Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2021:3793

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
03-05-2021
Datum publicatie
03-05-2021
Zaaknummer
03.228814-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor verkrachting tot een gevangenisstraf van 16 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Strafrecht

Parketnummer : 03/228814-19

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 3 mei 2021

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1949,

wonende te [adres 1] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. H. van der Ende, advocaat kantoorhoudende te Venlo.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 19 april 2021. De verdachte en zijn raadsvrouw zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

Daarnaast is de vordering tot schadevergoeding behandeld die de benadeelde partij [benadeelde] heeft ingediend. De benadeelde partij is ter terechtzitting verschenen en heeft gebruik gemaakt van haar spreekrecht. De vordering is ter terechtzitting toegelicht door

mr. L. Verhagen, advocaat, kantoorhoudende te Venray.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

(primair) [benadeelde] heeft verkracht, dan wel (subsidiair) [benadeelde] heeft

aangerand.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het primair tenlastegelegde feit bewezen. De officier van justitie heeft zich daarvoor gebaseerd op de door het slachtoffer afgelegde verklaringen. Zij acht deze verklaringen betrouwbaar en bruikbaar voor het bewijs. Daartoe heeft zij aangevoerd dat de verklaringen betrouwbaar kunnen worden geacht, nu het slachtoffer consistent en gedetailleerd heeft verklaard. Daarnaast bevat het onderliggende dossier voldoende steunbewijs voor het tenlastegelegde. De officier van justitie heeft daarbij gewezen op de emoties en de fysieke toestand van het slachtoffer, dat zij door het gebeuren een toeval kreeg van de stress, en het DNA van de verdachte dat op de borst van het slachtoffer is aangetroffen. Uit de verklaringen van het slachtoffer blijkt dat er sprake was van dwang. Uit de verklaringen van de verdachte afgelegd bij de politie en ter terechtzitting volgt dat de verdachte wel degelijk in de gaten had dat het slachtoffer geen seks met hem wilde.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft bij schriftelijk pleidooi aangevoerd dat de verdachte integraal moet worden vrijgesproken van het tenlastegelegde feit. Zij heeft betoogd dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat de penis van de verdachte in de mond van het slachtoffer is geweest, nu er niet is voldaan aan het bewijsminimum. De verdachte ontkent dit onderdeel ten stelligste. Daarnaast vindt de verklaring van aangeefster geen steun in forensisch bewijs en is het app-bericht aan [naam] in de visie van de verdediging onvoldoende toereikend om als steunbewijs te dienen omdat het appje afkomstig is van aangeefster zelf. Mocht de rechtbank vinden dat er wel voldoende wettig bewijs is, dan ontbreekt het aan de overtuiging. Gelet op de verklaring van de verdachte, de medische informatie van de verdachte en het resultaat van het forensisch onderzoek, kan er op zijn minst getwijfeld worden of de penis van de verdachte in de mond van aangeefster is geweest.

Ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde heeft de verdediging zich primair op het standpunt gesteld dat er te weinig is bewijs in het onderliggende dossier om tot een veroordeling te komen. Mocht de rechtbank oordelen dat er wel voldoende wettig bewijs voorhanden is, verzoekt de verdediging de verdachte vrij te spreken omdat de overtuiging ontbreekt. Het door de verdachte geschetste scenario van wat er op 17 februari 2019 is gebeurd, blijft een reële mogelijkheid en kan niet als leugenachtig of als onwaarschijnlijk terzijde worden geschoven.

3.3

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelenoverzicht 1

De aangifte en verklaringen van het slachtoffer

[benadeelde] heeft op 14 maart 2019 aangifte gedaan van verkrachting, gepleegd op de [adres 2] te Blerick op 17 februari 2019 tussen 14:00 uur en 17:00 uur.2 Zij heeft verklaard, zakelijk weergegeven:

