Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2021:3647

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
21-04-2021
Datum publicatie
06-05-2021
Zaaknummer
C/03/286967 / HA ZA 21-9
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Provisionele vordering, inhoudende dat ex-echtgenote overeenkomstig haar draagplicht zorgt voor aflossing van een drietal gemeenschapsschulden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer: C/03/286967 / HA ZA 21-9

Vonnis in incident van 21 april 2021

in de zaak van

[eiser in conventie in de hoofdzaak, verweerder in reconventie in de hoofdzaak, eiser in het incident] ,

wonend te [woonplaats 1] ,

eiser in conventie in de hoofdzaak, verweerder in reconventie in de hoofdzaak,

eiser in het incident,

advocaat mr. M.L.M. Schrouff;

tegen:

[gedaagde in conventie in de hoofdzaak, eiseres in reconventie in de hoofdzaak, verweerster in het incident] ,

wonend te [woonplaats 2] ,

gedaagde in conventie in de hoofdzaak, eiseres in reconventie in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat mr. R.F. Cohen.

Partijen zullen hierna [eiser in conventie in de hoofdzaak, verweerder in reconventie in de hoofdzaak, eiser in het incident] en [gedaagde in conventie in de hoofdzaak, eiseres in reconventie in de hoofdzaak, verweerster in het incident] genoemd worden.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding, tevens houdende de incidentele vordering tot het treffen van een voorlopige voorziening, met producties 1 t/m 17;

  • -

    de conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van eis in reconventie, met producties 1 t/m 3;

  • -

    de conclusie van antwoord in het incident, met producties 4 en 5.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2 De feiten

2.1.

Partijen zijn met elkaar gehuwd geweest in wettelijke gemeenschap van goederen. Bij beschikking van 25 oktober 2019 is de echtscheiding tussen hen uitgesproken.

3 Het geschil

In het incident

3.1.

[eiser in conventie in de hoofdzaak, verweerder in reconventie in de hoofdzaak, eiser in het incident] stelt dat zijn financiële situatie zeer nijpend is: de schulden stapelen zich steeds verder op. Dat heeft volgens hem tot gevolg dat hij dreigt in de schuldsanering te geraken. Hij wenst echter koste wat het kost te voorkomen dat hij in de schuldsanering terecht komt. Omdat hij niet de financiële middelen heeft om de huwelijkse schulden gedurende de onderhavige procedure alleen te blijven voldoen, acht [eiser in conventie in de hoofdzaak, verweerder in reconventie in de hoofdzaak, eiser in het incident] het van groot belang dat [gedaagde in conventie in de hoofdzaak, eiseres in reconventie in de hoofdzaak, verweerster in het incident] wordt veroordeeld om voorlopig mee te betalen aan de thans nog openstaande huwelijkse schulden.

3.2.

[eiser in conventie in de hoofdzaak, verweerder in reconventie in de hoofdzaak, eiser in het incident] stelt zich op het standpunt dat van hem niet kan worden verwacht dat hij een bodemprocedure afwacht.

3.3.

Op grond van het vorenstaande vordert [eiser in conventie in de hoofdzaak, verweerder in reconventie in de hoofdzaak, eiser in het incident] dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad;

I. [gedaagde in conventie in de hoofdzaak, eiseres in reconventie in de hoofdzaak, verweerster in het incident] veroordeelt om voorlopig met de helft van het totale maandelijkse aflossingsbedrag, zoals overeengekomen met BsGW, af te lossen op de schulden bij BsGW, althans met een zodanig bedrag zoals de rechtbank in goede justitie zal vermenen te behoren;

II. [gedaagde in conventie in de hoofdzaak, eiseres in reconventie in de hoofdzaak, verweerster in het incident] veroordeelt om voorlopig de maandelijkse aflossingen met betrekking tot de schuld bij UWV voor haar rekening te nemen, althans een zodanig deel van de aflossingen zoals de rechtbank in goede justitie zal vermenen te behoren;

III. [gedaagde in conventie in de hoofdzaak, eiseres in reconventie in de hoofdzaak, verweerster in het incident] veroordeelt om voorlopig de helft van (de nog te treffen betalingsregeling met betrekking tot) de schuld bij de ING bank, betreffende de debetstand per datum opheffing bankrekening met rekeningnummer [rekeningnummer] , voor haar rekening te nemen.

3.4.

De vordering wordt gemotiveerd betwist. Op de stellingen van partijen zal de rechtbank, in zoverre relevant, hieronder ingaan.

