Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2021:4028

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
12-05-2021
Datum publicatie
12-05-2021
Zaaknummer
03.218589.20 en 03.022264.20 (ttz.gev.)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Babbeltruc. Benadeling ouderen. (Verkeers)geweld ter onttrekking aanhouding. Benadeelde partijen. Immateriële schade.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummers : 03.218589.20 en 03.022264.20 (ttz.gev.)

tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 12 mei 2021

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens] 1980,

wonende te [adres 1] ,

gedetineerd in P.I. Dordrecht te Dordrecht.

De verdachte wordt bijgestaan door mr. A.B.M. Nohl, advocaat kantoorhoudende te

's-Gravenhage.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 20 april 2021. De verdachte en zijn raadsvrouw zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt. De zitting is onderbroken tot 12 mei 2021. Op de zitting van 12 mei 2021 is het onderzoek formeel gesloten en is terstond uitspraak gedaan.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

Parketnummer 03.218589.20

Feit 1: op 11 juli 2020 al dan niet met een ander € 1.000,- heeft gestolen van [benadeelde 1] door middel van een door een babbeltruc verkregen valse sleutel.

Feit 2: op 12 augustus 2020 al dan niet met een ander € 220,- heeft gestolen van

[benadeelde 2] door middel van een door een babbeltruc verkregen valse sleutel.

Feit 3: op 28 augustus 2020 al dan niet met een ander € 1.150,- heeft gestolen van

[benadeelde 3] door middel van een door een babbeltruc verkregen valse sleutel.

Feit 4: op 28 augustus 2020 al dan niet met een ander € 1.000,- heeft gestolen van

[benadeelde 4] door middel van een door een babbeltruc verkregen valse sleutel.

Feit 5: op 28 augustus 2020 heeft geprobeerd [verbalisant] , zijnde een verbalisant, te doden dan wel zwaar te mishandelen.

Feit 6: op 13 mei 2020 al dan niet met een ander € 1.000,- heeft gestolen van

[benadeelde 6] door middel van een door een babbeltruc verkregen valse sleutel.

Feit 7: op 24 augustus 2020 al dan niet met een ander € 2.010,- heeft gestolen van

[benadeelde 7] door middel van een door een babbeltruc verkregen valse sleutel.

Feit 8: op 18 oktober 2019 al dan niet met een ander € 250,- heeft gestolen van

[benadeelde 8] door middel van een door een babbeltruc verkregen valse sleutel.

Feit 9: op 13 december 2019 al dan niet met een ander € 980,- heeft gestolen van

[benadeelde 9] door middel van een door een babbeltruc verkregen valse sleutel.

Feit 10: op 30 december 2019 al dan niet met een ander € 700,- heeft gestolen van

[benadeelde 10] door middel van een door een babbeltruc verkregen valse sleutel.

Feit 11: in de periode 23 juni 2020 tot en met 29 juni 2020 al dan niet met een ander

€ 10.398,98 heeft gestolen van [benadeelde 11] door middel van een door een babbeltruc verkregen valse sleutel.

Feit 12: op 28 augustus 2020 [naam verbalisant] , zijnde een verbalisant, heeft mishandeld.

Feit 13: op 28 augustus 2020 gevaar op de weg heeft veroorzaakt.

Parketnummer 03.022264.20

Feit 1: op 17 oktober 2019 al dan niet met een ander heeft geprobeerd [benadeelde 13] op te lichten.

Feit 2: op 17 oktober 2019 al dan niet met een ander [benadeelde 13] heeft opgelicht.

Feit 3: op 4 januari 2020 een mobiele pinautomaat heeft gestolen van [benadeelde 14] .

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak van feit 5 primair in de zaak met parketnummer 03.218589.20.

De feiten 1 tot en met 4, 6 tot en met 11 en de feiten 1, 2 en 3 van parketnummer 03.022264.20 kunnen wel bewezen worden verklaard. Met uitzondering van feit 3 van parketnummer 03.022264.20 zijn al deze feiten met een ander gepleegd. De officier van justitie heeft ter onderbouwing van haar standpunt gewezen op de aangiften, de ter terechtzitting afgelegde getuigenverklaring van medeverdachte [naam medeverdachte] en zogenoemd schakelbewijs, dat bestaat uit de door verdachte gebruikte auto’s, camerabeelden en de modus operandi van de verdachte.

De feiten 5 subsidiair, 12 en 13 van parketnummer 03.218589.20 kunnen eveneens worden bewezen. De officier van justitie heeft daarbij gewezen op de verklaring van verbalisant [verbalisant] afgelegd bij de rechter-commissaris, de aangifte van verbalisant [naam verbalisant] en het proces-verbaal aanrijding misdrijf. Met betrekking tot de onder 5 subsidiair ten laste gelegde poging tot toebrengen zwaar lichamelijk letsel heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat de verbalisant zich genoodzaakt voelde om de rijdende auto vast te houden. De verbalisant had daarbij kunnen vallen, onder de auto terecht kunnen komen en hierbij een been kunnen breken.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De verdachte ontkent ten stelligste dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan de hem ten laste gelegde feiten en de raadsvrouw heeft integrale vrijspraak bepleit. Volgens haar is er geen sprake van een dusdanige bijzondere modus operandi dat er sprake kan zijn van schakelbewijs. Daarbij komen de door de aangevers opgegeven signalementen niet met elkaar overeen en zijn de camerabeelden van zeer slechte kwaliteit, zodat er geen herkenning mogelijk is. Voorts kunnen de diverse auto’s, die niet op naam van verdachte staan, niet aan hem worden gelinkt. Ten slotte is de verklaring die medeverdachte [naam medeverdachte] ter zitting als getuige heeft afgelegd onbetrouwbaar en kan deze dus niet voor het bewijs worden gebruikt.

Ten aanzien van feit 11 van parketnummer 03.218589.20 heeft de raadsvrouw zich op het standpunt gesteld dat de verklaring van getuige [naam getuige 1] onbetrouwbaar is.

Ten aanzien de poging doodslag dan wel zware mishandeling van feit 5 van parketnummer 03.218589.20 heeft de raadsvrouw naar voren gebracht dat verdachte meende dat hij werd overvallen, dat hij slechts wilde ontkomen aan zijn overvallers en dat hij daarbij geen opzet had op de dood van aangevers of het toebrengen van (zwaar) lichamelijk letsel aan aangevers. Ook kan niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld dat de gedragingen van verdachte een aanmerkelijke kans op het ontstaan van de dood dan wel (zwaar) lichamelijk letsel in het leven hebben geroepen.

Subsidiair stelt de raadsvrouw dat aan de verdachte een geslaagd beroep op psychische overmacht toekomt. Er was sprake van reële angst, omdat hij eerder is beschoten en de dreiging uit die hoek voortduurt waardoor hij veel last heeft van stress. Gelet op de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit kon en behoefde de verdachte tegen de van buiten komende drang geen weerstand bieden.

3.3

Het oordeel van de rechtbank 1

Inleiding

Verdachte en de medeverdachte [naam medeverdachte] worden ervan beticht samen een aantal diefstallen, een oplichting en een poging daartoe te hebben gepleegd. Bij het plegen van deze feiten zouden zij door zogenoemde babbeltrucs oudere slachtoffers hebben misleid. Al dan niet samen met een andere medeverdachte dan de medeverdachte [naam medeverdachte] zou verdachte nog drie diefstallen gepleegd hebben waarbij gebruik zou zijn gemaakt van babbeltrucs. De verdachte wordt ook nog de diefstal van een mobiele pinautomaat verweten.

Het dossier bevat aangiftes, getuigenverklaringen, prints en/of beschrijvingen van camerabeelden. De medeverdachte [naam medeverdachte] heeft ter terechtzitting van 20 april 2021 voorts een getuigenverklaring afgelegd, inhoudende, kort gezegd, dat zij de aan hen beiden ten laste gelegde feiten samen met de verdachte heeft gepleegd en dat zij steeds het geld hebben gedeeld.

De rechtbank ziet zich nu voor de vraag gesteld of al dit bewijsmateriaal, al dan niet over diverse feiten geschakeld, voldoende is om te kunnen concluderen dat verdachte een van de daders is van een of meerdere van de feiten.

Die vraag beantwoordt de rechtbank bevestigend. Hierna zal de rechtbank de diverse feiten in chronologische volgorde bespreken en uitleggen waarom zij de feiten wettig en overtuigend bewezen acht.

Parketnummer 03.022264.20

Feit 1: poging tot oplichting in Maastricht op 17 oktober 2019 en feit 2: oplichting in Rotterdam op 17 oktober 2019

Verbalisant [naam verbalisant 1] heeft op 31 december 2019 een proces-verbaal opgemaakt waarin zij relateert dat zij op 19 oktober 2019 omstreeks 13.30 uur bij de MediaMarkt te Maastricht was. Daar kreeg zij van een medewerker te horen dat er die ochtend een mevrouw was geweest om een abonnement te annuleren dat ze voor iemand anders moest afsluiten. Ze was op 17 oktober 2019 aangesproken en uiteindelijk met een auto in Rotterdam terecht gekomen. Aldaar heeft ze bij de MediaMarkt voor een man een abonnement afgesloten die hier vervolgens een telefoon bij kreeg.

Omdat de verbalisant recentelijk doende was geweest met een "Babbeltruc" zaak waarbij de verdachte [naam medeverdachte] geboren op 20 juni 2000 te Tilburg werd aangehouden, kwam haar dit verhaal bekend voor. In die zaak was sprake van twee verdachten, maar ondanks aanwijzingen richting de tweede verdachte kon deze niet worden aangehouden. De personalia van de tweede verdachte waren [verdachte] geboren op 15 maart 1980 te Rotterdam.

Het personeelslid van de MediaMarkt heeft de desbetreffende mevrouw [benadeelde 13] ervan overtuigd dat ze aangifte moest doen. Mevrouw [benadeelde 13] had ook inmiddels een afspraak gemaakt om aangifte te doen en wel op 22 oktober 2019 te 13.00 uur.

Op 20 oktober 2019 heeft verbalisant [naam verbalisant 1] om 11.00 uur contact opgenomen met mevrouw [benadeelde 13] die haar het hele verhaal vertelde. De verbalisant heeft vervolgens bij de betreffende MediaMarkt Rotterdam de beelden opgevraagd en daarover contact gehad met de beveiliger van de MediaMarkt te Rotterdam genaamd [naam beveiliger] . Op deze beelden is te zien dat [benadeelde 13] , die de verbalisant via de telefoon had verteld welke kleding zij droeg, op 17 oktober 2019 omstreeks 19.00 uur de roltrap op komt samen met een man en een jonge vrouw. De man staat met zijn telefoon in zijn hand, heeft een petje op met de afbeelding van Jordan Jumpman en draagt een blauwe jas, zwarte broek en zwarte sneakers met witte zolen. De jonge vrouw heeft zwarte haren in een staart, heeft een lichtkleurige jas aan met een zwarte sjaal en draagt over de jas een zwarte tas aan de voorzijde. Ze heeft een zwarte broek en sneakers met gedeeltelijk een witte zool. Vervolgens stappen ze met zijn drieën in de lift. Zowel de man als jonge vrouw staan met hun GSM in de hand naar het beeldscherm te kijken. De jonge vrouw heeft lange lichtkleurige nagels. Vervolgens lopen ze door de MediaMarkt en kiezen ze een telefoon uit. Vervolgens gaan [benadeelde 13] en de jonge vrouw naar de kassa. Daar wordt er door [benadeelde 13] iets betaald en wordt de telefoon en bonnen in een plastic tas gedaan. Hierna verlaten ze, eerst via de lift en dan met de roltrap, de MediaMarkt. De man staat op enig moment te bellen en verlaat iets eerder de MediaMarkt.2

Op 22 oktober 2019 heeft mevrouw [benadeelde 13] aangifte gedaan.

Zij verklaart dat zij op 19 oktober 2019 boodschappen ging doen. Na het doen van de boodschappen reed ze in haar scootmobiel naar huis en kwam er een personenauto naast haar gereden. Het was een zwarte vierdeursauto, merk weet ze niet, en het kenteken was volgens haar [kenteken 1] .

De bestuurder liet het raam aan de bijrijderskant zakken en vroeg haar of zij hem kon helpen. Ze zijn aan de kant van de weg gaan staan, de man stapte uit, kwam naar haar toe en zei dat hij een telefoon had besteld, maar dat hij die niet kon afhalen omdat hij geen Nederlands paspoort had. Hij zei dat hij een Irakees was en dat zijn papieren in de oorlog in Iran verdwenen waren. Aangeefster weet het verschil niet tussen Irakees, Marokkaan of Turks dus ze weet eigenlijk niet of dit ook klopt wat hij vertelde en of hij van Irakese afkomst was. De man sprak heel goed Nederlands en zij hoorde geen accent bij hem. Toen hij haar vroeg of zij hem kon helpen, dacht ze: “waarom niet?”; hij kwam geloofwaardig en betrouwbaar over. In de auto zat een meisje op de bijrijdersstoel en de man zei dat dit zijn dochter was en die kwam bij aangeefster ook wel betrouwbaar over. Ze hoorde van de man dat ze alleen maar iemand nodig hadden die een Nederlands paspoort had en 1 eurocent kon pinnen.

Aangeefster is in haar scootmobiel naar huis gereden, heeft de boodschappen naar binnen gebracht en is daarna in de auto gestapt, die achter haar aan was gereden.

Ze zijn eerst naar de [straat 1] gereden, waar de man is uitgestapt en even later terugkwam met een brief waarop het adres van zijn vriendin stond. Daarna zijn ze met de auto naar de parkeergarage onder de [straat 2] gereden en zijn ze met zijn drieën naar de Vodafone-winkel gelopen.

Ze is toen met zijn dochter de Vodafone-winkel ingegaan en de man is teruggelopen naar de parkeergarage en vertelde tegen haar dat hij zijn auto ergens anders ging parkeren in de parkeergarage.

Het meisje had die brief bij zich waarop het woonadres [straat 1] stond en aangeefster heeft bij de Vodafone verteld dat ze net verhuisd was, om hen te helpen.

Het lukte dit meisje niet om een telefoon abonnement af te sluiten met de gegevens. Omdat het niet lukte, is aangeefster met dit meisje de Vodafone-winkel uitgelopen en op de terugweg naar de parkeergarage zag ze dat die man weer kwam aangelopen. Ze zijn nog even op een bankje gaan zitten tegenover [winkel 1] in de [straat 3] en zijn daarna naar de parkeergarage gelopen.

De man is met aangeefster en zijn dochter naar de [straat 4] gereden en heeft daar geparkeerd op de bushalte. Hij heeft haar uitgelaten en aangeefster heeft daar bij een pinautomaat van de SNS-bank gekeken wat ze op haar rekening had staan. Dit is ergens gebeurd tussen 13.15 uur en 13.30 uur. Voordat ze er erg in had, zag ze dat die man opeens achter haar stond bij de pinautomaat.

Ze zag dat er nog 70 eurocent op haar rekening stond. Dit bedrag klopte ook. Ze hoorde de man zeggen dat ze nog genoeg geld had voor een 1 eurocent transactie voor het afsluiten van een telefoon abonnement.

Ze zijn omstreeks 13.45 uur weer in de auto gestapt en de man is vanaf de [straat 4] richting de [straat 5] gereden via de [straat 6] .

In de auto vertelde de man dat hij een vriend had gebeld die nog op het werk was bij de MediaMarkt en dat ze naar zijn werk zouden rijden ongeveer zestig kilometer vanaf Maastricht. De rit duurde erg lang en aangeefster sprak hem hier op aan waarna ze hoorde dat hij op weg was naar Rotterdam. Ze dacht: “Daar zat ik dan met mijn goed gedrag” en ze begreep er niks meer van. Ze kreeg meteen een raar gevoel en wist dat ze iets stoms had gedaan. Hij heeft haar bij aankomst in Rotterdam eten en drinken gegeven bij een viswinkel. Ze heeft geen idee waar dit was en welke viswinkel. Ze zijn daarna doorgereden naar de MediaMarkt vanaf de viswinkel en dit ritje duurde nog zo'n tien minuten tot aan de MediaMarkt.

Ze waren om omstreeks 19.30 uur bij de MediaMarkt en de man heeft haar en zijn dochter laten uitstappen waarna hij zijn auto vlakbij in een parkeergarage is gaan parkeren. Ze is met dit meisje op het plein bij de MediaMarkt op een bankje gaan zitten en ze zag dat die man weer kwam aangelopen.

Een medewerkster van de MediaMarkt heeft deze man te woord gestaan en heeft een contract willen afsluiten voor een abonnement met de gegevens van aangeefster maar dit lukte niet. Dit werd meteen geweigerd door het systeem. Dit gebeurde tot twee keer toe en daarna heeft hij een goedkoper toestel uitgekozen omdat het systeem aangaf dat aangeefster een toestel tot maximaal 750 euro kon krijgen.

Dit bleek uiteindelijk ook niet te lukken en er is vervolgens een abonnement afgesloten met een toestel van 250 euro. Ze heeft 5,70 euro contant betaald aan de kassa bij deze medewerker voor het toestel en ze heeft een 1 eurocent transactie gemaakt naar de MediaMarkt via haar genoemde SNS-bankrekening.

Ze heeft geen idee hoe dit allemaal werkt en ze heeft dit maar betaald.

Het toestel heeft ze inclusief het contract aan het meisje gegeven, omdat zij die telefoon nodig had voor school, zo vertelde de man. De man zei ook dat ze zich geen zorgen hoefde te maken en dat het contract zou worden overgezet op zijn naam.

Er werd nog een keer wat te eten gehaald en daarna zijn ze naar Maastricht gereden. Uiteindelijk was mevrouw [benadeelde 13] om 23.00 uur thuis.

