Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2021:4768

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
09-06-2021
Datum publicatie
18-06-2021
Zaaknummer
C/03/260208 / HA ZA 19-78
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Benoeming deskundige in bouwzaak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer / rolnummer: C/03/260208 / HA ZA 19-78

Vonnis van 9 juni 2021

in de zaak van

1 [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] ,

wonende te [woonplaats] ,

2. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie sub 2],

wonende te [woonplaats] ,

eisers in conventie,

verweerders in reconventie,

advocaat mr. L.W.J.P.F. Einig,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DE BAER B.V.,

gevestigd te Gronsveld,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. R.H.J.G. Borger.

Partijen zullen hierna [eisers in conventie, verweerders in reconventie] en De Baer B.V. genoemd worden.

1 Het verdere verloop van de procedure

1.1.

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 20 januari 2021,

  • -

    de akte uitlaten van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] ,

  • -

    de akte uitlaten van De Baer B.V.,

  • -

    de B16-formulieren van 10 maart 2021 waarbij partijen vonnis vragen,

  • -

    de e-mail van de griffier van de rechtbank aan mrs. Einig en Borger van 25 mei 2021 met verzoek te reageren op de offerte van de beoogd deskundige,

  • -

    de e-mail van mr. Einig van 26 mei 2021,

  • -

    de twee e-mails van mr. Borger van 26 mei 2021,

  • -

    de e-mail van de griffier van de rechtbank aan mrs. Einig en Borger van 27 mei 2021 met als bijlage de offerte van de beoogd deskundige,

  • -

    de e-mail van de griffier van de rechtbank aan mrs. Einig en Borger van 31 mei 2021 met reactie op de e-mails van mrs. Einig en Borger van 26 mei 2021,

  • -

    de e-mail van mr. Einig van 31 mei 2021

  • -

    de e-mail van mr. Borger van 3 juni 2021.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De verdere beoordeling

in conventie

2.1.

Zoals de rechtbank in het tussenvonnis van 20 januari 2021 onder r.o. 2.21 heeft overwogen, rust op De Baer B.V. in conventie de bewijslast van de feiten en omstandigheden waaruit het bestaan van haar bevoegdheid tot opschorting volgt. De rechtbank heeft in voormeld tussenvonnis voorts overwogen dat zij een deskundigenbericht nodig acht om te beoordelen of De Baer B.V. bevoegd was tot opschorting. De bevindingen van [naam 1] en [naam 2] lopen immers ver uiteen (r.o. 2.22).

2.2.

De rechtbank heeft partijen in datzelfde tussenvonnis vervolgens opgedragen zich uit te laten over het aantal en de persoon van de te benoemen deskundige(n), het maximaal acceptabele voorschotbedrag en de aan de deskundige(n) te stellen vragen.

2.3.

Partijen hebben op 17 februari 2021 een akte genomen. Over de offerte van de beoogd deskundige hebben zij zich uitlaten in de e-mails die vermeld staan onder 1.1.

Opmerking De Baer B.V. over r.o. 2.21 en 2.22 van het tussenvonnis van 20 januari 2021

2.4.

De Baer B.V. merkt, voordat zij ingaat op de vragen van de rechtbank met betrekking tot de te benoemen deskundige, eerst nog, onder randnummer 1 van haar akte, het navolgende op. Zij is van mening dat haar opschortingsbevoegdheid vaststaat, en dat het juist aan [eisers in conventie, verweerders in reconventie] is, om de door hen gestelde discrepantie tussen de prestaties van De Baer B.V. en de facturatie/betalingen te bewijzen. Zij merkt in dat verband op dat de rechtbank niet aan het interlocutoir deel van haar vonnis (r.o. 2.21/2.22) gebonden is.

2.5.

Voor zover De Baer B.V. met haar opmerking bedoeld heeft, dat de rechtbank moet terug komen op enige in het tussenvonnis van 20 januari 2021 genomen beslissing, wordt dit verzoek afgewezen. Er is immers geen sprake van een niet in een einduitspraak vervatte eindbeslissing die berust op een onjuiste juridische of feitelijke grondslag (arrest Hoge Raad van 25 april 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC2800).

Opmerkingen partijen over het aantal deskundigen

2.6.

Beide partijen hebben kenbaar gemaakt dat één deskundige volstaat.

Opmerkingen partijen over de aard, de deskundigheid en de persoon van de deskundige

2.7.

