Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2021:4325

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
28-05-2021
Datum publicatie
08-06-2021
Zaaknummer
ROE 19/1525
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eiser heeft namens eiseres een subsidie aangevraagd op grond van het Openstellingsbesluit paragraaf 2 (“Fysieke investeringen voor innovatie en modernisering van agrarische ondernemingen 2018”) van de Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020 (POP3) Limburg (het Openstellingsbesluit) voor het project ‘Aanleg waterbassin en sproei-installatie ten behoeve van nachtvorst- en zonnebrandbescherming’. Verweerder heeft zich laten adviseren door een Adviescommissie POP3 en de aanvraag afgewezen. Verweerder heeft zijn beslissing na heroverweging gehandhaafd. Verweerder heeft zich naar aanleiding van het bezwaar wederom laten adviseren door de Adviescommissie POP3 en de Adviescommissie bezwaarschriften provincie Limburg. De rechtbank heeft het beroep van eisers ongegrond verklaard. Eisers hebben zich op het standpunt gesteld dat het bestreden besluit in strijd met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel is genomen, maar hiervan is de rechtbank niet gebleken. Verweerder heeft zijn beslissing de aanvraag van eisers af te wijzen daarom op de adviezen van de Adviescommissie POP3 kunnen baseren en de aanvraag terecht afgewezen omdat de aanvraag niet het minimaal aantal punten heeft behaald.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK limburg

Zittingsplaats Maastricht

Bestuursrecht

zaaknummer: ROE 19/1525

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 mei 2021 in de zaak tussen

1 [eiser] , eiser, en

2) [eiseres], eiseres, samen eisers

(gemachtigde: mr. T. Pothast),

en

het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Limburg, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 27 september 2018 heeft verweerder de aanvraag om subsidie op grond van het Openstellingsbesluit paragraaf 2 Fysieke investeringen voor innovatie en modernisering van agrarische ondernemingen 2018 van de Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020 (POP3) Limburg (het Openstellingsbesluit) van eiseres afgewezen.

Bij besluit van 16 april 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van

eisers deels gegrond verklaard, maar de afwijzing van de aanvraag gehandhaafd.

Eisers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 januari 2021.

Eiser is verschenen. Eiser en eiseres hebben zich laten bijstaan, dan wel laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden, te weten: mr. P.J.M. Lardinois, M. Ortmans en P.H.M. Raeven.

Overwegingen

Inleiding

1. Eiseres is een fruitteeltbedrijf. Eiser is één van de vennoten van het bedrijf. Naar aanleiding van het Openstellingsbesluit heeft eiser namens eiseres een subsidie aangevraagd voor het project ‘Aanleg waterbassin en sproei-installatie ten behoeve van nachtvorst- en zonnebrandbescherming’. De aanvraag van eiseres is één van de aanvragen die op grond van het Openstellingsbesluit is ingediend.

2. Ingediende volledige aanvragen zijn geselecteerd op grond van een tendersysteem. In een tendersysteem staat de gelijktijdige onderlinge beoordeling en rangschikking van de ingediende aanvragen centraal. Uit de aard van het tendersysteem vloeit voort dat vóór de sluiting van de aanvraagtermijn alle voor die beoordeling en rangschikking relevante gegevens moeten zijn overgelegd en dat daarna geen rekening kan worden gehouden met informatie die neerkomt op een wijziging of aanvulling van de aanvraag. Het meenemen van informatie die dateert van na de sluiting van de aanvraagtermijn verdraagt zich niet met de gelijktijdige onderlinge beoordeling en rangschikking van de ingediende aanvragen die in het tendersysteem centraal staat.

3. De ingediende aanvragen zijn door de Provinciale Adviescommissie POP3 Limburg (de adviescommissie) beoordeeld. Aan de hand van de in artikel 7.1 van het Openstellingsbesluit genoemde selectiecriteria heeft de adviescommissie aan de aanvragen punten toegekend. Aan de hand van de puntentoekenning heeft de adviescommissie een rangschikking van de aanvragen gemaakt. De adviescommissie is tot de volgende puntentoekenning voor de aanvraag van eiseres gekomen:

- het eerste criterium (de kosteneffectiviteit van de activiteit) 3 punten;

- het tweede criterium (de kans op succes/haalbaarheid van de activiteit) 4 punten;

- het derde criterium (de mate van effectiviteit van de activiteit) 1 punten en

- het vierde criterium (de mate van innovativiteit van de activiteit) 2 punten.

