Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2021:4530

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
02-06-2021
Datum publicatie
11-06-2021
Zaaknummer
C/03/289492 / HA ZA 21-129
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vonnis verwijzing kanton (huurzaak)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer / rolnummer: C/03/289492 / HA ZA 21-129

Vonnis bij vervroeging van 2 juni 2021

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ALLEKABELS B.V.,

gevestigd en kantoorhoudend te Kerkrade,

eiseres,

advocaat mr. A.L. Stegeman,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

B&R PREMIUM LOGISTICS B.V.,

gevestigd en kantoorhoudend te Heerlen,

gedaagde,

advocaat mr. V.R. Pool.

Partijen worden hierna Allekabels en B&R genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de rolbeschikking van 14 april 2021

  • -

    de akte uitlating van Allekabels

  • -

    de akte tot referte in het incident tot verwijzing naar de kamer van kantonzaken van B&R.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De beoordeling

2.1.

Bij rolbeschikking van 14 april 2021 heeft de rechtbank als voorlopig oordeel gegeven dat de kamer voor andere zaken dan kantonzaken, gelet op de aard van de zaak (een vordering voortvloeiend uit een huurovereenkomst), onbevoegd is om van het gevorderde kennis te nemen.

2.2.

Beide partijen hebben desgevraagd verklaard zich te refereren aan het oordeel van de rechtbank.

2.3.

De rechtbank blijft bij haar oordeel dat de aard van de zaak een onderwerp betreft dat op grond van art. 93 onder c Rv door de kantonrechter wordt behandeld, ongeacht het beloop of de waarde van de vordering.

2.4.

De zaak zal derhalve worden verwezen naar de kamer voor kantonzaken van deze rechtbank.

3 De beslissing

De rechtbank

3.1.

verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de rolzitting van de kamer voor kantonzaken van deze rechtbank, zittingsplaats Maastricht, op 30 juni 2021 om 10.00 uur voor conclusie van antwoord,

3.2.

wijst partijen erop dat zij in het vervolg van de procedure niet meer vertegenwoordigd hoeven te worden door een advocaat, maar ook persoonlijk of bij gemachtigde kunnen verschijnen,

3.3.

wijst partijen erop dat het in deze procedure geheven griffierecht ingevolge art. 8 lid 4 WGBZ zal worden verlaagd en dat het teveel betaalde griffierecht door de griffier zal worden teruggestort.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.R. Sijmonsma en in het openbaar uitgesproken.1

1 type: AH coll: