Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2021:377

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
13-01-2021
Datum publicatie
26-01-2021
Zaaknummer
C/03/273636 / HA ZA 20-64
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Tussenbeschikking
Inhoudsindicatie

Deskundigenonderzoek gelast naar aanleiding van discussie omtrent vermeende gebrekkigheid van vloerverwarmingsinstallatie in voetbalstadion.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer: C/03/273636 / HA ZA 20-64

Vonnis van 13 januari 2021 (bij vervroeging)

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VB PROJECTS B.V.,

gevestigd te De Lier,

eiseres in conventie, verweerster in reconventie,

advocaat mr. J.A. Dullaart;

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

FORTUNA SITTARD B.V.,

gevestigd te Sittard, gemeente Sittard-Geleen,

gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,

advocaat mr. M.M.M. Rooijen.

Partijen zullen hierna “VB Projects” en “Fortuna Sittard” genoemd worden.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met producties 1 t/m 11;

  • -

    de conclusie van antwoord in conventie/conclusie van eis in reconventie met producties 1 t/m 34;

  • -

    de conclusie van antwoord in reconventie met producties 12 t/m 23;

  • -

    de door Fortuna Sittard in het kader van de mondelinge behandeling overlegde producties 35 t/m 37;

  • -

    het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 28 mei 2020;

  • -

    de akte uitlaten deskundigenbericht van VB Projects met producties 24 t/m 26;

  • -

    de akte uitlaten deskundigenbericht van Fortuna Sittard met producties 38 t/m 40.

1.2.

Vervolgens is vonnis bepaald.

2 Het geschil

In conventie en in reconventie

2.1.

VB Projects heeft op de in de dagvaarding aangevoerde gronden de in het petitum daarvan geformuleerde vordering ingesteld. Fortuna Sittard heeft daarop gereageerd bij conclusie van antwoord in conventie, en heeft op de in conclusie van eis in reconventie aangevoerde gronden de in het petitum daarvan geformuleerde vordering in reconventie ingesteld.

2.2.

Naar aanleiding van hetgeen ter mondelinge behandeling is besproken, hebben partijen onderzocht of zij overeenstemming zouden kunnen bereiken over de benoeming van een deskundige en de aan deze ter beantwoording voor te leggen vragen. Uit de afzonderlijke aktes die partijen op 16 december 2020 hebben genomen blijkt dat partijen over die vragen overeenstemming hebben bereikt en dat zij verzoeken de rechtbank vonnis te wijzen, waarin de aangezochte deskundige tot deskundige wordt benoemd en deze wordt verzocht de door partijen geformuleerde vragen te beantwoorden.

2.3.

Overeenkomstig het verzoek van partijen zal de rechtbank nu de door partijen voorgedragen deskundige tot deskundige benoemen en deze verzoeken de door partijen voorgestelde vragen te beantwoorden. Uit de door partijen genomen aktes blijkt dat ieder van hen de helft van de kosten van de deskundige zal voorschieten.

2.4.

De rechtbank wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals nader onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaruit de gevolgtrekking maken die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.

2.5.

Indien een partij desgevraagd of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige doet toekomen, dient zij daarvan terstond afschrift aan de wederpartij te verstrekken.

2.6.

De rechtbank ziet geen aanleiding om tussentijds hoger beroep van deze tussenbeslissing toe te staan. Zij zal de beslissing over het voorschot ambtshalve uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

3 De beslissing

De rechtbank:

In conventie en in reconventie

3.1.

beveelt een onderzoek door een deskundige ter beantwoording van de volgende vragen:

Vragen VB Projects

1. Wat is de huidige diepteligging van de leidingen van de veldverwarmingsinstallatie?

Uitgaande van het scenario dat de meetresultaten overeen komen met de meting van ATKB

1. Wat is de oorzaak van de afwijkende resultaten uit de meting van Brouwers, ten opzichte van de meetresultaten van de deskundige en die van ATKB d.d. 13 augustus 2019?

