Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2021:4417

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
26-05-2021
Datum publicatie
03-06-2021
Zaaknummer
C/03/283704 / HA ZA 20-516
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Erfdienstbaarheid teniet gegaan door mededeling verkoper in leveringsakte?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer: C/03/283704 / HA ZA 20-516

Vonnis van 26 mei 2021 (bij vervroeging)

in de zaak van

1 [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 1] ,

en

2 [eiseres in conventie, verweerster in reconventie sub 2] ,

beiden wonend te [woonplaats]

eisers in conventie, verweerders in reconventie,

advocaat mr. R.M.M. Menting;

tegen:

1 [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] ,

en

2 [gedaagde in conventie, verweerster in reconventie sub 2] ,

beiden wonend te [woonplaats] ,

gedaagden in conventie, eisers in reconventie,

advocaat mr. J.P.M. Bergmans.

Partijen zullen hierna [eisers in conventie, verweerders in reconventie] en [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] genoemd worden.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met producties 1 t/m 21;

  • -

    de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie, met producties 1 t/m 5;

  • -

    de conclusie van antwoord in reconventie, met producties 22 t/m 29;

  • -

    de akte in het geding brengen producties van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] , met productie 30;

  • -

    het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 12 april 2021.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

In conventie en in reconventie

2.1.

[eisers in conventie, verweerders in reconventie] zijn eigenaar van het perceel [adres 1] te [woonplaats] , kadastraal bekend als [kadasternummer 1] . [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] zijn – onder andere – eigenaar van het perceel [adres 2] te [woonplaats] , kadastraal bekend als [kadasternummer 2] . Waar hierna wordt verwezen naar het perceel van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] , dan wel het perceel van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] , wordt – tenzij anders aangegeven – gedoeld op die percelen. Het perceel van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] grenst aan de achterzijde voor een klein gedeelte aan het voormelde perceel van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] Zowel perceel [kadasternummer 2] (destijds genummerd [kadasternummer 2] ) als perceel [kadasternummer 1] (destijds genummerd [kadasternummer 1] ) zijn op 11 november 1949 in eigendom verkregen door [naam 1] , in algehele gemeenschap van goederen gehuwd met [naam 2] .

2.2.

[eisers in conventie, verweerders in reconventie] zijn op 30 november 2018 eigenaar geworden van hun perceel, door levering door de vorige eigenaar, [naam 3] . De notariële akte van levering bevat de volgende - voor de beoordeling van dit geschil relevante - passages:

“(…)Bijzondere lasten en beperkingen

Ten aanzien van met betrekking tot het verkochte bestaande bijzondere lasten en beperkingen van civielrechtelijke aard wordt verwezen naar gemelde titel van aankomst de dato dertig november tweeduizend zes, waarin onder meer het volgende voorkomt, woordelijk luidende:

begin citaat

OMSCHRIJVING BIJZONDERE VERPLICHTINGEN

Voorts verklaarden de comparanten dat -mede gelet op het bepaalde in voormelde akte van levering de dato één maart tweeduizend vijf- met betrekking tot bekende erfdienstbaarheden – en bijzondere verplichtingen wordt verwezen naar:

(…)

B. een akte van verkoop en koop, op drieëntwintig augustus negentienhonderd eenennegentig voor notaris Van Slijpe voornoemd verleden, bij afschrift ingeschreven ten kantore van de Dienst voor het kadaster en de openbare registers te Roermond op zesentwintig augustus negentienhonderd eenennegentig in register Hypotheken 4 deel 7196 nummer 60, in welke akte het toebedeelde registergoed (destijds kadaster [kadasternummer 1] ) in eigendom werd overgedragen en waarin woordelijke staat vermeld als volgt;

“VESTIGING ERFDIENSTBAARHEID

Betreffende de vrije toegang tot- en de bereikbaarheid van het gekochte onroerend goed aan de achterzijde en van de bij verkoopster in eigendom blijvende magazijnruimte, verklaren partijen bij deze over en weer te vestigen de erfdienstbaarheid van overgang, zulks ten behoeve en ten laste van het bij verkoopster in eigendom blijvende perceel [kadasternummer 3] als heersend respectievelijk lijdend erf en ten behoeve en ten laste van het bij deze akte door koper in eigendom verkregen perceel [kadasternummer 1] , als heersend respectievelijk lijdend erf, en wel om te komen en te gaan van en naar de achterzijde van het bij deze akte verkochte onroerend goed, alsmede om voormelde magazijnruimte te bereiken over de toegangsstrook zoals deze in gele kleur is aangegeven op een aan deze akte gehechte situatietekening ter breedte van de achtergevel van het perceel [adres 1] .