Aan aangeefster zijn nog foto’s getoond, onder meer van de MediaMarkt Rotterdam, waarop ze zichzelf herkent alsook de man en het meisje.3

Verbalisant [naam verbalisant 2] heeft op 5 november 2019 een proces-verbaal opgemaakt waarin zij relateert dat zij [verdachte] herkent aan gelaat, gezichtsbeharing en hoofdhaar.4

Verbalisant [naam verbalisant 1] heeft op 14 november 2019 een proces-verbaal opgemaakt waarin zij relateert dat zij een onderzoek heeft ingesteld naar de beelden van de binnenstad te Maastricht. Op donderdag 17 oktober 2019 te 14.00 uur ziet zij een personenauto, een zwarte Ford Focus voorzien van het kenteken [kenteken 1] via het [straat 7] te Maastricht richting het [straat 2] te Maastricht rijden. Te zien is dat er linksachter de bestuurder iemand met een licht gekleurde jas aan zit. Vervolgens ziet verbalisant omstreeks 14.09 uur dat het slachtoffer samen met de man en de jonge vrouw de [straat 8] in lopen, komende vanuit de richting [straat 2] te Maastricht. Ze dragen dezelfde kleding als te zien is op de beelden van de Mediamarkt te Rotterdam met daarbij de opmerking dat het petje met de afbeelding van Jordan Jump-man nu gedragen wordt door het jonge meisje.5

Verbalisant [naam verbalisant 1] heeft op 26 december 2019 een proces-verbaal opgemaakt waarin zij relateert dat zij onderzoek heeft gedaan naar de personenauto, een zwarte Ford

Focus voorzien van het Nederlandse kenteken [kenteken 1] . Zij heeft gebruik gemaakt van de gegevens van de Rijksdienst voor het Wegverkeer en van de Basis Voorziening Informatie integrale bevraging. De personenauto is op 26 augustus 2019 op naam gesteld van

[naam 1] . Haar ex-vriend is [verdachte] . De verbalisanten van de

politie te Heerlen zijn in de woning van [naam 1] geweest. Ze zagen dat er een

autosleutel lag van een Ford. [naam 1] gaf aan dat deze op naam staat van [naam 2]

. [verdachte] zou gebruik maken van die zwarte Ford, kenteken [kenteken 1] . Op 23 september 2019 is de personenauto op naam gesteld van [naam 2] . Op maandag 18 oktober 2019 te 13.04 uur werd de [naam 2] gehoord als verdachte diefstal d.m.v. valse sleutel. In deze zaak was de personenauto betrokken. Zij verklaarde dat zij de genoemde personenauto op haar naam moest zetten van [naam 1] . 6

Medeverdachte [naam medeverdachte] heeft op 1 maart 2021 verklaard dat ze een abonnement zouden gaan afsluiten op naam van de mevrouw in Rotterdam. Het was die dag best gezellig met die mevrouw en ze zijn nog samen naar een viswinkel geweest waar ze samen vis hebben gegeten. Daarna zijn ze doorgereden naar de MediaMarkt waarbij de andere een abonnement heeft afgesloten waar [naam medeverdachte] bij was. Naderhand hebben ze haar weer teruggereden.7

De verdachte heeft tijdens zijn verhoor bij de inbewaringstelling verklaard dat hij aangeefster via een vriendin van hem heeft leren kennen. Ze hadden hem gebeld om langs te komen in Maastricht. De mevrouw/aangeefster wilde een telefoon hebben, ze wilde met haar tijd mee, en zij zijn toen samen naar het centrum gegaan, waar hij haar heeft geadviseerd.

Naderhand is ze bij hem thuis in Rotterdam geweest, omdat het in Maastricht niet lukte, en ook daar hebben ze geprobeerd een telefoon te kopen, en dat is ook gelukt.

Aan deze verklaring gaat de rechtbank voorbij nu niet valt in te zien waarom aangeefster zulks zou verzwijgen en de verklaring niet strookt met hetgeen verklaard is door medeverdachte [naam medeverdachte] , die ter zitting als getuige is gehoord.

Deze heeft namelijk verklaard dat zij de ten laste gelegde feiten met de verdachte heeft gepleegd en heeft daarbij aangegeven dat de telefoon niet op initiatief van aangeefster is gekocht.

Ter terechtzitting van 20 april 2021 heeft getuige [naam medeverdachte] verklaard dat zij deze feiten samen met de verdachte heeft gepleegd. Zij heeft daarbij ook aangegeven dat de telefoon niet op initiatief van aangeefster is gekocht.

Parketnummer 03.218589.20

Feit 8: diefstal in Heerlen op 18 oktober 2019

Op 18 oktober 2019 doet mevrouw [benadeelde 8] aangifte. Zij verklaart dat zij die dag rond 13.00 uur op de stoep liep van de [straat 9] te Heerlen. Er stopte een personenauto naast haar. Het was een kleine, zwarte vijfdeursauto. In de auto zaten een man en een meisje. De man had donker, kort haar, bijna opgeschoren, droeg een donkerblauw/zwart petje en een donkere jas. De man had een getinte huidskleur en een normaal postuur. Ze schat de man op ongeveer 46 jaar oud en de man had een Hollands accent. Het meisje had donkerbruin lang haar, getinte huidskleur, droeg een beige jasje, had een slank postuur, had een Hollands accent en was naar schatting ongeveer 15 jaar oud.

De man vroeg de weg naar MediaMarkt. [benadeelde 8] legde de route naar de MediaMarkt uit. De man vroeg of zij met hen mee wilde rijden, omdat zij hier niet bekend waren. De man zei dat ze uit Amsterdam kwamen. [benadeelde 8] zei tegen de man dat ze niet mee wilde rijden. De man en het meisje vroegen dit nog een aantal keer. [benadeelde 8] maakte een aantal keer duidelijk dat ze niet mee wilde gaan. Op een gegeven moment hoorde ze dat het meisje op een heel zielige toon, bijna smekend aan haar vroeg of ze toch mee wilde gaan. Omdat het meisje het op zo'n zielige manier vroeg, ging zij uiteindelijk toch mee. Ze stapte in deze personenauto en wees de weg naar de MediaMarkt. Toen ze bij de MediaMarkt waren, parkeerde de man het voertuig aan de achterzijde, op de laad- en losparkeerplaatsen waarop een groot kruis zat.

De man belde met iemand en zei vervolgens tegen [benadeelde 8] dat het meisje een laptop bij de MediaMarkt wilde ophalen die al betaald zou zijn. De man zei dat het meisje de laptop niet mee zou krijgen, omdat ze de verwijderingsbijdrage moest betalen. De man vroeg of aan [benadeelde 8] of zij een euro wilde pinnen voor de verwijderingsbijdrage, omdat ze geen bankpas bij zich hadden. [benadeelde 8] ging hiermee akkoord. Ze zag dat de man een groen apparaat, dat op een Raboscanner leek, in zijn handen had. Ze haalde haar bankpasje uit haar tas en de man overhandigde haar dit apparaat. Ze stak haar bankpas in het apparaat en toetste haar pincode in. Vervolgens hield de man het apparaat bij zijn telefoon. De man zei dat de betaling mislukt was en dat ze nog eens moest pinnen. Dit heeft ze gedaan. De man haalde het bankpasje uit het apparaat en stopte dit achter zijn telefoon. De man gaf daarna zijn telefoon samen met de bankpas van [benadeelde 8] , en zonder haar toestemming, aan het meisje. Die stapte uit en liep weg richting de ING-bank. [benadeelde 8] bleef samen met de man in de auto zitten. Het meisje kwam terug en zei dat de laptop opgestuurd werd. Het meisje gaf de telefoon terug aan de man gaf en die gaf [benadeelde 8] weer haar bankpas terug. De man zei daarna dat ze [benadeelde 8] terug naar haar huis zouden brengen.

Ze hebben haar op [straat 10] te Heerlen afgezet. Ze stapte uit en ze zag dat deze personenauto snel weg reed. [benadeelde 8] kreeg op een gegeven moment een raar gevoel dat er iets niet klopte. Ze liep naar de pinautomaat om haar saldo te checken en zag dat er nog maar 39 euro op haar rekening stond. Ze belde haar schoondochter of zij in haar bankrekening kon kijken; ze snapte niet waarom er nog maar 39 euro op haar rekening stond. Haar schoondochter keek via internet naar het bankrekeningafschrift en bevestigde dit. Ze zei dat er om 13.27 uur, 250 euro bij ING op de [adres 2] te Heerlen was gepind. [benadeelde 8] vermoedt dat toen het meisje weg liep, ze niet naar de MediaMarkt ging maar naar ING-bank. Deze was namelijk in de buurt. Er is geld zonder haar toestemming gepind.8

Op 19 oktober 2019 heeft verbalisant [naam verbalisant 3] een proces-verbaal van bevindingen opgemaakt waarin zij relateert dat zij op camera 34, tijdstip 13.25.36 uur zag dat uit een zwarte auto een vrouw stapte. Deze vrouw liep richting de kruising [straat 11] / [straat 12] . Ze zag dat de vrouw donkere schoenen droeg en dat de vrouw een lichtbruine broek met witte jas droeg. De vrouw droeg een zwarte muts. Ze zag dat de vrouw lichtbruine sjaal om haar nek droeg.

Ze zag dat de zwarte auto in de richting van de kruising [straat 11] / [straat 12] reed en dat de auto een Nederlands kenteken had. Het kenteken was [kenteken 1] . Deze auto was een zwarte Ford Focus.9

Op 5 december 2019 heeft verbalisant [naam verbalisant 3] een proces-verbaal van bevindingen opgemaakt waarin zij relateert zij in het bedrijfsprocessensysteem van de politie zag dat collega's [naam 3] en [naam 4] op 1 oktober 2019, omstreeks 22.00 uur, op de [adres 3] te Heerlen, waren in verband met een melding van huiselijk geweld. In deze woning staat ingeschreven [naam 1] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] . In de melding opgemaakt door de collega's ter plaatse is te lezen dat zij die dag ruzie had met haar vriend, [verdachte] , geboren op [geboortegegevens] te Rotterdam.

In de opgemaakte registratie las verbalisant [naam verbalisant 3] dat de collega's in haar woning de autosleutels hebben aangetroffen van een Ford. Tevens staat er vernoemd dat Beninati aangaf dat dit de autosleutels waren van [naam 2] , woonachtig op de [adres 4] te Heerlen, en dat [verdachte] gebruik maakt van de voornoemde zwarte Ford met het

kenteken [kenteken 1] .10

Op 9 december 2019 heeft [naam 2] verklaard dat zij niet meer weet wie gebruik maakte van de auto toen zij die nog had. Ze kan wel een naam geven van degene waarvan ze die auto moest overschrijven, omdat zij schulden had en zij moest toen van haar, haar auto op, op haar naam zetten. De naam is [naam 1] . [verdachte] is de vriend van [naam 1] . Ze is bang voor hem. Hij is vuurwapengevaarlijk.11

Ter terechtzitting van 20 april 2021 heeft getuige [naam medeverdachte] verklaard dat zij dit feit samen met de verdachte heeft gepleegd.

Parketnummer 03.218589.20

Feit 9: diefstal in Maastricht op 13 december 2019

De heer [benadeelde 9] doet op 19 december 2019 aangifte. Hij verklaart dat hij op 13 december 2019 rond 15.00 uur over de [straat 13] in Maastricht liep. Hij had net boodschappen gedaan en ging naar huis. Hij loopt met een loopstok, omdat hij slecht ter been is.

In de straat stond een grijze Franse auto. De bestuurder, een buitenlands type met een licht getinte huid, sprak hem in slecht Nederlands aan en vroeg de weg naar [naam gezondheidscentrum] . De man vroeg of [benadeelde 9] in wilde stappen, dan kon hij hem de weg wijzen en dan zou hij hem thuis brengen. Hij stapte bij de man in en ze zijn richting Caberg gereden. Op de parkeerplaats bij de [winkel 2] , waar ook het gezondheidscentrum ligt, op de [straat 14] te Maastricht, zei de man tegen [benadeelde 9] , dat [benadeelde 9] zijn ID-kaart moest nemen, omdat hij zich daar moest legitimeren. [benadeelde 9] begreep dat niet goed. Die man zei dat [benadeelde 9] ’ identiteit gecontroleerd werd. [benadeelde 9] had alleen zijn pinpas bij zich en dat was ook goed, want dan kon men [benadeelde 9] ’ identiteit controleren. De man haalde een of andere betaalautomaat tevoorschijn in de auto en de man zei dat [benadeelde 9] zijn pinpas hier in moest steken en dan kon [benadeelde 9] ook het parkeren betalen. [benadeelde 9] heeft dat gedaan en daarbij zijn pincode ingetikt. [benadeelde 9] zat daarbij naast de man en op de bijrijdersstoel. [benadeelde 9] pinde heel langzaam, omdat hij tremors heeft. Nadat [benadeelde 9] gepind had, wilde hij zijn pinpas terug stoppen in de houder. Dat ging heel moeilijk, omdat hij zo beefde, en de man heeft ermee [benadeelde 9] geholpen. [benadeelde 9] had het op dat moment nog niet door maar de man heeft zijn pinpas met die van een ander, mogelijk ook gestolen pinpas vervangen. De man stapte uit en liep in de richting van het gezondheidscentrum.

Niet veel later kwam die man terug en deelde mede dat hij ook nog naar het winkelcentrum in Amby wilde gaan, want daar moest hij iets ophalen. Voor iemand die naar eigen zeggen niet bekend was in Maastricht, reed hij echter zo naar Amby via het tunneltje in Nazareth. Bij het winkelcentrum in Amby kreeg [benadeelde 9] een raar gevoeld en zei tegen de man dat hij dringend naar huis moest omdat hij om 16.00 uur bezoek kreeg. De man zei dat het bezoek hem dan maar moest verontschuldigen. Daarna zei [benadeelde 9] dat hij naar de bank moest. De man heeft hem toen via de wijk Heer en via de John F Kennedybrug naar de Rabobank aan het Wim Duisenbergplantsoen te Maastricht gebracht. [benadeelde 9] is de Rabobank aldaar binnengegaan en heeft de bank verteld wat hem juist was over komen. Men heeft niet de politie gebeld, maar het kenteken ( [kenteken 2] ) genoteerd en de pas geblokkeerd. Toen kwam [benadeelde 9] er ook achter, dat die pas, die die man hem had teruggegeven, niet de zijne was, maar die van een ander. De bank heeft die pas gehouden. [benadeelde 9] vermoedt dat die man in de wijk Amby bij de pinautomaat gepind heeft. Want later bleek, dat die man toen een bedrag van 980 euro van zijn rekening heeft gepind. Zonder toestemming. Zonder opdracht.12

Op 1 maart 2020 heeft verbalisant [naam verbalisant 1] een proces-verbaal van bevindingen opgemaakt waarin zij relateert zij een foto van zaak 5 ( [pv nummer 1] feit 7 van parketnummer 03.218589.20) en een foto van zaak 6 ( [pv nummer 2] feit 3 van parketnummer 03.022264.20) met elkaar heeft vergeleken en ziet dat de jas die gedragen wordt door de pinner sterke gelijkenissen vertoond met de jas van de verdachte [verdachte] .13

Uit gegevens van de RDW blijkt dat het kenteken [kenteken 2] behoort bij een Citroën Xsara en dat het kenteken eerst op naam van [naam 5] en daarna op naam van [naam getuige 1] heeft gestaan.14

Op 13 september 2020 heeft [naam getuige 1] verklaard dat hij onder andere het kenteken [kenteken 2] op naam heeft genomen op verzoek van [naam 6] (ook wel [naam 7] ). Deze herkent hij op een foto van [verdachte] .15

Parketnummer 03.022264.20

Feit 3: diefstal in Heerlen op 4 januari 2020

Op 8 januari 2020 doet [naam 8] namens [benadeelde 14] aangifte. Hij verklaart dat hij op 4 januari 2020 omstreeks 13:15 uur, aan het werk was in zijn winkel. Dit betreft de kringloopwinkel genaamd [benadeelde 14] die is gelegen aan de [adres 5] te Heerlen. De mobiele pinautomaat lag niet meer op zijn plek waar hij hem kort daarvoor had achtergelaten. Hij is de beelden terug gaan kijken van zijn camerabewakingssysteem. Deze camera staat gericht op de toonbank/kassa. Hij zag op deze beelden dat er op zaterdag 4 januari omstreeks 13:32 uur een man verscheen van ongeveer 170, 180 cm groot, kort gemillimeterd haar, beetje kalend, vermoedelijk afkomstig uit het Oostblok, deze droeg een paars/blauw gewatteerde jas met capuchon. De man liep naar de toonbank en nam een voorwerp, welke hij herkende als zijn mobiele pinautomaat, van de toonbank weg.16

Verbalisant [naam verbalisant 4] heeft op 21 januari 2020 een proces-verbaal opgemaakt waarin hij relateert dat hij telefonisch contact heeft gehad met aangever, omdat de mogelijke dader zich had gemeld. Aangever werd op 13 januari 2020 omstreeks 08.30 uur anoniem gebeld. Hij hoorde een mannelijke stem aan de telefoon. Deze stelde zich voor als ene [verdachte] of [verdachte] . Verder hoorde aangever dat de man zich schaamde, hij dacht dat hij zijn mobiele telefoon op de balie in de winkel had laten liggen. Hij was onder invloed van medicatie en wist niet dat hij een pinautomaat had meegenomen. Verder deelde de man de aangever mede dat hij de pinautomaat zou terugbrengen. Verder gaf deze man aan dat hij geen gedoe wilde met de politie en ging ervoor zorgen dat ook de gemaakt onkosten betaald zouden worden. Inmiddels is de pinautomaat in de brievenbus van de winkel teruggevonden, echter aangever zit nog wel met een schade van 295,00 euro in verband met de aanschaf van een nieuw pinautomaat. Aangever zou ook benaderd zijn door een anonieme tipgever dat zij de man herkend heeft. Het zou ene [verdachte] of [verdachte] zijn en het zou de vriend betreffen van ene [naam 1] uit [plaats] , zij zou woonachtig zijn in Heerlen.17

Door de aangever zijn camerabeelden aan de politie overhandigd met betrekking tot de diefstal van de pinautomaat gepleegd op 4 januari 2020. Door verbalisant [naam verbalisant 5] werden deze camerabeelden bekeken.

Aanvang beelden 4 januari 2020 te 13.32.42 uur:

- in beeld de toonbank met daarop onder andere een pinautomaat.

- vanaf rechts komt een man het beeld in lopen en stopt ter hoogte van de toonbank. Deze man heeft zeer kort donker haar (bijna kaal) en draagt een dikke donkerkleurige winterjas. Hij heeft zijn rechterhand in de jaszak.

13.32.45

uur:

- man draait een kwartslag naar links met zijn gezicht richting de toonbank. In zijn linkerhand heeft een blikje drank vast.

13.32.46

uur

- de man draait wederom een kwartslag naar links en een beweging pakt hij met zijn rechterhand de pinautomaat welke op de toonbank staat weg.