Beide partijen hebben benadrukt dat het, om de objectiviteit van de deskundige te garanderen, van belang is dat de ingeschakelde deskundige in het verleden noch met één van partijen noch met [naam 1] of [naam 2] zaken heeft gedaan of dat er anderszins sprake is van een belangenverstrengeling. [eisers in conventie, verweerders in reconventie] verzoeken de rechtbank in dat verband, om deze objectiviteit de garanderen, de door hen onder randnummer 8 van hun akte uitlaten weergegeven vragen, aan de beoogde deskundige voor te leggen.

2.8.

De te benoemen deskundige dient volgens [eisers in conventie, verweerders in reconventie] een expert te zijn met ervaring op het gebied van de calculatie van bouwkosten ter zake woningrenovatie / woningvernieuwbouw in de vrije sector. [eisers in conventie, verweerders in reconventie] stellen zelf geen deskundige voor. Zij verzoeken de rechtbank geen deskundige te benoemen die door De Baer B.V. wordt voorgedragen, maar zelf een geschikte deskundige te selecteren.

2.9.

De te benoemden deskundige zal volgens De Baer B.V. een bouwkostendeskundige moeten zijn, die bij voorkeur ervaren is om in juridische geschillen op te treden. De verrichte werkzaamheden zijn echter niet allemaal strikt bouwgerelateerd, maar strekken zich mede uit over een veel breder gebied. De Baer B.V. verwijst in dit verband naar haar productie 29. De voorkeur van De Baer B.V. gaat uit naar een deskundige buiten de regio Maastricht. De Baer B.V. stelt in dat verband een tweetal deskundigen voor die zijn vermeld in het Landelijk Register van Gerechtelijke Deskundigen. Ing. P.B.J.M. Elfrink, die volgens haar, gelet op diens kwalificaties, het meest geschikt is. Dichter bij huis is volgens De Baer B.V. tevens geschikt: Bert Bremen van Bremen Bouwadviseurs te Heerlen, die gespecialiseerd is in juridische geschillen inzake bouwzaken. Voorts staan volgens De Baer B.V. de leden van de Raad van Arbitrage voor de Bouw, ir. C.P.C. Flipse en de heer P.M. van Baalen, bekend als deskundig op het gebied van bouwkosten.

Opmerkingen partijen over het maximaal toelaatbare voorschot

2.10.

Het maximaal toelaatbare voorschot bedraagt wat betreft [eisers in conventie, verweerders in reconventie] € 10.000,- inclusief btw.

2.11.

Het maximaal toelaatbare voorschot is volgens De Baer B.V. niet aan te geven. De Baer B.V. vindt het belangrijker dat er een volledig en juist beeld wordt gevormd door de deskundige dan dat er “op kosten wordt gestuurd”.

Opmerkingen partijen over de vraagstelling aan de deskundige

2.12.

[eisers in conventie, verweerders in reconventie] merken met betrekking tot de vraagstelling het navolgende op.

2.12.1.

Voor de vragen als geformuleerd onder 2a tot en met 2c geldt volgens [eisers in conventie, verweerders in reconventie] dat “de waarde” geen vastomlijnd begrip is en dus tot interpretatieverschillen kan leiden. Nu (vaststaat dat) partijen een overeenkomst op basis van nacalculatie/regie zijn aangegaan, gaat het volgens hen erom wat “een redelijke prijs” voor de verrichte werkzaamheden is in de zin van art. 7:752 BW. Daarbij dient acht te worden geslagen op de gewoonlijk door de aannemer bedongen prijzen, gangbare prijzen en door de aannemer gewekte verwachtingen. [eisers in conventie, verweerders in reconventie] verzoeken de rechtbank de vraagstelling met inachtneming van het voorgaande te herformuleren.

2.12.2.

Ook van belang is dat bij het bepalen van de redelijke prijs, dient te worden uitgegaan van het prijspeil van 2017/2018 (bijvoorbeeld te fixeren op 1 januari 2018).

2.12.3.

[eisers in conventie, verweerders in reconventie] verzoeken de rechtbank, in het kader van vraag 2 sub c, betreffende de waarde van de nevenactiviteiten van De Baer B.V., om onduidelijkheden te voorkomen, de werkzaamheden die de deskundige moet taxeren limitatief te duiden.

2.12.4.

