Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2021:4320

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
25-05-2021
Datum publicatie
27-05-2021
Zaaknummer
03/700327-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijheidsberoving, zware mishandeling, mishandeling en bedreiging. Betrouwbare getuigenverklaringen. Alternatieve scenario wordt verworpen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer : 03/700327-18

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 25 mei 2021

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1996,

wonende te [adres 1] ,

thans gedetineerd in de P.I. Zuid-Oost, locatie Roermond.

Verdachte wordt bijgestaan door mr. F.A.G.M. Landerloo, advocate, kantoorhoudende te Maastricht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 11 mei 2021. Verdachte en zijn raadsvrouw zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 17 augustus 2018 te Geleen:

Feit 1: opzettelijk [slachtoffer 1] in een woning gelegen aan de [adres 2] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd door de deur te vergrendelen en haar vast te binden aan een stoel;

Feit 2: opzettelijk [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel (een meervoudige kaakbreuk) heeft toegebracht door haar in haar gezicht te slaan, althans dat hij haar heeft mishandeld en dat dat zwaar lichamelijk letsel (een meervoudige kaakbreuk) ten gevolge heeft gehad;

Feit 3: [slachtoffer 2] heeft mishandeld door hem in het gezicht te slaan;

Feit 4: [slachtoffer 1] heeft bedreigd door tegen haar te zeggen dat hij haar plat zou spuiten en een junkie van haar zou maken.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1, 2 primair, 3 en 4 ten laste gelegde feiten.

De officier van justitie is van oordeel dat [slachtoffer 1] , [getuige] en [slachtoffer 2] geloofwaardige verklaringen hebben afgelegd. [getuige] heeft onder ede bij de rechter-commissaris verklaard dat zijn eerste verklaring bij de politie klopt en dat hij in zijn tweede verklaring heeft gelogen. De verklaringen van de verschillende getuigen komen niet alleen op hoofdpunten maar ook op een groot aantal details overeen.

Het door verdachte ter terechtzitting geschetste alternatieve scenario acht de officier van justitie kennelijk ongeloofwaardig, althans niet aannemelijk.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadvrouw heeft vrijspraak bepleit van de onder 1, 3 en 4 ten laste gelegde feiten en zich ten aanzien van feit 2 primair gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Zij heeft daartoe verwezen naar de verklaring van verdachte ter terechtzitting, waaruit naar voren komt dat er tussen verdachte, [getuige] en [slachtoffer 1] over en weer ruzie was en werd gescholden, geslagen en geschopt, en dat [getuige] degene is geweest die [slachtoffer 1] op enig moment aan de stoel had vastgebonden.

De raadsvrouw heeft verder aangevoerd dat [slachtoffer 1] , [getuige] en [slachtoffer 2] ongeloofwaardige verklaringen hebben afgelegd, die mogelijk op elkaar zijn afgestemd. Zij hebben aantoonbaar gelogen tegenover verbalisanten. Dat zij hebben gelogen, blijkt ook wel uit het gegeven dat [getuige] en [slachtoffer 2] het bloed van [slachtoffer 1] en de tiewraps hebben opgeruimd voordat de politie kwam. Met andere woorden: bewijs kwijtmaken. Waarom zouden ze dat doen als ze hier geen belang bij hebben? Deze drie getuigen vormen één kamp en zij proberen de schuld in de schoenen van verdachte te schuiven. De verklaringen zijn onbetrouwbaar en kunnen niet tot het bewijs bijdragen, aldus de raadsvrouw.

3.3

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen 1

[slachtoffer 1] deed aangifte en verklaarde, voor zover hier van belang, als volgt.