13.32.47

uur

- de man loopt weg in de richting waar hij vandaan kwam en stopt onder het lopen de pinautomaat in zijn jaszak of broekzak. Dat is niet goed zichtbaar in verband met goederen die op de toonbank staan.18

Verbalisant [naam verbalisant 5] heeft op 22 januari 2020 een proces-verbaal opgemaakt waarin hij relateert dat hem ambtshalve bekend is dat de ex-vriend van [naam 1] is genaamd:

[verdachte] , [verdachte] , geboren te [geboortegegevens] 1980. Tevens is het hem ambtshalve bekend dat genoemde [verdachte] verdacht wordt van het plegen van oplichtingen samen met anderen.

Door aangever zijn camerabeelden van de diefstal pinautomaat ter beschikking gesteld van de politie. Deze zijn door verbalisant, bekeken. Daar verbalisant, het vermoeden had dat [verdachte] de diefstal pinautomaat had gepleegd, heeft hij tijdens het uitkijken van de beelden een foto van [verdachte] , uit het bedrijfsprocessensysteem, naast de camerabeelden gehouden. Verbalisant, herkende onmiddellijk [verdachte] op de camerabeelden aan zijn gezicht, wenkbrauwen en oren.19

De verdachte heeft tijdens zijn verhoor bij de inbewaringstelling verklaard dat hij daar met zijn vriendin binnen is geweest. In de tussentijd dat zijn vriendin naar een jas op zoek was, was hij in gesprek met iemand achter de toonbank. Op een gegeven moment heeft hij aangegeven dat hij naar buiten wilde gaan waarna hij zijn eigen mobiele telefoon heeft gepakt en naar buiten is gegaan. Hij heeft geen pinautomaat meegenomen.

De rechtbank vermag echter niet in te zien waarom aangever verdachte ten onrechte van diefstal van een pinautomaat zou betichten. De verdachte heeft desgevraagd naar voren gebracht dat dit was, omdat aangever anders de kosten van het nieuw aangeschafte mobiele pinapparaat zelf zou moeten dragen. Dat dat reden zou zijn tot het doen van een valse aangifte acht de rechtbank echter niet aannemelijk geworden.

Parketnummer 03.218589.20

Feit 10: diefstal in Sittard-Geleen op 30 december 2019

Op 2 januari 2020 doet mevrouw [benadeelde 10] aangifte. Ze verklaart dat ze op

30 december 2019 omstreeks 15.00 uur op de [straat 15] te Geleen liep. Ze was alleen. Op een gegeven moment stond een grijze auto naast haar stil. Een man en vrouw stapten uit de auto en liepen naar haar toe. De man zei tegen haar: “We hebben uw hulp nodig. U kunt ons helpen om naar de bibliotheek te gaan, want mijn dochter krijgt haar studieboeken niet, omdat ik buitenlander ben.” De vrouw zei helemaal niks. De man klapte toen haar rollator in, legde deze achter in de auto en legde de boodschappentas van [benadeelde 10] voor in de auto. De vrouw zei dat [benadeelde 10] in de auto moest stappen en [benadeelde 10] voelde dat die vrouw haar in de auto duwde. “Het ging allemaal zo snel, voordat ik het wist, zat ik op de voorbank in de auto.” De man zat achter het stuur en men reed langs de Henri Hermans laan richting de Rijksweg Geleen en daarna richting Sittard. In de auto vertelde de man dat zij uit Den Haag kwamen en dat zij in Limburg waren om de boeken op te halen bij de bibliotheek, hun dochter ging namelijk hier in Limburg studeren. Hij had zijn portemonnee vergeten en had 3,90 nodig voor de boeken. Hij vroeg haar of zij 3,90 wilde pinnen. [benadeelde 10] zei tegen hem: “Dat had je gedacht.” Waarop de man zei: “Ik dacht van wel.” Dit zei hij tegen [benadeelde 10] met een voor haar dreigende toon. Ze werd bang. De vrouw had een pinapparaat in haar handen en [benadeelde 10] moest 3,90 pinnen. De vrouw hield het pinapparaat in haar handen. [benadeelde 10] heeft haar pasje erin gestoken en heeft haar pincode ingetoetst. Ze heeft niet op het display gekeken welk bedrag erop stond. De vrouw trok vervolgens het pinapparaat naar haar toe. Het pasje stak er nog in. [benadeelde 10] vroeg om haar pasje en het duurde even voordat ze het terugkreeg. De rit stopt uiteindelijk bij een park in de buurt van het gemeentehuis. De vrouw stapt uit en [benadeelde 10] vroeg de man of ze naar de bank ging. De man zei dat ze naar de bibliotheek ging en hij zei verder dat ze niet bang hoeft te zijn, want zij waren Christenen. 10 a 15 minuten later kwam de vrouw terug. Ze had geen boeken bij zich. Ze hadden haast om weg te gaan. De boeken zouden thuis worden bezorgd. Vervolgens werd ze afgezet bij haar woning.

Dinsdag 31 december 2019 heeft [benadeelde 10] haar kleindochter verteld wat haar was overkomen. Haar kleindochter heeft het aan haar moeder verteld, de dochter van [benadeelde 10] . Die dochter heeft een machtiging van de bankrekening en heeft meteen ingelogd. Ze zag dat op 30 december om 15.55 uur, 100 euro is gepind bij de ING aan het Hub. Dassenplein te Sittard. Verder werd er ook op 30 december 600 euro gepind bij de ING aan het Hub. Dassenplein om 15.56 uur.20

Op 10 januari 2020 verklaarde aangeefster aanvullend dat zij bij haar aangifte niet verteld heeft dat de man en vrouw een dag later nog bij haar thuis zijn geweest. Op dinsdag 31 december werd er rond 09.00 uur aangebeld. De man en het meisje stonden voor de deur. De man gaf aan dat ze zo blij waren met haar hulp en de man en het meisje liepen eigenlijk meteen de gang in. [benadeelde 10] geeft dan aan dat ze bij de buurman was geweest en alles had laten blokkeren en dat ze weer moet wennen aan een nieuwe bankpas. De man en het meisje keken elkaar vervolgens aan en stapten snel hierna op.21

[naam medeverdachte] heeft op 1 maart 2021 verklaard dat zij het is geweest en dat wat die mevrouw verteld heeft, dat dat klopt. Ze heeft hiervan heel erg veel spijt en zou graag aan die mevrouw haar excuses aan willen bieden. Ze zijn inderdaad een dag later weer teruggegaan. Ze weet eigenlijk niet waarom dat dit was.22

Door verbalisant [naam verbalisant 6] wordt op 3 januari 2020 een proces-verbaal van bevindingen opgemaakt waarin hij relateert dat hij de route met [benadeelde 10] heeft gereden die zij afgelegd hebben. Langs de route worden ook diverse camera’s gezien waarvan beelden worden opgevraagd.23

Door verbalisant [naam verbalisant 6] wordt op 4 januari 2020 een proces-verbaal van bevindingen opgemaakt waarin hij relateert dat hij nogmaals de schermafdruk heeft bekeken van de door de verdachten gebruikte Ford Focus.

Deze schermafdruk betreft een afdruk van de auto op 30 december 2019 te 15:41 uur, op

de [straat 16] te Geleen.

Hij heeft een foto gemaakt van de schermafdruk, de resolutie wat aangepast en ingezoomd

op het kenteken aan de voorzijde van de auto.

Hij zag dat de combinatie van het kenteken [kenteken 3] betrof.

Blijkens bevraging bij de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) bleek dat de auto een

grijze Ford Focus hatchback betrof die sinds 23/12/2019 op naam staat van; [naam getuige 1] .

Op voornoemde [naam getuige 1] was een aandachtsvestiging gemaakt op 10/12/2019 in het politiesysteem Basisvoorziening Handhaving.

Hierin stond het navolgende vermeld:

"In deze regio rijdt rond een grijze Citroen Xsara, kenteken [kenteken 2] . Deze auto komt

in beeld bij "shouldering" zaken en is vermoedelijk in gebruik bij een groepering

Roma-zigeuners.

Tot voor kort, 29 november 2019, heeft deze auto op naam gestaan van een katvanger in

Rotterdam. Recentelijk is deze auto overgeschreven op naam van [naam getuige 1] uit Sittard.

Deze [naam getuige 1] komt twee keer voor in onze systemen (2010 en 1997).24

Ter terechtzitting van 20 april 2021 heeft getuige [naam medeverdachte] verklaard dat zij dit feit samen met de verdachte heeft gepleegd.

Parketnummer 03.218589.20

Feit 6: diefstal in Heerlen op 13 mei 2020

Op 20 mei 2020 doet mevrouw [benadeelde 6] aangifte. Zij verklaart dat zij op 13 mei 2020 rond 14.00 uur met behulp van haar rollator door de wijk Heerlerbaan in Heerlen richting haar huis aan de [straat 17] liep. Toen zij op de [straat 18] liep, stopte er een auto naast haar. Achter het stuur zat een haar onbekende man en achterin zat een meisje van ongeveer 14 jaar oud. Ze weet niet het merk van de auto. Het was een grijze sedan met vier deuren en een kofferbak. De man sprak haar aan in goed Nederlands en vroeg aan haar of zij in de buurt de laptopwinkel wist. Die wist ze wel. De man begon een heel verhaal af te steken dat hij uit Den Haag kwam, een laptop had gekocht bij de MediaMarkt en deze laptop hier moest afhalen bij de laptopwinkel op de Heerlerbaan. Hij vertelde dat hij al eens bij de winkel was geweest, maar zijn laptop niet mee kreeg want er moest dan een Nederlander mee. Uiteindelijk heeft de man haar zo ver gekregen dat ze bij de man rechtsvoor in de auto plaats nam om met hem de laptop op te halen. Het meisje dat achter in de auto zat, speelde het verhaal van de man ook mee en was een beetje aan het huilen omdat ze de laptop niet meegekregen hadden en ze de laptop nodig had want ze ging studeren. Het meisje dat achter in de auto zat, stapte uit en pakte haar rollator en plaatste die in de kofferbak van de auto. De man reed met haar en het meisje dat zijn dochter van 18 jaar oud moest voorstellen, naar de laptopwinkel en stopte vlak bij de winkel op de Heerlerbaan. Ze zei tegen de man dat de winkel iets verderop was. De man ging bellen en zei toen dat hij de laptop in Kerkrade in het depot moest aan ophalen. Hij zei nog tegen iemand waar hij mee aan het bellen was: “Jullie moeten wel naar buiten komen want die mevrouw is slecht ter been.” Hierdoor had aangeefster de indruk dat hij met de winkel aan het bellen was. Ze zijn toen naar Kerkrade gereden. Hij is gestopt in de buurt van de [straat 19] in Kerkrade en toen zei hij tegen haar dat hij geen parkeergeld had en of ze even een klein bedrag wilde pinnen zodat hij naar de winkel kon gaan. Hij had een pinapp op zijn gsm. Ze moest hem zijn pinpas geven en die hield hij onder de gsm van hem. Ze moest toen haar pincode indrukken op het toetsenbord van zijn gsm. Hij keek zelfs weg om te laten zien dat hij niet wilde meekijken welke code ze induwde. Ze heeft toen op een toetsenbord van zijn gsm haar pincode ingedrukt. Toen stapte hij uit en ze vroeg haar pinpas terug. De man zei dat hij de pas in het deurvak van zijn auto had liggen en dat ze die zo terug kreeg en dat hij snel naar de winkel ging. De man pakte uit de kofferbak van zijn auto een donkere jas en deed die aan en deed ook de muts van de jas over zijn hoofd en liep weg van de auto. Het meisje bleef gewoon in de auto. De man kwam na enkele minuten weer terug en deed zijn jas weer terug in de kofferbak en deed alsof hij ook een pakketje in de achterbank deed. Hij was even aan het rommelen in de achterbak van zijn auto. Toen nam de man weer plaats achter het stuur van zijn auto. Ze zag dat hij haar pinpas in zijn hand had en ze vroeg haar pinpas terug en de man gaf haar pas terug. De man zou haar weer naar huis brengen maar halverwege huis, de [straat 20] te Heerlen stopte hij en zei dat ze van daaruit wel naar huis kon lopen. Ze zei van niet en dat hij haar naar huis moest brengen. De man zei dat hij haast had. Hij heeft haar uiteindelijk toch vlak bij huis op de [straat 21] uit de auto gelaten en het meisje heeft haar rollator uit de kofferbak van de auto gehaald.

Thuis gekomen vertrouwde ze het niet en heeft haar zoon gebeld. Die is gekomen en heeft direct haar rekening geblokkeerd en op haar bankrekening gekeken. Zij zagen dat met haar pinpas op 13 mei 2020 omstreeks 14:24 uur bij een pinautomaat op de [straat 19] te Kerkrade een bedrag van 1.000 euro van haar rekening gepind was. Dat is de dag en het tijdstip dat de man haar pinpas had en even zogenaamd naar de laptopwinkel was. De man had haar pincode in zijn gsm staan omdat ze dacht dat het een pincode toetsenbord was in zijn gsm om voor zijn parkeergeld te pinnen. Met de op deze wijze verkregen pincode en haar pas heeft de man kans gekregen 1.000 euro vanaf haar bankrekening te pinnen. De man had daartoe niet het recht of de toestemming. De man heeft haar pas en pincode verkregen door haar een verhaal op de mouw te spelden dat ze geloofde. Anders had ze nooit vrijwillig haar pinpas afgestaan en haar pincode in zijn gsm getoetst.

Ze kan de man als volgt beschrijven:

- tussen 35 en 40 jaar oud,

- ongeveer 185 cm groot,

- normaal postuur, vierkante kop,

- kort zwart haar,

- licht getinte huidskleur, (Oosteuropees).

Sprak goed Nederlands, Hollands accent zonder zachte g. Hij droeg een donkere broek met een wit T-shirt met blauwe opdruk.

Het meisje schatte ze 14 jaar oud, normaal postuur, lang bruin haar tot over de schouders. Ze droeg een zwart trainingspak met op de broek en mouwen een rode bies.

Bij de aangifte is ook een schermopname te zien waaruit volgt dat op 13 mei 2020 om 14.24 uur 1.000 euro is opgenomen van de rekening van [benadeelde 6] bij de geldautomaat aan de [straat 19] in Kerkrade.25

Medeverdachte [naam medeverdachte] heeft op 1 maart 2021 verklaard dat zij dat geldbedrag gepind heeft en dat zij daar eigenlijk veel spijt van heeft. Over het apparaatje, zegt ze dat ze niet weet hoe het heet, maar het is een apparaat dat van de bank is. Met dit apparaat kan je geld overboeken. Dit apparaat werd gebruikt om erachter te komen wat de pincode van dit slachtoffer is. Het is [naam medeverdachte] geweest die gepind heeft op de [straat 19] in Kerkrade.26

Ter terechtzitting van 20 april 2021 heeft getuige [naam medeverdachte] verklaard dat zij dit feit samen met de verdachte heeft gepleegd.

Parketnummer 03.218589.20

Feit 1: diefstal in Heerlen op 11 juli 2020

Op 17 juli 2020 doet mevrouw [benadeelde 1] aangifte. Zij verklaart dat zij op 11 juli 2020 is gaan wandelen met behulp van haar rollator in de buurt van haar flat in Heerlen. Toen ze eenmaal buiten was, voor de ingang van de flat, stopte er een zwarte auto en werd ze aangesproken door een man van eind dertig, veertig jaar oud en een jonge vrouw van begin twintig. Het waren getinte mensen die goed de Nederlandse taal spraken, maar onderling in een vreemde taal spraken waar ze niks van verstond. De man en vrouw vroegen waar de MediaMarkt was, want zij kwamen uit Den Haag. [benadeelde 1] legt dan uit hoe ze moeten rijden. De man vertelt dan dat hij bij de MediaMarkt een pakketje moest ophalen dat hij al betaald had en dat hij nog 10 euro moest betalen. Hij had 10 euro cash, maar bij de MediaMarkt wilden ze alleen maar dat hij pinde. De man vroeg of zij zich met haar ID-kaart bij de MediaMarkt wilde legitimeren. Aangeefster zei dat ze niks bij zich had. De man vroeg waar zij woonde en op welk huisnummer en hij vroeg of zij haar ID-kaart en haar pinpas wilde halen om de tien euro te betalen. Het geld kreeg ze cash terug. Ze is toen bij die twee in de auto gestapt en ze werd naar de ingang van de flat gebracht. De jonge vrouw stapte uit en ging met haar mee naar boven. Zij zei dat ze in Heerlen wilde studeren en vroeg of ze even in de flat mocht kijken hoe de indeling was, omdat zij ook graag in zo’n flat wilde wonen. De jonge vrouw rende snel door haar flat door alle kamers heen en aangeefster pakt dan haar ID-kaart en pinpas.

Ze ging met de jonge vrouw naar beneden en zag dat de auto een eindje verderop stond aan de kop van de flat. Ze liep met de jonge vrouw naar de auto en samen stapten ze in. De vrouw had haar rollator achter in de kofferbak gestopt. Toen zij in de auto zat, vroeg de man naar haar ID-kaart, haar pinpas en haar pincode. Ze heeft deze te goeder trouw gegeven. De man zei dat hij het pakket moest afhalen bij een depot in Kerkrade en onder het rijden hoorde zij dat hij steeds weer zei: “Lief dat u mij wil helpen.” De man stopte op een verlaten industrieterrein voor een loods en de man en de vrouw stapten uit. Even later kwamen beiden weer in de auto en de man begon weer te rijden. Ze hoorde dat hij zei dat ze verder gingen naar Aken. Aangeefster zei dat ze niet meeging naar Aken.

De man keerde de auto op de weg en reed met een rotvaart terug naar Heerlen. De man en de vrouw kregen ruzie en begonnen in een vreemde taal te schelden. Zij voelde zich niet op haar gemak. De man stopte de auto aan de overkant, de weg voor haar flat. Aangeefster vroeg aan de man haar pinpas en ID-kaart terug en deze gaf hij haar terug. De man pakte haar rollator uit de kofferbak en de jonge vrouw reikte haar haar arm zodat ze goed kon uitstappen. Bij het uitstappen zag ze dat de man haar sjaal om had en ze vroeg deze terug. Met een ruk deed de man de sjaal af en gooide deze kwaad naar haar toe. Ze weet niet hoe het kwam dat de man haar sjaal om had.

Via telebankieren heeft aangeefster haar rekening nagekeken. Ze zag dat er twee keer 500 euro was gepind op de [straat 19] te Kerkrade, op 15.17 en 15.18 uur.