C. een akte van levering, op dertig juli negentienhonderd negenennegentig voor notaris Van Slijpe voornoemd verleden, bij afschrift ingeschreven in register Hypotheken 4 deel 11687 nummer 7, in welke akte door de toenmalige eigenaren van het registergoed [adres 3] aan de rechtsvoorgangers van partijen in eigendom werd geleverd een perceel grond met bestrating (destijds kadaster [kadasternummer 4] gedeeltelijk), waarin begrepen de ter plaatse aanwezige toegangsdeur, en in welke akte woordelijke staat vermeld:

“(…)

VESTIGING ERFDIENSTBAARHEID

Ter uitvoering van het tussen verkoper en koper mondeling overeengekomene verklaarden verkoper en koper te vestigen, casu quo aan te nemen de navolgende erfdienstbaarheden:

(…)

2. Ten laste van het bij verkoper in eigendom verblijvend gedeelte van het perceel [kadasternummer 4] (als dienend erf) en ten behoeve van het door de koper bij de onderhavige akte in eigendom verkregen perceelsgedeelte van het perceel [kadasternummer 4] en ten behoeve van het reeds in eigendom zijnde kadastrale perceel [kadasternummer 5] , (als heersend erf) wordt ten deze gevestigd de erfdienstbaarheid inhoudende:

het recht van de koper tot het hebben en instandhouden van een deur, zich bevindende in de scheidsmuur, welke scheidsmuur eigendom is en blijft van verkoper casu quo diens rechtsopvolger(s) en via welke deur de koper het bij de onderhavige akte gekochte perceelsgedeelte, casu quo het reeds in eigendom, zijn perceel kadastraal [kadasternummer 5] , kan bereiken.

Het onderhoud en instandhouden van de betreffende deur komt geheel voor rekening van de koper casu quo zijn opvolger(s).”

einde citaat

Tevens wordt verwezen haar hetgeen tussen partijen is overeengekomen en is vastgelegd in artikel 6.2 van de gemelde koopovereenkomst , woordelijk luidend:

begin citaat

Verkoper heeft koper medegedeeld dat aan de deuropening in de erfgrens met kadastraal perceel nr. 5869 geen rechten kunnen worden ontleend.

Er is geen erfdienstbaarheid gevestigd.

einde citaat (…)”

2.3.

[gedaagden in conventie, eisers in reconventie] hebben hun perceel [kadasternummer 2] op 12 februari 2002 in eigendom verkregen van een drietal erfgenamen [naam 1] . In die akte wordt geen melding gemaakt van een erfdienstbaarheid die op dat perceel zou rusten. Vanaf de [straatnaam 1] loopt door de [straatnaam 2] , gedeeltelijk over voormeld perceel van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] , een openbaar voetpad, het zogenaamd [naam pad] .

2.4.

De achterdeur van de woning van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] bevindt zich sinds 1996 op de perceelsgrens van de percelen van hen en [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] [eisers in conventie, verweerders in reconventie] kunnen enkel via het perceel van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] die achterdeur en daarmee de achterzijde van hun woning bereiken.

2.5.

Tussen partijen is een geschil ontstaan over de vraag of aan [eisers in conventie, verweerders in reconventie] het recht van overpad toekomt om via het [naam pad] en het perceel van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] te komen en te gaan van en naar de achterzijde van hun woning, alsook of de aanwezigheid van de deur aan de achterzijde van de woning van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] grenzend aan het perceel van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] rechtmatig is.

3 Het geschil

In conventie

3.1.

[eisers in conventie, verweerders in reconventie] stellen zich primair op het standpunt dat ten behoeve van hun perceel als heersend erf een recht van erfdienstbaarheid is gevestigd om te komen en te gaan van en naar de achterzijde van hun woning over het perceel van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] als dienend erf. Zij beroepen zich daartoe op de inhoud van de akte van levering, waaruit hierboven onder 2.2 is geciteerd en de door hen als producties 3 tot en met 7 overgelegde notariële leveringsaktes. [eisers in conventie, verweerders in reconventie] wijzen er op dat hun perceel ( [kadasternummer 1] ) en voorheen ook de percelen [kadasternummer 5] en [kadasternummer 1] (die thans samen perceel [kadasternummer 1] vormen) altijd omsloten zijn geweest door andere percelen, zodat er voor hen en voor hun rechtsvoorgangers geen andere mogelijkheid is (geweest) dan via perceel [kadasternummer 2] van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] te komen en te gaan naar de achterzijde van hun perceel.

3.2.

Subsidiair stellen [eisers in conventie, verweerders in reconventie] zich op het standpunt dat het recht van erfdienstbaarheid door verjaring is ontstaan. Daartoe voeren zij aan dat de vorige bewoners van hun woning altijd gebruik maakten van de achterdeur, om te komen en te gaan naar de achterzijde van die woning. [naam 4] , die van 1999 tot en met 2005 heeft gewoond aan het adres [adres 1] , heeft verklaard dat zij in die periode te voet, met de fiets en aanvankelijk ook met de auto gebruik heeft gemaakt van het [naam pad] lopende van de [straatnaam 1] naar de achterzijde van de woning aan de [adres 1] . Daarnaast heeft zij verklaard dat zij gedurende die periode gebruik heeft gemaakt van de achterdeur om te komen en te gaan naar de achterzijde van de woning aan de [adres 1] . [naam 4] heeft voorts verklaard dat [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] nimmer toestemming hebben gegeven voor het gebruik van hun perceel, doch dat zij wel hebben aangegeven dat [naam 4] niet met een auto gebruik mocht maken van hun perceel. De heer [naam 3] , die vanaf 2005 tot en met mei 2018 heeft gewoond aan het adres [adres 1] , heeft verklaard dat hij in die periode geregeld te voet, met de fiets en met een scooter over het perceel van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] is gegaan naar de achterzijde van de woning aan de [adres 1] . Daarnaast heeft ook hij aangegeven dat hij in de periode dat hij woonde in de woning aan de [adres 1] , hij gebruik heeft gemaakt van de achterdeur om te komen en te gaan naar de achterzijde van zijn woning. Over dat gebruik heeft hij nooit contact gehad met [gedaagden in conventie, eisers in reconventie]

