Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2021:4753

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
16-06-2021
Datum publicatie
22-07-2021
Zaaknummer
C/03/264501 / HA ZA 19-261
Rechtsgebieden
Ondernemingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Geschil tussen aandeelhouders / (voormalig) bestuurders van twee vennootschappen. Vorderingen tot (terug)betaling van diverse bedragen aan de beide vennootschappen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
OR-Updates.nl 2021-0278
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer / rolnummer: C/03/264501 / HA ZA 19-261

Vonnis van 16 juni 2021

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CSPLUS B.V.,

statutair gevestigd te 's-Gravenhage, kantoorhoudende te Velden,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CLOUDSOLUTIONS + B.V.,

statutair gevestigd te Weert, kantoorhoudende te Velden,

eiseressen,

advocaat: mr. V.H. Jurgens,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

A.H. BEHEER WEERT B.V.,

statutair gevestigd en kantoorhoudende te Weert,

2. [gedaagde 2],

wonende te [plaats] ,

gedaagden,

advocaat: mr. A.P.C. Houben.

Partijen worden hierna CS en AH genoemd.

Eiseressen worden hierna afzonderlijk CSPlus en CloudSolutions genoemd.

Gedaagden worden hierna afzonderlijk AH Beheer en [gedaagde 2] genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 12 april 2019;

  • -

    de akte overlegging producties tevens wijziging van eis van 29 mei 2019;

  • -

    de conclusie van antwoord van 7 augustus 2019;

  • -

    de conclusie van repliek tevens houdende akte wijziging eis van 16 oktober 2019;

  • -

    de conclusie van dupliek tevens antwoordakte eiswijziging van 8 januari 2020;

  • -

    de akte overlegging producties 65 - 76 van CS;

  • -

    de akte houdende producties 29 - 33 van AH;

  • -

    de producties 77 en 78 van CS;

  • -

    het pleidooi van 1 april 2021 en de pleitnota’s van de advocaten van CS en AH.

1.2.

Tot slot is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

CSPlus is een 100% dochter van CloudSolutions. De aandelen in het geplaatst kapitaal van CloudSolutions worden in gelijke delen gehouden door drie aandeelhouders: AH Beheer, LutraLutra Holding BV (hierna: LutraLutra) en 2nd Level BV (hierna: 2nd Level).

2.2.

AH Beheer, LutraLutra en 2nd Level zijn de persoonlijke holdingmaatschappijen van respectievelijk de heren [gedaagde 2] , [naam 1] en [naam 2] .

2.3.

CSPlus drijft een onderneming die zich bezighoudt met informatietechnologie en met name de verkoop en consultancy ter zake van software voor bedrijfsautomatisering. CloudSolutions ontplooit ook ondernemingsactiviteiten, maar in mindere mate dan CSPlus.

2.4.

CSPlus werd bestuurd door AH Beheer en LutraLutra. CloudSolutions werd bestuurd door AH Beheer, LutraLutra en 2nd Level.

2.5.

AH Beheer is tijdens de aandeelhoudersvergaderingen van 28 januari 2019 als bestuurder van CSPlus en CloudSolutions ontslagen. Enkele maanden daarvoor was zij al geschorst als bestuurder.

2.6.

Het adres [adres] betreft de privéwoning van [gedaagde 2] . Deze woning werd deels door CSPlus gehuurd en gebruikt als externe kantoorruimte.

3 Het geschil

3.1.

CS vorderen om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,

A. ten aanzien van CSPlus

I. AH hoofdelijk te veroordelen om aan CSPlus te betalen tegen behoorlijk bewijs van kwijting een bedrag ad € 424.107,57, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag;

II. AH hoofdelijk te veroordelen tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toe te wijzen bedrag en te berekenen vanaf (primair) 1 juli 2018, althans (subsidiair) de dag van dagvaarding, tot de dag van volledige betaling;

B. ten aanzien van CloudSolutions

I. AH hoofdelijk te veroordelen om aan CloudSolutions te betalen tegen behoorlijk bewijs van kwijting een bedrag ad € 38.921,80, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag;

II. AH hoofdelijk te veroordelen om aan CloudSolutions te betalen de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toe te wijzen bedrag en te berekenen vanaf (primair)

1 juli 2018, althans (subsidiair) de dag van dagvaarding, tot de dag van volledige betaling;

C. ten aanzien van allen

I. AH hoofdelijk te veroordelen in de kosten van het onderhavige geding, de beslagkosten daaronder begrepen, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, vanaf veertien dagen na het in dezen te wijzen vonnis tot de dag der algehele voldoening;

II. AH hoofdelijk te veroordelen in de nakosten ad € 131,00 zonder betekening van het in dezen te wijzen vonnis, te verhogen met € 68,00 ingeval dit vonnis wel is betekend.

3.2.

AH voeren verweer.

3.3.

Op hetgeen partijen hebben aangevoerd wordt, voor zover van belang, onder de beoordeling teruggekomen.

4 De beoordeling

toelaatbaarheid producties 77 en 78 van CS

4.1.

AH hebben tijdens het pleidooi bezwaar gemaakt tegen toelating van producties 77 en 78 van CS. AH hebben aangevoerd dat deze producties te laat zijn ingebracht.

De rechtbank stelt vast dat de producties later zijn ingediend dan het procesreglement voorschrijft. Die enkele omstandigheid maakt niet dat de producties niet toelaatbaar zijn. Productie 77 betreft een verklaring van één pagina, die ruimschoots voor de zitting is ingediend. Ter gelegenheid van het pleidooi is er gelegenheid geweest om daarop te reageren. AH hebben niet toegelicht waarom zij dat niet zouden kunnen. Productie 78 betreft bij AH bekende stukken, waarop slechts zijdelings een beroep is gedaan. Ook daarop had AH ter gelegenheid van het pleidooi kunnen reageren. De rechtbank ziet daarom geen reden om de producties niet toe te laten.

inleiding

4.2.