Toen zij met dit tweetal onderweg was, is ze niet bang geweest. Ze is te goeder trouw meegegaan, omdat ze als mens vindt dat je mensen altijd moet helpen. Ze wilde voor hen een goede daad verrichten door hen te helpen het pakket bij MediaMarkt af te halen. Aangeefster is bang dat een van hen terug zal komen, omdat ze nu precies haar adres en huisnummer weten en ook dat ze alleen is.27

Verbalisant [naam verbalisant 1] heeft op 17 augustus 2020 een proces-verbaal opgemaakt waarin zij relateert dat zij een foto heeft bekeken van een vrouwelijk persoon. Bij het zien van de foto dacht zij meteen aan [naam medeverdachte] gezien het postuur, ogen en wenkbrauwen. Deze foto is gemaakt in de flat van de [straat 22] te Heerlen waar deze vrouwelijke verdachte met de aangeefster [benadeelde 1] naar de flat woning gaat om de pinpas en ID-kaart op te halen.

Op 29 juli 2020 heeft zij beelden ontvangen van de ING-bank van een diefstal waarbij de pinpas is gebruikt en waarmee 2 keer 500 Euro is gepind op de [straat 19] te Kerkrade. Zij zag dat op deze beelden door een vrouwelijke verdachte op

11 juli 2020 te 15.17 uur gepind werd en dat dit verdachte [naam medeverdachte] betrof. Op de beelden van het pinnen duwt zij de pinpas in de automaat. Op deze beelden draagt zij dezelfde kleding als de kleding van de vrouwelijke persoon op de foto van de [straat 22] .28

Verbalisant [naam verbalisant 1] heeft op 17 augustus 2020 een proces-verbaal opgemaakt waarin zij relateert dat zij naar aanleiding van de aangifte van [benadeelde 1] waarin zij spreekt over een zwarte auto een onderzoek heeft ingesteld in de straat van de (ex)vriendin van verdachte [verdachte] .

De woning van de (ex) vriendin [naam 1] is gelegen op het [adres 6] te Heerlen. Op 25 juli 2020 is verbalisant door de straat gereden en zag zij daar onder andere een rode Ford Focus voorzien van het kenteken [kenteken 4] op naam van [naam getuige 1] staan. Uit eerder onderzoek is gebleken dat [naam getuige 1] als zogenaamde "katvanger" voor [verdachte] heeft gefungeerd. Volgens de gegevens van de RDW heeft [naam getuige 1] van 12/06/2020 tot 19/07/2020 een zwarte Fiat Brava voorzien van het kenteken [kenteken 5] op naam gehad. Van 24/07/2020 tot 13/08/2020 heeft hij de rode Ford Focus voorzien van het kenteken [kenteken 4] op naam gehad. Zij heeft deze Ford Focus in de ANPR geplaatst en gezien dat op verschillende foto's de bestuurder van dit voertuig [verdachte] is.29

Medeverdachte [naam medeverdachte] heeft op 1 maart 2021 verklaard dat zij het is geweest die gepind heeft. Ze weet niet meer voor welk bedrag. De man die erbij was had de sjaal van de vrouw voor zijn gezicht gebonden om zich te verbergen voor de camera’s van stadstoezicht. Van die persoon kwam ook het idee om met de vrouw mee naar de woning te gaan, zodat ze niet thuis zou blijven.30

Ter terechtzitting van 20 april 2021 heeft getuige [naam medeverdachte] verklaard dat zij dit feit samen met de verdachte heeft gepleegd.

Parketnummer 03.218589.20

Feit 11: diefstal in Heerlen in de periode 23 juni 2020 tot en met 29 juni 2020

Mevrouw [benadeelde 11] doet aangifte van diefstal van geld van haar bankrekening. Ze verklaarde dat ze op 23 juni 2020 bij de supermarkt aan de [straat 23] te Heerlen 70 euro heeft gepind. Op het maandelijks afschrift dat ze altijd van de ING-bank krijgt, ze weet niet meer op welke datum, maar ze vermoedt dat dit op het einde van de maand zal zijn geweest, zag ze dat er bedragen van haar rekening waren afgeschreven die ze niet kon thuisbrengen. Ze is toen met de afschriften naar de buurvrouw gegaan. De buurvrouw zag ook dat er vreemde bedragen waren afgeschreven en ze zei meteen tegen [benadeelde 11] dat ze naar politie moest gaan. De buurvrouw heeft ook meteen de ING bank gebeld en een overzicht gevraagd van wat er nu precies van haar rekening was afgeschreven. De buurvrouw heeft daarna de telefoon aan aangeefster gegeven en ze heeft met een medewerker van de bank gesproken. Ze kwam er toen ook achter dat haar pinpas weg was. De medewerker heeft er toen meteen voor gezorgd dat de pas werd geblokkeerd.

In totaal is er 10.339.98 euro van haar rekening gehaald. Aangeefster vindt het opvallend dat de meeste transacties in Geleen hebben plaats gevonden, bij voor haar onbekende bedrijven.

Ze overhandigt daar ook een overzicht van en daaruit blijkt dat de transacties zijn gedaan op 27, 28 en 29 juni 2020 voor een bedrag van in totaal € 10.398,98.31

Op 31 juli 2020 heeft verbalisant [naam verbalisant 7] een proces-verbaal van bevindingen opgemaakt waarin zij relateert dat op het door aangeefster overhandigde overzicht van de ING een transactie bij de MediaMarkt in Heerlen, gedaan op 29-06-2020, tijdstip 10:20 uur, met pasvolgnummer 04 stond. Hierbij is een bedrag van Euro 2416,98 afgeschreven. Van die transactie blijkt in het computersysteem van de MediaMarkt een factuur voorhanden. Die factuur (voor een iPhone, een iPad en een Acer laptop) staat op naam van [naam getuige 1] , [adres 7] te Sittard.32

[naam getuige 1] heeft op 13 september 2020 verklaard dat die spullen (een iPhone, een tablet en een laptop) zijn waar die goeie meneer is. De bankpas en de pincode heeft hij van die man gekregen en [naam getuige 1] heeft toen spullen bij de MediaMarkt gekocht. Toen hij buiten de MediaMarkt kwam, heeft hij deze spullen aan deze meneer gegeven.

Hij is eerder, dat was eind vorig jaar, door die man aangesproken.

Hij noemde zich toen [naam 6] en die man vroeg of [naam getuige 1] iets wilde bij verdienen. Hij was daar natuurlijk voor in en hij heeft daarom gevraagd wat hij moest doen. De man vroeg eerst of hij een telefoonabonnement op zijn naam wilde zetten. Dit wilde hij niet omdat dit toch niet ging lukken omdat hij schulden heeft; dan wordt zo'n abonnement geweigerd. Vervolgens vroeg hij zijn telefoonnummer en een tijdje later belde hij hem op. Hij vroeg of hij een auto op naam wilde zetten. Hij zou hiervoor 100 Euro in de maand krijgen.

Door verbalisant [naam verbalisant 1] werd een fotoprint rijbewijsfoto van de verdachte [verdachte] getoond aan de verdachte [naam getuige 1] en [naam getuige 1] werd gevraagd of dit de man is die hij [naam 6] c.q. [naam 7] noemt? [naam getuige 1] verklaarde dat dit hem is en dat hij dat heel zeker wist.

Deze man heeft hem benaderd om de auto's op zijn naam te laten zetten. En deze man heeft hem ook gevraagd om bij de MediaMarkt spullen te kopen. Hij heeft van hem een pinpas met code gekregen. [naam getuige 1] heeft bij de coffeeshops in Geleen met die pinpas nog gekocht. Een keer voor 30 euro en een keer voor 50 euro. Daarna nog eens voor 60 euro en nog eens voor 55 euro. De banken waar gepind zou zijn zeggen [naam getuige 1] niets33

Op het bij de aangifte overhandigde overzicht heeft de rechtbank gezien dat er inderdaad transacties opgenomen zijn met de door [naam getuige 1] genoemde bedragen. Voorts is in dit overzicht ook een transactie opgenomen bij een Rabobank Zuid Limburg op 28 juni 2020.

Van deze transactie zijn beelden opgevraagd en verkregen.3435

Op 14 augustus 2020 heeft verbalisant [naam verbalisant 1] een proces-verbaal van bevindingen opgemaakt waarin zij relateert dat zij op de beelden van het pinnen gezien heeft dat dit de verdachte [verdachte] was. Verbalisant zag dit aan zijn postuur, huidskleur en manier van vermommen.36

Parketnummer 03.218589.20

Feit 2: diefstal in Maastricht op 12 augustus 2020

Op 12 augustus 2020 doet mevrouw [benadeelde 2] aangifte. Zij verklaart dat

dat zij op 12 augustus 2020 om 10:30 uur onderweg was naar de Brusselsepoort te Maastricht. Plots stopte er ter hoogte van de laad- en losplek voor vrachtwagens naast de Brusselsepoort een personenauto. Aangeefster weet niet welk type en model, maar dacht dat het een bruine personenauto was, hij had vier deuren en het was een normaal model. De deur van de bijrijder werd geopend door de bestuurder van de auto. "Wilt u instappen, mevrouw wilt u instappen" zei de bestuurder van deze auto. Ze vond dat de man dit zei op een dreigende toon. Hierna zei de man: "Ik zou maar instappen als ik u was". Ze werd toen bang en is op de bijrijdersstoel gaan zitten. Er zat een vrouw op de achterbank. De auto was rommelig van binnen. Ze is de auto enkel ingestapt, omdat ze bang was. Ze werd bang van de dreigende toon waarmee de man sprak en de man keek erg boos. Ze voelde zich erg bedreigd. De man reed door heel Maastricht heen. Ze denkt om haar te desoriënteren. Ze is op veel plekken geweest, maar ze kan niet zeggen waar. Tijdens het rijden vertelde de man haar een verhaal dat ze zoveel aan het discrimineren waren. Hij probeerde een praatje met haar te maken. Ze merkte dat de man zich aan het ergeren was. Ze zag dat ze langs het winkelcentrum in Belfort reden en in de richting van Daalhof reden. De man gaf tijdens het rijden een soort pinkastje waar je geldzaken mee regelt, aan de vrouw die achterin zat. Dit gebeurde allemaal heel stiekem. De man heeft nog een stuk doorgereden en parkeerde de auto vervolgens in een wijk naast een struik. Ze kon daar niet overheen kijken. De man zei vaak tegen aangeefster dat er zo een man zou komen en die zou haar iets vragen. Vervolgens zei de man tegen haar: "Ik wil je pasje". De man zei dit op dreigende toon. Ook vroeg de man haar ID-kaart. Ze heeft haar pasje en de ID-kaart aan de man gegeven. Ze vroeg aan de man waarom ze deze spullen niet terugkreeg. De man zei: “U krijgt dit terug als wij u dit terug geven.” De vrouw zei: “Het is zo gebeurd hoor”, maar dit was niet het geval. De man is uitgestapt en is zeker twintig minuten weggebleven. Ze wist niet waar ze was, ze zag nog wel iemand wegrijden en dacht: “God, kon maar iemand de politie bellen voor me.” Ze had dit gevoel omdat ze dacht: “Er gaat zo iets gebeuren.” Ze dacht al dat ze geld van haar rekening af gingen halen. Ze voelde de druk van de man en vrouw en wilde heel graag geholpen worden, maar die hulp kwam niet. De man kwam vervolgens terug en de man zei: "Die man is nog niet geweest dus ik ga maar weer". Hij zou haar ergens afzetten. Ze zijn toen naar het einde van de Brusselsepoort gereden, zodat zij weer verder konden naar de snelweg. Ze is uitgestapt rond 11:50 uur en is toen direct naar het SNS-kantoor gelopen. Hier kwam ze erachter dat er 220 euro afgeschreven was. Er is niet aan haar verteld waar dit geld afgenomen is. Ze heeft hier nooit toestemming of het recht voor gegeven.

Ze kan de man omschrijven als:

- donkerbruine tint. Dit was meer een tint door de zon, geen tint van afkomst;

- Iets gezet, niet dik maar een klein buikje;

- ongeveer 183 cm lang;

- Circa 40 jaar oud;

- Donker krullend haar, tot net voorbij de oren;

- Droeg geen bril, maar toen hij de auto uit kwam deed hij een mondkapje op, deed een dik gebreide zwarte muts op en een bril op. De bril had een weerspiegeling. De glazen

waren geel gekleurd. Het mondkapje was wit/blauw. Een doktersachtig mondkapje droeg hij tot over de neus; Droeg een t-shirt, wit dacht ze; De man rookte. De man vroeg aan haar of ze een sigaret wilde;

- De man sprak met een Haags accent.

Ze kan de vrouw omschrijven als: Blond lang haar tot aan de ellebogen. Ze droeg het haar los naar achteren; Redelijk lang; Circa 28 jaar oud; blanke huidskleur; Normaal postuur; De vrouw rookte; Lichte kleur lippenstift; Verzorgde vrouw; De vrouw sprak niet echt dus ze weet niet welk accent ze had.

De man en vrouw zijn nadat ze uitstapte weggereden. Ze heeft toen het kenteken gelezen. Het kenteken was een Nederlands kenteken bestaande uit de letter en cijfercombinatie

[kenteken 4] .

Ze heeft nooit haar pincode gegeven en draagt ook geen geschreven briefje bij zich waar haar pincode op staat.37

Op 13 september 2020 heeft [naam getuige 1] verklaard dat hij het kenteken [kenteken 4] dat behoort bij een Ford Focus en dat op zijn naam staat, op zijn naam heeft gezet op verzoek van [naam 6] / [naam 7] die hij herkent als [verdachte] .38

Verbalisant [naam verbalisant 1] heeft op 26 september 2020 een proces-verbaal opgemaakt waarin zij relateert dat zij de op 12 augustus 2020 opgenomen beelden van de supermarkt de [winkel 2] te Belfort en de SNS-bank heeft bekeken. Aan de typische wijze van lopen en zijn postuur ziet verbalisant [naam verbalisant 1] dat het verdachte [verdachte] zou betreffen die daarop te zien is.39

Parketnummer 03.218589.20

Feit 7: diefstal in Eindhoven op 24 augustus 2020

Op 1 september 2020 doet de heer [benadeelde 7] aangifte. Hij verklaart dat een persoon hem heeft opgelicht door zich anders voor te doen dan hij dacht dat deze persoon was. Hij heeft hierdoor geld betaald aan deze persoon. Als hij had geweten dat het niet de persoon was die hij dacht, dan had hij dit niet gedaan. Hij is opgelicht voor een bedrag van totaal 2.000 euro. Op donderdag 24 augustus 2020 om 10.00 uur wilde hij een kop koffie gaan drinken aan het St. Trudoplein in Eindhoven. Hij is met de auto naar het St Trudoplein gereden. Toen hij zijn auto parkeerde, stopte er een auto naast hem met in de auto een man en een vrouw op de bijrijdersstoel, beiden met een buitenlands uiterlijk. De vrouw die op de bijrijdersstoel zat, draaide het raam open en vroeg hem op hulp. Ze zei dat ze buitenlandse was en illegaal in Nederland was. De vrouw was erg overstuur. De vrouw zei dat er voor haar een pakje klaar lag bij de MediaMarkt. Zij zou dit pakje niet zelf kunnen ophalen, omdat zij illegaal was in Nederland. Als er iemand met een Nederlandse bankpas 5,40 euro kon betalen, kon ze het pakje afhalen. De man achter het stuur vroeg of aangever mee wilde rijden naar de MediaMarkt om ervoor te zorgen dat alles goed zou gaan en dat zij het pakje konden afhalen. Aangever wilde deze mensen graag helpen. Hij is daarom bij de man en vrouw in de auto gestapt en ze zijn naar de stad gereden. De man zei dat de vrouw zijn nicht was die in Kerkrade woonde. Beiden spraken gebroken Nederlands. Toen hij in de auto zat hoorde hij de man zeggen dat hij een apparaatje had waar aangever zijn bankpas tegenaan moest houden zodat men in de winkel kon zien dat het een Nederlands pasje was. Het pakje zou dan vrijgegeven worden en konden ze het pakje ophalen. Hij heeft daarom zijn bankpasje aan de vrouw gegeven. Hij heeft hierna vergeten zijn bankpasje meteen terug te vragen. Hierna hebben ze hem op de parkeerplaats bij de Jumbo achter de MediaMarkt laten uitstappen, ze zijn ook allebei uitgestapt. De man zei: “We zijn zo terug en dan rijd ik u terug naar uw auto.” Even later kwam de man alleen terug. Hij hoorde hem zeggen dat het nog even kon duren omdat zijn vrouw in de rij stond te wachten. Aangever zag dat de man weg liep. De man is tussendoor nog een keer teruggekomen. Toen vertelde hij hem dat hij in Den Haag woonde. Hij heeft van beiden nooit de naam gehoord. De man kon veel over Albanië vertellen. Toen de man en de vrouw uiteindelijk terug kwamen liet de man hem weten dat het was gelukt. Tijdens de autorit naar de auto van aangever maakten de man en de vrouw veel ruzie. Toen beiden met elkaar in discussie waren in hun moedertaal klonk het wel als een taal die uit het Oostblok komt, het was duidelijk een Slavische taal. De man heeft aangever afgezet bij zijn auto. Toen bedacht aangever zich dat de man zijn bankpasje nog had. Hij heeft toen zijn bankpasje teruggevraagd en ook teruggekregen.

Toen hij later een kop koffie ging drinken en wat geld wilde pinnen, zag aangever dat hij in de min stond op zijn bankrekening. Dat kon helemaal niet. Hij had net zijn AOW gebeurd. Ze hebben in totaal 2.000,00 euro van zijn rekening afgehaald. 1.200,00 euro bij de MediaMarkt en 800,00 euro bij een andere winkel.

Aangever kan de man als volgt beschrijven: blanke man, heel licht getint, Oostblok type, ongeveer 30 á 35 jaar oud, 175 centimeter groot met een normaal postuur, liep iets voorover gebogen, kort, donkerblond haar, was glad geschoren, droeg een joggingbroek met een soort sport jasje, beide grijsachtig van kleur.

Aangever kan de vrouw als volgt beschrijven: maximaal 170 centimeter lang, Blank, licht getint, iets donkerder dan de man, 27 á 30 jaar oud, droeg een zonnebril met grote donkere glazen, heel donkerblonde haren tot op haar schouders, vrij slank postuur, donker gekleed met een kort jasje lichter van kleur.

De auto kan aangever beschrijven als een donkergroene auto met kenteken [kenteken 6] .