3.3.

Het hebben van een deur aan de achterzijde van de woning is volgens [eisers in conventie, verweerders in reconventie] ook zinledig, indien van het perceel van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] geen gebruik kan worden gemaakt. Uit de plaatsing van de deur en het regelmatig gebruik van het perceel van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] dient volgens [eisers in conventie, verweerders in reconventie] naar objectieve en uiterlijke kenmerken te worden geoordeeld dat men naar buiten toe pretendeerde rechthebbende te zijn van een recht van erfdienstbaarheid.

3.4.

Met betrekking tot de deur in achterzijde van de woning [adres 1] stellen [eisers in conventie, verweerders in reconventie] dat deze al in 1996 is gerealiseerd, zodat, voor zover deze opening in de erfgrens onrechtmatig zou zijn, de mogelijkheid om daartegen een rechtsmiddel in te stellen is verjaard.

3.5.

[eisers in conventie, verweerders in reconventie] stellen verder dat over het perceel van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] van oudsher een zogenaamd [naam pad] loopt, om vanuit de [straatnaam 1] te gaan naar de [straatnaam 2] en vice versa. Het [naam pad] is openbaar en heeft de bestemming verkeer. Uit een arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 29 mei 2007 (ECLI:NL:GHSHE:2007:BA7224), waarin [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] als procespartij zijn opgetreden, blijkt volgens [eisers in conventie, verweerders in reconventie] dat het [naam pad] een openbaar karakter heeft als bedoeld in artikel 6 Wegenwet. Op grond van het bepaalde in artikel 14 Wegenwet hebben [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] te dulden dat er zich voetgangers over zijn terrein begeven. [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] hebben echter medio 2019 [eisers in conventie, verweerders in reconventie] verzocht niet langer met de fiets (aan de hand) gebruik te maken van het [naam pad] .

3.6.

Op grond van het vorenstaande vorderen [eisers in conventie, verweerders in reconventie] – na vermindering van hun eis ter mondelinge behandeling en na hernummering door de rechtbank van de diverse vorderingen als gevolg daarvan – dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

primair

1. voor recht verklaart dat de in 1991 bij akte d.d. 23 augustus 1991 ingeschreven in register Hypotheken 4 deel 7196 nummer 60 gevestigde erfdienstbaarheid thans inhoudt een recht van overpad ten behoeve van perceel [kadasternummer 1] en ten laste van het perceel Kadastraal bekend als [kadasternummer 2] om te komen en gaan naar de achterzijde van het perceel bekend als [adres 1] te [woonplaats] en Kadastraal bekend als [kadasternummer 1] ;

subsidiair

2. voor recht verklaart dat door verjaring een erfdienstbaarheid is ontstaan inhoudende een recht van overpad ten behoeve van perceel [kadasternummer 1] en ten laste van het perceel Kadastraal bekend als [kadasternummer 2] om te komen en gaan naar de achterzijde van het perceel plaatselijk bekend als [adres 1] te [woonplaats] en Kadastraal bekend als [kadasternummer 1] ;

3. [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] veroordeelt om hun medewerking te verlenen aan de notariële vastlegging en inschrijving van het recht van erfdienstbaarheid ten behoeve van perceel [kadasternummer 1] en ten laste van het perceel Kadastraal bekend als [kadasternummer 2] om te komen en gaan naar de achterzijde van het perceel plaatselijk bekend als [adres 1] te [woonplaats] en Kadastraal bekend als [kadasternummer 1] in de openbare registers van het Kadaster door afgifte van een notariële volmacht binnen zeven dagen na ontvangst daarvan, dan wel in persoon de notariële akte te ondertekenen op een door de door [eisers in conventie, verweerders in reconventie] aan te wijzen notaris te bepalen dag en tijdstip, zulks op straffe van een dwangsom van € 550,00 per dag dat [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] daarmee in gebreke blijven, met een maximum van € 50.000,--;

zowel primair als subsidiair

4. A. [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] verbiedt [eisers in conventie, verweerders in reconventie] de toegang te ontzeggen tot hun perceel voor zover die toegang noodzakelijk is voor de uitoefening van de erfdienstbaarheid en/of [eisers in conventie, verweerders in reconventie] bij de uitoefening van de erfdienstbaarheid, en
B. bepaalt dat [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] de weg naar de achterzijde van het perceel van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] vrij dienen te houden van blokkades en belemmeringen, zodat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] en hun rechtsopvolgers het recht van erfdienstbaarheid om te komen en te gaan van de achterzijde van de woning [adres 1] te [woonplaats] ongestoord kunnen uitoefenen,
beide op straffe van een dwangsom van € 500,-- per dag dat [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] in strijd handelen met deze veroordeling met een maximum van € 50.000,--;