Op 17 augustus 2018 bevond ik mij in de woning van een vriend van mij, genaamd [getuige] , aan de [adres 2] te Geleen. Ik ging naar binnen toe. Ik zag dat [slachtoffer 2] [de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 2] ] ook binnen bij [getuige] was. Op dat moment hoorde ik de voordeur opengaan, en nog voordat ik kon gaan zitten, zag en herkende ik die [verdachte] binnenkomen. Ik zag dat [verdachte] opgefokt was en als eerste [slachtoffer 2] sloeg met zijn vuist, volgens mij in zijn gezicht. Ik zag dat [slachtoffer 2] op de grond viel hierdoor. Toen zag ik [verdachte] gelijk op mij afkomen en voelde dat [verdachte] mij een slag in mijn gezicht gaf ergens. Ik viel neer hierdoor en [verdachte] trok me aan mijn trui omhoog en sloeg me weer in mijn gezicht. Ik denk dat [verdachte] mij toen drie keer hard in mijn gezicht geslagen heeft, alle keren met zijn vuist. Vervolgens trok [verdachte] mij naar een stoel waar ik op moest gaan zitten. Dit was een houten stoel. Ik zag dat [verdachte] tie raps pakte van de tafel en mijn polsen vervolgens vastmaakte aan de houten leuningen van de stoel. Op dat moment had ik al heel veel pijn aan mijn gezicht en aan mijn kaken. Toen ik in de stoel zat, voelde ik bloed uit mijn mond lopen. Op een gegeven moment zag ik dat [verdachte] handschoenen aandeed. [verdachte] heeft me een aantal keren geslagen in mijn gezicht waardoor ik met stoel en al ben omgeslagen. Hij trok me dan weer rechtop. Ik smeekte hem om rustig te doen en ik zei hem dat ik heel veel pijn had, maar [verdachte] trok zich hier niets van aan. Ik hoorde dat [verdachte] zei dat hij mij zou gaan plat spuiten, hij zou mij een junkie maken. Ik voelde dat [verdachte] mij nog een keer een harde klap gaf in mijn gezicht waardoor ik weer met stoel en al omviel. [verdachte] bleef me vastpakken bij mijn gezicht en aan mijn haren trekken.2

[slachtoffer 2] werd als getuige gehoord door de politie en verklaarde, voor zover hier van belang, als volgt.

Op 17 augustus 2018 (…) ben ik bij [getuige] thuis aangekomen. [slachtoffer 1] kwam vervolgens binnen. Ik hoorde [nog] iemand binnenkomen. Ik stond op om te kijken wie dat was. Ik zag nog voordat ik de gang inkeek, de voor mij bekende [verdachte] , roepnaam [verdachte] , in de deuropening van de woonkamer staan. Ik zag dat [verdachte] handschoenen aanhad. Ik zag dat bij de knokkels verdikkingen zaten. Zonder enige aanleiding en zonder iets te zeggen sloeg [verdachte] met gebalde vuist tweemaal in de richting van mijn hoofd waarbij hij mij één keer raakte aan mijn rechter slaap. Ten gevolge van deze slag ondervond ik veel pijn. Ik zag dat [verdachte] [slachtoffer 1] gelijk twee vuistslagen gaf in haar gezicht en haar daar ook raakte. Ik zag dat [slachtoffer 1] hierdoor op de grond viel. Toen [slachtoffer 1] half recht stond zag ik dat [verdachte] haar wederom met een vuist in haar gezicht sloeg. Ik zag dat [verdachte] [slachtoffer 1] optilde en in de richting van een houten stoel met spijlen gooide. Ik zag dat [slachtoffer 1] hierdoor naast de houten stoel viel. Ik zag dat [verdachte] haar vastpakte en haar op de houten stoel wilde zetten. Ik zag toen dat [verdachte] haar weer met een vuistslag in het gezicht sloeg. Deze klap kennelijk zo hard dat [slachtoffer 1] met de stoel omviel en van de stoel viel. Ik hoorde dat [slachtoffer 1] het uitschreeuwde van de pijn. Ik zag dat [verdachte] de kast opende en daaruit zwarte tie raps pakte. Ik zag dat [verdachte] de armen van [slachtoffer 1] , elk afzonderlijk met deze zwarte tie raps aan de spijlen aan de achterkant van de houten stoel vastmaakte. Ik zag toen dat de kaak van [slachtoffer 1] scheef stond. Ik zag dat een kant van de kaak scheef stond en de andere kant erg gezwollen was. Ik hoorde dat [verdachte] zei tegen [slachtoffer 1] : “ik heb hier een spuit liggen en ga jou verslaafd maken voor de rest van jou leven.”3

[getuige] , woonachtig aan de [adres 2] te Geleen, werd als getuige gehoord door de politie en verklaarde, voor zover hier van belang, als volgt.

