,

gedaagden,

advocaat mr. M. Ouarani.

Partijen zullen hierna “ [eisers] ” en “ [gedaagden] ” genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 31 maart 2021;

  • -

    de akte van [eisers] van 14 april 2021;

  • -

    de akte van [gedaagden] van 14 april 2021.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De verdere beoordeling

2.1.

Het eerder aangekondigde deskundigenbericht zal nu worden bevolen. De rechtbank heeft kennis genomen van het tussen partijen gevoerde debat omtrent het aantal te benoemen deskundigen, de persoon van de deskundige(n) en de aan de deskundige(n) voor te leggen vragen. Mede gelet op dat debat zal de rechtbank de onder de beslissing vermelde deskundige benoemen, nu daartegen door geen van de partijen bezwaar is gemaakt. Aan deze deskundige zullen de in de beslissing vermelde vragen worden voorgelegd. In aanvulling merkt de rechtbank nog op dat tijdens de mondelinge behandeling gesproken is over de eventuele benoeming van Dakenaudit als deskundige. Dakenaudit is ook door de rechtbank benaderd, maar heeft, in de persoon van de heer [naam] , laten weten dat zij, zonder daarvoor overigens haar redenen te vermelden, niet wil ingaan op het verzoek om in deze zaak als deskundige op te treden. Vervolgens heeft de rechtbank de onder de beslissing vermelde deskundige aangezocht, die heeft aangegeven dat het hem vrijstaat in deze zaak als deskundige op te treden.

2.2.

In het tussenvonnis is al aangekondigd door welke partij het voorschot op de kosten van de deskundige moet worden gedeponeerd. Hierbij merkt de rechtbank op dat de deskundige inschat dat hij ca. 14 uur zal moeten besteden aan het uitvoeren van het deskundigenonderzoek en dat zijn uurtarief € 130,00 (excl. BTW) bedraagt. De door de deskundige uitgebrachte offerte sluit op € 2.202,20 (incl. BTW). Nu dit bedrag onder de door beide partijen bij akte aangegeven grenzen blijft, zal de rechtbank partijen niet meer de mogelijkheid bieden om zich nog uit te laten over de hoogte van het voorschot.

2.3.

De rechtbank wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals nader onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaruit de gevolgtrekking maken die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.

2.4.

Indien een partij desgevraagd of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige doet toekomen, dient zij daarvan terstond afschrift aan de wederpartij te verstrekken.

2.5.

De rechtbank ziet geen aanleiding om tussentijds hoger beroep van deze tussenbeslissing toe te staan. Zij zal de beslissing over het voorschot ambtshalve uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

3 De beslissing

De rechtbank:

3.1.

beveelt een onderzoek door een deskundige ter beantwoording van de volgende vragen:

  1. Kunt u gemotiveerd aangeven of u van mening bent dat de houten onderconstructie van het dak vervangen dient te worden? Indien u die mening toegedaan bent, geldt dit dan voor de gehele onderconstructie of slechts voor een gedeelte?

  2. Kunt u gemotiveerd aangeven of voor het herstellen van het dak de dakopstand verhoogd dient te worden?

  3. a. Kunt u gemotiveerd toelichten welke bouwkundige- en/of dakbedekkingswerkzaamheden dienen te worden uitgevoerd ter herstel van het dak? Welke materialen dienen daarbij te worden gebruikt om een dak dat van aard en kwaliteit vergelijkbaar is aan de in het huidige dakbedekkingspakket toegepaste materialen te realiseren? Dienen er op grond van de huidige wettelijke vereisten ten aanzien van bepaalde onderdelen andere materialen te worden toegepast dan welke in het huidige dakbedekkingspakket zijn toegepast?

b. Kunt u aangeven wat de (technische) levensduur is van individuele onderdelen in een dakbedekkingspakket, zoals dakbeschot, dampremmende laag, isolatie, bitumen toplaag, windveren/boeidelen etc?