Indien door de deskundige bij het bepalen van “de waarde/redelijke prijs” acht wordt geslagen op de door De Baer B.V. overgelegde kostenoverzichten, achten [eisers in conventie, verweerders in reconventie] het niet terecht dat daarbij nog de bouwbegeleiding separaat wordt getaxeerd. Bouwbegeleiding is immers per definitie de taak van de hoofdaannemer, zodat de daaraan verbonden kosten moeten worden geacht te zijn verdisconteerd in de prijzen/aanneemsom, zoals die door De Baer B.V. in rekening zijn gebracht en voortvloeien uit voormelde kostenoverzichten. De Baer B.V. vermeldt op haar website bovendien dat zij “Pauschal” (all-in) prijzen hanteert. [eisers in conventie, verweerders in reconventie] verzoeken de rechtbank haar vraagstelling ook op dit punt te wijzigen.

2.12.5.

[eisers in conventie, verweerders in reconventie] verzoeken de rechtbank ten slotte De Baer B.V. te bevelen zijn complete projectadministratie van het onderhavige project aan de deskundige beschikbaar te stellen.

2.13.

De Baer B.V. merkt in het kader van de vraagstelling in zijn algemeenheid op dat voor de prijsbepaling het tijdstip van de uitvoering/levering van belang is. Verder biedt zij aan haar boekhouding, overige bescheiden en (kleuren)fotomateriaal van de bouw en bij het einde van de bouwwerkzaamheden ter beschikking te stellen van de deskundige ten behoeve van het onderzoek. De Baer B.V. merkt voorts nog het volgende op.

2.13.1.

Ten aanzien van vraag 1 is van belang dat, gezien de inmiddels gewijzigde situatie, primair fotomateriaal en overige bescheiden de basis zullen vormen voor het onderzoek. De bezichtiging zal niet meer dan “voor de beeldvorming” zijn.

2.13.2.

Van belang is verder volgens De Baer B.V. dat tot het door haar uitgevoerde ook behoort: de begeleiding van de sloop, het houden van toezicht en begeleiding/advies, welk laatste zich veel breder uitstrekt dan strikt bouwgerelateerd.

Vraag 1 zou daarom, mede met het oog op vraag 2c, moeten zijn:

Welke (ver)bouw(ings)werkzaamheden waren er door De Baer B.V. omstreeks augustus 2018 (op het moment van stilleggen van het werk) voltooid dan wel gedeeltelijk voltooid in en om het woonhuis met tuin gelegen aan de Cannerweg 180 te Maastricht en welke overige werkzaamheden had De Baer B.V. tot dan toe verricht ten behoeve van de bouw, althans [eisers in conventie, verweerders in reconventie] , (zie voor een overzicht productie 29 zijdens De Baer B.V., behelzende o.a. begeleiding/advies inzake ontwerp, monumentenzorg, constructie/bouwkundig advies, aankoop extra grond, vergunningentraject, interieuradvies en -verkoop, - zoals keuken, bibliotheek, haard, inloopkast -, taxatie/financiering, grensreconstructie/perceelsplitsing, beslechting van geschil met buren e.d.)?

2.13.3.

Ten aanzien van vraag 2c wordt opgemerkt dat in de vraagstelling al besloten ligt dat De Baer B.V. nevenactiviteiten heeft verricht. De Baer B.V. heeft verschillende – ook niet direct bouwgerelateerde – activiteiten voor [eisers in conventie, verweerders in reconventie] bekostigd uit de geïnde voorschotten en daar ook honoraria aan derden, leges etc. van betaald (die normaliter niet door De Baer B.V. maar door opdrachtgevers zelf voldaan zouden moeten worden). Het is daarom logisch om behoudends de “cleane” vraag 2c de deskundige ook te vragen om zich uit te laten over de totaal in rekening gebrachte voorschotten en nota’s in relatie tot alle verrichte werkzaamheden, alle geleverde en al dan niet verwerkte materialen en de door [eisers in conventie, verweerders in reconventie] betaalde kosten.