De adviescommissie heeft aan de aanvraag van eiseres 17 punten toegekend na vermenigvuldiging van het per selectiecriterium behaalde aantal punten met de voor het betreffende selectiecriterium vastgestelde wegingsfactor.

4. Verweerder heeft de aanvraag op basis van dit advies van de adviescommissie en onder verwijzing naar artikel 1.8 sub f van de Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020 (POP3) Limburg (de Subsidieverordening) en artikel 7 van het Openstellingsbesluit afgewezen omdat de aanvraag niet het minimaal aantal punten heeft behaald, te weten 21 punten.

5. Tegen dit besluit hebben eisers bezwaar gemaakt. Verweerder heeft zich zowel door de adviescommissie als de Adviescommissie bezwaarschriften Provincie Limburg (de bezwaarcommissie) over het bezwaar laten adviseren.

De adviezen van de adviescommissie

6. De adviescommissie heeft in haar advies op de aanvraag van eiseres over de kosteneffectiviteit van de activiteit overwogen dat de investering die eisers voor de activiteit willen maken een noodzakelijke investering is ter voorkoming van mogelijke schade door nachtvorst en zonnebrand. Gezien de moeilijkheden die gepaard gaan met het oppompen van grote hoeveelheden grondwater in Zuid-Limburg is de adviescommissie van oordeel dat de kosten in verhouding tot het te bereiken effect van de activiteit redelijk zijn. De adviescommissie neemt daarbij in overweging dat als sprake is van nachtvorst de schade aanzienlijk is en komt tot een score van 3 punten voor het criterium ‘kosteneffectiviteit van de activiteit’.

7. Over de mate van innovativiteit van de activiteit heeft de adviescommissie overwogen dat de activiteit binnen de bedrijfstak veelvuldig wordt toegepast, maar slechts in enkele gevallen in Zuid-Limburg vanwege de moeilijkheden omtrent het oppompen van grote hoeveelheden grondwater en komt tot een score van 2 voor het criterium ‘de mate innovativiteit van de activiteit’.

8. In de heroverweging van het advies heeft de adviescommissie over de kosteneffectiviteit van de activiteit overwogen dat de activiteit bijdraagt aan het beperken van het risico op schade aan het gewas en een vermindering van de opbrengst en daarmee aan inkomsten. De adviescommissie plaatst als kanttekening bij de activiteit dat uitzonderlijke weersomstandigheden die kunnen leiden tot vorst- of zonnebrandschade onregelmatig zullen voorkomen waardoor de terugverdientijd en daarmee dit aspect van de kosteneffectiviteit van de activiteit niet te bepalen is. De adviescommissie blijft bij de aan het criterium ‘kosteneffectiviteit van de activiteit’ toegekende score van 3 punten. Bij het bezwaarschrift nog overgelegde aanvullende informatie heeft de adviescommissie, vanwege het tendersysteem, niet bij de beoordeling kunnen betrekken.

9. Ten aanzien van de mate van innovativiteit van de activiteit blijft de adviescommissie bij haar oorspronkelijke standpunt omdat in bezwaar geen nadere duiding wordt verstrekt.

De adviezen van de bezwaarcommissie

10. De bezwaarcommissie heeft het standpunt van de adviescommissie dat uitzonderlijke weersomstandigheden onregelmatig voorkomen niet gevolgd. De bezwaarcommissie acht aannemelijk dat nachtvorst regelmatiger voorkomt dan bijvoorbeeld extreme neerslag. De bezwaarcommissie kan eisers dan ook volgen in hun standpunt dat er geen betere methode is om schade te voorkomen. De bezwaarcommissie vindt een hogere score voor het criterium ‘de kosteneffectiviteit van de activiteit’ gerechtvaardigd en onvoldoende gemotiveerd waarom voor dit criterium slechts een score van 3 punten wordt behaald.

