Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2021:3558

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
21-04-2021
Datum publicatie
30-04-2021
Zaaknummer
8914820 \ CV EXPL 20-6249
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Nakoming “bouwteamovereenkomst”, uitleg verplichtingen partijen, beoordeling verrichte inspanningen, aanduiding budget en gevolgen overschrijding, schade opdrachtgevers door niet totstandkomen aannemingsovereenkomst.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 8914820 \ CV EXPL 20-6249

Vonnis van de kantonrechter van 21 april 2021

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiseres in conventie, verweerster in reconventie],

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

eisende partij in conventie, verweerster in reconventie,

gemachtigde mr. M.J. Mookhram,

tegen:

1 [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] ,

2. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 2],
beiden thans wonend, althans ingeschreven aan de [adres] te [woonplaats] ,

gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie,

gemachtigde mr. R.T.L.J. Jongen.

Partijen zullen hierna [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] respectievelijk de [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] en gezamenlijk (in mannelijk meervoud) [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaardingen van 17 november 2020 met producties 1-16

  • -

    de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie met producties 1-16

  • -

    de beslissing waarbij een mondelinge behandeling is bepaald

  • -

    de conclusie van antwoord in reconventie

  • -

    de akte houdende vermeerdering van eis van de zijde van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] met productie 17

  • -

    het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 16 maart 2021 met daaraan gehecht de nagezonden opmerkingen van mr. Mookhram en mr. Jongen

  • -

    de pleitnota van mr. Jongen.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Op 3 oktober 2019 kochten [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] het woonhuis aan de [adres] te [woonplaats] (hierna: de woning). Voor de verbouwing van de woning (hierna: de verbouwing), waar een architect (hierna: (de) architect) bij betrokken was, schakelden [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] de aannemer [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] in.

2.2.

De architect heeft op zaterdag 14 december 2019 impressies aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] verstrekt.

2.3.

Op verzoek van de architect heeft op zaterdag 21 december 2019 een kennismakingsgesprek c.q. gezamenlijke bespreking in de woning plaatsgevonden, die op dat moment nog niet aan [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] was geleverd. Daarbij waren aanwezig:

  • -

    de heer [ naam aannemer] (hierna: [ naam aannemer] ) namens [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] ,

  • -

    de heer [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] ,

  • -

    mevrouw [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 2] ,

  • -

    de heer [naam architect 1] (de architect),

  • -

    de heer [naam adviseur] ((hierna:) ((schoon)vader en) adviseur van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] ) en

  • -

    de heer en mevrouw [naam vorige eigenaars] ((hierna:) de vorige eigenaren/toenmalige bewoners van de woning).

2.4.

Op woensdag 15 januari 2020 zijn door de architect de eerste bouwkundige tekeningen aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] gezonden (productie 5 [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] ).

2.5.

Op 31 januari 2020 is de woning aan [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] geleverd.

2.6.

Op dinsdag 4 en 11 februari 2020 hebben [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] wensenlijsten aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] gezonden (productie 10 en 11 dagvaarding).

2.7.

Op dinsdag 20 februari 2020 is een derde wensenlijst c.q. aanvulling op de eerdere lijst(en) aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] gezonden (productie 12 dagvaarding) en op 1 maart 2020 een vierde lijst (productie 2 dagvaarding; productie 7 [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] ).

2.8.

Tussen partijen is op donderdag 5 maart 2020 een “bouwteamovereenkomst” (productie 1 dagvaarding, hierna: de bouwteamovereenkomst) tot stand gekomen op initiatief van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] , waarbij [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] als aannemer is aangeduid en [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] als opdrachtgever. De overeenkomst houdt, voor zover in deze zaak van belang, het volgende in:

overwegende:

(…)

4. dat aannemer bij de voorbereiding van het project door het bouwteam zijn specifieke ervaring en deskundigheid op het gebied van uitvoerings-, organisatorische- en kostentechnische aspecten van het bouwen, als ook kennis en knowhow over duurzaam bouwen ter beschikking zal stellen, teneinde een optimale verhouding van prijs en kwaliteit van het project te bereiken binnen nader vast te stellen randvoorwaarden van de opdrachtgever zoals omschreven in de uitvraag.

