Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2021:396

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
18-01-2021
Datum publicatie
18-01-2021
Zaaknummer
03/702771-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Onderzoek Hoornblende. Veroordeling ter zake deelname aan een criminele organisatie en medeplegen invoer en handel in harddrugs tot een gevangenisstraf van 25 maanden. OM niet-ontvankelijk voor feiten gepleegd in België. Redelijke termijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Strafrecht

Parketnummer: 03/702771-16

Tegenspraak (gemachtigde raadsman/raadsvrouw)

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 18 januari 2021

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens] ,

wonende te [adres 1]

Verdachte wordt bijgestaan door mr. P.M. Szymkowiak, advocaat kantoorhoudende te Maastricht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 8 en 9 december 2020. Verdachte is niet verschenen. Wel is verschenen zijn gemachtigde raadsman. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt. Op 18 januari 2021 heeft de rechtbank het onderzoek ter terechtzitting gesloten.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: heeft deelgenomen aan een criminele organisatie, die als oogmerk had het plegen van overtredingen van artikel 2 jo 10 van de Opiumwet;

feit 2: samen met anderen harddrugs heeft ingevoerd;

feit 3: samen met anderen harddrugs heeft verhandeld en/of vervoerd;

feit 4: een geldbedrag van 3.55 euro heeft witgewassen;

feit 5: opzettelijk aanwezig heeft gehad 0,62 gram cocaïne en/of 34,86 gram heroïne;

feit 6: valse/vervalste ID-bewijzen voorhanden heeft gehad.

3 De ontvankelijkheid van het openbaar ministerie

Zowel de officier van justitie als de verdediging hebben zich op het standpunt gesteld dat het openbaar ministerie partieel niet-ontvankelijk is in de vervolging van verdachte voor het onder 4, 5 en 6 tenlastegelegde, omdat deze feiten in België zouden zijn gepleegd en er geen overdracht van vervolging heeft plaatsgevonden.

De rechtbank stelt vast dat verdachte niet de Nederlandse nationaliteit bezit en zich geen van de overige situaties, als voorzien in de te dezen relevante bepalingen van titel I van het eerste boek van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) voordoet. Dat betekent dat de omvang van de werking van de Nederlandse strafwet in casu wordt bepaald door artikel 2 Sr. Ingevolge artikel 2 Sr is de Nederlandse strafwet toepasselijk op een ieder die zich in Nederland aan enig strafbaar feit schuldig maakt. Indien naast in ook buiten Nederland gelegen plaatsen kunnen gelden als plaats waar een strafbaar feit is gepleegd, is op grond van de hiervoor genoemde wetsbepaling vervolging van dat strafbare feit in Nederland mogelijk, ook ten aanzien van de van dat strafbare feit deel uitmakende gedragingen die buiten Nederland hebben plaatsgevonden. Die situatie doet zich niet voor. Dat brengt met zich dat het openbaar ministerie in zijn vervolging van verdachte voor het onder 4, 5 en 6 ten laste gelegde niet-ontvankelijk dient te worden verklaard aangezien er voor deze feiten geen overdracht van strafvervolging van de Belgische naar de Nederlandse autoriteiten heeft plaatsgevonden.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Inleiding

Op 21 september 2016 is naar aanleiding van verschillende signalen en TCI informatie het onderzoek Hoornblende gestart naar de vermoedelijke harddrugshandel van de familie [verdachte] in Weert. In het kader van dit onderzoek hebben er observaties plaatsgevonden, zijn veel telefoonlijnen getapt en is er een peilbaken geplaatst onder de zwarte Suzuki Swift met kenteken [kenteken] . Tevens heeft de politie op 3 januari 2017 een pseudokoop verricht. Dit heeft geresulteerd in de aanhouding van [verdachte] , zijn zonen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] alsmede [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 4] . Zij worden er onder andere van verdacht samen een criminele organisatie te hebben gevormd gericht op het dealen van cocaïne en heroïne.

4.2

Het standpunt van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie heeft – zoals opgenomen in het overgelegde schriftelijke requisitoir – gerekwireerd tot vrijspraak van het onder 3 ten laste gelegde en bewezenverklaring van het onder 1 en 2 ten laste gelegde.

De raadsman heeft bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 1 ten laste gelegde, nu geen sprake is van wettig en overtuigend bewijs voor het bestaan van een criminele organisatie gericht op de verkoop van harddrugs alsmede van het onder 3 ten laste gelegde, aangezien verdachtes rol niet kan worden aangemerkt als medepleger.

Subsidiair heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde slechts een beperkte periode kan worden bewezenverklaard, te weten vanaf 11 november 2016 tot en met 4 januari 2017.

De raadsman heeft zich ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank met dien verstande dat ook daarbij sprake is van de genoemde beperkte periode.

De standpunten van het openbaar ministerie en de verdediging zullen, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs nader worden weergegeven.

4.3

Het oordeel van de rechtbank 1

4.3.1

Bewijsmiddelen

De rechtbank merkt op dat de kopjes tussen de bewijsmiddelen enkel zijn bedoeld om de leesbaarheid te bevorderen en geen duidelijke scheiding vormen tussen de bewijsmiddelen voor verschillende feiten, te meer daar alles in onderling verband en samenhang bezien een rol speelt, in het bijzonder, maar niet alleen, voor de criminele organisatie.

Telefoonnummers en bijnamen

Tijdens het onderzoek zijn verschillende telefoonnummers getapt en in het proces-verbaal onderzoek telecommunicatie2 is aangegeven op basis van welke feiten en omstandigheden de politie de conclusie trekt dat een bepaald telefoonnummer door een bepaalde verdachte wordt gebruikt, wie er spreekt en wie met een bepaalde bijnaam bedoeld wordt. Gezien de inhoud van dat proces-verbaal, waarvan de conclusies door de verdediging niet betwist worden, neemt de rechtbank de conclusie van de politie, dat een bepaalde verdachte de gebruiker is van een bepaald telefoonnummer of dat een bepaalde verdachte met een bepaalde bijnaam wordt aangeduid, over en maakt deze tot de hare.

Taplijn Nummer In gebruik bij Bijnaam

TA001/TA010 [telefoonnummer 1] [verdachte]3 [verdachte]4

TA002 [telefoonnummer 2] [verdachte]5

TA006 [telefoonnummer 3] [medeverdachte 2]6 [medeverdachte 2]7

TA007/TA015 [telefoonnummer 4] [medeverdachte 1]8 [medeverdachte 1]9

TA008 [telefoonnummer 5] [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3]10

TA009 [telefoonnummer 6] [medeverdachte 4] en

[medeverdachte 1] 11

TA011 [telefoonnummer 7] [verdachte]12

TA012/TA017 [telefoonnummer 8] [medeverdachte 4]13 [medeverdachte 4]14

TA013 [telefoonnummer 9] [medeverdachte 1]15 en

familieleden

TA014 [telefoonnummer 10] [medeverdachte 1]16

TA016 [telefoonnummer 13] [medeverdachte 3]17 [medeverdachte 3] , [medeverdachte 3] ,

[medeverdachte 3] 18

TA018 [telefoonnummer 11] [medeverdachte 1]19

TA019 [telefoonnummer 12] [medeverdachte 3]20

Vanaf de tweede helft van oktober 2016 zijn er gesprekken afgeluisterd van bovengenoemde telefoonnummers. De rechtbank zal bij het weergeven van de tapgesprekken in plaats van de voormelde telefoonnummers de namen van verdachte en de medeverdachten opnemen.

20 oktober 2016

Op 20 oktober 2016 te 13:26 uur vond er een gesprek plaats waarbij [medeverdachte 2] (TA006) werd gebeld op het nummer [telefoonnummer 3] (TA006). De beller vraagt of [medeverdachte 2] hem kan helpen. [medeverdachte 2] vraagt: ‘Wat dan? De beller zegt: ‘Nosse’. [medeverdachte 2] zegt: ‘He’ en beller zegt: ‘Je weet toch de nosse, nosse ... verkoud ...’ Vervolgens spreken ze af bij de Maaspoort.21

Op 20 oktober 2016 te 20:04 uur vond er een gesprek plaats waarbij beller tegen [medeverdachte 2] (TA006) zegt dat hij hem een kleine en een iets grotere heeft gegeven. [medeverdachte 2] zegt: ‘het is gewoon allebei twintig man, ik maak die niet man”.22

21 oktober 2016

Op 21 oktober 2016 te 12:41 uur vond een tapgesprek plaats waarbij [medeverdachte 2] (TA006) werd gebeld door een onbekende beller. [medeverdachte 2] zegt tegen de beller om bij de Dillenbrug te komen en vraagt wat hij mee moet nemen. Beller antwoordt: ‘Een grote melk als je hebt’. [medeverdachte 2] antwoordt: ‘ja, ja’. De beller zegt: ‘Dan uuh ja, je weet je krijgt nog die koffie ’s van mij terug en dan doe maar een kleine koffie’. en ‘dan uuh een donker alsjeblieft’. [medeverdachte 2] antwoordt dat het goed komt. De beller zegt dat hij daar wacht.23

Op 21 oktober 2016 te 15:13 uur vond er een gesprek waarbij [medeverdachte 2] werd gebeld op het nummer [telefoonnummer 5] (TA008). De beller vraagt of [medeverdachte 2] tijd heeft en [medeverdachte 2] vraagt waar de beller is.24 Er wordt tussen [medeverdachte 2] en de beller een afspraak gemaakt om elkaar vijf minuten later te treffen vlakbij de Jumbo in de wijk Keent.25 Op 21 oktober 2016 te 15:17 uur vond er nog een gesprek plaats tussen beiden, waarbij beller afsluit met: ‘Ik ben bij de Jumbo, Oranjeplein’.26

Het observatieteam zag om 15.25 uur [medeverdachte 2] lopen, komende vanaf de Jumbo aan het Oranjeplein, in de richting van de Kruisstraat. Vervolgens liep hij vanaf de Doctor Poelsstraat in de richting van de flatgebouwen op de Laurenburg. Daar werd waargenomen dat er een contactmoment plaatsvond met [man 1] , die op de fiets zat. Nadat er kort contact was geweest, is [man 1] weggefietst.27

Op 21 oktober 2016 te 18:11 uur vond er een gesprek plaats tussen [medeverdachte 2] (TA006) en [medeverdachte 1] die gebruik maakt van het nummer [telefoonnummer 4] (TA007). [medeverdachte 2] zegt onder andere tegen [medeverdachte 1] : ‘Het loopt als water’. 28

22 oktober 2016

Op 22 oktober 2016 te 17:34 uur vond er een gesprek plaats waarbij [medeverdachte 2] (TA006) werd gebeld door een onbekende beller. In dit gesprek vraagt de beller aan [medeverdachte 2] of hij nog koffie heeft, en van die kleine melk. [medeverdachte 2] zegt dat hij de beller over een kwartiertje ziet bij de speeltuin.29

Op 22 oktober 2016 te 18:11 uur vond er een gesprek plaats tussen [medeverdachte 2] (TA006) en [medeverdachte 1] (TA007). [medeverdachte 2] zegt onder andere tegen [medeverdachte 1] : ‘He, ik word non-stop (continu) gestopt’. [medeverdachte 1] zegt hierop: ‘Goed toch!’. 30

23 oktober 2016

Op 23 oktober 2016 te 20:07 uur vond een gesprek plaats waarbij [medeverdachte 3] werd gebeld op het nummer [telefoonnummer 5] (TA008). De beller vraag waar [medeverdachte 3] is, die antwoordt dat hij in de straat is. De beller zegt: ‘Doe maar een kleintje, maakt niet uit’. [medeverdachte 3] zegt die is beter uitgekookt. De beller zegt dat het niet uitmaakt en dat hij haast heeft. De beller vraagt of [medeverdachte 3] ook twee kleintjes heeft. [medeverdachte 3] antwoordt dat hij een tientje heeft. Beller vraagt ook of [medeverdachte 3] een van vijftig heeft liggen. [medeverdachte 3] antwoordt dat het wel geen donkere is.31

24 oktober 2016

Op 24 oktober 2016 te 10:19 uur vond er een gesprek plaats, waarbij [medeverdachte 2] (TA006) werd gebeld door een onbekende beller. De beller vraagt aan [medeverdachte 2] of hij hem kan zien en of [medeverdachte 2] naar hem toe kan komen. [medeverdachte 2] zegt dat hij er over een half uurtje is en dat hij weet waar het is.32

Het observatieteam zag vervolgens dat [medeverdachte 2] omstreeks 10.43 uur vanaf de Parallelweg door de tunnel aan de Regoutstraat liep en via de Dries de Sint Josefslaan opliep. Daar werd gezien dat hij een contactmoment had met een vrouw. [medeverdachte 2] liep vervolgens de Victor de Stuersstraat in en sloeg direct af de Alphens Boostenstraat in en liep in de richting van de Kruisstraat.33

Op 24 oktober 2016 te 10:50 uur vond er een gesprek plaats, waarbij [medeverdachte 3] werd gebeld op het nummer [telefoonnummer 5] (TA008). De beller vraagt of ze kunnen afspreken en [medeverdachte 3] zegt: “Ja, bij de Jan Linders over vijftien minuten.34

Op 24 oktober 2016 te 11:02 uur vond er een gesprek plaats, waarbij [medeverdachte 3] werd gebeld op het nummer [telefoonnummer 5] (TA008). De beller vraagt waar [medeverdachte 3] is. [medeverdachte 3] vraagt of de beller weet waar de Gilde is en zegt dat hij bij Jan Linders is en dat hij naar Drakensteyn gaat. De beller zegt dat hij [medeverdachte 3] wel tegemoet komt fietsen.35

Het observatieteam zag op datzelfde moment dat [medeverdachte 3] aan kwam fietsen en de parkeerplaats van de Jan Linders supermarkt, gelegen aan de Maaspoort, op fietste. Er werd gezien dat [medeverdachte 3] daar omstreeks 11.08 uur contact had met een onbekende man en dat er een overdracht plaatsvond tussen deze man en [medeverdachte 3] . Daarna vertrok [medeverdachte 3] weer op zijn fiets in de richting van Drakensteyn. Omstreeks 11.10 uur werd gezien dat [medeverdachte 3] het fietspad bij de Gilde Opleidingen Drakesteyn in fietste richting de voorkant van de school en voor de school bleef staan. De ambtshalve bekende [man 1] , kwam naar [medeverdachte 3] toe en was kort contact tussen [medeverdachte 3] en [man 1] waarbij het leek alsof er iets werd overhandigd aan [man 1] .36

Op 24 oktober 2016 te 16:11 uur vond er een gesprek plaats waarbij [medeverdachte 2] werd gebeld op het nummer [telefoonnummer 3] (TA006). De beller vraagt aan [medeverdachte 2] of deze nog een groot pak melk voor hem kan meenemen. [medeverdachte 2] zegt dat dit wel lukt.37

Op 24 oktober 2016 te 16:14 uur vond er een gesprek plaats waarbij [medeverdachte 2] werd gebeld op het nummer [telefoonnummer 5] (TA008). De beller vraagt [medeverdachte 2] waar hij is. [medeverdachte 2] zegt dat hij naar de ‘begrafenis’ in Keent kan komen over vijf minuten.38

Het observatieteam zag [medeverdachte 2] om 16.20 uur lopen op de Sint Jozefslaan te Weert, in de richting van de Ringbaan. Aan de rechterzijde van deze weg is de begraafplaats van de wijk Keent te Weert gelegen. Er werd gezien dat [medeverdachte 2] als bijrijder in een personenauto stapte en wegreed in de richting van het station. Omstreeks 16.25 uur werd [medeverdachte 2] wederom gezien te voet in de nabijheid van de begraafplaats.39

Op 24 oktober 2016 te 16:27 uur vond er een gesprek plaats waarbij [medeverdachte 2] werd gebeld op het nummer [telefoonnummer 3] (TA006). De beller vraagt waar [medeverdachte 2] is. [medeverdachte 2] zegt dat hij net bij beller aan de deur stond, maar dat de bel het niet deed. En dat hij nu bij de ’begrafenis’ in Keent is. [medeverdachte 2] zegt dat hij nu wel even terug komt en dat de andere mensen maar moeten wachten.40

Het observatieteam zag dat [medeverdachte 2] op dat moment wederom als bijrijder instapte in een personenauto. Na ongeveer 1 minuut stapte [medeverdachte 2] weer uit de personenauto. Vervolgens werd gezien dat [medeverdachte 2] naar de achterzijde van de flats loopt aan de Laurenburg te Weert en aldaar omstreeks 16.33 uur contact had met een man.41

Op 24 oktober 2016 te 18:53 uur vond er een gesprek plaats tussen [medeverdachte 2] (TA008) en [medeverdachte 1] (TA007). [medeverdachte 2] zegt tegen [medeverdachte 1] dat de melk op is. [medeverdachte 1] zegt dat hij eraan komt.42

Op 24 oktober 2016 te 20:36 uur vond er een gesprek plaats tussen [medeverdachte 2] (TA008) en [medeverdachte 1] (TA007). [medeverdachte 2] zegt tegen [medeverdachte 1] dat hij zo aanbelt en dat hij de deur moet open doen. [medeverdachte 1] zegt dat hij niet thuis is. [medeverdachte 2] zegt dat het ‘fucking druk’ is.43

25 oktober 2016

Op 25 oktober 2016 te 16:15 uur vond er een gesprek plaats, waarbij [medeverdachte 2] met het nummer [telefoonnummer 5] (TA008) belde naar [medeverdachte 3] . [medeverdachte 2] zegt tegen [medeverdachte 3] : ‘Kom naar [naam 2] (fon), ik ben kapot. Ik ben aan het lopen, ik heb al 1300 (ntv)’. [medeverdachte 3] zegt dat [medeverdachte 2] niet zo moet praten.44

Op 25 oktober 2016 te 23:31 uur vond er een gesprek plaats, waarbij [medeverdachte 2] werd gebeld op het nummer [telefoonnummer 3] (TA006) door een vrouw. [medeverdachte 2] zegt dat ‘die’ gewoon aan staat. De vrouw vraagt of het nummer eindigt met 328. [medeverdachte 2] zegt dat het nummer is: [telefoonnummer 14] . De vrouw zegt: ‘Oké, bedankt [medeverdachte 2] ’.45

Op 25 oktober 2016 te 23:32 uur vond er een gesprek plaats, waarbij [medeverdachte 3] wordt gebeld op het nummer [telefoonnummer 5] (TA008) door een vrouw. De vrouw vraagt waar [medeverdachte 3] is. [medeverdachte 3] zegt dat hij thuis is. De vrouw zegt dat ze nu in de auto stapt en 20 minuten moet rijden.46

26 oktober 2016

Op 26 oktober 2016 te 18:52 uur vond er een gesprek plaats tussen [medeverdachte 2] (TA006) en [medeverdachte 1] (TA007). [medeverdachte 2] zegt onder andere tegen [medeverdachte 1] : ‘He! In vijftien minuten ... tachtig euro!’. [medeverdachte 1] antwoordt: ‘Ga je me nu om de tien minuten bellen?’.47

Op 26 oktober 2016 te 19:50 uur vond er een gesprek plaats, waarbij [medeverdachte 2] werd gebeld op het nummer [telefoonnummer 3] (TA006). [medeverdachte 2] zegt dat hij de telefoon gaat inleveren en dat hij dan naar beller komt. De beller zegt dat het goed is.48

Op 26 oktober 2016 om 10.02 uur vond er een gesprek plaats, waarbij [medeverdachte 3] werd gebeld op het nummer [telefoonnummer 5] (TA008) door iemand die zichzelf [vrouw 1] noemt. [vrouw 1] vraagt of [medeverdachte 3] tijd heeft om haar te zien. [medeverdachte 3] antwoordt dat hij nu in de stad is en richting station loopt. [vrouw 1] vraagt of [medeverdachte 3] iets bij zich heeft. [medeverdachte 3] zegt dat ze over 20 minuten moet bellen en dat hij dan bij de Jumbo is.49

Op 26 oktober 2016 om 10.14 uur belde [medeverdachte 3] (TA008) met een onbekende. [medeverdachte 3] vraagt of de gebelde al in de buurt is en zegt dat hij daar weg moet. Hij vraagt de gebelde om naar de Jumbo op Moesel te gaan. Gebelde zegt dat hij er over een paar minuten is. [medeverdachte 3] zegt even te wachten.50

Om 10.24 uur werd [medeverdachte 3] (TA008) nogmaals gebeld door de persoon die zichzelf [vrouw 1] noemt. [vrouw 1] zegt dat ze er staat. [medeverdachte 3] zegt dat hij op de St. Jozeflaan is en dat hij er zo is. [vrouw 1] vraagt of ze naar hem toe moet komen. [medeverdachte 3] antwoordt dat hij eerst langs die vriend van hem moet en dat hij dan naar buiten komt. [vrouw 1] vraagt: ‘Gewoon bij de Jumbo he’. [medeverdachte 3] zegt ja.51

Het observatieteam zag op 26 oktober 216 omstreeks 10.31 uur [medeverdachte 3] met een doos in zijn handen lopen over de Kruisstraat in de richting van het pand [adres 2] , waarna hij enkele minuten uit beeld was. Vermoedelijk is hij naar binnen gegaan bij [adres 2] . Om 10.41 uur werd [medeverdachte 3] met een bigshopper in zijn handen weer waargenomen op de Kruisstraat lopend in de richting van de Jumbo.52

Om 10.42 uur werd [medeverdachte 3] wederom gebeld door de persoon die zich [vrouw 1] noemt. Zij vraagt [medeverdachte 3] waar hij is. [medeverdachte 3] antwoordt dat hij er is en [vrouw 1] vraagt waar dan. [medeverdachte 3] antwoordt bij de vrachtwagen.53

Het observatieteam zag [medeverdachte 3] om 10.47 uur lopen bij de overdekte doorgang van de Jumbo.54

27 oktober 2016

Op 27 oktober 2016 te 01:46 uur vond er een gesprek plaats waarbij [medeverdachte 2] werd gebeld op het nummer [telefoonnummer 3] (TA006) door een vrouw die zichzelf [vrouw 1] noemt. [vrouw 1] vraagt: ‘Ben je aan het lopen vandaag of is [medeverdachte 3] ?’. [medeverdachte 2] zegt dat hij aan het lopen is.55

Op 27 oktober 2016 te 03:03 uur stuurt [vrouw 1] een sms-bericht naar [medeverdachte 2]

inhoudende: ‘Mijn zooitje troep geven. Dan je telefoon uit. Wil met jou niks meer te maken hebben lul. Vieze stinkzooi. Wie zien elkaar’.56