Hij heeft zowel de man als de vrouw zijn pincode van zijn bankpas niet afgegeven.40

Op 5 september 2020 heeft verbalisant Van Sleuwen een proces-verbaal van bevindingen opgemaakt waarin zij relateert dat zij telefonisch contact heeft opgenomen met de MediaMarkt in Eindhoven met de vraag of er beelden waren van de transactie van 1210 euro die op 24 augustus plaatsvond. Ze hoorde de beveiligingsbeambte van de MediaMarkt in Eindhoven zeggen dat de vrouw, die op de camerabeelden van 24 augustus 2020 te zien was, precies voor 1210 euro had gepind en dat ze een Iphone en twee doosjes Airpods had afgerekend. Op de copy factuur zag verbalisant de volgende bijzonderheden:

- Apple - Airpods with charging case a 139 euro, serienummer [nummer 1]

- Apple - Airpods with charging case a 139 euro, serienummer [nummer 2]

- Apple - Iphone 11 256 GB Black a 932 euro, serienummer [nummer 3]

Verbalisant zag dat er betaald was met Maestro pin, transactienummer [nummer 4] , autorisatiecode [nummer 5] .41

Op 20 september 2020 heeft verbalisant [naam verbalisant 1] een proces-verbaal van bevindingen opgemaakt waarin zij relateert dat zij op 20 september 2020 de beelden heeft bekeken die door de politie Eindhoven zijn gevorderd en veilig gesteld bij de ING-bank en de MediaMarkt te Eindhoven.

Op de beelden van de MediaMarkt ziet verbalisant dat [naam medeverdachte] de winkel in loopt. Zij herkent haar duidelijk terug ondanks dat zij een zwart mondkapje over haar gezicht heeft. Omdat zij vanaf oktober 2019 doende is met een onderzoek naar zogenoemde "babbeltrucs" waarbij zwakbegaafden, bejaarden en hoogbejaarden mensen steeds het slachtoffer zijn en [naam medeverdachte] in deze zaken vaak gebruik maakt van de bankpassen van deze aangevers/slachtoffers weet verbalisant hoe zij eruit ziet en hoe ze loopt.

Op 23 augustus 2020 is [naam medeverdachte] samen met [verdachte] op heterdaad aangehouden in Maastricht. Er is een jas in de groene Ford Focus voorzien van kenteken [kenteken 6] waar ze op dat moment gebruik van maakten aangetroffen. Deze jas vertoont zeer grote gelijkenissen met de jas die [naam medeverdachte] draagt in de

MediaMarkt te Eindhoven. Tevens vertelt de aangever [benadeelde 7] in zijn aangifte dat hij niet weet van welk merk de auto is maar dat het een donkergroene was met het

kenteken [kenteken 6] .

Vervolgens heeft zij de beelden van de ING-bank bekeken. De beelden zijn van een afstand via een camera vanaf de gevel opgenomen. Ze ziet verschillende mensen lopen maar er

valt verbalisant meteen een man op die gaat pinnen. Hij valt op omdat hij gelijkenissen vertoont met de manier van lopen c.q bewegen en het postuur van de verdachte [verdachte]

. Op het moment dat hij voor de pinautomaat staat, slaat hij zijn benen over elkaar. Dit gedrag vertoont hij ook bij de pinautomaat te Maastricht. De man die gelijkenissen vertoont met de verdachte [verdachte] heeft lichtkleurige ietwat blauwige schoenen, een grijze broek, een donkergekleurde c.q. zwarte jas met capuchon aan en beige hoedje/petje op. Op de beelden van de pinautomaat te Maastricht ( [nummer 6] ) draagt de verdachte [verdachte] lichtgekleurde c.q blauwe schoenen.42

Medeverdachte [naam medeverdachte] heeft op 1 maart 2021 verklaard dat zij naar de MediaMarkt is geweest en de goederen heeft gekocht. Die heeft ze aan de man gegeven en ze heeft daar een geldbedrag voor gekregen. De 800 euro is gepind door de man. Zij en het slachtoffer zaten in de auto. Ze weet niet waarom de man is gaan pinnen. De afspraak was dat zij ging pinnen en ze weet niet waarom hij ging pinnen.43

Ter terechtzitting van 20 april 2021 heeft getuige [naam medeverdachte] verklaard dat zij dit feit samen met de verdachte heeft gepleegd.

Parketnummer 03.218589.20

Feit 4: diefstal in Kerkrade op 28 augustus 2020

Op 28 augustus 2020 doet mevrouw [benadeelde 4] aangifte. Zij verklaart dat zij op 28 augustus 2020 omstreeks 09.15 uur alleen liep op de [adres 8] te Heerlen. Ze was onderweg naar de bushalte, toen ze zag dat er een grijze auto stopte langs de kant van weg. Het merk van de auto weet ze helaas niet. Ze zag wel dat de auto vier deuren had.

Ze zag dat er twee mensen in de auto zaten. Achter het stuur zat een man en naast hem zat een jong meisje. Aangeefster zag dat het meisje de deur van de auto opende en de man boog zich over het meisje heen en vroeg aan haar of zij de weg wist naar de Action winkel want die waren ze aan het zoeken. Ze zei dat ze dat wel wist en ze wilde hun de weg wijzen.

De man vroeg echter of ze wilde instappen om hem de weg te wijzen, daarna zou hij haar naar Heerlen brengen. Ze is toen ingestapt.

Ze is voorin de auto gaan zitten en het meisje ging achterin zitten. De man zei opeens dat hij niet naar de Action moest, maar dat hij ergens in Kerkrade op Spekholzerheide moest zijn. Hij moest daar boeken halen voor de dochter. Die boeken waren besteld. Aangeefster is gewoon meegegaan omdat de man zei dat hij haar later naar Heerlen zou brengen. Ze zijn langs de RD4 gereden en op een gegeven moment zijn ze linksaf gegaan. Daar stopte de man en hij zei dat hij hier de boeken moest halen. Hij stapte uit en liep weg. Niet lang daarna kwam hij weer terug en ze hoorde dat de man zei dat hij te weinig geld had en dat hij niet kon pinnen want hij had geen pinpas.

Hij vroeg aan aangeefster of ze haar pinpas even wilde geven zodat hij de 3,50 euro kon pinnen voor de boeken van zijn dochter. Aangeefster heeft hem de pinpas gegeven en zag dat de man de pinpas in de auto in een apparaatje deed. Hij vroeg haar de pincode en zij gaf hem die. Ze zag dat de man de code intoetste. Daarna gaf hij haar het pasje weer terug.

Ze hoorde toen dat de man zei dat hij niet op de juiste plek was om de boeken te halen en dat hij nog naar Simpelveld moest. Ze zijn naar Simpelveld of Bocholtz gereden. De man heeft de auto ergens gestopt en ze is met het meisje uitgestapt en hebben daar een beetje rondgelopen. Niet veel later komt de man weer terug en hij was aan het schelden dat hij een boete had gekregen omdat hij de gordel niet om had. Het viel aangeefster op dat hij overal goed de weg wist. Hij had namelijk verteld dat hij uit Holland kwam en hij sprak ook heel goed Nederlands maar wel met een accent. Wat voor accent weet aangeefster niet. De man heeft aangeefster daarna naar winkelcentrum het Loon in Heerlen gebracht en afgezet bij de parkeerplaats van de Aldi aan de achterkant van het Loon.

Toen ze uitstapte zag ze dat de man nog aan het zwaaien was en ze kreeg er een raar gevoel bij. Aangeefster is toen meteen naar de bank gegaan. Bij de bank hoorde ze dat er 1.000 euro van haar bankrekening was gepind om 10.44 uur op een geldautomaat in de [straat 19] te Kerkrade. Een uitdraai van de bank is door aangeefster overgelegd.

De man heeft haar van alles verteld, hij zou veel geld hebben, zijn vrouw zou in verwachting zijn en zou vandaag of morgen de baby krijgen. Ook heeft hij haar foto’s laten zien van zijn bedrijf, een groot autobedrijf. Ze vindt het vreselijk dat haar dit is overkomen en is helemaal ondersteboven van. Ze kan niet meer alles terughalen wat er nu precies gebeurd is.

De man was

-1.80 m lang ongeveer

-ongeveer 38 a 40 jaar oud

-blank

-nette knappe man

-donkere krullende korte haren

-kleding en schoenen onbekend

Het meisje

- 18 a 19 jaar oud

- ongeveer 1.65/1.70 m lang

- halflang donker haar met slag.44

Op 20 september 2020 heeft verbalisant [naam verbalisant 1] een proces-verbaal van bevindingen opgemaakt waarin zij relateert dat er op 28 augustus 2020 om 10.44 uur gepind is met de bankpas van aangeefster [benadeelde 4] op de [straat 19] te Kerkrade. Verbalisant heeft de beelden bekeken en zag dat [naam medeverdachte] om 10.44 uur aan het pinnen is.45

Medeverdachte [naam medeverdachte] heeft op 1 maart 2021 verklaard dat ze dit is geweest. Ze zat veel op haar telefoon en kreeg dus niet zoveel mee hoe het is gegaan. Ze zat toen achterin de auto. Ze weet niet hoeveel geld ze gepind heeft.46

Ter terechtzitting van 20 april 2021 heeft getuige [naam medeverdachte] verklaard dat zij dit feit samen met de verdachte heeft gepleegd.

Parketnummer 03.218589.20

Feit 3: diefstal in Maastricht op 28 augustus 2020

Op 28 augustus 2020 doet de heer [benadeelde 3] aangifte. Hij verklaart dat hij op

28 augustus 2020 te 14:12 uur zijn boodschappen afrekende bij de [winkel 2] supermarkt gelegen in het winkelcentrum de Leim in Maastricht met het pasje van zijn Rabobank-rekening. Hij heeft het bonnetje nog en hierop kan hij zien dat het dit tijdstip betrof. Hij ging lopend met zijn boodschappenkarretje, vanuit zijn woning richting de [winkel 2] . Hij is 84 jaar en dit, boodschappen doen, is een van de weinige dingen die hij nog doet en leuk vindt om te doen. Hij weet niet hoe de straat heet waarover hij naar huis liep. Hij komt niet uit

Maastricht en weet de weg hier niet. Hij is sinds kort woonachtig hier. Kort nadat hij de [winkel 2] had verlaten, werd hij aangesproken door een man in een auto. Hij weet niet meer wat voor een auto het was of wat voor kleur hij had. De man zei tegen hem dat hij hem naar huis wilde brengen. Hij weet niet meer waarom maar hij is ingestapt. In de auto bevond zich ook zijn dochter. Hij zei tegen aangever dat hij van Tsjechisch afkomst was en al lang in Nederland was. Zijn dochter zou studeren in Maastricht en ze hadden geld nodig. Aangever bevond zich naast de man in de auto. Zijn dochter zat op de achterbank. Ze zijn een heel stuk gaan rijden. Aangever vond het zielig voor de dochter en heeft overwogen om een geldbiljet van 5 euro te geven voor zijn dochter. Hij weet niet meer of hij zijn beurs uit zijn zak heeft gehaald. Hij weet ook niet meer of hij de pincode van zijn pasje heeft gegeven aan hen, dit zou best kunnen. Zijn ING-pasje gebruikt hij nooit en hiervan weet hij ook niet de pincode. Hij gebruikt altijd zijn Rabobank-pas.

De verbalisanten namen telefonisch contact op met zijn stiefdochter [naam 10] en zij zei tegen hen dat er om 14:45 uur een bedrag van 1.150 Euro was afgehaald van de Rabobank-rekening.

Aangever wordt medegedeeld dat er om 14.45 uur een bedrag van 1150 euro van zijn rekening is afgenomen. Hier snapt hij niets van en hij kan zich dit niet herinneren. Hij vindt dit heel erg. Hij weet wel zeker dat hij niemand hiervoor toestemming heeft gegeven.47

Op 29 september 2020 heeft verbalisant [naam verbalisant 1] een proces-verbaal van bevindingen opgemaakt waarin zij relateert dat zij de beelden van de pintransactie waarbij de pinpas van de aangever [benadeelde 3] werd gebruikt bij het winkelcentrum de Leim te Maastricht heeft bekeken. Zij ziet daarop de haar bekende [naam medeverdachte] die op 28 augustus 2020 te 14.46.58 uur staat te pinnen.48

In het proces-verbaal observatie d.d. 28 augustus 2020 wordt het volgende gerelateerd door verbalisanten dat zij op 28 augustus 2020 tussen 11.20 uur en 14.53 uur hebben geobserveerd.

- 11:20 uur

Verbalisant zag dat de Ford [kenteken 7] geparkeerd stond aan de zijkant van de weg op de Ir. Bogurtstraat te Heerlen. Hij zag dat er twee inzittenden in het voertuig zaten. Hij zag dat er een man met een groen T-shirt aan de bestuurderszijde zat en een vrouw met witte bovenkleding en een witte pet aan de bijrijderszijde.

- 11:30 uur

Verbalisant zag dat de vrouw richting de Ford [kenteken 7] liep en als bijrijder instapte. Hij herkende deze vrouw als zijnde: [naam medeverdachte] .

- 11:40 uur

Hij zag dat de man hem voorbij kwam gelopen en herkende de man als zijnde: [verdachte] .

- 14:34 uur

Verbalisant zag dat de Ford [kenteken 7] stopte op de Dorpstraat te Maastricht. Hij zag dat het tweetal vanuit de auto een bejaarde man met een boodschappen trolley aansprak. Hij zag dat [naam medeverdachte] uitstapte en de trolley afpakte van de bejaarde man en dat ze deze snel in de kofferbak van de Ford [kenteken 7] legde. Hij zag dat de man onder lichte dwang door [naam medeverdachte] als bijrijder in de Ford [kenteken 7] werd gezet. Hij zag dat [naam medeverdachte] achter in het voertuig stapte en dat de Ford [kenteken 7] weer vertrok.

- 14:43 uur

Hij zag dat de Ford [kenteken 7] stopte op de Akersteenstraat en dat [naam medeverdachte] uitstapte en richting de pinautomaten liep. Hij zag dat [verdachte] en de bejaarde man in de Ford [kenteken 7] bleven zitten.

- 14:45 uur

Hij zag dat [naam medeverdachte] een bankpas van de Rabobank vast had en hiermee pinde bij de pinautomaat bij Beter Horen aan de Akersteenstraat. Hij zag dat ze na de pintransactie meerdere bankbiljetten van 50 euro uit de automaat trok. Hij zag dat ze vervolgens met het geld terug naar de Ford [kenteken 7] liep en hier instapte.

- 14:49 uur

Verbalisant zag dat de Ford [kenteken 7] wegreed.

- 14:51 uur

Verbalisant zag dat de Ford [kenteken 7] stopte op de Burgemeester Kessensingel. De bejaarde man stapte hier uit de auto en bleef achter. De Ford [kenteken 7] reed weer verder.

- 14:52 uur

Op de Dorpstraat hebben verbalisanten de Ford [kenteken 7] als rijdend overgedragen aan collega's. Verbalisant hoorde dat zij achter de Ford [kenteken 7] reden en op dat moment een stopteken gaven.49

Medeverdachte [naam medeverdachte] heeft op 1 maart 2021 verklaard dat zij het is geweest en dat die meneer de bankpas zelf heeft gegeven. Wat eraan vooraf is gegaan weet ze niet meer precies.50

De verdachte heeft verklaard dat hij met de heer [benadeelde 3] de afspraak had gemaakt om geld te lenen. Deze verklaring legt de rechtbank naast zich neer. Niet alleen strookt dit niet met de aangifte, maar ook valt niet in te zien waarom deze 84-jarige man aan een hem onbekend persoon een dergelijk geldbedrag zou lenen. Daarbij is uit gesprekken die verbalisanten op 6 september 2020 met aangever, zijn vrouw en dochter hebben gehad niet gebleken van enig contact.

Ter terechtzitting van 20 april 2021 heeft getuige [naam medeverdachte] verklaard dat zij dit feit samen met de verdachte heeft gepleegd.

De overwegingen van de rechtbank

Kenmerkend voor de feiten die, naar zeggen van [naam medeverdachte] , verdachte samen met haar zou hebben gepleegd is dat de gevolgde modus operandi telkens langs dezelfde lijnen verloopt. Op leeftijd zijnde mensen worden onverhoeds op straat benaderd en aangesproken door een bestuurder of bijrijdster ( [naam medeverdachte] ) van een auto. Er wordt dan om hulp gevraagd en de mensen worden bewogen in te stappen. In de auto wordt vervolgens een meelijwekkend verhaal verteld dat er toe moet leiden dat, bij wijze van hulp, een kleine moeite wordt gedaan en/of een klein bedrag wordt gepind. En dit laatste dan vaak voor het verkrijgen van boeken of een laptop ten behoeve van de studie van de bijrijdster. Bij de feiten die ten laste zijn gelegd als diefstal met een valse sleutel is dan te zien dat zodra van de mensen verlangd wordt dat zij een klein bedrag pinnen, hen vervolgens wordt verzocht om hun pinpas tegen een mobiel pinapparaat aan te houden danwel hun pinpas met pincode af te staan.

Hetgeen onder feit 2 en onder feit 9 van parketnummer 03.218589.20 is ten laste gelegd, is niet aan [naam medeverdachte] ten laste gelegd. De gevolgde modus operandi doet echter vermoeden dat het hier wel dezelfde mannelijke dader betreft.

En is die mannelijke dader van al de feiten dan deze verdachte geweest?

Daar waar het de feiten 1 en 2 van parketnummer 03.022264.20 en de feiten 1, 3, 4, 6, 7, 8, en 10 van parketnummer 03.218589.20 betreft, beantwoordt de rechtbank die vraag bevestigend. Er is immers sprake van een getuigenverklaring van [naam medeverdachte] die, kort gezegd, inhoudt dat zij deze feiten samen met de verdachte heeft gepleegd.

De raadsvrouw heeft wel aangevoerd dat de verklaring die [naam medeverdachte] ter terechtzitting heeft afgelegd onbetrouwbaar en ongeloofwaardig is, maar de rechtbank stelt vast dat [naam medeverdachte] in haar verklaring niet alleen verdachte, maar ook zichzelf belast en dat haar verklaring op onderdelen bovendien bevestiging vindt in andere bewijsmiddelen. Dit maakt het dat de rechtbank geen reden heeft te twijfelen aan de juistheid van deze verklaring.

Gelet op de gevolgde modus operandi bij de feiten 2 en 9 van parketnummer 03.218589.20, de bij die feiten naar voren komende auto’s met kentekens die, via de verklaring van [naam getuige 1] , aan de verdachte kunnen worden gelinkt en de herkenning van de verdachte op de beelden heeft de rechtbank ook de overtuiging dat de verdachte de dader is geweest van deze feiten.

Hetgeen dan resteert, is de diefstal van de mobiele pinautomaat (feit 3 van parketnummer 03.022264.20) en de diefstal ten laste gelegd onder feit 11 van parketnummer 03.218589.20.