Wat ik wel kan verklaren is dat gisteravond [17 augustus 2018] in mijn woning aanwezig waren: [verdachte] en zijn vriendin, [slachtoffer 2] , [slachtoffer 1] en ikzelf. [slachtoffer 2] heeft ook klappen gehad van [verdachte] , de eerste twee. Ik zag dat [slachtoffer 1] behoorlijk letsel had aan haar kaak. Ik zag dat de kaak heel erg dik was. Daarna moest [slachtoffer 1] op die stoel gaan zitten. [verdachte] had haar vastgemaakt met tie raps aan de stoel. [verdachte] had haar beide armen met tie raps aan de stoel vastgemaakt. [slachtoffer 1] kon geen kant op. Ik heb gezien dat [verdachte] [slachtoffer 1] in het gezicht heeft geslagen waardoor zij met stoel en al omgevallen is. [verdachte] heeft gezegd dat hij [slachtoffer 1] zou gaan platspuiten en een junkie van haar zou gaan maken.4

Forensisch geneeskundige Van Hooren heeft [slachtoffer 1] op 18 augustus 2018 onderzocht en rapporteerde, voor zover hier van belang, als volgt.

Betrokkene geeft aan met een vuist op gezicht geslagen te zijn, waardoor betrokkene neerviel op de grond. Daarna nog enkele klappen in het gezicht. Polsen werden vastgemaakt aan stoel met tie wraps. Met leren ski handschoenen in gezicht geslagen, waardoor betrokkene met stoel is omgeslagen. Nogmaals klappen in gezicht en weer met stoel omgevallen.

Onderzoeksbevindingen:

3/ Zwelling van de rechterzijde van het gezicht, voor het rechteroor en aan de hele kaaklijn. In deze laatste zwelling is een oppervlakkige afschaving zichtbaar van 4 bij 2 centimeter. Aan de kaakhoek is een blauw/paarse verkleuring zichtbaar.

4/ In de mond lijkt aan de linker onderzijde een trap in de kaak te zitten. Dit is zeer suggestief voor een breuk van de kaak.

10/ Op de linker onderarm, 6 centimeter boven het polsgewricht, is een patroon zichtbaar bestaande uit drie parallel verlopende smalle rode strepen van ca. 3 centimeter lengte met daartussen een centrale verbleking van 4 mm.

(…)

12/ Op de pols van de rechterarm, is een langwerpige parallel verlopende rode huidverkleuring zichtbaar van 2 centimeter lang met een centrale verbleking van 5mm.

Conclusies:

De aangetroffen bevindingen zijn overwegend letsels die ontstaan bij stomp mechanisch, botsend, stotend en/of samendrukkend geweld. De bevindingen onder punt 4 beschreven zijn zeer waarschijnlijk de gevolgen van een breuk van de onderkaak. De letsels beschreven onder punt 10 en 12 zijn onderhuidse bloeduitstortingen (kneuzingen). Deze onder punt 10 en 12 beschreven bloeduitstortingen kunnen zeer wel veroorzaakt zijn door smalle tie raps waarmee betrokkene aangeeft dat ze vastgebonden is.