Op 27 oktober 2016 te 19:14 uur vond er een gesprek plaats, waarbij [medeverdachte 1] (TA007) werd gebeld door een ander dan de normale gebruiker van het nummer [telefoonnummer 3] (TA006), die zichzelf ‘de [naam 1] ’ noemt. De beller zegt: ‘Met [naam 1] , alles goed? Hey kan ik eentje tot morgen’. [medeverdachte 1] zegt: ‘Ja ja als je die mij geeft’. De beller zegt: ‘Ja ja ik geef die 100 %’. [medeverdachte 1] zegt: ‘Zo lang je maar eerlijk bent mag je dat altijd maatje’.57

30 oktober 2016

Op 30 oktober 2016 te 10:55 uur vond er een gesprek plaats waarbij [medeverdachte 2] werd gebeld op het nummer [telefoonnummer 3] (TA006). De beller vraagt of hij [medeverdachte 2] kan zien. [medeverdachte 2] zegt dat de beller maar naar de Jumbo moet komen. De beller zegt dat hij dan wel naar het Rooie pad komt over tien minuten.58

Op 30 oktober 2016 te 20:05 uur vond er een gesprek plaats waarbij [medeverdachte 3] werd gebeld op het nummer [telefoonnummer 5] (TA008), De beller aan [medeverdachte 3] vraagt of hij hem kan zien voor een tientje.59

Op 30 oktober 2016 te 21:27 uur vond er een gesprek plaats, waarbij [medeverdachte 2] wordt gebeld op het nummer [telefoonnummer 3] (TA006) door een man met het nummer [telefoonnummer 15] . De man vraagt of hij [medeverdachte 2] kan zien. [medeverdachte 2] zegt dat hij die ander moet bellen omdat hij niets meer heeft.60

Vervolgens vond er om 21:30 uur een gesprek plaats waarbij [medeverdachte 3] gebeld wordt op het nummer [telefoonnummer 5] (TA008) door de man, die gebruik maakt van telefoonnummer [telefoonnummer 15] . De beller vraagt aan [medeverdachte 3] of het nog lukt vandaag. [medeverdachte 3] stelt eerst voor bij de Zigzag, daarna bij de ING bank en vervolgens bij Posno sport en vraagt of ze koffie gaan drinken. De man zegt: ‘Nee, die andere, melk’.61

Omstreeks 22:42 uur vond er wederom een gesprek plaats tussen [medeverdachte 2] (TA006) en de man, die gebruik maakt van telefoonnummer [telefoonnummer 15] , waarin [medeverdachte 2] vraagt aan de man of hij ‘die andere’ nog gebeld had en of het was gelukt. De man zegt dat hij gebeld had en dat het gelukt was maar dat hij wel naar de stad moest.62

31 oktober 2016

Op 31 oktober 2016 te 17:37 uur vond er een gesprek plaats, waarbij [medeverdachte 2] werd gebeld op het nummer [telefoonnummer 3] (TA006). De beller vraagt aan [medeverdachte 2] of hij naar de beller kan komen. [medeverdachte 2] zegt dat hij zo komt. De beller zegt dat hij over het hek moet klimmen en vraagt of [medeverdachte 2] bij hem blijft. [medeverdachte 2] zegt van wel, omdat hij vanavond moet draaien.63

1 november 2016

Op 01 november 2016 te 01:11 uur vond er een gesprek plaats waarbij [medeverdachte 2] werd gebeld op het nummer [telefoonnummer 5] (TA008). De beller vraagt om af te spreken. De beller geeft vervolgens aan dat hij er eerst gewoon twintig moet, als die goed is, neemt hij er gelijk twee. Hij proeft gelijk en vraagt of [medeverdachte 2] komt, want dan koopt hij weer bij hun.64

2 november 2016

Op 02 november 2016 te 20:51 uur vond er een gesprek plaats, waarbij [medeverdachte 2] werd gebeld op het nummer [telefoonnummer 3] (TA006). De beller vraagt of [medeverdachte 2] komt. [medeverdachte 2] zegt dat hij aan het lopen is en niet kan vliegen. [medeverdachte 2] zegt: ‘Ik kom zo, ik moet eerst naar [medeverdachte 1] man… Ik moet om negen uur die telefoon inleveren man’.65

3 november 2016

In een gesprek op 03 november 2016 te 20:12 uur (TA006 sessienummer 1391) zegt [man 2] tegen [medeverdachte 2] dat er een jongen bij hem is die voor 100 euro iets wil kopen voor te roken. [medeverdachte 2] zegt dat hij het gaat halen bij [naam 2] (fon).66

Op 03 november 2016 te 19:48 uur belde [verdachte] (TA011) naar [medeverdachte 5] (TA009), waarbij hij vroeg of zijn zoon daar is. [medeverdachte 5] vraagt welke en [verdachte] antwoordt [medeverdachte 1] . [medeverdachte 5] zegt: ‘Wacht ik geef je ff’. Vervolgens werd het gesprek voortgezet in het Macedonisch. De andere gebruiker van het nummer werd vervolgens herkend als [medeverdachte 1] . [verdachte] vraagt: ‘Kun je voor morgen 200 regelen?’. [medeverdachte 1] vraagt: ‘200 wat?’. [verdachte] zegt: ‘En dat je die/dat met 100 vermengt? Dat je voor 4.000 maakt… is dat goed?’. [medeverdachte 1] vraagt waar [verdachte] het over heeft. [verdachte] zegt over koffie. [medeverdachte 1] vraagt of hij er twee van moet nemen. [verdachte] antwoordt: ‘200 maar je moet ook 100 vinden om te vermengen…zodat het 300 wordt’. [medeverdachte 1] zegt dat hij niets van/over mengen weet. [verdachte] zegt: ‘Daarom vraag ik jou of je kunt vinden, zodat we die/dat mengen’. [medeverdachte 1] zegt nee. [verdachte] zegt: ‘En morgen geef ik dat direct weg, ze geven ons direct het geld’. [medeverdachte 1] zegt: ‘…maar hij heeft niet voor mengen’. [verdachte] zegt: Vraag toch degene… de zwarte… onder jou…of hij ergens aan kan komen’. [medeverdachte 1] vraagt voor mengen? [verdachte] antwoordt ja. [medeverdachte 1] zegt dat hij hem zal vragen, maar hij weet niet of hij kan. [verdachte] zegt: ‘Want de winst is goed, mijn zoon, ze geven ons 4.000 direct, in een keer, en dat vervoeren ze naar Duitsland, het is niet voor hier’. [medeverdachte 1] zegt: ‘Ik weet het niet, pappa, ik weet niet of ze iets hebben, ik weet het niet. En voor wanneer is dat nodig…voor morgen?’. [verdachte] zegt: ‘Vraag de zwarte…Ja, voor morgen! Dat nemen ze direct af’.67

Op 03 november 2016 te 20:15 uur vond er een gesprek plaats tussen [medeverdachte 1] TA009) en [verdachte] (TA009). [medeverdachte 1] zegt tegen [verdachte] dat die Zwarte 150 heeft genomen/ gehaald/gekocht. [verdachte] zegt dat het goed is en: “Dat is zeker… maar als je die 2 en 1 neemt/haalt/koopt…maak jij die maar niet…die/dat zal ik hier met de zwarte maken’. [medeverdachte 1] zegt dat hij zich er niet mee bemoeit en die alleen al kopen. [verdachte] vraagt aan [medeverdachte 1] of die hem de Zwarte wil geven, omdat hij hem niet iets wil vragen. Een andere man maakt vanaf dat moment gebruik van TA009. [verdachte] zegt: ‘Als alles klopt, kan ik morgen om vier uur vertrekken. De man zegt dat het goed is.68

Op 03 november 2016 te 20:17 uur vond er een gesprek plaats tussen [medeverdachte 5] (TA009) en [verdachte] (TA011). [verdachte] zegt: ‘Ald die (ntv) biepiel hat dan 150 bei die andere pakken. Die 200 en 150 bij die anderen en (ntv) 50 euro bij uns (ntv) dan 150 bij die andere. [medeverdachte 5] zegt ja dat is goed. [verdachte] zegt niet die goeie, die andere. [medeverdachte 5] zegt ja is goed en zegt ‘zeg maar zelf dat is misschien makkelijker’. De telefoon van [medeverdachte 5] wordt overgegeven aan [medeverdachte 1] en het gesprek gaat verder in de in de Macedonische taal. [verdachte] zegt: ‘ [medeverdachte 1] , als ze hebben van dat voor mengen, je kunt er ook 150 en die 50 zullen we voor ons laten’. [medeverdachte 1] zegt: ‘Goed (ntv) morgen zullen we meer weten’. [verdachte] zegt: ‘Als die ervan hebben dan kun je dus daarvan 100…beter 50’. [medeverdachte 1] zegt: ‘Misschien wordt dat per half verkocht, ik weet niet hoe dat wordt verkocht. Maar dat kost niks, dat is erg goedkoop’. [verdachte] zegt: ‘Maar dat kost 60 euro een hele mijn zoon’. [medeverdachte 1] zegt: ‘ [medeverdachte 2] zei dat men in Venlo ergens… voor een halve 100 betaalt. Maar dat weet ik niet. ik zal hem vragen. Misschien zal hij ons die/dat zomaar voor ik’. [verdachte] zegt: ‘Ik weet hoeveel het is, ik heb gevraagd, hij heeft ervan gekocht, nu, voor morgen, zodat als ik het aan hem geef, hij kan die maken, hij heeft een hele voor… 50 euro’. [medeverdachte 1] zegt: ‘Aha. Ik weet het niet. Ok’. [verdachte] zegt: ‘Maar mochten ze 150 ervan hebben goed, anders zal ik het met snoepjes maken, ok’.69

4 november 2016

Op 04 november 2016 te 16:01 uur vond er een gesprek plaats tussen [medeverdachte 2] (TA006) en [medeverdachte 1] (TA007). [medeverdachte 2] zegt onder andere tegen [medeverdachte 1] dat meer als de helft al weg is. [medeverdachte 1] zegt dat hij in de buurt is als [medeverdachte 2] hem echt nodig heeft. [medeverdachte 2] zegt: ’Ja, en die koffie (ntv) nodig (ntv)’. [medeverdachte 1] zegt dat hij over een half uurtje thuis is.70

Op 04 november 2016 te 12:30 uur werd er een sms-bericht verstuurd vanaf TA009 in gebruik bij [medeverdachte 5] naar het nummer [telefoonnummer 16] , inhoudende: ‘Heb je 200 gr chocolade voor me?’.71 Direct daarna werd geantwoord: ‘Jazeker’.72 Daarna werd vanaf TA009 gestuurd: ‘En heb je ook van die om erbij te gooien?’.73 De ander reageerde weer: ‘Ja hoeveel’.74 TA009 stuurt: ‘150’.75 De gebruiker van [telefoonnummer 16] vraagt: ‘Mix 150?’.76 Vanuit TA009 werd geantwoord: ‘Yes’.77 Tien minuten later werd vanuit TA009 wederom een bericht naar [telefoonnummer 16] gestuurd, inhoudende: ‘Hoelang ong’.78 Er werd geantwoord: ‘uur’. 79 TA009 stuurde om 12.45 uur terug: ‘Ok’.80

Op 04 november 2016 te 14:36 uur vond er een gesprek plaats tussen [medeverdachte 5] (TA009) en [medeverdachte 1] (TA007). [medeverdachte 5] zegt dat hij nog een keer aan het rijden is en dat hij maar de helft per ongeluk. [medeverdachte 5] zegt dat [medeverdachte 1] dit maar moet laten weten aan de andere, dat hij wat later is. [medeverdachte 1] vraagt hoe lang het gaat duren. [medeverdachte 5] zegt dat het drie kwartier gaat duren.81

Om 14:37 uur vond er vervolgens een gesprek plaats tussen [medeverdachte 1] (TA007) en [verdachte] (TA011). [medeverdachte 1] zegt tegen [verdachte] dat het een half uur wordt. [verdachte] zegt dat deze (personen) bijna zijn aangekomen, dat hij dat weet. [medeverdachte 1] zegt dat hij er één bracht en dat hij nu de/het andere gaat halen, hij had hem verkeerd begrepen. [verdachte] zegt: ’Zeg tegen die zwarte (ntv) als deze (personen) aankomen dan zal ik buiten in (een van de) cafés zijn. Ik zal jullie bellen als ik beltegoed heb’. [medeverdachte 1] zegt dat hij niet bij hem zit. [verdachte] vraagt hoe laat zij elkaar gaan treffen. 82

Om 14.46 uur was er wederom een gesprek tussen [medeverdachte 5] (TA009) en [medeverdachte 1] (TA007). [medeverdachte 1] zegt: ‘Ik ben nu in de winkel maar 1 chocolade of wat?’. [medeverdachte 5] zegt: ‘Ja, hij heeft er maar eentje gebracht, want hij kon er maar eentje (ntv) had haast had hij vergeten dat hij twee moest’ en ‘Hij was vergeten dat hij twee moest, hij kon er maar eentje per keer wegen zeg maar en toen was hij vergeten nog een tweede te doen. Ja, haastige spoed is niet altijd goed, maar goed’. 83

Op 04 november 2016 te 20:01 uur vond er een gesprek plaats tussen [medeverdachte 2] (TA006) en [medeverdachte 1] (TA007). [medeverdachte 1] zegt tegen [medeverdachte 2] : ‘Hee, [naam 3] over tien minuten bij Keent kerk'’. [medeverdachte 2] vraagt: ‘Wie?’. [medeverdachte 1] zegt: ‘ [naam 3] die grote, niet die kleine die grote he?’.84

Om 20:05 uur vond er weer een gesprek plaats tussen [medeverdachte 2] (TA006) en [medeverdachte 1] (TA007). [medeverdachte 2] zegt tegen [medeverdachte 1] dat hij nu bij [naam 4] is, dan naar de kerk en dan naar [medeverdachte 1] .85

Om 20:09 uur belde [medeverdachte 2] (TA006) naar [medeverdachte 1] (TA007). [medeverdachte 2] vraagt aan [medeverdachte 1] of ‘ [medeverdachte 2] ’ (fon) daar is. [medeverdachte 1] zegt dat die zo daar is. [medeverdachte 2] zegt: ‘Laat hem maar naar de kerk gaan’. [medeverdachte 1] zegt dat hij niet wil. [medeverdachte 2] zegt: ‘Wat is dit man? Moet twee keer op en neer’. [medeverdachte 1] zegt: ‘Nee, hij is er nog niet man, hij is er nog niet’. [medeverdachte 2] zegt: ‘Ja dan moet ik twee keer op en neer [medeverdachte 1] (fon)’. [medeverdachte 1] vraagt: ‘Waarom? Heb je niks meer?’. [medeverdachte 2] zegt nee. [medeverdachte 2] zegt: ‘Nu heb ik .. melk ... [ntv] ja?’. [medeverdachte 1] zegt: ‘Misschien wil hij maar een?’ en ‘He, kijk, ik melk ik heb ook een koffie’. . [medeverdachte 2] zegt: ’Ja man, misschien wil hij alleen een’.86

5 november 2016

Op 05 november 2016 te 23:50 uur vond er een gesprek plaats tussen [medeverdachte 2] (TA006) en [medeverdachte 1] (TA007). Hierbij zegt [medeverdachte 2] tegen [medeverdachte 1] : ‘Eej [medeverdachte 1] ... ik zeg je eerlijk he ..’. [medeverdachte 1] zegt: ‘ [medeverdachte 2] laat me alsjeblieft met rust’. [medeverdachte 2] zegt: ‘Ja ik draai niet meer’. [medeverdachte 1] zegt: ; Ja, je draait toch niet meer, oke haje’. [medeverdachte 2] zegt: ‘Nee, ik draai niet meer, afgelopen’. [medeverdachte 1] zegt: ‘Oke, haja’. [medeverdachte 2] zegt: ‘Ik draai voor mijzelf’. [medeverdachte 1] zegt: ‘ [medeverdachte 2] (ntv) doe je dat expres ofzo’.87

Vervolgens vond er op 06 november 2016 te 00:02 uur een gesprek plaats tussen [medeverdachte 2] (TA006) en [medeverdachte 3] (TA008). [medeverdachte 2] zegt hierbij tegen [medeverdachte 3] : ‘Ja, ik kom nou, maar, hey [medeverdachte 3] (fon), wat ik nou zeg, ik doe het. Ik heb schijt aan [medeverdachte 1] , ik heb schijt aan mijn vader’. 88

6 november 2016

Op 6 november 2016 te 12:47 uur vond er een gesprek plaats, waarbij [medeverdachte 2] wordt gebeld op het nummer [telefoonnummer 3] (TA006). De beller man vraagt aan [medeverdachte 2] of deze hem iets komt brengen. [medeverdachte 2] vraagt of die andere telefoon uit staat. De andere man zegt dat ‘die [medeverdachte 2] ’ (fon) uit staat, die telefoon. [medeverdachte 2] zegt dat die ander ligt te slapen en dat hij er zo snel mogelijk aan komt.89

7 november 2016

In een gesprek op 07 november 2016 te 11:59 uur waarbij [medeverdachte 2] werd gebeld op het nummer [telefoonnummer 5] (TA008). De beller zegt dat hij de verkeerde gekregen heeft: ‘je hebt mij snuif gegeven, ik was aan het roken en die was helemaal geel, dat was snuif wat je me hebt gegeven’.90

8 november 2016

Op 08 november 2016 te 09:28 uur werd door de gebruiker van telefoonnummer [telefoonnummer 17] gebeld met [medeverdachte 2] op het nummer [telefoonnummer 3] (TA006). De beller vraagt of ze elkaar kunnen ontmoeten. [medeverdachte 2] zegt dat hij die andere moet bellen. De beller zegt dat die uit is. [medeverdachte 2] zegt dat hij het niet weet en dat de beller blijven bellen.91

Op 08 november 2016 te 10:00 uur werd door de gebruiker van telefoonnummer [telefoonnummer 17] gebeld met [medeverdachte 3] op het nummer [telefoonnummer 5] (TA008). De beller zegt in het Engels: ‘Ik ben hier [medeverdachte 3] ’.92

9 november 2016

Op 09 november 2016 te 09:36 uur vond er een gesprek plaats tussen [medeverdachte 1] (TA009) en [verdachte] (TA011). [verdachte] zegt dat die ene [naam 5] (fon) naar hem komt en dat hij gaat vragen om naar [medeverdachte 1] te komen, hij weet niet zeker of hij dat wil. [verdachte] vraagt: “of, het niet nodig is?’ [medeverdachte 1] zegt dat als hij kan, laat hem komen. [verdachte] zegt dat hij [medeverdachte 1] zal berichten als hij komt.93

Om 10:02 uur belde [verdachte] (TA011) naar [medeverdachte 1] (TA009) en zegt: ‘In 25 minuten is hij bij jou’. [medeverdachte 1] zegt ok.94

Om 10:12 uur belde [medeverdachte 1] (TA009) naar [verdachte] (TA011) en vraagt of hij het geld aan hem moet geven. [verdachte] zegt: ‘Ja, maar je moet mij vertellen hoeveel’. [medeverdachte 1] zegt iets wat klinkt als 470 en vraagt of hij dat aan hem moet geven. [verdachte] zegt goed.95

Op 09 november 2016 te 10:15 uur vond er een gesprek plaats tussen [medeverdachte 1] (TA009) en [verdachte] (TA011). [verdachte] zegt: ‘He ... zodat je weet wat ik hem heb meegegeven, noteer dat: drie drie een nul, drieduizend driehonderd en tien’. [medeverdachte 1] zegt: ‘Met die vier honderd zoveel…’ [verdachte] zegt: ‘Nee, die (ntv) niks als hij brengt’.96

Uit het dossier blijkt dat [medeverdachte 5] vanaf 9 november 2016 uit beeld is en vinden de volgende gesprekken plaats.