5. A. [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] verbiedt de toegang tot het [naam pad] te ontzeggen en/of [eisers in conventie, verweerders in reconventie] te hinderen in het gebruik van het [naam pad] , en
B. bepaalt dat [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] het [naam pad] vrij dienen te houden van blokkades en belemmeringen, zodat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] ongestoord gebruik kunnen maken van het [naam pad] ,
beide op straffe van een dwangsom van € 500,-- per dag of gedeelte daarvan dat [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] in strijd handelen met deze veroordeling, met een maximum van € 50.000,--;

6. voor recht verklaart dat door verjaring geen beroep meer kan worden gedaan op artikel 5:50 BW, zodat [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] en hun rechtsopvolgers geen verwijdering meer kunnen vorderen van de deur die zich op de erfgrens bevindt;

7. het voorgaande onder veroordeling van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] in de kosten van deze procedure, waaronder het salaris van de advocaat van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] , onder bepaling dat [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] de wettelijke rente over de proceskosten verschuldigd worden wanneer niet binnen veertien dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis zijn betaald, alsmede, in het geval dat [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis voldoen, te vermeerderen met de nakosten die € 157,-- bedragen zonder betekening en € 239,-- in geval van betekening.

In reconventie

3.7.

[gedaagden in conventie, eisers in reconventie] stellen dat er geen recht van erfdienstbaarheid van overpad is gevestigd, gelet op de passage in de koopovereenkomst tussen [naam 3] en [eisers in conventie, verweerders in reconventie] en de tussen hen opgemaakte notariële akte (zie hierboven onder 2.2 geciteerd). [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] betwisten dat op hun perceel ( [kadasternummer 2] ) een recht van erfdienstbaarheid is gevestigd ten behoeve van naburige percelen. Toen zij hun perceel in 2002 kochten was geen sprake van een gevestigde erfdienstbaarheid. Daarom werd ook niets vermeld van een dergelijk recht in de leveringsakte waarmee dat perceel aan hen werd geleverd. Uit de door [eisers in conventie, verweerders in reconventie] overgelegde aktes, waarop [eisers in conventie, verweerders in reconventie] zich beroepen ter onderbouwing van hun stelling dat een recht van erfdienstbaarheid is gevestigd, blijkt dat ook niet, nu de daarin genoemde perceelsnummers niets van doen hebben met hun perceel of dat van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] Volgens [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] hebben [eisers in conventie, verweerders in reconventie] slechts een erfdienstbaarheidsonderzoek uitgevoerd naar hun eigen perceel en niet naar dat van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] , zodat de uitkomsten van dat onderzoek niet relevant zijn.

3.8.

[gedaagden in conventie, eisers in reconventie] betwisten ook dat een recht van erfdienstbaarheid door verjaring zou zijn ontstaan. [eisers in conventie, verweerders in reconventie] hebben het daarvoor nodige bezit volgens [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] niet gehad. Vanaf het moment van het sluiten van de koopovereenkomst en de eigendomsoverdracht wisten [eisers in conventie, verweerders in reconventie] immers dat er geen sprake was van een erfdienstbaarheid en dat er geen rechten konden worden ontleend aan de aanwezigheid van de achterdeur. Uit het gebruik dat de rechtsvoorgangers van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] , [naam 4] en [naam 3] volgens hun verklaringen hebben gemaakt van het [naam pad] en de deur, kan volgens verkeersopvattingen niet worden geconcludeerd dat deze bezitter waren van de betreffende erfdienstbaarheid. [naam 4] en [naam 3] hebben nooit toestemming gekregen van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] om van het perceel van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] gebruik te maken.

3.9.

De aanwezigheid van de achterdeur is volgens [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] onvoldoende om daaruit te concluderen dat er bezit is van de omstreden erfdienstbaarheid. [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] betwisten ook dat de deur al in 1996 is aangebracht. Volgens hen is dat pas in 1999 gebeurd.

3.10.

[gedaagden in conventie, eisers in reconventie] verwijzen ter betwisting van het bestaan van het recht van erfdienstbaarheid voorts naar een verslag van een bespreking waarbij ook rechtsvoorgangers van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] , de familie [naam 4] , aanwezig waren. Volgens dat verslag rusten op de [straatnaam 2] geen erfdienstbaarheden.

3.11.

De achterdeur is volgens [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] in strijd met bepaalde in artikel 5:50 BW aangebracht. De vordering tot verwijdering van die deur is volgens [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] ook niet verjaard. Bovendien zijn [eisers in conventie, verweerders in reconventie] sinds ondertekening van de koopakte met [naam 3] en de notariële leveringsakte op de hoogte van het feit dat er geen erfdienstbaarheden zijn gevestigd en kunnen zij geen rechten ontlenen aan de aanwezigheid van de deur. Onder die voorwaarden zijn [eisers in conventie, verweerders in reconventie] volgens [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] eigenaar geworden van hun perceel.