11. De bezwaarcommissie heeft verweerder verder ten aanzien van de mate van innovativiteit van de activiteit geadviseerd het besluit nader te onderbouwen op het punt dat de activiteit al op meerdere plaatsen in Limburg wordt toegepast en daarbij in te gaan op de unieke geografische ligging van het bedrijf.

Het bestreden besluit

12. Verweerder heeft de afwijzing van de aanvraag van eiseres na heroverweging gehandhaafd omdat de aanvraag nog steeds minder dan 21 punten heeft behaald. Verweerder heeft bij het nemen van het bestreden besluit het advies van de adviescommissie nagenoeg geheel gevolgd. Verweerder stelt zich op het standpunt dat een advies van de adviescommissie een zwaarwegend advies is, dat dit advies wordt gevolgd tenzij er zwaarwegende argumenten zijn waardoor het advies niet of niet geheel kan worden gevolgd en dat er geen aanleiding is van het advies af te wijken, mede gelet op de zorgvuldige en uniforme wijze van advisering over alle aanvragen die naar aanleiding van het openstellingsbesluit zijn ingediend. Verweerder heeft in het advies van de bezwaarcommissie geen reden gezien van het advies van de adviescommissie af te wijken voor zover de adviescommissie heeft geadviseerd over de kosteneffectiviteit van de activiteit en de mate van innovativiteit van de activiteit. Verweerder is naar aanleiding van het advies van de bezwaarcommissie wel afgeweken van het advies van de adviescommissie voor zover de adviescommissie geadviseerd heeft over de mate van effectiviteit van de activiteit. Verweerder heeft voor het criterium ‘de mate van effectiviteit van de activiteit’ nog 1 punt (met wegingsfactor 3) toegekend en de eindscore voor de aanvraag van eisers daarmee verhoogd naar 20 punten.

12.1

Ten aanzien van de kosteneffectiviteit van de activiteit heeft verweerder aanvullend nog overwogen dat de impact van nachtvorstschade op de opbrengst en kwaliteit van de oogst groot kan zijn, dergelijke weersomstandigheden, bezien over een langere tijdsreeks, herhaaldelijk maar onregelmatig voorkomen, de technische mogelijkheden om schade te voorkomen of te beperken gering zijn en dat de meerwaarde van de systemen is dat deze onderdeel uitmaken van de kavelstructuur en langjarig benut kunnen worden. Dat nachtvorst regelmatiger voorkomt dan extreme neerslag vindt verweerder niet relevant omdat de aanvraag van eisers niet op extreme neerslag ziet. Ten aanzien van de mate van innovativiteit van de activiteit heeft verweerder nog overwogen dat nachtvorstpreventie in de fruitteelt via besproeiing in de sector in enkele gevallen in Limburg wordt toegepast (beschikbaar oppervlaktewater).

Het beroep en de beoordeling van het beroep

13. Voor het toetsingskader verwijst de rechtbank naar bijlage 1 bij deze uitspraak.

De kosteneffectiviteit van de activiteit

14. Eisers voeren aan dat het bestreden besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen en niet deugdelijk gemotiveerd is ter zake van het selectiecriterium ‘de kosteneffectiviteit van de activiteit’. Eisers zijn van mening dat het advies van de bezwaarcommissie niet onder doet voor het advies van de adviescommissie en dat verweerder niet aan het advies van de bezwaarcommissie voorbij had mogen gaan. Volgens eisers is er geen effectievere manier om nachtvorst tegen te gaan dan beregenen, is het weer altijd onvoorspelbaar, is geen sprake van uitzonderlijke weersomstandigheden en is het een feit van algemene bekendheid dat fruittelers zich moeten wapenen tegen nachtvorst, zeker de telers in Zuid-Limburg. Verweerder had eisers daarom voor het criterium ‘de kosteneffectiviteit van de activiteit’

4 punten moeten toekennen in plaats van 3 punten.