De vraag zou daarom volgens De Baer B.V. als volgt moeten luiden:

Welke waarde vertegenwoordigden de nevenactiviteiten die De Baer B.V. verricht heeft (zie voor een overzicht productie 29 zijdens De Baer B.V., behelzende o.a. bouwbegeleiding, begeleiding bij ontwerp, bij monumentenzorg, constructie/bouwkundig advies, bij aankoop extra grond, in het vergunningentraject, bij het interieurontwerp en -verkoop, bij de taxatie/financiering, bij de grensreconstructie/perceelsplitsing, bij de beslechting van geschil met buren omtrent de bouw e.d.) en welke kosten heeft De Baer B.V. in dat kader voor [eisers in conventie, verweerders in reconventie] voldaan (die normaliter niet door De Baer B.V. maar door opdrachtgevers zelf – rechtstreeks – voldaan zouden moeten worden)?

2.13.4.

Vraag 3 is op zich correct, aldus De Baer B.V. Ten geleide voor de deskundige zij opgemerkt dat de artikelen/materialen nog steeds opgeslagen staan en te bezichtigen zijn.

Het oordeel van de rechtbank

Aantal deskundigen

2.14.

Nu partijen het er over eens zijn dat benoeming van één deskundige volstaat, zal de rechtbank partijen daarin volgen.

Persoon deskundige en kosten voorschot deskundige

2.15.

Partijen het niet eens zijn over de te kiezen deskundige. De rechtbank ziet geen aanleiding om een deskundige niet te benoemen om het enkele feit dat deze voorgesteld is door één van de partijen. Bezwaren tegen een voorgestelde deskundige moeten gemotiveerd zijn. Nu daarvan geen sprake is, heeft de griffier van de rechtbank contact opgenomen met de heer L.G.M. Bremen, senior adviseur bij Bremen Bouwadviseurs B.V. te Heerlen, die geregistreerd staat in de Deskundigenindex (een databank waarin deskundigen zijn opgenomen die kunnen worden ingezet voor een deskundigenbericht). De griffier heeft bij de heer Bremen nagevraagd, zoals partijen van belang achten, of hij ervaring heeft met de calculatie van bouwkosten.

2.16.

De heer Bremen heeft bij brief van 11 mei 2021 aan de griffier bericht, dat hij in staat en bereid is een benoeming als deskundige te aanvaarden en dat hij, zo begrijpt de rechtbank, geen relatie heeft of heeft gehad met een van partijen of met de eerder door [eisers in conventie, verweerders in reconventie] ingeschakelde deskundige de heer [naam 1] en de eerder door
De Baer B.V. ingeschakelde heer [naam 2] . Uit de brief van 11 mei 2021 leidt de rechtbank af dat heer Bremen bij de beantwoording van de vragen, gebruik maakt van de expertise van een calculator die verbonden is aan Bremen Bouwadviseurs B.V. te Heerlen.

2.17.

De heer Bremen heeft daarbij verder aangegeven dat hij het voorschot, gelet op de te verrichten werkzaamheden en de geraamde uren, begroot op € 11.374,00 inclusief btw. Zijn uurtarief is € 130,00 exclusief 21% btw en het uurtarief van de calculator bedraagt
€ 79,00 exclusief btw. Hij denkt dat hij 48 uur nodigt heeft en de calculator 40 uur, voor het uitbrengen van het rapport.

2.18.

Het voorschot dat de beoogd deskundige begroot heeft, ligt boven het maximum bedrag dat genoemd is door [eisers in conventie, verweerders in reconventie] De rechtbank heeft partijen in de gelegenheid gesteld zich daarover uit te laten. De Baer B.V. heeft zich niet verzet tegen de hoogte van de offerte van de heer Bremen. [eisers in conventie, verweerders in reconventie] hebben bezwaar gemaakt en houden liever vast aan het door hen genoemde maximum. Omdat de overschrijding van de hoogte van het voorschot beperkt van omvang is en de hoogte van het voorschot de rechtbank, in het licht van de te beantwoorden vragen, niet bovenmatig voorkomt, zal de rechtbank de heer Bremen benoemen tot deskundige. De hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige zal de rechtbank vaststellen op het in de beslissing vermelde bedrag.

Vraagstelling aan deskundige

2.19.

De rechtbank overweegt aangaande het commentaar van partijen op de vraagstelling als volgt.

2.19.1.