De rechtbank is van oordeel dat de diefstal van het pinautomaat bewezen kan worden verklaard, gelet op de bij de beschrijving van dit feit opgenomen bewijsmiddelen. De verdachte is die dag in de winkel geweest en de wegneemhandeling is op de camerabeelden te zien. De rechtbank acht het onaannemelijk dat de verdachte iets anders heeft weggenomen dan de gestolen pinautomaat.

De diefstal ten laste gelegd onder feit 11 kan ook bewezen worden verklaard.

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat de verklaring die [naam getuige 1] hierover heeft afgelegd onjuist en onbetrouwbaar en ongeloofwaardig is. De rechtbank stelt evenwel vast dat [naam getuige 1] in zijn verklaring niet alleen verdachte, maar ook zichzelf belast. Zijn verklaring vindt bovendien bevestiging in de camerabeelden die verbalisant [naam verbalisant 1] heeft bekeken. De rechtbank acht de verklaring van [naam getuige 1] dan ook betrouwbaar en geloofwaardig en ziet geen reden deze van het bewijs uit te sluiten.

De rechtbank heeft zich in het licht van het arrest van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in de zaak Keskin en het post-Keskin-arrest van de Hoge Raad ambtshalve nog gebogen over de vraag of aan de verdediging alsnog de gelegenheid moet worden geboden aangevers te horen. De rechtbank zal hier niet toe overgaan. De rechtbank betrekt hierbij dat geen van de aangevers verdachte [verdachte] direct belast heeft. Bovendien bestaat bij de rechtbank het gegronde vermoeden dat het horen van de getuigen (mede gelet op leeftijd en impact van het feit) de gezondheid of het welzijn van de getuigen kan schaden.

De rechtbank merkt in dit verband overigens nog op dat de verklaringen van de aangevers niet als “sole or decisive” in het licht van de rechtspraak van het EHRM dienen te worden beschouwd, nu er immers steeds sprake is van steunbewijs.

Gezien het bovenstaande is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van een situatie waarin moet worden geoordeeld dat door het niet horen van de aangevers het proces als geheel niet meer eerlijk zou zijn verlopen.

Parketnummer 03.218589.20

Feiten 5, 12 en 13

Op 28 augustus 2020 hebben verbalisanten [naam verbalisant] en [verbalisant] een proces-verbaal van bevindingen opgemaakt waarin zij relateren dat zij op 28 augustus 2020 om 14:50 uur de opdracht kregen om de inzittenden van een groene Ford Focus met kenteken [kenteken 6] aan te houden. Toen zij op de kruising Einsteinstraat met de Dorpstraat in Maastricht stonden, zagen zij de groene Ford aan komen rijden. Zij zagen dat de groene Ford stil ging staan ter hoogte van de aldaar gelegen Kruidvat en dat de Ford aansloot bij een aldaar staande rij personenauto's die stil stond voor het rode verkeerslicht. [naam verbalisant] en [verbalisant] zijn uit hun dienstvoertuig gestapt. Verbalisant [naam verbalisant] heeft het rechter voorportier geopend en meerdere keren hard geroepen: "Politie, politie, jullie zijn aangehouden.” Hij zag dat op de bijrijdersplaats een vrouw met donkere haren zat. De bestuurder was een man met donkere haren en droeg een mondkapje. Toen verbalisant [verbalisant] bij het linker voorportier stond, heeft hij het portier geopend en riep: “Politie, je ben aangehouden”. Hij zag dat de bestuurder een man met een mondkapje op. Hij stond op dat moment in het geopende portier. Met zijn rechterarm wilde hij de contactsleutel uit het contact pakken. Hij hoorde dat de bestuurder gas gaf, dat de motor hoge toeren maakte en zag en hoorde dat de Ford vervolgens met piepende banden wegreed.

[naam verbalisant] zag dat toen de Ford wegreed [verbalisant] nog half in de auto stond en dat toen de Ford met hoge snelheid wegreed [verbalisant] het linker voorportier vasthield. [naam verbalisant] zag dat de Ford de linker weghelft opreed en met hoge snelheid in de richting van de Akersteenweg reed, dat de Ford zo kort langs de geparkeerde auto's reed dat het linker voorportier de aldaar geparkeerde auto's raakte en dichtsloeg, dat [verbalisant] geklemd zat tussen het linker voorportier van de Ford en het chassis en dat de Ford langs twee geparkeerde auto's reed met [verbalisant] ertussen geklemd. [naam verbalisant] zag vervolgens dat [verbalisant] op de grond viel en over het wegdek rolde. Toen hij in de richting van [verbalisant] rende, hoorde hij een keiharde slag en hij rende toen direct naar de plek waar hij de harde slag vandaan hoorde komen

[verbalisant] zag en hoorde dat de bestuurder van de Ford weg reed en dat de bestuurder naar de linker weghelft reed. Hij hield het portier van de Ford vast en voelde dat ze steeds sneller gingen rijden. Hij zag dat de bestuurder van de Ford naar links stuurde en zo de geparkeerde personenauto's ramde. Hij voelde dat het portier van de Ford tegen de geparkeerde auto's aankwam en dat het portier hem tegen de Ford aanduwde. Hij voelde dat de Ford nog steeds zijn snelheid aan het verhogen was. Hij schat dat zij ongeveer een kilometer of 40/50 reden. Hij zag dat er aan de linkerkant, waar de auto's geparkeerd stonden, twee parkeerplekken leeg waren. Hij heeft met kracht het portier van de Ford open geduwd en is toen van de auto weg gesprongen. Hij hoorde vervolgens een harde klap. Hij stond op en zag dat de Ford tegen een ANWB-paal tot stilstand was gekomen. Hij zag dat er twee mensen uit de Ford stapten. Hij zag dat de bestuurder wegrende in de richting van Cadier en Keer en de bijrijdster weg rende in de richting van de Burgemeester Cortenstraat.51

Op 29 augustus 2020 doet [verbalisant] aangifte. Hij verklaart dat hij op 28 augustus 2020

op de Dorpstraat te Maastricht in de rechtmatige uitoefening van zijn functie was.

Op het moment dat hij het linkervoorportier van de Ford opende zag hij dat deze bestuurder een dik postuur had, donker haar en een mondkapje droeg. Direct ging hij met zijn rechterhand naar de autosleutel in het contactslot van de Ford. Hierdoor hing hij half over de bestuurder heen. Hij voelde dat de bestuurder hem probeerde weg te duwen. Op dat moment trapte de bestuurder op het gaspedaal en reed de auto met hoge snelheid weg. Hij heeft zichzelf vastgehouden met zijn linkerarm aan het linkerportier en met zijn rechterarm ergens aan de auto of aan het dak van de auto, hij tilde zijn voeten op.
[verbalisant] is tijdens het hangen aan het portier van de Ford toen deze met hoge snelheid

probeerde te ontkomen, erg bang geweest dat hij onder de auto zou komen. Achteraf dacht hij dat het heel anders, veel slechter, met hem had kunnen aflopen. Als hij 15 meter

langer zichzelf aan de Ford had vastgehouden, had hij onder de vrachtauto gelegen die

de bestuurder van de Ford ook had aangereden.52

Op 28 augustus 2020 doet [naam verbalisant] aangifte. Hij verklaart dat hetgeen gebeurd is op 28 augustus 2020 op de Dorpstraat/Akersteenweg te Maastricht een enorme impact op hem heeft gehad. [naam verbalisant] is enorm geschrokken van het feit dat hij zag dat zijn collega [verbalisant] werd geplet tussen het voertuig van de verdachte en een aldaar geparkeerde personenauto. Hij dacht dat hij dit niet zou overleven. Achteraf viel het tot zijn grote opluchting mee. [naam verbalisant] is zelf gewond geraakt aan zijn linkerbeen. Hij heeft enorm veel geluk gehad. Hij kon namelijk nog net op tijd wegspringen om te voorkomen dat hij geraakt zou worden. Hij vreesde op dat moment voor zijn leven omdat hij dacht dat hij geplet zou worden. De verwonding die hij heeft opgelopen is een snee in zijn linkerscheenbeen.53

Op 28 augustus 2020 heeft getuige [naam getuige 2] verklaard dat zij op 28 augustus 2020 omstreeks 14.55 uur over de Akersteenweg in Maastricht reed en rechtsaf sloeg de Dorpstraat in. Juist toen zij was afgeslagen zag zij uit de tegenover gestelde richting over de Dorpstraat een groene personenauto aan komen rijden op haar weghelft. Om een aanrijding te voorkomen week zij uit naar rechts. De groene auto ontweek haar net. Zij hoorde vervolgens een flinke klap en zag de groene auto stilstaan tegen een paal op de kruising van de Dorpstraat en de Akersteenweg.54

Op 29 augustus 2020 heeft getuige [naam getuige 3] verklaard dat zij op 28 augustus 2020 om 14:30 uur/14:45 uur stilstond op de kruising Akersteenweg/ Dorpstraat voor het rode

verkeerslicht op de Akersteenweg. Voor haar stond een vrachtauto en daar achter nog een auto. Nadat de vrachtauto groen licht kreeg begon deze te rijden. Plotseling zag zij een kleine groene auto die de kruising overschoot en tegen de vrachtwagen knalde. Na de knal zag zij dat twee mensen meteen uit de groene auto stapten en heel hard wegrenden. De vrouw stapte uit vanaf de bijrijderskant en rende in de richting van de Dorpstraat. De man stapte uit vanaf de bestuurderskant en rende in de richting van Cadier en Keer. Ze schat ze beiden als dertigers. Het waren een beetje buitenlandse types.55

Op 5 oktober 2020 werd door verbalisant [naam verbalisant 8] een proces-verbaal aanrijding misdrijf opgemaakt. Zij relateert dat er op 28 augustus 2020 om 14:55 uur op de kruising van de Dorpstraat met de Akersteenweg te Maastricht een verkeersongeval heeft plaatsgevonden.

De Ford Focus met kenteken [kenteken 7] reed over de Dorpstraat in de richting van de kruising met de Akersteenweg te Maastricht. De bestuurder trachtte zich vermoedelijk aan een staandehouding van de politie te onttrekken. Hierbij raakte de Ford Focus meerdere geparkeerde voertuigen op de Dorpstraat. De Ford Focus negeerde vermoedelijk het rode verkeerslicht en verleende het verkeer rijdend op de Akersteenweg geen voorrang.

De vrachtauto met het kenteken [kenteken 8] reed over de Akersteenweg in de richting van Cadier en Keer. De vrachtauto kwam van links ten opzichte van de Ford Focus. Op genoemde kruising botste de Ford Focus tegen de rechter flank van de vrachtauto.

Vervolgens kwam de Ford Focus tot stilstand tegen een lantaarnpaal voorzien van nummer 3477.

Beide voertuigen en de lantaarnpaal raakten beschadigd ten gevolge van het verkeersongeval.56

De overwegingen van de rechtbank

De rechtbank is evenals de officier van de justitie en de raadsvrouw van oordeel dat de verdachte van de onder feit 5 primair ten laste gelegde poging doodslag dient te worden vrijgesproken, nu op basis van de bovenstaande feiten en omstandigheden onvoldoende kan worden vastgesteld of er een aanmerkelijke kans bestond dat verbalisant [verbalisant] dodelijk gewond zou zijn geraakt. De subsidiair ten laste gelegde poging tot toebrengen van zwaar lichamelijk letsel acht de rechtbank bewezen, gelet op de omstandigheid dat verbalisant een heel stuk door de auto die door de verdachte werd bestuurd, is meegesleurd. Het is een feit van algemene bekendheid dat het meesleuren van een persoon door een snel rijdende auto een groot gevaar in zich bergt op zwaar lichamelijk letsel zodra de meegesleurde persoon de auto om welke reden dan ook moet loslaten of ten val komt. Dat gevaar, die aanmerkelijke kans, heeft de verdachte op de koop toegenomen, toen hij zich wilde onttrekken aan zijn aanhouding.

De feiten 12 en 13 kunnen op grond van de bovenstaande bewijsmiddelen in onderlinge samenhang bezien eveneens wettig en overtuigend bewezen worden verklaard.

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht, na wijziging tenlastelegging, bewezen dat de verdachte

Parketnummer 03.022264.20

Feit 1

op 17 oktober 2019 in de gemeente Maastricht, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde 13] heeft bewogen tot het aangaan van een schuld, te weten het afsluiten van een telefoonabonnement,

door

-zich voor te doen als iemand van Irakese komaf die in oorlog diens legitimatiepapieren is kwijtgeraakt, en

-zich voor te doen als diens dochter die een telefoon nodig zou hebben voor schoolwerkzaamheden, en

-die [benadeelde 13] (vervolgens) heeft bewogen tot het afsluiten van een telefoon-abonnement bij Vodafone op basis van (haar) persoonlijke gegevens,

terwijl de feitelijke uitvoering van dat misdrijf niet is gelukt.

Feit 2

op 17 oktober 2019 in de gemeente Rotterdam, tezamen en in vereniging met een ander,

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde 13] heeft bewogen tot het aangaan van een schuld, te weten het afsluiten van een telefoonabonnement, door

-zich voor te doen als iemand van Irakese komaf die in oorlog diens legitimatiepapieren is kwijtgeraakt, en

-zich voor te doen als diens dochter die een telefoon nodig zou hebben voor schoolwerkzaamheden, en

-die [benadeelde 13] (vervolgens) heeft bewogen tot het afsluiten van een telefoonabonnement bij Mediamarkt op basis van (haar) persoonlijke gegevens.

Feit 3

op 4 januari 2020 in de gemeente Heerlen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een mobiele pinautomaat, toebehorende aan ‘ [benadeelde 14] ’.

Parketnummer 03.218589.20

Feit 1:

op 11 juli 2020 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, Euro 1.000,-, toebehorende, te weten aan [benadeelde 1] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, waarbij verdachte en/of zijn mededader die weg te nemen hoeveelheid geld onder hun bereik hebben gebracht door middel van valse sleutels, te weten via een bankpas op naam van bovengenoemde persoon met bijbehorende pincode.

Feit 2:

op 12 augustus 2020 in de gemeente Maastricht, tezamen en in vereniging met een ander Euro 220,-, toebehorende aan [benadeelde 2] heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, waarbij verdachte en/of zijn mededader die weg te nemen hoeveelheid geld onder hun bereik hebben gebracht door middel van valse sleutels, te weten via een bankpas op naam van bovengenoemde persoon met bijbehorende pincode.

Feit 3:

op 28 augustus 2020 in de gemeente Maastricht, tezamen en in vereniging met een ander Euro 1.150,-, toebehorende aan [benadeelde 3] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, waarbij verdachte en/of zijn mededader die weg te nemen hoeveelheid geld onder hun bereik hebben gebracht door middel van valse sleutels, te weten via een bankpas op naam van bovengenoemde persoon met bijbehorende pincode.

Feit 4:

op 28 augustus 2020 in de gemeente Kerkrade, tezamen en in vereniging met een ander,

Euro 1.000,-, toebehorende, te weten aan [benadeelde 4] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, waarbij verdachte en/of zijn mededader die weg te nemen hoeveelheid geld onder hun bereik hebben gebracht door middel van valse sleutels, te weten via een bankpas op naam van bovengenoemde persoon met bijbehorende pincode.

Feit 5 subsidiair

op 28 augustus 2020 te Maastricht, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [verbalisant] (verbalisant gedurende de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, zijnde de aanhouding van de verdachte), opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet met een door hem, verdachte, bestuurde personenauto met steeds

toenemende snelheid is (weg)gereden (kort) langs geparkeerde auto's terwijl deze

[verbalisant] het linker, geopende deurportier vast had en beklemd zat tussen de

rijdende auto en de geparkeerde auto's, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen

misdrijf niet is voltooid.

Feit 6

op 13 mei 2020 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, Euro 1.000,-, toebehorende aan [benadeelde 6] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, waarbij verdachte en/of zijn mededader die weg te nemen hoeveelheid geld onder hun bereik hebben gebracht door middel van valse sleutels, te weten via een bankpas op naam van bovengenoemde persoon met bijbehorende pincode.

Feit 7

op 24 augustus 2020 in de gemeente Eindhoven, tezamen en in vereniging met een ander, Euro 2.010,-, toebehorende aan [benadeelde 7] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, waarbij verdachte en/of zijn mededader die weg te nemen hoeveelheid geld onder hun bereik hebben gebracht door middel van valse sleutels, te weten via een bankpas op naam van bovengenoemde persoon met bijbehorende pincode.

Feit 8

op 18 oktober 2019 in de gemeente Heerlen, tezamen en in vereniging met een ander,

Euro 250,-, toebehorende aan [benadeelde 8] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, waarbij verdachte en/of zijn mededader die weg te nemen hoeveelheid geld onder hun bereik hebben gebracht door middel van valse sleutels, te weten via een bankpas op naam van bovengenoemde persoon met bijbehorende pincode.

Feit 9

op 13 december 2019 in de gemeente Maastricht, Euro 980,-, toebehorende aan [benadeelde 9] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, waarbij verdachte die weg te nemen hoeveelheid geld onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, te weten via een bankpas op naam van bovengenoemde persoon met bijbehorende pincode.

Feit 10:

op 30 december 2019 in de gemeente Sittard-Geleen, tezamen en in vereniging met een ander, Euro 700,-, toebehorende aan [benadeelde 10] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, waarbij verdachte en/of zijn mededader die weg te nemen hoeveelheid geld onder hun bereik hebben gebracht door middel van valse sleutels, te weten via een bankpas op naam van bovengenoemde persoon met bijbehorende pincode.

Feit 11:

op 23 juni 2020 in de gemeente Heerlen, tezamen en in vereniging met een ander,

Euro 10.398,98, toebehorende aan [benadeelde 11] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, waarbij verdachte en/of zijn mededader die weg te nemen hoeveelheid geld onder hun bereik hebben gebracht door middel van valse sleutels, te weten via een bankpas op naam van bovengenoemde persoon met bijbehorende pincode.

Feit 12:

op 28 augustus 2020 te Maastricht, een ambtenaar, [naam verbalisant] ,

gedurende en/of terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn

bediening (zijnde de aanhouding op heterdaad van verdachte)

heeft mishandeld door met een door hem, verdachte, bestuurde personenauto weg te rijden terwijl deze [naam verbalisant] daarbij wordt geraakt door het rechter, geopende deurportier.