3.12.

Het omstreden bezit van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] en hun rechtsvoorgangers van het recht van erfdienstbaarheid van overpad is volgens [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] te kwader trouw geweest. Voor het geval zou worden geoordeeld dat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] zich terecht beroepen op de verjaring bedoeld in artikel 3:105 BW, stellen [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] met een beroep op het arrest van de Hoge Raad van 24 februari 2017 (ECLI:NL:HR:2017:309) dat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] onrechtmatig jegens hen hebben gehandeld. Dat brengt volgens [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] met zich mee dat zij kunnen vorderen dat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] hun de schade vergoeden die zij als gevolg daarvan lijden en zullen lijden.

3.13.

Op grond van het vorenstaande vorderen [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] dat de rechtbank bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I:

  1. primair: [eisers in conventie, verweerders in reconventie] veroordeelt om (ex artikel 5:50 BW), binnen een termijn van vier weken na betekening van het in dezen te wijzen vonnis, althans binnen een door de rechtbank in goede justitie te bepalen termijn, de achterdeur welke zich bevindt op de perceelsgrens tussen het perceel kadastraal bekend als [kadasternummer 1] en perceel kadastraal bekend als [kadasternummer 2] , te verwijderen en deze deur verwijderd te houden door de muuropening structureel dicht te maken en te houden, een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,-- per dag of gedeelte van een dag dat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] – nadat de termijn van vier weken na de betekening, althans de door de rechtbank gestelde termijn zal zijn verstreken – in gebreke blijft aan enig gedeelte van deze veroordeling te voldoen, zulks met een maximum van € 100.000,--, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag;

  2. subsidiair: [eisers in conventie, verweerders in reconventie] veroordeelt om, binnen een termijn van vier weken na betekening van het in dezen te wijzen vonnis althans binnen een door de rechtbank in goede justitie te bepalen termijn, de betreffende achterdeur, welke zich op de perceelsgrens bevindt tussen perceel kadastraal bekend als [kadasternummer 1] en kadastraal bekend als [kadasternummer 2] , te sluiten en gesloten te houden, en voorts [eisers in conventie, verweerders in reconventie] verbiedt om van deze deur gebruik te maken om te komen en te gaan naar de achterzijde van perceel kadastraal bekend als [kadasternummer 1] , plaatselijk bekend [adres 1] , over het perceel kadastraal bekend als [kadasternummer 2] plaatselijk bekend als [adres 2] , zulks eveneens binnen een termijn van vier weken na betekening van het in dezen te wijzen vonnis, een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,-- per dag of gedeelte van een dag dat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] – nadat de termijn van vier weken na de betekening, althans de door de rechtbank gestelde termijn zal zijn verstreken – in gebreke blijft aan enig gedeelte van deze veroordeling te voldoen, zulks met een maximum van € 100.000,--, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag;


II. Voorwaardelijk:

  1. primair: voor recht verklaart dat er geen erfdienstbaarheid als door [eisers in conventie, verweerders in reconventie] gesteld (meer) bestaat, nu de door [eisers in conventie, verweerders in reconventie] gestelde erfdienstbaarheid van overpad door verjaring nog niet in de registers is vermeld en/of anderszins is vastgelegd, althans een zodanige verklaring voor recht als de rechtbank juist zal achten;

  2. subsidiair: [eisers in conventie, verweerders in reconventie] veroordeelt aan [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] , tegen behoorlijk bewijs van kwijting, te betalen de schade die [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] hebben geleden, lijden en zullen lijden als gevolg van voormeld onrechtmatig handelen van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] , bestaande (kort samengevat) in het te kwader trouw beroep doen op de hiervoor bedoelde verjaring, deze schade op te maken bij staat en te vereffenen als volgens de wet, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van de onrechtmatige daad (artikel 6:119 BW jo. artikel 6:83 onder b BW), althans vanaf de dag van het nemen van de conclusie van eis in reconventie tot de dag van de algehele voldoening;

III. een en ander met veroordeling van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] in de kosten van deze procedure, alsmede de nakosten, met dien verstande dat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] de wettelijke rente over de proceskosten, alsmede de nakosten verschuldigd worden, indien deze niet binnen veertien dagen na dagtekening van het in dezen te wijzen vonnis zullen zijn betaald.

4 De beoordeling

In conventie en in reconventie

4.1.

Op grond van de samenhang tussen de vorderingen in conventie en in reconventie, zal de rechtbank die vorderingen gezamenlijk beoordelen.

4.2.

In conventie en in reconventie gaat het om de vraag of een recht van erfdienstbaarheid is gevestigd of ontstaan om over het perceel van het [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] te komen en te gaan naar het perceel van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] en of de vordering tot verwijdering van de achterdeur van perceel [adres 1] is verjaard.