AH hebben – behoudens enkele erkenningen – betwist de door CS gevorderde bedragen verschuldigd te zijn. De rechtbank stelt vast dat tegen de hoogte van de gevorderde bedragen geen afzonderlijk verweer is gevoerd. Bij de beoordeling zal de rechtbank daarom uitgaan van de bedragen zoals deze door CS zijn genoemd.

De vorderingen van CS zijn gebaseerd op diverse grondslagen, te weten nakoming en/of onverschuldigde betaling en/of ongerechtvaardigde verrijking en/of onrechtmatige daad en/of bestuurdersaansprakelijkheid. Waar nodig zal hierna op de daartoe relevante grondslag(en) worden ingegaan. De zaak komt er in de kern op neer dat CS stellen dat zij op een of meer van voornoemde grondslagen aanspraak kunnen maken op betaling door AH van een aanzienlijk bedrag, dat is opgebouwd uit diverse posten. De rechtbank zal de door CS aangevoerde posten hierna op een rijtje zetten en achtereenvolgens bespreken.

het toetsingskader

4.3.

De rechtbank stelt bij de beoordeling het volgende toetsingskader voorop.

Artikel 2:9 Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt dat elke bestuurder tegenover de rechtspersoon gehouden is tot een behoorlijke vervulling van zijn taak. Tot de taak van de bestuurder behoren alle bestuurstaken die niet bij of krachtens de wet of de statuten aan een of meer andere bestuurders zijn toebedeeld. De rechtbank stelt vast dat gesteld noch gebleken is dat tussen de bestuurders een statutaire taakverdeling is overeengekomen. Voor zover CS hebben verwezen naar een (foto van een) whiteboard met enkele (onduidelijke) notities, is dat – mede gelet op de betwisting van AH – onvoldoende om aan te nemen dat een taakverdeling tussen de bestuurders heeft plaatsgevonden.

4.4.

De rechtbank stelt vast dat AH voldoende hebben onderbouwd dat de medebestuurders van AH Beheer op de hoogte konden zijn van de betalingen die zij in deze procedure – namens CS – ter discussie stellen. LutraLutra en 2nd Level hadden zicht op de bankrekeningen van de ondernemingen (zo volgt uit de overgelegde Whatsapp gesprekken) en bovendien is onvoldoende gesteld noch gebleken dat de overboekingen, creditcard- en pinbetalingen verborgen zijn gehouden. AH voeren aan dat is overeengekomen dat zij meer geld uit de ondernemingen mochten halen dan LutraLutra en 2nd Level. De rechtbank kan uit het verweer van AH niet afleiden wanneer de bestuurders hebben afgesproken dat AH Beheer meer geld uit de ondernemingen mocht halen dan de andere bestuurders en evenmin tot welk bedrag dat dan zou mogen. Hoewel uit de overgelegde stukken en verklaringen niet voorshands bewezen kan worden geacht dat tussen de bestuurders expliciet is afgesproken dat AH Beheer meer uit de ondernemingen mocht halen dan de andere bestuurders, zoals AH stellen, geldt in ieder geval wel dat de andere bestuurders van die handelwijze van AH Beheer wisten (of ervan konden weten) en er niets aan deden. Onweersproken is dat alle bestuurders toegang hadden tot de administratie en dat zij allemaal inzicht hadden in de bankgegevens. De gang van zaken en het doen van creditcard- en pinbetalingen is (kennelijk) geaccepteerd. De rechtbank stelt in dit verband nog vast dat de accountant van CS op 9 november 2017 de drie bestuurders wijst op de omstandigheid dat AH Beheer meer managementvergoeding heeft ontvangen dan de andere twee bestuurders én dat onder ‘algemene kosten’ heel veel betalingen staan geboekt, waaronder een via de creditcard, waarvan de accountant niet kan beoordelen of die allen zakelijk zijn. De accountant adviseert de bestuurders om de boekingen door te nemen. AH hebben hiernaar ook verwezen in hun processtukken en CS hebben dit onweersproken gelaten. De rechtbank leidt hieruit af, als enerzijds gesteld en anderzijds niet weersproken, dat LutraLutra en 2nd Level bekend waren met de creditcarduitgaven. Ook uit overgelegde correspondentie (bijvoorbeeld productie 19 van AH, waarin de bestuurders per Whatsapp enkele uitgaven bespreken) blijkt dat alle bestuurders van CS toegang hadden tot de administratie en daar ook daadwerkelijk naar keken.

4.5.

Resumerend is dus sprake van een situatie waarin één bestuurder betalingen heeft verricht die (indirect) ten goede komen aan hemzelf, waarvan de andere bestuurders zich thans op het standpunt stellen dat die bedragen aan CS (terug) dienen te worden betaald. Uit het voorgaande volgt dat de rechtbank de stellingname van CS dat AH Beheer jarenlang zonder hun medeweten betalingen heeft verricht die ten goede kwamen aan AH Beheer en/of haar bestuurder [gedaagde 2] niet kan volgen. De vraag die zich dan aandient, is of AH Beheer wist of behoorde te weten dat CS bedragen terug zouden kunnen eisen.

de vorderingen van CSPlus jegens AH Beheer

de vorderingen

4.6.

CSPlus vordert van AH Beheer de volgende bedragen:

Stand van de rekeningcourant en crediteurenkaart (exclusief btw) € 34.599,67

Facturen CSPlus (exclusief btw) € 34.586,36

Pinbetalingen (inclusief btw) € 14.782,64

Creditcardbetalingen (inclusief btw) € 65.370,30

Verbouwing [adres] (exclusief btw) € 37.887,00

Volvo V60 en Volvo XC60 (exclusief btw) € 38.859,50

Salaris ten behoeve van echtgenote van [gedaagde 2] (exclusief btw) € 37.074,73

Concurrerende activiteiten / onthouden van corporate opportunities € 157.456,80

Suppletie omzetbelasting 2014 € 10.337,00

Eisvermindering € 6.846,43 -/-

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Totaal € 424.107,57

de stand van de rekeningcourant en crediteurenkaart

4.7.