Uitgaande van het scenario dat de meetresultaten overeen komen met de meting van Brouwers d.d. 6 februari 2020

  1. Wat is de oorzaak van de afwijkende resultaten uit de meting van ATKB, ten opzichte van de meetresultaten van de deskundige en die van Brouwers?

  2. Kan het verschil tussen de meting van AKTB enerzijds en die van Brouwers anderzijds zijn veroorzaakt door het al dan niet opwaarts, neerwaarts of zijwaarts bewegen van leidingen?

  3. Kan dit verschil het gevolg zijn van verschillen in de grondverdichting over het gehele veld?

  4. Zo nee, wat is daarvan dan de oorzaak?

  5. Beide partijen gaan ervan uit dat direct na oplevering van de veldverwarmingsinstallatie door het grondverzetbedrijf de grond is gemengd (met roterende messen). Op 15 cm diepte zijn toen enkele slangen geraakt (er lag toen nog geen grasmat) die daarna door VB dieper zijn gelegd. Uit metingen van Brouwers zou blijken dat er nu slagen zijn aangetroffen op 14,2 cm diepte. Hoe valt dit in het licht van de voorgaande vragen te verklaren?

  6. VB meent dat na de eerste keer intrekken van de leidingen door (andere door Fortuna ingeschakelde) aannemers met zwaar materieel over het veld is gereden en andere grondwerkzaamheden zijn verricht (Fortuna betwist dit uitgangspunt); partijen hebben (verder) geen eensluidende mening over de zwaarte van dit materieel. Ervan uitgaande sprake is geweest van zwaar materieel, kunnen de werkzaamheden dan tot een andere verdichting van het grondpakket hebben geleid of daar anderszins op van invloed zijn geweest in relatie tot de veldverwarmingsinstallatie?

  7. Is het mogelijk dat bij de stik-/prikwerkzaamheden en/of andere onderhoudswerkzaamheden zodanig diep in de grond is gewerkt, dat leidingen mee omhoog zijn getrokken?

  8. Kan een defect in de drainage ervoor hebben gezorgd dat leidingen al dan niet opwaarts, neerwaarts of zijwaarts zijn gaan bewegen?
    Kan het veld door gebrekkige drainage zijn gaan inklinken (al dan niet doordat er water op het veld blijft staan en dit door middel van prikken machines verholpen wordt)?

  9. Als de leidingen die te ondiep liggen naar een juiste diepte worden gebracht, kunnen deze dan op een later moment alsnog weer omhoog komen?

  10. Kan het noodzakelijke onderhoud aan het veld met de huidige diepteligging van de veldverwarmingsinstallatie worden uitgevoerd?

  11. Is het achterwege blijven van het noodzakelijke onderhoud reden van de slechte staat van het speelveld?

  12. Kunnen de verschillen in de grondverdichting oorzaak zijn van de slechte staat van het speelveld?

  13. Kan een defect in de drainage oorzaak zijn van de slechte staat van het speelveld?

  14. Wat is naar uw mening de beste wijze van herstel van de veldverwarmingsinstallatie en van het speelveld?

Uitgaande van het scenario dat de meetresultaten niet overeen komen met die van eerdere metingen

  1. Wat is de oorzaak van de afwijkende resultaten uit de meting van de deskundige, ten opzichte van de eerdere meetresultaten van ATKB en Brouwers?

  2. Kunnen de verschillen tussen het drietal metingen zijn veroorzaakt door het al dan niet opwaarts, neerwaarts of zijwaarts bewegen van leidingen, als gevolg van verschillen in de grondverdichting over het gehele veld?

  3. Beide partijen gaan ervan uit dat direct na oplevering van de veldverwarmingsinstallatie door het grondverzetbedrijf de grond is gemengd (met roterende messen). Op 15 cm diepte zijn toen enkele slangen geraakt (er lag toen nog geen grasmat) die daarna door VB dieper zijn gelegd. Uit metingen van Brouwers zou blijken dat er nu slangen zijn aangetroffen op 14,2 cm diepte. Hoe valt dit in het licht van de voorgaande vragen te verklaren?