5. dat opdrachtgever voornemens is de uitvoering van de werkzaamheden, die deel uitmaken van het project, hierna te noemen: ‘het werk’ op te dragen aan aannemer, mits tevoren tussen opdrachtgever en aannemer over de prijs van het op te dragen werk overeenstemming wordt bereikt, een en ander met nachtneming van deze bouwteamovereenkomst;

(…)

verklaren te zijn overeengekomen als volgt:

(…)

Samenstelling van het bouwteam

Artikel 2

Het bouwteam bestaat uit:

- Familie [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] , [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] en Opdrachtgever

[gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 2]

  • -

    [naam adviseur] Adviseur opdrachtgever

  • -

    [naam architectenbureau] , [naam architect 1] en Architect

[naam architect 2]

- [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] , [ naam aannemer] , Aannemer

[naam 1] en [naam 2]

(…)

Taak van het bouwteam en van de opdrachtgever en de aannemer daarin

Artikel 4

Het bouwteam heeft als taak de voorbereiding van het project zodanig te doen verlopen dat dit resulteert in een voor opdrachtgever aanvaardbare bestek met bijbehorende tekeningen en een aannemingsovereenkomst dient hiervoor als basis. De streefdatum voor het totstandkoming van een aannemingsovereenkomst is 30 april 2020, met uitgangspunt start verbouwing 1 juni 2020 en gereed op 1 oktober 2020. Indien deze datum niet gehaald wordt kan deze termijn met maximaal 3 maanden verlengen. Indien ook dan nog geen aannemingsovereenkomst is tot stand gekomen wordt de bouwteam-overeenkomst beëindigd.

Artikel 5

(…)

2. Opdrachtgever kan zich in het bouwteam laten bijstaan of vertegenwoordigen door een partij van het bouwteam of een derde. Degene die namens opdrachtgever zitting heeft in het bouwteam vertegenwoordigt haar in alle aangelegenheden die op het project betrekking hebben, tenzij uit deze overeenkomst anders blijkt of tenzij de opdrachtgever voldoende duidelijk van het tegendeel heeft doen blijken.

Artikel 6

1. Aannemer stelt aan het bouwteam zijn specifieke ervaring en deskundigheid op het gebied van de uitvoering van bouwwerken en de daaraan verbonden kosten ter beschikking, voor zover zulks in het kader van de voorbereiding van het project in redelijkheid wenselijk is teneinde te komen tot een voor opdrachtgever aanvaardbaar ontwerp. Daartoe wordt gerekend:

• het beoordelen van de uitvoerings- en kostentechnische aspecten van de in het bouwteam voorgestelde plannen en aanbiedingen. alsmede indien zinvol het voorstellen van een of meer alternatieven voor de in het bouwteam voorgestelde plannen en aanbiedingen;

• adviseren over kostentechnische optimalisatie, financiële- ,technische haalbaarheid en vormgeving van het bouwplan, rekening houdende met de randvoorwaarden van de opdrachtgever;

• inbrengen van kennis, knowhow en ervaringen m.b.t. energetische verbeteringen;

• het controleren en coördineren van de werkzaamheden van de afzonderlijke partijen;

(…)

(…)

Prijsvorming

Artikel 14

Aannemer is gerechtigd om als eerste en enige een prijsaanbieding te doen voor het op te dragen werk, zoals omschreven in het door opdrachtgever goedgekeurde bestek en de bijbehorende tekeningen en berekeningen.

Artikel 15

Aannemer doet zijn prijsaanbieding door het indienen van een open begroting. Deze begroting zal door opdrachtgever vertrouwelijk worden behandeld en aan aannemer onverwijld worden teruggestuurd ingeval geen aannemingsovereenkomst tot stand komt.

(…)

Prijsoverleg en gunning van de opdracht

Artikel 17

  1. Opdrachtgever en aannemer voeren overleg over de door aannemer gedane prijsaanbieding, teneinde tot overeenstemming te komen over de aanneemsom. Gedurende deze onderhandelingen zullen partijen rekening houden met de gerechtvaardigde belangen van de wederpartij.

  2. Opdrachtgever zal zich gedurende de looptijd van deze overeenkomst onthouden van het maken van contractuele afspraken met andere aannemers over het op te dragen werk, maar is vrij om advies in te winnen bij derden, niet zijnde aannemers.

Artikel 18

  1. Partijen zullen in onderling overleg naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid streven naar het tot stand komen van een overeenkomst tussen partijen krachtens welke opdrachtgever aan aannemer de uitvoering van het werk opdraagt en aannemer deze opdracht aanvaardt.