Ik kom van een onveilige thuissituatie af. Ik ben sinds 15 januari weg. Ik ben eerst van crisisopvang naar crisisopvang gegaan. Ik ben nu verhuisd naar [adres 3] in Venray. Er is veel gebeurd op de crisisopvang in Venlo. Ik heb geen onderdak, daarom zit ik er. Op de crisisopvang was geen goede plek voor mij vanwege het flauwvallen. Mijn ouders sloegen mij dagelijks en ik ben seksueel misbruikt door mijn broer. (…) Ik kom aangifte doen tegen [verdachte] van seksueel misbruik. Hij woont in Blerick en is rond de 60. Het seksueel misbruik is één keer geweest. Bij hem thuis. Toen vroeg hij aan mij of ik meer meisjes kende die een relatie met hem wilde. Ik zei van niet. Hij kwam naast me zitten. Ik vroeg of ik het Leger des Heils mocht bellen omdat er gedreigd werd dat ik mijn verblijfplaats moest verlaten en ik wilde daar ook niet meer blijven. [verdachte] zei dat ik bij hem mocht slapen. Toen liet hij zijn bed zien en zijn slaapkamer. Hij zei dat het er romantisch uitzag met bloemetjes en een rustgevende kleur was. Toen zijn we terug naar beneden gegaan naar zijn woonkamer. En hij zei of ik tegen hem aan wilde leunen. Ik wilde dat niet. Hij zei dat er iets erg zou gebeuren als ik het niet deed en toen heb ik het wel gedaan. Hij zat eerst aan mijn borsten en daarna moest ik hem pijpen en toen viel ik flauw. En toen ik wakker werd, was mijn bh uit. Niet helemaal uit, maar los. En ik vertelde tegen hem dat ik terug moest naar de groep want anders zouden de begeleiders zich zorgen maken en zou de politie mij gaan zoeken. En toen heeft hij me laten gaan en mij naar de bushalte gebracht. (…) U vraagt hoe alles ging toen [verdachte] aan mijn borsten zat. Hij ging eerst onder mijn t- shirt en onder mijn hemd. Hij deed mijn bh eerst een beetje omhoog en daarna omlaag. En toen zat hij met zijn handen aan mijn borsten. Hij deed met allebei de handen. Alleen mijn rechter borst. Het was op mijn blote huid. Ik zei dat ik het niet wilde en ik had tranen in mijn ogen. Wij waren toen op de bank in de woonkamer. Ik zat eerst en daarna lag ik. [verdachte] zat eerst naast mij op de bank en toen ging hij op de grond zitten. En toen hij op de grond zat, zat hij aan mijn borsten. Hij was aan het likken aan mijn borst nadat hij met zijn handen aan mijn borsten had gezeten. Hij zat op zijn knieën voor me. Nadat hij aan mijn borsten had gezeten en gelikt, heeft hij mij op de bank gelegd. En toen moest ik hem pijpen.


U vraagt wat [verdachte] met mijn borsten deed. Hij noemde het masseren, maar ik vond het meer knijpen. Ik zei de hele tijd dat ik niet wilde en ik had tranen in mijn ogen. Of je gaat vluchten, of bevriezen en ik doe het laatste. Het lukte me niet om op dat moment te zeggen dat ik weg wilde. Het leek alsof ik geen controle had over mijn eigen lichaam. Ik zei drie of vier keer: ‘Ik wil dit niet’. Het was maar 1 borst, alleen mijn rechterborst. Daarna pakte hij mij bij mijn schouders en legde mij op de bank. Ik zei dat ik weg wilde en hij reageerde er niet op. Hij deed zijn blouse omhoog, zijn riem los, deed zijn rits van de broek open en de knoop open en zijn onderbroek omlaag. En toen deed hij zijn geslachtsdeel eruit. Zijn geslachtsdeel was stijf. Hij stond met een been op de bank. Toen zette hij zijn geslachtsdeel in mijn mond. Ik zei dat ik weg wilde toen hij zijn geslachtsdeel uit zijn broek haalde. Hij pakte met zijn hand zijn geslachtsdeel en deed die in mijn mond. Hij zei dat ik mijn mond open moest doen. Toen viel ik flauw. En toen ik weer bijkwam was mijn bh los. En toen zei ik tegen [verdachte] dat ik terug moest naar de groep omdat zij zich anders zorgen gingen maken en de politie zou komen om mij te zoeken. Ik lag op mijn zij op de bank. [verdachte] zat naast mij. Hij zat op de bank, bij mijn bovenbenen. Op de lege plek van de bank, dus niet op mij. Hij had zijn kleding weer helemaal aan.

U vraagt waar ik [verdachte] van ken. Ik was die middag bij de Mc Donalds. Ik had al besteld en had een grote bestelling. Ik had grote honger. Hij kwam later binnen maar hij had zijn bestelling al gedaan. Toen hij zijn bestelling kreeg, keek hij me aan en hij lachte naar mij. Ik lachte naar hem terug. Ik stond te wachten op mijn bestelling, naast de kassa. Ik kreeg ook mijn bestelling en ik ging naar buiten. En ik ben op een bankje gaan zitten bij Jeans Center in Venlo. Toen kwam hij na 5 minuten naar mij toe. Hij vroeg of hij naast me mocht gaan zitten. Het was dezelfde man als die van de Mc Donalds. Later zei hij dat hij [verdachte] heette. Hij zei dat ik er niet goed uitzag en er moe uitzag. Ik zei dat ik inderdaad niet slaap en in een opvanghuis zat en ik er die dag ook uit moest en ik een slaapplek zocht. Hij zei toen dat ik wel met hem mee mocht naar zijn huis. Ik zei dat ik nog even verder zou zoeken. Hij zei kom maar gewoon mee want anders gebeurt er iets ergs en toen ben ik te voet met hem meegegaan.

Bij het informatief gesprek zeden op 17 februari 2019 heeft [benadeelde] bij de politie verklaard dat:3
- hij twee gezichten had, lief en aardig, en zei dat er iets erg zou gebeuren als ze niet

deed wat hij zei
- zij hem heeft moeten pijpen
- daarnaast heeft zij met haar hand zijn geslachtsdeel had aangeraakt
- hij aan haar borsten had gelikt en in haar gezicht
- hij haar t-shirt omhoog had gedaan en de bh los had gemaakt
- de man zijn broek en onderbroek uit had
- ze tussendoor flauw was gevallen
- ze dat weet omdat ze dat vaker heeft en weet hoe het voelt als ze weer bij komt
- ze tegen de man heeft gezegd dat ze terug moest naar de groep vanwege het eten
- ze toen weg mocht gaan.