15. In artikel 1.14 van de Subsidieverordening is bepaald dat verweerder een adviescommissie kan instellen. In de toelichting op deze bepaling staat dat dit een deskundigen adviescommissie kan zijn en dat dan afdeling 3.3 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is. In artikel 7.3 van het Openstellingsbesluit is bepaald dat verweerder een Adviescommissie POP3 instelt voor de selectie van projecten. Tussen partijen is niet in geschil dat de adviescommissie een deskundigen adviescommissie is zodat in deze procedure hiervan kan worden uitgegaan.

15.1

Vaste rechtspraak is (zie onder meer de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 2 oktober 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:3299)) dat een bestuursorgaan zich ervan dient te hebben vergewist, indien het een deskundigenadvies aan zijn besluitvorming ten grondslag legt, dat het advies zorgvuldig tot stand is gekomen en dat de inhoud inzichtelijk en concludent is. Het laatste betekent dat de gedachtegang duidelijk en voldoende controleerbaar moet zijn. Als het advies aan die eisen voldoet, mag het bestuursorgaan van dat advies uitgaan, tenzij concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de juistheid of volledigheid van het advies naar voren zijn gebracht.

15.2

De rechtbank is van oordeel dat verweerder van de adviezen van de adviescommissie mocht uitgaan. De rechtbank heeft geen reden te oordelen dat de adviezen voor zover de adviescommissie geadviseerd heeft over de kosteneffectiviteit van de activiteit niet zorgvuldig tot stand zijn gekomen en dat deze niet inhoudelijk inzichtelijk en concludent zijn. Hetgeen eisers hiervoor onder 14 weergegeven hebben aangevoerd noch het advies van de bezwaarcommissie waarnaar eisers verwijzen geven concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de juistheid of volledigheid van deze adviezen. De bezwaarcommissie betwist niet dat nachtvorst onregelmatig voorkomt zodat in haar advies al daarom geen aanknopingspunt voor twijfel aan de adviezen van de adviescommissie is gelegen. Eisers zijn het in de kern er niet mee eens dat weersomstandigheden die nachtvorst veroorzaken in de periode waarin nachtvorst schade veroorzaakt aan gewassen onregelmatig voorkomen en dit is onvoldoende om aan het door de adviescommissie ingenomen standpunt, dat deze weersomstandigheden onregelmatig voorkomen, te twijfelen en dus om in zoverre aan de adviezen te twijfelen. Omdat verweerder van de adviezen van de adviescommissie mocht uitgaan, mocht verweerder aan het advies van de bezwaarcommissie op dit punt voorbij gaan. De rechtbank volgt eisers dan ook niet in hun standpunt dat het bestreden besluit in zoverre in strijd met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel is genomen en dat verweerder voor het criterium ‘de kosteneffectiviteit van de activiteit’ 4 punten aan de aanvraag had moeten toekennen. Het beroep van eisers slaagt in zoverre dus niet.

De mate van innovativiteit van de activiteit

16. Eisers voeren verder aan dat voor het criterium ‘de mate van innovativiteit’ ook een hogere score dan de gekregen 2 punten op z’n plaats is, namelijk een score van 3 punten. Eisers vinden niet inzichtelijk gemaakt waar in Zuid-Limburg de activiteit al wordt toegepast en bestrijden dat dit het geval is. Zij vinden terecht dat de bezwaarcommissie op de unieke geografische ligging van het bedrijf heeft gewezen en dat dit aspect bij de beoordeling had moeten worden betrokken. Zij zien voorts geen juridische grondslag om bij de beoordeling te betrekken dat de activiteit al binnen de provincie wordt toegepast.

16.1

De adviescommissie heeft overwogen dat de activiteit in de bedrijfstak al veelvuldig wordt toegepast. Verweerder heeft aangegeven dat de activiteit al in enkele gevallen in de sector in Limburg wordt toegepast. Als de investering betrekking heeft op een innovatie die slechts in enkele gevallen wordt toegepast kan volgens het Openstellingsbesluit voor de mate van innovatie 2 punten worden gescoord. Verweerder heeft daarom voor het criterium ‘de mate van innovativiteit’ 2 punten aan de aanvraag van eiseres kunnen toekennen. Eisers voeren terecht aan dat niet inzichtelijk is gemaakt dat de activiteit al in Zuid-Limburg wordt toegepast. Gelet op de hiervoor gegeven overweging kan eisers dit echter niet baten. Om een score van 3 punten voor het criterium ‘de mate van innovativiteit van de activiteit’ te kunnen krijgen moet ingevolge het Openstellingsbesluit de investering die de aanvrager gesubsidieerd wil hebben immers betrekking hebben op een innovatie die nog niet in de betreffende sector wordt toegepast en dat is ook volgens eisers niet het geval. Gelet hierop