Tussen partijen staat vast dat de rekeningcourantverhouding tussen CSPlus en AH Beheer € 19.848,00 bedraagt. Volgens CSPlus heeft de crediteurenkaart een stand van

€ 54.477,67, zodat zij nog € 34.599,67 te vorderen heeft van AH Beheer. AH Beheer betwist dit.

4.8.

CSPlus stelt dat AH Beheer een post van € 121.000,00 (inclusief btw) in de administratie heeft geboekt. AH Beheer heeft vervolgens een bedrag van € 100.000,00 gecorrigeerd en de btw-component van € 21.000,00 in de administratie laten staan. Daarmee is een vordering van € 21.000,00 van AH Beheer op CSPlus gecreëerd. CSPlus heeft het bedrag van € 21.000,00 wel aan de fiscus terugbetaald.

4.8.1.

De rechtbank stelt vast dat AH Beheer de hiervoor weergegeven gang van zaken niet heeft betwist, maar enkel heeft aangevoerd dat CSPlus hierdoor niet is benadeeld. De rechtbank volgt dit betoog. Vast staat dat AH Beheer de € 121.000,00 inclusief btw aan CSPlus in rekening heeft gebracht en dit bedrag direct daarna heeft gecrediteerd. Verder staat vast dat CSPlus, als ontvanger van de (debet)factuur de btw ter hoogte van € 21.000,00 heeft teruggevraagd aan de fiscus, zonder rekening te houden met de creditfactuur en zonder zelf het bedrag van € 100.000,00 aan AH Beheer te voldoen. Als gevolg daarvan heeft CSPlus – tot het moment dat zij het bedrag van € 21.000,00 aan de fiscus heeft terugbetaald – de btw in feite gedurende enige tijd ten onrechte onder zich gehad. Als gevolg daarvan kan CSPlus niet zijn benadeeld door het feit dat zij de btw heeft moeten terugbetalen aan de fiscus. Om die reden valt niet in te zien waarom ten aanzien van de btw-component van dit bedrag een terugbetaling van AH Beheer aan CSPlus dient plaats te vinden.

4.9.

CSPlus voert daarnaast aan dat de administratie blijk geeft van een boeking van

€ 33.447,67. CSPlus stelt daartoe dat zij uit de memoriaalboekingen en facturen van [naam firma] afleidt dat dit bedrag verband zou houden met de verbouwing van de privéwoning van [gedaagde 2] . AH Beheer heeft betwist dat dit bedrag is aangewend voor de verbouwing van de privéwoning en aangevoerd dat deze post ziet op de verbouwing van het kantoor bij de privéwoning van [gedaagde 2] , waarvoor was afgesproken dat CSPlus dit zou betalen – hetgeen ook voor de twee andere bestuurders gold.

De rechtbank is van oordeel dat de stellingen van CSPlus in dit verband dusdanig vaag en algemeen zijn dat niet kan worden aangenomen dat dit bedrag is aangewend voor de verbouwing van de privéwoning van [gedaagde 2] . Zo stelt CSPlus bij dagvaarding slechts dat deze post ‘daarmee verband zou houden’, maar dit is bij conclusie van repliek en pleidooi nauwelijks nader uitgewerkt. Dat had echter wel op de weg van CSPlus als eisende partij gelegen. Reeds bij gebrek aan voldoende (feitelijke) onderbouwing dient de rechtbank dit deel van de vordering af te wijzen.

4.10.

De slotsom van hetgeen hiervoor onder 4.7. tot en met 4.9 is overwogen, is dat dit deel van de vordering van CSPlus moet worden afgewezen.

facturen CSPlus

4.11.

CSPlus stelt dat AH Beheer een groot aantal facturen in de administratie van CSPlus heeft geboekt die geen zakelijk karakter hebben, maar betrekking hebben op privé-aangelegenheden. Voor zover de facturen zien op uitgaven voor zakelijke doeleinden betreffen zij zaken die AH Beheer aan CSPlus heeft onttrokken en -ondanks daartoe strekkende sommatie- niet heeft geretourneerd.

4.12.

AH Beheer betwist niet dat de facturen ten aanzien van de stofzuiger, keuken, airco, verdere inrichting kantoor, printer, camera, docking station, iPhone en surface, TP Link Switches en Ubiquity betrekking hebben op zakelijke kantooraankopen. Uit het verweer leidt de rechtbank af dat AH Beheer niet betwist dat deze zaken in eigendom toebehoren aan CSPlus en evenmin betwist dat zij deze niet aan CSPlus heeft geretourneerd. Aangezien deze goederen door CSPlus zijn aangeschaft en door AH Beheer zonder recht of titel worden behouden, dient AH Beheer de waarde daarvan te vergoeden.

4.13.

Deze waarde wordt door de rechtbank aan de hand van de door CSPlus in dit verband overgelegde specificatie en facturen begroot op:

- stofzuiger € 817,48

- printer € 630,58

- camera € 2.907,19

- keuken € 2.190,00 (€ 240,00 + € 1.950,00)

- airco € 1.867,37

- monitoren € 2.159,84

- docking station € 459,98

- iPhone € 2.445,04

- TP Link Switches € 82,70

- Ubiquity € 1.071,94 (€ 804,95 + € 198,00 + € 39,00 + € 29,99)

- inrichting kantoor € 8.780,67 (€ 6.145,06 + € 256,27 + € 1.081,74 + € 1.297,60)

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------

Totaal € 23.412,79 (inclusief btw)

Op grond van het voorgaande is toewijsbaar € 19.349,41 (exclusief btw). Omdat partijen onverdeeld zijn dat voornoemde bedragen zien op de zakelijke rechtsverhouding tussen CSPlus en AH Beheer, zal het bedrag exclusief btw worden toegewezen. Gesteld noch gebleken is, dat CSPlus het bedrag dat zij aan btw heeft betaald niet terug heeft ontvangen in het kader van de btw aangifte en verrekening.