Feit 13:

op 28 augustus 2020 te Maastricht als bestuurder van een personenauto (Ford Focus met kenteken [kenteken 6] ), daarmee rijdende op de dorpsstraat in de richting van de kruising met de Akersteenweg te Maastricht,

(met als doel zich te onttrekken aan de aanhouding)

- langs/tegen meerdere geparkeerde voertuigen op de Dorpsstraat is gereden en

- ( vervolgens) een bij die kruising geplaatst rood licht uitstralend verkeerslicht heeft genegeerd en

- ( daarbij) die kruising, zonder te stoppen, met nagenoeg dezelfde snelheid is opgereden en

- tegen een vrachtwagen, rijdende over de Akersteenweg, is gebotst en

- ( vervolgens) de controle over het voertuig is verloren en tegen een lantaarnpaal is gereden;

door welke gedragingen van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

Parketnummer 03.0222264.20

Feit 1:

medeplegen van poging tot oplichting.

Feit 2:

medeplegen van oplichting.

Feit 3:

diefstal.

parketnummer 03.218589.20

Feit 1:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels.

Feit 2:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels.

Feit 3:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels.

Feit 4:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels.

Feit 5 subsidiair

poging tot zware mishandeling, terwijl het misdrijf wordt gepleegd tegen een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.

Feit 6:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels.

Feit 7:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels.

Feit 8:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels.

Feit 9:

diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels.

Feit 10:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels.

Feit 11:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels.

Feit 12:

mishandeling, terwijl het misdrijf wordt gepleegd tegen een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.

Feit 13:

overtreding van het bepaalde in artikel 5 Wegenverkeerswet 1994.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

5.1

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat er sprake was van psychische overmacht zijdens de verdachte, om welke reden de ten laste gelegde feiten onder 5, 12 en 13 van het parketnummer 03.218589.20 niet aan verdachte kunnen worden verweten. De verdachte dient dan ook te worden ontslagen van alle rechtsvervolging. De verdachte is in 2018 beschoten en de dreiging bestond nog steeds, met alle stress van dien. Hij dacht dat hij werd overvallen en was zich er geenszins van bewust dat het verbalisanten waren die de portieren opentrokken. Aannemelijk is dat verdachte heeft gehandeld onder invloed van zodanige psychische drang dat hij daaraan redelijkerwijs geen weerstand kon en behoefde te bieden.

5.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat er geen sprake is van psychische overmacht, nu er geen sprake was van een van buiten komende drang waaraan verdachte redelijkerwijs geen weerstand kon bieden. De verklaring van de verdachte dat hij niet wist dat het verbalisanten waren, acht de officier van justitie niet aannemelijk.

5.3

Het oordeel van de rechtbank

Voor een geslaagd beroep op psychische overmacht is vereist dat op het moment van handelen van verdachte sprake was van een drang waaraan verdachte redelijkerwijze geen weerstand kon en ook niet behoefde te bieden. Vast moet komen te staan dat van verdachte redelijkerwijs niet gevergd kon worden dat hij zich anders zou gedragen. Op de eerste plaats moet er een dermate ernstige druk zijn dat de wilsvrijheid van de betrokkene is aangetast.

De verdediging heeft aangevoerd dat de verdachte in de veronderstelling was dat hij werd overvallen en dat hij niet wist dat het verbalisanten betrof. Ten tijde van de voornoemde ten laste gelegde feiten kon hij niet langer weerstand bieden aan zijn gevoelens van angst en onmacht.

Beide verbalisanten waren in burgerkleding. Echter naar het oordeel van de rechtbank is het onaannemelijk dat de verdachte niet heeft gehoord dat de verbalisanten riepen dat ze van de politie waren. Daarnaast zijn de aangedragen feiten en omstandigheden met betrekking tot de persoonlijkheid van de verdachte en zijn voorgeschiedenis ook niet zonder meer van dien aard dat zij een geslaagd beroep op psychische overmacht kunnen dragen. Het beroep faalt dan ook.

Verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De straffen

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren met aftrek van het voorarrest en voor het ten laste gelegde onder feit 5 subsidiair 03.218589.20 een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 12 maanden en voor feit 13 een hechtenis voor de duur van twee weken

en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van drie maanden.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft integrale vrijspraak van de tenlastelegging bepleit. Subsidiair heeft de raadsvrouw een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest bepleit met een verwijzing naar zijn persoonlijke omstandigheden: hij mist zijn vier kinderen en wil aanwezig zijn bij de geboorte van zijn vijfde kind. Hij wil zijn 78-jarige moeder graag ondersteunen. Ten slotte is hij bang zijn koopwoning te verliezen bij langere detentie. Hij wil een eigen bedrijf starten en daarom verzoekt de raadsvrouw om geen ontzegging van de rijbevoegdheid om motorrijtuigen te besturen op te leggen.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan in totaal elf diefstallen, een oplichting en een poging daartoe. Bij het leeuwendeel van deze feiten hebben de verdachte en zijn medeverdachte zich bediend van zogeheten babbeltrucs. Oudere, goedgelovige en hulpvaardige mensen zijn hierbij gedupeerd. Ernstig gedupeerd zelfs. Niet alleen hebben zij financiële schade opgelopen, maar velen zijn ook erg bang geworden en hebben hun vertrouwen in hun medemens verloren. Het vertrouwen wat zij juist zo nodig hebben, nu zij met het verstrijken der jaren meer en meer afhankelijk worden van die medemens. De verdachte wil naar zijn zeggen graag zijn bejaarde moeder ondersteunen, maar om deze oudere slachtoffers heeft de verdachte zich geenszins bekommerd. Voor hem stond kennelijk slechts zijn eigen financiële gewin voorop. Dat gewin stond zelfs zo voorop dat toen verdachte in maart 2020 van de rechtbank de gelegenheid kreeg om zijn berechting in vrijheid af te wachten, hij kort daarna wederom gelijksoortige feiten ging plegen. Dit stopte pas toen hij op 28 augustus 2020 door de politie werd aangehouden. Een aanhouding die allerminst vlekkeloos verliep. In een kennelijke poging zijn hachje te redden, deinsde de verdachte er niet voor terug om via de linkerweghelft weg te scheuren waarbij hij een verbalisant, [naam verbalisant] , verwondde en een andere verbalisant, [verbalisant] , vele meters meesleurde met zijn auto. Dat de lichamelijke schade hierbij beperkt is gebleven voor de verbalisanten mag een wonder heten. Het gedrag van de verdachte had hier ook groot lichamelijk leed kunnen veroorzaken. Het gedrag van de verdachte heeft voorts gevaar op de weg veroorzaakt, door door rood te rijden, door tegen geparkeerde auto’s aan te rijden, een tegemoetkomende auto in gevaar te brengen, tegen een vrachtauto aan te rijden en uiteindelijk tegen een lantaarnpaal te botsen.

Het behoeft geen betoog dat het gedrag van verdachte op alle fronten als egoïstisch en laakbaar mag worden gezien.

Bij het bepalen van de strafmaat heeft de rechtbank rekening gehouden met een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie, gedateerd 22 maart 2021. Daaruit volgt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor het plegen van vermogensdelicten, maar wel voor geweldsdelicten.

De rechtbank ziet in de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte geen aanleiding voor enige strafmatiging. Ook niet in de vorm van een deels voorwaardelijke straf.. Alles afwegende acht de rechtbank oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren passend en geboden met aftrek van de tijd die hij in voorarrest heeft doorgebracht.

Voorts acht de rechtbank een onvoorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen aangewezen, nu verdachte het bewezen verklaarde feit onder

5 subsidiair heeft gepleegd met een motorrijtuig dat hij op dat moment bestuurde. De rechtbank zal dan ook voor dit feit een onvoorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen opleggen voor de duur van 12 maanden.

Gelet op de omstandigheid dat het ten laste gelegde feit onder 13 van parketnummer 03.218589.20 een overtreding betreft, dient hiervoor een aparte straf te volgen, te weten hechtenis voor de duur van vier weken en een onvoorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van drie maanden.

7 De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

7.1

De vordering van de benadeelde partij

[benadeelde 1]

De benadeelde partij [benadeelde 1] vordert een schadevergoeding van € 1.450,00 ter zake van feit 1. Dit bedrag bestaat uit € 1.000,00 wegens geleden materiële schade en € 450,00 smartengeld. Daarnaast vordert mevrouw [benadeelde 1] wettelijke rente vanaf 11 juli 2020 en verzoekt zij oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

[benadeelde 2]

De benadeelde partij [benadeelde 2] vordert een schadevergoeding van € 700,00 ter zake van feit 2. Dit bedrag bestaat uit € 700,00 wegens geleden immateriële schade. Daarnaast vordert mevrouw [benadeelde 1] wettelijke rente vanaf 12 augustus 2020 en verzoekt zij oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

[benadeelde 4]

De benadeelde partij [benadeelde 4] vordert een schadevergoeding van € 1.000,00 ter zake van feit 4. Dit bedrag bestaat geheel uit materiële schade. Daarnaast vordert mevrouw [benadeelde 4] wettelijke rente vanaf 28 augustus 2020 en verzoekt zij oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

[benadeelde 7]

De benadeelde partij [benadeelde 7] vordert een schadevergoeding van € 2.000,00 ter zake van feit 7. Dit bedrag bestaat geheel uit materiële schade. Daarnaast vordert de heer [benadeelde 7] wettelijke rente vanaf 24 augustus 2020 en verzoekt hij oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

[benadeelde 14]

De benadeelde partij [benadeelde 14] , vertegenwoordigd door [naam 9] , vordert een schadevergoeding van € 538,42 ter zake van feit 3 onder 03.022264.20.

Dit bedrag bestaat geheel uit materiële schade en betreft de posten:

- Salaris [naam 9] € 356,49
- Inkomstenderving [naam 9] € 174,75
- kosten opvragen KvK uittreksel € 4,60
- reiskosten € 2,58

Vanwege de aanwezigheid van [naam 9] ter terechtzitting, is de vordering tijdens de zitting vermeerderd met een bedrag van € 199,95. Dit bedrag bestaat uit € 25,20 reiskosten en € 174,75 inkomstenderving. Het totaalbedrag aan materiële schade komt daarmee op

€ 738,37.

Daarnaast wordt de wettelijke rente vanaf 4 januari 2020 gevorderd alsmede oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

7.2

Het standpunt van de officier van justitie

Ter zake de vorderingen van [benadeelde 1] , [benadeelde 2] , [benadeelde 4] en [benadeelde 7]

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen voldoende onderbouwd zijn en hoofdelijk moeten worden toegewezen. Ook vordert zij dat de verdachte wordt veroordeeld tot betaling van de wettelijke rente en dat de schadevergoedingsmaatregel hoofdelijk wordt opgelegd.

Ter zake de vordering van [benadeelde 14]

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de ter terechtzitting uitgebreide vordering kan worden toegewezen met uitzondering van de post loonderving [naam 9] De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat deze post gematigd dient te worden, omdat de omstandigheid dat er geen pinbetalingen kunnen plaats vinden dit niet betekent dat geen andere betalingen ontvangen kunnen worden. Zij acht een bedrag van € 200,00 redelijk en billijk. Ook vordert zij betaling van de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

7.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen moeten worden afgewezen dan wel niet-ontvankelijk worden verklaard als gevolg van de door haar bepleite vrijspraak van de ten laste gelegde feiten.

Subsidiair heeft de raadsvrouw zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen te ingewikkeld zijn en daarmee een onevenredige belasting van het strafgeding opleveren ten gevolge waarvan de vorderingen niet-ontvankelijk moeten worden verklaard.

Meer subsidiair heeft de raadsvrouw ten aanzien van de vorderingen van mevrouw [benadeelde 1] en mevrouw [benadeelde 2] de stelling betrokken dat de benadeelden onvoldoende concrete gegevens hebben aangevoerd waaruit kan volgen dat er psychische schade is ontstaan. Om die reden is door de raadsvrouw, onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad d.d. 28 mei 2019 (ECLI:NL:HR:2019:793), bepleit dat deze twee vorderingen moeten worden afgewezen.

7.4

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt voorop dat de verdachte tot een straf wordt veroordeeld wegens het onder feit 1, 2, 4 en 7 ten laste gelegde en het onder feit 3 van 03.022264.20 ten laste gelegde, ten gevolge waarvan de benadeelde partijen schade stellen te hebben geleden. Dit betekent dat zij ontvankelijk zijn in hun vorderingen en de rechtbank aan een inhoudelijke beoordeling van de vordering toe komt. De rechtbank acht in dit verband een onevenredige belasting van het strafgeding niet aan de orde, nu schadeposten duidelijk zijn gedefinieerd en de verdediging in de gelegenheid is geweest om verweer te voeren.

Ter zake de vordering van [benadeelde 1]

De rechtbank komt tot het oordeel dat het gevorderde bedrag wegens materiële schade geheel moet worden toegewezen, nu dat deel van de vordering door de verdachte inhoudelijk niet is betwist en de aan deze vordering ten grondslag gelegde begroting van de schade aan haar redelijk voorkomt.

In weerwil van hetgeen door de verdediging is aangevoerd, acht de rechtbank ook het gevorderde bedrag wegens geleden immateriële schade toewijsbaar. Zij overweegt daartoe als volgt.

Het is juist dat de wet slechts in limitatieve gevallen het toekennen van smartengeld toestaat.

Het recht op immateriële schadevergoeding bestaat slechts:

a. wanneer het oogmerk bestond zodanig nadeel toe te brengen (het oogmerk is gericht op smart);

b. bij lichamelijk letsel, aantasting in de eer of goede naam of aantasting van de persoon op andere wijze;

c. bij aantasting van de nagedachtenis van een overledene.

Voor de toewijsbaarheid van een vordering gebaseerd op de aantasting van een persoon op andere wijze, is volgens de Hoge Raad het uitgangspunt dat de benadeelde geestelijk letsel heeft opgelopen. Psychisch onbehagen of een zich gekwetst voelen is niet genoeg; het zal moeten gaan om een in de psychiatrie erkend ziektebeeld. Door de benadeelde zullen voldoende concrete gegevens aangevoerd moeten worden, waaruit kan volgen dat in verband met de omstandigheden van het geval een psychische beschadiging is ontstaan. Nodig is daartoe dat naar objectieve maatstaven het bestaan van geestelijk letsel is vastgesteld. Daarnaast kunnen de aard en de bijzondere ernst van de normschending en van de gevolgen daarvan voor de benadeelde, meebrengen dat van aantasting in zijn persoon op andere wijze sprake is. Het strafbare feit vormt dan een dusdanig ernstige inbreuk op een fundamenteel recht dat dit in zichzelf als aantasting van de persoon op andere wijze moet worden beschouwd. Dan kan ook zonder dat sprake is van een in de psychiatrie erkend ziektebeeld vergoeding van smartengeld aan de orde zijn. Van een aantasting in de persoon op andere wijze is echter niet reeds sprake bij de enkele schending van een fundamenteel recht (Hoge Raad 15 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:376).

De onderhavige vordering van mevrouw [benadeelde 1] is gebaseerd op de categorie aantasting van de persoon op andere wijze. Er is geen objectief bewijs geleverd voor het gestelde psychisch letsel. De rechtbank acht hier echter sprake te zijn van een situatie waarin de aard en de bijzondere ernst van het strafbare feit in combinatie met de kwetsbaarheid van het slachtoffer reeds meebrengen dat er sprake is van aantasting in haar persoon. De slachtoffers zijn nota bene op hun geringe weerbaarheid door de verdachte en zijn mededader uitgekozen. Het gevorderde bedrag komt de rechtbank ook redelijk voor en daarom acht zij ook dit deel van de vordering toewijsbaar.

De rechtbank zal de verdachte dan ook hoofdelijk veroordelen tot betaling van een bedrag van € 1.450,00, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf

11 juli 2020 tot aan de dag van algehele voldoening. Ter bevordering dat de schade ook daadwerkelijk door de verdachte aan de benadeelde partij wordt vergoed, zal de rechtbank aan de verdachte tevens hoofdelijk de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

Ter zake de vordering van [benadeelde 2]

De rechtbank komt, op basis van dezelfde overwegingen als bij mevrouw [benadeelde 1] , tot het oordeel dat ook aan mevrouw [benadeelde 2] schadevergoeding toekomt wegens geleden immateriële schade. Ook haar vordering is gebaseerd op de categorie aantasting van de persoon op andere wijze en er is geen objectief bewijs geleverd voor het bestaan van psychisch letsel, maar ook hier is er naar het oordeel van de rechtbank sprake van een situatie waarin de aard en de bijzondere ernst van het strafbare feit in combinatie met de kwetsbaarheid van het slachtoffer reeds meebrengen dat er sprake is van aantasting in haar persoon.

De rechtbank zal de gevorderde schade dan ook toewijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente over de periode vanaf 12 augustus 2020 tot aan de dag van algehele voldoening.

Ter bevordering dat de schade ook daadwerkelijk door de verdachte aan de benadeelde partij wordt vergoed, zal de rechtbank aan de verdachte tevens hoofdelijk de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

Ter zake de vordering van [benadeelde 4]

De rechtbank komt tot het oordeel dat het gevorderde bedrag geheel moet worden toegewezen, nu de vordering door de verdachte inhoudelijk niet is betwist en de aan deze vordering ten grondslag gelegde begroting van de schade aan haar redelijk voorkomt.

De rechtbank zal de verdachte daarom hoofdelijk veroordelen tot betaling van een bedrag van € 1.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf

28 augustus 2020 tot aan de dag van algehele voldoening. Ter bevordering dat de schade ook daadwerkelijk door de verdachte aan de benadeelde partij wordt vergoed, zal de rechtbank aan de verdachte tevens hoofdelijk de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

Ter zake de vordering van [benadeelde 7]

De rechtbank komt tot het oordeel dat het gevorderde bedrag geheel moet worden toegewezen, nu de vordering door de verdachte inhoudelijk niet is betwist en de aan deze vordering ten grondslag gelegde begroting van de schade aan haar redelijk voorkomt.

De rechtbank zal de verdachte daarom hoofdelijk veroordelen tot betaling van een bedrag van € 2.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf

24 augustus 2020 tot aan de dag van algehele voldoening. Ter bevordering dat de schade ook daadwerkelijk door de verdachte aan de benadeelde partij wordt vergoed, zal de rechtbank aan de verdachte tevens hoofdelijk de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

Ter zake de vordering van [benadeelde 14]

De rechtbank komt tot het oordeel dat het gevorderde bedrag geheel moet worden toegewezen, nu de vordering door de verdachte inhoudelijk niet is betwist en de aan deze vordering ten grondslag gelegde begroting van de schade aan haar niet onredelijk voorkomt.