had de unieke ligging van het bedrijf voor de score geen verschil kunnen maken en daarom niet bij de beoordeling hoeven te worden betrokken. Dat er geen grondslag is om bij de beoordeling activiteiten te betrekken die buiten Zuid-Limburg in de provincie worden toegepast kan de rechtbank niet volgen. De Subsidieverordening heeft Nederland, dat in de Europese Unie is gelegen, als toepassingsbereik en het Openstellingsbesluit sluit voor de toepassing ervan niet een deel van de provincie Limburg uit waardoor ook niet Zuid-Limburgse gevallen bij de beoordeling mochten worden betrokken. Het beroep slaagt daarom ook in zoverre niet.

Conclusie

17. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Verweerder heeft zijn beslissing om de aanvraag van eiseres af te wijzen op de adviezen van de Adviescommissie kunnen baseren en de aanvraag terecht afgewezen omdat de aanvraag niet het minimaal aantal van 21 punten heeft behaald.

18. Voor een proceskostenveroordeling ziet de rechtbank geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. N.J.J. Derks-Voncken, rechter, in aanwezigheid van

mr. A.W.C.M. Frings, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 mei 2021.

De rechter is niet in de gelegenheid de uitspraak te ondertekenen.

griffier

Afschrift verzonden aan partijen op: 28 mei 2021

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

bijlage 1

In artikel 1.15, eerste lid, aanhef en onder a, van de Subsidieverordening is bepaald dat verweerder het beschikbare subsidiebedrag verdeelt op basis van selectiecriteria. In het derde lid is bepaald dat verweerder in het Openstellingsbesluit de wegingsfactor per selectiecriterium, het minimum en maximum per selectiecriterium te behalen punten en het minimum aantal punten dat moet worden behaald om een subsidie te kunnen krijgen vaststelt. In het derde lid is ook bepaald dat het aantal punten dat een aanvraag krijgt wordt bepaald aan de hand van alle in het Openstellingsbesluit vermelde selectiecriteria en de wegingsfactor van de criteria.

In artikel 2.2.5 van de Subsidieverordening is bepaald dat als aanvragen die voor subsidie in aanmerking komen gerangschikt worden op basis van selectiecriteria, de aanvragen gerangschikt worden op basis van de criteria:

Kosteneffectiviteit, haalbaarheid/kans op succes, mate van effectiviteit van de activiteit en mate van innovativiteit. De mogelijke wegingsfactoren zijn vermeld in het derde lid.

In artikel 7. 1 van het Openstellingsbesluit is bepaald dat verweerder voor het bepalen van de onderlinge rangschikking als bedoel in artikel 1.15 van de Subsidieverordening voor de verdeling van de subsidie een afweging maakt tussen de volledig ingediende aanvragen op basis van criteria als beschreven in artikel 2.2.5 van de Subsidieverordening en nader weergegeven onder A tot en met D in deze bepaling, te weten: Kosteneffectiviteit, haalbaarheid/kans op succes, mate van effectiviteit van de activiteit en mate van innovativiteit. Daarbij is aangegeven dat per criterium maximaal vier punten kunnen worden behaald.

In artikel 7.2 van het Openstellingsbesluit is de wegingsfactor van de selectiecriteria bepaald, te weten: A kosteneffectiviteit, wegingsfactor 2 (maximaal 8), B haalbaarheid/ kans op succes, wegingsfactor 1 (maximaal 4), C de mate van effectiviteit van de activiteit, wegingsfactor 3 (maximaal 12 punten) en D de mate van innovativiteit, wegingsfactor 2 (maximaal 8). In deze bepaling is verder bepaald dat het als een aanvraag minder dan

21 punten behaalt de aanvraag wordt afgewezen.