4.14.

Ten aanzien van de overige posten verwijst de rechtbank naar hetgeen zij hiervoor onder rechtsoverwegingen 4.3. tot en met 4.5. heeft overwogen. Het betreft facturen die in de administratie zijn geboekt waartoe alle bestuurders van CSPlus toegang en inzage hadden en waarvoor zij allen verantwoordelijk waren. Veel van deze posten waren al geruime tijd inzichtelijk voor de (mede)bestuurders van CSPlus, die daartegen niet hebben geageerd. De rechtbank volgt CSPlus dan ook niet in haar stellingname dat deze uitgaven zonder rechtsgrond, dat wil zeggen zonder haar medeweten en/of toestemming, zijn verricht. Ook is niet gesteld of gebleken dat AH Beheer ervan uit moest gaan dat zij deze kosten terug diende te betalen dan wel de betreffende goederen desgevraagd aan CSPlus diende te retourneren. Op enkele van deze posten zal de rechtbank hierna nog in het bijzonder ingaan.

4.15.

Ten aanzien van het voorschot voor gas, water en licht over de maanden november 2018 en december 2018 geldt dat CSPlus gebruik mocht maken van de kantoorruimte aan [adres] . Zij stelt deze ruimte te hebben verlaten en deze kosten daarom niet verschuldigd te zijn. Zij heeft echter niet toegelicht welke afspraken zij heeft gemaakt omtrent de beëindiging van het gebruik van deze ruimte zodat de rechtbank bij gebreke van andersluidende (nadere) afspraken niet kan aannemen dat zij deze betalingen zonder rechtsgrond heeft verricht.

4.16.

Ten aanzien van het juridisch advies dat aan de echtgenote van [gedaagde 2] is verstrekt en waarvoor facturen aan CSPlus zijn gezonden, stelt de rechtbank vast dat deze facturen zijn verzonden door het advocatenkantoor dat CSPlus in deze procedure bijstaat. De betreffende facturen zijn gericht aan CSPlus, ter attentie van de heer [naam 2] , bestuurder van 2nd Level. Gelet hierop had van CSPlus verwacht mogen worden dat zij haar stellingname - dat het AH Beheer is geweest die deze kosten (zonder rechtsgrond) heeft laten factureren aan en betalen door CSPlus - nader zou onderbouwen. Nu zij dit niet heeft gedaan kan dit deel van de vordering niet worden toegewezen.

pinbetalingen

4.17.

CSPlus stelt dat AH Beheer een groot aantal betalingen heeft verricht met de pinpas die gekoppeld is aan de bankrekening van CSPlus, waaronder vele betalingen die geen zakelijk karakter dragen. CSPlus heeft de som van de pinbetalingen begroot op

€ 14.782,64. CSPlus stelt dat AH Beheer in de periode van juli 2017 tot en met november 2018 ten onrechte voor een bedrag van € 10.324,64 aan pinbetalingen heeft verricht. Voor de periode daarvoor begroot CSPlus haar schade op € 4.458,00. AH Beheer heeft aansprakelijkheid betwist.

4.18.

De rechtbank stelt voorop dat het aan CSPlus is om te onderbouwen dat en welke schade zij heeft geleden en dat en waarom AH Beheer daarvoor aansprakelijk is. Ter onderbouwing van de stelling dat CSPlus schade heeft geleden, verwijst zij grotendeels naar producties, zonder daarbij een nadere toelichting te geven. Een deel van de schade heeft zij bovendien geschat, terwijl gesteld noch gebleken is dat het niet mogelijk is om deze schade concreet te begroten én niet aannemelijk is gemaakt dat over die betreffende periode schade is geleden. Dit geschatte bedrag is reeds daarom niet toewijsbaar. Voor zover CSPlus wel een toelichting heeft gegeven, constateert de rechtbank dat de betreffende betalingen veelal geen zakelijk karakter lijken te hebben. Het is daarom niet zonder meer gebruikelijk dat deze uitgaven ten laste van CSPlus worden gebracht. De rechtbank wijst in dit verband echter op hetgeen zij hiervoor onder rechtsoverwegingen 4.3. tot en met 4.5. heeft overwogen. De uitgaven zien op een periode van meerdere jaren en zijn verricht met de pinpas van CSPlus en ten laste van de bankrekening van CSPlus. Alle bestuurders hadden inzage in de gegevens van deze bankrekening en de rechtbank leidt uit de overgelegde producties af dat deze bankrekening ook daadwerkelijk door de bestuurders werd bekeken (zie productie 19 van AH). Dat betekent dat de betalingen met medeweten en/of instemming van CSPlus hebben plaatsgevonden, zodat ook geen grond bestaat tot (terug)betaling door AH Beheer van deze bedragen.

creditcardbetalingen

4.19.

CSPlus stelt dat AH Beheer een groot aantal betalingen heeft verricht met de creditcard die gekoppeld is aan de bankrekening van CSPlus, waaronder vele betalingen die geen zakelijk karakter dragen. CSPlus heeft de som van die betalingen begroot op

€ 65.370,30. AH Beheer heeft de aansprakelijkheid betwist.

4.20.