  2. Indien het overleg bedoeld onder lid 1, ondanks de daartoe door partijen verrichte inspanningen onverhoopt niet zou blijken te kunnen leiden tot een overeenkomst, als bedoeld onder lid 1, zal opdrachtgever vrij zijn te handelen naar eigen goeddunken, mits hij, indien hij de onderhandelingen met aannemer wenst te beëindigen, deze schriftelijk, met redenen omkleed, mededeling doet van de beëindiging van de onderhandelingen en hem daarbij onvoorwaardelijk van eventuele inmiddels gedane prijsaanbiedingen, c.q. onderdelen daarvan, ontslaat.

(…)

Beëindiging van de overeenkomst

Artikel 20

1. Deze overeenkomst eindigt zonder dat rechterlijke of arbitrale tussenkomst is vereist indien:

a. de in artikel 4 genoemde datum niet gehaald wordt door toerekenbare tekortkoming van de aannemer.

In hiervoor genoemde gevallen is de opdrachtgever geen vergoeding verschuldigd aan aannemer in welke vorm dan ook.

(…)”

2.9.

Op woensdag 1 april 2020 hebben [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] de laatste aanpassingen en aanvullende werkzaamheden aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] gezonden (productie 8 [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] en verklaring [ naam aannemer] ter zitting).

2.10.

Op vrijdag 24 april 2020 belt [ naam aannemer] [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] met de mededeling dat de calculatie gereed is, maar wel over het budget is gegaan. Diezelfde dag ontvangen [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] om 16:55 uur de “begroting-omschrijving” (productie 4 dagvaarding) die uitkomt op een totaalbedrag van € 560.826,83 inclusief btw.

2.11.

Op woensdag 29 april 2020 vindt overleg plaats tussen de adviseur en architect van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] en de calculator van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] (productie 9 dagvaarding; productie 2 [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] ) met als doel om de calculatie af te pellen en alternatieven te onderzoeken. Na 29 april 2020 heeft (in wisselende samenstelling) herhaaldelijk contact plaatsgevonden tussen (de heer [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] ,) de adviseur van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] en de calculator van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] .

2.12.

Op 1 juni 2020 hebben [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] hun voormalige woning verkocht, welke woning op 28 december 2020 aan de kopers is overgedragen (productie 15 [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] ). Zij hebben in de maanden oktober tot en met december 2020 dubbele hypotheeklasten gehad (€ 1.485,73 in totaal) en een tijdelijke woning gehuurd voor de periode dat een andere aannemer de woning nog verbouwt (24 december 2020 tot in ieder geval eind april 2021, voor een totaalbedrag van € 7.294,55) (productie 16 en 17 [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] ).

2.13.

Bij brief van 11 juni 2020 hebben [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] (door tussenkomst van hun toenmalige gemachtigde) aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] laten weten dat en waarom er geen reële mogelijkheden waren om tot het sluiten van een aannemingsovereenkomst te komen en dat zij de bouwteamovereenkomst op grond van artikel 18 en 20 daarvan beëindigen (productie 5 dagvaarding).

2.14.

In verband met de beëindiging van de bouwteamovereenkomst brengt [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] bij factuur van 19 juni 2020 in totaal € 11.164,40 bij [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] in rekening voor “gemaakte kosten”.

3 De vorderingen in conventie en in reconventie

3.1.

[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] vordert dat de kantonrechter bij vonnis - voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad -:

  1. voor recht verklaart dat gedaagden toerekenbaar tekort zijn geschoten in de nakoming van haar (de kantonrechter begrijpt: hun) verplichtingen uit de bouwteamovereenkomst;

  2. (de kantonrechter begrijpt: voor recht verklaart dat) gedaagden de bouwteamovereenkomst onder de gegeven omstandigheden niet hadden mogen beëindigen althans niet hadden mogen beëindigen zonder betaling van de gevorderde vergoeding voor verrichte werkzaamheden;

  3. Beide gedaagden hoofdelijk veroordeelt, de een betalende de ander bevrijdend, tot betaling van de geleden schade en gederfde winst die bestaat uit:

  • -

    De contractuele vergoeding van € 11.164,40;

  • -

    De gederfde winst € 12.000,00;

De contractuele vergoeding en gederfde winst tezamen worden in ieder geval beperk tot een bedrag van € 24.999,00 zonder het meerdere prijsgeven.