Op 10 november 2020 is [benadeelde] gehoord in een zogenoemde kindvriendelijke verhoorstudio. Zij heeft onder meer verklaard:4

V Jij hebt verteld hé tijdens eh eh jouw aangifte dat jij op zeventien februari met [verdachte]

mee naar zijn huis bent gegaan in Blerick. Wat is de reden dat jij met hem

mee bent gegaan?
G Ik ben uit angst meegegaan omdat ehm ja eh eigenlijk zat ik eh op een bankje, want

ik ben eh ik was, ik had een bestelling gehaald bij de McDonalds. En ik wou effe

rusten, want eh ik woon eigenlijk op de crisisopvang en daar kwam ik eh [verdachte] dus tegen en hij zei: mag ik naast je zitten? En ik zei: ja, ik vind 't wel goed dat je eh. we hadden, zeg maar, een praatje gemaakt. En op een gegeven moment zei die: zou je wat koffie willen drinken? En ik zei: nee, dank je, ik moet zo weer terug. En toen zei die: ja, maar als je niet meegaat dan zal d'r iets ergs gebeuren. En ehm dus ik ben wel uit angst meegegaan, niet wetende wat d'r dan wel zou gebeuren. Onderweg had ik [verdachte] verteld dat ik in een crisisopvang zat. (...)

V Oké. Oké. Oké. Want ehm wat is d'r nou gebeurd dan in de woning van [verdachte] ?
G Nou ja, eerst eh kreeg ik wat water. En toen liet hij mij zijn kamer zien. Moes eh

zeg maar, een trapje op. En hij zei van: vind je m'n kamer wel romantisch? Ik zei: nou ja, ik vind 'm wel gewoon mooi. Toen gingen we naar beneden. En toen ehm. Ja, ik was eigenlijk al bezig om een vaste woonplek te zoeken, dus ik had al wat telefoontjes en eh. Op een gegeven moment ja, had ik 't Leger des Heils aan de lijn. Het Leger des Heils, want ik wilde eigenlijk eh ja, daar slapen die nacht. Maar ja, ze hadden geen bedden en zo. Eh toen zei [verdachte] : je mag wel bij mij slapen. Ik zei: nou dat doe ik liever niet. En ehmja eh de rest vind ik best wel lastig.

V En de rest vind je best wel lastig.
G Ja.
V Oké. Wat vind je daar lastig aan [benadeelde] ?
G Nou ik schaam me best wel voor wat d'r is gebeurd. En ja, ik vind ‘t gewoon

allemaal vies. Ja, na dat telefoongesprek had die, zeg maar, mijn been op zijn benen gelegd en toen likte die aan de rechterkant van mijn gezicht of eh de rechterhelft. En toen. Ik zei eh ik zei dat ik 't niet wilde tegen hem. Ik was ook echt ja, heel verdrietig geworden. Toen zei die: waarom huil je? En had die mij eh een servetje gegeven. En daarna was ik wel wat rustiger. Toen zei ik wel eh steeds: ik wil weg hier. Toen zei die van: nou ja, als je gaat dan gaat d'r iets ergs gebeuren. En eh op een gegeven moment eh wilde die ook een eh had die aan mij ja, borst gelikt en gebeten. En ja, hij had wel pijn, want toen hij van de grond af kwam, want hij zat op z'n knieën en ik zat op de bank, toen zei die wel: au. Dus ik weet niet waarom hij pijn had, maar.
Eh op een gegeven moment zat eh die eigenlijk gewoon aan m'n vagina en kneep die d'r in. En eh hij had mij op de bank neergelegd. En op een gegeven moment was 't ook echt op, tongzoenen. En toen ik op de bank lag deed hij ook z'n broek uit en moest ik 'm, moest ik hem pijpen. En daarna bij ik flauwgevallen en weet ik niet meer wat d'r is gebeurd. En toen ik bijkwam toen was alleen mijn bovenlijf bloot. En dan heb ik me omgekleje. En heb ik tegen [verdachte] gezegd van: [verdachte] ik moet nu echt terug, anders maakt de groep zich zorgen. Staat de politie hier op de stoep. Toen had [verdachte] me naar de bushalte gebracht.

V Hé wat zei die, wat zei je tegen [verdachte] ?
G Ja, dat ik 't niet wilde. En wat ik al zei van dat ik (00:24:24 ONVERSTAANBAAR)

en dat ik aan 't huilen was, maar
V Maar van dat verdrietig worden, hoe kon [verdachte] dat zien dat jij verdrietig werd dan?
G Ja, want. Nou ja, toen hij mij likte toen kwamen d'r echt al tranen en toen zei die:

(00:27:46 ONVERSTAANBAAR) werd er natuurlijk een servetje gepakt na mijn tranen.

V Oké. Dus d'r kwamen tranen en hij zegt: huil je.