4 De beoordeling

In het incident

4.1.

[gedaagde in conventie in de hoofdzaak, eiseres in reconventie in de hoofdzaak, verweerster in het incident] heeft als verweer aangevoerd dat het streven van [eiser in conventie in de hoofdzaak, verweerder in reconventie in de hoofdzaak, eiser in het incident] om koste wat het kost uit de schuldsanering te blijven niet ten koste van haar en haar minderjarige kinderen mag gaan. [gedaagde in conventie in de hoofdzaak, eiseres in reconventie in de hoofdzaak, verweerster in het incident] betwist verder dat de schulden van [eiser in conventie in de hoofdzaak, verweerder in reconventie in de hoofdzaak, eiser in het incident] zich opstapelen, nu [eiser in conventie in de hoofdzaak, verweerder in reconventie in de hoofdzaak, eiser in het incident] die stelling niet onderbouwt. Zo zij al gehouden zou zijn schulden af te lossen, stelt [gedaagde in conventie in de hoofdzaak, eiseres in reconventie in de hoofdzaak, verweerster in het incident] daartoe niet in staat te zijn. Ten slotte voert [gedaagde in conventie in de hoofdzaak, eiseres in reconventie in de hoofdzaak, verweerster in het incident] aan dat de schulden aan BsGW, UWV en ING, waarvan [eiser in conventie in de hoofdzaak, verweerder in reconventie in de hoofdzaak, eiser in het incident] vordert dat [gedaagde in conventie in de hoofdzaak, eiseres in reconventie in de hoofdzaak, verweerster in het incident] het volgens [eiser in conventie in de hoofdzaak, verweerder in reconventie in de hoofdzaak, eiser in het incident] voor haar rekening komende deel betaalt, voor rekening van [eiser in conventie in de hoofdzaak, verweerder in reconventie in de hoofdzaak, eiser in het incident] dienen te komen. [eiser in conventie in de hoofdzaak, verweerder in reconventie in de hoofdzaak, eiser in het incident] heeft derhalve ter zake deze schulden geen vordering op [gedaagde in conventie in de hoofdzaak, eiseres in reconventie in de hoofdzaak, verweerster in het incident] , aldus [gedaagde in conventie in de hoofdzaak, eiseres in reconventie in de hoofdzaak, verweerster in het incident] . [gedaagde in conventie in de hoofdzaak, eiseres in reconventie in de hoofdzaak, verweerster in het incident] verwijst ter onderbouwing van haar verweer ter zake voormelde vordering naar hetgeen zij in haar conclusie van antwoord in conventie in de hoofdzaak daarover heeft aangevoerd.

4.2.

Ten aanzien van de schuld aan BsGW overweegt de rechtbank het volgende. De schulden aan BsGW betreffen de voormalige echtelijke woning van partijen en hebben betrekking op het jaar 2019 (€ 833,17) en het jaar 2020 (€ 579,49). Nu vast staat dat [gedaagde in conventie in de hoofdzaak, eiseres in reconventie in de hoofdzaak, verweerster in het incident] die woning op 23 oktober 2018 heeft verlaten en [eiser in conventie in de hoofdzaak, verweerder in reconventie in de hoofdzaak, eiser in het incident] die woning vanaf die dag tot de levering van de woning aan een derde, op 1 februari 2020, alleen heeft bewoond, dienen die schulden in de verhouding tussen partijen alleen door [eiser in conventie in de hoofdzaak, verweerder in reconventie in de hoofdzaak, eiser in het incident] te worden gedragen, nu deze kosten in hun onderlinge verhouding enkel [eiser in conventie in de hoofdzaak, verweerder in reconventie in de hoofdzaak, eiser in het incident] aangaan. De vordering ter zake de schuld aan BsGW dient derhalve te worden afgewezen.

4.3.

Ten aanzien van de restantschuld aan het UWV (€ 2.912,71) overweegt de rechtbank het volgende. [gedaagde in conventie in de hoofdzaak, eiseres in reconventie in de hoofdzaak, verweerster in het incident] verwijst ter zake naar hetgeen partijen volgens een beschikking betreffende voorlopige voorziening van 31 januari 2019 zijn overeengekomen. Volgens de inhoud van die voorlopige voorziening zijn partijen overeengekomen dat [eiser in conventie in de hoofdzaak, verweerder in reconventie in de hoofdzaak, eiser in het incident] zorg zou dragen voor de voldoening van de schuld aan het UWV. Daaruit volgt dat de vordering onder II moet worden afgewezen.