Op 09 november 2016 te 12:09 uur vond er een gesprek plaats tussen [medeverdachte 1] (TA009) en [verdachte] (TA011). [medeverdachte 1] zegt: ‘Maar deze (persoon) zal vanavond naar jou komen, he’. [verdachte] vraagt wie. [medeverdachte 1] zegt: ‘Degene uit Eindhoven’.97 Om 13:01 uur vond er weer een gesprek plaats tussen [medeverdachte 1] (TA009) en [verdachte] (TA011). [verdachte] zegt tegen [medeverdachte 1] : ‘Euh ... vertelde je mij zojuist over [naam 6] (fon)’. [medeverdachte 1] vraagt over wie? [verdachte] zegt hem te laten komen. [medeverdachte 1] zegt: ‘Jij vroeg me dat’. [verdachte] zegt ja en vraagt of hij hem dat/die gaat geven zodat hij ermee hier komt? [medeverdachte 1] zegt dat hij zal zien. [verdachte] zegt: ‘Brengt hij die later terug’. [medeverdachte 1] zegt: ‘Mocht hij niet met de auto komen’. [verdachte] zegt: ‘Geef hem die dan tot hier en hij zal die aan jou teruggeven en morgen zal ik hem een andere auto geven (meegeven)’.98

10 november 2016

Op 10 november 2016 om 14:29 uur vond er een gesprek plaats tussen [medeverdachte 1] (TA009) en [verdachte] (TA011). [medeverdachte 1] zegt dat nu de telefoon van degene weer aan staat. [verdachte] zegt: ‘Hij zit niet in de gevangenis mijn zoon’. [medeverdachte 1] vraagt waar hij dan is. [verdachte] antwoordt: ‘Hij is ergens naartoe gevlucht, hij is niet opgepakt’. [medeverdachte 1] vraagt waarom hij is gevlucht en [verdachte] antwoordt: ‘Ik heb geen idee. Blijkbaar wil hij niet meer’.99

Op 10 november 2016 te 11:03 uur vond er een gesprek plaats waarbij [medeverdachte 2] werd gebeld op het nummer [telefoonnummer 5] (TA008). De beller zegt dat hij morgenvroeg om half negen tien euro heeft voor de koffie.100

11 november 2016

Op 11 november 2016 te 12:52 uur vond er een gesprek plaats tussen [medeverdachte 1] (TA009) en [verdachte] (TA011). [medeverdachte 1] vraagt wanneer degene komt. [verdachte] zegt: ‘Ik zal hem maar bellen. Hij zei dat hij rond een (uur) bij mij zou komen. heb je snel nodig?’. [medeverdachte 1] zegt: ‘Er is niet veel…nog vijf…zes stuks’. [verdachte] zegt: ‘Ik zal hem nu bellen, [medeverdachte 1] ’.101

Op 11 november 2016 vond er om 13:49 een gesprek plaats tussen [medeverdachte 1] (TA009) en [verdachte] (TA011). [verdachte] zegt: ‘In tien minuten is hij daar’. [medeverdachte 1] zegt: ‘Ik zal hem 610 geven’ en ‘En…300 zal ik dan die 600 geven dat haal je dat ook uit he?’. [verdachte] zegt: ‘Goed, dan zal ik die eruit halen’. [medeverdachte 1] zegt: ‘Van die zwarte, snap je? Ik zal aan jou dan geven omdat ik 600 ving/keer/verdiende, 600 jij, maar hij ging met die van jou dus ik zal jou 3000 van de/het mijne geven’ en ‘Dan is het half-half’. [verdachte] zegt: ‘Goed dan zal ik 300 eruit halen’. [medeverdachte 1] zegt: ‘Niet 300, 600 moet je eruit halen’. [verdachte] zegt goed. 102

Op 11 november 2016 vond er om 13:59 uur een gesprek plaats tussen [medeverdachte 1] (TA009) en [verdachte] (TA011). [verdachte] zegt: ‘Nu, wanneer je met degene vertrekt, check of het bijna negen komma (ntv) is en laat het me weten’ en ‘9,2 met het zakje, check of het zoveel is’. [medeverdachte 1] zegt goed. [verdachte] zegt: ‘Het is niet precies twee, maar rond 1,8 enzovoort’. [medeverdachte 1] vraagt waarom. [verdachte] zegt: ‘Omdat… als deze weegt…soms weegt het niet precies. Laten we zien of het precies heeft gewogen’. [medeverdachte 1] zegt goed. [verdachte] vraagt: ‘Ga je hem bellen? Hij komt er zo bij je aan’. 103

Op 11 november 2016 om 14:13 uur vond er nogmaals een gesprek plaats tussen [medeverdachte 1] (TA009) en [verdachte] (TA011). [medeverdachte 1] zegt tegen [verdachte] dat het met zakje 10 is. [verdachte] vraagt tien? [medeverdachte 1] zegt: ‘Ja, tien nul vijf’. [medeverdachte 1] vraagt of het meer is of goed. [verdachte] zegt: ‘Het is meer. Een te veel’. [medeverdachte 1] zegt: ‘Dan geef je mij de volgende keer een minder’.104

Op 11 november 2016 te 16:21 uur Belde [verdachte] (TA011) nogmaals naar [medeverdachte 1] (TA009). [verdachte] zegt dat hij alles eruit gehaald heeft, er blijft zes acht nul over. [verdachte] zegt dat het op duizend zeshonderd tachtig uit komt. [medeverdachte 1] zegt dat hij dat ook berekend heeft.105

Op 11 november 2016 te 20:51 uur vond er een gesprek plaats tussen [medeverdachte 2] (TA006) en [medeverdachte 3] (TA008). [medeverdachte 2] zegt tegen [medeverdachte 3] dat hij voor het raam staat en er 150 euro heeft uitgehaald. Hij vraagt aan [medeverdachte 3] of deze een biertje wil. [medeverdachte 3] zegt van niet en zegt dat als [medeverdachte 2] hem nog één keer belt, hij zijn telefoon kan hebben en de dienst mag draaien.106

Op 11 november 2016 te 22:10 uur vond er een gesprek plaats tussen [medeverdachte 2] (TA006) en [medeverdachte 1] (TA007). [medeverdachte 2] zegt: ‘Hier, praat met hem nou’. Vervolgens geeft hij de telefoon aan een andere man die zichzelf [man 3] noemt. [man 3] zegt: ‘Ja, ik heb een hele moeilijke periode, ja maakt ook niet uit, kan ik jou uitleggen maar dat heeft geen nut, daar heb je niets aan. Wanneer ehmm, eind volgende week of zo heb ik alles bij elkaar’. [medeverdachte 1] zegt: ‘Ja [man 3] (fon) ik laat je nou gaan maar volgende keer laat ik je niet gaan dat zeg ik jou’.107

In de periode van 11 november 2016 tot en met 15 januari 2017 is er een peilbaken geplaatst op de Suzuki Swift met het kenteken [kenteken] .

12 november 2016

Op 12 november 2016 te 13:08 uur werd er een ‘broekzakgesprek’ van het nummer [telefoonnummer 5] (TA008) opgevangen, waarin te horen is dat [medeverdachte 3] aan iemand vraagt: ‘For the nose of for the smoke’. De andere persoon zegt: ‘Nose’.108

Op 12 november 2016 te 13:25 uur vond er een gesprek plaats tussen [medeverdachte 1] (TA009) en [verdachte] (TA011). [verdachte] zegt tegen [medeverdachte 1] dat degene over twintig minuten bij [medeverdachte 1] is. [medeverdachte 1] vraagt wie en [verdachte] antwoordt: ‘Degene die deze dagen zou komen’. [medeverdachte 1] zegt: ‘Ok. En de auto?’. [verdachte] vraagt waarvoor. [medeverdachte 1] zegt: ‘Voor [medeverdachte 4] ’.109

Om 14:41 uur vond er vervolgens een gesprek plaats tussen [medeverdachte 1] (TA009) en [medeverdachte 4] (TA012). [medeverdachte 1] vraagt aan [medeverdachte 4] of hij gaat aanrijden. [medeverdachte 4] zegt dat hij nog in bed ligt. [medeverdachte 1] zegt schiet nou maar op. [medeverdachte 4] zegt dat hij zit te wachten en vraagt aan [medeverdachte 1] : ‘Meteen door naar hem he?’. [medeverdachte 1] zegt: ‘Ik stuur jou zo die nummer he’.110 Om 15:27 uur werd er een sms-bericht verstuurd vanaf TA009 naar TA012, inhoudende: ‘ [telefoonnummer 18] ’.111

Daarna om 15:30 uur vond er een gesprek plaats tussen [medeverdachte 1] (TA009) en [verdachte] (TA011). [verdachte] vraagt of hij vertrokken is. [medeverdachte 1] zegt: ‘Ja, ik belde hem op. Hij zal vanuit Eindhoven naar jou komen’. 112

Uit de peilbakengegevens van de Suzuki Swift met het kenteken [kenteken] blijkt dat het voertuig op 12 november 2016 omstreeks 16.30 uur vanuit Weert naar het Belgische Overpelt reed. Op 12 november 2016 omstreeks 16.50 uur werd het voertuig op of nabij de Dorpsstraat te Overpelt geparkeerd. Op 12 november 2016 omstreeks 17.50 uur reed het voertuig vanuit het Belgische Overpelt naar het Belgische Sint Huibrechts – Lille. 113

14 november 2016

Op 14 november 2016 omstreeks 11.35 uur reed de Suzuki Swift vanuit Weert rechtstreeks naar Venlo naar de aldaar gelegen parkeerplaats van Greenpark Venlo naast de A73. Hier heeft het voertuig tot omstreeks 16.30 uur geparkeerd gestaan. Omstreeks 16.30 reed het voertuig weer rechtstreeks naar Weert en parkeerde op of nabij de Goudriaanstraat. Deze straat ligt parallel aan de Kruisstraat.114

Op 14 november 2016 te 18:12 uur vond er een gesprek plaats tussen [medeverdachte 1] (TA009) en [medeverdachte 4] (TA012). [medeverdachte 4] zegt dat hij zo bij [medeverdachte 1] is. [medeverdachte 1] vraagt: ‘Waar, vanuit Eindhoven?’. [medeverdachte 4] zegt: ‘Nee, van die andere plek’.115

16 november 2016

Op 16 november 2016 te 02:01 uur vond er een gesprek plaats, waarbij [medeverdachte 3] werd gebeld op het nummer [telefoonnummer 5] (TA008). De beller zegt dat het andere is, dat het geen brokje is maar poeder. De beller zegt dat dit gewoon Mannitol is.116

18 november 2016

Op 18 november 2016 te 15:27 uur vond er een gesprek plaats tussen [medeverdachte 1] (TA009) en [verdachte] (TA011). [medeverdachte 1] zegt tegen [verdachte] dat er aan de grenzen in België overal controles zijn. [verdachte] vraagt waar? [medeverdachte 1] zegt: ‘Daar bij jou, he’ en ‘Bij de grens zijn allemaal controles, laat hem dat weten’. [verdachte] zegt oke. [medeverdachte 1] zegt: ‘En laat hem mij bellen, omdat ik niet thuis ben he’. [verdachte] zegt: ‘Ja, ok. Hij is bij mij. Hij zal jou bellen als hij vertrekt’. 117

Op 18 november 2016 te 16:26 uur vond er een gesprek plaats, waarbij [medeverdachte 2] werd gebeld op het nummer [telefoonnummer 19] (TA006)). In dit gesprek zegt [medeverdachte 2] tegen de beller: ‘Weet je ik deal over tien minuten, een kwartiertje bij de kerk.118

Op 18 november 2016 te 16:49 uur vond er een gesprek plaats tussen [medeverdachte 1] (TA009) en [verdachte] (TA011). [medeverdachte 1] vraagt aan [verdachte] hoe laat diegene gaat. [verdachte] zegt wanneer jij wil, hij kan ook nu vertrekken. [medeverdachte 1] zegt ja want hij wil naar de disco. [verdachte] zegt dat diegene binnen een half uur bij [medeverdachte 1] is. [medeverdachte 1] zegt: ‘Maar zeg tegen hem dat hij dat goed moet verbergen want ze zullen hem daar/daarginds stoppen he’. 119

Op 18 november 2016 te 18:11 uur vond er een gesprek plaats tussen [medeverdachte 2] (TA006) en [medeverdachte 1] (TA009). [medeverdachte 1] zegt onder andere tegen [medeverdachte 2] dat die klanten allemaal zitten te wachten. [medeverdachte 2] zegt: ‘Ik wilde je alleen zeggen, [medeverdachte 3] (fon) gaat je zo bellen dan heb je die nummer’ en ‘Want hij heeft die telefoon, hij zet die telefoon’. [medeverdachte 1] vraagt aan [medeverdachte 2] of al alles op is en vraagt als [medeverdachte 2] alles op heeft, hij aan hem gaat geven. [medeverdachte 2] antwoordt: ‘Nee nee, ik zal alles aan jou geven’. [medeverdachte 1] zegt dat hij dat niet zei en vraagt of hij nog iets moet meenemen. [medeverdachte 2] zegt ja. [medeverdachte 1] zegt dat hij nog ongeveer 10 (ntv). [medeverdachte 2] vraagt hoeveel hij er nog heeft. [medeverdachte 1] zegt: ‘Dat weet ik allemaal niet. Ik kan nu niet tellen. Owja, ik ga nu tellen. Ik ben toch bij mamma. Ja wacht, bel me zo terug’.120

Op 18 november 2016 te 18:14 uur vond er een gesprek plaats tussen [medeverdachte 2] (TA006) en [medeverdachte 1] (TA009). [medeverdachte 2] zegt tegen [medeverdachte 1] dat hij nog genoeg heeft. [medeverdachte 1] antwoordt: ‘Daarom man. (ntv) ze zullen mij oppakken man’.121

19 november 2016

Op 19 november 2016 omstreeks 11.45 uur reed de Suzuki Swift vanuit Eindhoven rechtstreeks naar het Belgische Overpelt, en parkeerde op of nabij de Dorpsstraat aldaar. Omstreeks 12.45 uur reed het voertuig vanuit de Dorpsstraat te Overpelt naar de Hamonterweg te Overpelt waar het voertuig tot omstreeks 13.15 heeft gestaan. Omstreeks 19.25 uur reed het voertuig vanuit het Belgische Overpelt rechtstreeks naar Weert en werd geparkeerd op of nabij de Goudriaanstraat.122

Op 19 november 2016 te 20:05 uur vond er een gesprek plaats waarbij [medeverdachte 2] (TA008) werd gebeld op het nummer [telefoonnummer 5] (TA008) door een onbekende beller, die – onder andere – aan [medeverdachte 2] vraagt ‘voor nul komma twee (0,2)’.123

Op 19 november 2016 te 21:23 uur vond er een gesprek plaats tussen [medeverdachte 1] (TA012) en [verdachte] (TA011). [medeverdachte 1] zegt: ‘Degene … ik zei tegen hem dat hij vijf plus moest meenemen en heeft niet meegenomen’. [verdachte] zegt: Oh, dan moet hij maar terug komen, zeg dat tegen hem’. [medeverdachte 1] zegt: ‘Ja, hij komt terug, dat je dat weet he’. [verdachte] zegt: ‘Ja, maar over hoe lang… dat ik niet tot laat hoef te wachten’. [medeverdachte 1] zegt: ‘Nu gaat hij vertrekken en hij zal naar jou komen’. [verdachte] zegt: ‘Ja maar ik zal jou een hele geven [medeverdachte 1] want ik heb geen vijf’. [medeverdachte 1] antwoordt: ‘Goed, geef jij maar, maar weet dat het honderd zeventig zijn’. [verdachte] vindt het goed en zegt om hem meteen te laten vertrekken want hij wil gaan liggen. [medeverdachte 1] zegt: Aha. Hey, maar deze koffie… iets (ntv) man (lacht)’.124

Op de peilbakengegevens werd gezien dat de Suzuki Swift ten tijde van dit gesprek op of nabij de Goudriaanstraat staat geparkeerd. Kennelijk is [medeverdachte 4] dus bij [medeverdachte 1] tijdens dit gesprek. Omstreeks 21.50 uur reed het voertuig vanuit Weert weer terug naar Eindhoven en parkeerde op of nabij de Bomansplaats.125

20 november 2016

Op 20 november 2016 omstreeks 11.30 uur reed de Suzuki Swift vanuit Eindhoven rechtstreeks naar Overpelt en werd op de Dorpstraat geparkeerd. Om 13.30 uur reed de Suzuki Swift vanuit Overpelt rechtstreeks naar Eindhoven en parkeerde op de Goudriaanstraat.126

Op 20 november 2016 om 13.55 uur vond er een gesprek plaats tussen [medeverdachte 1] die gebruik maakte van het nummer [telefoonnummer 5] (TA008) en een onbekende man. In dit gesprek zegt [medeverdachte 1] tegen de man dat er een andere persoon zal komen. [medeverdachte 1] geeft een kort signalement van de persoon die naar de beller zal komen: Joegoslaaf, blank; kaal geschoren haren met een staartje achterop.127

Het observatieteam zag vervolgens om 14.36 uur Lekovik, samen met onbekende man lopen over de Kruisstraat.128

Om 17.10 uur reed de Suzuki Swift wederom vanuit Weert naar de Dorpsstraat te Overpelt om vervolgens om 18.10 uur weer terug te rijden naar Weert. De auto werd wederom op de Goudriaanstraat geparkeerd.129

Op 20 november 2016 te 19:42 uur vond er een gesprek plaats tussen [medeverdachte 2] (TA006) en [medeverdachte 1] (TA013). [medeverdachte 1] zegt dat hij ‘ [medeverdachte 2] ’ de hele dag niet heeft gezien. [medeverdachte 2] zegt: ‘Ja, als die niet komt, draai ik er wel voor’. [medeverdachte 1] zegt dat als [medeverdachte 2] het dan daar gewoon op gaat halen bij hem.130

21 november 2016

Op 21 november 2016 omstreeks 17.50 uur reed de Suzuki Swift vanuit Eindhoven met een tussenstop in Maarheeze naar Weert, waar het voertuig omstreeks 18.50 uur werd geparkeerd op of nabij de Goudriaanstraat. Vervolgens reed het voertuig omstreeks 19.15 uur vanuit Weert rechtstreeks naar het Belgische Overpelt, waar het voertuig omstreeks 19.50 uur geparkeerd werd op of nabij de Dorpsstraat aldaar. Het voertuig reed omstreeks 22.10 uur vanuit het Belgische Overpelt rechtstreeks naar Eindhoven en werd geparkeerd op of nabij de Jasmijnstraat te Eindhoven.131

23 november 2016

Op 23 november 2016 te 16:29 uur vond er een gesprek plaats, waarbij [medeverdachte 2] werd gebeld op het nummer [telefoonnummer 3] (TA006). [medeverdachte 2] zegt dat hij vanavond moet werken en de nacht draait, omdat ‘ [medeverdachte 2] ’ (fon) helemaal kapot is en paranoia geworden is.132

De Suzuki Swift reed op 23 november 2016 omstreeks 17.35 uur vanuit Eindhoven rechtstreeks naar Weert, waar het voertuig omstreeks 18.05 uur geparkeerd werd op of nabij de Goudriaanstraat. Vervolgens reed het voertuig omstreeks 22.10 uur vanuit Weert rechtstreeks naar het Belgische Overpelt, waar het voertuig omstreeks 22.30 uur werd geparkeerd op of nabij de Dorpsstraat. Het voertuig reed omstreeks 23.35 uur vanuit het Belgische Overpelt rechtstreeks naar Eindhoven, waar het voertuig op 24 november 2016 omstreeks 00.05 uur werd geparkeerd op of nabij de Bomansplaats.133

24 november 2016

Op 24 november 2016 te 10:26 uur vond er een gesprek plaats, waarbij [medeverdachte 2] met het nummer [telefoonnummer 3] (TA006) belde naar het nummer [telefoonnummer 20] . [medeverdachte 2] vraagt of gebelde geld wil verdienen en wil haar achter de ramen zetten. De gebelde wil niet meer met [medeverdachte 2] te maken hebben en zegt dat [medeverdachte 2] maar moet gaan dealen.134

Op 24 november 2016 omstreeks 13.30 uur reed de Suzuki Swift vanuit Eindhoven rechtstreeks naar Weert en werd omstreeks 13.55 uur op of nabij de Goudriaanstraat te Weert geparkeerd. Het voertuig is vervolgens op meerdere plekken in Weert geweest. Het voertuig reed op 24 november 2016 omstreeks 18.45 uur rechtstreeks vanuit Weert naar het Belgische Overpelt, en werd geparkeerd op de Dorpsstraat.135

Op 24 november 2016 te 20:09 uur vond er een gesprek plaats tussen [medeverdachte 2] (TA006) en [medeverdachte 1] (TA014), waarin [medeverdachte 1] aan [medeverdachte 2] vraagt of deze hem het ‘draainummer’ kan geven. [medeverdachte 2] geeft het telefoonnummer [telefoonnummer 14] door aan [medeverdachte 1] .136

25 november 2016

Op 25 november 2016 te 11:51 uur vond er een gesprek plaats tussen [medeverdachte 1] (TA009) en [medeverdachte 4] (TA012). [medeverdachte 1] vraagt aan [medeverdachte 4] hoe laat hij bij hem kan zijn. [medeverdachte 4] zegt over een uurtje, of twee uurtjes en vraagt of het haast heeft. [medeverdachte 1] zegt dat er niks meer is. [medeverdachte 4] vraagt of alles op is? [medeverdachte 1] zegt ja. [medeverdachte 4] zegt dat hij net wakker is. [medeverdachte 1] zegt dat hij daar niks mee te maken heeft en zegt tegen [medeverdachte 4] dat hij moet opstaan, zijn gezicht moet wassen en aanrijden. [medeverdachte 4] zegt dat hij even gaat douchen. [medeverdachte 1] zegt: "Alsjeblieft man [medeverdachte 4] (fon) gas er op, ja!’.137

Om 12:22 uur vond er wederom een gesprek plaats tussen beiden. [medeverdachte 4] zegt dat hij nu aan het rijden is. [medeverdachte 1] zegt: ‘Je rijdt nu pas aan… ik dacht dat je al hier was man!’. [medeverdachte 1] vraagt aan [medeverdachte 4] het nummer van die ouwe. [medeverdachte 4] zegt: ‘Ja die Whatsapp nummer he?’. [medeverdachte 1] zegt: ‘Nee, gewoon die met één vijf negen achteraan, die wat hem geld kost, snap je’. [medeverdachte 4] zegt dat hij het nu doorstuurt.138

Om 12:25 uur kwam er een sms-bericht binnen op TA009, afkomstig van TA012, inhoudende: ‘+ [telefoonnummer 7] ouwe opa’.139

De Suzuki Swift reed vervolgens om 12.30 uur vanuit Eindhoven rechtstreeks naar Weert waar de auto omstreeks 13.00 uur werd geparkeerd op of nabij de Goudriaanstraat. Het voertuig reed omstreeks 15.50 uur vanuit de Goudriaanstraat naar de Limcostraat te Weert. Hier werd het voertuig op of nabij de Limcostraat geparkeerd.140

Op 25 november 2016 te 12:53 uur vond er een gesprek plaats tussen [verdachte] ( (TA011) en [medeverdachte 1] , die gebruik maakte van het nummer [telefoonnummer 21] . [medeverdachte 1] zegt: ‘Die 300 … ik ga er voor 100% van nemen, ja, terwijl voor die 800 zoveel … geef mij dat voor 2 of 3 weken. Goed?’. [verdachte] zegt ‘ok’. [medeverdachte 1] zegt: ‘Ja maar nu zijn we ... nu zal ik dus eerst honderd nemen ... dus nu’ [verdachte] zegt: ‘(ntv) vandaag zijn we’. [medeverdachte 1] zegt: ‘Ja dat is nog van het/de oude ... de/het oude is klaar. Juist?, en ‘En dan zal ik van deze 300 ook per 100 honderd nemen’. [verdachte] zegt dat het goed is en ‘Ok, geen probleem. Ze zullen nu (binnenkort) komen. Nu zal er veel van zijn. Ik heb net weer gesproken. Deze dagen zullen ze … deze (personen) komen’.141

Op 25 november 2016 te 16:52 uur vond er een gesprek plaats tussen [medeverdachte 1] (TA014) en [medeverdachte 4] (TA012). [medeverdachte 1] vraagt of [medeverdachte 4] bij hem is. [medeverdachte 4] zegt nee, hij is bij de moeder van [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] vraagt of hij dat ding heeft meegenomen, die apparaat. [medeverdachte 4] zegt nee, hij is niet bij de ouwe geweest. [medeverdachte 4] zegt: ‘Ja, ik zat in de auto en toen belde hij mij in een keer op, ik wou er net naar toe gaan rijden, belde hij mij op en zei hoeft niet…kijk maar vanavond…kijk maar eerst voor (ntv) ofzo…of die kan kijken’.142

Ten tijde van bovenstaand gesprek stond de Suzuki Swift geparkeerd op of nabij de Limcostraat te Weert.143

Op 25 november 2016 te 20.01 uur vond er een gesprek plaats, waarbij [medeverdachte 4] (TA012) werd gebeld door [medeverdachte 1] (TA014). [medeverdachte 1] vraagt aan [medeverdachte 4] waar hij is, waarop [medeverdachte 4] zegt dat hij eraan komt.144

De Suzuki Swift parkeerde omstreeks 20.05 uur op of nabij de Goudriaanstraat. Het voertuig reed vervolgens omstreeks 20.20 uur vanuit Weert rechtstreeks naar het Belgische Overpelt en parkeerde omstreeks 20.45 uur op of nabij de Dorpsstraat aldaar. Omstreeks 21.15 uur reed het voertuig vanuit het Belgische Overpelt via het Belgische Neerpelt naar Weert.145

Om 21.21 uur werd [medeverdachte 4] (TA12) wederom gebeld door [medeverdachte 1] (TA013). [medeverdachte 1] vraagt of het nog lang duurt. [medeverdachte 4] zegt dat hij net in Nederland is.146