Ten aanzien van het recht van erfdienstbaarheid van overpad en het hebben van een deur in strijd met het bepaalde in artikel 5:50 BW in het algemeen

4.3.

Het meest verstrekkende verweer van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] luidt dat, zo er al rechten van erfdienstbaarheden zouden zijn gevestigd of ontstaan, [eisers in conventie, verweerders in reconventie] op grond van de tekst: “Verkoper (lees: [naam 3] , opmerking rechtbank) heeft koper (lees: [eisers in conventie, verweerders in reconventie] , opmerking rechtbank) medegedeeld dat aan de deuropening in de erfgrens met kadastraal perceel nr. 5869 geen rechten kunnen worden ontleend. Er is geen erfdienstbaarheid gevestigd.”, opgenomen in de notariële akte waarmee [eisers in conventie, verweerders in reconventie] de eigendom van hun perceel hebben verkregen van hun rechtsvoorganger, [naam 3] , geen rechten kunnen doen gelden op de omstreden rechten van erfdienstbaarheden, dan wel de aanwezigheid van de deur.

4.4.

Uitgangspunt bij de beoordeling is dat een erfdienstbaarheid slechts eindigt door afstand (artikel 5:82 BW), door vermenging (artikel 5:83 BW), door opheffing door de rechter (artikel 5:79 BW) of door verjaring van de rechtsvordering tot opheffing van een met het beperkte recht strijdige toestand voor zover de uitoefening van de erfdienstbaarheid door die toestand wordt belet. Daarnaast kan een erfdienstbaarheid eindigen door onteigening of ruilverkaveling. [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] heeft niet gesteld dat één van deze bij wet geregelde wijzen van beëindiging zich in dit geval heeft voorgedaan. De ten behoeve van het perceel van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] gevestigde erfdienstbaarheden als vermeld in de leveringsakte van 30 november 2018 zijn dus existent.

4.5.

Ten overvloede oordeelt de rechtbank dat die in rov. 4.3 vermelde eenzijdige mededeling van [naam 3] niet van belang is in de verhouding tussen [eisers in conventie, verweerders in reconventie] en [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] waren bij de koopovereenkomst en de notariële akte, waarin die mededeling is opgenomen, immers geen partij, en gesteld noch gebleken is dat [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] daaraan rechten zouden kunnen ontlenen. Uit die mededeling kan ook niet worden geconcludeerd dat [naam 3] iets heeft bedongen ten behoeve van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] Dat de bewuste mededeling is opgenomen op verzoek of aandringen van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] , betekent niet dat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] daaraan zijn gebonden.

Het recht van erfdienstbaarheid van overpad

4.6.

Vervolgens dient de vraag te worden beantwoord of het bedoelde recht van overpad ten behoeve van het perceel van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] (thans genummerd [kadasternummer 1] ) is gevestigd ten laste van het perceel van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] (thans genummerd [kadasternummer 2] ).

4.7.

Bij notariële leveringsakte van 23 augustus 1991 heeft [naam 2] (weduwe van [naam 1] ) aan [naam 5] geleverd de woning [adres 1] , (destijds) kadastraal bekend als gemeente [kadasternummer 1] . In die akte is een recht van erfdienstbaarheid gevestigd dat als volgt is omschreven:

“Betreffende de vrije toegang tot- en de bereikbaarheid van het gekochte onroerend goed aan de achterzijde en van de bij verkoopster in eigendom blijvende magazijnruimte, verklaren partijen bij deze over en weer te vestigen de erfdienstbaarheid van overgang, zulks ten behoeve en ten laste van het bij verkoopster in eigendom blijvende perceel [kadasternummer 3] als heersend respectievelijk lijdend erf en ten behoeve en ten laste van het bij deze akte door koper in eigendom verkregen perceel [kadasternummer 1] , als heersend respectievelijk lijdend erf, en wel om te komen en te gaan van en naar de achterzijde van het bij deze akte verkochte onroerend goed, alsmede om voormelde magazijnruimte te bereiken over de toegangsstrook zoals deze in gele kleur is aangegeven op een aan deze akte gehechte situatietekening ter breedte van de achtergevel van het perceel [adres 1] .”

4.8.

Bij notariële leveringsakte van 1 maart 2005 is de eigendom van de woning [adres 1] , in die akte aangeduid met het kadastrale nummer [kadasternummer 1] , overgedragen door [naam 4] en [naam 6] aan [naam 3] en [naam 7] . Eerstgenoemden hebben de eigendom volgens die akte verkregen op 2 augustus 1999. Ook in de akte van 1 maart 2005 wordt verwezen naar een gevestigde erfdienstbaarheid en wordt het bij akte van 23 augustus 1991 gevestigde recht van erfdienstbaarheid vermeld en als citaat opgenomen.

4.9.