De aangetroffen letsels kunnen zeer wel ontstaan zijn bij de toedracht zoals betrokkene schetst.5

MKA-chirurg Barkhuysen heeft op 20 augustus 2018 vastgesteld dat [slachtoffer 1] een ‘gedisloceerd meervoudige mandibula fractuur’ had.6

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij de avond van 17 augustus 2018 bij [getuige] thuis was, en dat [getuige] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] daar ook waren. Hij heeft [slachtoffer 1] een klap gegeven, omdat hij kwaad was. Mogelijk heeft zij door die klap haar kaak gebroken.7

De rechtbank stelt op basis van de voorgaande bewijsmiddelen vast dat de verdachte [slachtoffer 1] op 17 augustus 2018 te Geleen met tiewraps heeft vastgebonden en haar onderkaak heeft gebroken. Daarnaast heeft hij [slachtoffer 2] een klap gegeven en heeft hij [slachtoffer 1] bedreigd door haar voor te houden dat hij haar zou gaan platspuiten en van haar een junkie zou maken.

Bewijsoverwegingen

Zwaar lichamelijk letsel (feit 2 primair)

De rechtbank is, evenals de officier van justitie en de raadsvrouw, van oordeel dat de meervoudige kaakbreuk die [slachtoffer 1] heeft opgelopen, kan worden aangemerkt als zwaar lichamelijk letsel, gelet op de aard van het letsel en de noodzaak en aard van medisch ingrijpen.

Bewijsuitsluiting?

Omtrent de betrouwbaarheid van de verklaringen van [slachtoffer 1] , [getuige] en [slachtoffer 2] overweegt de rechtbank het volgende. Getuige [getuige] heeft weliswaar wisselende verklaringen afgelegd, maar zijn tweede verklaring bij de politie heeft hij, zo blijkt uit met name zijn verhoor bij de rechter-commissaris, afgelegd uit angst voor verdachte. [slachtoffer 1] , [getuige] en [slachtoffer 2] hebben verder consistent verklaard over zowel de hoofdlijnen als de details van het voorval. Deze verklaringen vinden bovendien steun in de overige bewijsmiddelen, waaronder de forensisch geneeskundige verklaring en het forensisch onderzoek op de plaats delict. De verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en de eerste verklaring van [getuige] bij de politie zijn derhalve betrouwbaar en kunnen bijdragen tot het bewijs.

Alternatief scenario

De verdachte heeft ter terechtzitting een alternatief scenario geschetst, waarin hij slechts een geringe rol had in de mishandeling van [slachtoffer 1] . Het was een chaotische situatie geweest, met veel gescheld over en weer. [getuige] wilde van [slachtoffer 1] horen aan wie zij had verteld dat hij een partij wiet in huis had. [getuige] verdacht haar ervan dat zij dit aan derden had verteld, die vervolgens bij hem hadden ingebroken. Ook verdachte dacht dat het [slachtoffer 1] moest zijn geweest. [getuige] had [slachtoffer 1] op enig moment met één hand vastgebonden aan de stoel en haar een klap in haar gezicht gegeven. Later had [getuige] haar weer losgeknipt. Hij, verdachte, was zelf ook kwaad op [slachtoffer 1] , maar hij had haar maar één klap gegeven. Dat was omdat zij hem een trap gaf. Zij zat toen niet op de stoel vastgebonden. [slachtoffer 1] is door de klap eerst tegen een kast en daarna op de grond gevallen. Het kan zijn dat zij daardoor haar kaak heeft gebroken.

De rechtbank overweegt hierover het volgende. De verdachte, die tegenover de politie aanvankelijk heeft verklaard dat [slachtoffer 1] kennelijk al flink was mishandeld toen zij bij de woning van [getuige] aankwam, en de schuld van die mishandeling legde bij de ex-vriend van [slachtoffer 1] , is eerst ter terechtzitting met dit alternatieve scenario gekomen. Deze versie is op geen enkele wijze onderbouwd en vindt geen steun in het dossier: hieruit blijkt geen actieve rol van [getuige] bij het voorval. Niet valt in te zien waarom [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] in hun gedetailleerde verklaringen [getuige] uit de wind zouden houden. Uit het dossier, waaronder met name ook de uitwisseling van berichten tussen verdachte en zijn toenmalige vriendin, komt integendeel sterk naar voren dat het juist verdachte is geweest die woedend was over de diefstal van zijn stash uit de woning van [getuige] , en [slachtoffer 1] hiervoor verantwoordelijk hield.