De rechtbank ziet in het onder r.o. 2.12.1 en 2.12.2 door [eisers in conventie, verweerders in reconventie] aangevoerde over de “interpretatiegevoeligheid” van het begrip “waarde” geen aanleiding om een wijziging in de vraagstelling aan te brengen. Dat er rekening moet worden gehouden met het prijspeil ten tijde van belang, wordt immers al ondervangen door het feit dat in die vraagstelling is opgenomen dat steeds dient te worden uitgegaan van “de waarde omstreeks augustus 2018”. Het te hanteren prijspeil ligt reeds daarin besloten. Dat in dat verband door de deskundige zal moeten worden uitgegaan van een binnen de desbetreffende branche gangbare en redelijke prijs, behoeft naar het oordeel van de rechtbank evenmin nadere verduidelijking. Voor het vastleggen van het ijkmoment ergens halverwege de periode waarin de werkzaamheden plaatsvonden, ziet de rechtbank geen aanleiding.

2.19.2.

Het commentaar van De Baer B.V. spitst zich met name toe op vraag 2c. Datgene wat door De Baer B.V. wordt opgemerkt over vraag 1 (o.m. over monumentenzorg, vergunningentraject, begeleiding/advies inzake ontwerp e.d.), hoort naar het oordeel van de rechtbank eigenlijk thuis onder vraag 2c. Vraag 1 ziet immers ‘sec’ op de stand van de bouw omstreeks augustus 2018, en niet op enige door De Baer B.V., eventueel als nevenactiviteiten aan te merken, verrichte werkzaamheden, al dan niet (direct) ten behoeve van de bouw. Over het in kaart brengen van dergelijke activiteiten gaat nu juist vraag 2c.
De Baer B.V. lijkt dit zelf ook te onderkennen, met haar opmerking “Vraag 1 zou daarom, mede met het oog op vraag 2c, moeten zijn (..)”. De in de opsomming van De Baer B.V. genoemde keuken, bibliotheek, haard en inloopkast vallen, afhankelijk van de voortgang betreffende die zaken ten tijde in geding, reeds ofwel onder vraag 1, 2b ofwel onder vraag 3. De rechtbank zal vraag 1 gelet op het voorgaande ongewijzigd laten.

2.19.3.

[eisers in conventie, verweerders in reconventie] verzetten zich, daar waar het vraag 2c betreft, tegen het separaat taxeren van “de bouwbegeleiding”. De bouwbegeleiding zou volgens hen reeds zijn verdisconteerd in de aanneemsom. Dat het in het kader van de vraagstelling zal moeten gaan om activiteiten die veel verder gaan dan wat een aannemer doorgaans bij het begeleiden van de bouw doet, blijkt naar het oordeel van de rechtbank reeds uit het feit dat vraag 2c (enkel) gaat over nevenactiviteiten, waaraan nog is toegevoegd: “(onder meer bouwbegeleiding)”. Van belang is in dat opzicht tevens de wijze waarop in de stukken (mede) aan het gebruik van de term (bouw)begeleiding invulling is gegeven. De rechtbank verwijst ter illustratie hiervan naar productie 4 (pagina 1), “Kategorie (..), A (..) DIVERSE” waarin onder meer de post staat “Advies/Begleiting falls nötig (Beschwerden, Landkauf, Nachbarn)”. De rechtbank verwijst in dit verband tevens naar pagina 2 van het rapport van [naam 2] (productie 30 De Baer B.V.), waarin deze opmerkt “In tegenstelling tot wat normaal onder de werkzaamheden van een aannemer gerekend wordt, heeft u een beduidend adviserende rol gespeeld in de planontwikkeling, voorbereiding en de uitwerking van de bouwplannen.”. Met de term “bouwbegeleiding” in de vraagstelling wordt, indachtig het debat tussen partijen, dan ook gedoeld op activiteiten die verder gaan dan wat een aannemer doorgaans bij het begeleiden van de bouw doet, en die dus niet meteen ‘sec’ onder bouwkundige dan wel bouwgerelateerde activiteiten vallen, maar op andere (overige) activiteiten die (met betrekking tot de bouw) door De Baer B.V. ten behoeve van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] zijn verricht. Indien niet – separaat – met deze activiteiten rekening zou worden gehouden, zou dit geen recht doen aan de situatie. In dit verband zijn overigens ook de in het kader van die (bouw)begeleiding (mogelijk) voorgeschoten kosten van belang.

2.19.4.