Uit de inhoud van voormelde aktes volgt dat ten behoeve van het perceel van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] in 1991 een recht van erfdienstbaarheid (van overpad) is gevestigd ten behoeve van de woning [adres 1] , om te gaan van en naar de achterzijde van die woning, en dat dit recht in de aktes van 1 maart 2005 en 30 november 2018, waarbij de eigendom van die woning is overgedragen, ook steeds is opgenomen. Bovendien volgt uit de door [eisers in conventie, verweerders in reconventie] in het geding gebrachte zogenaamde filiatiegegevens, verstrekt door het Kadaster, dat perceel [kadasternummer 1] voorheen was genummerd [kadasternummer 5] en daarvoor (in 1991) als [kadasternummer 1] . [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] heeft die vernummering onvoldoende betwist, zodat van de juistheid daarvan moet worden uitgegaan. Ook blijkt uit deze gegevens dat het in 1991 ten behoeve van perceel [kadasternummer 1] gevestigde recht van erfdienstbaarheid het recht van erfdienstbaarheid is dat thans als gevestigd ten behoeve van perceel [kadasternummer 1] moet worden beschouwd.

4.10.

Ten aanzien van de vraag of dat recht van erfdienstbaarheid ook ten laste is gevestigd van het perceel van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] overweegt de rechtbank het volgende. Allereerst overweegt de rechtbank dat het feit dat in de notariële leveringsakte van 12 februari 2002, waarbij [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] het perceel [kadasternummer 2] in eigendom hebben gekregen, geen melding wordt gemaakt van een recht van erfdienstbaarheid (van overpad) ten laste van dat perceel en ten gunste van het perceel [kadasternummer 1] , niet betekent dat een dergelijk recht niet (meer) bestaat. De rechtbank verwijst kortheidshalve naar hetgeen onder 4.4 is overwogen met betrekking tot het eindigen van een recht van erfdienstbaarheid en de stellingen van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] daaromtrent.

4.11.

Het omstreden recht van overpad is bij de akte van 23 augustus 1991 gevestigd ten laste van het perceel [kadasternummer 3] . Uit de akte van 1 mei 1995, waarbij Van den [naam 9] en [naam 9] aan [naam 8] en [naam 8] overdragen het perceel [adres 4] , kadastraal bekend [kadasternummer 6] wordt vermeld dat het verkochte omvat het voormalige kadastrale perceelsnummer [kadasternummer 6] en [kadasternummer 4] , dat een gedeelte omvat van het vervallen nummer [kadasternummer 3] . In die akte wordt ook melding gemaakt van en geciteerd het omstreden recht van overpad.

4.12.

Bij akte van 30 juli 1999 dragen [naam 8] en [naam 8] aan [naam 4] en [naam 6] over “een behoorlijk afgepaald gedeelte van het kadastrale perceel [kadasternummer 4] . In het verkochte is tevens begrepen de ter plaatse aanwezige toegangsdeur (…) door de koper te gebruiken ter ontsluiting aan achterzijde van het bij hem op deden in eigendom verkregen kadastrale perceel [kadasternummer 5] .” Ook in deze akte wordt melding gemaakt van het recht van erfdienstbaarheid (van overpad) gevestigd bij akte van 23 augustus 1991 ten behoeve van het perceel [kadasternummer 1] ( [adres 1] )

4.13.

Daarnaast volgt uit de door [eisers in conventie, verweerders in reconventie] in het geding gebrachte filiatiegegevens verstrekt door het Kadaster, dat perceel [kadasternummer 2] voorheen was genummerd [kadasternummer 7] en [kadasternummer 8] en daarvoor (in 1991) was genummerd [kadasternummer 3] . [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] heeft die vernummering onvoldoende betwist, zodat van de juistheid daarvan moet worden uitgegaan. Uit deze gegevens blijkt dat het in 1991 gevestigde recht van erfdienstbaarheid (van overpad) ten laste van perceel [kadasternummer 3] het recht van erfdienstbaarheid is dat thans als gevestigd ten laste van perceel [kadasternummer 2] moet worden beschouwd.

4.14.

Aan hetgeen het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft beslist in het arrest van 29 mei 2007 kunnen [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] geen argumenten ontlenen voor het niet-bestaan van het omstreden recht van erfdienstbaarheid, alleen al vanwege het feit dat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] bij dat geschil geen partij waren, maar [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] en de toenmalige bewoners van [adres 3] .

4.15.

Omdat uit het hiervoor overwogene volgt dat het recht van erfdienstbaarheid van overpad is gevestigd (en nog bestaat), hoeft niet meer te worden beoordeeld of dat recht door verjaring is ontstaan.

4.16.

Dit betekent dat de vorderingen in conventie onder 1 en 4 dienen te worden toegewezen en dat de spiegelbeeldige voorwaardelijke vorderingen in reconventie onder II moeten worden afgewezen.

Het recht tot het hebben van een deur in strijd met het bepaalde in artikel 5:50 BW

4.17.