4. Gedaagde (de kantonrechter begrijpt: gedaagden), hoofdelijk veroordeelt, de een betalend de andere bevrijdende, tot betaling van de wettelijke rente berekend overeenkomstig het bepaalde in art. 6:119 BW jo. Artikel 6: 119a BW vanaf de dag der opeisbaarheid (1 juni 2020) tot de dag der algehele voldoening dan wel een zodanig bedrag zoals de kantonrechter in goede justitie zal vaststellen;

5. Gedaagde (de kantonrechter begrijpt: gedaagden), hoofdelijk, de een betalende de ander bevrijdend, veroordeelt in de kosten van deze procedure daaronder begrepen de griffierechten en deurwaarderskosten en de nakosten zoals vermeld in art 237 lid 4 Rv, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het tijdstip dat gedaagde (de kantonrechter begrijpt: gedaagden) in verzuim is (de rechtbank begrijpt: zijn) deze kosten te voldoen;

6. Gedaagden hoofdelijk, de een betalende de ander bevrijdend, veroordeelt tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten ter grootte van € 886,64;

7. Gedaagden hoofdelijk, de een betalende de ander bevrijdend, veroordeelt tot betaling van de werkelijke kosten van rechtsbijstand in deze procedure voor een totaalbedrag van € 4356,00, het griffierecht daaronder niet inbegrepen dan wel veroordeelt tot zo’n bedrag zoals de kantonrechter in goede justitie zal vaststellen.

3.2.

Aan die vorderingen legt [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] het volgende ten grondslag. Tussen partijen is een bouwteamovereenkomst tot stand gekomen. [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] hebben die overeenkomst zonder reden en zonder enig overleg beëindigd en moeten daarom de door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] verrichte werkzaamheden betalen (€ 11.164,40) op grond van wanprestatie. Zij moeten ook rekening houden met de gerechtvaardigde belangen (het positieve contractsbelang in de zin van gederfde winst) van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] (€ 25% over € 200.000,00, beperkt tot € 12.000,00 zonder het meerdere prijs te geven). Het afbreken van de onderhandelingen zonder het aanbieden van een schadevergoeding voor de gemaakte kosten is “in strijdt” met de redelijkheid en billijkheid en in de gegeven omstandigheden niet gerechtvaardigd en onaanvaardbaar. [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] waren niet gerechtigd om de bouwteamovereenkomst te ontbinden, althans is de eventuele tekortkoming van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] van zo geringe betekenis dat deze de ontbinding niet rechtvaardigt. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] mocht erop vertrouwen dat een aannemingsovereenkomst tot stand zou komen. [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] schieten toerekenbaar tekort, breken “in strijdt” met de redelijkheid en billijkheid de onderhandelingen af, handelen “in strijdt” met de goede trouw in de precontractuele fase en handelen onrechtmatig. Er is sprake van buitengewoon onzorgvuldig en onrechtmatig handelen door [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] zodat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] vordert de veroordeling van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] in de werkelijke kosten van rechtsbijstand, in afwijking van de forfaitaire kostenvergoeding.

3.3.

[gedaagden in conventie, eisers in reconventie] voeren verweer tegen de vordering en vorderen in reconventie, na vermeerdering van eis, dat de kantonrechter [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] - voor zover mogelijk bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad -:

  • -

    veroordeelt tot vergoeding van de schade aan [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] , tot op heden (de kantonrechter begrijpt: 16 maart 2021) begroot op een bedrag van € 8.780,28, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 oktober 2020 tot aan de dag der algehele voldoening;

  • -

    veroordeelt in de kosten van deze procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze kosten vanaf veertien dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis tot aan de dag der algehele voldoening;

  • -

    veroordeelt in de nakosten, eveneens te vermeerderen met de wettelijke rente over deze kosten vanaf veertien dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis tot aan de dag der algehele voldoening.

3.4.

Aan die vorderingen leggen [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] het volgende ten grondslag. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft zich onvoldoende ingespannen om tot een aannemingsovereenkomst met [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] te komen. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] is tekortgeschoten in de nakoming van artikel 6 en artikel 4 van de bouwteamovereenkomst. Daardoor lijden [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] schade. De verbouwing van de woning was niet gereed op 1 oktober 2020, waardoor [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] de woning niet in gebruik konden nemen. Van 1 oktober tot en met 28 december 2020 hebben [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] daarom dubbele hypotheeklasten gehad (€ 1.458,73) en van 24 december 2020 tot en met de datum waarop de verbouwing gereed zal zijn extra huurkosten (€ 4.379,10 + € 2.915,45), in totaal 8.780,28.