4. Wijkt u in uw calculatie en beoordeling af van de Vakrichtlijn “Gesloten Dakbedekkingssystemen”? Zo ja, kunt u gemotiveerd aangeven waarom?

5. Wat zijn de kosten van het uitvoeren van de hiervoor bedoelde werkzaamheden. Als de huidige wettelijke vereisten (zie vraag 3a) tot een kostenverhoging leiden, kunt u aangeven wat dan het prijsverschil is ten opzichte van de materialen die in het huidige dakbedekkingspakket zijn toegepast?

6. Zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan de rechter volgens u kennis dient te nemen bij de verdere beoordeling?

3.2.

benoemt tot deskundige:

De heer L.G.M. Bremen

Bremen Bouwadviseurs

correspondentieadres: postbus 528, 6400 AM Heerlen,

bezoekadres: Parallelweg 2B, 6411 ND Heerlen,

telefoon: 045 – 571 39 39,

emailadres: info@bremenba.nl

het voorschot

3.3.

stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vast op het door de deskundige begrote bedrag van € 2.202,20 (incl. BTW),

3.4.

bepaalt dat [gedaagden] het voorschot dient over te maken binnen twee weken na de datum van de nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak,

3.5.

draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot,

het onderzoek

3.6.

bepaalt dat [gedaagden] zijn procesdossier in afschrift aan de deskundige dient te doen toekomen,

3.7.

bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats,

3.8.

wijst de deskundige er op dat:

  • -

    de deskundige voor aanvang van het onderzoek dient kennis te nemen van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (te raadplegen op www.rechtspraak.nl of desgevraagd te verkrijgen bij de griffie),

  • -

    de deskundige het onderzoek pas na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot dient aan te vangen,

  • -

    de deskundige het onderzoek onmiddellijk dient te staken en contact dient op te nemen met de griffier, indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,

  • -

    de deskundige partijen bij een onderzoek van een object ter plaatse gelegenheid dient te bieden dit onderzoek bij te wonen; indien slechts één partij, althans niet alle partijen, bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig is of zijn, de deskundige dit onderzoek niet mag uitvoeren, tenzij alle partijen zijn uitgenodigd om bij dat onderzoek aanwezig te zijn, en dat uit het rapport moet blijken dat hieraan is voldaan,

  • -

    indien partijen bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig zijn geweest, uit het rapport moet blijken welke opmerkingen zij hebben gemaakt en welke verzoeken zij hebben gedaan, en hoe de deskundige hierop heeft gereageerd,

3.9.

bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige dienen te verstrekken indien deze daarom verzoekt, de deskundige toegang dienen te verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid dienen te geven tot het verrichten van het onderzoek,

het schriftelijk rapport

3.10.

draagt de deskundige op om uiterlijk drie maanden na het schriftelijk bericht van de griffier omtrent de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend bericht in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, onder bijvoeging van een gespecificeerde declaratie,

3.11.

wijst de deskundige er op dat:

  • -

    uit het schriftelijk bericht moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd,

  • -

    de deskundige een concept van het rapport aan partijen moet toezenden, opdat partijen de gelegenheid krijgen binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden,

3.12.

bepaalt dat partijen binnen vier weken dienen te reageren op het concept-rapport van de deskundige nadat dit aan partijen is toegezonden en dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren,

overige bepalingen

3.13.

draagt de griffier op de zaak op een eerdere rol te plaatsen:

  • -

    indien het voorschot niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel verlengde) termijn is ontvangen: voor akte uitlating voortprocederen aan beide zijden op een termijn van twee weken of

  • -

    na ontvangst ter griffie van het deskundigenbericht: voor conclusie na deskundigenbericht aan de zijde van [eisers] op een termijn van vier weken en [gedaagden] voor antwoordconclusie na deskundigenbericht op een termijn van vier weken daarna,

3.14.

verklaart de beslissing over het voorschot uitvoerbaar bij voorraad,

3.15.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. V.E.J. Noelmans en in het openbaar uitgesproken op 16 juni 2021.1

1 type: EvdS coll: