Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2021:3843

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
19-04-2021
Datum publicatie
29-06-2021
Zaaknummer
9036909 AZ VERZ 21-25
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek ingetrokken. Geen reden voor vergoeding werkelijke proceskosten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 9036909 AZ VERZ 21-25

Beschikking van 19 april 2021

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid CALL COGENS B.V.

gevestigd te Heerlen

verzoekster

gemachtigde mr. drs. H.G.W. Sterk

tegen

[verweerster]

wonend te [woonplaats]

verweerster

gemachtigde mr. F.H.I. Hundscheid

Partijen worden hierna Cogens en [verweerster] genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het verzoekschrift met bijlagen;

  • -

    het verweerschrift met bijlagen;

  • -

    de mondelinge behandeling op 14 april 2021 en de pleitaantekeningen van mr. Sterk.

1.2.

Tijdens de mondelinge behandeling heeft Cogens het verzoekschrift ingetrokken.

1.3.

Ten slotte is beschikking bepaald op heden.

2 De beoordeling

2.1.

Nu de Cogens het verzoekschrift heeft ingetrokken, hoeft ingevolge artikel 1.2.8 van het Procesreglement verzoekschriftprocedures rechtbanken, kantonzaken alleen te worden beslist op het door [verweerster] gehandhaafde verzoek om een kostenveroordeling.

2.2.

Door de intrekking kunnen de door Cogens aangevoerde gronden van haar verzoek niet meer door de kantonrechter worden getoetst. Cogens dient dan ook als de in het ongelijk gestelde partij te worden aangemerkt en ingevolge het bepaalde in artikel 289 Rv te worden veroordeeld in de proceskosten van [verweerster] .

2.2.

Cogens zal worden veroordeeld in de proceskosten. [verweerster] verzoekt een volledige proceskostenveroordeling. Vergoeding van alle daadwerkelijk gemaakte proceskosten kan alleen maar aan de orde zijn bij ‘buitengewone omstandigheden’, waarbij dient te worden gedacht aan misbruik van procesrecht en/of onrechtmatige daad. Hiervan is sprake indien diegene die in het ongelijk wordt gesteld de andere partij zonder enige noodzaak of redelijk belang tot procederen heeft gedwongen. Dat daarvan in dit geval sprake is, is niet komen vast te staan. De proceskosten moeten daarom op basis van het reguliere liquidatietarief worden begroot en dit is een bedrag van € 747,- aan salaris gemachtigde.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt Cogens tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van [verweerster] tot op heden vastgesteld op € 747,-;

3.2.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. P.H.M. Kuster en is in het openbaar uitgesproken.

BM