3.5.

[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] voert verweer tegen de vorderingen in reconventie.

3.6.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling in conventie en in reconventie

4.1.

Gelet op de samenhang van de vorderingen in conventie en in reconventie zullen deze gelijktijdig worden beoordeeld.

4.2.

Partijen baseren (een deel van) hun vorderingen op de bouwteamovereenkomst die op initiatief van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] tussen hen tot stand is gekomen. Voor de beoordeling van de vorderingen moet allereerst de vraag beantwoord worden wat partijen over en weer van elkaar mochten verwachten.

4.3.

Uit de considerans (onder 4 en 5) in samenhang met de artikelen 4, 6, 14 en 18 van de bouwteamovereenkomst (hiervoor geciteerd onder 2.8) volgt – kort gezegd - dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] een offerte zou maken voor de verbouwing van de woning en daarbij zou adviseren over de aan de plannen verbonden kosten om te komen tot een voor [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] aanvaardbaar ontwerp. [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] zouden een aannemingsovereenkomst met [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] sluiten als die offerte aan hun randvoorwaarden zou voldoen. Op beide partijen rustte een inspanningsverplichting om tot die aannemingsovereenkomst te komen. Partijen verwijten elkaar over en weer dat aan die inspanningsverplichting niet is voldaan.

4.4.

Een van de randvoorwaarden die [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] stellen bekend te hebben gemaakt, is een budget van € 200.000,00 voor de door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] te verrichten werkzaamheden. Dit budget zouden [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] op 21 december 2019 met [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] hebben besproken (conclusie van antwoord in conventie onder randnummer 2.10). Op 21 december 2019 waren onder meer [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] en [ naam aannemer] namens [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] aanwezig (zie hiervoor onder 2.3). [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft bij dagvaarding (randnummer 37 op pagina 8) gesteld dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] tijdens het gesprek van vrijdag 29 mei 2020 (zie hiervoor onder 2.11) - dat is ruim 5 maanden na de eerste bespreking van 21 december 2019 en 2,5 maand na het sluiten van de bouwteamovereenkomst op 5 maart 2020 - voor de eerste keer het budgetbedrag te horen kreeg. [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] zijn daar bij conclusie van antwoord en onder verwijzing naar onder meer twee documenten met verklaringen van de vorige eigenaren/toenmalige bewoners van de woning (productie 3 [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] ) en de (schoon)vader/adviseur van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] (productie 4 [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] ) tegen opgekomen. Tijdens de mondelinge behandeling is door [ naam aannemer] namens [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] verklaard dat op 21 december 2019 is gesproken over € 200.000. Het gestelde in de dagvaarding verdraagt zich daarmee niet en levert een schending van de waarheidsplicht ex artikel 21 Rv op, waaraan de kantonrechter geen andere gevolgtrekking aan zal verbinden dan dat vaststaat dat het budget van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] ruim voor het sluiten van de bouwteamovereenkomst bij [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] bekend was. [ naam aannemer] heeft zelf te kennen gegeven dat is gevraagd naar hoeveel geld beschikbaar was (verklaring [ naam aannemer] mondelinge behandeling onder 4.1), maar dat de plannen te vaag waren om een bedrag te bepalen. Uit de mededeling van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] dat € 200.000 beschikbaar was (hetgeen in normaal spraakgebruik ook wel wordt aangeduid als budget), had [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] niet de conclusie mogen verbinden dat het om een richtprijs ging. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] had moeten begrijpen dat dit het bedrag was dat [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] konden of wilden uitgeven.

4.5.