Ten tijde van bovenstaand gesprek reed het voertuig over de Lozerweg vanaf Hamont.147

26 tot en met 28 november 2016

Uit de peilbakengegevens blijkt dat de Suzuki Swift op 26, 27 en 28 november dagelijks eerst naar Weert en daarna naar het Belgische Overpelt of andersom reed.148

29 november 2016

De Suzuki Swift reed op 29 november 2016 omstreeks 17.35 uur vanuit Eindhoven rechtstreeks naar het Belgische Overpelt en werd op de Dorpsstraat te Overpelt geparkeerd. Om 18.30 uur reed het voertuig vanuit Overpelt rechtsreeks naar Weert en werd nabij de Kruisstraat in Weert geparkeerd.149

Op 29 november 2016 te 20:02 uur vond er een gesprek plaats tussen [medeverdachte 1] (TA007) en [verdachte] (TA011). [verdachte] zegt: ‘Luister he, die kinderen he, voor de koffie he, ze hebben nog een beetje en ze kunnen niet meer krijgen, kun jij voor hem vinden?’ [medeverdachte 1] vraagt of ze niks hebben. [verdachte] zegt dat ze wel een beetje hebben waarna [medeverdachte 1] vraagt hoeveel. [verdachte] zegt dat ze na dit niks meer hebben, ze hebben 60 of 70 opzij gelegd. [verdachte] vraagt aan [medeverdachte 1] of ze een adres hebben, of hij niet met die Macedoniërs kan spreken uit Den Haag?’ [medeverdachte 1] zegt dat hij weet waar hij gaat halen.150

Op 29 november 2016 om 20.12 uur vond er wederom een gesprek plaats tussen [medeverdachte 1] (TA007) en [verdachte] (TA011). Het gesprek vindt plaats in de Macedonische taal. [verdachte] vraagt hoeveel ze gaan nemen/kopen, zodat hij weet wat hij moet wegen. Hij vraagt tevens: “Wanneer gaan we de melk halen?’. [medeverdachte 1] antwoordt: ‘Morgen, morgen, voor morgen heb ik nog en voor de volgende dag moeten we nemen/kopen’. [verdachte] antwoordt dat ze dan morgen geld opnemen/ ophalen. [medeverdachte 1] zegt: ‘Aha, en ik heb ook aan degene gegeven’. [verdachte] zegt: ‘Ik weet het niet, ik ben niet beneden geweest [medeverdachte 1] ’. [medeverdachte 1] zegt dat hij vierhonderd zoveel aan hem heeft gegeven. [verdachte] zegt weer: ‘Ik weet het niet mijn zoon, ik ben niet beneden geweest, ik heb daarvan niet berekend. En is hij bij jou?’ [medeverdachte 1] zegt: ‘Hier is hij, hij zit hier’. [verdachte] vraagt of hij morgen naar hem komt. Op de achtergrond wordt in de Nederlandse taal gevraagd: ‘Wanneer ga je naar hem, morgen”. Een stem op de achtergrond zegt in het Nederlands: ‘Ja, ik weet niet, ik heb vandaag (ntv) he gesproken (ntv)’. [medeverdachte 1] vervolgt in het Macedonisch het gesprek en zegt zoals je wilt. [verdachte] zegt: ‘Laat hem morgen komen, hij hoeft al die kilometers heen en weer niet te rijden, laat hem morgen komen’. [medeverdachte 1] zegt: ‘Oke, zoals je wilt’. [verdachte] zegt: ‘Laat hem morgen komen… laat hem morgen komen en kan net het geld voor de melk maken’.151

Om 20.50 uur reed de Suzuki Swift rechtstreeks vanuit Weert naar Eindhoven.152

In bovenstaand gesprek zegt [verdachte] onder andere tegen [medeverdachte 1] dat hij nog niet beneden is geweest en daarvan nog niet berekend heeft. Bij de doorzoeking van de woning van [verdachte] op 6 januari 2017 op het adres van [verdachte] , gelegen aan de [adres 3] te Overpelt, werd door de Belgische politie – onder andere – een weegschaaltje, een heuptasje met 54,6 gram bruin poeder en een contant geldbedrag van 4005 euro aangetroffen.153 Bij nader onderzoek blijkt het te gaan om 34,86 gram bruin poeder.154 . Het Nederlands Forensisch Instituut heeft monsters daarvan onderzocht en hieruit bleek dat het heroïne betrof.155 Deze heroïne werd aangetroffen onder in de kelderbox behorende bij het adres [adres 3] te Overpelt.156

30 november 2016

Op 30 november 2016 omstreeks 16.45 uur reed de Suzuki Swift vanuit Eindhoven naar het Belgische Overpelt en werd omstreeks 17.00 uur op of nabij de Dorpsstraat geparkeerd. Het voertuig reed omstreeks 17.45 uur vanuit het Belgische Overpelt naar Weert, en werd omstreeks 18.15 uur op of nabij de Limcostraat geparkeerd.157

Op 30 november 2016 te 18:24 uur vond er een gesprek plaats tussen [medeverdachte 1] (TA015) en [verdachte] (TA011). [medeverdachte 1] vraagt of degene is aangekomen. [verdachte] vraagt welke ‘degene’. [medeverdachte 1] zegt ‘ [medeverdachte 4] (fo). [verdachte] zegt: ‘ [medeverdachte 4] (fon) Nee…’ en ‘Nee, ik zeg toch tegen jou dat ik niet thuis ben. Hoe kan ik weten of hij is aangekomen?’. [medeverdachte 1] zegt: ‘Oh, ik liet hem naar je komen’. [verdachte] zegt: ‘Ja, maar ik ging de koffie halen’. [medeverdachte 1] zegt: ‘Hmm. Ok, ik hem het geld voor zowel de melk als de koffie’. [verdachte] zegt: ‘Ja, maar de man heeft er 85. Ik zal alles van hem halen/kopen’.158

Op 30 november 2016 te 19.31 uur vond een gesprek plaats [medeverdachte 4] (TA012) en [medeverdachte 1] (TA013). In dit gesprek zegt [medeverdachte 1] tegen [medeverdachte 4] dat hij al de hele dag op [medeverdachte 4] aan het wachten is. [medeverdachte 4] zegt dat hij bij [vrouw 2] is en dat hij er zo aan komt.159

De Suzuki Swift reed omstreeks 19.45 uur vanuit de Limcostraat naar de Goudriaanstraat en werd hier op of nabij geparkeerd. Het voertuig reed omstreeks 21.30 uur vanuit Weert naar het Belgische Overpelt, en werd omstreeks 21.45 uur geparkeerd op of nabij de Dorpsstraat te Overpelt. Het voertuig reed omstreeks 22.30 uur vanuit het Belgische Overpelt naar Eindhoven.160

Op 30 november 2016 te 22:46 uur vond er een gesprek plaats tussen [medeverdachte 2] (TA006) en [medeverdachte 3] (TA008) [medeverdachte 3] vraagt aan [medeverdachte 2] of deze de late dienst kan draaien. [medeverdachte 2] zegt dat hij die wel kan draaien. [medeverdachte 3] zegt dat [medeverdachte 2] dan eerst ‘Stoiskof’ (fon) moet bellen.161

Op 30 november 2016 te 22:49 uur vond er een gesprek plaats tussen [medeverdachte 2] (TA006) en [medeverdachte 1] (TA007). [medeverdachte 2] vraagt aan [medeverdachte 1] of hij mag draaien, omdat hij toch hier blijft en die ander wil slapen. [medeverdachte 1] vindt het goed.162

Om 22:50 uur vond er vervolgens een gesprek plaats tussen [medeverdachte 2] (TA006) en [medeverdachte 3] (TA008). [medeverdachte 2] zegt dat hij die ander gebeld heeft en dat hij mag. [medeverdachte 3] is zo bij [medeverdachte 2] . 163

1 december 2016

Op 01 december 2016 te 12.55 uur reed de Suzuki Swift vanuit Eindhoven naar het Belgische Overpelt en werd geparkeerd op de Dorpsstraat.164

Op 01 december 2016 te 12:58 uur vond er een gesprek plaats tussen [medeverdachte 2] (TA006) en [medeverdachte 1] (TA007). [medeverdachte 2] zegt tegen [medeverdachte 1] : ‘Stuur diegene ... naar speeltuin ... twee koffie ....’ [medeverdachte 1] vraagt wie. [medeverdachte 2] antwoordt: ‘Naar de speeltuin, daarginds, bij Jumbo’. [medeverdachte 1] vraagt: ‘Hier bij mij?’. [medeverdachte 2] zegt: ‘Ja, twee koffie. En een… inhoud 50 melk’.165

De Suzuki Swift reed op 1 december 2016 om 15.10 uur vanuit het Belgische Overpelt naar Weert, waar het omstreeks 15.45 uur geparkeerd werd op Limcostraat. Op 01 december 2016 omstreeks 20.00 uur reed het voertuig vanuit de Limcostraat naar de Goudriaanstraat, en werd hier op of nabij geparkeerd.166

2 december 2016

Op 2 december 2016 om 13.05 uur reed de Suzuki Swift vanaf Eindhoven naar het Belgische Overpelt en parkeerde omstreeks 13.45 uur op of nabij de Dorpsstraat te Overpelt. Het voertuig reed omstreeks 14.25 uur vanuit het Belgische Overpelt naar Weert, en parkeerde omstreeks 15.00 uur op of nabij de Limcostraat.167

Op 02 december 2016 te 17:46 uur vond er een gesprek plaats, waarbij [medeverdachte 2] werd gebeld op het nummer [telefoonnummer 19] (TA006). De beller zegt: ‘Ja, ik dacht dat je niet in het weekend zou draaien ’s nachts. Maar goed, ik ben er een beetje beledigd over’. [medeverdachte 2] zegt dat hij vandaag niet zou komen en dat hij er morgen weer is. Beller zegt dat [medeverdachte 2] kon komen. [medeverdachte 2] antwoordt: ‘Weet je ik draai tot morgen he… morgen om twee, drie uur ben ik klaar.’ De beller zegt het niet leuk te vinden. [medeverdachte 2] zegt: ‘Watte dan heb ik tot overmorgen dan heb ik die geld toch gekregen… Ik verdien geld voor jullie man’. De beller zegt verder dat het lijkt alsof [medeverdachte 2] er niet voor wil werken. [medeverdachte 2] zegt: ‘Helemaal niet man, ik wil dat jij het goed hebt man, dat jij, jouw schulden alles weg is man…dat wil ik’.168

De Suzuki Swift reed omstreeks 21.30 uur wederom vanuit Eindhoven naar het Belgische Overpelt, en werd op de Dorpsstraat geparkeerd. Het voertuig reed omstreeks 22.10 uur vanuit het Belgische Overpelt weer terug naar Eindhoven.169

3 en 4 december 2016

Uit de peilbakengegevens blijkt dat de Suzuki Swift op 3 en 4 december 2016 dagelijks eerst naar Weert en daarna naar het Belgische Overpelt of andersom reed.170

5 december 2016

Op 05 december 2016 te 20:38 uur vond er een gesprek plaats tussen [medeverdachte 2] (TA006) en [medeverdachte 1] (TA015). [medeverdachte 1] vraagt aan [medeverdachte 2] of deze heeft afgesproken met een meisje. [medeverdachte 2] antwoordt met [naam 8] en zegt dat [medeverdachte 1] tegen haar moet zeggen dat ze naar de plek tegenover de Haan moet komen.171

Om 20:39 uur belde [medeverdachte 1] (TA015) naar een onbekende. [medeverdachte 1] zegt: ‘Hij zegt tegenover de Haan’. De gebelde zegt dat dat oke is.172

De Suzuki Swift reed op 5 december 2016 omstreeks 21.55 uur vanuit Weert naar het Belgische Overpelt en werd op de Dorpsstraat geparkeerd. Het voertuig reed omstreeks 23.45 uur weer terug vanuit het Belgische Overpelt naar Eindhoven en werd op of nabij de Bomansplaats geparkeerd.173

6 december 2016

Op 6 december 2016 te 15.36 uur vond er een gesprek plaats waarbij [medeverdachte 2] met het nummer [telefoonnummer 3] (TA006) belde naar het nummer [telefoonnummer 22] . [medeverdachte 2] zegt tegen gebelde dat hij zo bij gebelde is en dat zijn neef met hem meekomt.174 Het nummer [telefoonnummer 3] staat op naam van [man 4] wonend in Weert, die in het politiesysteem geclassificeerd staat als harddrugsgebruiker.175

Vervolgens vond er om 16.37 uur een gesprek plaats waarbij [medeverdachte 2] met het telefoonnummer [telefoonnummer 3] (TA006) werd gebeld door [medeverdachte 1] met het telefoonnummer [telefoonnummer 4] (TA015). [medeverdachte 1] vraagt aan [medeverdachte 2] waar [medeverdachte 2] is. [medeverdachte 2] zegt dat hij aan het lopen is. [medeverdachte 1] vraagt of [medeverdachte 2] nog ‘koffie heeft. [medeverdachte 2] zegt : ‘Ja, ik ben al lang begonnen. [medeverdachte 2] zegt verder: ‘Maar ik ben bijna klaar denk ik en dan kom ik.176

Het observatieteam zag vervolgens dat [medeverdachte 2] om 16.50 uur op de Korenmarkt stond. Er werd gezien dat er een overdracht plaatsvond tussen [medeverdachte 2] en een onbekende man. [medeverdachte 2] gaf iets aan de man gaf en de man gaf iets aan [medeverdachte 2] .177

De Suzuki Swift reed op 6 december 2016 omstreeks 17.45 uur vanuit Eindhoven naar Weert en werd op de Limcostraat geparkeerd. De Suzuki Swift reed vervolgens omstreeks 18.15 uur vanuit de Limcostraat naar de Goudriaanstraat en werd hier geparkeerd.178

Op 06 december 2016 te 21:13 uur vond er een gesprek plaats tussen [medeverdachte 2] ( [telefoonnummer 23] ) en [medeverdachte 1] (TA015). [medeverdachte 2] zegt: ‘Weet je wat ik tegen jou zei, die ene Iraniër ... die veel geld heeft. .. he? Hij wil twintig ... twee ... tot morgen omdat hij veel heeft gepind, en morgen kan hij weer pinnen, die 20’. [medeverdachte 1] zegt:’ Nee man, ga ik niet doen’. [medeverdachte 2] zegt tegen iemand op de achtergrond: ‘Kan niet. .. je kan niets aan doen man. Ik weet maar ik kan niet. Als hij zegt nee dan is het nee’. [medeverdachte 1] zegt: ‘Nee man, ik ken hem nog niet’. [medeverdachte 2] zegt: ‘Ja… ja, ik wel maar…’ [medeverdachte 1] zegt even later in het gesprek: ‘Nee man iedereen die ik pof krijg ik mijn geld niet van man laat zitten man’.179

Om 21:15 uur vond er wederom een gesprek plaats tussen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] zegt daarin: ‘Als hij zijn bankpas als onderpand geeft, vind ik het goed’. [medeverdachte 2] vraagt dit aan een persoon op de achtergrond. Die zegt dat het goed is.180

7 december 2016

Op 7 december 2016 omstreeks 17.00 uur reed de Suzuki Swift vanuit Weert naar het

Belgische Overpelt en werd omstreeks 17.40 uur op of nabij de Dorpsstraat geparkeerd.181

Op 7 december 2016 te 17.55 uur was er een gesprek waarbij [medeverdachte 4] (TA012) werd gebeld door [medeverdachte 1] (TA013). [medeverdachte 1] vraagt: ‘Hoe laat kom je?’ [medeverdachte 4] zegt: ‘Ehm ongeveer 20 minuten ben ik daar’. [medeverdachte 1] vraagt waar hij nu is. [medeverdachte 4] zegt dat hij ‘bij die ander’ is. [medeverdachte 1] zegt dan: “doe maar rustig aan. Ik ga nu eerst eten dan man’. [medeverdachte 4] zegt vervolgens; ‘Okee, hij wil je nog even spreken’. Vervolgens komt er een andere man aan de lijn die herkend werd als [verdachte] . Het gesprek gaat verder in de Macedonische taal. In het gesprek zegt [verdachte] : ‘Luister nu! Hm… ik heb er drie gevonden, zoals er (vroeger) namen/haalden/kochten’ en ‘Morgen moet ik die/dat gaan halen, he’. [medeverdachte 1] antwoordt: ‘He maar kan niet. Ik, ik heb hier geen geld’ en ‘Hoeveel? Drie?’ [verdachte] zegt: ‘Ja. Zoals we namen/haalden/kochten maar men zegt dat in deze niks gemengd is’ en ‘ze zullen die/dat brengen en je zult zien, [medeverdachte 1] , als het niet goed is, gaan we die terugsturen’. [medeverdachte 1] vraagt: ‘Van wie? Weer die Joegoslaven?’. [verdachte] antwoordt: ‘Nee niet van hen, van die Koerd’. [medeverdachte 1] vraagt hoeveel geld. [verdachte] antwoordt 16. [medeverdachte 1] zegt: ’16? Morgen kan ik niet pappa, overmorgen’. [verdachte] zegt: ‘Goed, oke, laat dan overmorgen zijn, mijn zoon’. [medeverdachte 1] zegt: ‘Omdat ik heb hier het geld niet. Ik heb alles weggedaan’. [verdachte] zegt: ‘Ok, maakt niet uit, ik zal voor overmorgen regelen, dat is geen probleem’.182

De Suzuki Swift reed omstreeks 18.30 uur vanuit het Belgische Overpelt naar Weert en reed via de Limcostraat naar de Goudriaanstraat, hier werd het voertuig omstreeks 19.05 uur geparkeerd.183

Op 07 december 2016 te 21:39 uur vond er een gesprek plaats tussen [medeverdachte 2] (TA006) en [medeverdachte 1] (TA015). [medeverdachte 1] zegt dat hij een Pokka Wokka (fon) had afgewogen en vraagt of die er bij [medeverdachte 2] in zit. [medeverdachte 2] vraagt: ‘Wat voor Pokka Wokka?’. [medeverdachte 1] zegt: ‘Voor de neus’. [medeverdachte 2] vraagt: ‘Waar ... in een zakje?’. [medeverdachte 1] zegt ja. [medeverdachte 2] zegt dat hij gaat kijken. [medeverdachte 1] zegt dat het een hele gram moet zijn.184

Op 07 december 2016 te 21:40 uur vond er een gesprek plaats tussen [medeverdachte 2] (TA006) en [medeverdachte 1] (TA015). [medeverdachte 2] zegt: ‘Hij gaf me twee van 50 maar deze wil anders man’. [medeverdachte 1] vraagt: “Wat voor? Voor de neus?’. [medeverdachte 2] zegt ja. [medeverdachte 1] zegt dat dat juist goed is. [medeverdachte 2] zegt dat het juist goed is ja. [medeverdachte 2] zegt: ‘Ja maar ik heb man twee van 50 deze is anders man’. [medeverdachte 1] zegt dat [medeverdachte 2] moet kijken of het voor de neus is. [medeverdachte 2] zegt dat het er wel zo uit ziet. [medeverdachte 1] zegt dat hij dat wel kan voelen. [medeverdachte 2] zegt dat het hard is. [medeverdachte 1] zegt: ‘Ja, dat is neus man, bewaar dat’.185

8 december 2016

Op 8 december 2016 te 14.26 uur vond er een gesprek plaats tussen [medeverdachte 1] (TA015) en [medeverdachte 4] (TA012). [medeverdachte 1] zegt dat hij ‘die ander’ moet spreken. Er komt een andere persoon aan de lijn, die werd herkend als [verdachte] en het gesprek gaat verder in de Macedonische taal. [verdachte] zegt: ‘Deze zegt iets over melk…’. [medeverdachte 1] zegt: “Ja. Morgen zal ik halen/nemen/kopen’. [verdachte] zegt: ‘Voor de melk heb ik hem alles al gegeven, mijn zoon. Ik heb jou alleen 17 voor de koffie niet betaald’. [medeverdachte 1] zegt: ‘Wat voor de melk man? Ik zei hem: we gaan morgen melk nemen/halen/kopen, dat zei ik tegen hem man’. [verdachte] antwoordt: ‘Ooh, hij zei dat ik die/dat andere niet had betaald. [medeverdachte 1] zegt: ‘Gisteren gaf hij mij 2 koffie, anderhalf had ik hier. Snap je?’.186

Op 08 december 2016 te 16.17 uur vond er een gesprek plaats tussen [medeverdachte 2] (TA006) en [medeverdachte 1] (TA015). [medeverdachte 1] zegt tegen [medeverdachte 2] dat hij nog 6 melk onder de prullenbak heeft staan.187

Op 08 december 2016 te 20.47 uur vond er een gesprek plaats tussen [medeverdachte 2] (TA006) en [medeverdachte 1] (TA015). [medeverdachte 1] vraagt aan [medeverdachte 2] hoeveel hij nog heeft. [medeverdachte 2] geeft aan nog 4 of 5.188

De Suzuki Swift reed vervolgens omstreeks 21.00 uur weer vanuit het Belgische Overpelt terug naar Eindhoven. Hier werd het voertuig omstreeks 21.35 uur op of nabij de Da Vittorialaan geparkeerd. Op 9 december 2016 om 01.45 uur reed het voertuig naar de Bomansplaats te Eindhoven.189

9 december 2016

Op 9 december 2016 omstreeks 11.50 uur reed De Suzuki Swift vanuit Eindhoven naar Weert en parkeerde omstreeks 12.20 uur op de Goudriaanstraat.190

Op 09 december 2016 te 13.07 uur vond er een gesprek plaats tussen [medeverdachte 1] (TA015) en een onbekende man met het nummer [telefoonnummer 24] . [medeverdachte 1] vraagt aan de man of hij het nummer van die man uit Eindhoven kan geven om weer iets te regelen. De man geeft aan dat hij dat wel kan maar dat die wel weer duurder was. [medeverdachte 1] vraagt hoe duur. De man zegt ’18 euro’. [medeverdachte 1] vraagt of het goeie was. De man zegt: ‘Volgens mij wel ja’. [medeverdachte 1] vraagt of hij het wel voor 18 kan regelen. De man antwoordt: ‘ja’ en ‘2.. dat zei die 2 of 3 dagen terug nog tegen mij. Zei die dat ik dat tegen jou moest zeggen, maar ik ben dat gisteren vergeten te zeggen’. [medeverdachte 1] zegt ‘oke’. De man geeft aan dat hij het nummer zal sturen.191

Op 9 december 2016 te 13.28 uur vond er een gesprek plaats tussen [medeverdachte 1] (TA015) en een onbekende man met het nummer [telefoonnummer 16] . [medeverdachte 1] zegt tegen de man dat hij die jongen uit Weert is, en vraagt aan de man of hij nog wat kan regelen. De man zegt dat dit wel kan. [medeverdachte 1] vraagt hoe duur die is. De man geeft aan ‘18’. [medeverdachte 1] zegt dat hij morgen of overmorgen ‘eentje’ nodig heeft en vraagt: ‘maar dan bel ik jou ja?’.192