  4. VB meent dat na de eerste keer intrekken van de leidingen door (andere door Fortuna ingeschakelde) aannemers met zwaar materieel over het veld is gereden en andere grondwerkzaamheden zijn verricht (Fortuna betwist dat uitgangspunt); partijen hebben (verder) geen eensluidende mening over de zwaarte van dit materieel. Ervan uitgaande dat sprake is geweest van zwaar materieel, kunnen deze werkzaamheden dan tot een andere verdichting van het grondpakket hebben geleid of daar anderszins op van invloed zijn geweest in relatie tot de veldverwarmingsinstallatie?

  5. Is het mogelijk dat bij stik-/prikwerkzaamheden en andere onderhoudswerkzaamheden zodanig diep in de grond is gewerkt, dat leidingen mee omhoog zijn getrokken?

  6. Kan een defect in de drainage ervoor hebben gezorgd dat leidingen al dan niet opwaarts, neerwaarts of zijwaarts zijn gaan bewegen? Kan het veld door gebrekkige drainage zijn gaan inklinken (al dan niet doordat er water op het veld blijft staan en dit door middel van prikken met machines verholpen wordt)?

  7. Als de leidingen die te ondiep liggen naar een juiste diepte worden gebracht, kunnen deze dan op een later moment alsnog weer omhoog komen?

  8. Kan het noodzakelijke onderhoud aan het veld met de huidige diepteligging van de veldverwarmingsinstallatie worden uitgevoerd?

  9. Is het achterwege blijven van het noodzakelijke onderhoud reden van de slechte staat van het speelveld?

  10. Kunnen de verschillen in grondverdichting oorzaak zijn van de slechte staat van het speelveld?

  11. Kan een defect in de drainage oorzaak zijn van de slechte staat van het speelveld?

Vragen Fortuna Sittard

  1. In de tussen VB Projects en Fortuna Sittard gesloten overeenkomst is het navolgende opgenomen:
    “For the pitch heating hoses will be retracted at the depth of 250 mm below teh mowing surface with a specially designed machine. After the retraction of the pitch, the pitch must be flattened and rolled by third parties.
    The hose consists of black NCPE 0909 (HDPE) material with a diameter of 25 mm, and will be mounted with a center to center distance of 250 mm.”
    Wat is uw technische/deskundige visie de juiste uitleg van het begrip “retracted at a depth of 250 mm below the mowing surface”?

  2. Is het toepassen van een grondradar een geschikte wijze om de diepteligging van de leidingen, alsmede de onderlinge afstand van de leidingen vast te stellen?

  3. Wat is de 2-sigma standaardafwijking van de waarnemingen (welk percentage van de waarnemingen valt statistisch buiten de marge, maat voor de precisie)?

  4. Hoe toont u aan dat de waarnemingen geen systematische fout hebben? (zijn het wel unbiased waarnemingen, betrouwbaarheid).

  5. “De veldverwarming heeft een grillig dieptepatroon, de oorzaak hiervan is niet bekend. Opvallend is dat de meeste dieptevariatie voorkomt in het midden van het veld rondom de sproeikoppen.”

Wat is het effect van vocht in de bodem?

6. “ “Voor de locatie is een gemiddelde propagatiesnelheid aangehouden aangezien een homogene opbouw wordt verwacht. De diepte ligging dient echter in een bandbreedte van enkele centimeters (2 tot 3 cm) te worden beschouwd. Ondanks dat uit fysieke controles is gebleken dat de diepte ligging binnen een centimeter nauwkeurig is vastgesteld kan altijd sprake [zijn] van lokale afwijkingen door wisselingen in de bodemsamenstelling.”