4.4.

Ten aanzien van de schuld aan ING (€ 2.328,28) overweegt de rechtbank ten slotte het volgende. [gedaagde in conventie in de hoofdzaak, eiseres in reconventie in de hoofdzaak, verweerster in het incident] voert in haar conclusie van antwoord in conventie in de hoofdzaak aan dat [eiser in conventie in de hoofdzaak, verweerder in reconventie in de hoofdzaak, eiser in het incident] op deze schuld niets heeft afgelost. Pas indien [eiser in conventie in de hoofdzaak, verweerder in reconventie in de hoofdzaak, eiser in het incident] meer voldoet dan in de interne verhouding voor zijn rekening komt, kan [eiser in conventie in de hoofdzaak, verweerder in reconventie in de hoofdzaak, eiser in het incident] volgens [gedaagde in conventie in de hoofdzaak, eiseres in reconventie in de hoofdzaak, verweerster in het incident] regres nemen op haar. Nu [eiser in conventie in de hoofdzaak, verweerder in reconventie in de hoofdzaak, eiser in het incident] echter niets heeft afgelost, dient zijn vordering, aldus [gedaagde in conventie in de hoofdzaak, eiseres in reconventie in de hoofdzaak, verweerster in het incident] , onder III te worden afgewezen.

4.5.

Dat verweer is in het kader van het incident echter niet relevant. [eiser in conventie in de hoofdzaak, verweerder in reconventie in de hoofdzaak, eiser in het incident] neemt immers geen regres op [gedaagde in conventie in de hoofdzaak, eiseres in reconventie in de hoofdzaak, verweerster in het incident] ter zake de aflossing van de schuld door hem aan ING, maar vordert dat [gedaagde in conventie in de hoofdzaak, eiseres in reconventie in de hoofdzaak, verweerster in het incident] haar helft van de schuld aan ING betaalt (om te voorkomen dat [eiser in conventie in de hoofdzaak, verweerder in reconventie in de hoofdzaak, eiser in het incident] in de schuldsanering terecht komt). [gedaagde in conventie in de hoofdzaak, eiseres in reconventie in de hoofdzaak, verweerster in het incident] heeft niet betwist dat zij naast [eiser in conventie in de hoofdzaak, verweerder in reconventie in de hoofdzaak, eiser in het incident] schuldenaar is van deze schuld en dat zij voor de helft draagplichtig is voor deze schuld. [eiser in conventie in de hoofdzaak, verweerder in reconventie in de hoofdzaak, eiser in het incident] heeft er in beginsel derhalve recht op en belang bij dat [gedaagde in conventie in de hoofdzaak, eiseres in reconventie in de hoofdzaak, verweerster in het incident] haar deel van de schuld aan ING aflost. De rechtbank zal dit deel van de vordering onder III derhalve toewijzen.

4.6.

Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

In de hoofdzaak

4.7.

De rechtbank zal [eiser in conventie in de hoofdzaak, verweerder in reconventie in de hoofdzaak, eiser in het incident] eerst in de gelegenheid stellen een conclusie van antwoord in reconventie te nemen. De mondelinge behandeling zal vervolgens, zoals reeds bepaald, plaatsvinden op 14 oktober 2021.

5 De beslissing

De rechtbank:

In het incident

5.1.

veroordeelt [gedaagde in conventie in de hoofdzaak, eiseres in reconventie in de hoofdzaak, verweerster in het incident] om voorlopig de helft van (de nog te treffen betalingsregeling met betrekking tot) de schuld bij de ING bank, betreffende de debetstand per datum opheffing bankrekening met rekeningnummer [rekeningnummer] , voor haar rekening te nemen;

5.2.

verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

5.3.

wijst af het meer of anders gevorderde;

5.4.

compenseert de kosten van het incident tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

In de hoofdzaak

5.5.

verwijst de zaak naar de rol van 26 mei 2021 voor nemen van een conclusie van antwoord in reconventie aan de zijde van [eiser in conventie in de hoofdzaak, verweerder in reconventie in de hoofdzaak, eiser in het incident] ;

5.6.

verstaat dat de reeds bepaalde mondelinge behandeling zal plaatsvinden op 14 oktober 2021 van 13:30 tot 16:30 uur.

Dit vonnis is gewezen door mr. T.A.J.M. Provaas, rechter, en in het openbaar uitgesproken.1

1 type: MT