De rechtbank begrijpt dat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] hun vordering om voor recht te verklaren dat door verjaring een recht van erfdienstbaarheid is ontstaan tot het hebben en in standhouden van een deur op de perceelsgrens van [kadasternummer 1] en [kadasternummer 2] in strijd met het bepaalde in artikel 5:50 BW hebben ingetrokken wegens gebrek aan belang, nu in de leveringsakte van 30 november 2018 is vermeld dat deze erfdienstbaarheid ten behoeve van zijn perceel is gevestigd, zie rov. 2.2. Wel handhaven [eisers in conventie, verweerders in reconventie] hun vordering dat voor recht wordt verklaard dat het recht voor [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] om op de voet van artikel 5:50 BW verwijdering van die deur te vorderen is verjaard, op grond van het bepaalde in artikel 3:306 BW.

4.18.

De rechtbank stelt vast dat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] niet hebben onderbouwd wat hun belang nog is bij handhaving van die vordering, nu immers is komen vast te staan dat ten behoeve van hun perceel een recht van erfdienstbaarheid tot het hebben en in standhouden van die deur is gevestigd bij akte van 30 juli 1999, zie rov. 2.2. Onder 4.4 is reeds overwogen dat deze erfdienstbaarheid nog bestaat, waarnaar kortheidshalve wordt verwezen. Reeds op deze grond kunnen [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] geen verwijdering vorderen van die deur zolang die erfdienstbaarheid in stand blijft.

4.19.

Uit het vorenoverwogene volgt dat de (hernummerde) vordering onder 6 in conventie zal worden afgewezen wegens gebrek aan belang en dat de primaire en subsidiaire vorderingen onder I in reconventie eveneens moeten worden afgewezen.

Het [naam pad]

4.20.

[gedaagden in conventie, eisers in reconventie] erkennen dat over hun perceel een [naam pad] loopt, waarover echter slechts te voet mag worden gegaan en dat een openbare bestemming heeft. Het [naam pad] beslaat volgens hen niet hun hele perceel ( [kadasternummer 2] ) maar slechts een door middel van afwijkende bestrating aangegeven deel daarvan. [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] betwisten dat zij [eisers in conventie, verweerders in reconventie] op enigerlei wijze belemmeren bij het gebruik van dit voetpad.

4.21.

[eisers in conventie, verweerders in reconventie] hebben de stelling van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] , dat zij [eisers in conventie, verweerders in reconventie] niet belemmeren in het gebruik van het [naam pad] niet weersproken, zodat hun stelling als onvoldoende onderbouwd moet worden afgewezen. De vordering in conventie onder 5 moet derhalve worden afgewezen.

Ten aanzien van de kosten

In conventie

4.22.

[gedaagden in conventie, eisers in reconventie] zullen als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] worden begroot op:

- dagvaarding € 105,03

- griffierecht € 304,00

- salaris advocaat € 1.126,00 (2,0 punt × tarief € 563,00);

Totaal € 1.535,03.

In reconventie

4.23.

[gedaagden in conventie, eisers in reconventie] zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] worden begroot op:

- salaris advocaat € 563,00 (2,0 punt × factor 0,5 × tarief € 563,00)

Totaal € 563,00.

5 De beslissing

De rechtbank

In conventie

5.1.

verklaart voor recht dat de in 1991 bij akte d.d. 23 augustus 1991 ingeschreven in register Hypotheken 4 deel 7196 nummer 60 gevestigde erfdienstbaarheid thans inhoudt een recht van overpad ten behoeve van perceel [kadasternummer 1] en ten laste van het perceel Kadastraal bekend als [kadasternummer 2] om te komen en gaan naar de achterzijde van het perceel bekend als [adres 1] te [woonplaats] en Kadastraal bekend als [kadasternummer 1] ,

5.2.

verbiedt [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] [eisers in conventie, verweerders in reconventie] de toegang te ontzeggen tot hun perceel voor zover die toegang noodzakelijk is voor de uitoefening van de erfdienstbaarheid en/of [eisers in conventie, verweerders in reconventie] bij de uitoefening van de erfdienstbaarheid,

5.3.

bepaalt dat [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] de weg naar de achterzijde van het perceel van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] vrij dienen te houden van blokkades en belemmeringen, zodat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] en hun rechtsopvolgers het recht van erfdienstbaarheid om te komen en te gaan van de achterzijde van de woning [adres 1] te [woonplaats] ongestoord kunnen uitoefenen,

5.4.

het onder 5.2. en 5.3. op straffe van een dwangsom van € 500,-- per dag dat [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] daarmee in gebreken blijven met een maximum van € 50.000,--,

5.5.

verklaart voor recht dat door verjaring geen beroep meer kan worden gedaan op artikel 5:50 BW, zodat [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] en hun rechtsopvolgers geen verwijdering meer kunnen vorderen van de deur die zich op de erfgrens bevindt;

5.6.

veroordeelt [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] in de proceskosten, aan de zijde van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] tot op heden begroot op € 1.535,03, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag met ingang van vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;

5.7.

veroordeelt [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 246,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis hebben voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,

5.8.

wijst af het meer of anders gevorderde;

In reconventie

5.9.

wijst de vorderingen af,

5.10.

veroordeelt [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] in de proceskosten, aan de zijde van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] tot op heden begroot op € 563,00, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.11.

verklaart dit vonnis in reconventie wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.E. Elzinga, rechter, en in het openbaar uitgesproken.1

1 type: MT