Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLIM:2021:3375

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
14-04-2021
Datum publicatie
23-04-2021
Zaaknummer
9022892 \ CV EXPL 21-789
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Dwangsom afgewezen ogv art 611a lid 1, tweede volzin Rv

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 9022892 \ CV EXPL 21-789

Vonnis van de kantonrechter van 14 april 2021

in de zaak van:

[eiser] ,

wonende te [woonplaats] ,

eisende partij,

gemachtigde mr. M.J.O.F. Rutten,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

KUNSTSTOF BRUNSSUM B.V.,

gevestigd Haefland 5

6441 PA Brunssum,

gedaagde partij,

verschenen bij R. Kuckelkorn

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- het verzoek om uitstel van gedaagde partij.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De beoordeling

2.1.

Gedaagde partij heeft, na verkregen uitstel niet meer geantwoord. De vordering van eisende partij staat daarom als niet weersproken tussen partijen vast en behoort als onvoldoende betwist te worden toegewezen, behoudens de gevorderde dwangsom. Deze zal, gelet op het bepaalde in artikel 611a, eerste lid, tweede volzin, Rv. worden afgewezen.

2.2.

Gedaagde partij zal worden veroordeeld in de kosten van de procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op:

  • -

    dagvaarding € 111,59

  • -

    griffierecht € 240,00

  • -

    salaris gemachtigde € 187,00 (1 x tarief € 187,00)

totaal € 538,59

2.3.

De gevorderde nakosten zullen worden toegewezen overeenkomstig de richtlijnen van het LOVCK en worden begroot op een half salarispunt conform het liquidatietarief proceskosten met een maximum van € 124,00 aan nakosten salaris.

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 2.415,00, te vermeerderen met de wettelijke rente en de wettelijke verhoging over € 2.100,00 vanaf 2 november 2020 tot de dag van volledige betaling,

3.2.

veroordeelt gedaagde partij voorts in de kosten van de procedure aan de zijde van eisende partij gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € 538,59,

3.3.

veroordeelt gedaagde partij onder de voorwaarde dat deze niet binnen twee weken na aanschrijving door eisende partij volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:

- € 124,00 aan salaris gemachtigde, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na betekening tot de dag der voldoening,

- te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na betekening tot de dag der voldoening,

3.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

3.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken.

type: JEC