Hoe valideert u de veldmetingen en aannames (homogene opbouw in termen van propagatiesnelheden) die u doet?

7. Kunt u op basis van de metingen met AKTB met 99% betrouwbaarheid stellen dat de leidingen minimaal 225 mm onder het maaiveld zijn aangelegd?

8. Zijn de conclusies ten aanzien van de diepteligging van de leidingen die AKTB verbindt aan haar rapportages in uw visie juist?

9. Wat is de onderlinge (hart-op-hart) afstand van de leidingen?

10. Liggen de leidingen zodanig dat er onder het speelveld een gelijkmatige verdeling van de leidingen aanwezig is?

11. Is het voor een goede werking van de veldverwarmingsinstallatie van belang dat leidingen niet dieper zouden moeten liggen dan de overeengekomen diepteligging? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?

12. VB Projects heeft er voor gekozen de leidingen van de veldverwarmingsinstallatie in te trekken met een woelpoot. Is dit een juiste wijze van verwerking? VB Projects geeft aan tijdens het intrekken te hebben gemerkt dat het grondpakket verdicht was, waardoor het intrekken moeilijker bleek dan gedacht, en heeft toen besloten om in plaats van drie, tegelijk twee leidingen in te trekken. Was dat een juiste keuze? Zo nee, waarom niet en welke andere keuze had gemaakt kunnen/moeten worden? Zo ja, waarom?

13. Volgens de rapportage van ATKB van 13 augustus 2019 zouden na de herstelwerkzaamheden van VB Projects de leidingen allemaal op een diepte van 225 mm tot bovenzijde leiding liggen. De rapportage van Brouwers van 6 februari 2020 toont aan dat een groot aantal leidingen niet op de juiste diepte liggen alsmede minimaal een leidingdeel niet op de juiste onderlinge afstand. Wat is uw verklaring voor de discrepantie tussen de rapportage van ATKB en de bevindingen van Brouwers?

14. De leidingen zijn in de zomer 2018 aangelegd. Kunt u aangeven in mate van waarschijnlijkheid wat de kans is dat de leidingen na het definitieve herstel medio 2019 zijn gaan verschuiven (opwaarts, neerwaarts, zijwaarts)?

15. Kunt u aangeven hoeveel zetting u verwacht in een sportveld in de periode van 1 jaar na aanleg (laatste meting AKTB) en 1,5 jaar (meting Brouwers)?

16. Is er volgens u sprake van een deugdelijke – conform de eisen van goed vakmanschap – installatie van de leidingen van de veldverwarmingsinstallatie?

17. Indien de leidingen van de veldverwarmingsinstallatie niet op de juiste diepte liggen en/of niet op de juiste onderlinge (hart-op-hart) afstand liggen, wat is dan de meest geëigende wijze van herstel in uw visie?

18. Kunt u vanuit uw deskundige visie aangeven tot op welke diepte er doorgaans geprikt wordt in het kader van een normaal en noodzakelijk veldonderhoud?

19. Kunt u vanuit uw expertise/deskundigheid aangeven of er gezien de huidige ligging van de leidingen van de veldverwarmingsinstallatie, sprake is van een beïnvloeding van het onderhoud van het veld? Spelen nog andere factoren in dit verband een rol? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?

20. Kunt u vanuit uw expertise/deskundigheid aangeven of de staat van het veld voldoet aan de daaraan te stellen eisen (waarbij de door de KNVB te stellen eisen voor het spelen op natuurgras in de Eredivisie/Keuken Kampioen Divisie leidend zijn). Indien niet het geval is, kunt u dan aangeven wat de invloed is van de veldverwarmingsinstallatie op de staat van het veld?

21. Is er een relatie tussen de diepteligging van de leidingen van de veldverwarmingsinstallatie en de huidige staat van het veld?

Aanvullende vragen

  1. Kunt u een alternatieve aanbeveling ter oplossing van de bestaande problematiek doen, waarbij partijen zich afvragen of die bijvoorbeeld kan liggen in een ophoging van het gehele speelveld?