Partiële vrijspraak feit 1

De rechtbank zal verdachte vrijspreken van het onder 1 ten laste gelegde vergrendelen van de (voor)deur van de woning van [getuige] , nu de aangeefster hierover niet rept.

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat verdachte

Feit 1:

op 17 augustus 2018 te Geleen, in de woning gelegen aan de [adres 2] , opzettelijk [slachtoffer 1] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, immers heeft hij, verdachte, de handen van die [slachtoffer 1] met tiewraps aan een stoel vastgebonden;

Feit 2 primair:

op 17 augustus 2018 te Geleen, aan [slachtoffer 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een meervoudige onderkaakbreuk, heeft toegebracht door die [slachtoffer 1] meermalen met kracht (met vuisten) in haar gezicht te slaan;

Feit 3:

op 17 augustus 2018 te Geleen, [slachtoffer 2] heeft mishandeld door die [slachtoffer 2] eenmaal met een vuist in het gezicht te slaan;

Feit 4:

op 17 augustus 2018 te Geleen, [slachtoffer 1] heeft bedreigd met zware mishandeling, immers heeft hij, verdachte, terwijl die [slachtoffer 1] vastgebonden was aan een stoel aan die [slachtoffer 1] de woorden toegevoegd dat hij, verdachte, die [slachtoffer 1] plat zou spuiten en van die [slachtoffer 1] een junkie zou maken;

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

T.a.v. feit 1:

opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven/beroofd houden;

T.a.v. feit 2 primair:

zware mishandeling;

T.a.v. feit 3:

Mishandeling;

T.a.v. feit 4:

bedreiging met zware mishandeling.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5 De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De straf en/of de maatregel

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte een gevangenisstraf op te leggen voor de duur van 30 maanden waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren.

De officier van justitie heeft bij de formulering van zijn strafeis rekening gehouden met de fysieke en psychische schade die verdachte aangeefster heeft toegebracht, de procesopstelling van verdachte, de omstandigheid dat verdachte heeft geprobeerd getuigen te beïnvloeden en de overschrijding van de redelijke termijn. Het voorwaardelijke deel van de gevangenisstraf dient als stok achter de deur, om de verdachte ervan te weerhouden weer soortgelijke feiten te plegen.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht bepleit, aangevuld met 8 maanden voorwaardelijke gevangenisstraf, en de rechtbank verzocht om rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en het tijdsverloop.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Verdachte heeft aangeefster [slachtoffer 1] vastgebonden aan een stoel, zwaar mishandeld en bedreigd om een bekentenis of informatie uit haar te krijgen. Hij is daarbij uiterst gewelddadig te werk gegaan en is pas gestopt toen [slachtoffer 1] met namen kwam. Tegenover de politie en ook ter terechtzitting heeft verdachte zijn rol ontkend of geminimaliseerd, en steeds anderen als (hoofd)schuldige aangewezen.

[slachtoffer 2] en [getuige] , die getuigen waren van hoe [slachtoffer 1] door verdachte werd vastgebonden en mishandeld, en die uit angst voor verdachte niet durfden ingrijpen, zijn blijkens hun verklaring bij de rechter-commissaris nog steeds onder de indruk van de ongebreidelde agressie die verdachten ten toon spreidde.