Op 9 december 2016 om 13.37 uur vond er een gesprek plaats tussen [medeverdachte 2] (TA006) en een onbekende beller met het nummer [telefoonnummer 25] . [medeverdachte 2] zegt dat hij op iemand zit te wachten die moet komen halen/nemen/kopen. Over vijf minuten zal hij komen. De gebelde vraagt of hij hier op [medeverdachte 2] moet wachten of die kant op moet komen. [medeverdachte 2] zegt dat iemand koffie wil. Hij komt zo die kant op want hij heeft nu niks meer. De gebelde zegt dat hij op [medeverdachte 2] wacht. [medeverdachte 2] zegt dat hij over 20 minuten bij hen is.193

Op 9 december 2016 om 13.44 uur vond wederom een gesprek plaats tussen [medeverdachte 2] (TA006) en de onbekende met het nummer [telefoonnummer 25] . Het gesprek vindt plaats in de Macedonische taal. [medeverdachte 2] zegt: ‘Ik kom deze kant op maar geeft me mijn broer even’. Op de achtergrond wordt geroepen ‘Riste’ en er komt een andere man aan de telefoon. [medeverdachte 2] zegt dat ze hier moeten gaan. [medeverdachte 1] vraagt waar en [medeverdachte 2] zegt bij [naam 1] . [medeverdachte 2] zegt: ‘Ze draaien maar door’. [medeverdachte 1] zegt: ’Ja, normaal draaien ze’ en ‘Jullie hebben daar een oerwoud van gemaakt, een oerwoud!’ [medeverdachte 2] zegt: ‘Ja en mensen praten. Ze hadden tegen [medeverdachte 2] (fon) ‘veel te druk’. [medeverdachte 1] antwoordt: ‘He, het is toch niks voor [medeverdachte 2] ’.194

Het observatieteam zag op 9 december 2016 om 13.52 uur vervolgens dat [medeverdachte 2] via de voordeur uit de woning gelegen aan op de [adres 4] te Weert kwam. Het is hen ambtshalve bekend dat in deze woning [naam 1] met als bijnaam ‘de [naam 1] ’ woont.195

Omstreeks 16.50 uur reed de Suzuki Swift een ronde door Weert. Er werden meerdere plekken aan gedaan.196

Op 9 december 2016 te 16.55 uur vond er een gesprek plaats tussen [medeverdachte 4] (TA012) en [medeverdachte 1] (TA013). [medeverdachte 1] zegt: ‘Je moet dat nou wel weer bij elkaar tellen he die bedrag he’. [medeverdachte 4] zegt: ‘ja ja ja, weet ik’. [medeverdachte 1] zegt: ‘Dan moet je niet … niet lezen wat ik je heb gezegd he’. [medeverdachte 4] zegt: ‘Ja dat was toen straks… eh… ja ik weet… ik weet… ik heb het allemaal bijgehouden’. Vervolgens zegt [medeverdachte 4] : ‘Hier komt je broer’. Er komt een andere persoon aan die lijn die werd herkend als [medeverdachte 2] . [medeverdachte 2] zegt: ‘(ntv) en die andere … die andere’. [medeverdachte 1] antwoordt ‘gewoon twintig’. [medeverdachte 2] zegt: ‘Die ja is dat die twintig of wat?’ [medeverdachte 1] vraagt: ‘Welke die van jou?’ [medeverdachte 2] zegt ja. [medeverdachte 1] vraagt: ‘Die van jou bedoel je?’ [medeverdachte 2] vraagt wat van jou? [medeverdachte 1] zegt: ‘Ik heb geen tientjes man, die zijn allemaal twintig man’. [medeverdachte 2] zegt: ‘Ik heb die (ntv) je krijgt die terug’. [medeverdachte 1] zegt: ‘Ja, dan bewaar die maar’.197

Het voertuig reed omstreeks 17.30 uur weer terug naar de Limcostraat en werd hier op of nabij geparkeerd. Het voertuig reed omstreeks 18.00 uur weer een ronde door Weert, en vervolgens reed het voertuig omstreeks 18.30 uur vanuit Weert naar het Belgische Overpelt. Hier werd het voertuig omstreeks 18.55 uur geparkeerd op of nabij de Dorpsstraat. Omstreeks 20.30 uur reed het voertuig vanuit het Belgische Overpelt weer terug naar Weert, waar het omstreeks 21.00 uur werd geparkeerd op of nabij de Limcostraat.198

Op 9 december 2016 om 21.08 uur vond er een gesprek plaats tussen [medeverdachte 1] (TA015) en een onbekende man. Later in het gesprek kwam [medeverdachte 2] aan de lijn. [medeverdachte 1] vraagt of [medeverdachte 2] ook zo naar hem komt. [medeverdachte 2] zegt dat hij over 20 minuten thuis is en dat de melk op is. [medeverdachte 1] zegt dat hij bijna thuis is. [medeverdachte 2] zegt dat hij eraan komt.199

Om 21.51 uur vond er vervolgens weer een gesprek plaats tussen [medeverdachte 1] (TA015) en [medeverdachte 2] . [medeverdachte 1] vraagt hoeveel ‘koffie’ [medeverdachte 2] nog heeft. [medeverdachte 2] zegt dat hij nog 7 of 8 heeft.200

Daarna om 21.13 uur belde [medeverdachte 1] (TA013) met [medeverdachte 4] (TA012). [medeverdachte 1] vraagt aan [medeverdachte 4] of hij nog komt, waarop [medeverdachte 4] zegt dat hij er over 10 minuten is.201

De Suzuki Swift reed vervolgens omstreeks 21.25 uur vanuit de Limcostraat naar de Kruisstraat waar het omstreeks 21.30 uur werd geparkeerd op of nabij de Kruisstraat. Het voertuig reed omstreeks 22.50 uur vanuit Weert naar het Belgische Kinrooi waar het een korte stop heeft gemaakt op of nabij de Weertersteenweg. Het voertuig reed omstreeks 23.25 uur vanuit het Belgische Kinrooi via Weert naar Eindhoven.202

10 december 2016

Op 10 december 2016 te 15:18 uur vond er een gesprek plaats tussen [medeverdachte 2] (TA006) en [medeverdachte 1] (TA015). [medeverdachte 1] zegt dat [medeverdachte 3] (fon) het goed doet. [medeverdachte 2] zegt: ‘Ja, dus ik doe niet goed of wat’. [medeverdachte 1] zegt dat hij dat niet zei en vraagt of [medeverdachte 2] nog wil gaan draaien. [medeverdachte 2] zegt ja. [medeverdachte 1] zegt dat dit niet gaat, omdat het al vier uur is en [medeverdachte 3] het om zes uur weer overneemt. [medeverdachte 2] zegt dat hij tot tien uur draait. [medeverdachte 1] zegt dat dat niet gaat.203

Op 10 december 2016 te 15.43 uur vond er wederom een gesprek plaats tussen [medeverdachte 1] (TA015) en een onbekende man met het nummer [telefoonnummer 16] . [medeverdachte 1] zegt dat hij eigenlijk morgen nodig heeft, maar 18 is wel veel. Hij vraagt waarom. De man antwoordt dat hij het ergens geregeld heeft en dat het voor minder niet te krijgen is. De man zegt: ‘En zelfs voor mij… is voor mij ook niet rendabel weet je wel, ik heb daar helemaal bijna niks op … eh… ik zeg jou eerlijk’. [medeverdachte 1] vraagt of die goed is. De man zegt: ‘Ja, ja… kost mij zelf al 17 weet je wel’. [medeverdachte 1] zegt: ‘Oke ja, breng morgen eentje…ja?’. De man zegt dat dat goed komt.204

Op 10 december 2015 om 15.40 uur reed de Suzuki Swift vanuit Eindhoven naar het Belgische Overpelt waar deze werd geparkeerd op of nabij de Dorpsstraat. Het voertuig reed omstreeks 19.40 uur vanuit het Belgische Overpelt naar Maarheeze.205

11 december 2016

Op 11 december 2016 omstreeks 13.30 reed de Suzuki Swift vanuit Eindhoven naar het Belgische Overpelt waar deze werd geparkeerd op de Dorpsstraat.206

Uit een onderzoek bleek dat [medeverdachte 2] op 10 december 2016 op heterdaad werd aangehouden in Geldrop voor een woningoverval. Vervolgens vonden de volgende gesprekken plaats:207

Op 11 december 2016 om 17:15 uur vond er een gesprek plaats tussen [medeverdachte 1] (TA015) en [medeverdachte 3] (TA019). [medeverdachte 3] zegt: ‘Eej… die… eh… [naam 9] (fon) zijn dochter is morgen jarig’ en ‘’Dus eh… ik ga… ik wil [naam 10] (fon) vragen’ en ‘Ik ga [naam 10] kijken…’. [medeverdachte 1] zegt: ‘Ja… als die wil’. [medeverdachte 3] zegt: ‘Ja… en [naam 11] (fon) heb ik ook niet… ik weet het niet’. [medeverdachte 1] zegt: ‘Ik heb die ook niet man’ en ‘ [naam 10] heeft die wel…’. [medeverdachte 3] zegt: ‘Ja, ik ga kijken wat ik kan doen, ik moet beltegoed halen’. 208

Om 17:20 uur vond er wederom een gesprek plaats tussen beiden, waarbij [medeverdachte 1] aan [medeverdachte 3] vraagt hoe laat hij morgen moet voorkomen. [medeverdachte 3] zegt dat hij er om 9 uur ’s morgens moet zijn. [medeverdachte 1] zegt dat [medeverdachte 3] dan om 11 of 12 uur wel terug is en zegt dat hij [naam 10] dan maar voor een paar uur moet vragen. [medeverdachte 1] zegt dat als er echt niemand kan hij zelf gaat. 209

Op 11 december 2016 te 21.43 uur vond er een gesprek plaats tussen [medeverdachte 1] (TA015) en [medeverdachte 4] . [medeverdachte 4] zegt tegen [medeverdachte 1] dat ‘die andere’ hem wil spreken. Vervolgens kwam [verdachte] aan de telefoon. [verdachte] zegt: ‘Als je 900 bij elkaar hebt dat zal ik alles hiervan wisselen’ en ‘Het is mij niet duidelijk hoe het kan zijn dat ik jou nog 195 schuldig ben?’ [medeverdachte 1] antwoordt van die tachtig zoveel. [verdachte] zegt: “ja, maar daarvan heb ik voor 17 gram jou niet betaald. Voor 70 heb ik jou betaald’. [medeverdachte 1] zegt: ‘Honderd… honderd vijfennegentig moet je nog geven’. [verdachte] vraagt zeventien? [medeverdachte 1] zegt: ‘Ja. En hoeveel geld had je aan hem gegeven?’ [verdachte] zegt: ‘toen gaf ik hem slechts 25 minder… vijfhonderd zoveel en de andere (volgende) dag heb ik 25 naar jou gestuurd’. [medeverdachte 1] vraagt waarom hij 25 naar hem heeft gestuurd en zegt: ‘jij hebt mij geen een keer 25 euro gegeven’ en ‘Geen een keer. Jij hebt mij alleen 525 gegeven een keer’. Later in het gesprek zegt [medeverdachte 1] : ‘Maar dan komt het op 160… of op hoeveel komt het dan uit?’. [verdachte] zegt: ’17 moet… per hoeveel worden betaald… per 65 of…16’. [medeverdachte 1] zegt zestien vijftig. [verdachte] zegt: ‘Dat moet door de helft worden gedeeld’. [medeverdachte 1] zegt: ‘Ik heb dat berekend… het was 160 euro plus die 25 en dan komt het op 195, snap je?’.210

12 december 2016

Op 12 december 2016 om 08:52 uur vond er een gesprek plaats waarbij [medeverdachte 1] (TA015) werd gebeld door [naam 11] , die gebruikt maakt van het nummer [telefoonnummer 26] . De beller vraagt of hij [medeverdachte 1] kan zien. [medeverdachte 1] zegt dat hij morgen maar langs moet komen.211

Op 12 december 2016 te 15:21 uur kwam op TA015 afkomstig van [telefoonnummer 26] , inhoudende: ‘Hoeveel was het?? 2 of 250’.212

Op 12 december 2016 omstreeks 17.20 uur reed de Suzuki Swift vanuit Eindhoven naar het Belgische Overpelt, waar deze op de Dorpsstraat werd geparkeerd. Het voertuig reed omstreeks 20.15 uur vanuit het Belgische Overpelt naar Weert waar het omstreeks 20.45 uur werd geparkeerd op of nabij de Limcostraat. Het voertuig reed omstreeks 21.56 uur vanaf de Limcostraat naar de Goudriaanstraat en werd hier omstreeks 22.00 uur geparkeerd. Het voertuig reed omstreeks 23.00 uur vanuit Weert terug naar Eindhoven.213

13 december 2016

De Suzuki Swift reed op 13 december 2016 omstreeks 16.30 uur vanuit Eindhoven naar het Belgische Overpelt waar deze werd geparkeerd op of nabij de Dorpsstraat. Het voertuig reed omstreeks 17.40 uur vanuit het Belgische Overpelt naar Weert en werd geparkeerd op of nabij de Limcostraat te Weert. Het voertuig reed vervolgens op 18.40 uur vanuit de Limcostraat naar de Goudriaanstraat waar het op of nabij geparkeerd werd.214

Op 13 december 2016 te 17:48 uur kwam wederom een sms-bericht binnen op TA015 van het nummer [telefoonnummer 26] , inhoudende: ‘Was 150 toch’.215

Om 17:49 uur vond er vervolgens een gesprek plaats tussen [medeverdachte 1] (TA015) en een man met het nummer [telefoonnummer 26] . [medeverdachte 1] zegt: ‘Ja…ik heb jou 150 gegeven…maar…eh…en [medeverdachte 2] (fon) moest jou ook nog 50’. De man zegt: ‘Ja, 150 eh… ik heb jou die meier gegeven dan moet ik daar 2 afleveren’. [medeverdachte 1] zegt dat het klopt.216

14 december 2016

Op 14 december 2016 om 14:25 uur kwam er een sms binnen op TA015 afkomstig van het nummer [telefoonnummer 16] , met als inhoud: ‘Die van laatst is bijna op heb net zelfde als jou gepakt laatst er ligt nog 2x’.217

Op 14 december 2016 te 14:26 uur vond er een gesprek plaats tussen [medeverdachte 1] (TA015) en de man met het nummer [telefoonnummer 16] . [medeverdachte 1] vraagt of er nog maar 2 zijn. De man zegt: ‘Ja ja, jij snapte mij niet of wel… ja ja ja, zeg maar waar je laatst hebt gepakt daar is nou nog maar twee en daarna is die man ook weg, weet je wel’ en ‘Daarom ik dacht voor jou of dat jij echt noodzakelijk of jij moet hebben of… anders…eh’. [medeverdachte 1] zegt: ‘Als deze op is dan moet ik wel hebben ja’. De man zegt: ‘ja… ja, maar weet je wat het is… ik moet nou… kijk… maar dat duurt nog effe voor jou of niet?’. [medeverdachte 1] zegt: ‘Ik denk nog… eh… 3 tot 4 dagen’. De man zegt: Ja ja ja… ik ga even… Ik ga even kijken wat ik kan doen of apart laten leggen ofzo man’. [medeverdachte 1] zegt: ‘Ja, kijk maar wat je kan doen jongen’. De man zegt dat hij het [medeverdachte 1] wel laat weten.218

Op 14 december 2016 te 15:43 uur ging er een sms-bericht uit van TA015 naar het nummer [telefoonnummer 26] , inhoudende: ‘Kan je drij nummer geven’.219

Om 15.44 uur werd geantwoord: ‘ [telefoonnummer 38] ’.220

Om 15.46 uur vond er vervolgens gesprek plaats tussen [medeverdachte 1] (TA015) en de man met het nummer [telefoonnummer 26] . [medeverdachte 1] vraagt of alles goed is. de man zegt: ‘Ja rustig…heb je nummer…heb je dingen gekregen…bericht?’. [medeverdachte 1] zegt: ‘Ja, ik ga nou bellen’ en ‘maar ik hoor mij dubbel op jouw nummer man’. De man zegt: ‘Dat dingen…die draai die heb ik bij he’. [medeverdachte 1] zegt:’Ohh heb jij die…’. De man zegt: ‘Je moet op zijn eigen dingen bellen’. [medeverdachte 1] zegt: ’Oh…heb ik net gedaan maar neemt die niet op’. De man zegt: ‘Hij ging even een uurtje slapen zei die’. [medeverdachte 1] zegt dat het dan goed is en hij het even niet wist.221

Op 14 december 2016 om 17:20 uur ging er een sms-bericht uit van TA015 naar [telefoonnummer 16] met als inhoud: ‘En maat kan dat of niet dan weet ik dat’.222 Om 17:21 uur werd er geantwoord: ‘Ja ik houd apart ik ga vnvnd 3 pakken’.223

Op 14 december 2016 te 21.40 uur vond er weer een gesprek plaats tussen [medeverdachte 1] (TA15) en de man met het nummer [telefoonnummer 16] . De man zegt dat hij die apart gehouden heeft. [medeverdachte 1] zegt dat hij zich snel meldt. De man zegt: ‘Weet je wat het is, ik zeg jou eerlijk he, ik heb die wel een puntje goedkoper omdat ik meer gepakt heb weet je wel, maar ik ga die nou een paar dagen bewaren snap je?’. [medeverdachte 1] zegt is goed. De man zegt: ‘Als je die wilt delen wij die, doe ik een half puntje minder, snap je?’ [medeverdachte 1] zegt dat hij het snapt. De man zegt: ‘Weet je de prijzen zijn hetzelfde, maar omdat ik meer had gepakt, heeft die zeg maar nou een puntje minder. Ik ga die bij iemand bewaren’. [medeverdachte 1] zegt: ‘Bewaar gewoon voor mij dan de helft, pak ik volgende keer gewoon de helft’.224

15 december 2016

Op 15 december 2016 omstreeks 17.30 uur reed de Suzuki Swift vanuit Eindhoven naar Weert waar deze werd geparkeerd op of nabij de Goudriaanstraat.225

Op 15 december 2016 te 18.06 uur vond er een gesprek plaats tussen [medeverdachte 1] (TA015) en de man met het nummer [telefoonnummer 26] . [medeverdachte 1] vraagt hoeveel ‘papier’ de man nu heeft. De man zegt 18. [medeverdachte 1] zegt ‘he’. De man zegt ’achttachtig’. [medeverdachte 1] vraagt 88? De man zegt ‘80’. [medeverdachte 1] zegt: ’80, oh is goed jonge dan weet ik genoeg.226

De Suzuki Swift reed omstreeks 21.30 uur vanuit Weert naar het Belgische Overpelt waar deze werd geparkeerd op of nabij de Dorpsstraat. Het voertuig reed omstreeks 22.40 uur vanuit het Belgische Overpelt naar Eindhoven.227

18 december 2016

Op 18 december 2016 te 13.14 uur vond er een gesprek plaats tussen [medeverdachte 1] (TA015) en [medeverdachte 3] (TA019). [medeverdachte 3] zegt dat hij even wil langskomen. [medeverdachte 1] vraagt waarom. [medeverdachte 3] zegt ‘donker’. [medeverdachte 1] zegt: ‘Ja, ik doe die onder de prullenbak’. [medeverdachte 3] zegt dat dat goed is.228

Pseudokoop

Op 3 januari 2017 werd een pseudokoper ingezet door de politie. De verbalisant onder nummer M5117 heeft daarover gerelateerd dat hij om 15.54 uur heeft gebeld naar het telefoonnummer [telefoonnummer 27] , waarvan bekend was dat het in gebruik was bij [medeverdachte 3] . Er werd niet opgenomen en de voicemail werd ingeschakeld. Vervolgens werd hij omstreeks 15.55 uur gebeld door telefoonnummer [telefoonnummer 27] . Hij kreeg een man aan de lijn. Hij heeft de man uitgelegd dat hij zijn nummer had gekregen en had gehoord had dat hij spul bij hem kon krijgen. De man zei hem naar de Julianastraat te komen. Toen de verbalisant omstreeks 16.02 uur stond te wachten op de Julianastraat werd hij wederom gebeld door het nummer [telefoonnummer 27] . Dezelfde mannenstem zei tegen hem dat hij door moest lopen. Op het moment dat hij doorliep over de Julianalaan, zag hij dat een man hem tegemoet liep met een telefoon aan zijn oor, die hij herkende als [medeverdachte 3] . [medeverdachte 3] vroeg wat hij wilde hebben en de verbalisant antwoordde dat hij had gehoord dat hij allebei had en ook allebei wilde kopen. Hierna vroeg [medeverdachte 3] of hij wilde snuiven of roken. Hij zei tegen [medeverdachte 3] dat hij wilde snuiven en [medeverdachte 3] zei dat hij geen snuif had. Op een bepaald moment liet [medeverdachte 3] een aantal bolletjes zien met een bruinachtig poeder, die hij uit zijn broekzak haalde. [medeverdachte 3] zei dat hij 20 euro per bolletje wilde. De verbalisant vroeg vijf bolletjes en deze werden hem door [medeverdachte 3] overhandigd. Vervolgens vroeg hij [medeverdachte 3] of hij helemaal geen wit had, waarop [medeverdachte 3] 2 bolletjes met een witte substantie uit zijn broekzak haalde. Hij zei dat het geen snuif was en dat het twintig euro per bolletje kostte. De verbalisant vroeg twee bolletjes. [medeverdachte 3] zei dat alles bij elkaar negentig euro kostte. De verbalisant overhandigde [medeverdachte 3] het geld en tegelijkertijd overhandigde [medeverdachte 3] hem het gripzakje met de drie bolletjes met het bruinachtige poeder en twee losse bolletjes met de witte substantie.229

De aangekochte witte bolletjes wogen netto 0,29 gram en de bruine bolletjes wogen in totaal netto 0,66 gram.230 Het Nederlands Forensisch Instituut heeft monsters van deze bolletjes onderzocht en hieruit bleek dat de witte bolletjes cocaïne bevatten en de bruine bolletjes heroïne.231

Doorzoekingen

In de woning van [medeverdachte 1] gelegen aan de [adres 2] te Weert werd bij de doorzoeking op 5 januari 2017 – onder andere – een contant geldbedrag van 1.010 euro en een zakje heroïne aangetroffen.232 Het betreft 0,15 gram bruin poeder en brokjes in een plastic bolletje. Bij onderzoek door het Nederlands Forensisch Instituut is vastgesteld dat het heroïne bevat.233

In de woning van [medeverdachte 3] , gelegen aan de [adres 5] te Weert werden op 5 januari 2017 41 bolletjes harddrugs aangetroffen.234 Het betreft in totaal 19 bolletjes met witte brokjes met een totaal gewicht van 3,14 gram netto alsmede 21 bolletjes gevuld met bruin poeder met een totaal gewicht van 2,73 gram.235 Het Nederlands Forensisch Instituut heeft monsters van deze bolletjes onderzocht en hieruit bleek dat de witte bolletjes cocaïne bevatten en de bruine bolletjes heroïne.236

Getuigenverklaringen

Op 18 mei 2016 werd een verklaring opgenomen van een getuige die anoniem wenste te blijven en aangeduid wordt als getuige 702347. Deze getuige heeft als volgt verklaard:237

Ik heb contact met u opgenomen omdat ik een verklaring af wil leggen over een aantal drugsdealers, die actief zijn in Weert. (…) Het gaat over twee jongens van Joegoslavische afkomst: [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] . (…) Ze vertellen zelf dat hun vader de grote man is achter de hele drugshandel, (…) [medeverdachte 1] woont op [adres 6] of [adres 7] in Weert. (opmerking verbalisant: goede straat betreft [adres 7] te Weert). [medeverdachte 2] verblijft tegenwoordig bij zijn vriendin te Stramproy. (…) Van de vader weet ik geen naam, maar hij wordt 'de blinde' genoemd, omdat hij blind is aan één oog. (…) Ze hebben ook een dealnummer in gebruik. Dit nummer wisselt ook om de paar weken. (…) Ze verkopen van alles: heroïne, snuif- en base-cocaïne (…) Ik heb heel vaak gezien dat er door of namens [medeverdachte 1] of [medeverdachte 2] harddrugs werd verkocht. Voor één bolletje heroïne betaal je 10 euro bij hen. (…) Voor één (1) bolletje snuif- en base-cocaïne betaal je 20 euro bij hen. (…) Normaal hoort er in één (1) bolletje 0,2 gram te zitten. Bij hen zit er maar tussen de 0,12 en 0,15 gram in. Ze staan erom bekend dat je maar heel weinig krijgt bij hen. Met een bolletje bedoel ik een dichtgebrand boterhamzakje, met daarin de drugs. (…) Ik weet zeker dat [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] al tenminste vier (4) jaar harddrugs verkopen. In het begin deden ze dat allebei actief. Op dit moment verkoopt [medeverdachte 1] niet meer zelf actief, hij laat anderen voor zich dealen. [medeverdachte 2] verkoopt wel nog zelf. [medeverdachte 3] is een vaste pion van hun, hij verkoopt drugs voor hun. (…) Alle vaste harddrugsgebruikers kopen harddrugs van de broers. Dan heb ik het over de min of meer dagelijkse gebruikers. (...) Bij hen kun je echt 24 uur per dag drugs kopen, ze werken in diensten: van 12 uur tot 24 uur ongeveer: [medeverdachte 2] heeft dan de dealtelefoon; van 24 uur tot 12 uur ongeveer: [medeverdachte 3] heeft dan de dealtelefoon.