  2. Zo ja, wat is hiervoor nodig en waarmee moet (constructief en anderszins) rekening worden gehouden?

  3. Indien u vanuit uw deskundigheid op de direct voorgaande vraag niet kunt antwoorden, kunt u dan een aanbeveling doen wie hierover zou kunnen adviseren?

3.2.

benoemt tot deskundige:

de heer ing. J. Knol, verbonden aan Sweco Nederland B.V.;

correspondentieadres: postbus 203, 3730 AE De Bilt;

bezoekadres: De Holle Bilt 22, 3732 HM De Bilt;

telefoon: 088 – 8114709, 06 – 53795014;

e-mailadres: jochem.knol@sweco.nl;

het voorschot

3.3.

stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vast op het door de deskundige begrote bedrag van € 8.771,30 (incl. BTW);

3.4.

bepaalt dat partijen ieder de helft van het voorschot dienen over te maken binnen twee weken na de datum van de nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak;

3.5.

draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot;

het onderzoek

3.6.

bepaalt dat VB Projects en Fortuna Sittard hun procesdossier in afschrift aan de deskundige dienen te doen toekomen;

3.7.

bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats;

3.8.

wijst de deskundige er op dat:

  • -

    de deskundige voor aanvang van het onderzoek dient kennis te nemen van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (te raadplegen op www.rechtspraak.nl of desgevraagd te verkrijgen bij de griffie);

  • -

    de deskundige het onderzoek pas na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot dient aan te vangen;

  • -

    de deskundige het onderzoek onmiddellijk dient te staken en contact dient op te nemen met de griffier, indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn;

  • -

    de deskundige partijen bij een onderzoek van een object ter plaatse gelegenheid dient te bieden dit onderzoek bij te wonen; indien slechts één partij, althans niet alle partijen, bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig is of zijn, de deskundige dit onderzoek niet mag uitvoeren, tenzij alle partijen zijn uitgenodigd om bij dat onderzoek aanwezig te zijn, en dat uit het rapport moet blijken dat hieraan is voldaan;

  • -

    indien partijen bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig zijn geweest, uit het rapport moet blijken welke opmerkingen zij hebben gemaakt en welke verzoeken zij hebben gedaan, en hoe de deskundige hierop heeft gereageerd;

3.9.

bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige dienen te verstrekken indien deze daarom verzoekt, de deskundige toegang dienen te verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid dienen te geven tot het verrichten van het onderzoek;

het schriftelijk rapport

3.10.

draagt de deskundige op om uiterlijk vier maanden na het schriftelijk bericht van de griffier omtrent de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend bericht in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, onder bijvoeging van een gespecificeerde declaratie;

3.11.

wijst de deskundige er op dat:

  • -

    uit het schriftelijk bericht moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd;

  • -

    de deskundige een concept van het rapport aan partijen moet toezenden, opdat partijen de gelegenheid krijgen binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden;

3.12.

bepaalt dat partijen binnen vier weken dienen te reageren op het concept-rapport van de deskundige nadat dit aan partijen is toegezonden en dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren;

overige bepalingen

3.13.

bepaalt dat de zaak op de rol zal komen van 26 mei 2021,

3.14.

draagt de griffier op de zaak op een eerdere rol te plaatsen:

  • -

    indien het voorschot niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel verlengde) termijn is ontvangen: voor akte uitlating voortprocederen aan beide zijden op een termijn van twee weken of

  • -

    na ontvangst ter griffie van het deskundigenbericht: voor conclusie na deskundigenbericht aan de zijde van VB Projects en Fortuna Sittard op een termijn van vier weken;

3.15.

verklaart de beslissing over het voorschot uitvoerbaar bij voorraad;

3.16.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. V.E.J. Noelmans, rechter, en in het openbaar uitgesproken.1

1 type: MT