G Ja.
V Oké. Nou duidelijk. Ehm [benadeelde] wat is nou de reden dat je niet weg bent gegaan

toen [verdachte] iets bij jou deed wat jij niet wilde?
G Ja, wat ik al zei, ik wilde wel weg, maar ik deed 't op één of andere manier niet,

ik bevroor zowat dan. (...)
V Oké. Jij hebt in jouw aangifte verteld hé. Je hebt dat ook verteld hé dat je [verdachte]

moest pijpen hé?
G Ja.
V En je vertelde dat hij zijn geslachtsdeel uit zijn broek deed.
G Ja.
V En eh dat vertelde je tijdens de aangifte ook hé
G Ja.
V Dat 't geslachtsdeel van hem stijf was.
G Hum
V En dat hij zijn geslachtsdeel in jouw mond deed
G Ja.
V Dat is wat je verteld hebt toen je de vorige keer bij de politie was bij het doen van de

aangifte.
G Ja.
V Klopt dat nog steeds?
G Dat klopt.
V Blijf je daarbij?
G Ja.
V Ja. Oké. Want [verdachte] zegt namelijk dat zijn geslachtsdeel niet in jouw mond is

geweest. En hij zegt dat hij geen stijve meer kan krijgen, want de dokter van
[verdachte] die zegt dat [verdachte] een stoornis heeft bij zijn geslachtsdeel waardoor die niet of moeilijk stijf kan worden.

G Ja.
V Hoe kan dat dan?
G Ja, dat weet ik niet, maar ‘t is eh 't is misschien wel moeilijk, maar 't kan dan dus nog

wel, zeg maar. En wat ik zei, weet je, je kan weer, wat ik heb verteld tegen de politie, ben ik eerlijk geweest, want dat moest bij de aangifte.

V Oké. Want hoe, hoe was zijn geslachtsdeel dan?
G Ja, die stond, zeg maar eh (23-34:42 getuige tilt kort haar rechterhand op en beweegt

die naar voren toe richting verhoorster) ja, dat die niet hangt, maar die recht naar

voren stond.
V Oké. Die hing niet
G Ja.
V Maar die stond rechtop.
G Ja.

Forensisch DNA-onderzoek

Bij [benadeelde] is onder meer de rechtertepel (nat en droog)5 bemonsterd en onderworpen aan een DNA-onderzoek. Er is ook een DNA-monster van de verdachte afgenomen. Uit het onderzoek blijkt dat het DNA-profiel afkomstig van de rechtertepel matcht met het DNA-profiel van de verdachte [verdachte] .6

De verklaringen van de verdachte

Op 26 maart 2019 heeft de verdachte bij de politie een verklaring afgelegd. De verdachte heeft onder meer verklaard:7

Ik heb die vrouw willen helpen want zij had volgens mij psychische problemen. Ik heb haar bij de Mc Donalds in het centrum van Venlo voor het eerst ontmoet. Ze zag er vermoeid uit. Ik zag dat ze psychische problemen had. Ze stond voor de balie. Ik ging weg en liep richting huis en ik zag haar op een bankje zitten. Ik vroeg of zij een kop koffie wilde drinken. Het was een hint. Ik zag dat ze in de war was. Ik heb ze meegenomen naar huis toe. U vraagt wat er volgens mij gebeurd is toen wij samen aankwamen bij mijn woning. Zij ging op de bank zitten. Ik heb een hoekbank en zij is op de ene kant gaan zitten en ik op de andere kant. Ik vroeg wat ze wilde drinken en heb haar koffie gemaakt. Zij dronk de koffie en vroeg of ze mocht bellen. En dat mocht. Ze belde met haar mobiele telefoon, zover ik me kan herinneren. U vraagt waarom zou zij dan bij mij boven is geweest. Omdat zij een beetje psychisch was, dacht ik dat ze wat rustiger zou worden. Ik heb haar ook mijn douche laten zien.

Op 13 augustus 2019 heeft de verdachte wederom bij de politie een verklaring afgelegd. Hij heeft onder meer verklaard:8

Ik zal eerlijk zijn, omdat ze heel lief op mij overkwam, heb ik haar geprobeerd vast te pakken. Dat wilde ze niet. Toen heeft ze weg geduwd. Ik dacht, misschien is zij op zoek naar een relatie. U vraagt hoe ik haar heb vastgepakt. Ze zat op de bank. Ik zat er langs. Ik heb mijn hand uitgestoken naar haar, omdat ze heel positief was. Ik heb haar gewreven met die hand, op de buik. Onder. Ik zat naast haar en wreef met mijn hand over haar buik. Ze zei daar niks op. Ik kreeg zelf een beetje de indruk dat zij iets in die richting wilde. Misschien wilde zij wel seks. Maar dat wilde ze niet, want ze stond op en liep van me weg. U zegt dat ik wist dat het om een kwetsbaar meisje ging en dat ik dat zelf heb verklaard. U vraagt hoe het komt dat ik dit meisje, een kwetsbaar meisje, psychisch in de war, meeneem naar mijn huis.
Omdat ze onderweg aan mij had gezegd dat ze in de prostitutie had gewerkt, dacht
ik dat ze misschien wel meer wilde en meer gewend was. Maar meteen toen ik haar met mijn hand wreef, duwde ze mij weg. Ik ben toen ook gestopt. Ik heb haar onder aangeraakt. Op een gegeven moment heb ik haar over de borsten gestreken, over de kleding. Ik deed dat omdat ik zelf dacht dat zij ook iets wilde. Misschien had ik wel meer gekund, maar ik voelde dat ze dat niet wilde. Daarom ben ik gestopt.


U vraagt op welk moment ik haar over de borst heb gestreken. We waren nog op dezelfde bank. Ik stak mijn hand uit, ik streelde haar met mijn hand over haar borst. Ik voelde dat ze dat niet wilde, toen ben ik gestopt. Het was haar rechterborst. Ik meen dat ik zelf mijn hand heb terug getrokken, maar dat weet ik niet zeker. Misschien heeft ze mij ook weg geduwd. Ik heb haar over de borst heb gestreeld en dat ik met die hand naar onder ben gegaan. U vraagt waar ik haar heb aangeraakt. Over de kleren, haar buik, langzaam naar onderen, naar haar vagina. Ze deed haar benen bij elkaar. Ik dacht toen: ‘stop, stop, stop...’.

Ja, ze heeft nadat het gebeurde van het strelen, met iemand van de opvang gebeld. Toen was ze al overstuur. U vraagt nu wat er is gebeurd vanaf het moment dat het meisje binnenkwam. Ze kwam bij me binnen. Ik heb haar mijn huis laten kijken. Ik heb haar de slaapkamer heb laten zien. Daarna hebben we koffie gedronken. We zijn onder op de bank gaan zitten. Toen begon ik haar te strelen. Eerst heb ik haar over de buik gestreeld, toen duwde ze mij weg. Toen dacht ik dat ze het misschien wel leuk zou vinden als ik haar over de borsten zou strijken. Ze zei niks, ze duwde mij niet meteen weg en ik dacht: ‘misschien accepteert ze het’. Toen ben ik daar ook mee gestopt. Het is allemaal op de bank gebeurd, ze zat rechts van mij. Voor zover ik mij kan herinneren heeft ze met 2 opvangen gebeld. Het was na de seksuele handelingen. Zover ik me kan herinneren. De handelingen die er zijn geweest, daar heb ik nu eerlijk over gepraat. Kort na de aanval heb ik haar naar de bus gebracht.

De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard: 9

Ik heb de borst van aangeefster in de mond genomen. Het is misschien één minuut geweest.

Overwegingen van de rechtbank

De rechtbank stelt voorop dat volgens het tweede lid van artikel 342 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) het bewijs dat de verdachte een ten laste gelegd feit heeft begaan, door de rechtbank niet uitsluitend kan worden aangenomen op basis van de verklaring van één getuige of enkel op basis van de verklaring of aangifte van het slachtoffer. Deze bepaling dient ter waarborging van de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing, in die zin dat zij de rechtbank verbiedt tot een bewezenverklaring te komen als de door het slachtoffer genoemde feiten en omstandigheden op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal.

Dit betekent dat – in een geval als het onderhavige, waarin de verklaringen van het slachtoffer en de verdachte (deels) van elkaar afwijken – de rechtbank eerst de betrouwbaarheid van de verklaring van het slachtoffer moet beoordelen en daarnaast moet bepalen of voor de beweringen van het slachtoffer voldoende steunbewijs in het dossier aanwezig is. De juistheid van de kern van de tenlastelegging mag – met andere woorden – niet alleen uit de (betrouwbaar bevonden) verklaring van het slachtoffer volgen, maar moet ook gesteund worden door ander bewijsmateriaal, dat bovendien afkomstig moet zijn uit een andere bron dan het slachtoffer.

Dat steunbewijs hoeft, zo volgt uit de jurisprudentie van de Hoge Raad, bij zedenzaken niet per definitie te zien op de ontuchtige handelingen zelf, of op de dwang daartoe. Het is afdoende wanneer de verklaring van aangeefster op onderdelen steun vindt in andere bewijsmiddelen, afkomstig van een andere bron dan degene die de belastende verklaring heeft afgelegd. Tussen de verklaring en het overige gebezigde bewijsmateriaal mag geen sprake zijn van een te ver verwijderd verband. Als het aanvullend bewijsmateriaal alleen is aan te merken als een onderbouwing van de betrouwbaarheid van de verklaring van aangeefster, geeft deze daaraan in het licht van artikel 342, tweede lid, Sv onvoldoende steun. Dat geldt bijvoorbeeld als het aanvullende bewijsmateriaal bestaat uit een ‘de auditu’-verklaring, inhoudende een weergave van wat het slachtoffer als de ‘bron’ aan de betrokken getuige heeft verteld. Indien een verklaring van een getuige daarentegen (mede) een zelfstandige, eigen waarneming inhoudt ten aanzien van de emotionele of fysieke toestand van aangeefster op het moment dat het strafbare feit plaatsvindt, of vlak daarna, kan die waarneming voldoende steunbewijs opleveren voor het bewezen verklaarde.

De betrouwbaarheid van de verklaringen

De rechtbank is van oordeel dat de verklaring van aangeefster betrouwbaar is. Aangeefster heeft meerdere keren een verklaring afgelegd bij de politie en in het studioverhoor. De verklaringen van aangeefster zijn in de kern consistent en gedetailleerd. Over het incident op 17 februari 2019 heeft ze in beide verklaringen op dezelfde manier verklaard. Ze haalt in beide verklaringen details aan hoe de kennismaking is verlopen, het verloop thuis bij de verdachte en de seksuele handelingen. Details over kleding en houdingen ontbreken evenmin en de context is duidelijk. Daarnaast maakt aangeefster het ook niet groter dan het is. De verbalisant spreekt bijvoorbeeld op een gegeven moment in de vraagstelling over het betasten van twee borsten, waarop aangeefster de verbalisant verbetert dat er sprake was van het betasten van maar één borst, haar rechterborst, hetgeen de betrouwbaarheid van de verklaringen ondersteunt. Vlak na het gebeuren heeft het slachtoffer bovendien een Whats-appbericht gestuurd aan [naam] , waarin staat vermeld: ‘Ik heb een probleem. Ik ben bang. Ik ben net door een oude man gedwongen naar zij huis gebracht hij heeft aan mij gegeten en ik moest hem pijpen ik voel me facking vies. Heb echt het gevoel dat ik moet overgeven’. Hoewel dit bericht afkomstig is van dezelfde bron, het slachtoffer zelf, mag dit wel worden meegewogen bij de beoordeling van de betrouwbaarheid van de verklaringen van het slachtoffer. De rechtbank acht de verklaringen van aangeefster dan ook betrouwbaar en bruikbaar voor het bewijs.

Voldoende steunbewijs?

De rechtbank acht voor de verklaring van aangeefster in andere bewijsmiddelen steunbewijs aanwezig. De rechtbank vindt dit steunbewijs in de eerste plaats in de verklaring van de verdachte. Hoewel de verdachte heeft ontkend dat hij zijn penis in de mond van aangeefster heeft gebracht, hecht de rechtbank meer waarde aan de verklaring van aangeefster. De verdachte heeft bij de politie inconsistent en wisselend verklaard over de seksuele handelingen. Bij de politie verklaarde hij in eerste instantie dat er helemaal geen seksuele handelingen hadden plaatsgevonden en hij alleen maar koffie zou hebben gedronken. Daarna verklaarde hij dat hij slechts een schouderklopje heeft gegeven aan aangeefster. Naarmate het verhoor vorderde en pas nadat hij geconfronteerd wordt met het DNA-bewijsmateriaal bekende hij dat hij aangeefster over haar buik en (onder haar kleren over haar) borsten had gewreven. Nadat de verdachte bij de politie meerdere malen heeft ontkend dat hij aan de borst van aangeefster heeft gelikt, erkent hij ter terechtzitting dat hij met zijn mond aan haar borst heeft gezeten.

Daarnaast ondersteunt het forensisch DNA-onderzoek het verhaal van aangeefster, waaruit volgt dat het DNA van de verdachte op de rechtertepel van aangeefster is aangetroffen.

De rechtbank vindt verder steunbewijs in de fysieke toestand van aangeefster. Aangeefster heeft verklaard dat zij een epileptische aanval kreeg op het moment dat de verdachte zijn penis in haar mond bracht. Uit het dossier volgt dat zij een aanval krijgt bij acute stress. Ook de verdachte heeft verklaard dat aangeefster een aanval kreeg.

De stelling van de verdachte dat het verhaal van aangeefster niet klopt omdat zij over een ‘stijve’ penis verklaart die in haar mond is gebracht, terwijl hij als gevolg van zijn diabetes een erectiestoornis heeft, schuift de rechtbank terzijde, omdat uit zijn verklaring ter terechtzitting is gebleken dat het ook niet onmogelijk is om een (gedeeltelijke) erectie te krijgen.

Uit de bewijsmiddelen volgt tevens dat aangeefster werd gedwongen tot het ondergaan van de seksuele handelingen. Aangeefster heeft van meet af aan in woord en gebaar aan de verdachte kenbaar heeft gemaakt dat zij dit niet wilde. Zij heeft dit gedaan door duidelijk tegen de verdachte te zeggen dat zij dit niet wilde en door ontwijkende bewegingen te maken. De verdachte heeft signalen van aangeefster echter genegeerd en is gewoon doorgegaan. Terwijl hij wist dat aangeefster een kwetsbaar meisje was en in een moeilijke situatie zat. Uit de verklaring van de verdachte blijkt immers dat hij het slachtoffer wilde helpen, omdat hij dacht dat ze psychische problemen had en dat ze er vermoeid uit zag. Bij de verdachte thuis heeft ze bovendien naar haar hulpverleners van het Leger des Heils gebeld, omdat ze geen slaapplek had. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de verdachte hiervan ook misbruik gemaakt. Uit de bewijsmiddelen volgt dat hij seksuele verlangens had en op zoek was naar een relatie. Dit doel stond bij aankomst in zijn woning voorop. Daarnaast heeft de verdachte een feitelijk overwicht op het slachtoffer gehad, gezien het leeftijdsverschil tussen de verdachte en het slachtoffer. De rechtbank verwerpt dan ook het verweer van de raadsrouw, inhoudende dat het seksuele contact volgens de verdachte vrijwillig was en dat het slachtoffer openstond voor seksuele toenadering richting haar.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank het primair tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen.