Voorts heeft de politie een aantal contacten van de in het onderzoek getapte telefoonnummers achterhaald en deze personen (in sommige gevallen beperkt anoniem) gehoord als getuigen.

Getuige 769310 heeft bij de politie als volgt verklaard:238

Ik gebruik ongeveer twee keer in de week. Ik gebruik dan alleen maar cocaïne. (…) Ik haalde de cocaïne bij ‘ [medeverdachte 3] ’, zijn volledige naam is [medeverdachte 3] volgens mij. Ik belde het nummer, dan kreeg ik altijd ‘ [medeverdachte 3] ’ aan de telefoon. Ik heb ook wel eens bij [medeverdachte 2] gehaald. Het nummer dat hij nu had was het nummer [telefoonnummer 27] . Het nummer wat hij daarvoor had eindigde met 28. (…) Als we ergens afspraken, dan was het ergens in Keent, Fatima of in de stad. Soms was [medeverdachte 3] ook gewoon thuis. Dat is op Fatima, bij het café Oriënt (…) Ik koop nu ongeveer een haf jaartje van ‘ [medeverdachte 3] ’ (…) ik denk dat ik ongeveer 2 maal per week iets haal. Daarom denk ik dat ik ongeveer 50 keer bij ‘ [medeverdachte 3] ’ heb gekocht, de andere keren kocht ik van [medeverdachte 2] . Dit is echt maar zelden geweest. Ik moest 20 euro betalen als ik een bolletje cocaïne van hen kocht.

Getuige 769341 heeft bij de politie als volgt verklaard:239

Ik weet dat er ongeveer 5 à 6 dagen geleden jongens zijn opgepakt door de politie en dat er een inval is geweest door de politie. Dit zijn de dealers waarover ik een verklaring af wil leggen. Deze dealers zijn: [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] . (…) Zij dealen heroïne en cocaïne. Ik gebruik al ongeveer 15 jaar lang heroïne. Ik gebruik ongeveer 2 bolletjes per dag. Met een bolletje bedoel ik een dichtgeknoopt of dicht gebrand boterhamzakje, met daarin heroïne. Per bolletje zou er ongeveer 0,2 gram in moeten zitten. Voor één bolletje heroïne betaal ik altijd 10 euro.(…) Heel af en toe, ongeveer 1 à 2 keer per jaar, gebruik ik ook crack. Crack is uitgekookte cocaïne. De crack is op dezelfde wijze verpakt als de heroïne en er zit evenveel in, ook 0,2 gram. Voor één bolletje crack betaal ik altijd 20 euro. (…) Vanaf ongeveer 9,5 jaar geleden kocht ik heroïne en cocaïne van de vader van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] . (…) Sinds ongeveer drie jaar koop ik nu heroïne en cocaïne bij [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] . In het begin kocht ik rechtstreeks van [medeverdachte 1] of [medeverdachte 2] . Zij maakten gebruik van veel telefoonnummers die ook regelmatig wisselden. (…) Sinds ongeveer 1,5 jaar loopt [medeverdachte 3] voor [medeverdachte 1] . Met lopen bedoel ik: heroïne en cocaïne verkopen. [medeverdachte 2] verkoopt wel nog zelf de drugs. [medeverdachte 1] woont op de [adres 7] in Weert. (…) Zij wisselen vaak van telefoonnummer. (…). Het meest recente nummer weet ik toevallig uit mijn hoofd: [telefoonnummer 28] . Als ik het telefoonnummer belde om drugs te kopen dan kwam [medeverdachte 3] meestal. Soms kwam [medeverdachte 2] ook, maar niet zo vaak als [medeverdachte 3] .

Getuige 769554 heeft bij de politie alg volgt verklaard:240

Ik ken de dealers wel van zien en van hun voornaam. Ze heten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] . (…) Ik heb ze regelmatig bij mij in de straat zien dealen. (…) Er waren ook loopjongetjes die voor [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] liepen. Ik ken er een als [medeverdachte 3] .

Getuige 769587 heeft bij de politie als volgt verklaard:

Ik gebruik alleen ‘bruin’, dit is een ander woord voor heroïne. (…) Ik gebruik per dag een bolletje heroïne. Het gewicht van zo'n bolletje is 0,2 gram. Als ik een bolletje van 0,2 gram koop dan moet ik er 10 euro voor betalen. 10 jaar geleden kwam er een man die ging dealen in Weert. De man die 10 jaar geleden in Weert dealde, was blind of zag heel erg slecht. Sinds ongeveer 6 of 7 jaar is de vader niet meer in beeld en zijn het alleen de zoons van hem die in Weert heroïne en cocaïne verkopen. (…) De ‘Joego’ welke ze ‘de kleine’ noemen verkoopt nu de verdovende middelen op straat, er is nog een andere man die op straat verkoopt, deze heet [medeverdachte 3] . De andere ‘Joego’ is degene met die kindjes. Die woont op de [adres 7] . (…) De nummers welke ik heb gebeld om verdovende middelen te kopen waren: [telefoonnummer 3] , dit nummer was van ‘die kleine’, [telefoonnummer 29] , als ik dit nummer belde dan kwam soms [medeverdachte 3] en soms ‘die kleine’ en [telefoonnummer 12] , dit nummer was als laatste in gebruik en was het nummer van [medeverdachte 3] . (…) Ik kocht de afgelopen 10 jaar bijna iedere dag 0,2 gram heroïne voor 10 euro per 0,2 gram.

Getuige [getuige 1] heeft als volgt verklaard:241

Ik haalde iedere dag een bolletje heroïne. Soms haalde ik een bolletje cocaïne. Ik heb verhalen op straat gehoord dat ‘de jongens’ al 6 of 7 jaar bezig zijn. Ik ga geen namen noemen of mensen verraden.(…) U vraagt mij naar een ander woord voor heroïne. Dit is ‘bruin’ en ‘koffie’. U vraagt mij naar een ander woord voor cocaïne. Dit is ‘wit’ en ‘melk’ (…) Als ik een bolletje heroïne kocht, was dit een bolletje van 0,2 gram, dit kost dan 10 euro. Als ik een bolletje cocaïne kocht dan was dit 0,2 gram voor 20 euro.

Getuige 770240 heeft als volgt verklaard:242

Ik koop sinds een half jaar ongeveer cocaïne bij [medeverdachte 3] . Ik ben vrij zeker van die periode omdat mijn vorige dealer door de politie is aangehouden net voor de zomer. Ik denk in juni of juli 2016. (…) Ik belde [medeverdachte 3] dan op en we troffen elkaar dan op een aantal locaties in Weert, zoals de Jumbo in de wijk Moesel en bij de kerk in het centrum van Weert. Ook ging ik dan wel eens naar zijn woning boven die kroeg. Hij verkocht grote bolletjes met cocaïne en kleine bolletjes met cocaïne. Een klein bolletje kost 25 euro en een groot bolletje kost 50 euro. (…) Ik had het vermoeden dat [medeverdachte 3] voor iemand anders moest dealen. Een maat van me heeft hem wel eens aangesproken omdat hij dacht dat hij te weinig had gekregen. Ik hoorde [medeverdachte 3] toen zeggen: ‘Zo moet ik het verkopen’. De laatste tijd kwam het ook een aantal keer voor dat als ik [medeverdachte 3] opbelde ik een andere man aan de lijn kreeg. Als ik dan vroeg naar [medeverdachte 3] , kreeg ik die aan de lijn. Hoe die andere man heet, weet ik niet.

Getuige 770342 heeft bij de politie als volgt verklaard:243

U vraagt mij of ik ook Joegoslaven ken die drugs verkopen. Ik ken [medeverdachte 2] wel. Hij verkoopt heroïne en cocaïne. Ik heb van [medeverdachte 2] denk ik drie of vier keer cocaïne gekocht in totaal. [medeverdachte 2] dealt al zeker 5 of 6 jaar. Ik weet dat omdat ik 5 of 6 jaar geleden al van hem drugs heb gekocht. Ik denk dat de laatste keer een half jaar of een jaar geleden was. U vraagt mij of het ook korter kan zijn geweest, omdat u mijn gesprekken met [medeverdachte 2] op heeft genomen en dat was korter geleden. Het kan ook korter geleden zijn geweest, ik weet het allemaal niet meer. (…) Voor twee tientjes kreeg ik 0,2 gram en voor vijf tientjes kreeg ik 0,6 gram ongeveer. Dat was dan al gekookt. Ik had contact met [medeverdachte 2] via de telefoon. Hij kwam aan huis of we spraken ergens af. Bijvoorbeeld bij de Jumbo op het collegeplein, bij de kerk op Fatima of bij de Jumbo op het Oranjeplein. (…) [medeverdachte 2] kwam dan zelf of hij stuurde een familielid, een broer van hem.

Getuige [getuige 2] heeft bij de politie als volgt verklaard:244

Vanaf begin december 2016 heb ik zelf heroïne gekocht bij twee personen in Weert. Ik gebruik gemiddeld, als ik geld heb, 1 à 2 bolletjes heroïne per dag. (…) Vanaf begin december 2016 heb ik vrijwel dagelijks heroïne gekocht bij [medeverdachte 3] . Ik kocht dan 1 bolletje heroïne per dag en ik betaalde daar 10 euro voor. (…) Verder heb ik vanaf begin december 2016 ook wel een aantal malen heroïne gekocht bij een persoon die ik ken onder de naam ‘ [medeverdachte 2] ’. [medeverdachte 2] is volgens mij van Joegoslavische afkomst. (…) Ze draaien shiften, zo noem ik dat. Ik belde elke keer hetzelfde telefoonnummer. Meestal kreeg ik dan [medeverdachte 3] aan de telefoon, maar soms ook [medeverdachte 2] . [medeverdachte 2] werkte vaker overdag en [medeverdachte 3] 's-avonds en 's-nachts.

Getuige [getuige 3] heeft bij de politie als volgt verklaard:245

Na de zomervakantie, ongeveer 1 augustus 2016, ben ik begonnen met het roken van cocaïne. Ik ben op de fiets door het centrum van Weert gereden en werd daar aangesproken door een Marokkaanse man die ik heb leren kennen als [medeverdachte 3] . (…) Ik begreep dat hij dat dus verkocht en heb van hem base cocaïne gekocht om te roken. (…) Ik moest 20 euro betalen voor dat bolletje. Ik heb toen het telefoonnummer van [medeverdachte 3] gekregen. (…) Elke keer als ik cocaïne wilde hebben, belde ik [medeverdachte 3] op en dan spraken we ergens in Weert af. De locaties waren verschillend, maar het was wel eens in het centrum van Weert of achter het station. Ook wel bij de Jumbo in die wijk achter het station. (...) Als ik dat nummer van [medeverdachte 3] belde dan kreeg ik niet altijd [medeverdachte 3] aan de lijn. Er was nog een jongen die gebruik maakte van die telefoon. Ik ken de naam van die jongen niet, maar ik weet dat hij van Joegoslavische afkomst was. Ook bij hem kocht ik soms cocaïne, precies hetzelfde als bij [medeverdachte 3] . (…) Na enige tijd, ik weet niet meer precies wanneer, kreeg ik van [medeverdachte 3] een ander nummer. Dit nummer staat nog in mijn telefoon, [telefoonnummer 28] . (…) Ook van die Joegoslavische jongen kreeg ik toen een ander telefoonnummer, [telefoonnummer 30] . (…) Ik denk dat ik in de periode van 1 augustus 2016 tot 15 december 2016 ongeveer 20 keer één bolletje cocaïne gekocht heb van deze twee jongens.

Getuige 771465 heeft bij de politie als volgt verklaard:246

Vanaf begin 2013 koop ik heroïne van [medeverdachte 1] . (…) Een bolletje is een stukje plastic in de vorm van een bolletje gedraaid. In dat bolletje zit dan de heroïne. In een bolletje zit 0,2 gram heroïne, althans dat moet er in zitten. Per bolletje betaalde ik 10 euro aan [medeverdachte 5] . (…) U vraagt mij hoe ik weet dat [medeverdachte 5] voor [medeverdachte 1] werkte. Ik heb hem dat zelf horen zeggen. Hij deed daar niet geheimzinnig over. Ook gebeurde het wel eens dat [medeverdachte 5] niet genoeg heroïne bij zich had. Hij zei dan dat hij even nieuwe moest gaan halen bij [medeverdachte 1] en ik zag hem dan in de richting van de Kruisstraat gaan. Even later kwam hij dan terug met een nieuwe voorraad heroïne. Het was eigenlijk algemeen bekend dat [medeverdachte 5] voor [medeverdachte 1] werkte. Ik weet dat [medeverdachte 1] op de Kruisstraat woont. Iedere gebruiker in Weert weet dat eigenlijk wel. De handel in bruin, en daarmee bedoel ik heroïne, is of beter gezegd was, in handen van [medeverdachte 1] . (…) Iedereen is bang voor [verdachte] . [verdachte] is de naam van de vader van [medeverdachte 1] . (…) De vader van [medeverdachte 1] is blind. (…) Nadat [medeverdachte 5] gestopt was met het dealen van drugs, is [medeverdachte 2] gaan dealen voor [medeverdachte 1] . [medeverdachte 2] is de broer van [medeverdachte 1] . [medeverdachte 2] dealde dus voor zijn eigen broertje. Ook [medeverdachte 2] deed daar niet moeilijk over en vertelde dat gewoon. Ook [medeverdachte 2] ging dan nieuwe voorraad halen bij [medeverdachte 1] , hetzelfde als [medeverdachte 5] . (…). Het was duidelijk dat [medeverdachte 1] de baas was en dat [medeverdachte 2] eigenlijk niets meer dan een loopjongen was. [medeverdachte 2] noemde [medeverdachte 1] meestal ‘ [medeverdachte 1] ’ of zo. Ik weet dat ik vanaf begin 2013 kocht bij ze, maar het was niet zo dat ik dagelijks bij ze kocht. (…) Het was wel eens dat ze geen heroïne meer hadden. Ik kreeg dan aan de telefoon te horen dat ze alleen nog maar melk hadden. Iedereen weet dat daarmee cocaïne bedoeld wordt. (…) Ze zijn toen gewoon op straat gaan verkopen. Ze spraken dan telefonisch een locatie af en daar trof je elkaar dan. Dit waren locaties als de Gilde opleiding, de kerk op Fatima, de Jumbo op Moesel en dat soort dingen. In die tijd was [medeverdachte 3] ook al actief als dealer. Ze waren goed bereikbaar. Er was 1 telefoonnummer dat gebruikt werd om te dealen. Soms pakte [medeverdachte 2] dan op en soms pakte [medeverdachte 3] dan op. Ze verdeelden de diensten zeg maar.

Getuige 771468 heeft bij de politie als volgt verklaard:247

Ik ken [medeverdachte 2] dus al vijf jaar. [medeverdachte 2] is een Joegoslavische jongen. Als ik drugs wilde kopen, elke dag dus, dan belde ik [medeverdachte 2] op. Ik heb inmiddels meerdere nummers van hem. Het wijzigt regelmatig namelijk. De nummers die ik heb zijn: [telefoonnummer 31] [telefoonnummer 32] [telefoonnummer 33] [telefoonnummer 34] [telefoonnummer 35] [telefoonnummer 36] [telefoonnummer 37] [telefoonnummer 30] . Dit zijn de nummers die ze de afgelopen vijf jaar gebruikt hebben volgens mij. Ik sprak dan af met [medeverdachte 2] en dan kocht ik de drugs. (…) Ik kocht dagelijks een bolletje base cocaïne van [medeverdachte 2] . Een bolletje is een stukje plastic met daarin de drugs. In een bolletje base cocaïne zit een kleine hoeveelheid base cocaïne. Een bolletje base cocaïne kost twintig euro. Cocaïne wordt door de dealers ‘melk’ genoemd, logisch vanwege de kleur. Tevens kocht ik elke dag een bolletje heroïne van [medeverdachte 2] . Ook dat was op dezelfde wijze verpakt. Een bolletje heroïne kost tien euro. Heroïne werd ‘koffie’ genoemd. (…) [medeverdachte 2] werkte niet alleen. Soms kwam ook [medeverdachte 3] wel eens de drugs brengen. Ik denk dat [medeverdachte 3] ook al vijf jaar bij [medeverdachte 2] werkt. [medeverdachte 3] was altijd bereikbaar. (…) Ik weet dat [medeverdachte 3] heel veel schulden had en daarom moest draaien. Ik bedoel daarmee dealen. Draaien is een woord dat daarvoor vaak gebruikt wordt. (…). [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] gebruikten vaak dezelfde telefoon. Overdag tot een uur of 7 's avonds gebruikte [medeverdachte 2] de telefoon. Als je dan belde, kwam [medeverdachte 2] de drugs brengen. Na 7 uur nam [medeverdachte 3] meestal de dienst over. Die werkte dan de hele avond en nacht tot ongeveer 12 uur 's middags de dag erna. Dan ging [medeverdachte 2] weer verder. De nummers die ik hiervoor genoemd heb, zijn dan ook niet perse van [medeverdachte 2] of van [medeverdachte 3] . Vaak zijn het nummers die ze samen gebruikten. [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] werkten allebei in opdracht van [medeverdachte 1] , de broer van [medeverdachte 2] . [medeverdachte 1] woont op de Kruisstraat in Weert. (…) [medeverdachte 1] regelt alles en [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] moeten buiten op straat de drugs dealen.

Getuige 780678 heeft als volgt verklaard:248

Ik weet dat [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] drugs verkochten. Ik weet dat ze ‘koffie’ en ‘melk’ verkochten. Met ‘koffie’ of ‘bruin’ wordt heroïne bedoeld. Met ‘melk’ of ‘wit’ wordt cocaïne bedoeld. (…) Ik had één telefoonnummer en dan kreeg ik Mohamed [medeverdachte 3] of [medeverdachte 2] aan de lijn. Ik heb denk ik ongeveer tien keer gebeld over een periode van de afgelopen twee jaar. (…) Ik belde dan voor een andere jongen. Ik bestelde dan meestal 1 kleintje wit. Dat wil dus zeggen cocaïne. (…)

Een kleintje wit is 20 euro.

4.3.2

Bewijsoverwegingen

4.3.2.1 Handel in harddrugs; de rol van [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3]

Uit de onder 4.3.1 bewijsmiddelen leidt de rechtbank het volgende af met betrekking tot de werkwijze van verdachte en de personen die met hem samenwerkten. Dit is redengevend bewijs voor de bewezenverklaring van de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten. De bewijsmiddelen worden daartoe in hun onderling verband en samenhang gebezigd.

Uit het opsporingsonderzoek komt in de eerste plaats naar voren dat verdachte en zijn medeverdachten van meerdere telefoonnummers gebruik maakten en sommige nummers regelmatig wisselden. Het nummer [telefoonnummer 5] (TA008) blijkt als typische deallijn te kunnen worden gekenschetst. Kenmerkend is dat dit nummer 24 uur per dag bereikbaar is en afwisselend in diensten wordt bemand door [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] . Uit de weergegeven tapgesprekken kan worden afgeleid dat er op meerdere momenten afspraken worden gemaakt wie welke ‘dienst’ draait. Wanneer [medeverdachte 2] op het aan hem toegeschreven nummer [telefoonnummer 3] (TA006) wordt gebeld wanneer hij geen ‘dienst’ heeft, verwijst hij de bellers naar het nummer [telefoonnummer 5] (TA008). In enkele gesprekken op zowel de deallijn (TA008) als het privénummer van [medeverdachte 2] (TA006) wordt er door [medeverdachte 2] ook gesproken over het ‘draaien’ of dealen. [medeverdachte 2] zegt daarbij dat hij geld moet verdienen.

Voorts kan worden vastgesteld dat het nummer [telefoonnummer 5] (TA008) telkens binnen korte tijd meerdere kortdurende contacten heeft met andere nummers. Daarbij is vastgesteld dat meerdere van de nummers die naar de veronderstelde deallijn bellen, kunnen worden gekoppeld aan personen die bij de politie bekend staan als harddruggebruikers. De verklaringen van als getuige gehoorde gebruikers bevestigen het beeld van het wisselen van dealnummers alsmede het afwisselend in diensten bemannen van de betreffende deallijn door [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] .

Ook de inhoud van de tapgesprekken ondersteunt de aanname dat sprake is van deallijn. Uit de taps blijkt dat de gesprekken op TA008 vaak gaan over ‘bestellingen’ van ‘koffie en/of melk’ en het regelen van een ontmoeting, waarbij over het algemeen op vaste locaties in Weert wordt afgesproken. Een enkele keer zegt [medeverdachte 2] tegen een beller dat hij over tien minuten bij de kerk aan het dealen is. Tevens werden bij verschillende observaties naar aanleiding van tapgesprekken, waarin werd gesproken over een bestelling of ontmoeting, op 21 oktober 2016, 24 oktober 2016, 26 oktober 2016 en 6 december 2016 op de afgesproken plekken ontmoetingen en/of overdrachten tussen [medeverdachte 2] of [medeverdachte 3] enerzijds en onbekenden anderzijds waargenomen.

Naast gesprekken die zijn gevoerd via de zogeheten de deallijn dragen ook gesprekken, gevoerd via andere telefoonnummers, tussen de verdachten onderling, bij aan het bewijs dat er in samenwerking bestellingen werden opgenomen en dienovereenkomstig werd geleverd.

Opvallend is dat zowel op de deallijn als in de onderlinge contacten versluierende taal wordt gebezigd.

In de contacten met onbekenden worden vaak termen gebruikt als ‘melk’ en ‘koffie’. De getuigen die zijn voortgekomen uit de contacten van de dealertelefoon hebben verklaard dat ‘melk’ staat voor cocaïne en met ‘koffie’ heroïne wordt aangeduid. Ook wordt gesproken over ‘een grote’ of ‘een kleine’, ‘voor 10’ of ‘voor twintig, alsmede ‘snuif’, ‘om te roken’ en ‘uitgekookt’. Uit de getuigenverklaringen kan worden afgeleid dat de verdovende middelen werden verkocht in zogenaamde ‘bolletjes’ bevattende 0,2 gram cocaïne of heroïne voor een bedrag van 20 en 10 euro per bolletje.

Onder elkaar spreken verdachten vaak over onder meer ‘koffie’, ‘melk’ en ‘voor de neus’. In de gesprekken tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] worden deze termen gehanteerd in gesprekken die gaan over bestellingen van klanten. Ook wordt regelmatig onderling afgestemd of er nog genoeg ‘koffie’ of ‘melk’ voorhanden is. Hetzelfde geldt voor de gesprekken tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] , waarin wordt gesproken over hoeveelheden ‘melk’ of ‘koffie’ alsmede over de prijs en vermenging daarvan.

Gelet op het vorenstaande, in onderling verband en samenhang beschouwd, staat naar het oordeel van de rechtbank vast dat waar in het dossier wordt gesproken over ‘melk, ‘koffie, ’snuif’, ‘om te roken’ en ‘uitgekookt’ alsmede ‘een grote’ en ‘een kleine’ dit moet worden gezien als versluierend taalgebruik voor verdovende middelen en de hoeveelheid daarvan.

Uit de tapgesprekken en observaties rijst een beeld op van een werkwijze waarbij gebruikers telefonisch contact leggen met de door [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] in dit onderzoek beheerde deallijn (TA008), een bestelling plaatsen en een afspraak maken voor een ontmoeting op bepaalde plekken in Weert, zoals de Jumbo op de Moesel, de Gilde opleiding, de kerk op Fatima of het station. Op de afgesproken plaats verscheen dan [medeverdachte 2] of [medeverdachte 3] waarna de overdracht van de verdovende middelen plaatsvindt. Dit beeld wordt bevestigd door de getuigen die hebben verklaard dat zij via het dealnummer cocaïne en/of heroïne hebben gekocht bij [medeverdachte 2] of [medeverdachte 3] en door de pseudokoop.

De uit de bewijsmiddelen blijkende modus operandi vindt verder onderbouwing in het feit dat er bij de doorzoeking van de woning van [medeverdachte 3] 19 bolletjes cocaïne en 21 bolletjes heroïne werden aangetroffen.

De rechtbank gaat er op grond van de opgenomen bewijsmiddelen vanuit dat [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] samen verantwoordelijk zijn geweest voor de verkoop van heroïne en cocaïne in Weert.

4.3.2.2 De rol van [medeverdachte 1]

Uit de onder 4.3.1 weergegeven bewijsmiddelen leidt de rechtbank af dat er ook tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] gesprekken hebben plaatsgevonden welke kunnen worden gerelateerd aan de handel in cocaïne en heroïne.

Er wordt tussen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] gesproken over de overname van diensten in termen van ‘draaien’. Zo vond er op 20 november 2016 een gesprek plaats waarin werd gesproken over de afwezigheid van ‘ [medeverdachte 3] ’ (de bijnaam van [medeverdachte 3] ), waarop [medeverdachte 2] tegen verdachte zegt dat als [medeverdachte 3] niet komt, hij wel door draait. Ook zijn er gesprekken tussen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] waarin gevraagd wordt of de ander de dienst kan overnemen, waarop vervolgens contact wordt opgenomen met [medeverdachte 1] om daarvoor toestemming te vragen. Wanneer [medeverdachte 2] op 10 december 2016 wordt aangehouden, is het ook [medeverdachte 1] die vervanging voor hem regelt blijkens de gesprekken van 11 tot en met 15 december 2016.

Verder zijn er verschillende tapgesprekken tussen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] waarin [medeverdachte 2] termen gebruikt als ‘het loopt als water’, ‘ik word non-stop gestopt’, ‘ik ben al aan het lopen en heb 1300’ en ‘in 15 minuten, tachtig euro’. Kennelijk wordt hierdoor aan [medeverdachte 1] teruggekoppeld hoe de straathandel loopt. Tevens blijkt dat er contact met [medeverdachte 1] wordt opgenomen wanneer [medeverdachte 2] of [medeverdachte 3] door hun voorraad heen zijn en andersom neemt [medeverdachte 1] ook contact op met [medeverdachte 2] om te vragen hoeveel hij nog heeft. Uit de tapgesprekken van 4 november 2016 en 1 en 5 december 2016 kan worden afgeleid dat [medeverdachte 1] ook als tussenpersoon betrokken is bij het contact tussen een klant en [medeverdachte 2] , die de verdovende middelen daadwerkelijk moet gaan bezorgen.

Tenslotte is er sprake van een aantal gesprekken op 9 en 10 december 2016 tussen [medeverdachte 1] en de onbekende man met het nummer [telefoonnummer 16] , waarin telkens wordt gesproken over aantallen en bedragen. [medeverdachte 1] geeft in deze gesprekken aan de onbekende man aan wat hij nodig heeft en op welke termijn. Door de onbekende man wordt vervolgens aangegeven dat hij dit apart zal houden voor [medeverdachte 1] . De rechtbank interpreteert deze gesprekken als het regelen van een nieuwe voorraad verdovende middelen van of via de betreffende man. Hetzelfde beeld kan – zoals hieronder nog nader zal worden overwogen – worden afgeleid uit de gesprekken tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] . Ook in deze gesprekken wordt gesproken over bedragen en aantallen alsmede over het vermengen, wat gezien de context en bij gebreke van enige andere verklaring niets anders kan betekenen dan het versnijden van drugs.

Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de voor medeplegen vereiste voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen [medeverdachte 1] en de medeverdachten is komen vast te staan. Hoewel geen sprake is van een gezamenlijke uitvoering, is de bijdrage van [medeverdachte 1] aan de handel in cocaïne en heroïne naar het oordeel van de rechtbank van zodanig gewicht dat deze kan worden aangemerkt als medeplegen. [medeverdachte 1] stuurt immers [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] aan, aan hem moet toestemming worden gevraagd bij het ruilen van diensten, uit de taps blijkt dat [medeverdachte 1] toestemming moet geven wil er op de pof geleverd mogen worden, en hij zorgt voor de bevoorrading.

4.3.2.3 Invoer van harddrugs

Aan verdachte is onder feit 2 het medeplegen van de invoer van cocaïne en heroïne ten laste gelegd.

De rechtbank stelt op basis van de onder 4.3.1 weergegeven bewijsmiddelen vast dat er een groot aantal gesprekken heeft plaatsgevonden tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] , waarin voornamelijk wordt gesproken over hoeveelheden ‘koffie’ en ‘melk’ die nodig zijn, de prijs daarvan alsmede en het vermengen van middelen (versnijden) om de opbrengst te vergroten. Tevens zijn er enkele gesprekken op 25 november 2016 en 29 november 2016 tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] waaruit kan worden afgeleid dat [verdachte] harddrugs inkoopt.

Uit de inhoud van deze gesprekken en het versluierde taalgebruik leidt de rechtbank af dat door [medeverdachte 1] en [verdachte] wordt gesproken over hoeveelheden cocaïne en heroïne die middels koeriers vanuit [verdachte] in België naar [medeverdachte 1] worden gebracht en geldbedragen die vanuit [medeverdachte 1] naar [verdachte] gaan. Er wordt in de gesprekken door [verdachte] gevraagd hoeveel [medeverdachte 1] nodig heeft en over en weer worden hoeveelheden en bedragen aangegeven die zijn meegegeven en gecontroleerd dienen te worden alsmede wanneer deze worden gehaald of gebracht. Daarbij wordt ook, zoals blijkt het uit het tapgesprek van 18 november 2016, gewaarschuwd voor politiecontroles. Dit beeld wordt bevestigd door de tapgesprekken met [medeverdachte 5] en later met [medeverdachte 4] en de peilbakengegevens van de Suzuki Swift. In meerdere gesprekken werd [medeverdachte 4] gevraagd om te komen, waarna op de peilbakgegevens was te zien dat de Suzuki Swift vervolgens begon te rijden naar de opgedragen plek. Ook zijn er gesprekken waaruit blijkt dat [medeverdachte 4] naar [medeverdachte 1] moest komen om iets te komen brengen, omdat [medeverdachte 1] niets meer had. Op de peilbakengegevens werd dan vervolgens gezien dat de Suzuki Swift vanaf Eindhoven – soms via het Belgische Overpelt- naar Weert reed.

Uit vorenstaande concludeert de rechtbank dat door [verdachte] en [medeverdachte 1] met behulp van verschillende koeriers cocaïne en heroïne zijn vervoerd van het Belgische Overpelt naar Weert.

De rechtbank acht dan ook de onder 2 ten laste gelegde invoer van heroïne en cocaïne wettig en overtuigend bewezen.

4.3.2.4 Medeplegen handel

Aan verdachte is onder 3 het medeplegen aan de verkoop van cocaïne en heroïne ten laste gelegd.

Zowel de officier van justitie als de raadsman hebben tot vrijspraak geconcludeerd, nu de rol van verdachte van onvoldoende gewicht is om te worden aangemerkt als medeplegen.

De rechtbank verwerpt deze stelling en overweegt daartoe als volgt.

Zoals de rechtbank reeds onder 4.3.2.3 heeft vastgesteld is [verdachte] samen met [medeverdachte 1] verantwoordelijk voor de invoer van cocaïne en heroïne van België naar Nederland. Tevens zijn er enkele tapgesprekken waaruit kan worden afgeleid dat [verdachte] harddrugs inkoopt en zich bezighoudt met de vermenging daarvan. Naar het oordeel van de rechtbank is [verdachte] dan ook verantwoordelijk voor het leveren van de voorraden harddrugs die via tussenkomst van [medeverdachte 1] weer worden doorgeleverd aan [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] ten behoeve van de verkoop op straat. Bovendien blijkt uit de tapgesprekken dat [verdachte] samen met [medeverdachte 1] deze verkoop aanstuurt, zich bemoeit met het vergroten van de winst daarvan en de opbrengsten van deze handel ook ontvangt.

De rechtbank is dan ook – anders dat de officier van justitie en de raadsman – op grond van vorenstaande van oordeel dat de voor medeplegen vereiste voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de medeverdachten is komen vast te staan. Hoewel geen sprake is van een gezamenlijke uitvoering, is de bijdrage van verdachte aan het ten laste gelegde naar het oordeel van de rechtbank van zodanig gewicht dat deze kan worden aangemerkt als medeplegen. Daarmee acht de rechtbank het tenlastegelegde medeplegen bewezen.

4.3.2.5 Deelname aan een organisatie als bedoeld in artikel 11b van de Opiumwet

Verdachte wordt onder feit 1 verweten dat hij heeft deelgenomen aan een organisatie, die bestond uit de in de tenlastelegging genoemde medeverdachten en die tot oogmerk had het plegen van – kort gezegd – het handelen in en aanwezig hebben van harddrugs. Kortheidshalve zal hierna worden gesproken over ‘(deelname aan een) criminele organisatie’.

Om tot een bewezenverklaring te kunnen komen van artikel 11b van de Opiumwet dient er sprake te zijn van deelname aan een gestructureerd samenwerkingsverband met een zekere duurzaamheid en structuur, tussen verdachte en ten minste één andere persoon, dat tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

De raadsman heeft betoogd dat geen sprake is van een criminele organisatie in de zin van artikel 11b van de Opiumwet, nu uit de jurisprudentie (onder andere ECLI:NL:RBGEL: 2020:514 en ECLI:NL:GHARL:2015:8982) kan worden afgeleid dat wanneer in een familie-verband bepaalde zaken worden ondernomen dit niet wil zeggen dat daarmee ook sprake is van een criminele organisatie.

De rechtbank stelt voorop dat voor een familie geldt dat de eigen structuur op een aantal punten overeenkomsten vertoont met de hierboven genoemde aspecten van een criminele organisatie. Dit betekent echter niet dat reeds sprake is van een criminele organisatie indien meerdere leden van een familie tezamen misdrijven plegen. Daarvan is slechts sprake indien deze familiestructuur met een zekere stelselmatigheid en bestendigheid wordt ingezet om te kunnen komen tot het plegen van de strafbare feiten.

In deze zaak is naar oordeel van de rechtbank duidelijk gebleken van een dergelijke aanwending van de reeds bestaande familiestructuur door verdachte en zijn medeverdachten. Daarbij komt in de eerste plaats betekenis toe aan de misdrijven die door de verdachten daadwerkelijk zijn gepleegd.

Zoals uit de overige inhoud van dit vonnis blijkt, heeft de rechtbank ten laste van verdachte bewezen verklaard – kort gezegd – het tezamen en in vereniging dealen in harddrugs alsmede het medeplegen van de invoer van harddrugs. De rechtbank verwijst hierbij naar hetgeen zij in dit verband hiervoor onder 4.3.2.1, 4.3.2.3 en 4.3.2.4 heeft overwogen. De aldaar geschetste werkwijze impliceert op zichzelf reeds een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband.

Voorts acht de rechtbank het volgende van belang.

De verdachten werkten op een stelselmatige wijze samen. Het feit dat de dealerlijn 24 uur per dag bereikbaar was, vereiste een zorgvuldige afstemming. Bovendien was sprake van intensieve handel, waardoor het maken van afspraken en het onderling verdelen van taken onontkoombaar was. Daarnaast duidt de aanwezigheid van een voorraad heroïne bij [verdachte] en de aanwezigheid van een werkvoorraad zogenaamde ‘bolletjes’ heroïne en cocaïne bij [medeverdachte 3] op een beduidende mate van structuur en organisatie. Voorts blijkt uit de tapgesprekken van 11 tot en met 15 december 2016 dat nadat [medeverdachte 2] is aangehouden, er vervanging wordt geregeld om de dealertelefoon te bemannen, zodat de continuïteit van de bedrijfsvoering gegarandeerd is.

Zoals eerder vermeld, maakten de verdachten gebruik van verschillende telefoonnummers en bedienden zij zich in zowel de onderlinge communicatie als in gesprekken met klanten regelmatig van versluierd taalgebruik. Het doel van het versluierd taalgebruik is, zo moet worden aangenomen, om over verdovende middelen en daarmee samenhangende zaken te kunnen spreken zonder dat dit uit de concrete inhoud van de gesprekken blijkt. De verdachten begrijpen, zo kan uit het verloop van de gesprekken worden opgemaakt, heel goed wat er met de onderling gehanteerde termen wordt bedoeld. Hierdoor wordt de cohesie van de organisatie versterkt. Dit is tevens van betekenis in de sleutel van het oogmerk van de organisatie en de wetenschap van verdachten daaromtrent.

Naar het oordeel van de rechtbank staat op grond van het vorenstaande genoegzaam vast dat er sprake was van een gestructureerd en duurzaam samenwerkingsverband, gericht op het plegen van misdrijven zoals strafbaar gesteld in de Opiumwet. De hele organisatie en de handelingen die daarbinnen worden uitgevoerd, van de toelevering en vermenging van de drugs door [verdachte] tot het straatdealen door [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] , is gericht op de handel in harddrugs en het maken van winst daarmee.

[medeverdachte 1] vervulde in deze organisatie een sturende en coördinerende rol. Dit blijkt uit meerdere voor het bewijs gebezigde tapgesprekken. [medeverdachte 1] is verantwoordelijk voor de verdeling van de diensten met betrekking tot de dealertelefoon en het wordt met hem kortgesloten als klanten op de pof willen kopen. Tevens is hij samen met [verdachte] verantwoordelijk voor de invoer van de voorraden cocaïne en heroïne van België naar Nederland. Blijkens de inhoud van diverse door hem met onbekend gebleven derden gevoerde telefoongesprekken houdt hij zich ook bezig met de inkoop daarvan. [medeverdachte 1] verzorgt tevens de bevoorrading van [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] tijdens het draaien van hun diensten.

De rol van [verdachte] kan als leidend worden gekenschetst. Blijkens de tapgesprekken met [medeverdachte 1] was hij deels verantwoordelijk voor de inkoop van de harddrugs en daarmee de bevoorrading van de straatdealers. In de tapgesprekken tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] wordt vaak gesproken over hoeveelheden ‘koffie’ en ‘melk’ die nodig zijn, de prijs daarvan en het vermengen van middelen om de opbrengst te vergroten. Zoals de rechtbank reeds onder 4.3.2.3 heeft vastgesteld, kan uit de tapgesprekken tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] tevens worden afgeleid dat zij koeriers tussen België en Nederland lieten rijden om geld naar [verdachte] te brengen en harddrugs mee te nemen naar Weert. In de tapgesprekken tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] wordt tevens gesproken over de verrekening van geldbedragen tussen beiden, hetgeen er op duidt dat [verdachte] ook een deel van de opbrengst van de straathandel inde.

[medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] hielden zich binnen de organisatie bezig met de verkoop van heroïne en cocaïne aan de gebruikers op straat. Uit de tapgesprekken blijkt dat de gesprekken op de door hen bemande dealertelefoon vaak gingen over het plaatsen van een bestelling en het maken van een afspraak voor een ontmoeting. Daarbij werd versluierde taal gebruikt. Het algemene beeld dat uit de gesprekken volgt is dat [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] de verdovende middelen verkrijgen van [medeverdachte 1] en dat vervolgens verkopen aan personen die harddrugs gebruiken. Uit de gesprekken blijkt voorts dat zij verantwoording over hun handelen afleggen tegenover [medeverdachte 1] .

Concluderend acht de rechtbank, op grond van de in de bewijsbijlage opgenomen bewijsmiddelen alsmede hetgeen hiervoor is overwogen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte – kort gezegd – heeft deelgenomen aan een criminele organisatie als bedoeld in artikel 11b van de Opiumwet.

4.3.2.6 Periode

De raadsman heeft betoogd dat uit het dossier onvoldoende blijkt dat verdachte zich in de gehele ten laste gelegde periode heeft schuldig gemaakt aan de betreffende feiten. Verdachte komt in het onderzoek immers in een beperktere periode dan is ten laste gelegd in beeld, te weten te weten vanaf 11 november 2016 tot en met 4 januari 2017.

De rechtbank deelt dit standpunt van de raadsman niet. Uit de bewijsmiddelen, waaronder met name de verklaringen van diverse afnemers van harddrugs, volgt dat verdachte en zijn medeverdachten zelfs al voor de aanvang van de ten laste gelegde periode hebben gehandeld in heroïne en cocaïne. Uit de onder 4.3.1 opgenomen getuigenverklaring volgt dat er in ieder geval vanaf januari 2016 sprake is geweest van straatverkoop van cocaïne en heroïne en derhalve ook van de organisatie gericht op deze straathandel.

Uit vorenstaande kan dan ook naar het oordeel van de rechtbank voor de feiten 1, 2 en 3 een bewezenverklaring volgen voor ten laste gelegde periode van 1 januari 2016 tot en met 4 januari 2017.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat verdachte

1.

in de periode van 1 januari 2016 tot en met 4 januari 2017 in de gemeente Weert heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten (onder andere) [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van één of meer misdrijven als bedoeld in artikel 2 jo. artikel 10 van de Opiumwet;

2.

in de periode van 1 januari 2016 tot en met 4 januari 2017 in de gemeente Weert, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen, (telkens) opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of heroïne, zijnde cocaïne en/of heroïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

3.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2016 tot en met 4 januari 2017 in de gemeente Weert, tezamen en in vereniging met anderen meermalen, opzettelijk heeft verkocht cocaïne en heroïne, zijnde cocaïne en heroïne (telkens) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

feit 1: deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 10, vierde lid en vijfde lid van de Opiumwet;

feit 2: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod;

feit 3: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod;

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

6 De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

7 De straf en/of de maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft, op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht, gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden met aftrek van het voorarrest, waarbij rekening is gehouden met een strafvermindering van 4 maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft in het kader van de strafoplegging gewezen op de overschrijding van de redelijke termijn, de beperkte rol van verdachte, zijn leeftijd en persoonlijke omstandigheden. Gelet hierop heeft de raadsman verzocht te volstaan met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht in combinatie met een voorwaardelijk deel.

7.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Verdachte heeft deelgenomen aan een criminele organisatie die zich bezighield met de straathandel in heroïne en cocaïne alsmede de invoer daarvan. Verdachte heeft deze handel aanvankelijk opgestart en uiteindelijk is deze overgenomen door zijn zoons. Verdachte had in de bewezenverklaarde periode een leidende rol in de organisatie waarbij hij samen met [medeverdachte 1] zorgde voor de inkoop en invoer van de harddrugs en de bevoorrading van de straatdealers. Tevens inde hij de opbrengsten van deze straathandel.

Door te handelen in cocaïne en heroïne heeft verdachte bijgedragen aan het ontstaan en het in stand houden van drugsafhankelijkheid bij een overwegend kwetsbare groep, waardoor de gezondheid van deze groep in gevaar is gebracht. Daarnaast is het een feit van algemene bekendheid dat drugsgebruik leidt tot (vermogens)criminaliteit. Dit veroorzaakt veel schade en onrust in de samenleving. Bij het plegen van de strafbare feiten heeft verdachte enkel gedacht aan zijn eigen geldelijk gewin en zich geen rekenschap gegeven van deze negatieve effecten. Voorts komt uit het dossier een beeld naar voren dat de [familie] zich al jaren bezighoudt met de handel in harddrugs in Weert en daarin op agressieve wijze te werk gaat. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan.