Hoe angstig het voorval voor [slachtoffer 1] zelf is geweest, heeft zij in haar ter terechtzitting voorgedragen slachtofferverklaring treffend verwoord. Zij was ervan overtuigd de marteling niet te zullen overleven. Veiligheid bestaat sindsdien niet meer voor haar. Ook fysiek zijn de gevolgen voor haar nog steeds merkbaar: zij is in november 2020 voor de derde keer aan haar kaak geopereerd, en op termijn moet nog een gebitscorrectie volgen. Zij heeft aan de ervaringen een PTSS overgehouden. Met traumatherapie heeft zijn nog niet kunnen beginnen, omdat dit averechts kan werken zolang zij mentaal nog niet stabiel genoeg is. Door de voorzitter gevraagd naar haar reactie op de proceshouding van verdachte, gaf zij te kennen het te betreuren dat verdachte, anders dan zijzelf, uit het voorval geen lering had getrokken. Ook de rechtbank stelt vast dat verdachte door zijn overwegend ontkennende houding ervan blijk geeft ook nu nog, bijna drie jaren na het voorval, nauwelijks enige verantwoordelijkheid te nemen voor zijn daden.

De rechtbank heeft acht geslagen op de justitiële documentatie van verdachte. Hieruit blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld voor geweldsdelicten. Wel heeft hij documentatie op het gebied van de Opiumwet. Ook in deze zaak lijken drugs de aanleiding te hebben gevormd voor het plegen van de feiten.

De rechtbank stelt vast dat de eerste daad van vervolging in deze zaak dateert van 19 augustus 2018, toen de verdachte werd aangehouden en in verzekering gesteld, en dit vonnis is gewezen op 25 mei 2021. Het heeft dus twee jaren en negen maanden geduurd voordat de rechtbank vonnis wijst. De redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (EVRM) is volgens de uitleg die de Hoge Raad hieraan heeft gegeven, volgens welke uitleg als uitgangspunt moet worden genomen dat berechting in eerste aanleg moet volgen binnen twee jaren na de eerste daad van vervolging, met negen maanden overschreden. Dit wordt in het voordeel van verdachte meegewogen.

Vanwege de aard en ernst van de feiten is naar het oordeel van de rechtbank slechts een vrijheidsbenemende straf van aanzienlijke duur aan de orde. Omdat verdachte zich reeds twee jaren heeft gehouden aan de voorwaarden die hem zijn opgelegd in het kader van de schorsing van zijn voorlopige hechtenis, acht de rechtbank niet opportuun om een deel hiervan voorwaardelijk op te leggen. Bijzondere voorwaarden gericht op het voorkomen van recidive kunnen, waar nodig geacht, worden opgelegd in het kader van een voorwaardelijke invrijheidstelling

Alles in aanmerking genomen acht de rechtbank een gevangenisstraf van 2 jaren met aftrek van voorarrest, passend en geboden.

7 De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

7.1

De vordering van de benadeelde partij

De benadeelde partij [slachtoffer 1] vordert – na mondelinge vermindering van eis ter terechtzitting – een schadevergoeding van € 5.505,19, bestaande uit € 2.005,19 materiële schade en € 3.500,00 immateriële schade. Namens de benadeelde partij heeft de gemachtigde ter terechtzitting afgezien van de schadepost ‘oorbellen’ ter hoogte van € 41,30, omdat hierop beslag rust en door de officier van justitie teruggave van die oorbellen aan de benadeelde partij is gevorderd.

7.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de gevorderde materiële en immateriële schade redelijk en billijk zijn, en dat de vordering genoegzaam is onderbouwd. De officier van justitie concludeert tot gehele toewijzing van de vordering, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

7.3

Het standpunt van de verdediging

De verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van de medische kosten, ziekenhuisdaggeldvergoeding en reis- en parkeerkosten. De benadeelde partij dient in de vordering, voor zover die ziet op de schadeposten met betrekking tot de mobiele telefoon en de gouden ketting niet-ontvankelijk te worden verklaard, omdat in geen van de verklaringen in het procesdossier wordt gesproken over deze voorwerpen en omdat vernieling van deze voorwerpen niet ten laste is gelegd.

De immateriële schade dient, uitgaande van de door de verdediging bepleite vrijspraak voor het eerste feit, te worden gematigd tot € 1.500,00. Daarnaast kan het causaal verband tussen de bewezen verklaarde feiten en de immateriële schade moeilijk worden vastgesteld. De benadeelde partij had namelijk al psychische klachten.