De Baer B.V. lijkt met de door haar voorgestelde aanpassing van vraag 2c een nadere concrete invulling van de in vraag 2c bedoelde nevenactiviteiten voor te staan.
De Baer B.V. wenst in de vraagstelling voorts expliciet opgenomen te zien welke kosten zij in het kader van die nevenactiviteiten heeft voldaan/voorgeschoten voor haar opdrachtgevers [eisers in conventie, verweerders in reconventie] achten het wenselijk dat de “nevenactiviteiten” van De Baer B.V. limitatief worden opgesomd. Voor het opnemen van een nadere concrete invulling, dan wel een limitatieve opsomming op voorhand, van de nevenactiviteiten, ziet de rechtbank geen aanleiding. Het is bij uitstek aan de desbetreffende deskundige om, aan de hand van de facturen waaruit van werkzaamheden anders dan reguliere aannemingswerkzaamheden blijkt, de (geldelijke) waarde van deze werkzaamheden in kaart te brengen. Daarbij zullen in het bijzonder de als productie 4 door [eisers in conventie, verweerders in reconventie] ingebrachte lijst, alsmede de als productie 29 door De Baer B.V. ingebrachte urenverantwoording (in het bijzonder pagina 6 en 7) als richtsnoer kunnen dienen voor het in kaart brengen van werkzaamheden die (mogelijk) zijn aan te merken als verrichte nevenactiviteiten, dan wel kosten die thuishoren bij opdrachtgevers en zijn voorgeschoten. Doorslaggevend zijn bij het bepalen van de waarde van die nevenactiviteiten, en (mogelijk) in het kader van de (bouw)begeleiding voorgeschoten gelden, de verschillende facturen, zoals in vraag 2c ook is bepaald. Met de in het kader van de (bouw)begeleiding (mogelijk) voorgeschoten kosten, zoals bijvoorbeeld legeskosten en notariskosten is, gelet op hetgeen hiervoor onder r.o. 2.19.3 is overwogen, in vraag 2c reeds rekening gehouden. Deze vallen immers, voor zover daadwerkelijk voorgeschoten, onder de noemer (anders dan reguliere) bouwbegeleiding. Hiermee wordt de voorgestane toevoeging aan de vraagstelling “welke kosten heeft De Baer B.V. in dat kader voor [eisers in conventie, verweerders in reconventie] voldaan (die normaliter (..) door opdrachtgevers zelf (..)” reeds ondervangen. De rechtbank ziet, gelet op het voorgaande, in het door partijen aangevoerde geen aanleiding om over te gaan tot aanpassing van vraag 2c.

2.19.5.

De rechtbank ziet geen aanleiding om De Baer B.V. op voorhand te bevelen tot het overleggen van de complete projectadministratie, zoals [eisers in conventie, verweerders in reconventie] verzocht hebben. De rechtbank laat het aan de deskundige over om te bepalen welke informatie, afkomstig van De Baer B.V. of [eisers in conventie, verweerders in reconventie] die nog geen onderdeel is van het procesdossier, nodig is ter beantwoording van de voorgelegde vragen. Partijen zullen de informatie waarover zij beschikken en die deskundige stelt nodig te hebben in het kader van het onderzoek, moeten verstrekken aan de deskundige (zie hieronder beslissing 3.10).

2.20.

Gelet op al het voorgaande zullen aan de deskundige de hierna in de beslissing vermelde vragen worden voorgelegd.

2.21.

De rechtbank wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals nader onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaruit de gevolgtrekking maken die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.

2.22.

Indien een partij desgevraagd of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige doet toekomen, dient zij daarvan terstond afschrift aan de wederpartij te verstrekken.

2.23.

Iedere verdere beslissing zal in afwachting van het door de deskundige te verrichten onderzoek worden aangehouden.

in reconventie

2.24.

Iedere verdere beslissing zal in afwachting van het door de deskundige te verrichten onderzoek worden aangehouden.

3 De beslissing

De rechtbank

in conventie

3.1.

benoemt tot deskundige:

De heer L.G.M. Bremen, werkzaam als senior adviseur bij
Bremen Bouwadviseurs B.V.;

correspondentieadres: postbus 528, 6400 AM Heerlen,

bezoekadres: Parallelweg 2B, 6411 ND Heerlen,

telefoon: 045-571 39 39,

emailadres: info@bremenba.nl.