De rechtbank is van oordeel dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf. De rechtbank zoekt voor de straftoemeting aansluiting bij de oriëntatiepunten van het LOVS betreffende het verkopen van gebruikershoeveelheden van harddrugs op straat alsmede de invoer van harddrugs in georganiseerd verband. De rechtbank zal als uitgangspunt een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden hanteren.

Anders dan de raadsman heeft betoogd, ziet de rechtbank in de aangevoerde persoonlijke omstandigheden van verdachte geen reden om van dit uitgangspunt af te wijken.

De rechtbank houdt bij haar overwegingen ten aanzien van de op te leggen straf in het voordeel van verdachte rekening met de overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

Voor de beoordeling of er sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn geldt als uitgangspunt dat een strafzaak in eerste aanleg dient te zijn afgerond met een vonnis binnen twee jaar vanaf het moment dat vanwege de Nederlandse staat jegens een verdachte een handeling is verricht waaraan deze redelijkerwijs de verwachting kan ontlenen dat tegen hem strafvervolging kan worden ingesteld. Deze termijn van twee jaar kan verlengd worden indien sprake is van bijzondere omstandigheden. Die bijzondere omstandigheden kunnen zien op de ingewikkeldheid en omvang van de zaak, de invloed van de verdachte(n) en/of de raadslieden op het procesverloop en de wijze waarop de zaak door de bevoegde autoriteiten is behandeld.

Verdachte is aangehouden op 5 januari 2017. Dat is het beginpunt van de redelijke termijn. Het tijdsverloop tussen de aanvang van de redelijke termijn en de uitspraak bedraagt ruim 4 jaar.

Alles afwegende brengt dat met zich mee dat er sprake is van een termijnoverschrijding voor de duur van 24 maanden. Als gevolg hiervan zal de rechtbank een strafkorting toepassen van 15%.

Alles afwegende acht de rechtbank in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden passend. Vanwege de hiervoor genoemde termijnoverschrijding zal de straf 15% (5 maanden afgerond) lager uitvallen. Dit betekent dat een gevangenisstraf van 25 maanden wordt opgelegd, met aftrek van het voorarrest.

8 Het beslag

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat voorts de volgende voorwerpen in beslag zijn genomen:

 een horloge merk Breitling, Navitimer

 een horloge merk Breitling, Chronometer

 een horloge merk Rolex, Oyster

 autosleutel merk Mercedes

 een sleutel.

Nu met betrekking tot deze voorwerpen niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering, dienen deze te worden teruggegeven aan de beslagene.

9 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 47, 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 10, 11b van Opiumwet, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10 De beslissing

De rechtbank:

Ontvankelijkheid

- verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging van verdachte ten aanzien van het onder 4, 5 en 6 ten laste gelegde;

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 4.4 is omschreven;

  • -

    spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 5 is omschreven;

  • -

    verklaart verdachte strafbaar;

Straf

  • -

    veroordeelt verdachte voor het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde tot een gevangenisstraf van 25 maanden;

  • -

    beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

Beslag

- gelast de teruggave van de volgende in beslag genomen voorwerpen aan beslagene:

  • -

    een horloge merk Breitling, Navitimer (292676);

  • -

    een horloge merk Breitling, Chronometer (292677);

  • -

    een horloge merk Rolex, Oyster (292678);

  • -

    autosleutel merk Mercedes (292679);

  • -

    een autosleutel (292680).

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.A.G. van Baal, voorzitter, mr. L. Feuth en

mr. R. Verkijk, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.M.E. de Beukelaer, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 18 januari 2021.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2016 tot en met 4 januari 2017 in de gemeente Weert, althans in Nederland en/of België, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten (onder andere) [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 4] en/of één of meer andere (onbekend gebleven) perso(o)n(en), welke organisatie tot oogmerk had het plegen van één of meer misdrij(f)(ven) als bedoeld in artikel 2 jo. artikel 10 van de Opiumwet;

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2016 tot en met 4 januari 2017 in de gemeente Weert, althans in Nederland en/of België, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of heroïne, zijnde cocaïne en/of heroïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

3.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2016 tot en met 4 januari 2017 in de gemeente Weert, althans in Nederland en/of België, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of heroïne, zijnde cocaïne en/of heroïne (telkens) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;

4.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2016 tot en met 5 januari 2017, in de gemeente Weert, althans in Nederland en/of België, van een voorwerp, te weten 3955 euro, althans een hoeveelheid geld, de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op een voorwerp, te weten 3955 euro, althans een hoeveelheid geld, was, en/of heeft verborgen en/of verhuld wie een voorwerp, te weten 3955 euro, althans een hoeveelheid geld, voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat dat voorwerp geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;

5.

hij op of omstreeks 5 januari 2017 in de gemeente Overpelt, althans in België, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 0,62 gram cocaïne en/of 34,86 gram heroïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of heroïne, zijnde cocaïne en/of heroïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;

6.

hij op of omstreeks 5 januari 2017 in de gemeente Overpelt, althans in België, (een) reisdocument(en) en/of identiteitsbewij(s)(zen) als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht, te weten een paspoort van Bulgarije, voorzien van het documentnummer [nummer 1] , op naam gesteld van [naam 12] , en een identiteitskaart van Bulgarije, voorzien van het documentnummer [nummer 2] , op naam gesteld van [naam 12] , waarvan hij, verdachte, wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze vals of vervalst was/waren, voorhanden heeft gehad;

1 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Eenheid Limburg, District Noord- en Midden-Limburg, Basisteam Weert, proces-verbaalnummer PL2300- [nummer 3] , gesloten d.d. 10 mei 2017, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 1927.

2 Proces-verbaal van bevindingen onderzoek telecommunicatie d.d. 9 januari 2017, pagina 295-297.

3 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 februari 2017, pagina 553.

4 Proces-verbaal van bevindingen onderzoek telecommunicatie d.d. 9 januari 2017, pagina 296.

5 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 februari 2017, pagina 553-554.

6 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 februari 2017, pagina 555-556.

7 Proces-verbaal van bevindingen onderzoek telecommunicatie d.d. 9 januari 2017, pagina 296.

8 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 februari 2017, pagina 557.

9 Proces-verbaal van bevindingen onderzoek telecommunicatie d.d. 9 januari 2017, pagina 296.

10 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 februari 2017, pagina 558-559.

11 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 februari 2017, pagina 559-561.

12 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 februari 2017, pagina 562.

13 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 februari 2017, pagina 563.

14 Proces-verbaal van bevindingen onderzoek telecommunicatie d.d. 9 januari 2017, pagina 297.

15 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 februari 2017, pagina 563-565.

16 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 februari 2017, pagina 565.

17 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 februari 2017, pagina 566.

18 Proces-verbaal van bevindingen onderzoek telecommunicatie d.d. 9 januari 2017, pagina 297.

19 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 februari 2017, pagina 566-567.

20 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 februari 2017, pagina 567.

21 Tapgesprek TA006 sessienummer 178, pagina 343.

22 Tapgesprek TA006 sessienummer 271, pagina 336.

23 Tapgesprek TA006 sessienummer 219, pagina 332.

24 Tapgesprek TA008 sessienummer 5, pagina 358.

25 Tapgesprek TA008 sessienummer 6, pagina 359.

26 Tapgesprek TA008 sessienummer 57 pagina 360.

27 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 30 oktober 2016, pagina 356-357.

28 Tapgesprek TA006 sessienummer 254, pagina 407.

29 Tapgesprek TA006 sessienummer 392, pagina 349.

30 Tapgesprek TA006 sessienummer 405, pagina 408.

31 Tapgesprek TA008 sessienummer 105, pagina 339.

32 Tapgesprek TA008 sessienummer 434 pagina 364.

33 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 30 oktober 2016, pagina 361-363

34 Tapgesprek TA008 sessienummer 133 pagina 365.

35 Tapgesprek TA008 sessienummer 134 pagina 366.

36 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 30 oktober 2016, pagina 361-363

37 Tapgesprek TA006 sessienummer 443 pagina 369.

38 Tapgesprek TA008 sessienummer 146 pagina 370.

39 Tapgesprek TA006 sessienummer 444 pagina 371.

40 Tapgesprek TA006 sessienummer 444 pagina 371.

41 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 31 oktober 2016, pagina 367-368.

42 Tapgesprek TA008 sessienummer 184, pagina 417.

43 Tapgesprek TA008 sessienummer 210, pagina 409.

44 Tapgesprek TA008 sessienummer 307, pagina 410.

45 Tapgesprek TA006 sessienummer 518, pagina 383.

46 Tapgesprek TA008 sessienummer 331, pagina 384.

47 Tapgesprek TA006 sessienummer 577, pagina 411.

48 Tapgesprek TA006 sessienummer 580, pagina 397.

49 Tapgesprek TA008 sessienummer 383, pagina 264.

50 Tapgesprek TA008 sessienummer 384, pagina 265.

51 Tapgesprek TA008 sessienummer 385, pagina 267.

52 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 januari 2017, pagina 262-263.

53 Tapgesprek TA008 sessienummer 386, pagina 266.

54 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 januari 2017, pagina 262-263.

55 Tapgesprek TA006 sessienummer 641, pagina 351.

56 Sms-bericht TA006 sessienummer 653, pagina 355.

57 Tapgesprek TA006 sessienummer 707, pagina 430.

58 Tapgesprek TA006 sessienummer 970, pagina 350.

59 Tapgesprek TA008 sessienummer 664, pagina 333.

60 Tapgesprek TA006 sessienummer 1037, pagina 385.

61 Tapgesprek TA008 sessienummer 668, pagina 386.

62 Tapgesprek TA006 sessienummer 1043, pagina 387.

63 Tapgesprek TA008 sessienummer 1079, pagina 395.

64 Tapgesprek TA008 sessienummer 735, pagina 335.

65 Tapgesprek TA006 sessienummer 1307, pagina 398.

66 Dit gesprek is vermeld in het proces-verbaal onderzoek telecommunicatie d.d. 9 januari 2017, pagina 299.

67 Tapgesprek TA009 sessienummer 607, pagina 455-457.

68 Tapgesprek TA009 sessienummer 612, pagina 458.

69 Tapgesprek TA009 sessienummer 613, pagina 459.

70 Tapgesprek TA006 sessienummer 1496, pagina 412.

71 Sms-bericht TA009 sessienummer 734, pagina 460.

72 Sms-bericht TA009 sessienummer 737, pagina 461.

73 Sms-bericht TA009 sessienummer 738, pagina 462.

74 Sms-bericht TA009 sessienummer 740, pagina 463.

75 Sms-bericht TA009 sessienummer 732, pagina 464.

76 Sms-bericht TA009 sessienummer 748, pagina 465.

77 Sms-bericht TA009 sessienummer 751, pagina 466.

78 Sms-bericht TA009 sessienummer 757, pagina 467.

79 Sms-bericht TA009 sessienummer 760, pagina 468.

80 Sms-bericht TA009 sessienummer 767, pagina 470.

81 Tapgesprek TA009 sessienummer 785, pagina 471.

82 Tapgesprek TA007 sessienummer 80, pagina 472.

83 Tapgesprek TA009 sessienummer 786, pagina 473.

84 Tapgesprek TA006 sessienummer 1546, pagina 427.

85 Tapgesprek TA006 sessienummer 1547, pagina 428.

86 Tapgesprek TA006 sessienummer 1548, pagina 429.

87 Tapgesprek TA006 sessienummer 1690, pagina 434.

88 Tapgesprek TA008 sessienummer 1094, pagina 435.

89 Tapgesprek TA006 sessienummer 1727, pagina 396.

90 Tapgesprek TA008 sessienummer 1237, pagina 340.

91 Tapgesprek TA006 sessienummer 1821, pagina 390.

92 Tapgesprek TA008 sessienummer 1320, pagina 394.

93 Tapgesprek TA009 sessienummer 991, pagina 533.

94 Tapgesprek TA009 sessienummer 992, pagina 534.

95 Tapgesprek TA009 sessienummer 993, pagina 535.

96 Tapgesprek TA009 sessienummer 996, pagina 536.

97 Tapgesprek TA009 sessienummer 1034, pagina 504.

98 Tapgesprek TA009 sessienummer 1040, pagina 505-506.

99 Tapgesprek TA009 sessienummer 1143, pagina 496-498.

100 Tapgesprek TA008 sessienummer 1676, pagina 337.

101 Tapgesprek TA011 sessienummer 3, pagina 522.

102 Tapgesprek TA09 sessienummer 1218, pagina 523-524

103 Tapgesprek TA009 sessienummer 1219, pagina 525.

104 Tapgesprek TA009 sessienummer 1220, pagina 526.

105 Tapgesprek TA009 sessienummer 1221, pagina 527.

106 Tapgesprek TA006 sessienummer 2213, pagina 399.

107 Tapgesprek TA006 sessienummer 2232, pagina 431.

108 Tapgesprek TA008 sessienummer 1875, pagina 342.

109 Tapgesprek TA009 sessienummer 1285, pagina 508.

110 Tapgesprek TA009 sessienummer 1317, pagina 509.

111 Sms-bericht TA009 sessienummer 1319, pagina 510.

112 Tapgesprek TA009 sessienummer 1321, pagina 511.

113 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 april 2017, pagina 796-820.

114 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 april 2017, pagina 796-820.

115 Tapgesprek TA009 sessienummer 1367, pagina 512.

116 Tapgesprek TA008 sessienummer 2152, pagina 344.

117 Tapgesprek TA011 sessienummer 20, pagina 541.

118 Tapgesprek TA006 sessienummer 2321, pagina 378.

119 Tapgesprek TA011 sessienummer 21, pagina 542.

120 Tapgesprek TA006 sessienummer 2646, pagina 413-415.

121 Tapgesprek TA006 sessienummer 2647, pagina 416.

122 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 april 2017, pagina 801.

123 Tapgesprek TA008 sessienummer 2476, pagina 338.

124 Tapgesprek TA011 sessienummer 30, pagina 538-539.

125 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 april 2017, pagina 801.

126 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 april 2017, pagina 802.

127 Tapgesprek TA008 sessienummer 2564, pagina 244.

128 Proces-verbaal van bevindingen 1 januari 2017, pagina 239

129 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 april 2017, pagina 802.

130 Tapgesprek TA006 sessienummer 2877, pagina 400.

131 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 april 2017, pagina 803.

132 Tapgesprek TA006 sessienummer 3019, pagina 401.

133 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 april 2017, pagina 803.

134 Tapgesprek TA006 sessienummer 3130, pagina 373.

135 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 april 2017, pagina 803.

136 Tapgesprek TA006 sessienummer 3161, pagina 380.

137 Tapgesprek TA009 sessienummer 3928, pagina 513.

138 Tapgesprek TA009 sessienummer 3302, pagina 514.

139 Sms-bericht TA009 sessienummer 3305, pagina 515.

140 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 april 2017, pagina 804.

141 Tapgesprek TA011 sessienummer 40, pagina 546.

142 Tapgesprek TA012 sessienummer 3343, pagina 516-517.

143 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 april 2017, pagina 804.

144 Tapgesprek TA012 sessienummer 3370, pagina 872.

145 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 april 2017, pagina 804.

146 Tapgesprek TA012 sessienummer 3370, pagina 872.

147 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 april 2017, pagina 804.

148 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 april 2017, pagina 804-806.

149 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 april 2017, pagina 804-806.

150 Tapgesprek TA011 sessienummer 45, pagina 543-544.

151 Tapgesprek d.d. 29 november 2016, pagina 549-550.

152 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 april 2017, pagina 804-806.

153 Proces-verbaal van de Belgische politie d.d. 9 januari 2017, pagina 1232-1236, met bijbehorende beslaglijst, pagina 1239-1240.

154 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 maart 2017, pagina 1370.

155 Deskundigenrapport van het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag, nr. 2017.01.30.282, d.d. 4 april 2017, door ing. C.M.M. Diever-Heezen, die verklaart dit rapport naar waarheid, volledig en naar beste inzicht te hebben opgesteld als NFI-deskundige forensisch drugsanalyse, pagina 1376-1377.

156 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 17 februari 2017, pagina 547-548.

157 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 april 2017, pagina 806.

158 Tapgesprek TA011 sessienummer 50, pagina 513.

159 Tapgesprek TA013 sessienummer 217, pagina 890.

160 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 april 2017, pagina 806.

161 Tapgesprek TA006 sessienummer 3657, pagina 402.

162 Tapgesprek TA006 sessienummer 3660, pagina 403.

163 Tapgesprek TA006 sessienummer 3661, pagina 404.

164 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 april 2017, pagina 806.

165 Tapgesprek TA006 sessienummer 3756, pagina 418.

166 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 april 2017, pagina 806.

167 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 april 2017, pagina 807.

168 Tapgesprek TA006 sessienummer 3869, pagina 374-376.

169 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 april 2017, pagina 807.

170 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 april 2017, pagina 807-808.

171 Tapgesprek TA015 sessienummer 30, pagina 425.

172 Tapgesprek TA015 sessienummer 31, pagina 426.

173 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 april 2017, pagina 804-806.

174 Tapgesprek TA006 sessienummer 4252 pagina 290.

175 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 16 december 2016 pagina 288-289.

176 Tapgesprek TA006 sessienummer 4258 pagina 291.

177 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 16 december 2016 pagina 288-289.

178 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 april 2017, pagina 804-806.

179 Tapgesprek TA015 sessienummer 63, pagina 432.

180 Tapgesprek TA015 sessienummer 64, pagina 433.

181 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 april 2017, pagina 808-809.

182 Tapgesprek TA012 sessienummer 8664, pagina 908-909.

183 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 april 2017, pagina 808.

184 Tapgesprek TA015 sessienummer 114, pagina 345.

185 Tapgesprek TA015 sessienummer 115, pagina 346-347.

186 Tapgesprek TA015 sessienummer 129, pagina 528-529.

187 Tapgesprek TA015 sessienummer 139, pagina 420.

188 Tapgesprek TA015 sessienummer 162, pagina 421.

189 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 april 2017, pagina 810.

190 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 april 2017, pagina 810.

191 Tapgesprek TA015 sessienummer 181, pagina 436.

192 Tapgesprek TA015 sessienummer 182, pagina 437.

193 Tapgesprek TA006 sessienummer 4638, pagina 242.

194 Tapgesprek TA006 sessienummer 4640, pagina 243.

195 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 1 januari 2017, pagina 238-239.

196 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 april 2017, pagina 810.

197 Tapgesprek TA012 sessienummer 9317, pagina 918-919.

198 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 april 2017, pagina 810.

199 Tapgesprek TA015 sessienummer 213, pagina 422.

200 Tapgesprek TA015 sessienummer 225, pagina 423.

201 Tapgesprek TA012 sessienummer 9449, pagina 920.

202 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 april 2017, pagina 810.

203 Tapgesprek TA006 sessienummer 4840, pagina 405.

204 Tapgesprek TA015 sessienummer 267, pagina 438.

205 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 april 2017, pagina 811.

206 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 april 2017, pagina 811.

207 PV bevindingen onderzoek Telecommunicatie d.d. 9 januari 2017, pagina 311.

208 Tapgesprek TA015 sessienummer 358, pagina 444.

209 Tapgesprek TA015 sessienummer 359, pagina 445.

210 Tapgesprek TA015 sessienummer 372, pagina 530-532.

211 Tapgesprek TA015 sessienummer 359, pagina 445.

212 Sms-bericht TA015 sessienummer 359, pagina 447.

213 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 april 2017, pagina 811.

214 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 april 2017, pagina 812.

215 Sms-bericht TA015 sessienummer 442, pagina 448.

216 Tapgesprek TA015 sessienummer 443, pagina 449.

217 Sms-bericht TA015 sessienummer 463, pagina 439.

218 Tapgesprek TA015 sessienummer 464, pagina 440.

219 Sms-bericht TA015 sessienummer 482, pagina 450.

220 Sms-bericht TA015 sessienummer 482, pagina 451.

221 Tapgesprek TA015 sessienummer 487, pagina 452.

222 Sms-bericht TA015 sessienummer 499, pagina 442.

223 Sms-bericht TA015 sessienummer 463, pagina 439.

224 Tapgesprek TA015 sessienummer 512, pagina 443.

225 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 april 2017, pagina 812.

226 Tapgesprek TA015 sessienummer 593, pagina 453.

227 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 april 2017, pagina 812.

228 Tapgesprek TA015 sessienummer 403, pagina 447.

229 Proces-verbaal van bevindingen pseudokoop d.d. 3 januari 2017, pagina 785-788.

230 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 januari 2017, pagina 792-793.

231 Deskundigenrapport van het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag, nr. 2017.01.30.282, d.d. 6 februari 2017, door ing. C.M.M. Diever-Heezen, die verklaart dit rapport naar waarheid, volledig en naar beste inzicht te hebben opgesteld als NFI-deskundige forensisch drugsanalyse, pagina 794-795.

232 Het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming met bijbehorende beslaglijst d.d. 5 januari 2017, pagina 1383-1388.

233 Deskundigenrapport van het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag, nr. 2017.01.25.136, d.d. 31 januari 2017, door ing. A.G.A. Sprong, die verklaart dit rapport naar waarheid, volledig en naar beste inzicht te hebben opgesteld als NFI-deskundige forensisch drugsanalyse, pagina 1455-1456.

234 PV bevindingen binnentreden d.d. 5 januari 2017, pagina 1503-1504, in combinatie met kennisgeving inbeslagneming d.d. 5 januari 2017, pagina 1519-1520

235 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 januari 2017, pagina 1531-1532.

236 Deskundigenrapport van het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag, nr. 2017.01.25.137, d.d. 1 februari 2017, door ing. P.H. Wallinga, die verklaart dit rapport naar waarheid, volledig en naar beste inzicht te hebben opgesteld als NFI-deskundige forensisch drugsanalyse, pagina 1533-1534.

237 Proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 18 mei 2016, pagina 46-48.

238 Proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 8 januari 2017, pagina 1044-1045.

239 Proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 12 januari 2017, pagina 1046-1048.

240 Proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 13 januari 2017, pagina 1050-1051

241 Proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 16 januari 2017 pagina 1106-1144.

242 Proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 13 januari 2017, pagina 1145-1146.

243 Proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 16 januari 2017 pagina 1147-1148.

244 Proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 17 januari 2017, pagina 1156-1158.

245 Proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 19 januari 2017 pagina 1159-1160.

246 Proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 20 januari 2017 pagina 1170-1172.

247 Proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 20 januari 2017 pagina 1173-1175.

248 Proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 28 februari 2017 pagina 1184-1185.