7.4

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank wijst de vordering van de benadeelde partij ten aanzien van de medische kosten, ziekenhuisdaggeldvergoeding en reis- en parkeerkosten toe, omdat de schadeposten de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voorkomen, deze schade rechtstreeks uit de strafbare feiten voortvloeit en de omvang van de schade niet is betwist. Dit is anders voor de schadeposten met betrekking tot de mobiele telefoon en de gouden ketting. In het licht van de gemotiveerde betwisting heeft de benadeelde partij het causaal verband tussen de bewezenverklaarde feiten en deze schadeposten onvoldoende onderbouwd. De rechtbank zal de benadeelde partij derhalve niet-ontvankelijk verklaren in de vordering voor zover die ziet op deze schadeposten. Zij kan zich hiermee nog tot de civiele rechter wenden.

De benadeelde partij heeft voldoende onderbouwd dat zij lichamelijk en geestelijk letsel heeft opgelopen als gevolg van de onder 1, 2 en 4 bewezen verklaarde feiten. Nu algemeen bekend is dat dergelijke feiten voor langdurige psychische klachten kunnen zorgen, doet aan het voorgaande niet af dat de benadeelde, zoals door de verdediging aangevoerd, ook reeds voor het voorval psychische klachten had. De rechtbank is van oordeel dat de hoogte van het gevorderde bedrag aan immateriële schade redelijk en billijk is, en zal de gevorderde immateriële schade dan ook geheel toewijzen.

De rechtbank zal aldus een bedrag aan schadevergoeding toewijzen ter hoogte van in totaal € 5.058,80, bestaande uit € 1.558,80 aan materiële schade en € 3.500,00 aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente. De rechtbank zal over dit bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

8 Het beslag

De officier van justitie heeft de verbeurdverklaring gevorderd van het bevestigingsmateriaal en de twee riemen. Verdachte heeft de feiten begaan met behulp van deze voorwerpen. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd dat de vier sieraden en de aansteker worden teruggeven aan de rechthebbende [slachtoffer 1] en dat de GSM wordt teruggeven aan de rechthebbende [getuige] .

De raadsvrouw heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van het beslag. Verdachte zelf maakt geen aanspraak op de voorwerpen.

De rechtbank is van oordeel dat voldoende vast staat dat verdachte de bewezen verklaarde feiten heeft begaan met behulp van het bevestigingsmateriaal en de twee riemen. De vier sieraden en de aansteker zullen worden teruggegeven aan [slachtoffer 1] en de GSM (Samsung Galaxy s9+) aan [getuige] , omdat zij volgens de rechtbank redelijkerwijs als rechthebbenden kunnen worden aangemerkt.

9 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 33, 33a, 36f, 57, 282, 285, 300 en 302 van het Wetboek van Strafrecht.

10 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het onder 1, 2 primair, 3 en 4 ten laste gelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;

  • -

    spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

  • -

    verklaart verdachte strafbaar;

Straf

  • -

    veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 2 jaren;

  • -

    beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

Benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel

  • -

    wijst de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk toe, en veroordeelt de verdachte om tegen bewijs van betaling aan benadeelde partij [slachtoffer 1], te betalen een bedrag van € 5.058,80 (bestaande uit € 1.558,80 materiële schade en € 3.500,00 immateriële schade), te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag, te rekenen vanaf 17 augustus 2018 tot de dag der algehele voldoening;

  • -

    verklaart de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk;

  • -

    veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil;

  • -

    veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten;

  • -

    legt aan verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer, [slachtoffer 1] , van € 5.058,80 (bestaande uit € 1.558,80 materiële schade en € 3.500,00 immateriële schade), te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 17 augustus 2018 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    bepaalt dat, indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 60 dagen, met dien verstande dat de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;

Beslag

- verklaart verbeurd de volgende in beslag genomen voorwerpen:

  • -

    1 STK bevestigingsmateriaal;

  • -

    1 STK riem;

  • -

    1 STK riem

- gelast de teruggave van de volgende in beslag genomen voorwerpen aan [slachtoffer 1] :

  • -

    1 STK sieraad;

  • -

    1 STK sieraad;

  • -

    1 STK sieraad;

  • -

    1 STK sieraad;

  • -

    1 STK aansteker;

- gelast de teruggave van het volgende in beslag genomen voorwerp aan [getuige] :

1 STK GSM (Samsung Galaxy s9+).

Dit vonnis is gewezen door mr. K.G. Witteman, voorzitter, mr. G.P.C. Dijkshoorn-Sleebe en mr. drs. E.C.M. Hurkens, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.J.J.L. Hermans, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 mei 2021.

Buiten staat

Mr. Dijkshoorn-Sleebe is buiten staat om dit vonnis mede te ondertekenen.

De griffier is buiten staat om dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat

Feit 1:

hij op of omstreeks 17 augustus 2018 te Geleen, in elk geval in de gemeente

Sittard-Geleen, in de woning gelegen aan de [adres 2] , opzettelijk

[slachtoffer 1] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd

gehouden, immers heeft hij, verdachte, het slot van de (voor)deur van de voornoemde

woning vergrendeld en/of (vervolgens) de handen van die [slachtoffer 1] (met

tiewrap(s)) (aan een stoel) vastgebonden;

Feit 2:

Primair

hij op of omstreeks 17 augustus 2018 te Geleen, in elk geval in de gemeente

Sittard-Geleen, aan [slachtoffer 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te

weten een meervoudige (onder)kaakbreuk, althans enig zwaar lichamelijk letsel

heeft toegebracht door die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal, (met kracht)

(met (een) vuist(en)) in haar gezicht te slaan;

Subsidiair

hij op of omstreeks 17 augustus 2018 te Geleen, in elk geval in de gemeente

Sittard-Geleen, [slachtoffer 1] heeft mishandeld door die [slachtoffer 1] , meermalen, althans eenmaal

(met kracht) (met (een) vuist(en)) in haar gezicht te slaan, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel, te weten een meervoudige (onder)kaakbreuk, althans enig zwaar lichamelijk letsel, ten gevolge heeft

gehad;

Feit 3:

hij op of omstreeks 17 augustus 2018 te Geleen, in elk geval in de gemeente

Sittard-Geleen, [slachtoffer 2] heeft mishandeld door die [slachtoffer 2] meermalen, althans

eenmaal, (met kracht) (met (een) vuist(en)) in het gezicht, althans tegen het

lichaam, te slaan;

Feit 4:

hij op of omstreeks 17 augustus 2018 te Geleen, in elk geval in de gemeente

Sittard-Geleen, [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven

gericht en/of met zware mishandeling en/of met enig misdrijf waardoor gevaar

voor de algemene veiligheid van personen ontstaat, immers heeft hij, verdachte, terwijl die [slachtoffer 1] vastgebonden was aan een stoel aan die [slachtoffer 1] de woorden toegevoegd dat hij, verdachte, die [slachtoffer 1] plat zou

spuiten en/of (van die [slachtoffer 1] ) een junkie zou maken, althans woorden van

gelijke dreigende aard en/of strekking.

1 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie eenheid Limburg, district Zuid West, afdeling recherche, proces-verbaalnummer 2018125938, gesloten d.d. 14 september 2018, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 352 en 7 ongenummerde pagina’s.

2 Proces-verbaal aangifte d.d. 18 augustus 2018

3 Proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 20 augustus 2018, p. 308 t/m 312.

4 Proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 18 augustus 2018, p. 255 t/m 260.

5 Forensisch geneeskundig onderzoek, datum onbekend, p. 263 t/m 266.

6 Brief van ziekenhuis Zuyderland d.d. 20 augustus 2018, p. 143.

7 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 11 mei 2021