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

primair

op 17 februari 2019 in de gemeente Venlo door een feitelijkheid, [benadeelde] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [benadeelde] ,

te weten

- het duwen/brengen van zijn, verdachtes, penis in de mond van die [benadeelde] en bestaande die feitelijkheid hieruit dat hij, verdachte,

- misbruik heeft gemaakt van de psychosociale problematiek en kwetsbare positie van die [benadeelde] ,

in welke situatie die [benadeelde] zich niet kon en/of durfde te verzetten tegen

en/of onttrekken aan die seksuele handelingen van verdachte en/of daaraan geen weerstand kon en/of durfde te bieden.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:

primair

verkrachting

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De straf

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf

van 24 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. De officier van justitie heeft bij het formuleren van de eis in het bijzonder rekening gehouden met de ernst van het feit, het geringe tijdsverloop in de zaak, de impact daarvan op het slachtoffer en het gebrek aan inzicht bij de verdachte over wat hij met zijn handelen heeft veroorzaakt.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit en geen strafmaatverweer gevoerd.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan verkrachting. De verdachte heeft nadat hij het slachtoffer meevroeg om een kop koffie te drinken bij hem thuis, in zijn woning haar borsten betast, aan haar borst gelikt en zijn penis in de mond van het slachtoffer gebracht. Het slachtoffer heeft steeds aangegeven dat zij niet wilde, maar daar heeft de verdachte zich helemaal niets van aangetrokken. De verdachte is daarbij uitsluitend uitgegaan van zijn eigen behoefte en heeft met zijn grensoverschrijdende gedrag een grove inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van het slachtoffer. Uit de door het slachtoffer voorgedragen verklaring blijkt dat zij op dit moment nog steeds de nadelige gevolgen van deze verkrachting ondervindt, bestaande uit nachtmerries, herbelevingen en hartkloppingen. Ze durft niet meer alleen naar Venlo omdat ze bang is dat ze de verdachte tegenkomt en ze durft geen contact te leggen met mannen. Het slachtoffer was ten tijde van het delict 21 jaar, beduidend jonger dan de verdachte, en zij heeft -blijkens het dossier- een kwetsbare persoonlijkheid. Dit laatste was hem vanaf het begin ook duidelijk, zo blijkt uit de eigen verklaringen van de verdachte. Dat de verdachte zijn eigen plezier heeft laten voorgaan op het welzijn van het slachtoffer, rekent de rechtbank de verdachte zwaar aan.

De rechtbank stelt voorop dat in soortgelijke zaken forse gevangenisstraffen worden opgelegd. De rechtbank acht het feit ook dermate ernstig dat naar het oordeel van de rechtbank in beginsel niet kan worden volstaan met een andere of lichtere straf dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank ziet geen aanleiding om daar van af te wijken. Dat de verdachte ter terechtzitting geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor het onderhavige feit en een bagatelliserende houding heeft, betrekt de rechtbank daarbij in negatieve zin in haar oordeel.

Uit het reclasseringsadvies van 13 april 2021 blijkt eveneens dat de reclassering zich zorgen maakt om de houding van de verdachte. De verdachte ziet zichzelf als slachtoffer en lijkt de ernst van het feit onvoldoende in te zien. Uit de risicotaxatie Static-99R volgt dat er sprake is van een laag recidiverisico. De reclassering adviseert een (deels) voorwaardelijke straf, met daarbij oplegging van bijzondere voorwaarden.

De rechtbank weegt in de strafmaat in strafverminderende zin mee dat de verdachte blijkens zijn strafblad d.d. 18 maart 2021 niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten. De rechtbank weegt voorts mee dat de verkrachting zelf een kortstondig moment is geweest.

Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf van 16 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met aftrek van het voorarrest, passend. Met de voorwaardelijke straf wordt beoogd de verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen, maar met name wordt hiermee beoogd de ernst van het feit te benadrukken. De rechtbank zal aan het voorwaardelijk deel van de straf een proeftijd van twee jaar verbinden. Aan de voorwaardelijk straf zal de rechtbank geen bijzondere voorwaarden verbinden, nu de rechtbank daar geen meerwaarde in ziet, gelet op het lage recidiverisico.

7 De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

7.1

De vordering van de benadeelde partij

De benadeelde partij [benadeelde] heeft een vergoeding van haar schade gevorderd tot een bedrag van € 1.792,02, te vermeerderen met de wettelijke rente. Daarnaast is verzocht de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De gevorderde schadevergoeding bestaat uit de volgende posten:

  • -

    proces(reis)kosten hoger beroep (voorwaardelijk): € 33,90;

  • -

    immateriële schade: € 1.750,00.