3.2.

bepaalt dat de deskundige, na kennisneming van alle stukken van het geding, een schriftelijk en gemotiveerd bericht zal uitbrengen omtrent de volgende vragen:

  1. Welke (ver)bouw(ings)werkzaamheden waren er door De Baer B.V. omstreeks augustus 2018 (op het moment van het stilleggen van het werk) voltooid dan wel gedeeltelijk voltooid in en om het woonhuis met tuin gelegen aan de Cannerweg 180 te Maastricht?

  2. Wat was de waarde van het werk omstreeks augustus 2018? In dat kader dient u meer specifiek de volgende vragen te beantwoorden:
    a) Welke waarde vertegenwoordigde de omstreeks augustus 2018 geheel dan wel gedeeltelijk voltooide bouwwerkzaamheden?
    b) Welke waarde vertegenwoordigde de omstreeks augustus 2018 door De Baer B.V. in en om het woonhuis geïnstalleerde/aangebrachte apparatuur/materialen en dergelijken?
    c) welke waarde vertegenwoordigde de nevenactiviteiten die De Baer B.V. verricht heeft en die blijken uit verschillende facturen (onder meer bouwbegeleiding)?

  3. Welke waarde vertegenwoordigden de nog opgeslagen artikelen/materialen die bestemd waren voor het woonhuis en/of de tuin omstreeks augustus 2018?

  4. Heeft u overigens in het kader van dit geding naar aanleiding van uw onderzoek nog op- of aanmerkingen?

het voorschot

3.3.

stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vast op het door de deskundige begrote bedrag van € 11.374,00 inclusief btw,

3.4.

bepaalt dat het voorschot door De Baer B.V. moet worden betaald,

3.5.

bepaalt dat De Baer B.V. het voorschot dient over te maken binnen twee weken na de datum van de nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak,

3.6.

draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot,

het onderzoek

3.7.

bepaalt dat De Baer B.V. haar procesdossier in afschrift aan de deskundige dient te doen toekomen,

3.8.

bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats,

3.9.

wijst de deskundige er op dat:

  • -

    de deskundige voor aanvang van het onderzoek dient kennis te nemen van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (te raadplegen op www.rechtspraak.nl of desgevraagd te verkrijgen bij de griffie),

  • -

    de deskundige het onderzoek pas na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot dient aan te vangen,

  • -

    de deskundige het onderzoek onmiddellijk dient te staken en contact dient op te nemen met de griffier, indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,

  • -

    de deskundige partijen bij een onderzoek van een object ter plaatse gelegenheid dient te bieden dit onderzoek bij te wonen; indien slechts één partij, althans niet alle partijen, bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig is of zijn, de deskundige dit onderzoek niet mag uitvoeren, tenzij alle partijen zijn uitgenodigd om bij dat onderzoek aanwezig te zijn, en dat uit het rapport moet blijken dat hieraan is voldaan,

  • -

    indien partijen bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig zijn geweest, uit het rapport moet blijken welke opmerkingen zij hebben gemaakt en welke verzoeken zij hebben gedaan, en hoe de deskundige hierop heeft gereageerd,

3.10.

bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige dienen te verstrekken indien deze daarom verzoekt, de deskundige toegang dienen te verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid dienen te geven tot het verrichten van het onderzoek,

het schriftelijk rapport

3.11.

draagt de deskundige op om uiterlijk drie maanden na het schriftelijk bericht van de griffier omtrent de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend bericht in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, onder bijvoeging van een gespecificeerde declaratie,

3.12.

wijst de deskundige er op dat:

  • -

    uit het schriftelijk bericht moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd,

  • -

    de deskundige een concept van het rapport aan partijen moet toezenden, opdat partijen de gelegenheid krijgen binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden,

3.13.

bepaalt dat partijen binnen vier weken dienen te reageren op het concept-rapport van de deskundige nadat dit aan partijen is toegezonden en dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren,

overige bepalingen

3.14.

draagt de griffier op de zaak na ontvangst van het deskundigenbericht ter griffie op de rol te plaatsen voor conclusie na deskundigenbericht aan de zijde van beide partijen op een termijn van zes weken,

3.15.

draagt de griffier op de zaak op een eerdere rol te plaatsen, indien het voorschot niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel verlengde) termijn is ontvangen, voor akte uitlating voortprocederen aan beide zijden op een termijn van twee weken,

3.16.

houdt iedere verdere beslissing aan,

in reconventie

3.17.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.M. Etman en in het openbaar uitgesproken.1

1 type: CB