De rechtbank stelt voorop dat het in het licht van de gemotiveerde betwisting door AH Beheer aan CSPlus is om te onderbouwen 1) dat en welke schade zij heeft geleden en 2) dat en waarom AH Beheer daarvoor aansprakelijk is. Ter onderbouwing van de stelling dat CSPlus schade heeft geleden verwijst zij deels naar producties, zonder daarbij nadere toelichting te geven. Voor zover CSPlus wel een toelichting heeft gegeven, constateert de rechtbank dat de betreffende betalingen veelal geen zakelijk karakter lijken te hebben. Deze uitgaven kunnen in beginsel daarom niet zonder meer ten laste van CSPlus worden gebracht. De rechtbank wijst in dit verband echter op hetgeen zij hiervoor onder rechtsoverwegingen 4.3. tot en met 4.5. heeft overwogen. De uitgaven zien op een periode van meerdere jaren, zijn verricht met de creditcard van CSPlus en komen ten laste van de bankrekening van CSPlus. Alle bestuurders hadden inzage in de gegevens van deze bankrekening en de rechtbank leidt uit de overgelegde producties af dat deze bankrekening ook daadwerkelijk door de bestuurders werd bekeken (zie productie 19 van AH). De rechtbank kan daarom niet als vaststaand aannemen dat deze uitgaven zonder medeweten en/of instemming van CSPlus hebben plaatsgevonden, zodat ook geen grond bestaat tot (terug)betaling door AH Beheer van deze bedragen.

verbouwing [adres]

4.21.

CSPlus stelt dat zij € 51.432,00 heeft voorgeschoten aan AH Beheer, zodat de privéwoning van [gedaagde 2] , waar CSPlus ook een ruimte als kantoorruimte gebruikte, ingrijpend verbouwd kon worden. Dit bedrag zou verrekend worden met de door CSPlus aan AH Beheer verschuldigde huurpenningen. Door verrekening met de huurpenningen is deze vordering slechts gedeeltelijk tenietgegaan. Er resteert nog een bedrag van € 37.887,00.

4.22.

AH Beheer betwist niet dat zij de huurpenningen die zij voor de door haar ter beschikking gestelde kantoorruimte aan CSPlus in rekening bracht heeft verrekend. Reeds daaruit volgt naar het oordeel van de rechtbank de juistheid van de stellingname van CSPlus dat het bedrag dat aan AH Beheer met betrekking tot verbouwingskosten door CSPlus is verstrekt een voorschot betreft. Indien AH Beheer dat bedrag zonder verplichting tot terugbetaling zou mogen houden, was er geen reden om tot verrekening over te gaan. Ook uit de overlegde Whatsapp-correspondentie (waaronder productie 44 van CS) volgt dat sprake was van een voorschot dat met de huur verrekend diende te worden. Het verweer van AH Beheer, dat ook de andere bestuurders hun woonhuizen met een soortgelijke regeling van een voorschot en huurbetalingen hebben laten verbouwen doet niets af aan de rechtsverhouding tussen CSPlus en AH Beheer. De rechtbank passeert dit verweer. Aangezien AH Beheer elf maanden lang € 1.200,00 per maand aan huur in rekening heeft gebracht, gaat de rechtbank ervan uit dat dit de tussen partijen overeengekomen huur betreft. CSPlus heeft immers op geen enkel moment gedurende die periode geprotesteerd tegen de hoogte van die huurpenningen. Zij stelt thans dat een huur van € 850,00 zou zijn overeengekomen, maar geeft daarvoor geen enkele concrete onderbouwing. De rechtbank passeert daarom die stellingname. CSPlus heeft berekend dat zij nog € 37.887,00 te vorderen heeft. Aangezien zij daarbij uitgaat van een huurprijs van € 850,00 in plaats van € 1.200,00 per maand zal de rechtbank op dit bedrag nog 11 x € 350,00 (= € 1.200,00 - € 850,00) in mindering brengen. Daarmee resteert een toewijsbare vordering van € 34.037,00 (= € 37.887,00 - € 3.850,00).

Volvo V60 en Volvo XC60

4.23.

CSPlus stelt dat zij medio 2016 zonder rechtsgrond € 23.388,43 heeft voldaan voor de aanschaf van een Volvo XC60. AH Beheer heeft die auto op haar eigen naam laten registreren en deze vervolgens op enig moment ingeruild voor een andere auto, zonder het met de inruil gemoeide bedrag aan CSPlus te voldoen. Daarnaast beschikt AH Beheer over een Volvo V60. Deze is medio 2017 overgenomen van de leasemaatschappij waarvan CSPlus die tot op dat moment leasete. De aankoopprijs voor de Volvo V60 van € 15.471,07 is eveneens zonder rechtsgrond voldaan, omdat AH Beheer deze auto voor eigen gebruik heeft aangeschaft. CSPlus heeft ter zake een vordering van € 38.859,50 op AH Beheer.

4.24.

AH Beheer voert bij conclusie van antwoord als verweer aan dat de auto’s door CSPlus zijn betaald, maar uit fiscale overwegingen op naam van [gedaagde 2] in privé zijn gezet. Bij conclusie van dupliek voert AH Beheer dan weer aan dat deze auto’s uit fiscale overwegingen op naam van AH Beheer zijn gezet.

4.25.

De rechtbank leest in de (wisselende) verweren geen betwisting van de omstandigheid dat de auto’s door CSPlus zijn betaald zonder dat daar een reden voor bestond. Aangezien bij conclusie van dupliek niet (langer) is betwist dat de auto’s uit fiscale overwegingen op naam van AH Beheer zijn gezet, zal de rechtbank daarvan uitgaan. AH Beheer heeft niet betwist dat de auto’s zijn aangeschaft door CSPlus en dus aan CSPlus toebehoren noch dat zij deze auto’s desgevraagd niet aan CSPlus heeft geretourneerd.

4.26.

CSPlus heeft aldus de aanschaf van twee auto’s betaald die op naam zijn gezet van AH Beheer en door AH Beheer niet zijn geretourneerd. Aangezien zonder rechtsgrond de door CSPlus aangeschafte auto’s door AH Beheer zijn behouden, is naar het oordeel van de rechtbank sprake van ongerechtvaardigde verrijking. Het gevorderde is op die grondslag toewijsbaar.

salaris ten behoeve van echtgenote [gedaagde 2]

4.27.