7.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, te vermeerderen met de wettelijke rente. Voorts heeft zij gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

7.3

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij

niet-ontvankelijk moeten worden verklaard, gelet op de bepleite vrijspraak.

7.4

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat ter terechtzitting is komen vast te staan dat aan de benadeelde [benadeelde] door het hiervoor bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks schade is toegebracht.

Immateriële schade

De vordering ter zake de immateriële schade zal worden toegewezen, nu deze schade voldoende is onderbouwd en door de verdediging niet is betwist.

Wettelijke rente

De rechtbank zal de vordering toewijzen tot een bedrag van € 1.750,-, vermeerderd met de wettelijke rente.

Schadevergoedingsmaatregel

Omdat de rechtbank het van belang acht dat de verdachte deze schade vergoedt, zal tevens aan de verdachte de schadevergoedingsmaatregel worden opgelegd voor het bedrag van

€ 1.750,-.

Proces(reis)kosten

De rechtbank zal de vordering ten aanzien van de post ‘proces(reis)kosten (voorwaardelijk)’ niet-ontvankelijk verklaren. Desgewenst kan de benadeelde partij bij een eventueel hoger beroep deze post alsnog vorderen.

8 Het beslag

De rechtbank zal de teruggave gelasten aan de verdachte van het hierna in de beslissing te noemen in beslag genomen voorwerp.

9 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f en 242 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;

  • -

    spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

  • -

    verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

  • -

    veroordeelt de verdachte voor het primair tenlastegelegde feit tot een gevangenisstraf van 16 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren;

  • -

    beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

Benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel

  • -

    wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij te betalen € 1.750,-, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 17 februari 2019 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering;

  • -

    legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer, [benadeelde] , een bedrag van € 1.750,-, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 17 februari 2019 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • -

    bepaalt dat, indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 27 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;

  • -

    bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen;

  • -

    veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;

Beslag

- gelast de teruggave van het volgende in beslag genomen voorwerp aan de verdachte:

1 STK papier.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.H. van den Hombergh, voorzitter, mr. V.P. van Deventer en mr. S.A.M.C. van de Winkel, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. Zijlstra, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 3 mei 2021.

Buiten staat

Mr. S.A.M.C. van de Winkel en mr. M.J.H. van den Hombergh zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen. BIJLAGE I: De -gewijzigde- tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 17 februari 2019 in de gemeente Venlo door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, [benadeelde] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [benadeelde] ,

te weten

- het duwen/brengen van zijn, verdachtes, penis in de mond van die [benadeelde] en bestaande dat geweld of die andere feitelijkheid en/of die bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid hieruit dat hij, verdachte,

- tegen die die [benadeelde] voornoemd heeft gezegd dat er iets ergs zou gebeuren toen zij aangaf dat zij wegwilde en/of aangaf de ontuchtige handelingen/toenadering van verdachte niet te willen, en/of

- misbruik heeft gemaakt van zijn psychosociale problematiek en/of kwetsbare positie van die [benadeelde] ,

in welke situatie die [benadeelde] zich niet kon en/of durfde te verzetten tegen

en/of onttrekken aan die seksuele handelingen van verdachte en/of daaraan geen weerstand kon en/of durfde te bieden;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen

leiden:

hij op of omstreeks 17 februari 2019 in de gemeente Venlo,

door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [benadeelde] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, te weten

- het betasten en/of masseren van en/of knijpen in de borst van die [benadeelde] en/of

- het likken aan de borst van die [benadeelde]

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkheid en/of die bedreiging met geweld of een

andere feitelijkheid hieruit dat hij, verdachte,

- tegen die die [benadeelde] voornoemd heeft gezegd dat er iets ergs zou gebeuren toen zij aangaf dat zij wegwilde en/of aangaf de ontuchtige handelingen/toenadering van verdachte niet te willen, en/of

- misbruik heeft gemaakt van zijn psychosociale problematiek en/of kwetsbare positie van die [benadeelde] ,

in welke situatie die [benadeelde] zich niet kon en/of durfde te verzetten tegen en/of onttrekken aan die seksuele handelingen van verdachte en/of daaraan geen weerstand kon

en/of durfde te bieden.

1 Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het (digitale) proces-verbaal van politie Eenheid Limburg, Dienst Regionale Recherche, Afdeling Thematische Opsporing, Team Zeden, proces-verbaalnummer 2379-2019025148, gesloten d.d. 6 september 2019, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 137.

2 Proces-verbaal aangifte [benadeelde] d.d. 14 maart 2019, pag. 9-23.

3 Proces-verbaal van bevindingen informatie gesprek zeden d.d. 22 februari 2019, pag. 6-8.

4 Proces-verbaal van bevindingen, studioverhoor van [benadeelde] d.d. 10 november 2020.

5 Bemonstering ZAAC8868NL#7.

6 Het geschrift, inhoudende een deskundigenrapport Forensisch DNA-onderzoek van The Maastricht Forensic Institute, d.d. 24 mei 2019, pag. 133-137.

7 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 26 maart 2019, p. 67-77.

8 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 13 augustus 2019, p. 82-88.

9 De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 21 april 2021.