Vast staat ook dat de offerte van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] € 560.826,83 bedroeg en het gestelde budget dus met € 360.826,83 overschreed (ofwel ruim 2,8 keer zo hoog zo was als het budget). De overschrijding is van zulke grote omvang dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] er niet van mocht uitgaan dat tot overeenstemming gekomen zou worden zonder ingrijpende aanpassingen. Daar doet niet aan af dat het budget wellicht ook is overschreden door keuzes die [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] maakten. Het lag op de weg van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] om hen daar tijdig voor te waarschuwen. In dat kader is van belang dat voorafgaand aan het sluiten van de bouwteamovereenkomst al impressies (zie onder 2.2), wensenlijsten (zie onder 2.6-2.7) en bouwkundige tekeningen (zie onder 2.4) aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] waren verstrekt en dat na het sluiten van de bouwteamovereenkomst één gewijzigde lijst door [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] is gestuurd (zie onder 2.9). Het lag dan op de weg van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] om bij het sluiten van de bouwteamovereenkomst duidelijk te maken dat het budget niet toereikend was voor realisatie van de plannen. Daar is niets van gebleken, terwijl evenmin voldoende gemotiveerd is gesteld dat pas na het sluiten van de bouwteamovereenkomst excessieve, tot overschrijding van het budget leidende, wensen zijn geuit. Aan bewijslevering wordt dus niet wordt toegekomen.

4.6.

Verder stellen [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] pas op 14 mei 2020 voor het eerst een open begroting inclusief offertes van onderaannemers aan hen heeft verstrekt (conclusie van antwoord in conventie, randnummer 2.29). [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft die stelling niet betwist. Uit artikel 15 van de bouwteamovereenkomst volgt dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] haar prijsaanbieding had moeten doen door het indienen van een open begroting. De op vrijdag 24 april 2020 (om 16.55 uur) verstuurde “begroting-omschrijving” (productie 4 dagvaarding, zie onder 2.10) was dus kennelijk geen open begroting. De kantonrechter ziet niet in hoe van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] op basis van een niet open begroting die ruim 2,8 keer zo hoog is als het op dat moment sinds ruim 4 maanden bekende budget, in redelijkheid verwacht kan worden om uiterlijk op donderdag 30 april 2020 (6 kalenderdagen, ofwel 4 werkdagen later) met [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] tot een aannemingsovereenkomst te kunnen of moeten komen, eens te meer [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] , zo is door [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] bij conclusie van antwoord in conventie onder randnummer 2.25 gesteld en door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] niet betwist, geen alternatieven heeft aangedragen, hetgeen zij op grond van artikel 6 lid 1, eerste opsommingsteken van de bouwteamovereenkomst (geciteerd onder 2.8) wel had moeten doen. Het initiatief om daarna toch overleg te voeren over aanpassingen om mogelijk wel tot een aannemingsovereenkomst te komen, ging uit van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] (zie productie 12 [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] ). Dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] zich erop beroept dat het gevoerde overleg (als bedoeld onder 2.11) niet als overleg tussen partijen kan worden aangemerkt in de zin van artikel 17 van de bouwteamovereenkomst, stuit af op hetgeen in artikel 5 lid 2 jo. 2 van de bouwteamovereenkomst is bepaald. Bij dat overleg waren immers leden van het bouwteam aanwezig, zodat de afwezigheid van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] zelf niet aan de kwalificatie als “overleg in de zin van artikel 17” afdoet.

4.7.

De slotsom luidt dus dat de in artikel 4 van de bouwteamovereenkomst genoemde datum niet is gehaald door een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de bouwteamovereenkomst van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] . Uit niets is gebleken dat de streefdatum is verlengd. Daarom eindigde de bouwteamovereenkomst op grond van artikel 20 van de bouwteamovereenkomst zonder dat [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] een vergoeding verschuldigd is aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] “in welke vorm dan ook”, om welke reden de vorderingen van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] stranden. Zelfs als de streefdatum stilzwijgend zou zijn verlengd, dan nog stuiten de vorderingen af op het bepaalde in artikel 18 lid 2 van de bouwteamovereenkomst, omdat vast staat dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] ook na 30 april 2020 geen alternatieven heeft aangedragen en tegen de achtergrond en het doel van de bouwteamovereenkomst dus onvoldoende inspanningen heeft verricht, zodat van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet verwacht kan worden dat een aannemingsovereenkomst gekomen zou worden.

4.8.

De tijdens de zitting (voor het eerst) aangevoerde grondslag dat [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] in strijd met de overeenkomst de stukken van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] niet terug heeft gegeven, kan de vorderingen niet dragen omdat niet is gebleken dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] enig rechtens te respecteren belang daarbij heeft.

4.9.

Ten overvloede overweegt de kantonrechter nog dat, zelfs als [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] wel een verwijt te maken zou zijn, het recht geen ruimte biedt voor vergoeding van het positieve én negatieve contractsbelang, nog daargelaten de vraag of één van beide wel voldoende onderbouwd was om toegewezen te kunnen worden.

4.10.