CSPlus stelt dat [gedaagde 2] om de financiering van de aankoop van zijn woning rond te krijgen, zijn echtgenote op de loonlijst van CSPlus heeft laten plaatsen. Aangezien de echtgenote van [gedaagde 2] niet daadwerkelijk werkzaamheden heeft verricht voor CSPlus is overeengekomen dat AH Beheer dan wel [gedaagde 2] het aan haar betaalde salaris terug zou betalen. AH Beheer heeft de verschuldigdheid van het in dit verband gevorderde bedrag van € 37.074,73 betwist.

4.28.

De rechtbank stelt vast dat de grondslag voor deze vordering nakoming is. AH Beheer heeft zowel betwist dat [echtgenote gedaagde 2] geen werkzaamheden voor CSPlus heeft uitgevoerd als dat met AH Beheer is afgesproken dat zij voornoemd bedrag aan CSPlus terug zou moeten betalen.

4.29.

De rechtbank stelt vast dat volstrekt onvoldoende onderbouwd is dat CSPlus met AH Beheer is overeengekomen dat voornoemd bedrag door AH Beheer diende te worden terugbetaald. Zo is niet gesteld of gebleken wanneer dit is afgesproken en met wie. Ook zijn er in het geheel geen stukken overgelegd waaruit een dergelijke afspraak kan blijken. Voor zover [echtgenote gedaagde 2] daadwerkelijk geen werkzaamheden voor CSPlus zou hebben uitgevoerd en wél loon uitbetaald zou hebben gekregen door CSPlus brengt dat geen betalingsverplichting voor AH Beheer met zich mee.

4.30.

Voor zover CSPlus een beroep heeft willen doen op onverschuldigde betaling, ongerechtvaardigde verrijking, onrechtmatige daad of bestuurdersaansprakelijkheid, geldt dat die grondslagen geen van allen voldoende concreet zijn uitgewerkt en de rechtbank in de stellingen van CSPlus ook onvoldoende aanknopingspunten ziet voor een geslaagd beroep op een van deze grondslagen.

concurrerende activiteiten en onthouden corporate opportunities

4.31.

CSPlus maakt aanspraak op betaling van € 157.456,80 vanwege concurrerende activiteiten dan wel het onthouden van corporate opportunities. Dit ziet volgens CSPlus op het factureren van werkzaamheden door AH Beheer aan [naam 3] en op commissies voor producten van softwarepartners van CSPlus. De grondslag van de vordering is – zo begrijpt de rechtbank – ongerechtvaardigde verrijking, dan wel onrechtmatige daad, dan wel bestuurdersaansprakelijkheid. AH Beheer heeft de aansprakelijkheid betwist.

4.32.

De rechtbank is van oordeel dat de vordering met betrekking tot [naam 3] niet toewijsbaar is. Onvoldoende onderbouwd is dat sprake is van concurrerende activiteiten; CSPlus stelt noch onderbouwt welke werkzaamheden AH Beheer voor [naam 3] uitvoert. Evenmin kan worden aangenomen dat aan CSPlus corporate opportunities zijn onthouden. Uit hetgeen partijen over en weer hebben aangevoerd, leidt de rechtbank af dat [naam 3] al een klant was van AH Beheer vóórdat AH Beheer bestuurder/aandeelhouder van CSPlus werd. Gesteld noch gebleken is dat toen is afgesproken dat de werkzaamheden voor [naam 3] zouden worden ingebracht in CSPlus ofwel dat deze werkzaamheden zouden worden beëindigd. Sterker nog, het was CSPlus kennelijk al die tijd bekend dat AH Beheer werkzaamheden uitvoerde voor [naam 3] . Gelet op dit alles kan de rechtbank niet vaststellen dat sprake is van onrechtmatige concurrentie dan wel het onthouden van corporate opportunities. Indien CSPlus had gewild dat deze werkzaamheden door haar konden worden uitgevoerd dan had zij dat bij toetreding van AH Beheer dan wel op enig later moment met AH Beheer kunnen overeenkomen. Dat heeft zij niet gedaan.

4.33.

De rechtbank is van oordeel dat de vordering met betrekking tot ‘softwarepartners van CSPlus’ evenmin toewijsbaar is. CSPlus heeft voor deze vordering geen enkele onderbouwing gegeven. De productie waarnaar CSPlus verwijst, betreft een optelling van bedragen die niet overeenkomt met het gevorderde bedrag. Gesteld noch gebleken is welke werkzaamheden CSPlus verricht voor de in deze productie genoemde softwarepartner. Evenmin is onderbouwd dat het concurrerende activiteiten betreft of dat AH Beheer met betrekking tot deze softwarepartner corporate opportunities aan CSPlus heeft onthouden.

suppletie omzetbelasting 2014

4.34.

De verschuldigdheid van dit bedrag van € 10.337,00 is door AH Beheer erkend.

slotsom

4.35.

Toewijsbaar is € 102.582,91 (= € 19.349,41 + € 34.037,00 + € 38.859,50

+ € 10.337,00). De wettelijke rente over dit bedrag wordt toegewezen vanaf de dag van dagvaarding, aangezien voor toewijzing vanaf 1 juli 2018 onvoldoende grondslag is aangevoerd.

de vorderingen van CloudSolutions jegens AH Beheer

de vorderingen

4.36.

CloudSolutions vordert van AH Beheer de volgende bedragen:

- Stand van crediteurenkaart CloudSolutions (excl. btw) : € 790,00

- Facturen CloudSolutions (excl. btw) : € 22.304,33

- Overboekingen (incl. btw) : € 9.456,91

- Bitcoin (excl. btw) : € 6.399,89

- Concurrerende activiteiten en onthouden corporate opportunities : € 2.560.00

- Mediation (excl. btw) : € 1.306,67

- Stand van de rekeningcourant (excl. btw) : € 3.896,00 (-/-)

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Totaal € 38.921,80

4.37.