De rechtbank zal de verdachte daarom veroordelen tot betaling van een bedrag van € 738,37, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf

4 januari 2020 tot aan de dag van algehele voldoening. Ter bevordering dat de schade ook daadwerkelijk door de verdachte aan de benadeelde partij wordt vergoed, zal de rechtbank aan de verdachte tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 36f, 45, 47, 62, 57, 300, 304, 310, 311 en 326 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 5, 177 en 179 Wegenverkeerswet.

9 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt de verdachte vrij van het ten laste gelegde onder 5 primair van parketnummer 03.218589.20;

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;

  • -

    spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezen verklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

  • -

    verklaart de verdachte strafbaar;

Straffen

  • -

    veroordeelt de verdachte voor de feiten 1, 2, 3, 4, 5 subsidiair, 6, 7, 8, 9, 10, 11 en 12 van parketnummer 03.218589.20 en de feiten 1, 2 en 3 van parketnummer 03.022264.20 tot een gevangenisstraf van vijf jaren;

  • -

    beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

  • -

    heft op het geschorste bevel voorlopige hechtenis in de zaak met parketnummer 03.022264.20;

- veroordeelt de verdachte ter zake van het bewezen verklaarde feit 5 subsidiair van parketnummer 03.218589.20 tot een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 12 maanden;

- veroordeelt de verdachte ter zake van het bewezen verklaarde feit 13 met parketnummer 03.218589.20 tot hechtenis voor de duur van vier weken en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van drie maanden;

Benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen

T.a.v. feit 1:

  • -

    veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij, [benadeelde 1] , wonende te Heerlen, te betalen € 1.450,00, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 11 juli 2020 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    bepaalt dat voor zover dit bedrag door de mededader is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

  • -

    veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;

  • -

    legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer, [benadeelde 1] , van € 1.450,00, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 11 juli 2020 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    bepaalt dat, indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 29 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;

  • -

    bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

  • -

    bepaalt dat voor zover dit bedrag door de mededader is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;

T.a.v. feit 2:

  • -

    veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij, [benadeelde 2] , wonende te Maastricht, te betalen € 700,00, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 12 augustus 2020 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    bepaalt dat voor zover dit bedrag door de mededader is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

  • -

    veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;

  • -

    legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer, [benadeelde 2] , van € 700,00, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 12 augustus 2020 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    bepaalt dat, indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 14 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;

  • -

    bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

  • -

    bepaalt dat voor zover dit bedrag door de mededader is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;

T.a.v. feit 4:

  • -

    veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij, [benadeelde 4] , wonende te Kerkrade, te betalen € 1.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 28 augustus 2020 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    bepaalt dat voor zover dit bedrag door de mededader is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

  • -

    veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;

  • -

    legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer, [benadeelde 4] , van € 1.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 28 augustus 2020 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    bepaalt dat, indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 20 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;

  • -

    bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

  • -

    bepaalt dat voor zover dit bedrag door de mededader is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;

T.a.v. feit 7:

  • -

    veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij, [benadeelde 7] , wonende te Eindhoven, te betalen € 2.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 24 augustus 2020 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    bepaalt dat voor zover dit bedrag door de mededader is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

  • -

    veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;

  • -

    legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer, [benadeelde 7] , van € 2.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 24 augustus 2020 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    bepaalt dat, indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 40 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;

  • -

    bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

  • -

    bepaalt dat voor zover dit bedrag door de mededader is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;

T.a.v. feit 3 van 03-022264-20

  • -

    veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij, [benadeelde 14] , gevestigd te Heerlen, te betalen € 738,37, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 4 januari 2020 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;

  • -

    legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer, [benadeelde 14] , van € 738,37, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 4 januari 2020 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    bepaalt dat, indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 14 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;

  • -

    bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.B. Bax, voorzitter, mr. A.M. Schutte en

mr. L.E.M. Hendriks, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L. Berkers, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 12 mei 2021.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

Parketnummer 03.218589.20

feit 1:

hij, op of omstreeks 11 juli 2020 in de gemeente Heerlen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een hoeveelheid geld, te weten Euro 1000,-, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [benadeelde 1] (zaak 10, aangifte pagina 373), heeft weggenomen

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) die weg te nemen hoeveelheid geld onder hun bereik hebben gebracht door middel van valse sleutels, te weten via een bankpas op naam van bovengenoemde persoon met bijbehorende pincode; (diefstal valse sleutel door babbeltruc)

feit 2:

hij, op of omstreeks 12 augustus 2020 in de gemeente Maastricht, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een hoeveelheid geld, te weten Euro 220,-, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [benadeelde 2] (zaak 12, aangifte pagina 455), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) die weg te nemen hoeveelheid geld onder hun bereik hebben gebracht door middel van valse sleutels, te weten via een bankpas op naam van bovengenoemde persoon met bijbehorende pincode; (diefstal valse sleutel door babbeltruc)

feit 3:

hij, op of omstreeks 28 augustus 2020 in de gemeente Maastricht, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een hoeveelheid geld, te weten Euro 1150,-, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [benadeelde 3] (zaak 13, aangifte pagina 493), heeft weggenomen

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) die weg te nemen hoeveelheid geld onder hun bereik hebben gebracht door middel van valse sleutels, te weten via een bankpas op naam van bovengenoemde persoon met bijbehorende pincode; (diefstal valse sleutel door babbeltruc)

feit 4:

hij, op of omstreeks 28 augustus 2020 in de gemeente Kerkrade, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een hoeveelheid geld, te weten Euro 1000,-, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [benadeelde 4] (zaak 14, aangifte pagina 512), heeft weggenomen

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) die weg te nemen hoeveelheid geld onder hun bereik hebben gebracht door middel van valse sleutels, te weten via een bankpas op naam van bovengenoemde persoon met bijbehorende pincode; (diefstal valse sleutel door babbeltruc)

5

hij, op of omstreeks 28 augustus 2020 te Maastricht,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

[verbalisant] opzettelijk van het leven te beroven, met dat opzet met een door hem,

verdachte, bestuurde personenauto met steeds toenemende snelheid is

(weg)gereden (kort) langs geparkeerde auto's terwijl deze [verbalisant] het linker,

geopende deurportier vast had en/of beklemd zat tussen de rijdende auto en de

geparkeerde auto's,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

( art 287 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht )

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij, op of omstreeks 28 augustus 2020 te Maastricht,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [verbalisant]

(verbalisant gedurende de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, zijnde de

aanhouding van de verdachte), opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,

met dat

opzet met een door hem, verdachte, bestuurde personenauto met steeds

toenemende snelheid is (weg)gereden (kort) langs geparkeerde auto's terwijl deze

[verbalisant] het linker, geopende deurportier vast had en/of beklemd zat tussen de

rijdende auto en de geparkeerde auto's, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen

misdrijf niet is voltooid;

( art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 304 ahf/sub 3 Wetboek van Strafrecht,

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht )

6

hij, op of omstreeks 13 mei 2020 in de gemeente Heerlen, in elk geval in

Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een

hoeveelheid geld, te weten Euro 1000,-, in elk geval enig goed, dat geheel of ten

dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te

weten aan [benadeelde 6] (zaak 9, aangifte pagina 364), heeft weggenomen

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) die weg te nemen hoeveelheid geld

onder hun bereik hebben gebracht door middel van valse sleutels, te weten via

een bankpas op naam van bovengenoemde persoon met bijbehorende pincode;

(diefstal valse sleutel door babbeltruc)

( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht,

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht )

7

hij, op of omstreeks 24 augustus 2020 in de gemeente Eindhoven, in elk geval in

Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een

hoeveelheid geld, te weten Euro 2010,-, in elk geval enig goed, dat geheel of ten

dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te

weten aan [benadeelde 7] (zaak 15, aangifte pagina 530), heeft weggenomen

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) die weg te nemen hoeveelheid geld Pagina 4

Parketnummer 03-218589-20

Naam [verdachte] .

onder hun bereik hebben gebracht door middel van valse sleutels, te weten via

een bankpas op naam van bovengenoemde persoon met bijbehorende pincode;

(diefstal valse sleutel door babbeltruc)

( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht,

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht )

8

hij, op of omstreeks 18 oktober 2019 in de gemeente Heerlen, in elk geval in

Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een

hoeveelheid geld, te weten Euro 250,-, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele

aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten

aan [benadeelde 8] (zaak 2, aangifte pagina 135), heeft weggenomen

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) die weg te nemen hoeveelheid geld

onder hun bereik hebben gebracht door middel van valse sleutels, te weten via

een bankpas op naam van bovengenoemde persoon met bijbehorende pincode;

(diefstal valse sleutel door babbeltruc)

( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht,

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht )

9

hij, op of omstreeks 13 december 2019 in de gemeente Maastricht, in elk geval in

Nederland, een hoeveelheid geld, te weten Euro 980,-, in elk geval enig goed, dat

geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)

toebehoorde, te weten aan [benadeelde 9] (zaak 5, aangifte pagina 187), heeft

weggenomen

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) die weg te nemen hoeveelheid geld

onder hun bereik hebben gebracht door middel van valse sleutels, te weten via

een bankpas op naam van bovengenoemde persoon met bijbehorende pincode;

(diefstal valse sleutel door babbeltruc)

( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht )

feit 10:

hij, op of omstreeks 30 december 2019 in de gemeente Sittard-Geleen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een hoeveelheid geld, te weten Euro 700,-, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [benadeelde 10] (zaak 7, aangifte pagina 219), heeft weggenomen

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) die weg te nemen hoeveelheid geld onder hun bereik hebben gebracht door middel van valse sleutels, te weten via een bankpas op naam van bovengenoemde persoon met bijbehorende pincode; (diefstal valse sleutel door babbeltruc)

feit 11:

hij, op of omstreeks 23 juni 2020 in de gemeente Heerlen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een hoeveelheid geld, te weten Euro 10.398,98,-, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [benadeelde 11] (zaak 11, aangifte pagina 406), heeft weggenomen

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) die weg te nemen hoeveelheid geld onder hun bereik hebben gebracht door middel van valse sleutels, te weten via een bankpas op naam van bovengenoemde persoon met bijbehorende pincode; (diefstal valse sleutel door babbeltruc)

feit 12:

hij, op of omstreeks 28 augustus 2020 te Maastricht,

een ambtenaar, [naam verbalisant] ,

gedurende en/of terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn

bediening (zijnde de aanhouding op heterdaad van verdachte)

heeft mishandeld door met een door hem, verdachte, bestuurde personenauto weg te rijden terwijl deze [naam verbalisant] daarbij wordt geraakt door het rechter, geopende deurportier;

feit 13:

hij, op of omstreeks 28 augustus 2020 te Maastricht als bestuurder van een personenauto (Ford Focus met kenteken [kenteken 6] ), daarmee rijdende op de dorpsstraat in de richting van de kruising met de Akersteenweg te Maastricht, althans een weg,

(met als doel zich te onttrekken aan de aanhouding)

- langs/tegen meerdere geparkeerde voertuigen op de Dorpsstraat is gereden en/of

- ( vervolgens) een bij die kruising geplaatst rood licht uitstralend verkeerslicht heeft genegeerd en/of

- ( daarbij) die kruising, zonder te stoppen, met nagenoeg dezelfde snelheid is opgereden en/of

- tegen een vrachtwagen, rijdende over de Akersteenweg, is gebotst en/of

- ( vervolgens) de controle over het voertuig is verloren en tegen een lantaarnpaal is gereden;

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;

Parketnummer 03.022264.20

Feit 1
hij, op of omstreeks 17 oktober 2019 in de gemeente Maastricht, in elk geval binnen het arrondissement Limburg, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen,
door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,
[benadeelde 13] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed en/of tot het verlenen van een dienst en/of tot het ter beschikking stellen van gegevens, en/of tot het
aangaan van een schuld en/of tot het teniet doen van een inschuld, te weten het afsluiten van een telefoon- abonnement / -contract,
door
-zich voor te doen als iemand van Irakese komaf die in oorlog diens legitimatiepapieren is kwijtgeraakt, en/of
-zich voor te doen als diens dochter die een telefoon nodig zou hebben voor schoolwerkzaamheden, en/of
-die [benadeelde 13] (vervolgens) heeft/hebben bewogen tot het afsluiten van een telefoon-abonnement / -contract bij Vodafone op basis van (haar) persoonlijke gegevens,
terwijl de feitelijke uitvoering van dat misdrijf niet is gelukt;

( art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )

Feit 2
hij, op of omstreeks 17 oktober 2019 in de gemeente Rotterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door
listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde 13] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed en/of tot het verlenen van
een dienst en/of tot het ter beschikking stellen van gegevens, en/of tot het aangaan van een schuld en/of tot het teniet doen van een inschuld, te weten
het afsluiten van een telefoonabonnement, door
-zich voor te doen als iemand van Irakese komaf die in oorlog diens legitimatiepapieren is kwijtgeraakt, en/of
-zich voor te doen als diens dochter die een telefoon nodig zou hebben voor schoolwerkzaamheden, en/of
-die [benadeelde 13] (vervolgens) heeft bewogen tot het afsluiten van een telefoon- abonnement / -contract bij Mediamarkt op basis van (haar) persoonlijke
gegevens;

( art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )

Feit 3
hij, op of omstreeks 4 januari 2020 in de gemeente Heerlen, in elk geval binnen het arrondissement Limburg, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een mobiele pinautomaat, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan ‘Frans 2e Hands’, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

( art 310 Wetboek van Strafrecht )

1 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie eenheid Limburg, districtsrecherche Zuid West, proces-verbaalnummer [nummer 7] , gesloten d.d. 6 oktober 2020, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 904.

2 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 31 december 2019, pag. 48.

3 Het proces-verbaal van aangifte [benadeelde 13] d.d. 22 oktober 2019, pag. 60 tot en met 64.

4 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 november 2019, pag. 101.

5 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 november 2019, pag. 87.

6 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 december 2019, pag. 117 en 118.

7 Het niet doorgenummerd proces-verbaal van verhoor verdachte [naam medeverdachte] d.d. 1 maart 2021.

8 Het proces-verbaal van aangifte [benadeelde 8] d.d. 18 oktober 2019, pag. 135 en 136.

9 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 oktober 2019, pag. 138 en 139.

10 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 december 2019, pag. 143.

11 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [naam 2] d.d. 9 december 2019, pag. 150 en 151.

12 Het proces-verbaal van aangifte [benadeelde 9] d.d. 19 december 2019, pag. 187 en 188.

13 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 1 maart 2020, pag. 204.

14 RDW-gegevens van het kenteken [kenteken 2] , pag. 277.

15 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [naam getuige 1] d.d. 21 september 2020, pag. 433 en 434.

16 Het proces-verbaal van aangifte [naam 8] d.d. 8 januari 2020, pag. 207 en 208.

17 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 januari 2020, pag. 211.

18 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 22 januari 2020, pagina 212

19 proces-verbaal van herkenning persoon door opsporingsambtenaar d.d. 22 januari 2020, pagina's 213 tot en met 217.

20 Het proces-verbaal van aangifte [benadeelde 10] d.d. 2 januari 2020 aangifte, pag. 219 en 220.

21 Het proces-verbaal van verhoor aangeefster d.d. 10 januari 2020, pag. 224.

22 Het niet doorgenummerd proces-verbaal van verhoor verdachte [naam medeverdachte] d.d. 1 maart 2021

23 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 januari 2020, pag. 226 tot en met 228.

24 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 januari 2020, pag. 231 en 232.

25 Het proces-verbaal van aangifte [benadeelde 6] d.d. 20 mei 2020, pag. 364 tot en met 367.

26 Het niet doorgenummerd proces-verbaal van verhoor verdachte [naam medeverdachte] d.d. 1 maart 2021.

27 Het proces-verbaal van aangifte [benadeelde 1] d.d. 17 juli 2020, pag. 373 en 374.

28 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 17 augustus 2020 met fotomap, pag. 383 tot en met 394.

29 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 17 augustus 2020, pag. 395.

30 Het niet doorgenummerd proces-verbaal van verhoor verdachte [naam medeverdachte] d.d. 1 maart 2021.

31 Het proces-verbaal van aangifte [benadeelde 11] d.d. 10 juli 2020 aangifte, pag. 406 tot en met 408.

32 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 31 juli 2020, pag. 411.

33 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [naam getuige 1] d.d. 21 september 2021, pag. 431 tot en met 434.

34 De vordering verstrekking beelden van beveiligingscamera’s, pag. 438.

35 De vordering verstrekking beelden van beveiligingscamera’s, pag. 440 tot en met 442.

36 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 augustus 2020, pag. 443.

37 Het proces-verbaal van aangifte [benadeelde 2] d.d. 12 augustus 2020, pag. 455 tot en met 457

38 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [naam getuige 1] d.d. 13 september 2020, pag. 433.

39 Het proces-verbaal bevindingen [naam verbalisant 1] d.d. 26 september 2020, pag. 480.

40 Het proces-verbaal van aangifte [benadeelde 7] d.d. 1 september 2020, pag. 530 tot en met 532.

41 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 september 2020, pag. 535.

42 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 22 september 2020, pag. 540.

43 Het niet doorgenummerd proces-verbaal van verhoor verdachte [naam medeverdachte] d.d. 1 maart 2021.

44 Het proces-verbaal van aangifte [benadeelde 4] d.d. 28 augustus 2020, pag. 512 en 513.

45 Het proces-verbaal van bevindingen [naam verbalisant 1] d.d. 20 september 2020, pag. 520.

46 Het niet doorgenummerd proces-verbaal van verhoor verdachte [naam medeverdachte] d.d. 1 maart 2021.

47 Het proces-verbaal van aangifte [benadeelde 3] d.d. 28 augustus 2020, pag. 493 en 494.

48 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 29 september 2020 [naam verbalisant 1] , pag. 499.

49 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 augustus 2020, pag. 559 tot en met 568.

50 Het niet doorgenummerd proces-verbaal van verhoor verdachte [naam medeverdachte] d.d. 1 maart 2021.

51 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 augustus 2020, pag. 581 en 582.

52 Het proces-verbaal van aangifte [verbalisant] d.d. 29 augustus 2021, pag. 597 en 598.

53 Het proces-verbaal van aangifte [naam verbalisant] d.d. 29 augustus 2020, pag. 599 en 600.

54 Het proces-verbaal verhoor getuige [naam getuige 2] d.d. 28 augustus 2020, pag. 655.

55 Het proces-verbaal verhoor getuige [naam getuige 3] d.d. 29 augustus 2020, pag. 605 en 606.

56 Het proces-verbaal aanrijding misdrijf d.d. 5 oktober 2020, pag. 614 tot en met 616.