Hiervoor is onder rechtsoverweging 4.7 al vastgesteld dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de bouwteamovereenkomst. [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] stellen daardoor schade te hebben geleden. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] vindt het “vreemd en bedenkelijk” dat het [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] in de maanden na het beëindigen van de bouwteamovereenkomst niet gelukt is om de verbouwing door een andere aannemer te laten uitvoeren voor 1 oktober 2020, terwijl die datum geen opleverdatum was (conclusie van antwoord in reconventie, randnummer 4). De kantonrechter leest in artikel 4 van de bouwteamovereenkomst dat het uitgangspunt voor voltooiing van de werkzaamheden door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] , als het tot een aannemingsovereenkomst zou zijn gekomen, 1 oktober 2020 was. Wat maakt dat thans van dat uitgangspunt zou moeten worden afgeweken, heeft [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] niet uitgelegd. [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] hebben aangevoerd dat de andere aannemer met zijn werkzaamheden in oktober/november 2020 kon beginnen en dat de werkzaamheden nog niet waren voltooid ten tijde van de mondelinge behandeling (proces-verbaal 16 maart 2021). Het is een feit van algemene bekendheid dat aannemers niet daags na de offerte-aanvraag voor een verbouwing starten met de werkzaamheden. In deze zaak speelt bovendien dat het om een omvangrijke verbouwing ging, zodat ook aannemelijk is dat de nieuwe aannemer enige calculatie- en voorbereidingstijd nodig had. Het komt de kantonrechter dan ook niet onredelijk voor dat de werkzaamheden in oktober/november 2020 gestart werden en in maart 2021 nog bezig waren. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft niets aangevoerd op grond waarvan tot een ander oordeel gekomen kan worden. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft wel een punt waar zij betoogt dat [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] ook de in reconventie gevorderde kosten had moeten maken als geen aannemingsovereenkomst tot stand was gekomen, maar daarmee miskent zij dat dit thans het geval is als gevolg van een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de bouwteamovereenkomst door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] , zodat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] schadeplichtig is.

4.11.

Het bedrag van € 8.780,28 zal dan ook worden toegewezen evenals de niet weersproken wettelijke rente over dat bedrag vanaf 1 oktober 2020 tot aan de dag der algehele voldoening.

Proceskosten en nakosten, uitvoerbaar bij voorraad

in conventie

4.12.

[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] worden begroot op (2 punten x tarief € 498,00 = ) € 996,00 aan salaris gemachtigde, als niet weersproken te vermeerderen met de wettelijke rente over deze kosten vanaf veertien dagen na betekening van het vonnis tot aan de dag der algehele voldoening.

in reconventie

4.13.

[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] worden begroot op (2,5 punten x 0,5 x tarief € 498,00 = ) € 622,50 aan salaris gemachtigde, als niet weersproken te vermeerderen met de wettelijke rente over deze kosten vanaf veertien dagen na betekening van het vonnis tot aan de dag der algehele voldoening.

in conventie en in reconventie

4.14.

De gevorderde nakosten en de wettelijke rente daarover zullen worden toegewezen als in het dictum is bepaald. De veroordelingen tot betaling van een geldsom zullen als niet weersproken uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.

5 De beslissing

De kantonrechter

in conventie

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] gevallen en tot op heden begroot op € 996,00 te vermeerderen met de wettelijke rente over deze kosten vanaf veertien dagen na betekening van het vonnis tot aan de dag der algehele voldoening,

in reconventie

5.3.

veroordeelt [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] te betalen een bedrag van € 8.780,28, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 oktober 2020 tot aan de dag der algehele voldoening,

5.4.

veroordeelt [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] gevallen en tot op heden begroot op € 622,50 te vermeerderen met de wettelijke rente over deze kosten vanaf veertien dagen na betekening van het vonnis tot aan de dag der algehele voldoening,

in conventie en in reconventie

5.5.

veroordeelt [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] , onder de voorwaarde dat zij niet binnen twee weken na aanschrijving door [gedaagden in conventie, eisers in reconventie] volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 124,00 aan salaris gemachtigde, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze kosten vanaf veertien dagen na betekening van het vonnis tot aan de dag der algehele voldoening,

5.6.

verklaart de veroordelingen onder 5.2 tot en met 5.5 uitvoerbaar bij voorraad,

5.7.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Driever en in het openbaar uitgesproken door mr. V.E.J. Noelmans.