AH Beheer heeft de stand van de rekeningcourant en de crediteurenkaart, de verplichting tot terugbetaling van een bedrag aan overboekingen van € 9.456,91 en de verschuldigdheid van de gevorderde kosten voor de gevoerde mediation erkend. Dat leidt per saldo tot een door AH Beheer erkend aan CloudSolutions te betalen bedrag van

€ 7.657,58. De overige – door AH Beheer betwiste – posten worden hierna besproken.

facturen CloudSolutions

4.38.

CloudSolutions stelt dat AH Beheer een groot aantal facturen in haar administratie heeft ingevoerd en door CloudSolutions heeft laten betalen, die geen zakelijk karakter dragen, maar privéaangelegenheden betreffen. Voor zover het zakelijke uitgaven betreffen, heeft AH Beheer de betreffende zaken zonder rechtsgrond onttrokken aan de onderneming van CloudSolutions. Cloudsolutions begroot haar schade op € 22.304,33 (exclusief btw).

Uit de toelichting op deze vordering volgt dat dit ziet op facturen voor een aangeschafte grasmaaier alsmede facturen voor een keuken, airco en tegels.

4.39.

AH Beheer heeft betwist dat zij dit bedrag verschuldigd is en daartoe aangevoerd dat deze facturen zien op zakelijke kantooraankopen in verband met de kantoorverbouwing in de woning van [gedaagde 2] .

4.40.

Zelfs indien de rechtbank de redenering van AH Beheer – dat het zakelijke kantooraankopen betreft – volgt, geldt dat het aankopen ten behoeve van CloudSolutions zijn geweest die ook door CloudSolutions zijn betaald. In dat geval moeten deze goederen desgevraagd aan CloudSolutions worden geretourneerd aangezien zij daarvan de eigenaar is. Dat partijen iets anders zijn overeengekomen, is onvoldoende gesteld of gebleken. Nu vast staat dat retournering – hoewel daarom is verzocht – niet heeft plaatsgevonden, heeft CloudSolutions facturen voldaan die zien op goederen die AH Beheer zonder rechtsgrond onder zich blijft houden. Het gevorderde bedrag is daarom toewijsbaar.

bitcoin

4.41.

CloudSolutions vordert € 6.399,89 met betrekking tot een aangeschafte bitcoin.

Uit hetgeen partijen over en weer hebben aangevoerd, leidt de rechtbank af dat partijen het erover eens zijn dat de betreffende bitcoin voor rekening van CloudSolutions is aangeschaft. De rechtbank is van oordeel dat CloudSolutions op dit punt niet aan haar stelplicht heeft voldaan. Zo heeft zij in het geheel geen feiten of omstandigheden aangevoerd waaruit de rechtbank zou kunnen afleiden door wie en wanneer de bitcoin is aangeschaft, en dat de betreffende bitcoin in het bezit van AH Beheer is geraakt. De stellingnamen op dit punt zijn weinig concreet. Zo stelt CloudSolutions ‘te vermoeden’ dat de bitcoin is overgedragen aan AH dan wel aan derden. Enige feitelijke onderbouwing daarvan heeft zij niet gegeven. Grondslag tot betaling van het gevorderde bedrag met betrekking tot deze bitcoin is onverschuldigde betaling, ongerechtvaardigde verrijking, onrechtmatige daad dan wel bestuurdersaansprakelijkheid. De summiere stellingen van CloudSolutions op dit punt kunnen geen van deze grondslagen dragen.

concurrerende activiteiten en onthouden corporate opportunities

4.42.

CloudSolutions vordert een bedrag van € 2.560,00 met betrekking tot concurrerende activiteiten en het onthouden van corporate opportunities. De rechtbank stelt vast dat CloudSolutions heeft volstaan met te stellen dat AH Beheer de provisie van een licentie van Pronation IT BV van € 40,00 per maand sinds oktober 2018 aan zichzelf laat betalen in plaats van aan CloudSolutions. De grondslag tot betaling van het gevorderde bedrag is ongerechtvaardigde verrijking, onrechtmatige daad dan wel bestuurdersaansprakelijkheid.

Ook in dit verband is naar het oordeel van de rechtbank niet aan de stelplicht voldaan. Zo heeft CloudSolutions niet gesteld en/of onderbouwd op welke diensten of activiteiten deze provisie ziet, dat deze provisie aan haar toekwam of toekomt en dat zij hierdoor gedurende vijf jaren inkomsten misloopt. De summiere en incomplete stellingen van CloudSolutions op dit punt kunnen geen van de gestelde grondslagen dragen, zodat het gevorderde dient te worden afgewezen.

slotsom

4.43.

Toewijsbaar is € 29.961,91 (= € 7.657,58 + € 22.304,33). De wettelijke rente over dit bedrag wordt toegewezen vanaf de dag van dagvaarding, aangezien voor toewijzing vanaf 1 juli 2018 onvoldoende grondslag is aangevoerd.

de vorderingen van CSPlus en CloudSolutions jegens [gedaagde 2]

4.44.

De vorderingen van CS jegens [gedaagde 2] zijn gegrond op bestuurdersaansprakelijkheid. [gedaagde 2] heeft betwist dat hij aansprakelijk is.

4.45.

Voor zover de vorderingen jegens AH Beheer zijn afgewezen kan [gedaagde 2] daarvoor evenmin aansprakelijk zijn. De rechtbank dient derhalve enkel te beoordelen of [gedaagde 2] – naast AH Beheer – hoofdelijk aansprakelijk is om het toewijsbare bedrag te voldoen.

4.46.

CS hebben een beroep gedaan op het bepaalde in artikel 2:11 BW en aangevoerd dat voor zover wordt geoordeeld dat AH Beheer als bestuurder van CS aansprakelijk is voor de schade die CS lijden, de aansprakelijkheid ex artikel 2:11 BW hoofdelijk rust op [gedaagde 2] . CS hebben verder aangevoerd dat [gedaagde 2] een persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt omdat hij heeft bewerkstelligd dat AH Beheer haar verplichtingen niet is nagekomen. CS hebben daarnaast aangevoerd dat AH Beheer waarschijnlijk onvoldoende verhaal biedt voor de vorderingen van CS, zodat zij er recht op en belang bij hebben om [gedaagde 2] aan te spreken tot betaling.

4.47.

De rechtbank heeft ten aanzien van AH Beheer geen bestuurdersaansprakelijkheid vastgesteld, zodat geen doorschakeling naar [gedaagde 2] op basis van artikel 2:11 BW kan plaatsvinden.

4.48.

De rechtbank volgt CS ook niet in haar betoog dat [gedaagde 2] een persoonlijk ernstig verwijt valt te maken voor de handelwijze van AH Beheer. CS heeft wel de juridische kaders geschetst waarbinnen een en ander dient te worden beoordeeld, maar CS heeft haar stellingen op dit punt naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende onderbouwd. Zo zijn de toewijsbare vorderingen grotendeels pas in deze procedure vast komen te staan, zodat ten aanzien daarvan niet kan worden aangenomen dat [gedaagde 2] heeft bewerkstelligd dat AH Beheer die verplichtingen niet is nagekomen. Verder geldt dat CS in het geheel niets hebben aangevoerd over de vermogenspositie van AH Beheer. Daarom kan de rechtbank ook niet beoordelen of AH Beheer daadwerkelijk geen of te weinig verhaalsmogelijkheden biedt. De enkele stellingname van CS dat AH Beheer ‘waarschijnlijk’ onvoldoende verhaal biedt, is in dit verband onvoldoende.

4.49.

Voor zover CS in dit verband nog hebben verwezen naar het arrest van de Hoge Raad van 23 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX5881, geldt dat uit latere rechtspraak van de Hoge Raad volgt dat de in die zaak aangenomen aansprakelijkheid niet als een vorm van bestuurdersaansprakelijkheid moet worden gezien (zie: Hoge Raad 5 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2628, rechtsoverwegingen 3.5.1. tot en met 3.5.5.). Aangezien CS hun verwijzing naar dat arrest enkel ter onderbouwing van hun stellingname dat sprake is van bestuurdersaansprakelijkheid hebben aangehaald, kan een beroep op hetgeen zij in dat verband betogen, niet slagen.

4.50.

Aangezien onvoldoende concreet is uitgewerkt dat en waarom [gedaagde 2] als bestuurder van AH Beheer hoofdelijk aansprakelijk is, dient de vordering jegens [gedaagde 2] te worden afgewezen.

ten aanzien van de beslagkosten, proceskosten en nakosten

ten aanzien van AH Beheer

4.51.

CS vorderen AH Beheer te veroordelen tot betaling van de beslagkosten. Deze vordering is gelet op het bepaalde in artikel 706 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) toewijsbaar. De beslagkosten worden begroot op € 1.423,15 (= 2 x € 171,52 + 2 x

€ 236,23 + € 74,07 + 2 x € 174,76 + € 108,86 + € 75,20) voor verschotten en € 1.770,00 voor salaris advocaat (1 rekest x € 1.770,00). In totaal dus € 3.193,15 (= € 1.423,15 +

€ 1.770,00).

4.52.

AH Beheer wordt als de in overwegende mate in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld. De rechtbank begroot de proceskosten – op basis van het toewijsbare bedrag – aan de zijde van CS op:

- dagvaarding € 81,83

- griffierecht € 4.030,00

- salaris advocaat € 7.080,00 (4,0 punten × tarief € 1.770,00)

Totaal € 11.191,83

De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen als vermeld onder de beslissing.

4.53.

De gevorderde veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot.

De nakosten worden toegewezen op de wijze als in de beslissing vermeld.

ten aanzien van [gedaagde 2]

4.54.

Aangezien CS ten aanzien van [gedaagde 2] als de in het ongelijk gestelde partij hebben te gelden, bestaat er geen reden om [gedaagde 2] in de door CS gemaakte beslagkosten te veroordelen.

4.55.

CS worden als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld.

De rechtbank begroot de proceskosten – op basis van de vordering van CS – aan de zijde van [gedaagde 2] op € 12.856,00 (4,0 punten x tarief € 3.214,00). De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen als vermeld onder de beslissing.

overigens

4.56.

De beslissingen van de rechtbank zijn gebaseerd op de overwegingen die hierboven staan. Alles wat partijen meer of anders hebben aangevoerd blijft verder buiten beschouwing omdat het voor de beslissing van de rechtbank niet (langer) relevant is.

5 De beslissing

De rechtbank:

ten aanzien van AH Beheer

5.1.

veroordeelt AH Beheer om aan CSPlus te betalen een bedrag van € 102.582,91, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag met ingang van 12 april 2019 tot de dag van volledige betaling;

5.2.

veroordeelt AH Beheer om aan CloudSolutions te betalen een bedrag van € 29.961,91, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag met ingang van 12 april 2019 tot de dag van volledige betaling;

5.3.

veroordeelt AH Beheer in de beslagkosten, aan de zijde van CS tot op heden begroot op € 3.193,15, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag met ingang van de veertiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;

5.4.

veroordeelt AH Beheer in de proceskosten, aan de zijde van CS tot op heden begroot op € 11.191,83, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag met ingang van de veertiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;

5.5.

veroordeelt AH Beheer in de na dit vonnis ontstane kosten, aan de zijde van CS begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat AH Beheer niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak;

5.6.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.7.

wijst het meer of anders gevorderde af;

ten aanzien van [gedaagde 2]

5.8.

wijst het gevorderde af;

5.9.

veroordeelt CS in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde 2] begroot op

€ 12.856,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag met ingang van de veertiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;

5.10.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.J. Krens, mr. I.R.A. Timmermans-Vermeer en mr. C.S. van den Pauwert en in het openbaar uitgesproken op 16 juni 2021.1

1 type: PB coll: